maandag 9 februari 2015

De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen


De kamer toont een stilleven van een accuboor op de bank, gebroederlijk naast nog te herstellen kleren. Op de grond vervangt een stapel oude kranten de ontbrekende poot van een trampoline. Hier weer bovenop dansen twee pingpongballetjes tussen zes springende jongensbenen.

Vier van deze benen liepen eerder naar dit huis vanuit de nabijgelegen wijk. Ik deed, in de stilte voor de storm, een dutje op de andere, nog lege bank. Dan komt Kees binnen met zijn speelvriendje, dat hier inmiddels kind aan huis is. Hij zegt, met een blik op deze bedekte moeder: 'Ik dacht dat jij altijd fit was.' Leo zingt al springend mee met het deuntje van mijn wekker.

Half slapend vraag ik hen om de maaltijd voor vanavond uit de vriezer te halen. Niet dat de lust om te koken mij ontbreekt, maar de vriezer bevat dikke plakken ijs. Hoog tijd om de voorraad kliekjes van het afgelopen half jaar te verorberen teneinde het ding te kunnen ontdooien. Er volgen verrukte kreten uit de keuken: "Oh, we hebben een menu! Kip met boontjes, pindasaus en knoflook, pasta of bonen, courgette of pompoensoep.... "

Als het springen stopt, daalt de rust heel even neer. En ook het zand. Tevergeefs zoekt zoon Leo naar het stoffer en blik (die gingen de deur uit, mee met grote zoon Frans, evenals zijn gordijnen die ik hier braaf van de haakjes haalde. Resultaat: een doorzonwoning avant-la-lettre). Uit arren moede pakt Leo de stofzuiger.  Maar dit ding stoot bij het aanzetten zo'n ongelooflijke stofwolk uit zijn achterste, dat je je afvraagt of mijn hoesten door roken wordt veroorzaakt of dat de mooie Miele de boosdoener is.


'Mam, moge we nu een hut bouwen?'
'Ja wel, dat mag, in mijn slaapkamer staat een hutkoffer vol kleden.'
-rennende kindervoeten-
'Mam, is dat dat bruine ding waar al je kleren op liggen?'
'Ja schat, gooi mijn kleren maar op het bed.'
'Maham, heb je touw?'
'Ja, kijk maar daar onder die friteuse op de kinderstoel, onder de oud-papier bak.'
'Wow, wat een dik touw! We zijn schippers!'


Even later serveer ik de opgewarmde kliekjes door het gat, pardon 'raam', van de enorme hut. Kees is verdiept in een boek. Leo nodigt me tevergeefs uit om te komen kijken hoe prachtig hun bouwsel er van binnen uitziet: "Het is ook een vrouwenhut hoor! Kijk, er zijn ook kapstokjes".



Die heren uit Gouda moesten hier maar eens op excursie komen. Om te zien hoe mannen zich gedragen die van kinds af aan gewend zijn aan vrouwen. En dat de termen 'vrijdaggebed' en 'werkende vrouwen' heus een betere combinatie is dan 'touw' en 'boekenkast'. Hoewel zelfs dit laatste handvaten kan bieden voor manvolk dat vrees heeft te worden afgeleid door de aanblik van het andere geslacht. Maar dat kon ik tijdens het schrijven van dit logje nog niet bevroeden.


Hoe het afliep kunt u woensdag lezen.

Geen opmerkingen: