donderdag 2 april 2015

Armeense paella uit Assen

Begin jaren zestig woont er in Istanbul een avontuurlijke jongen van achttien jaar. Hij voelt er niks voor om het ambacht van zijn vader over te nemen en kiest het ruime sop richting Nederland. Hij belandt uiteindelijk in Drenthe en wordt daar postbode. 

Z. kent Istanbul als zijn broekzak, zwierf er rond als kind. Toen ik er in 2009 met mijn ouders en zus op vakantie ging, gaf hij me van te voren Turkse les. Die woorden ben ik vergeten. Zijn familieverhaal niet.

Als het over minderheden in Turkije gaat, gaat het vaak over de genocide op Armeniërs die geen genocide mag heten. Tv-kijkers die gister afstemden op Pauw, konden zien hoe de gemoederen daarover nog steeds hoog oplopen. Soms hoor je iets over het uitbannen van Grieken uit Turkije en andersom. Onlangs nog in de documentaire 'bloedbroeders'. De gruwelijkheden, nationaliseringen, volksverhuizingen zouden zich louter begin vorige eeuw hebben afgespeeld. Dat de verturksing nog ver na de tweede wereldoorlog doorging, wordt vaak vergeten.

De vader van Z. ondervond als Armeniër de Turkse razzia's aan den lijve. Hij vluchtte, verstopte zich en verturkste zijn achternaam. Zijn moeder was een Griekse. Voor een Turkse jongen met Grieks en Armeens bloed, was Nederland vast een verademing. Hoewel Z. in doen en laten wel een echte Griek lijkt. Luid sprekend, besnord, harde lach, bromstem, handelaar, drankje, sigaretje, uitgesproken mening en vooral: lekker koken en eten. Ook toen hij alleen bleef.

Zijn vrouw, zijn maatje, verloor hij jong aan kanker. Als jonge weduwnaar voelde hij zich thuis bij de duikclub. Hij kookte voor de hele club, zijn paella werd geroemd. De laatste jaren ontvielen hem enkele vrienden. Het greep hem aan.

Hij hield ook van handeltjes. Vooral als daar geen fiscus mee te maken had. In de berging staat de zaagtafel die ik van hem kreeg. Ervoor betalen hoefde niet, maar een bonnetje kon hij zo nodig wel voor me regelen.

Het bootje dat hij kocht, doopte hij naar zijn overleden vrouw. Op een dag liet hij me haar zien. En naast zijn bootje troonde hij me ook mee naar een garage. Waar ik moest proefrijden in de bestelbus die hij op een trailer voor me had gespot. Hoewel het ding met achtduizend euro behoorlijk boven mijn budget lag, kreeg hij gelijk. Ik rij er nu acht jaar in.

De deuken en krassen die er inkwamen repareerde ik niet. Ook van binnen werd mijn auto een ongelooflijk bende. Hij vond het begrijpelijk, zei hij, want die auto was mijn werk, maar stiekem gruwde hij ervan. Want hij was erg netjes. Hij rookte tijdens het koken, maar legde oude kranten op de plavuizen tegen de oliespetters.

Daar vertelde ik over, toen ik hem opzocht op de Intensive care. Zijn blik was mat. Hij kon niet praten. Toen ik vroeg of hij er nog zin in had, schudde hij langzaam zijn hoofd.

"Vanmiddag om 13 u. is Z. heel rustig ingeslapen", las ik net op mijn display.
Ik liet een paar tranen, uit mijn van verkoudheid toch al waterige oogjes.


Morgen kan ik vast het juiste gereedschap weer eens niet vinden.


Met Pasen ruim ik de bus op. 
söz, խոստացել է, υποσχεθεί, beloofd.

3 opmerkingen:

bentenge zei

Mooi. Een ode aan een mens. Daar kan ik van genieten.

LEHTI zei

Dank bentenge.
Zo was het. Bij de crematie. Een ode.
Aan hem als mens. Aan een kosmopoliet. Aan het leven.
Te midden van veel vrienden vormden we met zijn allen vanmiddag zijn familie. Want die had hij, op een nicht in Istanbul na, niet.

”Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.”

Daarmee begon en eindigde de dienst vanmiddag.
Hetzelfde gedicht van Kazanthakis schreef ik een paar maanden geleden onder dit logje: http://lehti-paul.blogspot.nl/2014/12/vrije-worsten-en-donuts-2.html

Manjo van Boxtel zei

Wat een mooi verhaal. Ik ben er stil van.
En sterkte met dit verlies.