dinsdag 11 december 2007

Zeebonk in de bouw

Hij gaat er goed voor zitten, stroopt zijn mouwen op. Groene, krullerige tatoeages sieren zijn arm. Dan verdwijnen zijn weinige tanden in de warme kaas van de tosti. Na een stevige boer en hete bak koffie komt de shag tevoorschijn. Zware, wel te verstaan, zoals het een voormalig zeebonk betaamt. Als hij de brand er in zet, houdt hij zijn hoofd schuin. Hij zakt wijdbeens onderuit en begint dan aan zijn dagelijkse aflevering over ‘de grote vaart’.

“Ik heb twintig jaar op zee gezeten. Nee, het is echt anders dan de meeste mensen denken, voor vrouwtjes is geen tijd meer”. Als eigenlijke oorzaak voor zijn varend bestaan geeft hij op ‘bang’ te zijn voor vrouwen. Zijn maten lachen mee en één werpt tegen dat er “dan vast wel eens een sigaret tussen de billen en vijfentwintig euro tussen de tenen zat”. Maar nee, bij Karel op zee gebeurde zulks niet: “Met een beetje geluk mocht je een uur of hooguit twee van boord en dan moest er weer gevaren. Ja, vroeger, in Singapore of Zweden, dan kreeg je, als er bijvoorbeeld hout moest worden ingescheept, wel eens een weekje vrij”. Er volgen verhalen over kooien en koks, maten en matrozen.

Het Papiamento overstemt het gebulder van Karel. De lunchpakketten zijn net zo divers als de vele voertalen. De stukadoor trekt een pot haring open, de monteur snijdt heel secuur paprika in reepjes. Een blik tonijn, gekookte eieren en filet americain. Hier wordt gebunkerd want hier wordt gewerkt.

“Godverdomme” buldert Sjaak en hij kwakt een stapel papieren tussen de uitgestalde etenswaar ”ze weten verdomme àlles van je, maar ze doen geen flikker!”. Zijn gezicht staat op onweer en hij hangt met zijn kin op zijn borst in een stoel. Even hoor je alleen het geluid van kauwende kaken. Dan haken de andere mannen er smakkend op in. Uitkerende instanties, de gemeente en het Gak moeten het ontgelden: “Nee, degene die wìllen werken, die mógen niet” en “ze sturen iedereen hier maar op cursus die geen zin heeft om iets te doen”. Of de klagers zich met de luie of de harde werkers identificeren is niet duidelijk.
De bel gaat, de schafttijd is voorbij. Peuken worden uitgedrukt. Stoelen schrapen over de tegelvloer. Broodtrommels verdwijnen achter blikken deurtjes. Karel merkt terloops op dat er ‘een dame’ in de loods is komen werken. Hij vindt dat ‘loslopend wild’ wel leuk. Dat maak je op zee niet mee.

Geen opmerkingen: