dinsdag 6 november 2007

Sappelen in het Paleolithicum

Bij zowel de kaas- als de groenteboer wordt me gevraagd of ik een tasje wil. Dat heb ik ze beide nooit eerder horen vragen. Wellicht heeft een groeiend milieubewustzijn zich ook met de marktkoopman verkleefd. De aardappelboer is overgestapt op dunnere tasjes en terwijl hij de Andijker muizen afweegt zegt hij er het zijne van: 'Het is de olieprijs die het 'm doet, nu die honderd dollar per vat kost, worden ook de tasjes duurder’.

Met volgeladen tassen glibber ik verder over de keien van de markt. Ik negeer moedig de heerlijke geur van vers gebrande nootjes. Het water loopt me in de mond bij het zien van de broodjes roomkaas met rucola. Het is niet het lijnen wat me deze verlokkingen doet weerstaan, maar mijn lege portemonnee. Wanneer ik thuis ben heeft het nylon het bloed in mijn verkleumde vingers afgeknepen. Ik laadt de tassen uit en bedenk me dat er sinds de steentijd nog weinig is veranderd. Over het algemeen zijn we ook nu nog aardig wat tijd kwijt met het bij elkaar sprokkelen van ons voedsel. Er hoeft fysiek meestal minder inspanning voor te worden geleverd, maar als je tegen zessen naar de peinzende mensen voor de schappen kijkt, zie je dat het ook niet meevalt, zo’n dagelijkse maaltijd bij elkaar ‘denken’.

Waar in de steentijd de bessenstruik plots door kraaien is kaalgevreten, blijkt nu het schap met bananen ineens leeg. De slager die ‘s maandags is gesloten, is vergelijkbaar met het vroegere gevluchte wild. Het kraken van een noot of het villen van een rat? Kijk eens naar het afpellen van al dat plastic!. Maar misschien is dat straks door de nieuwe oliecrisis wel passé.

Niet alleen voor de koopman is het sappelen. Ook ons gaat het, na zeven jaar voorspoed, niet erg voor de wind. De spaarrekening is deze maand al drie maal geplunderd voor het aanvullen van een negatief saldo. Desondanks dreigen we deze maand opnieuw de huur niet te kunnen betalen. De feta maakte plaats voor kilokaas, chocolaatjes werden kaakjes en de bakker verruilde ik voor eurobrood. Bruine bonen eten we inmiddels al twee keer per week. De krant is opgezegd en ook de auto is de deur uit. Maar soms vraag ik me af of dit wel voldoende is, of er geen draconischer maatregelen nodig zijn.

Het wordt hoog tijd dat ik het krantenartikel af ga schrijven, dat levert weliswaar slechts een schamele vijftien euro op, maar de ware broodschrijver kent zijn plek.

Geen opmerkingen: