woensdag 5 oktober 2011

Voortschrijdend vooruitzicht

Soms sta ik stil en denk: "Nou jááá, dat ik nou nóóit achter mezelf gezocht!" Was het dan echt nodig om de veertig te passeren, om sommige zaken toe te mogen geven aan mezelf? Dat ik sommige dingen gewoon lekker vind.

Luchtjes bijvoorbeeld, die vind ik helemaal niet vies. Als ze tenminste lekker zijn. Sterker nog, ik vind ze heerlijk. Vroeger rook ik stiekem aan de mooie flesjes in de badkamer bij mijn tantes. Onlangs kocht ik met mijn buurmeisje eindelijk zelf mijn eerste flesje. Ondertussen genoot ik wel van vergeten mannen t-shirts en de geur aan mijn handen na een avond dansen. Wat geur met je doet. Met mij doet. Ik ruik prima. Heb zelfs een uitzonderlijk goed reukvermogen. Vroeger, van huis uit, had ik niks met geurtjes. Opmaken, optutten, daar deden wij niet aan. Het was een beetje 'not done'.

Huizen. Ook zoiets. Op een boerderij, aan de gracht, in een caravan en op een flat, ik heb op vele plekken gewoond. Bijna nooit alleen en nooit op kamers. Wellicht dat dat laatste een rol speelt. Ik weet het niet. Maar het ideaal van een tuin te bezitten heb ik niet meer. Of heb ik misschien nooit gehad. Ja, het rúikt natuurlijk lekker. Vooral 's avonds, naar kamperfoelie. En tuinieren vind ik een rustgevende bezigheid, dus het is niet het onderhoud dat me afschrikt. Maar ik hou van licht en van hoog en van uitzicht over de stad en de mensen onder me (carrière als manager misgelopen?). Het ongezien zijn en dan soms, heel soms, die blik omhoog. En toch 'Ik zie ik zie, wat jij niet ziet'. Uitzicht, vooruitzicht. Daar hou ik van. Eindelijk op kamers.

'Mis je de tuin niet?'
Tja, nou nee, eigenlijk niet. Het is goed zo.
'En als het mooi weer is dan? '
Dan ga ik gewoon naar het strand of naar het bos. Zoals we deze eerste oktoberdagen deden.








Dacht ik op Sicilië op een oude beschaving te zijn gestuit. Met Griekse tempels van 2500 jaar geleden, loop ik in Rijs - ja, dat ligt dus in Gaasterland, Friesland voor de duidelijk- zomaar over een 'Steenkist'.
'Over een watte?'
Over een graf van de trechterbekercultuur dat daar dus al zo'n slordige 5500 jaar steenkist loopt te zijn. Wat nou Grieken. Dit is andere koek. Gewoon in mijn eigenste Friese achtertuin.


Toen we thuiskwamen zei Leo dat het jammer was dat ie de hele tijd 'dat spel' had gedaan met zijn broertje. Omdat ie daardoor zo weinig zag. Maar ik vond het niet jammer en ik genoot. En zij ook. Kilometers, úren liepen ze. Tussen bomen, over geheime paadjes, jagend op denkbeeldige vijanden. Die zijn daar genoeg in dat Rijser bos, het barst er van de 'gaasten'. We waren van 'de legende van Koetje Boe' en we zagen kitesurfers bij het klif en paddestoelen.

En een draaiend mannetje op een dak, toen we bijna thuis waren.



Geen opmerkingen: