vrijdag 14 december 2007

Poldermenu

'Zo komen we zéker te laat' zegt Frans, en hij zet flink aan op zijn trappers. 'Ga maar vast' zeg ik, 'dan ga jij maar als eerste'. Ik ploeg er, ondanks de eerste nachtvorst, zwetend achteraan. Mijn rem zit vast, de banden zijn zacht en met die kindvracht heeft onze verschijning meer weg van een bepakte muilezel dan van een sportieve tweewieler. Keesje is het roerend eens met zijn broer: 'Mama, je moet harder fietsen, anders krijg ik het koud'.

Nadat we braaf onze mond hebben geopend (Kees had 'm al open vóór de 'kijk-ik-lijk-wel- eng-maar-er-gebeurt-je-niks-preek') en er een bouwlamp in hebben laten schijnen zoeken de kleinsten iets uit de doos met prullaria ('ik wou toch die àndere') en schudden de groten de handen van de goedlachse witjassen: 'Tot over een half jaar'. Vader vertrekt naar kantoor, grote zoon zoeft naar school. Ze zijn al gauw uit beeld. Mama helpt de kleintjes weer in het zadel en trapt het beest traag in de flanken. Dit keer hebben we geen haast. De zon komt op, de ramen van de flats weerkaatsen oranje licht. Hooglanders grazen temidden van uitgelaten viervoeters. We stoppen om een tamme meerkoet te bewonderen. De kop ìnzwart, de snavel wit, de poten, die op een vreemdsoortige manier in de romp lijken te zijn geplant, grijs van kleur. Met een zoetgevooisde stem opper ik om hetgeen we zien thuis te gaan tekenen. Bij het rustig uitspreken van deze pedagogisch verantwoorde zin, smelt ik bijna van zelfgenoegzaamheid. Maar nog voordat ik naast m'n schoenen beland, ontwaakt Leo me uit de droom: 'JIJ MOET DAT ONTHOUDEN', hiermee het welslagen van de te maken tekening in mijn schoenen schuivend. Iets onthouden is nooit mijn sterke kant geweest. Tekenen net zo min. Ook 'inhoudelijke' kennis van het beest heb ik niet. Ik slachtte al eens kalkoenen, kwartels en kippen maar waagde me nog niet eerder aan een koet. Het beest merkt dat er geen brood wordt vergeven en loopt op zijn oversize zwemvliezen weer richting sloot. We zetten de poldertocht voort.

Na de rondweg ('Oh, wat veel auto's!') en de vaart ('Ik wil dat de brug open gaat!') volgt er een ecowijk. Ik loer naar de gewassen in de tuintjes. Veel soeps is dat half december niet, maar tussen de boerenkool vallen wat pluimen kardoen te ontwaren. Een distelsteel die heerlijk smaakt met boter en parmesaanse kaas. Ik overweeg aan te bellen om er wat van te vragen, maar de lichten zijn uit en de eigenaren vast niet thuis.

Kort na thuiskomst staan er een twintigjarige nerd en een klussende veertiger voor mijn deur. Mijn vriendenkring is divers. Gister kwamen er een vertaler Zweeds en een Perzische kapster op bezoek. Het bevreemdt mij vaak dat weinigen van hen elkaar kennen. Ze zouden elkaar ook niet als vrienden uitkiezen. Misschien dat ik ze eens moet uitnodigen voor een gezamenlijke maaltijd. Voor het offerfeest of met de kerst kan kan ik die meerkoet wel garneren met kardoen. Erg exclusief en ik weet waar ik ze moet halen."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Leuk dat je hier komt lezen! Nog leuker als je laat horen wat je er van vindt.