zondag 3 januari 2016

Vieze potjes en loze praatjes

Het restje oliebollenbeslag krult als een sliert droge witte snotjes over de rand van de glazen kom. Ook de smurrie aan de mixer is hard geworden. Zelfs de frituurpan (zo'n heule gevaarlijke zwarte uit het jaar nul) staat al twee dagen onaangeroerd op het fornuis. Zo vervult niet alleen de aanblik van het aanrecht, maar ook de lucht die in mijn woonst hangt, mij met schaamte.

Ter compensatie, ook voor dit rare, kinderloze begin van 2016, gaat het huis overhoop. Niet dat ik het beslag ga afbikken. Nee, de afwas blijft onaangeroerd. Maar ik ga eindelijk regelen dat de jongens een eigen kamer krijgen. Daarmee mijzelf verbannend naar de woonkamer.

Er gaat een heus meubelcaroussel van start. Boeken, -van Maya Angelou tot Simone van der Vlugt- gaan tijdelijk in een bananendoos, andere dozen met aantekeningen van colleges over de Middeleeuwen, komen onder mijn bed vandaan. Koffers met onduidelijke inhoud gaan even in de broodkast. Fotolijstjes van mij, stralend naast mijn laatste lief, worden in de gang geparkeerd. Planken gaan van de muur. Massa's krantenknipsels, oude lampen, broeken die op reparatie wachten, terwijl de kinderen er al jaren zijn uitgegroeid, bonnen, haarklipjes, stukken surprises, lege jampotten......
Villa Kakelbont is er niks bij.

Als de bedden weer in elkaar zijn geschroefd, boeken weer in de kast staan en ook de restjes oliebol uit zicht zijn, is het tijd voor een logje. Een bóós logje dit keer. Niet op mezelf hoor. Ik heb me allang verzoend met mijn bewaarziekte. Waar ik nu wederom pijnlijk mee wordt geconfronteerd. Hoewel het iets anders is dan Claudia de Breij in 'de Teerling' zei: "Talloze afgewassen margarinekuipjes om schroefjes in te bewaren". Let wel, ze heeft het hier over grootouders die maar niet kunnen wennen aan de consumptiemaatschappij, en prijst daarentegen haar (en mijn) generatie omdat wij de economie draaiende houden.

Maar, lieve Claudia, van mij moet die economie het dus niet hebben. Want mijn matras is ouder dan ik zelf, de gordijnen zijn van mijn in 2001overleden tante Annie en al mijn schroefjes zitten niet in margarinekuipjes -ik eet boter-, maar zijn keurig verdeeld over bakjes van de wortels, Griekse yoghurt en appelstroopblikjes. Niks om echt boos van te worden (tenzij je aan mijn zijde zou leven). Nee, mijn woede richt zich op de schurken van de postcodeloterij.
Maar dat komt morgen wel.

Geen opmerkingen: