maandag 25 maart 2013

Koopt kaas tegen de crisis!



De commentaarstem heeft het over 'een alternatief plan onder de arm'. En warempel, uit het van een afstand gefilmde vliegtuigje dat op Zaventem landt, met allemaal Cypriotische bobo's aan boord, meen ik een man met iets onder zijn arm te zien. Een Nederlandse staatssecretaris ter plaatse slaat klare taal uit. Dat mensen op Cyprus (althans, het Griekse deel er van, over Turken wordt niet gerept. Dat ligt vast nòg gevoeliger) twintig procent belasting over hun spaargeld moeten afdragen is veel, maar onontkoombaar om het land van een bankroet te redden.

In een volgend shot laat men een geitenhoeder aan het woord. Hij zegt dat er tot drie jaar geleden met geld werd gesmeten op Cyprus. Met zijn haarband (type: ik keek al drie weken niet in de spiegel) op zijn hoofd en met grazende geiten op de achtergrond, verkondigt hij zijn waarheid. Aan de hangende oren van de beesten die door het beeld lopen, herken ik het Malteser ras en ik zie ook het naar rossig neigende, beige van de Toggenburg.


Gedurende de rest van het nieuws meen ik de geur van vers gemolken geitenmelk te ruiken. Ik mijmer over de bijna erotisch aandoende substantie van 'tomini', en de smaak van deze onweerstaanbaar lekkere, handgedraaide verse kaasjes. Als zulke kaas smelt op je tong, kan je alle Boursin, Paturain en Philadelphia wel vergeten. Melk verwarmen in een koperen ketel. Stremsel van de maag van een zuiglam er in en dan de wrongel een nacht lang laten uitlekken in katoenen kaasdoeken. Wat eigenlijk luierdoeken waren die ik zelf als baby droeg. Ook het geluid van de druppelende wei kan ik dromen.

Vijfentwintig jaar geleden kochten we twintig geiten. Daarna honderd. De beesten wierpen twee a drie geitjes per keer en zo waren het er al gauw honderden. Naast twee maal daags melken en kaas maken, verkochten we ook bokjes rond deze tijd. Met Pasen was de prijs per kilo levend gewicht aan de haak gauw zo'n negenduizend lire per kilo. Het geld waarmee ik de geiten kocht was eigenlijk bestemd om een studie mee te beginnen. Maar ik was niet zo van de studie.

Ik leerde wel hoe je een geit in barensnood verlost, hoe je mastitis op natuurlijke wijze kunt bestrijden en ook hoe je zo'n vlammende uierontsteking met medicijnen geneest. Hoe je een melkbus van veertig liter eenvoudig met twee man verplaatst zonder rugklachten te krijgen of je evenwicht te verliezen en inderdaad ook hoe je de beste geitenkaas van de wereld aan de man brengt in één van de weinige streken van Italië waar dat geen traditie is.

De kaas die mislukte kreeg Maria Rosa in haar trog. En de ham die dat opleverde was ook niet te versmaden. Hoe vaak zou een varken worden vetgemest op biologische geitenkaas, tamme kastanjes en wilde truffel die het zelf onder een eik mag opgraven?

Wat de man op Zaventem onder zijn arm had, weet ik niet. Wel weet ik dat je met tien miljard euro flink wat geiten kunt kopen. Cypriotische geitenkaas is vast ook heerlijk. Mist er alleen nog een knappe kop die daar slimme verpakkingen bij wil verzinnen. Want de 'iezi toe open' die ik bij de Appie kocht, was een ramp.

Ter verhoging van de melancholie en romantiek (die vaak ver was te zoeken) maar ook een beetje op verzoek van Door, plaats ik nog wat plaatjes van weleer. Wie goed kijkt kan de seizoenen in het gras en de bomen herkennen. Mijn gebruinde hand (naast die van mijn zus) is echter rond Pasen gekiekt. Het is dezelfde kleur van het hoofd van de hoeder op Cyprus. Buitenkleur.



 









maandag 18 maart 2013

Reuring in de Pijp (en een beetje Berlage)

Reuring:
'beroering, drukte, gedoe, leven, opschudding', wordt hier gezegd.
Ook wel: 'Amsterdams woord voor gezellig druk'.

Beide benaderen de werkelijkheid aardig.

Als klap op de vuurpijl gingen we er zelfs eten. Daar bij Reuring.
Waar wilde wortel en paard prima smaakten. En het gezelschap ook.

Ik zie dat AT5 er drie dagen eerder ook al aandacht aan besteedde. 
Reclame is niet nodig, want het zit er toch altijd vol.

Weet je wat ook leuk is?
Kaas en kleren kopen op de Albert Cuyp.
Tussen de toeristen door laveren op de Berenstraat.
Op een bankje in hartje stad een broodje mozzarella eten onder het genot van live vioolmuziek.
En vooral naar boven kijken, heel veel naar boven kijken.
In de Kalverstraat
of al fietsend door plan Zuid.
Verveelt nooit.
















 












woensdag 13 maart 2013

Grillig Groningen en de Harlem shake


Hoewel hij in hartje winter werd geboren, viel zijn feestje in de lente. Althans, dat leek zo. Dat liep zo. Want ik had geen tijd of geen zin in dat gedoe. Ook het prikken van een dag was lastig want vriendjes gingen om beurten met vakantie.

Het moest weliswaar een verrassing zijn en hij wilde er niks van weten maar hij was nu alweer een paar weken geleden jarig geweest en herinnerde mams af en toch maar met klem aan haar belofte: 'Ik hoop dat de speurtocht heel leuk wordt'.









Op vijf maart was de hele school een dag vrij, het was toevallig zomaar vijftien graden en zo verreden acht jongens die dag de beloofde speurtocht dwars door Groningen. Ze maakten knotsgekke 'Harlem Shake' filmpjes die ik niet online mag zetten en bakten als afsluiter pizza in het restaurant bij de grote broer.
 
's Avonds, toen ik hem al basketballend het portiek hoorde naderen, deed ik alvast de deur voor hem open. Hij spreidde zijn armen en zei stralend: "de speurtocht was fantastisch!"

Uitstellen is soms zo slecht nog niet. Maar ben blij dat ik niet langer wachtte, want nu, een week later, ligt er buiten alweer sneeuw. In het zuiden van Nederland zag men geen zon, half Frankrijk zit vast in zijn auto op de weg en er stond dertienhonderd kilometer file in België. Maar niet in Groningen hoor. Daar was het landschap bedekt met een prachtig laagje poedersuiker en verder vooral stil en leeg. Op mij na dan.


























 

vrijdag 8 maart 2013

Mam, als ik mijn eigen moeder was geweest....

"Eigenlijk vind ik dat een kind van acht er best zelf aan kan denken dat hij zijn gymtas mee uit school neemt." Zo zei ik tegen mijn jongste toen ik hem tegen vijven met de auto ophaalde van een vriendje om vanaf daar door te rijden naar zijn training, waar hij zijn spullen niet voor bij zich bleek te hebben. Maar meneer bijdehand ("Ja, klopt, mam, ik heb twee handen") diende zijn moeder van repliek: "Eigenlijk hè, eigenlijk ben jij best heel dom, want," zo zei hij, "als ik mijn eigen moeder was geweest, had ik op school even aan mijn zoontje (let op het verkleinwoord :-) gevraagd of hij zijn gymtas wel had meegenomen!"

Maar dat had ik dus niet gevraagd. Of ik had het wel gevraagd maar geen antwoord gekregen. En een béétje aardige moeder grist dat ding dan natuurlijk zelf even van de kapstok. Gevolg was in ieder geval dat ik nu -gezellig- in de spits door de stad naar training reed met een kind dat zei niet van plan te zijn om in DÍE broek te gaan trainen (die inderdaad twee centimeter korter was dan dat het een ijdele basketballer betaamt maar die ik in de haast toch maar van huis had meegegrist. Inconsequent zijn is ook een gave). Verder was er ook van alles mis met de schoenen, zijn team, de trainer en, last but not least, met mij. Op school ook al, waar hij zijn papa had verwacht en ook woensdag, -de wisseldag- toen ik hem 's ochtends bij het wegbrengen vrolijk meldde dat het die dag 'papadag' was, en hij droogjes antwoordde: "Ik zie je anders nog steeds.

Een troost is dat niet alleen ik het op zijn mindere momenten moet ontgelden, maar ook zijn broer, vader, soms zijn vrienden, een enkele keer de juf en soms zelfs de makers van 'Het Klokhuis'. Die het vrijdag hadden over aangespoelde potvissen die ontleed werden. Waar de darmen van te zien waren en de huid aan stukjes werd gesneden. Zoonlief vond het maar niks, hield zijn handen voor zijn ogen en zei: "Dat ze dat laten zíen, dat ze niet eens wéten dat hier ook kinderen naar kijken".

En soms, hè, maar minder soms dan me lief is, dan knapt er iets. Zoals vanavond, toen we bij thuiskomst over de laatste verkeersdrempel reden, de kleine betweter uiteraard in slaap viel vóór we thuis waren, en hij me toebeet: "Ja, lekker ook nog exprés hard over de drempel gaan, hè!" Ontploffen zou niet moeten, zeker niet als je al zo lang moeder bent, dan hoor je te weten wanneer het tijd is om te negeren en wanneer een dosis humor het devies is. Maar de werkelijkheid is weerbarstig: "Ga weer liggen" siste ik. Wat hij braaf deed en ik reed nogmaals, uberlangzaam, over die klotedrempel. Om je dood te schamen, dat wel. Maar ik deed het. En die goede raad uit de titel, zo zei hij in tranen, dat was alleen maar bedoeld om mij advies te geven. De schat.

Wie beweert dat jongste kinderen het makkelijk hebben, weet niet waar ie over praat.
Anderzijds, ik ben ook groot geworden.

zaterdag 2 maart 2013

Snoepjes van het leven


Donderdagochtend. Op weg naar mijn werk. De brug over het Winschoterdiep staat open. Ik zet de motor af en kijk om me heen. Op het achterdek van het voorbijvarende vrachtschip staat een witte auto. Het autootje beweegt zich traag boven het water, alsof het op een loopband staat. Vlak vóór me in de file staat een bestelauto. De achterruit is bijna te vies om doorheen te kijken. Ik gluur door de aangekoekte strooizoutresten en ben getuige van een lief gebaar van een schijnbaar al lang getrouwd stel. Achter het stuur zit een kale man. De vrouw die naast hem zit, wil aan zijn hoofd zitten. Hij trekt zich terug. Even later buigt hij zich toch naar haar en plukt zij een voor mij niet zichtbaar iets van zijn hoofd. Aan hun gebaren zie ik dat ze lachen.

zaterdag 23 februari 2013

Jozef Krekel van de yoghurt

Ooit maakte hij reclame voor yoghurt. Nu daagt Jozef Krekel de Italiaanse media en maffia uit, de gevestigde orde, politici. Eind jaren tachtig staarde hij seconden lang zwijgend in de camera, recht in het gezicht van de kijker. 'Hypnotiserende publiciteit' heette dat geloof ik. Misschien verkocht hij toen al zijn ziel aan de duivel. Maar nu schijnt de Italiaanse televisie niets meer van hem te moeten hebben. Of zou hij dat spelen? Hij ìs per slot een komediant. En stemmen trekken in Italië, dat kun je het beste doen door vooral heel erg tégen te zijn. Die vlieger gaat ook op in Nederland, getuige Fortuyn met z'n 'Puinhopen van paars', de SP met de tomaat en de Partij van de Vrijheid.

Ontevreden mensen willen horen dat ze met recht ontevreden zijn. En dat iemand anders daar schuld aan heeft. Dat is precies wat Jozef Krekel doet, beter bekend als Beppe Grillo, de komiek met de prachtige grijze lokken. Beppe komt van Giuseppe, Jozef. Veel Italiaanse mannen boven de vijftig heten zo. En Grillo is dus gewoon krekel.

Bij gebrek aan een zeepkist op tv, trekt Grillo door Italië. Met een soort boodschap als 'Spread the word'. Bij Nieuwsuur vertoont men beelden van auto's met megafoons: "Vanavond zes uur Grillo in Piazza". Een mooie knipoog naar de voorbije jaren zestig vol voorspoed. Eén van de toehoorders op het plein in Campobasso, in Italië's minst bekende regio Molise, zegt: 'òf Grillo wint deze verkiezingen, òf er komt een burgeroorlog'. Beppe zelf maakte vanaf het podium een obsceen gebaar naar de Italiaanse pers, die volgens hem alleen opnames zou vertonen van het lege plein na afloop. Om zo de zwevende kiezer te ontmoedigen. Of zoiets. Nieuwsuur mocht Grillo, in tegenstelling tot de Italiaanse pers, wel even interviewen. De intonatie van de yoghurtkrekel verraadt zijn herkomst: Genua.

Na zes jaar in dat prachtige, idiote land te hebben vertoefd, keerde ik in 1993 terug naar Nederland. Degene door wie, of voor wie ik in Italië verzeild raakte en dankzij wie ik, ere wie ere toekomt, de taal perfect leerde spreken, deed, in de tijd dat ik hem nog sprak, eens een mooie uitspraak over die Italiaanse crisis. "Wat nou crisis, Italianen moeten alleen wennen aan het idee dat ze geen dertig paar schoenen maar slechts één paar per jaar kunnen kopen." Ook mannen met losse handjes zeggen wel eens iets zinnigs. 

Crisis is ook in Nederland het toverwoord. Van huishoudbeurs ('niks is meer gratis') tot hypotheken ('zeventigduizend huishoudens met betalingsachterstand'), bij elk item wordt iets over de malaise gemeld. Slechts zelden rept men over afnemende milieuvervuiling, autobezit, meer tijd om zorgtaken te vervullen of andere positieve neveneffecten van de groei die even afvlakt. Klagen over hoe erg het is levert niet alleen stemmen op. Het fungeert ook als kijkcijfercanon.

Over die hypotheken mijmerde ik nog even verder. Waren die zeventigduizend per jaar? totaal? Het leek me zo veel. Toen het zoveelste reclameblok voor het aanschaffen van geluk/ liefde/ seks in de vorm van een mobiel/ auto/ drankje de huiskamer in knalde, sloeg ik aan het rekenen. (Als hier iemand meeleest die cijfermatig of op economisch vlak beter is onderlegd dan ik, laat hij of zij niet schromen mij terecht te wijzen, mij op een denk- of rekenfout te attenderen)

Zestien miljoen Nederlanders. Ooit woonden daar zeventig procent van in een huurhuis. Althans -daar heb je 'm weer- daar pochte ik in mijn Italiaanse tijd mee. Enige vorm van chauvinisme was me niet vreemd ("In Nederland rijden alle treinen op tijd en worden films nóóit onderbroken voor reclame). Ok, zestien miljoen. Stel dat de verhouding koop/ huur in twintig jaar is omgedraaid, dan woont er nu zeventig procent in een eigen huis van de bank. Maakt elf komma twee miljoen. Er wonen vast niet alleen singles in die betonnen paleizen. Laat ik een conservatieve schatting maken. Gemiddeld twee mensen per huis. De helft van elf punt twee maakt vijf punt zes miljoen. Als ik dat deel door waar het mee begon, zeventigduizend, maakt dat één op de tachtig huishoudens problemen heeft bij het betalen van hun hypotheek. En, zo meende ik op te vangen, dat is alleen wat zichtbaar is. Hoeveel mensen er met behulp van eventueel spaargeld en/of vermogende ouders het hoofd nog net boven water houden, is onbekend.

Zou er een politicus zijn die deze som iets degelijker kan narekenen? Die dan misschien concludeert dat het bevorderen van huizenbezit tegen de geldende marktprijs een farce is. Dat het misschien zinvoller is -ik noem maar een zijspoor- om niet (alleen) omvallende banken met miljarden te nationaliseren, maar het ooit zo jubelend verkochte sociale woningbezit in handen van de overheid te krijgen? Zodat mensen hun geld niet èn aan -omvallende- banken èn de fiscus kwijt zijn. Maar alléén aan de overheid. Lekker transparant. Kan een degelijke, integere politicus daar niet eens iets zinnigs over zeggen?

Ach, ik brul maar wat. Ben geen politica. Net zo min als Beppe Grillo. Die verschuilt zich, zo beweren de media in Italië, achter zijn blog. So do I.

Het ligt voor de hand om nu een linkje te plaatsen naar 'Il grillo parlante', 'de pratende krekel'. Bennato maakte dit album zo'n veertig jaar geleden. Over Pinocchio. Over hoe Italië functioneert en het kapitalisme in het algemeen. Maar al surfend stuit ik op een gemeenschappelijk bluesoptreden van Bennato (uit het Zuiden, 'terrone', boer) en Grillo (uit het Noorden, 'polentone', maispapvreter) ten behoeve van de vuilnisdag in 2008 te Napoli: Nun se salv nisciuno!!!! (Niemand redt zich/is veilig). (zeer slechte opname en in onverstaanbaar Napolitaans)

Maar wat nu? Er is deze week in een oorlog tussen pro-Grillo en Bennato-fans uitgebroken. Er wordt met modder en stront gesmeten. Oorzaak: Bennato plaatste op you-tube 'Al diavolo il grillo parlante' (naar de duivel met de pratende krekel). Heetgebakerde reacties over en weer ('Ik ben fan-af, smijt nu al je lp's in de kliko!"). Het is hi-la-risch. Of diep triest natuurlijk. Net wat je wilt.

Italianen geloven in God. In sprookjes.
De één koopt jonge meisjes en strooit met geld in ruil voor je stem.
Een pratende krekel noemt zijn partij 'Vijf sterren'.
En dan is er nog een communist
en...
ach laat maar.

Wordt het niet tijd voor een Prima Donna in Italië?
En dan liever niet pornoster/parlementslid Cicciolina (tevens ex van Jef Koons) of de kleindochter van Mussolini (tevens nichtje van Sophia Loren)

Ik bler intussen nog even mee met Bennato over Pinocchio:   

E stata tua la colpa (het was je eigen schuld)
alora adesso che vuoi (dus wat wil je nu?)
volevi diventare come una di noi (je wilde als één van ons worden)
En stata tua la scelta (het was jouw keus)
alora adesso che vuoi
sei diventato proprio come una di noi (je bent als één van ons geworden)

Maar eigenlijk is deze nu meer van toepassing:
'Lui è il gatto ed io la Volpe, di noi ti puoi fidar'
(hij is de kat, ik de Vos, je kunt ons vertrouwen)

Cari Italiani, heel veel succes met kiezen uit al die (tweehonderd!) sprookjes dit weekend!

maandag 18 februari 2013

Over de bevalling van vogels

In verband met mijn werk kom ik veel in studentenhuizen. Niet als meteropnemer of deurwaarder, maar als klusser. Best grappig af en toe. Want een beetje klusjesman maakt natuurlijk graag een babbel. Babbels die over het algemeen heel anders lopen dan de panden waar
gezinnen (Hoe hou ik die beitels buiten bereik van die peuter?),
bejaarden ("Nee, dank u mevrouw, ik heb ècht genoeg koffie gehad)
of boekhouders (Rara, hoeveel strekkende meters dossierplank kan je in één kamer kwijt) wonen.

Bij de pas verhuisde studenten helpt er soms een vriend of vriendin mee met sjouwen en schilderen. Meestal is het de moeder die zich maar al te graag bemoeit met het inrichten van de eerste echte kamer van haar zoon of dochter (Ikea doet gouden zaken). Trots en vreugde over dat mooie, geslaagde kind dat aan zijn of haar eigen leven begint, wedijveren met de angst wat haar (inmiddels achttienjarige) baby wel niet allemaal kan overkomen. Anders dan bij de kleurkeuze voor het behang in de babykamer achttien jaar eerder, voegt moeder zich nu schoorvoetend naar wat het kind zelf wil. Soms fungeer ik als een soort praatpaal bij deze weeën die haar een leeg nest opleveren. "Ik heb haar wel gezegd dat alles daardoor erg donker lijkt, maar ze wil persé zwárte gordijnen."

Leuk is ook te horen hoe de uitvliegende vogel zijn of haar nieuwe vrijheid zèlf ervaart: "Als ik zin heb pas om half negen te gaan eten... dan dóe ik dat!" (gehuld in badjas op klaarlichte dag). Minder blij word ik van de uitwerking van die vrijheid op mijn werk: zelden zag ik een gloednieuwe gootsteen zo rap onder de bamiresten verdwijnen.

Wat ook opvalt is de onwetendheid omtrent technische zaken. Ik begrijp best dat je als nieuwe bewoner niet gelijk weet waar de water- of gasmeter zit. Maar het hele besef dat hetgeen uit kraan of stopcontact komt, ook ergens de woning bínnen moet komen, ontbreekt vaak. Bij het woord 'meterkast' word ik niet zelden schaapachtig aangestaard (Zou ze misschien de naam van een nieuw appje bedoelen?). Soms ervaren de bewoners van de benedenhuizen met lekkende plafonds, de komst van mijn klusbus, als een openbaring van de Messias herself. Terwijl de student die boven woont en het euvel veroorzaakt, mij dan doodleuk vraagt, vlak nadat ik uit voorzorg de hoofdkraan dichtdraai, of er nu dan weer naar hartelust kan worden gedoucht.

Studenten wonen veelal in het centrum. Alwaar parkeerplek schaars is. Vorige week wijdde ik me weer eens aan zo'n huis en dumpte mijn auto eerst een tijdje op de stoep. Dikke, dure auto's die uit onzichtbare inpandige garages op straat leken te worden gespuugd, passeerden stapvoets, met norse blik en ingeklapte spiegels mijn vehikel. Maar de gemeentereiniging toeterde mij weg bij mijn werk, ze pasten er niet langs. Toen ik al draaiend en stekend achter het stuur zat, zag ik twee oranje fietstassen in mijn achteruitkijkspiegel. Er stond een bekend gezicht naast: Het was de postbode, tevens de moeder van een klasgenootje van zoon Kees (8). Twee dames in uniform. Altijd leuk.


"Hé, jij ook hier aan het werk? Weet jij waar ik mijn auto kwijt kan?"
"Vaak zetten ze 'm daar neer, maar dan kan ik er met mijn tassen met post niet meer langs."
"Ok, dan laat ik 'm hier wel staan. Heb trouwens net een brievenbus voor je hersteld!"
"O leuk, welk nummer?"

We zetten het gesprek voort voor de deur van het studentenhuis. Waar de snailmail van de vier nieuwe bewoners weer prachtig door de deur kan glijden. Maar mevrouw de postbode en ik ontmoeten elkaar niet alleen op straat en op het schoolplein, we delen ook de vreugde een kind te hebben gebaard toen we zelf nog een beetje kind waren. Wat vandaag de dag heeft geresulteerd in een half-volwassen fladderend kind dat af en aan, uit- en dan weer thuiswoont. Een lange bevalling.

Het hare is net weer weg, ze vertrok naar het buitenland. Het mijne vond onlangs nieuw werk en een nieuwe liefde en is tijdelijk teruggekeerd in moeders nest. Voor opgelucht ademhalen is het nog te vroeg, maar we overtuigen elkaar lachend dat het goedkomt.
Dan gaan we vrolijk verder met ons werk.

dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.