woensdag 5 september 2007

SOA bij de gemeente, dichter bij de kaasboer.

Dinsdag 3 september

Het verlengen van het paspoort vergt tijd en geduld. Ik stel me er op in. Naast de vele papieren moet ook het bij te schrijven kind in levende lijve mee. Ook leesvoer ontbreekt niet. 'Nooit meer uitslapen' van Ewoud Sanders past precies in mijn binnenzak. Het staat vol geestige en herkenbare gezinsperikelen.

In het gemeentehuis prijkt op een witte muur onder het trappenhuis met mooie letters 'Kinderspeelhoek'. Hoopvol kijk ik met Kees om het hoekje. We zien een ingebouwd flatscreen waarop tekenfilms worden gedraaid. Keesje heeft er geen moeite mee dat men dit hier onder 'spelen' verstaat. Hij neemt plaats op een groene poef. Het geluid staat bijna uit. Een meisje legt haar oor tegen de speaker.

Dertig bladzijden verder en mag ik me met nummer A 76 bij balie 18 vervoegen. Ze maakt serieus werk van de identificatie van Kees. Als hem naar zijn leeftijd wordt gevraagd en hij iets van 'vingers' opvangt, staart hij zwijgzaam naar zijn handjes in zijn schoot. Zijn beentjes bungelen boven de grond. "Wie is mama?" is de volgende vraag. Heel traag keert zijn smoeltje zich naar mij. Nadat alle benodigde papieren zijn goedgekeurd mag ik pinnen. Kees vindt het maar vreemd dat ik geen geld krijg.

Dan gaat de telefoon. Ik luister mee. "Nee, meneer, dan moet u de hulpverleningsdienst hebben, dit is de afdeling burgerzaken". Ongevraagd dienen zich allerlei aannames aan in mijn hoofd: 'Zie je wel, als er iemand op sterven ligt, kan zo'n ambtenaar ook niks beters verzinnen dan lukraak doorverwijzen'. Lachend legt ze me uit dat het een gebrekkig Engels sprekende man was die een SOA-test wilde doen. De hoorn werd later overgenomen door een Nederlands sprekende man die excuses aanbood.

Het wachten is achter de rug, maar de dag is wel half om. De planning voor de rest van de dag loopt in de soep. Brigitte Kaandorp maakte hier rake sketches van. Over naar zure melk stinkende moeders die eeuwig te laat komen. Ik overweeg het geplande marktbezoek over te slaan maar Kees moppert: 'We zouden sinaasappels kopen'. Gelijk heeft ie.

De fietstassen puilen uit van het fruit en de piepers als we bij de kaaskraam in de rij staan. Bedaard keert de bebaarde man vóór ons zich om. Ik herken hem wel, maar pas na een vriendelijke groet van zijn kant en een blik waarin ik meen te lezen 'u hóórt mij ook te kennen', kan ik hem plaatsen. Het is Driek, de dichter des vaderlands. Zijn kaassmaak is niet de mijne.

Geen opmerkingen: