dinsdag 18 maart 2008

Kraken

Ik zwaai naar het inmiddels tot een volwassen vrouw uitgegroeide meisje. Tien jaar geleden liep ze rondjes om de natgeregende tent. Ze rende woedend, gewapend met een slipper, onze oudste achterna. We plukten kilo's wilde frambozen. Ze was het meisje wier haar ik op haar eigen verzoek inkortte van kontlengte tot enkele centimeters. Nu sieren kleurige, in elkaar geklitte dreads haar bolle toet. Haar haar is het enige dat haar verschijning kleurt. Jas, schoenen en zelfs de aangelijnde hond zijn zwart. Ze woont niet meer bij haar gescheiden ouders, maar in een kraakpand met gelijkgestemden.

Frans broedt op soortgelijke plannen. Dagelijks herhaal ik mijn minipreek ten aanzien van schoolwerk. Het aanbod om te helpen en het geven van informatie zijn er afgeschaafd. Wat overblijft is het aftellen van de dagen die restten voordat de inleverdeadline verstrijkt. Maar hij wimpelt het weg. Hij heeft andere zorgen. Dat een krantenwijk niet genoeg oplevert voor het betalen van kamerhuur heeft hij wel begrepen. Maar kraken klinkt natuurlijk vreselijk stoer.

'Dat is allemaal nep hoor', 'Is ingestudeerd', 'Ze mógen niks anders zeggen', zo luidt Frans' aanvullend commentaar op de patriottische taal van Duitse soldaten die in het journaal vertellen hoe graag ze in Afghanistan willen vechten. Mijn poging om hem een natuurlijke argwaan mee te geven tegen al te stellige beweringen in de media lijkt te zijn geslaagd. Toch is zijn ongeloof nieuw voor mij. Bij het item over Iraki's die zeiden hun voormalige dictator te aanbidden, hield hij zich stil. Maar wellicht is dit de voorbode van het verkeren in krakerskringen. Die zullen net zo'n links zijn als in mijn jonge jaren. Dus moet vooral alles wat een uniform draagt worden gewantrouwd. En uiteraard Amerika.

Hij vertelt over zijn bezoek aan een verlaten fabriek. Stralend zegt hij hoe hij de boel naar zijn smaak zou inrichten. De gaten in het dak, de vloer en de rattenpopulatie worden ruimschoots gecompenseerd door het adembenemende uitzicht over de stad. Als ik me, heel even maar, laat aanraken door een vorm van heimwee en verloren jeugd wordt mijn krakerskennis getoetst. 'Mam, je had me toch verteld dat je met een tafel, een bed en iets aan de muur ergens mocht wonen?'. Dat had hij dus goed onthouden. Maar Frans is nu niet meer de bewonderende zoon die de avonturen van zijn ooit zo maffe moeder aanhoort. Hij heeft intussen de leeftijd bereikt waarop ik het huis verliet. Weliswaar via een nog veel maffere vriend die Frans' vader werd, in plaats van via een kraakpand, maar toch. Ook ik ben ouder geworden. Voorzichtig begin ik over 'mogelijk veranderende wetgeving' en vertel ik over krakersrellen op de Dam. Alsof dergelijke taal een naar vrijheid hunkerende puber zouden afschrikken. Hij mompelt iets over vriend Victor, die al meerderjarig is en hem misschien kan helpen. Er rest me niks anders dan hem te zeggen wat ik weet. Vol aandacht luistert hij naar wat ik vertel over het kadaster, de aansluiting op de nustvoorzieningen en de ME.

Na het eten vragen Leo en Kees of Frans met hen wil stoeien. Terwijl ik met Mr. Lehti de tafel afruim, rollen er drie jongens hijgend door de woonkamer. Korte tijd later brullen de kleintjes om mijn hulp. Ik meng me in het spel. Leo en Kees blazen de aftocht en ik word, deze keer voor de grap, door Frans in de houdgreep gelegd. Hij is opvallend voorzichtig. Hij weet dat hij fysiek mijn meerdere is, hoeft zich niet meer te bewijzen. Wil hij me op een ander vlak voorbij streven?. Misschien was dit de laatste keer dat ik met hem stoeide.

Hij krijgt een SMS. 'Dag mam, ik ga naar Victor'.
Zou hij zich verzetten als hij door de politie uit een kraakpand wordt gehaald?

Geen opmerkingen: