dinsdag 1 december 2009

Werklui versus welzijnwerkers

Ik schilder het kozijn voor huis. Het is de laatste maand van het jaar. Weliswaar de eerste dag ervan, maar toch. Het is niet guur en niet koud, eerder warm vandaag. Ik was mijn klus vroeg begonnen. Maar de werklui van de overkant waren me uiteraard vóór geweest. Die waren al uren eerder in de weer met dakpannen, kitspuiten en raamlatten. De rode mannen werkten op het dak, de witte op de steigers en er waren ook groene mannen. Die namen de hekjes en tuintegels voor hun rekening.

De nieuwe kozijnen die worden geplaatst zijn van kunststof. Praktisch, hoeft nooit meer een laag verf op. Ook de groene mannen nemen geen halve maatregelen en trekken met een graafmachine een rij coniferen uit de grond, ontwortelen berken en leggen er perfect egale betontegels voor in de plaats. Lekker makkelijk voor de nieuwe bewoners.

Of het mooier is weet ik niet. Terwijl ik me uitleef in het zo strak mogelijk afwerken van mijn kozijn, wandelt er een oude bekende voorbij. Hij is grijzer geworden. Hij loopt met zijn fiets aan de hand te genieten van de ochtendzon. Tien jaar geleden bestierden we samen een huis dat aan jeugd vertier moest bieden. Het reageren op overlastmeldingen van de politie en het werven van vrijwilligers vanuit 'de doelgroep' was ons werk waarvoor we betaald werden. En vergaderen natuurlijk. Allemachtig wat heb ik een hoop genotuleerd in die tijd. Opschrijven wat werd gedaan. Voor het archief. 'Wie dit leest krijgt een zak drop', schreef ik eens middenin een verslag. Ik was slechts één portie drop kwijt. Het team bestond uit meer dan tien mensen.

Het resultaat van dat welzijnswerk was moeilijk meetbaar. Om daar toch wat van te maken werd er nòg meer opgeschreven. De 'doelgroepvrijwilligers' keken met scheven ogen naar de managers die er voor werden betaald om aan geldschieters uit te leggen hoe goed we ons werk deden. Hoe onmisbaar het toch was wat er in het honk gebeurde.

Mijn oud-collega neemt de door mij aangeboden koffie aan. We kijken samen naar de gestaag vorderende arbeid aan de overkant. Werk dat wèl meetbaar is, waar wèl precieze offertes voor gemaakt kunnen worden, materialen, manuren, vierkante meters, pallets met dakpannen, isolatieplaten. Eén van de groene mannen, blijkt een voormalig vrijwilliger te zijn uit het jeugdhonk. De jongere is nu ouder.

We beoordelen ongegeneerd het resultaat van de werklui. Een kop koffie in de hand. Een minivergadering van geflopte welzijnswerkers op de stoep. We zijn het nog niet verleerd. Alleen de notulist is er niet. Of toch wel? Zie de tekst hierboven.

Geen opmerkingen: