maandag 7 augustus 2017

Stationshelden en sportpassanten

De rode kralen van haar ketting kleuren goed bij de bloemen van haar bloes. De hals is wijd. Er loopt een klein spinnetje over haar semi nonchalant opgestoken haar. Misschien voelt ze mijn blik op haar blote hals, op de rode delta's die me zonder haar gezicht te hebben gezien, laten weten dat ze ouder is dan ik. De man naast haar ziet het spinnetje niet. Ze kijken beiden naar buiten, naar dezelfde kant van de bus. Onder het zwarte colbert van de kalende man, piept de kraag van een blauw-wit geblokt overhemd. Veel te heet voor een augustusdag naar mijn smaak. Maar het lijkt me geen man die T-shirts in het openbaar draagt. Het stel lijkt me sowieso niet het soort mensen dat de bus neemt. Als we uitstappen zie ik dat haar gelakte schoenen ook rood zijn.

Een jongetje van een jaar of tien met Chinees voorkomen en een enorme nerd-bril passeert me rakelings terwijl hij aandachtig op zijn schermpje tuurt. Aan de achterkant van zijn smartphone zit een beertje. Uit zijn rugzak steken twee regenboogvlaggen. Misschien vindt hij ze mooi. Hij lijkt me wat jong om net alleen te zijn teruggekeerd van de Gay-pride in Amsterdam. In homofoob Italië staan regenboogvlaggen symbool voor vrede. Zo ontdekte ik vorig jaar bij de 'Camino della pace' (vredestocht) naar Assisi. Geen idee wat de Chinese symboliek achter regenboogvertoon is.

Op deze dag strijdt het Nederlands elftal van Leeuwinnen in Enschede om de Europese titel, wordt in Groningen de Mollema-toer gehouden en hier in Maastricht is er de zogenaamde 'Iron Man'. Waarbij deelnemers vier kilometer zwemmen, honderdtachtig kilometer fietsen en daarna nog een heuse marathon lopen. Van sport en fanatisme heb ik nooit veel begrepen.

Ik ben te vroeg op het station en zoek, net als andere uitstervende stervenden, een hoekje voor het station waar ik voorbijgangers zo min mogelijk last bezorg. Rookcoupé's, -zones en palen verdwijnen. Terwijl ik mijn shag met daarop een blote man in foetushouding, die impotentie moet uitbeelden en het bevel 'Hör auf jetzt' tevoorschijn haal, word ik aangesproken door een lotgeval. Of ik ook Frans spreek en misschien weet hoe hij in Visé komt. Van Visé had ik tot gister nog nooit gehoord. In mijn steenkolenfrans leg ik uit dat de trein naar Luik er stopt. Hij is daar aan het werk en doet op zijn vrije dag een dagje Maastricht. Zijn collega's houden meer van zitten en zuipen. Niks voor hem, zegt hij. hij loopt liever wat rond, kijkt naar mensen en gaat op eigen houtje terug. Hij vraagt of ik uit Zwitserland kom, waar hij als Italiaan een tijd heeft gewerkt. We schakelen over op zijn moedertaal.

Als om twee uur de geel blauwe trein uit Eindhoven traag richting stootblokken kruipt en na het open knallen van de deuren een nieuwe lading reizigers uitspuugt, duurt het nog lang voordat ik Leo zie. Zijn tent, matras en slaapzak zijn samen met de hopen half beschimmelde was loodzwaar. Hij wacht moeders op aan het eind van het perron. We duwen de campingzooi in een kluis en hij praat me bij over zijn jongerenvakantie in Zuid-Frankrijk. Op een terras van 'Cucina 50' wordt speciaal voor ons een parasol uitgeklapt. voorbijgangers stoten er hun hoofd tegen. Leo nipt van mijn roze Kriek die ik niet lekker vind en hij gelukkig ook niet. Dan zet ik hem weer op de trein naar Luik, waar zijn vader en broertje hem opwachten. De trein is oud, de bankjes hard maar voordeel is wel dat de raampjes van dit bejaarde materiaal open kunnen. En zo zwaai ik Leo nog lang na als hij met wapperend haar uit zicht verdwijnt. Als in een film van lang geleden.

's Avonds klinkt er gejuich op boven Mosa Trajectum. Voor winnende Leeuwinnen of voor een halfdooie Iron man die op een podium wordt gehesen. Ik zelf ben vooral blij te horen dat Leo goed is aan gekomen op het station van Luik. Dat wel iets wegheeft van een glazen Olympisch stadion
.