Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.
Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.
Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.
Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.
Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.
Posts tonen met het label man-vrouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label man-vrouw. Alle posts tonen
maandag 8 juni 2015
zondag 26 april 2015
Over de flex en het gebed
Woensdagmiddag zat ik op mijn knieën op een trap. Met de
haakse slijper. Buiten. Er drentelden wat mensen in de buurt. Een paar rokers, een vrouw die twee keukenmedewerkers een uitbrander gaf, mensen die kennelijk bij het hotel hoorden waar ik een traptrede vergrootte. Want de
bovenste tree naar het net verbouwde souterrain was zo krap dat
bezoekers er dreigden naar beneden te kukelen. "Wanneer kan ik de nieuwe
gasten inchecken?" vroeg de balieman aan de uitbater. "Nu", luidde het
antwoord.
Ik schoof mijn
gereedschap aan de kant, goot het gietertje water, dat klaarstond om de
slijpschijf te koelen over de bestofte treden en nodigde de gasten
breed lachend uit. Hun maagdelijk witte schoentjes zetten ze voorzichtig op de
droge straatklinkers die ik had neergelegd zodat ze geen drek mee naar
binnen zouden lopen. In mijn beste Engels zei ik hen ook dat, als ze
weer naar buiten wilden, even op het raam moesten kloppen, of zwaaien.
Ik kon ze namelijk niet horen, en wees op mijn gehoorbescherming. Volgens de
balieman zou dat niet nodig zijn. De gasten wilden, na hun reis uit
Saoedi-Arabië, vast vooral slapen.
Saoedi-Arabië.
Juistja.
Gniffelend zette ik mijn werk voort. Die arme jongens uit het land van Mekka en Medina, waar vrouwen niet bekwaam of sterk of weerbaar genoeg worden geacht om zonder begeleiding auto te rijden, moesten zich nu langs een bezwete stratenmaakster wurmen. En straks, als ze hun keurige appartement wilden verlaten, moesten ze eerst wenken naar een bestoft bouwvakkersdecolleté.
Klop klop klop, "Excuse me, could you tell me where the North is?"
Juistja.
Gniffelend zette ik mijn werk voort. Die arme jongens uit het land van Mekka en Medina, waar vrouwen niet bekwaam of sterk of weerbaar genoeg worden geacht om zonder begeleiding auto te rijden, moesten zich nu langs een bezwete stratenmaakster wurmen. En straks, als ze hun keurige appartement wilden verlaten, moesten ze eerst wenken naar een bestoft bouwvakkersdecolleté.
Klop klop klop, "Excuse me, could you tell me where the North is?"
Met
een blik op de grijze hemel haalde ik mijn schouders op. Die inmiddels ook
al aardig grijs waren. De hotelbaas bracht opheldering en legde zijn I-phone op een van de
terrastafeltjes. Prachtig digitaal kompas. Ik excuseerde me voor de herrie, zei dat het niet erg lang meer duurde. "No no, it's no
problem, we have to pray five times a day". En zo verdween de mooie Arabier weer langs de dame in zijn souterrain.
woensdag 11 maart 2015
Bij een huwelijk horen veters
Ik ben dol op tweedehands. Zit en loop graag daar waar andere mensen op zaten of liepen. Kijk naar wat anderen hebben bewonderd en hebben aangeraakt. Op jacht naar dingen die ik niet zoek of nodig heb maar wel fijn zijn. Zoals in een consumptiemaatschappij gebruikelijk is.
Dat de crisis toeslaat is te merken aan de inbreng. Ook in de kleding. Waar voorheen twintig procent van de afdankertjes kon worden hergebruikt, is dat nu nog maar tien procent. Wat dan de vraag met zich meebrengt: als de criteria aan de achterdeur naar beneden worden bijgesteld ("Deze broek kan nog best een jaartje mee"), zou dat aan de voordeur dan ook gelden? Is voorheen onverkoopbare kleding nu opeens weer acceptabel? Einsteins relativiteitstheorie kan ik niet navertellen, maar als het om kleding gaat, snap ik 'm best. En voor geld geldt de theorie ook. En smartphones. Eigenlijk alles.
Dat de crisis toeslaat is te merken aan de inbreng. Ook in de kleding. Waar voorheen twintig procent van de afdankertjes kon worden hergebruikt, is dat nu nog maar tien procent. Wat dan de vraag met zich meebrengt: als de criteria aan de achterdeur naar beneden worden bijgesteld ("Deze broek kan nog best een jaartje mee"), zou dat aan de voordeur dan ook gelden? Is voorheen onverkoopbare kleding nu opeens weer acceptabel? Einsteins relativiteitstheorie kan ik niet navertellen, maar als het om kleding gaat, snap ik 'm best. En voor geld geldt de theorie ook. En smartphones. Eigenlijk alles.
Mannen zouden hun kleding afdragen, vrouwen zijn eerder -heel eufemistisch- 'aan iets nieuws toe'. Vorm ik de uitzondering op die regel? Onder mijn oude vesten draag ik weliswaar een heuse werkbroek met knielappen, maar tweede Hans merkte onlangs terecht op dat die zwarte broek er na een witte schilderklus, niet bijster professioneel meer uitziet. Wellicht is het iets met tering en nering. Zocht ik werk dat een alibi verleent aan mijn voorliefde voor afdankertjes. Maar aan dat alibi zit kennelijk ook een limiet.
Een schoenenfetisj is me ook vreemd. Wat meestal aan mijn voeten prijkt, kreeg ik in handen doordat de buurvrouw zo enorm geilde op mijn nieuwe tajine, dat ze voorstelde haar schoenen te ruilen voor deze Afrikaanse pan. Intussen stooft zij hierin al jaren mals lamsvees en banjer ik gelukkig door de dagen op haar onverwoestbare bergschoenen.
Onlangs nam ik bij een wandeling zelfs even mijn jongens op mijn rug ter voorkoming van natte pootjes. Toen ik een week later hetzelfde rondje met mijn ouders maakte, liepen zij met opgerolde broekspijpen om de plassen heen. Al wachtend friemelde ik behaaglijk met mijn warme, droge tenen. Zo lekker, zo als gegoten.
De strakheid van de veters is wel essentieel. Als die te strak zitten, voelen mijn enkels na verloop van tijd koud aan. Maar te slap is ook niet goed. De wrijving die dat geeft leidt weer tot ander ongemak. De veter, bedacht ik, terwijl ik bij tweede Hans, met zijn tweedehands schoensmeer mijn bijna tot op de draad versleten schoenen poetste, dat is een geniale, tijdloze uitvinding. Zoiets zou men moeten bedenken voor relaties. Die soms ook knellen, of juist zwabberen. De boel loshalen en opnieuw rijgen is dan het devies. Zo dacht ik, terwijl ik twee nietjes aan de uiteindes van het schoensnoer deed. Want anders kreeg ik de veters niet meer door de koperen lusjes.Maar ja, dacht ik ook.
Een veterdiploma heb ik niet.
donderdag 11 december 2014
Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 2)
Eenmaal boven bij de notaris moeten we toch nog wachten. De dames
drinken thee, de heren allen koffie. Er is eindelijk even tijd om een
paar woorden met de kopers te wisselen. Zij geeft Griekse les, mijn ex spreekt daar de nieuwe variant van. Hij is archeoloog. Romeinse
richting. Beide spreken ze Italiaans, mijn tweede taal. Dan schuift er
een derde heer in pak aan. Aan de ronde tafel leest hij een belangrijk en ingewikkeld verhaal voor. Waarna alle aanwezigen zonder
pak er hun handtekening onder zetten. Het zoontje van de
kopers bladert in het paspoort van zijn vader.
In de lift terug naar beneden kijk ik met afgewende blik uit over nat en schitterend Groningen. De hemel is al uitgehuild. Meneer de makelaar haalt twee kadoverpakkingen uit zijn leasebak. Ik drink geen wijn. Maar dat weet hij natuurlijk niet. Hij feliciteert ons: "Jullie hebben meer gekregen dan ik had gedacht". ("Jij anders ook", denk ik stiekem). Als hij me even omhelst, komt er wat snot op zijn mooie jasje. Na het handen schudden rijdt hij naar het volgende tranendal.
Daar staan we dan.
Onder een strakblauwe hemel.
'Waar gaan we nu heen?'
Eenmaal terug in de straat voor de aller- allerlaatste zooi, moet ik plassen. We hebben alleen nog een sleutel van de buurvrouw. Kan ik zomaar ongevraagd van haar toilet gebruikmaken? Zonder dat ik de kat hoef te voeren? Gisteravond hielp ze nog met het inladen van mijn zaagtafel, die nog net tussen de box en bureaustoel in mijn auto paste. Ja ja, al die spullen kwamen nog tevoorschijn uit de catacomben van het kasteel waarvan ik maandag toch echt meende dat het leeg was.
In mijn nieuwe huis heb ik een nieuwe buurvrouw. Aan wie ik de box doorsluisde. Ze is net opnieuw (oppas-) oma geworden. Tot voor kort laadde ik andere bruikbare spullen vaak over in de auto van mijn laatste vriend, met wie ik, om het nog ingewikkelder te maken -een notaris is er niks bij- ook bijna buren ben. Waarna hij het weer versleepte naar zijn tweedehandswinkel. Maandag vroeg ik het hem weer, schoorvoetend, of hij wat mee wilde nemen. Het was goed, schreef hij. Toen we elkaar zagen, na een maand, was de woede, die via de mail soms zo welig tiert, gelukkig even weg. Een woordeloze omhelzing brengt soms rust.
Ik sta nu weer de dralen op de stoep van het huis dat het mijne niet meer is: 'Ik voel me net een kat van wie de kleintjes zijn verplaatst'. De makelaar appt me de meterstanden door. Zes. Ik ben zelf de tel kwijt.
De beschimmelde skeelers die ik naast de gasmeters vond, moffel ik tussen de fietswrakken in de klusbus. Ook de douchebak, destijds aangeschaft voor het bouwen van een nieuwe badkamer, die er nooit kwam, past er nog in. Gister vroeg ik grote zoon Frans wat ie met de tweepersoons lattenbodem wilde. Nu sta ik het bed met mijn ex vast te sjorren op het imperiaal.
'Wil je die mop nog?' vraagt hij, 'anders wil ik 'm wel.' 'Nee', zeg ik, en trek het ding waar ik net nog een laatste keer de door hem gelegde houten vloer mee dweilde, weer uit de achterbak.
'Wat een puinhoop', zeg ik.
Hij beaamt het.
Een omhelzing.
Dat was het dan.
Als ik de straat uitrij, zie ik hem in de achteruitkijkspiegel de andere kant op fietsen. Hij houdt de bezem en mop in zijn hand.
Op de radio klinkt: What's the use to cry?
In de lift terug naar beneden kijk ik met afgewende blik uit over nat en schitterend Groningen. De hemel is al uitgehuild. Meneer de makelaar haalt twee kadoverpakkingen uit zijn leasebak. Ik drink geen wijn. Maar dat weet hij natuurlijk niet. Hij feliciteert ons: "Jullie hebben meer gekregen dan ik had gedacht". ("Jij anders ook", denk ik stiekem). Als hij me even omhelst, komt er wat snot op zijn mooie jasje. Na het handen schudden rijdt hij naar het volgende tranendal.
Daar staan we dan.
Onder een strakblauwe hemel.
'Waar gaan we nu heen?'
Eenmaal terug in de straat voor de aller- allerlaatste zooi, moet ik plassen. We hebben alleen nog een sleutel van de buurvrouw. Kan ik zomaar ongevraagd van haar toilet gebruikmaken? Zonder dat ik de kat hoef te voeren? Gisteravond hielp ze nog met het inladen van mijn zaagtafel, die nog net tussen de box en bureaustoel in mijn auto paste. Ja ja, al die spullen kwamen nog tevoorschijn uit de catacomben van het kasteel waarvan ik maandag toch echt meende dat het leeg was.
In mijn nieuwe huis heb ik een nieuwe buurvrouw. Aan wie ik de box doorsluisde. Ze is net opnieuw (oppas-) oma geworden. Tot voor kort laadde ik andere bruikbare spullen vaak over in de auto van mijn laatste vriend, met wie ik, om het nog ingewikkelder te maken -een notaris is er niks bij- ook bijna buren ben. Waarna hij het weer versleepte naar zijn tweedehandswinkel. Maandag vroeg ik het hem weer, schoorvoetend, of hij wat mee wilde nemen. Het was goed, schreef hij. Toen we elkaar zagen, na een maand, was de woede, die via de mail soms zo welig tiert, gelukkig even weg. Een woordeloze omhelzing brengt soms rust.
Ik sta nu weer de dralen op de stoep van het huis dat het mijne niet meer is: 'Ik voel me net een kat van wie de kleintjes zijn verplaatst'. De makelaar appt me de meterstanden door. Zes. Ik ben zelf de tel kwijt.
De beschimmelde skeelers die ik naast de gasmeters vond, moffel ik tussen de fietswrakken in de klusbus. Ook de douchebak, destijds aangeschaft voor het bouwen van een nieuwe badkamer, die er nooit kwam, past er nog in. Gister vroeg ik grote zoon Frans wat ie met de tweepersoons lattenbodem wilde. Nu sta ik het bed met mijn ex vast te sjorren op het imperiaal.
'Wil je die mop nog?' vraagt hij, 'anders wil ik 'm wel.' 'Nee', zeg ik, en trek het ding waar ik net nog een laatste keer de door hem gelegde houten vloer mee dweilde, weer uit de achterbak.
'Wat een puinhoop', zeg ik.
Hij beaamt het.
Een omhelzing.
Dat was het dan.
Als ik de straat uitrij, zie ik hem in de achteruitkijkspiegel de andere kant op fietsen. Hij houdt de bezem en mop in zijn hand.
Op de radio klinkt: What's the use to cry?
woensdag 10 december 2014
Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 1)
"Willen jullie de keukenboiler nog? En de gordijnen? Lampen, rails, planken, kookplaat? En kijk dit hekje stond nog in de schuur. Het past precies daar, op de overloop. En zie je die blauwe spijlen? Die hebben daar gezeten, naast de trap naar de tweede, voordat we het huis hebben gescheiden."
In de tuinkamer hangen nog gordijnen die ik op maat liet maken toen iedereen van kamer wisselde in het spookhuis. Samen met de nieuwe bewoonster, eveneens moeder van drie kinderen, halen we beiden een helft van de roede. De makelaar staat intussen ongeduldig beneden.
'Of willen jullie ze nog gebruiken?'
'Ja, laat ze maar hangen.'
Ik hang mijn helft weer netjes op.
Haar kant legt ze gevouwen op het plankje dat ooit als nachtkastje fungeerde.
Op de slaapkamer van Kees, waar eerder zijn oudere broers sliepen, zijn de zilveren wanden voor een deel al wit gesausd. Het schoolbord, door hemzelf met een vriendje geschilderd, zal ook gauw sneuvelen. Hij zelf gelukkig niet. Even schoot dat door mijn hoofd, toen ik gisteravond tussen de ene rit en de andere, in paniek door mijn ex werd gebeld: "Kees is kwijt! Hij ging vooruit maar hij is niet thuis! Misschien is hij naar het oude huis gefietst." Als eerste wilde ik weten hoe wakker Kees was. Vervolgens reed ik, doodop van werk, verhuizen en slaaptekort, turend in het donker door het autovrije park.
Kees was gelukkig gauw weer boven water. Hij was even verkeerd gefietst.
Via de keuken, meterkast en slaapkamers belanden we in de schuur.
'O, vinden jullie dat kinderbakfietsje leuk?'
'Ja, ik zag 'm bij de bezichtiging al'.
'Misschien willen jullie ook het antieke trapautootje wel hebben. Dan laad ik 'm weer uit.'
Precies boven de plek waar het rode autootje opnieuw voor de kachel staat, hangt de tafellamp. De tafel verhuisde echter zo vaak van plek, dat de lamp voor het gemak aan een stangetje zit dat als een passer over het plafond kan draaien. Het stangetje komt van de wieg waar naast mijn jongens ook ikzelf en mijn oudere zus als baby in sliepen.
Nadat ik de verdwaalde voetballen ('Die groeien hier in de tuin') door de gang de voordeur heb uitgeschopt, draai ik de deur in het slot. Voor het laatst. De makelaar keert zijn auto, de kopers zijn de straat al uit. Ik wacht nog even op mijn ex die naar het hek van de brandgang rent om te checken of we straks bij de notaris wel de juiste sleutel in de Griekse-yoghurt-emmer doen.
Het is grijs en het regent. Ik kan de strepen op de weg maar moeilijk zien. Hoewel dat ook een andere oorzaak kan hebben. Gelukkig valt met de ruitenwissers op de snelste stand mijn eigen geveeg minder op. Ik hou een onnozele verhandeling over de ritstechnieken op snelwegen en voeg me intussen brutaal in de file achter de leasebak van de makelaar. Bij het remmen knalt de doos kerstballen tegen mijn rugleuning. Niet de gehele inhoud van de auto zal deze rit doorstaan.
(vervolg)
vrijdag 5 december 2014
Schroom, riem, vis, zwijg
Daar stond ik dan. Te wachten op mijn lekkerbek. Terwijl de visboer schichtig keek of geen van zijn klanten had gezien dat hij een visje vol beslag uit zijn handen had laten vallen, sjokte aan de overkant van de straat een in elkaar gedoken meisje voorbij. Of eigenlijk meer een jonge vrouw. Haar flodderige trainingsbroek bedekte haar voeten. Tien meter voor haar liep een man. Een opgefokte man. Met een hond aan zijn riem. Maar het leek alsof hij liever het meisje had aangelijnd. Hij schreeuwde naar haar, dat ze moest komen.
Nu.
Onmiddellijk.
Daar kan ik slecht tegen, tegen mensen die schreeuwen. In één richting. Hoewel ik het zelf ook wel eens doe. Naar mijn kinderen. 'Onmacht' heet dat geloof ik. Of 'controleverlies'. Waar je zelf niet uitkomt. Waar buitenstaanders gewenst zijn. Die iets doen. Of iets zeggen.
Er werd ook wel eens naar mij geschreeuwd. Vaak zelfs. Maar nooit in het openbaar. Pas als deuren gesloten waren en buitenstaanders uit beeld. Wat weer nieuw licht werpt op het fenomeen 'controleverlies'. Soms zijn priemende ogen van omstanders kennelijk net genoeg om een zeker gene te voelen, om een restje geweten te laten spreken. Nu niet. Of was dit slechts voorspel?
Ogen, blikken. Dat is het enige antwoord dat ik gaf. Dat ik kon geven. De schreeuwende man keek terug. Ik deed niets, ik zei niets. Wel wisselde ik een paar woorden met de andere visklanten. 'Dat is niet goed, hè', waren mijn wijze woorden van vanavond. Eén van hen was een keer verhuisd vanwege ruziënde buren. Elke avond was het raak. En hun kind kreeg er ook van langs. Ik popelde om hem te vragen of hij zijn buren wel eens had gevraagd of hij iets voor ze kon betekenen. Maar ik vroeg niets.
We keken op deze pakjesavond samen het meisje na in het donker.
Ze sjokte achter de schreeuwende man met de hond aan.
Thuis pakte ik mijn visje uit.
Nu.
Onmiddellijk.
Daar kan ik slecht tegen, tegen mensen die schreeuwen. In één richting. Hoewel ik het zelf ook wel eens doe. Naar mijn kinderen. 'Onmacht' heet dat geloof ik. Of 'controleverlies'. Waar je zelf niet uitkomt. Waar buitenstaanders gewenst zijn. Die iets doen. Of iets zeggen.
Er werd ook wel eens naar mij geschreeuwd. Vaak zelfs. Maar nooit in het openbaar. Pas als deuren gesloten waren en buitenstaanders uit beeld. Wat weer nieuw licht werpt op het fenomeen 'controleverlies'. Soms zijn priemende ogen van omstanders kennelijk net genoeg om een zeker gene te voelen, om een restje geweten te laten spreken. Nu niet. Of was dit slechts voorspel?
Ogen, blikken. Dat is het enige antwoord dat ik gaf. Dat ik kon geven. De schreeuwende man keek terug. Ik deed niets, ik zei niets. Wel wisselde ik een paar woorden met de andere visklanten. 'Dat is niet goed, hè', waren mijn wijze woorden van vanavond. Eén van hen was een keer verhuisd vanwege ruziënde buren. Elke avond was het raak. En hun kind kreeg er ook van langs. Ik popelde om hem te vragen of hij zijn buren wel eens had gevraagd of hij iets voor ze kon betekenen. Maar ik vroeg niets.
We keken op deze pakjesavond samen het meisje na in het donker.
Ze sjokte achter de schreeuwende man met de hond aan.
Thuis pakte ik mijn visje uit.
woensdag 6 februari 2013
Zuigende pindakaas
De lange ladders, drilboren en kitpistolen liet Lehti vanmorgen links liggen. Ze vond het een uitgelezen dag om zich weer eens van haar vrouwelijke kant te laten zien. Zij douchte lang, maakte zich minimaal op en deed frisse kleertjes aan. Maar toen?
Hoe kom je, als rechtgeaarde dame, het beste tot je recht op zo'n doordeweekse ochtend? Door chocola te gaan schranzen? koffieleuten? ongebreideld te roddelen? Een combinatie zou ook kunnen. Want multitasken is naar het schijnt bijzonder vrouwelijk.
Kleding shoppen viel af. Dat deed ik al -vijf maanden geleden- en was geen onverdeeld succes. Hoewel ik het gehannes in zo'n zweterig peeskamertje met te weinig en veel te hippe (dus onhandige) haken wel heb overleefd. Ik kocht op de valreep zelfs een jas! Toegegeven, hij ìs te groot en toen ik die laatst dichtdeed riep iemand: "Lehti, je knoopt 'm schééf, zo kom je natuurlijk nóóit aan een vent." Maargoed, vanmorgen ging ik, in gezelschap van die gevatte dame, èn van de voormalige winkeljuffrouw, èn van de vrouw die een heerlijke vruchtencake meenam waar je niet dik van wordt.
Koffie drinken.
En het was nog echte koffie ook. Geen hete kom vol chocomel met een grote, geile, langzaam over de rand lopende dot slagroom er op (waarbij sommige vrouwen dan menen dat ik de enige ben die schaamteloos zo'n caloriebom naar binnen kan werken). Ook niet zo'n aangelengde plas 'Latte'. (Op alles wat Italiaans klinkt zit standaard twintig procent aantrekkelijkheids-tax). Nee, mijn inktzwarte koffie zat in zo'n pietepeuterig ieniemieniekopje. Ik goot er vervolgens zoveel suiker in dat de inhoud verdubbelde, en slurpte toen aandachtig het vloeibare zoete vocht naar binnen.
Wat zeg je? Zo'n kopje natgeroerde suiker is mannenleut? Ook best. De macho in mij moet ook gevoed, niet waar. Ter compensatie was het geklets dan wel weer übervrouwelijk. Niet te direct en zo. Je weet wel. En ik betaalde, bij hoge uitzondering, de eerste koffieronde. Wat een gentlewoman.
Waar het over ging? Nou, wij spraken braaf over Cito-toets en schoolkeuze. Het ging over de schoonmaak (-man, -middel, -sters) en over ons werk. Maar vooral óók over wat er tijdens dat werk besproken werd. Dat gaat dan dus niet over wie er die nacht, waar, hoe en door wie werd genomen, maar wèl over welke BN-er er in sommige stoute dromen voorbijkwam. Níet over wilde fantasieën om met pruimenjam dan wel onder de slagroom te worden afgelikt. Maar wèl over het andere geslacht.
Neem dat geslacht gerust letterlijk.
Dus in welk soort etenswaar steken geile mannen graag hun jongeheer. Liever in een warme appeltaart of in een smeuïge pot pindakaas? En of het voor de -aan- zuigende werking dan uitmaakt of daar hele stukjes noot in zitten. Het antwoord op deze vraag bleven we aan elkaar schuldig.
Maar vrouwen denken of praten natuurlijk niet over s.eks alléén -wie wil er nu wedijveren met het sterke geslacht?!- Nee, zij wisselen vooral hoogdravende informatie aan elkaar uit over kunst met een grote K. Over films als Call girl of The patience stone bijvoorbeeld. Met hoeren en mannen met macht in de hoofdrol. En we spraken over boeken. Van Esther Jacobs bijvoorbeeld: Heb jij al een foute man? Dat onder meer theoretische uitleg geeft bij het feit dat vrouwen gedurende hun cyclus op een ander soort man kunnen vallen. Ik hield ook nog een betoog waarin ik mannen vergeleek met bloemkolen. Maar dat kon ik zelf niet helemaal volgen.
De vrouwenochtend is voorbij. Ik mag me weer fijn in mijn stinkende overall hijsen, mijn haren tot sisaltouw reduceren en kloofjes kweken in mijn nu nog zachte vingers. Waarmee ik als lunch acht boterhammen met pindakaas naar binnenprop.
Voetballen is per slot ook niet aan elke man besteed.
Hoe kom je, als rechtgeaarde dame, het beste tot je recht op zo'n doordeweekse ochtend? Door chocola te gaan schranzen? koffieleuten? ongebreideld te roddelen? Een combinatie zou ook kunnen. Want multitasken is naar het schijnt bijzonder vrouwelijk.
Kleding shoppen viel af. Dat deed ik al -vijf maanden geleden- en was geen onverdeeld succes. Hoewel ik het gehannes in zo'n zweterig peeskamertje met te weinig en veel te hippe (dus onhandige) haken wel heb overleefd. Ik kocht op de valreep zelfs een jas! Toegegeven, hij ìs te groot en toen ik die laatst dichtdeed riep iemand: "Lehti, je knoopt 'm schééf, zo kom je natuurlijk nóóit aan een vent." Maargoed, vanmorgen ging ik, in gezelschap van die gevatte dame, èn van de voormalige winkeljuffrouw, èn van de vrouw die een heerlijke vruchtencake meenam waar je niet dik van wordt.
Koffie drinken.
En het was nog echte koffie ook. Geen hete kom vol chocomel met een grote, geile, langzaam over de rand lopende dot slagroom er op (waarbij sommige vrouwen dan menen dat ik de enige ben die schaamteloos zo'n caloriebom naar binnen kan werken). Ook niet zo'n aangelengde plas 'Latte'. (Op alles wat Italiaans klinkt zit standaard twintig procent aantrekkelijkheids-tax). Nee, mijn inktzwarte koffie zat in zo'n pietepeuterig ieniemieniekopje. Ik goot er vervolgens zoveel suiker in dat de inhoud verdubbelde, en slurpte toen aandachtig het vloeibare zoete vocht naar binnen.
Wat zeg je? Zo'n kopje natgeroerde suiker is mannenleut? Ook best. De macho in mij moet ook gevoed, niet waar. Ter compensatie was het geklets dan wel weer übervrouwelijk. Niet te direct en zo. Je weet wel. En ik betaalde, bij hoge uitzondering, de eerste koffieronde. Wat een gentlewoman.
Waar het over ging? Nou, wij spraken braaf over Cito-toets en schoolkeuze. Het ging over de schoonmaak (-man, -middel, -sters) en over ons werk. Maar vooral óók over wat er tijdens dat werk besproken werd. Dat gaat dan dus niet over wie er die nacht, waar, hoe en door wie werd genomen, maar wèl over welke BN-er er in sommige stoute dromen voorbijkwam. Níet over wilde fantasieën om met pruimenjam dan wel onder de slagroom te worden afgelikt. Maar wèl over het andere geslacht.
Neem dat geslacht gerust letterlijk.
Dus in welk soort etenswaar steken geile mannen graag hun jongeheer. Liever in een warme appeltaart of in een smeuïge pot pindakaas? En of het voor de -aan- zuigende werking dan uitmaakt of daar hele stukjes noot in zitten. Het antwoord op deze vraag bleven we aan elkaar schuldig.
Maar vrouwen denken of praten natuurlijk niet over s.eks alléén -wie wil er nu wedijveren met het sterke geslacht?!- Nee, zij wisselen vooral hoogdravende informatie aan elkaar uit over kunst met een grote K. Over films als Call girl of The patience stone bijvoorbeeld. Met hoeren en mannen met macht in de hoofdrol. En we spraken over boeken. Van Esther Jacobs bijvoorbeeld: Heb jij al een foute man? Dat onder meer theoretische uitleg geeft bij het feit dat vrouwen gedurende hun cyclus op een ander soort man kunnen vallen. Ik hield ook nog een betoog waarin ik mannen vergeleek met bloemkolen. Maar dat kon ik zelf niet helemaal volgen.
De vrouwenochtend is voorbij. Ik mag me weer fijn in mijn stinkende overall hijsen, mijn haren tot sisaltouw reduceren en kloofjes kweken in mijn nu nog zachte vingers. Waarmee ik als lunch acht boterhammen met pindakaas naar binnenprop.
Voetballen is per slot ook niet aan elke man besteed.
maandag 31 december 2012
Servile
In een ver verleden, maar niet ver genoeg om de taal waarin ik toen sprak, droomde en liefhad te vergeten, stond ik eens aan een raam van een enorm Toscaans landhuis. Tientallen kilometers ver kon ik uitkijken over het land van Volterra, Colle val d'Elsa en San Gimignano. De zon scheen genadeloos op bossen met steeneiken, cypressen, wijn- en olijfgaarden, ....afijn, er is beeld, nietwaar?
Binnen stond cake te garen, of reine claudes op het vuur tot jam te pruttelen of geitenyoghurt te fermenteren. Er was wellicht een middeleeuws festival aan de gang.
Ik gooide zijn portefeuille naar beneden. Gewoon, omdat hij daar om vroeg.
En ik boven was. En hij beneden.
Toen stond hij plotseling stil, keerde zich om, keek omhoog en vroeg: "Ma perchè sei così servile?" Waarop ik iets antwoordde wat leek op de woorden hierboven: "Perchè me l'hai chiesto" of "Perchè io sono sú, e tu sei già giù" Zoiets. Of misschien zei ik alleen maar 'Cosí', 'Dáárom'.
Dat geeft te denken. Zeker als je de voorgeschiedenis erbij denkt. Waarbij ik met enige regelmaat rondhupste met blauwe plekken en aanverwante zaken. Wat dat aangaat is die nieuwe campagne tegen huiselijk geweld van Sire meesterlijk, want inderdaad 'Het houdt niet op....niet vanzelf'
Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen, is dat ik me tegenwoordig, twintig jaar later, verbáás en eigenlijk ook irriteer over dergelijke servitù, dat servile zijn. Bij anderen. En dat begrijp ik dus niet goed. Van mezelf. Want het is gewoon zoals het is: omdat ik boven ben en hij beneden, of omdat er iets gevraagd wordt of, allemachtig mensen, omdat het toch ook gewoon fíjn is om dingen voor een ander te doen!
We spelen pictionary. De oliebollen en pannenkoeken vliegen je hier om de oren. Ja, sterker nog, déze hij had aangeboden om vanavond voor mij, de kinderen èn mijn driekoppig bezoek te koken. En aangezien de kleintjes de hele week al om pannekoeken vroegen en ik voor pampus, ijlend en hoestend op de bank lag, en pannenkoeken wel het laatste was waar ik trek in had, smste ik terug dat àls hij dat wilde doen, het dan dus pannenkoeken zouden moeten worden. Wat hij deed. Servile com'è.
En hij dekte de tafel en
zette koffie en zocht naar de verloren sjoelstenen in de donkere schuur achterin de tuin en
zal op nieuwjaarsdag alles ook wel alleen gaan afwassen.
en toen zoonlief, al een tijdje kleuter-af -met een pak sap en glas voor zijn neus- om drinken vroeg, snelde hij naar de keuken voor een glas en nieuw pak. Sokken aantrekken? Hetzelfde liedje. U vraagt hij draait. En ik, ik weet dat het goed en lief en zorgzaam en attent is. Maar ook zo servile. En daar word ik niet aardig van.
Natuurlijk bieden de kinderen aan om te helpen dekken (omdat ik ze dat zeg) en helpen ze mee met afruimen ("Kom jongens, als we allemaal iets meenemen, is het zo klaar"). Maar ik zou zo graag, ik zou zo graag...... Tja, wàt wou ik dan zo graag, hè? Dit is best een uitgelezen dag om daar eens over na te denken, lieve Lehti!
Meer rust nemen, dàt zou goed zijn, zei mijn eveneens zieke boekhouder vandaag tegen mij. Daar word je beter van en raak je minder spullen van kwijt. Die anderen dan weer, met een meer 'servilere' aard, al baggerend door een drijfnatte donkere tuin in een schuur voor me vinden. Nee, niet mijn tancodes, bril, telefoon of god mag weten wat voor onzaligs ik allemaal nog meer kan kwijtraken. Maar sjoelstenen dus. Zodat er, in combinatie met de sjoelbak die ik uit mijn 'kaboef' viste, mee kan worden gespeeld. Wie iets met symboliek of voortekenen heeft, mag nu los gaan.
O, wat 'kaboef' nu weer betekent? Of wat voor taal het is? Berghok. Duits. De taal die door meer van mijn deels hier aanwezige familieleden wordt gesproken dan het abracadabra hierboven.
En nu ga eerst maar eens een potje sjoelen. Met kinderchampagne. En oliebollen.
Proost! Op meer rust! en servitú voor wie dat wil.
Binnen stond cake te garen, of reine claudes op het vuur tot jam te pruttelen of geitenyoghurt te fermenteren. Er was wellicht een middeleeuws festival aan de gang.
Ik gooide zijn portefeuille naar beneden. Gewoon, omdat hij daar om vroeg.
En ik boven was. En hij beneden.
Toen stond hij plotseling stil, keerde zich om, keek omhoog en vroeg: "Ma perchè sei così servile?" Waarop ik iets antwoordde wat leek op de woorden hierboven: "Perchè me l'hai chiesto" of "Perchè io sono sú, e tu sei già giù" Zoiets. Of misschien zei ik alleen maar 'Cosí', 'Dáárom'.
Dat geeft te denken. Zeker als je de voorgeschiedenis erbij denkt. Waarbij ik met enige regelmaat rondhupste met blauwe plekken en aanverwante zaken. Wat dat aangaat is die nieuwe campagne tegen huiselijk geweld van Sire meesterlijk, want inderdaad 'Het houdt niet op....niet vanzelf'
Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen, is dat ik me tegenwoordig, twintig jaar later, verbáás en eigenlijk ook irriteer over dergelijke servitù, dat servile zijn. Bij anderen. En dat begrijp ik dus niet goed. Van mezelf. Want het is gewoon zoals het is: omdat ik boven ben en hij beneden, of omdat er iets gevraagd wordt of, allemachtig mensen, omdat het toch ook gewoon fíjn is om dingen voor een ander te doen!
We spelen pictionary. De oliebollen en pannenkoeken vliegen je hier om de oren. Ja, sterker nog, déze hij had aangeboden om vanavond voor mij, de kinderen èn mijn driekoppig bezoek te koken. En aangezien de kleintjes de hele week al om pannekoeken vroegen en ik voor pampus, ijlend en hoestend op de bank lag, en pannenkoeken wel het laatste was waar ik trek in had, smste ik terug dat àls hij dat wilde doen, het dan dus pannenkoeken zouden moeten worden. Wat hij deed. Servile com'è.
En hij dekte de tafel en
zette koffie en zocht naar de verloren sjoelstenen in de donkere schuur achterin de tuin en
zal op nieuwjaarsdag alles ook wel alleen gaan afwassen.
en toen zoonlief, al een tijdje kleuter-af -met een pak sap en glas voor zijn neus- om drinken vroeg, snelde hij naar de keuken voor een glas en nieuw pak. Sokken aantrekken? Hetzelfde liedje. U vraagt hij draait. En ik, ik weet dat het goed en lief en zorgzaam en attent is. Maar ook zo servile. En daar word ik niet aardig van.
Natuurlijk bieden de kinderen aan om te helpen dekken (omdat ik ze dat zeg) en helpen ze mee met afruimen ("Kom jongens, als we allemaal iets meenemen, is het zo klaar"). Maar ik zou zo graag, ik zou zo graag...... Tja, wàt wou ik dan zo graag, hè? Dit is best een uitgelezen dag om daar eens over na te denken, lieve Lehti!
Meer rust nemen, dàt zou goed zijn, zei mijn eveneens zieke boekhouder vandaag tegen mij. Daar word je beter van en raak je minder spullen van kwijt. Die anderen dan weer, met een meer 'servilere' aard, al baggerend door een drijfnatte donkere tuin in een schuur voor me vinden. Nee, niet mijn tancodes, bril, telefoon of god mag weten wat voor onzaligs ik allemaal nog meer kan kwijtraken. Maar sjoelstenen dus. Zodat er, in combinatie met de sjoelbak die ik uit mijn 'kaboef' viste, mee kan worden gespeeld. Wie iets met symboliek of voortekenen heeft, mag nu los gaan.
O, wat 'kaboef' nu weer betekent? Of wat voor taal het is? Berghok. Duits. De taal die door meer van mijn deels hier aanwezige familieleden wordt gesproken dan het abracadabra hierboven.
En nu ga eerst maar eens een potje sjoelen. Met kinderchampagne. En oliebollen.
Proost! Op meer rust! en servitú voor wie dat wil.
zondag 9 december 2012
Wilde boeken en de jacht
Er was eens, een jaar of zes geleden, in een huis hier onder mij, een stel dat elkaar sinds twee decennia kende. Zij was wild en hij las veel. Het verbaasde haar dan ook niet, dat hij verslingerd raakte aan 'zwerfboeken', beter bekend als 'bookcrossing'. (voor uitleg verwijs ik naar de officiële website van dit bizarre maar heerlijke tijdverdrijf om 'van de hele wereld een bibliotheek te maken').
De man ging bij nacht en ontij op jacht naar boeken. Want als er een boek werd losgelaten in het wild, ontving hij een 'release alert'; een melding over de plek waar het boek wachtte om bejaagd, gepakt en gelezen te worden. En als hij, of een andere boekenjager, zijn prooi binnen had, meldde hij zijn vondst op het net. Elk lid dat eens het boek in handen had gehad, kon zo volgen welke reis het aflegde. Oudgedienden mopperden op fora soms dat dit hijgerige jagen weinig meer met lezen had te maken. En echt ongelijk hadden zij niet. Wat te denken van een boek dat onderin een zandbak lag begraven of dat zat vastgebonden aan de slagboom van een overweg, zodat alleen bij het langskomen van een trein, onder het oog van tientallen wachtende fietsers, het boek kon worden losgepeuterd? Heeft niks met lezen van doen. Maar daarom niet minder leuk.
De man legde en joeg op boeken. En hij niet alleen. De Groningse scene haalde er zelfs de krant mee. Men opereerde onder schuilnamen, een persoonlijke foto op je profiel was zeldzaam. Ook wie man of vrouw was, bleef vaak onduidelijk. Spannender dan facebook. Tot welke hilarische toestanden dit soms leidde, kan een goed jager teruglezen in de archieven van bookcrossing. Hier beperk ik me tot het boekenstel.
De vrouw kreeg er lucht van dat de uithuizigheid van haar ega niet alleen de jacht op boeken betrof. En ze bedacht -want dat gaat zo in sprookjes- een list. Zij werd, zonder dat hij het wist, zelf lid van de zwerfboekclub. Onder de naam 'Letterzetter'. Nu wil het toeval dat de vrouw toentertijd haar brood verdiende met het begeleiden van langdurig werklozen in een kringloopwinkel. En, net als bij tweedehands kleding het geval was, was ook maar een klein deel het ingebrachte leesvoer geschikt voor wederverkoop. Zo beschikte Letterzetter over honderden doorgedraaide boeken. In de trein naar huis selecteerde ze elke dag zorgvuldig de titels en broedde op haar plan. Ze zou een soort speurtocht voor hem uitzetten, door kwistig te strooien met boeken. Boeken over vrouwen, met wulpse plaatjes op de cover of met vrouwen in de titel. Waar hij dan op zou jagen, gissend wie toch die mysterieuze boekenlegger kon zijn.
Aldus geschiedde. Hij volgde, maar vermoedde niet dat Letterzetter zijn lief was. De veelheid aan boeken en vreemde titels als 'Een vrouw volgt het spoor' wekten bij hem geen argwaan. Zelfs toen ze een boek afgaf bij een aardige 'abuela' van lichte zeden, en er op het forum druk werd gespeculeerd wie het boek bij haar zou durven afhalen, ging er geen lichtje bij hem branden. Maar liegen en leedvermaak waren niet echt haar ding, dus ze onthulde al gauw zelf haar grap. Toen was het even stil.
Letterzetter bleef langer lid dan nodig was voor de duur van de list, en ze kreeg al leggend en jagend, de smaak van het lezen te pakken. Ze maakte kennis met werk van Tom Lanoye, Nelleke Noordervliet en John Irving. En ze genoot met volle teugen.
Hoe het afliep met dat stel? Nou ja, dat ging dus, jaren later, alsnog uit elkaar. Zo gaat dat soms. Maar de boeken trof geen blaam, hoor. Sprookje van niks, hè. Geen spinnewiel, geen wolf, geen glazen muiltje ter verhoging van de feestvreugde, en zelfs geen behoorlijke moraal.
Scheiden doet natuurlijk lijden, maar opent ook het jachtseizoen. Op bewegend wild. En soms, soms levert die jacht dan weer een boek op. Een nieuw boek, nota bene. Als cadeautje. Nu schrijf ik zelden over boeken, maar aan dit boek had ik al eens een logje geweid. Zonder er in te hebben gelezen. Terwijl 1 miljoen Nederlanders me al voorgingen. Zal ik het dan toch wagen? Daar gaat ie: bladzijde 280: "We pakken het ritme op... op, neer, op, neer, op, neer ... en weer en weer en het voelt zo...lekker" (...) zwoegende (...) barstens (...) heftig (....) kloppend (....) tuimelend (....) kreten.
Hm. Ja ja. Wat zal ik doen met deze prooi? Ruilen of toch liever loslaten? Er zal vast gretig naar worden gezocht. Mijn eigen ingedutte instinct leefde gister ook even op. Want ik bejaagde een boek. Tussen de wortels in een winkel. En ik vond het!
Nieuwsgierig geworden? Ga ook op jacht! Waar? Nou, op zes december werd er in Amsterdam, bij de bloedbank aan de Plesmanlaan, een boek neergelegd. En fivergirl liet daar eerder al 'De vrouw van de keukengod', los. Ben je meer een type voor Baldacci?, die ligt in Zwolle te wachten op de vuilcontainer aan de Zanzegge. Misschien is ie nog warm van het lezen, want hij werd er vandaag neergelegd. In Groningen ligt in de poststraat 'de Pianoman' van Bernlef op nieuwe lezers te wachten. En ook in België ligt veel fraais. Zo reisde er een boek via Tilburg, Emmen en Castricum naar het station in Turnhout: 'Van aardbei tot zweepje'
Happy hunting! (en de vangst natuurlijk even melden)
De man ging bij nacht en ontij op jacht naar boeken. Want als er een boek werd losgelaten in het wild, ontving hij een 'release alert'; een melding over de plek waar het boek wachtte om bejaagd, gepakt en gelezen te worden. En als hij, of een andere boekenjager, zijn prooi binnen had, meldde hij zijn vondst op het net. Elk lid dat eens het boek in handen had gehad, kon zo volgen welke reis het aflegde. Oudgedienden mopperden op fora soms dat dit hijgerige jagen weinig meer met lezen had te maken. En echt ongelijk hadden zij niet. Wat te denken van een boek dat onderin een zandbak lag begraven of dat zat vastgebonden aan de slagboom van een overweg, zodat alleen bij het langskomen van een trein, onder het oog van tientallen wachtende fietsers, het boek kon worden losgepeuterd? Heeft niks met lezen van doen. Maar daarom niet minder leuk.
De man legde en joeg op boeken. En hij niet alleen. De Groningse scene haalde er zelfs de krant mee. Men opereerde onder schuilnamen, een persoonlijke foto op je profiel was zeldzaam. Ook wie man of vrouw was, bleef vaak onduidelijk. Spannender dan facebook. Tot welke hilarische toestanden dit soms leidde, kan een goed jager teruglezen in de archieven van bookcrossing. Hier beperk ik me tot het boekenstel.
De vrouw kreeg er lucht van dat de uithuizigheid van haar ega niet alleen de jacht op boeken betrof. En ze bedacht -want dat gaat zo in sprookjes- een list. Zij werd, zonder dat hij het wist, zelf lid van de zwerfboekclub. Onder de naam 'Letterzetter'. Nu wil het toeval dat de vrouw toentertijd haar brood verdiende met het begeleiden van langdurig werklozen in een kringloopwinkel. En, net als bij tweedehands kleding het geval was, was ook maar een klein deel het ingebrachte leesvoer geschikt voor wederverkoop. Zo beschikte Letterzetter over honderden doorgedraaide boeken. In de trein naar huis selecteerde ze elke dag zorgvuldig de titels en broedde op haar plan. Ze zou een soort speurtocht voor hem uitzetten, door kwistig te strooien met boeken. Boeken over vrouwen, met wulpse plaatjes op de cover of met vrouwen in de titel. Waar hij dan op zou jagen, gissend wie toch die mysterieuze boekenlegger kon zijn.
Aldus geschiedde. Hij volgde, maar vermoedde niet dat Letterzetter zijn lief was. De veelheid aan boeken en vreemde titels als 'Een vrouw volgt het spoor' wekten bij hem geen argwaan. Zelfs toen ze een boek afgaf bij een aardige 'abuela' van lichte zeden, en er op het forum druk werd gespeculeerd wie het boek bij haar zou durven afhalen, ging er geen lichtje bij hem branden. Maar liegen en leedvermaak waren niet echt haar ding, dus ze onthulde al gauw zelf haar grap. Toen was het even stil.
Letterzetter bleef langer lid dan nodig was voor de duur van de list, en ze kreeg al leggend en jagend, de smaak van het lezen te pakken. Ze maakte kennis met werk van Tom Lanoye, Nelleke Noordervliet en John Irving. En ze genoot met volle teugen.
Hoe het afliep met dat stel? Nou ja, dat ging dus, jaren later, alsnog uit elkaar. Zo gaat dat soms. Maar de boeken trof geen blaam, hoor. Sprookje van niks, hè. Geen spinnewiel, geen wolf, geen glazen muiltje ter verhoging van de feestvreugde, en zelfs geen behoorlijke moraal.
Scheiden doet natuurlijk lijden, maar opent ook het jachtseizoen. Op bewegend wild. En soms, soms levert die jacht dan weer een boek op. Een nieuw boek, nota bene. Als cadeautje. Nu schrijf ik zelden over boeken, maar aan dit boek had ik al eens een logje geweid. Zonder er in te hebben gelezen. Terwijl 1 miljoen Nederlanders me al voorgingen. Zal ik het dan toch wagen? Daar gaat ie: bladzijde 280: "We pakken het ritme op... op, neer, op, neer, op, neer ... en weer en weer en het voelt zo...lekker" (...) zwoegende (...) barstens (...) heftig (....) kloppend (....) tuimelend (....) kreten.
Hm. Ja ja. Wat zal ik doen met deze prooi? Ruilen of toch liever loslaten? Er zal vast gretig naar worden gezocht. Mijn eigen ingedutte instinct leefde gister ook even op. Want ik bejaagde een boek. Tussen de wortels in een winkel. En ik vond het!
Nieuwsgierig geworden? Ga ook op jacht! Waar? Nou, op zes december werd er in Amsterdam, bij de bloedbank aan de Plesmanlaan, een boek neergelegd. En fivergirl liet daar eerder al 'De vrouw van de keukengod', los. Ben je meer een type voor Baldacci?, die ligt in Zwolle te wachten op de vuilcontainer aan de Zanzegge. Misschien is ie nog warm van het lezen, want hij werd er vandaag neergelegd. In Groningen ligt in de poststraat 'de Pianoman' van Bernlef op nieuwe lezers te wachten. En ook in België ligt veel fraais. Zo reisde er een boek via Tilburg, Emmen en Castricum naar het station in Turnhout: 'Van aardbei tot zweepje'
Happy hunting! (en de vangst natuurlijk even melden)
vrijdag 16 november 2012
Paren in het spookhuis
Nee lieve lezer, nu volgt niet alsnog de sappige tekst van de kermisdate van dit voorjaar. Of hoe het vervolg was van de veelbelovende ontmoeting met de schilder. Maar mocht je alsnog nieuwsgierig zijn, lees dan gerust verder.
Sinds twee jaar ben ik gescheiden. Of nou ja, wat heet. Kees (8) vindt dat zijn ouders niet gescheiden zijn, want we waren ook nooit getrouwd. Maar intussen denk ik zelf, dat als je kinderen met iemand op de wereld zet (en ze samen maakt), je ook nooit echt kùnt scheiden. Wat daar verder ook van zij, mijn situatie is, voor wie mij van nabij kent, op zijn minst opmerkelijk (of raar, verwarrend, idioot, mag ook).
Twaalf jaar geleden kochten we een huis. Mijn ex en ik. Of eigenlijk twee huizen. Boven elkaar. Vooruitziende blik? Wellicht. Die huizen, deze huizen, dat was liefde op het eerste gezicht. "Dit huis is zo bizar, hier willen we wonen". Dat zeiden we toen tegen elkaar en, binnen tien minuten, ook tegen de makelaar.
De verkopers, eveneens een stel, hadden het samenvoegen van de panden beperkt tot het maken van een smalle doorgang op de eerste verdieping (inpandige trap was al aanwezig en hoorde bij het benedenhuis. Veel Groningse huizen zijn al raar van zichzelf). Als we onverhoopt uit elkaar zouden gaan, konden we het muurtje tussen de woningen gewoon dichtmetselen. De doorgang kreeg als bijnaam 'het geboortekanaal'. Ik paste er toentertijd net door. Maar dat kwam omdat ik hoogzwanger was. Toen de baby er eenmaal was (die inmiddels een tiener is en zonet meldde dat hij een tattoo wil), en de kraamtranen gedroogd, werd er gesloopt, verbouwd, vergroot en verkleind.
Het huisnummer van de bovenwoning werd opgeheven, althans bij de gemeente. Daar waren toen aantrekkelijke redenen voor. Al was het alleen maar omdat je als modelgezin met twee huizen ofwel één huis onbewoond moet laten, ofwel op papier als alleengaanden door het leven gaat. Maar op zekere dag vonden we elkáár niet meer aantrekkelijk. En ging ik een deurtje verder -ok, hoger- wonen. De emotionele kant van de soap laat ik nu even achterwege, maar het lag voor de hand om het geboortekanaal, of wat daar van over was, niet gelijk dicht te metselen. (hoewel je dat na het baren van drie kinderen best kunt overwegen). Het was per slot wel prettig dat de kinderen voor hun vergeten basketballen, biebboeken of mobieltjes niet steeds eerst hun schoenen en huissleutels nodig hadden. Dat lot zou deze kinderen van scheidouders gespaard blijven. So far, so good.
Maar ik vond het zelf toch prettig als de NS, Kamer van koophandel, woningcorporatie ('U bent niet urgent want u komt niet op straat te staan, er zijn nog honderd wachtenden voor u') of god mag weten welke instantie dan ook, mijn werkelijke woonst als zodanig zou erkennen. Of dat ik bijvoorbeeld weer belasting mocht betalen en de mogelijkheid kreeg om het grofvuil te laten ophalen. Wat nu nog niet kan. Want mijn huis, mijn woning, die bestaat niet:
U kunt op dit adres geen grofvuil aanbieden omdat:
Bij de afdeling ruimtelijke ordening (what's in the name) werken welwillende mensen: "Als het bij het Kadaster nog als twee woningen te boek staat, volstaat een kort briefje waarin u uitlegt wat uw situatie is en kan de woning officieel weer worden gesplitst" (dubbele gas-, water- en lichtmeters waren nooit verwijderd). Maar toen bleken er verscherpte eisen, en regels waaraan de arme ambtenaren zich -het spijt me mevrouw- niet aan konden onttrekken. Er moest tussen de huizen een brandwerende muur komen waarna ik een officieel splitsingverzoek kon indienen. De muur mocht ná de inspectie wel weer worden gesloopt, maar zo waren nu eenmaal de voorschriften.
Het geboortekanaal was niet kindwerend, laat staan dat dat tochtgat een brand kon vertragen. Wat nu te doen? Een andere ambtenaar adviseerde me om gewoon te proberen me te laten inschrijven in mijn spookhuis. Wat ik deed. En wat lukte. Binnen vijf minuten huppelde ik blij weer naar buiten bij de afdeling burgerzaken. Maar na drie dagen werd ik gebeld: "Er is iets ráárs, mevrouw," -Goh, vertel mij wat- "u kunt daar niet wonen, dat huis is opgeheven."
In relaties ben ik niet zo'n kei en in scheiden dus ook al niet. Weliswaar zit er intussen een brandwerende deur in de doorgang. Maar mijn ex heeft nog geen eigen badkamer en doucht nog steeds in de mijne (hoewel ik dat nooit merk, hij heeft een perfect aanpassingsvermogen, als het hier spookt, spookt hij gewoon mee. In die zin is hij een voorbeeldig echtgenoot). Maar het blijft niet bij het huis alleen (waar intussen ook de oudste zoon zich weer heeft gevestigd. Nóg een spook erbij). We delen ook nog een auto en zelfs een wasmachine. En dat laatste, zo blijkt, heeft in de afgelopen jaren tientallen nieuwe scheidingen opgeleverd. Dus heb ik me dit weekend, als ervaringsdeskundig mediator, in de strijd gegooid. Door het paren van de door de wasmachine van elkaar verwijderde sokken. Wat resulteerde in maar liefst zestien met elkaar verzoende stelletjes! Uiteraard bleven er ook een hoop eenlingen over. Wat de vraag opwierp wat dáár nu weer mee te doen. Maar dat paren werkte inspirerend en bracht me op goede ideeën.
Ten eerste nodigde ik vanavond mijn ex uit om te komen eten. Het lam was mals, de soep was lekker en de sfeer was goed. Toen we aan de koffie met koekjes zaten, daagde Frans (21) zijn broertje Leo (11) uit voor een potje push-ups.
Ten tweede belde ik maar weer eens de gemeente. Op vrijdagmiddag tegen vijven. En je houdt het niet voor mogelijk, maar volgende week komen ze inspecteren of mijn huis ontspookt kan worden.
Als ik dan eindelijk officieel op mezelf kan wonen, ga ik het samen vieren.
Sinds twee jaar ben ik gescheiden. Of nou ja, wat heet. Kees (8) vindt dat zijn ouders niet gescheiden zijn, want we waren ook nooit getrouwd. Maar intussen denk ik zelf, dat als je kinderen met iemand op de wereld zet (en ze samen maakt), je ook nooit echt kùnt scheiden. Wat daar verder ook van zij, mijn situatie is, voor wie mij van nabij kent, op zijn minst opmerkelijk (of raar, verwarrend, idioot, mag ook).
Twaalf jaar geleden kochten we een huis. Mijn ex en ik. Of eigenlijk twee huizen. Boven elkaar. Vooruitziende blik? Wellicht. Die huizen, deze huizen, dat was liefde op het eerste gezicht. "Dit huis is zo bizar, hier willen we wonen". Dat zeiden we toen tegen elkaar en, binnen tien minuten, ook tegen de makelaar.
De verkopers, eveneens een stel, hadden het samenvoegen van de panden beperkt tot het maken van een smalle doorgang op de eerste verdieping (inpandige trap was al aanwezig en hoorde bij het benedenhuis. Veel Groningse huizen zijn al raar van zichzelf). Als we onverhoopt uit elkaar zouden gaan, konden we het muurtje tussen de woningen gewoon dichtmetselen. De doorgang kreeg als bijnaam 'het geboortekanaal'. Ik paste er toentertijd net door. Maar dat kwam omdat ik hoogzwanger was. Toen de baby er eenmaal was (die inmiddels een tiener is en zonet meldde dat hij een tattoo wil), en de kraamtranen gedroogd, werd er gesloopt, verbouwd, vergroot en verkleind.
Het huisnummer van de bovenwoning werd opgeheven, althans bij de gemeente. Daar waren toen aantrekkelijke redenen voor. Al was het alleen maar omdat je als modelgezin met twee huizen ofwel één huis onbewoond moet laten, ofwel op papier als alleengaanden door het leven gaat. Maar op zekere dag vonden we elkáár niet meer aantrekkelijk. En ging ik een deurtje verder -ok, hoger- wonen. De emotionele kant van de soap laat ik nu even achterwege, maar het lag voor de hand om het geboortekanaal, of wat daar van over was, niet gelijk dicht te metselen. (hoewel je dat na het baren van drie kinderen best kunt overwegen). Het was per slot wel prettig dat de kinderen voor hun vergeten basketballen, biebboeken of mobieltjes niet steeds eerst hun schoenen en huissleutels nodig hadden. Dat lot zou deze kinderen van scheidouders gespaard blijven. So far, so good.
Maar ik vond het zelf toch prettig als de NS, Kamer van koophandel, woningcorporatie ('U bent niet urgent want u komt niet op straat te staan, er zijn nog honderd wachtenden voor u') of god mag weten welke instantie dan ook, mijn werkelijke woonst als zodanig zou erkennen. Of dat ik bijvoorbeeld weer belasting mocht betalen en de mogelijkheid kreeg om het grofvuil te laten ophalen. Wat nu nog niet kan. Want mijn huis, mijn woning, die bestaat niet:
U kunt op dit adres geen grofvuil aanbieden omdat:
- Dit adres geen woning is
Bij de afdeling ruimtelijke ordening (what's in the name) werken welwillende mensen: "Als het bij het Kadaster nog als twee woningen te boek staat, volstaat een kort briefje waarin u uitlegt wat uw situatie is en kan de woning officieel weer worden gesplitst" (dubbele gas-, water- en lichtmeters waren nooit verwijderd). Maar toen bleken er verscherpte eisen, en regels waaraan de arme ambtenaren zich -het spijt me mevrouw- niet aan konden onttrekken. Er moest tussen de huizen een brandwerende muur komen waarna ik een officieel splitsingverzoek kon indienen. De muur mocht ná de inspectie wel weer worden gesloopt, maar zo waren nu eenmaal de voorschriften.
Het geboortekanaal was niet kindwerend, laat staan dat dat tochtgat een brand kon vertragen. Wat nu te doen? Een andere ambtenaar adviseerde me om gewoon te proberen me te laten inschrijven in mijn spookhuis. Wat ik deed. En wat lukte. Binnen vijf minuten huppelde ik blij weer naar buiten bij de afdeling burgerzaken. Maar na drie dagen werd ik gebeld: "Er is iets ráárs, mevrouw," -Goh, vertel mij wat- "u kunt daar niet wonen, dat huis is opgeheven."
In relaties ben ik niet zo'n kei en in scheiden dus ook al niet. Weliswaar zit er intussen een brandwerende deur in de doorgang. Maar mijn ex heeft nog geen eigen badkamer en doucht nog steeds in de mijne (hoewel ik dat nooit merk, hij heeft een perfect aanpassingsvermogen, als het hier spookt, spookt hij gewoon mee. In die zin is hij een voorbeeldig echtgenoot). Maar het blijft niet bij het huis alleen (waar intussen ook de oudste zoon zich weer heeft gevestigd. Nóg een spook erbij). We delen ook nog een auto en zelfs een wasmachine. En dat laatste, zo blijkt, heeft in de afgelopen jaren tientallen nieuwe scheidingen opgeleverd. Dus heb ik me dit weekend, als ervaringsdeskundig mediator, in de strijd gegooid. Door het paren van de door de wasmachine van elkaar verwijderde sokken. Wat resulteerde in maar liefst zestien met elkaar verzoende stelletjes! Uiteraard bleven er ook een hoop eenlingen over. Wat de vraag opwierp wat dáár nu weer mee te doen. Maar dat paren werkte inspirerend en bracht me op goede ideeën.
Ten eerste nodigde ik vanavond mijn ex uit om te komen eten. Het lam was mals, de soep was lekker en de sfeer was goed. Toen we aan de koffie met koekjes zaten, daagde Frans (21) zijn broertje Leo (11) uit voor een potje push-ups.
Ten tweede belde ik maar weer eens de gemeente. Op vrijdagmiddag tegen vijven. En je houdt het niet voor mogelijk, maar volgende week komen ze inspecteren of mijn huis ontspookt kan worden.
Als ik dan eindelijk officieel op mezelf kan wonen, ga ik het samen vieren.
maandag 29 oktober 2012
Followweek
Het is zo ver. Ik heb er één!
Na vijftienduizend views, verdeeld over driehonderd logjes, -waarvan een derde deel niet -meer- meetelt, want die plukte ik weer van het web of ze haalden publicatie al bij voorbaat niet en slijten hun dagen nu als 'concept'- Goed, maar na vijf jaar is het dus zover: Ik hèb er één.
Een vent? een huis? een baan? een klus? Nee, lieve lezers, ik heb een heuse vólger. Of eigenlijk past de term 'volgster' hier beter.
Bijna vreesde ik dat de gadgets onderaan dit blog daar slechts waren ter versiering van mijn eigen hersenspinsels. Of bij wijze van smeekbede: "Lees mee, a.u.b." Want het doet natuurlijk deugd om gelezen te worden. Of, nog beter, daar waardering voor te krijgen. Maar, om heel eerlijk te zijn, erg hard loop ik niet voor meer lezers. En naast de virtuele conceptenmap, liggen er nog honderden logjes in de keukenla, in ordners, onder het bed, achterin agenda's en zelfs op visitekaartjes en kranten. Die geen hond ooit leest. Verhalen die zijn verjaard, vergeeld of zo haastig zijn neergepend, dat ik er soms zelf ook geen chocola meer van kan maken. Maar het schrijven kan ik gewoonweg niet laten. I'm addicted.
Desalniettemin.
Ik wordt gevolgd.
En dat voelt goed.
Welkom Rianne!
En dan werk: vorige week deed ik mijn laatste buitenklus van dit jaar. Op ongeveer acht meter hoogte. De warmste oktoberdag ooit gemeten was voorbij en de temperatuur zou nog harder kelderen dan de koersen. Maar met flink wat warme kleren aan, kon het nog nèt lukken, voordat de natte grijze herfst er was.
Ik bleek niet de enige eigenwijze schilder die dat dacht. Want tegenover mij, tussen het gele gebladerte, hoorde ik nog iemand schuren, blazen en....... zachtjes fluiten. Geen bouwvakkersfluitje, geen hoogdravende vibrerend vogelgezang, maar een refrein. Zo'n 'oorwurm' die op de radio wordt grijsgedraaid en die je tòch niet kunt plaatsen. Maar nu, een paar dagen later, schiet me er een woord te binnen: follow.
Na-na-nanana...follow.....na-na-nanana follow.......
Yes, hebbes!
En kijk eens hoe fijn. Het www leidt me in no-time naar de video, de track en zelfs de naam van de Antwerpse band die het coverde. Ook de songtekst kan ik vinden en zo nodig door een vertaalprogramma jassen.
Ter vermijding van opborrelende 'draaiduizeligheid'. (klinkt mooier dan 'hoogtevrees', nietwaar?), keek ik zo weinig om me heen of onder me. Dus veel heb ik niet genoten van de laaghangende zon die op de bijna kale bomen scheen. Ook wist ik zo niet wie het nummer van de -zo weet ik nu- Zweedse Lykke stond te neuriën.
Donderdag was de klus klaar. Met grote zoon Frans en twee van zijn vrienden, brak ik de steiger af. De balkonfluiter was niet meer daar. Hij zou een dag later de laatste laag lak er op smeren. Maar dat viel hem, bij een buitentemperatuur van twee graden, vast niet mee. Ik had met hem te doen.
Het is intussen maandag. Op deze druilerige middag, lurk ik in een stadscafé aan een overheerlijke warme chocolademelk met slagroom. Naast me zit een schilder aan de koffie. Wie nu ook al weer wie volgde weet ik niet meer zo goed. Maar het was een gezellige middag. En wie weet volgen er meer.
Na vijftienduizend views, verdeeld over driehonderd logjes, -waarvan een derde deel niet -meer- meetelt, want die plukte ik weer van het web of ze haalden publicatie al bij voorbaat niet en slijten hun dagen nu als 'concept'- Goed, maar na vijf jaar is het dus zover: Ik hèb er één.
Een vent? een huis? een baan? een klus? Nee, lieve lezers, ik heb een heuse vólger. Of eigenlijk past de term 'volgster' hier beter.
Bijna vreesde ik dat de gadgets onderaan dit blog daar slechts waren ter versiering van mijn eigen hersenspinsels. Of bij wijze van smeekbede: "Lees mee, a.u.b." Want het doet natuurlijk deugd om gelezen te worden. Of, nog beter, daar waardering voor te krijgen. Maar, om heel eerlijk te zijn, erg hard loop ik niet voor meer lezers. En naast de virtuele conceptenmap, liggen er nog honderden logjes in de keukenla, in ordners, onder het bed, achterin agenda's en zelfs op visitekaartjes en kranten. Die geen hond ooit leest. Verhalen die zijn verjaard, vergeeld of zo haastig zijn neergepend, dat ik er soms zelf ook geen chocola meer van kan maken. Maar het schrijven kan ik gewoonweg niet laten. I'm addicted.
Desalniettemin.
Ik wordt gevolgd.
En dat voelt goed.
Welkom Rianne!
En dan werk: vorige week deed ik mijn laatste buitenklus van dit jaar. Op ongeveer acht meter hoogte. De warmste oktoberdag ooit gemeten was voorbij en de temperatuur zou nog harder kelderen dan de koersen. Maar met flink wat warme kleren aan, kon het nog nèt lukken, voordat de natte grijze herfst er was.
Ik bleek niet de enige eigenwijze schilder die dat dacht. Want tegenover mij, tussen het gele gebladerte, hoorde ik nog iemand schuren, blazen en....... zachtjes fluiten. Geen bouwvakkersfluitje, geen hoogdravende vibrerend vogelgezang, maar een refrein. Zo'n 'oorwurm' die op de radio wordt grijsgedraaid en die je tòch niet kunt plaatsen. Maar nu, een paar dagen later, schiet me er een woord te binnen: follow.
Na-na-nanana...follow.....na-na-nanana follow.......
Yes, hebbes!
En kijk eens hoe fijn. Het www leidt me in no-time naar de video, de track en zelfs de naam van de Antwerpse band die het coverde. Ook de songtekst kan ik vinden en zo nodig door een vertaalprogramma jassen.
Ter vermijding van opborrelende 'draaiduizeligheid'. (klinkt mooier dan 'hoogtevrees', nietwaar?), keek ik zo weinig om me heen of onder me. Dus veel heb ik niet genoten van de laaghangende zon die op de bijna kale bomen scheen. Ook wist ik zo niet wie het nummer van de -zo weet ik nu- Zweedse Lykke stond te neuriën.
Donderdag was de klus klaar. Met grote zoon Frans en twee van zijn vrienden, brak ik de steiger af. De balkonfluiter was niet meer daar. Hij zou een dag later de laatste laag lak er op smeren. Maar dat viel hem, bij een buitentemperatuur van twee graden, vast niet mee. Ik had met hem te doen.
Het is intussen maandag. Op deze druilerige middag, lurk ik in een stadscafé aan een overheerlijke warme chocolademelk met slagroom. Naast me zit een schilder aan de koffie. Wie nu ook al weer wie volgde weet ik niet meer zo goed. Maar het was een gezellige middag. En wie weet volgen er meer.
Labels:
eten,
Groningen,
man-vrouw,
relatie,
schilderen,
statistieken,
uit,
werk
dinsdag 18 september 2012
Zestien centimeter
Nog steeds weet ik er de weg niet. Maar ik zocht kattenbrokjes. Voor kleine katjes. Goedkoper dan die van de dierenwinkel. Waar ik sowieso niet meer naar binnen durf, omdat de winkelman me daar vorige keer vijftig euri afhandig maakte door mijn schattige poezebeestjes allerlei engs aan te praten.
"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst. Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.
Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.
Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.
"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek. "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.
Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)
Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.
"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst. Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.
Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.
Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.
"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek. "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.
Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)
Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.
donderdag 6 september 2012
12345
Het had me zo leuk geleken om dat te zien.
Net als in de auto, wanneer de teller langzaam naar een rond getal kruipt.
Wat zei ik daar?
'kruipen'?
Geen kilometer- of gasmeter die dat nog doet, mens! Niks geen knus draaiende wieltjes meer met cijfers, maar stille steriele displays. Net als op dit blog, met de bezoekersstatistieken. Want dat was het waar ik het had willen zien. Dat getallentrappetje.
Vanmorgen zag ik dat het vandaag ging gebeuren. Maar op het moment suprême was ik er niet.
Hoewel dat natuurlijk ook best archaïsch klinkt. 'Er zijn'. Alsof dit blog een dagboekje onder mijn kussen is. Waar ik naar toe zou moeten om het te kunnen zien, voelen of ruiken.
Maar toch zag ik het niet. Want nu staat er: 12367. En dat ziet er toch veel minder strak uit. 'Eéntweedriezeszeven'. Dat bekt als Berend Botje op de Paralympics.
Daar waren we trouwens vorige week even. Nee, niet in Londen, maar in Zuidlaren. En we zouden misschien ook wel naar Londen kunnen. Want ik schuifelde met Leo door het zand om megaletters te maken en intussen probeerden we te ontsnappen aan de vele agressieve wespen. Best vermoeiend. Zou zo een Olympische sport kunnen worden. Beach biathlon.
Je leest het goed, ik ben niet zo van de sport. Maar als je net die dag kwam aanvliegen op Eelde, kon je vanuit de lucht, op het strand van het Zuidlaarder Meer 'HOI, HOE GAAT HET?, lezen. Ik werd trouwens toch gestoken. Ook dat schijnen sportende gehandicapten te doen. Prikken ze even in hun ballen voordat ze moeten presteren. Om de bloeddruk te verhogen. Het heeft ook een naam. Maar die vergat ik. Wel onthield ik dat het niet mag en dat controle lastig is.
Gewoonlijk mag ik van Leo nog geen mier doodtrappen, maar nu schudde hij met duivels genoegen het lege pak sap heen en weer waarin ik drie wespen had gevangen. Om ze vervolgens in de hitte te laten stikken. En nu we het toch over beesten hebben: Gisteravond struinde ik de hele buurt af om Anna terug te vinden. Zoals één van de katjes heet die ik, zoals ik me voor de vakantie had voorgenomen, in huis heb gehaald. Ik sloop door stegen, tuinen en loerde onder geparkeerde auto's. Ik riep en vroeg aan Tjechische en Engelse passanten of ze Anna hadden gezien. Nou ja, dit is ook al niet spannend meer. Op naar de ontknoping dan maar:
Het buurmeisje trok de la onder Kees bed open en greep vol in de stront: 'Raak'! Anna zat er achter.
Ik snap nu ook waarom hetzelfde buurmeisje even tevoren mijn vieze kleren uit de machine trok en mij op het hart drukte om altijd de was na te kijken voordat ik het deurtje dichtdeed. Beter een wesp in een pak dan een kat in de was. Hoewel sommige mensen zelfs hun kind in de kliko doen. (=leuke link, niks lugubers)
maandag 14 november 2011
Wonderbra's, Alzheimer en een aardbeving.
Ik blijf op de internationale tour. Dit keer geen Griekenland of Italië. Vrijdag belandde ik in Spaanstalige sferen. Of eigenlijk Caraïbische. Ik ga nèt genoeg uit om nog een paar danspasjes te kunnen onthouden maar weinig genoeg om de heren mijn gezicht te laten doen vergeten. Zodat ze mij wèl ten dans vragen maar er vervolgens achter komen, na één nummer, dat de dame in kwestie misschien best maat kan houden, maar dat daarmee ook zo'n beetje alles is gezegd. Nou vooruit dan, laat ik me niet hullen in valse bescheidenheid. Ik hèb lekker gedanst. En daar ging het mij tenslotte om.
De day after the night before word ik wakker in een vreemd huis. Dat mij inmiddels toch wel zó bekend is, dat ik er zowaar een aantal tv-zenders kan decoderen. Op de meeste kanalen wordt slechts een diarree aan reclameboodschappen uitgezonden. Wonderbra's, afslankmiddeltjes en dat soort stuff. Als er zendtijd voor is, zijn er kennelijk kopers. Ik vraag me af wie dat zouden kunnen zijn. Vooruit, de economie moet draaien. Ze doen maar.
Op een meer gerenommeerde zender worden een paar in Nederland woonachtige Italianen van stal gehaald. Op de vraag of ze zich schamen voor hetgeen zich voordoet ik 'hun' land, blijven ze het antwoord schuldig. Italianen houden wellicht van mannen met macht. Of die dat uitstralen. Dat zal het zijn. Als intermezzo is er een Griekse komediante. Die verkondigt terug te verlangen naar de tijd dat ze vragen kreeg over tzaziki. Hoe dat te maken. "Zie ik er uit alsof ik verstand heb van economie?' zegt Tula tot haar publiek.
De zenders zijn ontelbaar. Als ik ben aanbeland bij Irib2*, waar ik de voertaal niet van beheers, zit er intussen een simultaan vertaler naast me op de bank. "Jammer dat je het niet verstaat", zegt hij. Om dit gelijk weer terug te nemen, want eigenlijk schaamt hij zich kapot voor hetgeen op deze serieuze zender worden uitgezonden. Ik zie een interviewer in hip groen overhemd, die vragen voorlegt aan een hooggeplaatste geestelijke. Vragen die kijkers per mail hebben gesteld.
Het gaat niet over de resultaten van een vermageringskuur of hoe een pushup-bh je buste kan opkrikken. Maar voordat ik het meest bizarre antwoord hier opteken, ga ik terug naar de filmhuishit van 2011 'A separation' (Nog niet gezien? Doen!). Een prachtig psychologisch drama over een gebroken gezin in het Iran van nu. Het gaat vooral over wat scheiden met een kind (en ouders) doet, over (mis-) communicatie tussen mensen en tenslotte ook over Alzheimer en de zorgen die de zorg voor wie die dit heeft, met zich mee brengt. In de film wordt deze zorg toevertrouwd aan een arme, erg vrome hulp. Als deze vrouw per telefoon aan een geestelijke vraagt of ze de beplaste broek van de oude man wel mag verschonen, of dit niet als haram (onrein) wordt gezien, hoor je het bioscooppubliek gniffelen. Van ongeloof (hoewel ik me ook afvraag of één van de kijkers ooit, voor een hongerloontje, de piemel van een oude, hen onbekende man heeft gewassen). Ok, het publiek gniffelt en denkt 'Arme vrouw' of 'Wat een land' of 'Goede film'. Maar, en nu komt het, wat er in het hier en nu, in het èchte leven aan geestelijken wordt voorgelegd is vele malen gekker, absurder. En dat is geen film, dat is ècht. Of althans, de kijker moet geloven dat het echt is. Net als de wonder-bra. 't Is maar wat je gelooft.
Tegenover de hippe groene interviewer zit een godgeleerde in lang gewaad met witte tulband. Zijn voorhoofd is mooi donker gekleurd. Een teken van devotie. Het bewijst dat de man vol overtuiging bidt. Om de uiterlijke kenmerken van het geloof nog wat op te krikken, schijnen sommigen zich ook met een hard stuk touw of hete steen over het voorhoofd te wrijven, teneinde een dikke donkere eeltbult te kweken die parmantig onder de tulband uitsteekt (een ieder kweekt een grotere cupmaat op eigen wijze). Goed, de man in de jurk (de witjas in de afslankreclame) met bruine knobbel op het kale voorhoofd beantwoordt een kijkersvraag:
"Het kind dat wordt verwekt als je bij een aardbeving per ongeluk op de onder gelegen verdieping belandt, waar je tante woont, waar je dan geheel toevallig bovenop valt, dat is welkom." Het kind is niet vervloekt, verdoemd of hoe dat ook maar heet.
Huh, pardon? Dus als je huis instort is het eerste waar je aan denkt een vrouw penetreren? Ongeacht haar status of verwondingen, om daar een kind bij te verwekken en je vervolgens af te vragen of dit kind welkom is? De vraag of de vrouw in die omstandigheid überhaupt trek heeft in een potje vrijen, of een verkrachting, met/door haar neef nog wel, komt niet ter sprake. Hoe kòm je erop? Of, wat moet een mens verzìnnen om een 'ongelukje' goed te praten. Of, hoe peper je de kijker in dat alleen mannen, mensen zijn.
God spaar me. Ik ben blij dat ik geen Farsi versta en ook ben ik blij om te lezen dat het in 2010 voorgenomen bezoek aan Nederland door vertegenwoordigers van deze zender, vanwege enorm protest is afgeblazen. De delegatie zou in gesprek gaan met de heer Jan de Jong, directeur van NOS en de heer Henk Hagroot, directeur van NPO. Voor het geval de lezer denkt dat de tulband met het vrijpleiten van dit incestueuze aardebevingskind iets progressiefs heeft gezegd; op dezelfde zender propageert men ook dat een goede, gelovige vrouw zich bìnnen haar familie zou moeten bedekken. Voor de veiligheid (tja, je kunt per slot van rekening nooit weten wie er door je plafond naar beneden komt).
Ik drink hete Iraanse thee met saffraan. Na een heerlijk ontbijtje met Arabisch brood, Griekse yoghurt, walnoten uit Californië en Hollandse honing ga ik de deur uit. Ik mag de handschoenen van mijn vertaler lenen. Ze zijn niet zwart. Tussen mijn muts en mijn sjaal zijn alleen nog mijn ogen nog te zien. Het is helder en koud. De eerste rijp van dit najaar schittert in de zon.
Wat ben ik blij dat ik hier ben.
Dat ik kan zijn wie ik ben.
Een gescheiden ongelovige met hangtieten.
Morgen ga ik weer dansen.
* Het hoofd van IRIB wordt door de Opperste Leider van de Islamitische Republiek van Iran benoemd die de grootste hand heeft in het gewelddadig neerslaan van de Iraanse emancipatoire beweging. IRIB is naast de veiligheidsdienst en de Revolutionaire Garde een van de belangrijkste pilaren van het dogmatische regime in Iran, die belast is met het voeren van propaganda. IRIB heeft als staatsomroep het exclusieve recht om Tv-beelden uit te zenden. Maar niet alleen zijn alle beelden eenzijdig geselecteerd, IRIB richt zich specifiek op beeldvorming in het voordeel van het staatsapparaat, al is dat door mede opzetten van schrikwekkende show trials.
bron: http://iranpy.net/articles/796
De day after the night before word ik wakker in een vreemd huis. Dat mij inmiddels toch wel zó bekend is, dat ik er zowaar een aantal tv-zenders kan decoderen. Op de meeste kanalen wordt slechts een diarree aan reclameboodschappen uitgezonden. Wonderbra's, afslankmiddeltjes en dat soort stuff. Als er zendtijd voor is, zijn er kennelijk kopers. Ik vraag me af wie dat zouden kunnen zijn. Vooruit, de economie moet draaien. Ze doen maar.
Op een meer gerenommeerde zender worden een paar in Nederland woonachtige Italianen van stal gehaald. Op de vraag of ze zich schamen voor hetgeen zich voordoet ik 'hun' land, blijven ze het antwoord schuldig. Italianen houden wellicht van mannen met macht. Of die dat uitstralen. Dat zal het zijn. Als intermezzo is er een Griekse komediante. Die verkondigt terug te verlangen naar de tijd dat ze vragen kreeg over tzaziki. Hoe dat te maken. "Zie ik er uit alsof ik verstand heb van economie?' zegt Tula tot haar publiek.
De zenders zijn ontelbaar. Als ik ben aanbeland bij Irib2*, waar ik de voertaal niet van beheers, zit er intussen een simultaan vertaler naast me op de bank. "Jammer dat je het niet verstaat", zegt hij. Om dit gelijk weer terug te nemen, want eigenlijk schaamt hij zich kapot voor hetgeen op deze serieuze zender worden uitgezonden. Ik zie een interviewer in hip groen overhemd, die vragen voorlegt aan een hooggeplaatste geestelijke. Vragen die kijkers per mail hebben gesteld.
Het gaat niet over de resultaten van een vermageringskuur of hoe een pushup-bh je buste kan opkrikken. Maar voordat ik het meest bizarre antwoord hier opteken, ga ik terug naar de filmhuishit van 2011 'A separation' (Nog niet gezien? Doen!). Een prachtig psychologisch drama over een gebroken gezin in het Iran van nu. Het gaat vooral over wat scheiden met een kind (en ouders) doet, over (mis-) communicatie tussen mensen en tenslotte ook over Alzheimer en de zorgen die de zorg voor wie die dit heeft, met zich mee brengt. In de film wordt deze zorg toevertrouwd aan een arme, erg vrome hulp. Als deze vrouw per telefoon aan een geestelijke vraagt of ze de beplaste broek van de oude man wel mag verschonen, of dit niet als haram (onrein) wordt gezien, hoor je het bioscooppubliek gniffelen. Van ongeloof (hoewel ik me ook afvraag of één van de kijkers ooit, voor een hongerloontje, de piemel van een oude, hen onbekende man heeft gewassen). Ok, het publiek gniffelt en denkt 'Arme vrouw' of 'Wat een land' of 'Goede film'. Maar, en nu komt het, wat er in het hier en nu, in het èchte leven aan geestelijken wordt voorgelegd is vele malen gekker, absurder. En dat is geen film, dat is ècht. Of althans, de kijker moet geloven dat het echt is. Net als de wonder-bra. 't Is maar wat je gelooft.
Tegenover de hippe groene interviewer zit een godgeleerde in lang gewaad met witte tulband. Zijn voorhoofd is mooi donker gekleurd. Een teken van devotie. Het bewijst dat de man vol overtuiging bidt. Om de uiterlijke kenmerken van het geloof nog wat op te krikken, schijnen sommigen zich ook met een hard stuk touw of hete steen over het voorhoofd te wrijven, teneinde een dikke donkere eeltbult te kweken die parmantig onder de tulband uitsteekt (een ieder kweekt een grotere cupmaat op eigen wijze). Goed, de man in de jurk (de witjas in de afslankreclame) met bruine knobbel op het kale voorhoofd beantwoordt een kijkersvraag:
"Het kind dat wordt verwekt als je bij een aardbeving per ongeluk op de onder gelegen verdieping belandt, waar je tante woont, waar je dan geheel toevallig bovenop valt, dat is welkom." Het kind is niet vervloekt, verdoemd of hoe dat ook maar heet.
Huh, pardon? Dus als je huis instort is het eerste waar je aan denkt een vrouw penetreren? Ongeacht haar status of verwondingen, om daar een kind bij te verwekken en je vervolgens af te vragen of dit kind welkom is? De vraag of de vrouw in die omstandigheid überhaupt trek heeft in een potje vrijen, of een verkrachting, met/door haar neef nog wel, komt niet ter sprake. Hoe kòm je erop? Of, wat moet een mens verzìnnen om een 'ongelukje' goed te praten. Of, hoe peper je de kijker in dat alleen mannen, mensen zijn.
God spaar me. Ik ben blij dat ik geen Farsi versta en ook ben ik blij om te lezen dat het in 2010 voorgenomen bezoek aan Nederland door vertegenwoordigers van deze zender, vanwege enorm protest is afgeblazen. De delegatie zou in gesprek gaan met de heer Jan de Jong, directeur van NOS en de heer Henk Hagroot, directeur van NPO. Voor het geval de lezer denkt dat de tulband met het vrijpleiten van dit incestueuze aardebevingskind iets progressiefs heeft gezegd; op dezelfde zender propageert men ook dat een goede, gelovige vrouw zich bìnnen haar familie zou moeten bedekken. Voor de veiligheid (tja, je kunt per slot van rekening nooit weten wie er door je plafond naar beneden komt).
Ik drink hete Iraanse thee met saffraan. Na een heerlijk ontbijtje met Arabisch brood, Griekse yoghurt, walnoten uit Californië en Hollandse honing ga ik de deur uit. Ik mag de handschoenen van mijn vertaler lenen. Ze zijn niet zwart. Tussen mijn muts en mijn sjaal zijn alleen nog mijn ogen nog te zien. Het is helder en koud. De eerste rijp van dit najaar schittert in de zon.
Wat ben ik blij dat ik hier ben.
Dat ik kan zijn wie ik ben.
Een gescheiden ongelovige met hangtieten.
Morgen ga ik weer dansen.
* Het hoofd van IRIB wordt door de Opperste Leider van de Islamitische Republiek van Iran benoemd die de grootste hand heeft in het gewelddadig neerslaan van de Iraanse emancipatoire beweging. IRIB is naast de veiligheidsdienst en de Revolutionaire Garde een van de belangrijkste pilaren van het dogmatische regime in Iran, die belast is met het voeren van propaganda. IRIB heeft als staatsomroep het exclusieve recht om Tv-beelden uit te zenden. Maar niet alleen zijn alle beelden eenzijdig geselecteerd, IRIB richt zich specifiek op beeldvorming in het voordeel van het staatsapparaat, al is dat door mede opzetten van schrikwekkende show trials.
bron: http://iranpy.net/articles/796
woensdag 26 oktober 2011
Eikel
Laat ik er van uitgaan dat het een vent is. Want hoewel mannen beter bedreven zijn in het zich slachtoffer voelen, -dan de ander sekse- vind ik 'man' toch te veel eer voor de afzender van de mail ik onlangs kreeg.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.
Watskeburt?
Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti
Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet
Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).
Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!
Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?
Eikel.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.
Watskeburt?
Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti
Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet
Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).
Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!
Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?
Eikel.
Labels:
'de ander',
beeld,
blog,
Dalla,
dansen,
jagen,
Lucio Dalla,
man,
man-vrouw,
relatie,
schrijven,
seks,
taal,
uit,
uitspraken,
vrouwen
maandag 17 oktober 2011
Man, ik ruik je!
Het ligt niet aan mijn geslaagde stoppoging. Met/van roken bedoel ik dus. Want eerder had ik ook al een uitermate goed reukvermogen. Misschien dat ook zintuiglijke vermogens relatief zijn. Dus nu ik een bril heb aangeschaft en mezelf steeds vaker "Ik versta je niet", tegen mijn kinderen hoor zeggen, valt het extra op dat mijn neus kennelijk nog goed doet waar ie voor bedoeld is.
Gelukkig is het niet zo erg als in 'Das Parfum', waar Jean-Baptiste Grenouille de geuren op de Ponte Veccchio te Firenze al van een kilometer ver kon ruiken. Ik las dat boek op de Havo, toen het net uit was, in het kader van een zogenaamd 'afrondingprogramma'. Een slimme manier om leerlingen die het vak Duits zouden laten vallen, toch nog wat ervaring met die taal te laten opdoen. Duizend bladzijden moest je als 'afvallige' lezen. Mijn toenmalige lerares, Wiecky heette ze (waarom onthoudt men namen uit een ver verleden wèl en vergeet men die van dierbaren. Toch maar 's een ander boek van mijn wishlist er op naslaan. Dat boek met die lange titel van Douwe Draaisma. Quote: "De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil."
Wow, mooie beeldspraak.)
Goed, die Wiecky dus, die had het dus níet gelezen. Das Parfum. Ik kon er van alles van maken. Wat de schrijver bedoelde en zo. Zij slikte het. En ik was óver. Geloof ik. Niet dat ik daar wat mee deed, want ik hield school al gauw voor gezien. Was met mijn hoofd ergens anders. Bij de natuurkundeles wist ik van de video over Gallileo Gallilei (ai ai ai, ik wilde hier bijna 'Goethe' schrijven. Heb mezelf als vroegtijdig schoolverlater toch een lelijk gat in mijn algemene ontwikkeling bezorgd. Interpunctie gaat me ook al zo slecht af. Of die hond is gewoon verkeerd gaan liggen.) goed, ik wist over die film dus alleen te vertellen hoe mooi dat Toscaanse landschap toch was. De docent nam daar geen genoegen mee. Wat op zich weinig zei, want de docent in kwestie had zelf óók meer oog voor het vrouwelijk (piep) jongvolk dat in zijn lokaal zat (jazeker, ook zíjn naam ken ik nog), dan voor de lesstof.
Maar ik ruik dus goed. Ik ruik het als mijn buurmeisje is langs geweest, ik ruik het als de theedoeken te drogen hangen over de radiator, ik ruik de paardenmest die wordt uitgespreid in de volkstuintjes, als er buiten op de stoep wordt gerookt, wat de buren eten, ik ruik de mond van mijn danspartner, de verse krant, de gewassen haren van mijn kinderen, thee die net is gezet. Ik ruik de rotte aardappel, ergens onderin de zak van de supermarkt, ik ruik gevallen populierenbladeren die op straat liggen, in het bos ruik ik in de herfst porcini (éékhoorntjesbrood, wie verzint zo'n belachelijk lange naam voor een pàddestoel! Rare taal. Nederlands) en ik ruik het ook als de herfst begint in Groningen. Suikerbieten. Want hoewel de suikerfabriek hier ter stede onlangs is afgebroken, draait die in het nabijgelegen Hoogkerk nog op volle toeren. Even de afstand opzoeken. Dat is zes kilometer hier vandaan! Ok, laten het er hemelsbreed drie zijn. Maar dan nog. Ik doop mezelf hierbij Lehti Grenouille. Zonder criminele ambities. Ik lees nu trouwens net in een samenvatting van 'Das Parfum', dat inmiddels vertaald in mijn kast staat, dat Firenze er niet in voorkomt. Het betrof geen ponte maar een pont. Over de Seine. Niks geen Arno. De naam Grenouille zegt natuurlijk al genoeg. Ach ja, maar dat Italië zat kennelijk toen al in mijn poriën. Korte tijd later woonde ik er zelf. De vergelijking met Grenouille gaat gelukkig op meerdere vlakken mank. Want hij is geurloos. En ik kan soms flink stinken.
Waarom ik hierover begin? Omdat, toen ik gister naar bed zou, en ik naar beneden ging om de thermostaat laag te draaien en de ontbijttafel te dekken....
toen rook ik iets.
Een man.
Ja, ik rook een mannengeur. Onmiskenbaar. Maar waar kwam het vandaan? Er stond geen vrijer in het portiek bij mijn buurmeisje, er hing geen vergeten jas van mijn minnaar of mijn oudste zoon aan de kapstok (beide strooien kwistig met geurtjes)....
Als een loops hondje liep ik door de keuken en kamer, trap op en trap af. Mijn neus achterna. En dan komt nu de vraag; hoe eíndig ik dit logje. Wat ik ben er nog steeds niet achter waar die (geur van die) man zich verscholen houdt. Dus heeft deze blogpost geen ontknoping, geen clou.
Ik ruik een vent hier in huis. Maar waar?
Gelukkig is het niet zo erg als in 'Das Parfum', waar Jean-Baptiste Grenouille de geuren op de Ponte Veccchio te Firenze al van een kilometer ver kon ruiken. Ik las dat boek op de Havo, toen het net uit was, in het kader van een zogenaamd 'afrondingprogramma'. Een slimme manier om leerlingen die het vak Duits zouden laten vallen, toch nog wat ervaring met die taal te laten opdoen. Duizend bladzijden moest je als 'afvallige' lezen. Mijn toenmalige lerares, Wiecky heette ze (waarom onthoudt men namen uit een ver verleden wèl en vergeet men die van dierbaren. Toch maar 's een ander boek van mijn wishlist er op naslaan. Dat boek met die lange titel van Douwe Draaisma. Quote: "De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil."
Wow, mooie beeldspraak.)
Goed, die Wiecky dus, die had het dus níet gelezen. Das Parfum. Ik kon er van alles van maken. Wat de schrijver bedoelde en zo. Zij slikte het. En ik was óver. Geloof ik. Niet dat ik daar wat mee deed, want ik hield school al gauw voor gezien. Was met mijn hoofd ergens anders. Bij de natuurkundeles wist ik van de video over Gallileo Gallilei (ai ai ai, ik wilde hier bijna 'Goethe' schrijven. Heb mezelf als vroegtijdig schoolverlater toch een lelijk gat in mijn algemene ontwikkeling bezorgd. Interpunctie gaat me ook al zo slecht af. Of die hond is gewoon verkeerd gaan liggen.) goed, ik wist over die film dus alleen te vertellen hoe mooi dat Toscaanse landschap toch was. De docent nam daar geen genoegen mee. Wat op zich weinig zei, want de docent in kwestie had zelf óók meer oog voor het vrouwelijk (piep) jongvolk dat in zijn lokaal zat (jazeker, ook zíjn naam ken ik nog), dan voor de lesstof.
Maar ik ruik dus goed. Ik ruik het als mijn buurmeisje is langs geweest, ik ruik het als de theedoeken te drogen hangen over de radiator, ik ruik de paardenmest die wordt uitgespreid in de volkstuintjes, als er buiten op de stoep wordt gerookt, wat de buren eten, ik ruik de mond van mijn danspartner, de verse krant, de gewassen haren van mijn kinderen, thee die net is gezet. Ik ruik de rotte aardappel, ergens onderin de zak van de supermarkt, ik ruik gevallen populierenbladeren die op straat liggen, in het bos ruik ik in de herfst porcini (éékhoorntjesbrood, wie verzint zo'n belachelijk lange naam voor een pàddestoel! Rare taal. Nederlands) en ik ruik het ook als de herfst begint in Groningen. Suikerbieten. Want hoewel de suikerfabriek hier ter stede onlangs is afgebroken, draait die in het nabijgelegen Hoogkerk nog op volle toeren. Even de afstand opzoeken. Dat is zes kilometer hier vandaan! Ok, laten het er hemelsbreed drie zijn. Maar dan nog. Ik doop mezelf hierbij Lehti Grenouille. Zonder criminele ambities. Ik lees nu trouwens net in een samenvatting van 'Das Parfum', dat inmiddels vertaald in mijn kast staat, dat Firenze er niet in voorkomt. Het betrof geen ponte maar een pont. Over de Seine. Niks geen Arno. De naam Grenouille zegt natuurlijk al genoeg. Ach ja, maar dat Italië zat kennelijk toen al in mijn poriën. Korte tijd later woonde ik er zelf. De vergelijking met Grenouille gaat gelukkig op meerdere vlakken mank. Want hij is geurloos. En ik kan soms flink stinken.
Waarom ik hierover begin? Omdat, toen ik gister naar bed zou, en ik naar beneden ging om de thermostaat laag te draaien en de ontbijttafel te dekken....
toen rook ik iets.
Een man.
Ja, ik rook een mannengeur. Onmiskenbaar. Maar waar kwam het vandaan? Er stond geen vrijer in het portiek bij mijn buurmeisje, er hing geen vergeten jas van mijn minnaar of mijn oudste zoon aan de kapstok (beide strooien kwistig met geurtjes)....
Als een loops hondje liep ik door de keuken en kamer, trap op en trap af. Mijn neus achterna. En dan komt nu de vraag; hoe eíndig ik dit logje. Wat ik ben er nog steeds niet achter waar die (geur van die) man zich verscholen houdt. Dus heeft deze blogpost geen ontknoping, geen clou.
Ik ruik een vent hier in huis. Maar waar?
zaterdag 9 juli 2011
Strani Italiani
"Dit moét je lezen."
In het geval ik de persoon die dit zegt, èn diens boekensmaak mag, geef ik er, een enkel keertje, gehoor aan. Andersom gebeurt veel minder. Ben er de persoon ook niet naar om te veronderstellen dat mijn smaak strookt met die van een ander. Maar ook hierop maak ik, heel soms, een uitzondering. En hoewel ik op het punt sta om hier een dergelijk arrogante uitspraak te doen -alsof er niet nog een miljoen andere boeken op lezing wachten die vele malen mooier zijn-, volgt allereerst een kanttekening.
Over de stijl van de schrijver niets dan lof. Maar, ik vrees dat de inhoud, alleen voor gewezen (en deels genezen) Italofielen als ik, ècht leuk is (over arrogantie gesproken). Want een ieder die niet thuis is in de schizofrene houding t.a.v. giftige kersen, Communistische schranspartijen of gynaecologen 'di fiducia', zal wellicht slechts met groeiend ongeloof dit boekje doorlezen. Wel, voort hèn luidt de boodschap:
"Het is allemaal wáár."
Want Italiaanse kinderen wórden van de wieg tot het graf verzorgd.
Dat hóórt zo. Ze zíjn ziekelijk gepreoccupeerd met hun gezondheid (ook de alternativo's). Ze betálen zich scheel aan zwartwerkende (private) doktoren/loodgieters/stucadoors/ vul maar in*. En lopen hiermee te koop. Dat geeft status. (*Niets doorstrepen want het is allemaal van toepassing). Ze aanbidden ècht hun mamma's en willen het liefst tot hun zestigste bij hen in de buurt wonen. Op kamers wonen?, uitvliegen? Wat is dat voor modern gedoe.
Onnavolgbaar is ook hoe ze met bewondering en verachting op-/neerkijken tegen/op hen die een baantje bij de overheid hebben. Net als de wijze waarop deze betrekking is verkregen. En de uitgesproken manier, want dat zijn Italianen wèl vaak, uitgesproken, waarop wordt gepraat over
tomatensaus/ belastingpapieren/ gras/ bloeddruk/ de maan/ schoonmaken en alles wat zoal in het dagelijks leven voorbij komt en waar men zich maar enigszins een mening over zou kúnnen vormen.
Ok, ik hou op. Want èrgens hou ik toch wel van dat land. En haar inwoners. Veel zelfs. Aldus. Italianen nemen, ondanks een rijke wijncultuur, weinig alcohol tot zich. Zeker jongeren. Dronkenschap op straat is not done. Misschien leven ze zich daarom uit op de Istiklal Caddesi in Istanbul. Ver van huis. Ik hoorde daar verdomme tot 4 u 's nachts alleen maar Italianen brallen. Nee, Lehti, positief blijven!
Aldus. Het is een verademing om in een willekeurige Italiaanse stad 'fare le vasche', oftewel kijken en bekeken worden, op en neer te lopen zonder al dat bier dat bij dergelijke gelegenheden door Tedeschi wordt gehesen. Ook is de Italiaanse keuken verre te verkiezen boven de Nederlandse. Al gaan ze met dat koken soms wat spastisch om.
Geen brood op tafel? Dan wordt de sla niet aangeraakt. Onmogelijk. Linzensoep met vermicelli? Schande! daar horen van die kleine vlindertjes in. Desnoods 'ditalini' (vingertjes). Hoewel die toch eigenlijk bij de bonen passen.
Ok, basta. Ik woon er niet meer. Hoef me niet meer tig keer per dag om te kleden, mijn kinderen van kraakheldere kleding te voorzien en in gestreken uniform op school af te leveren. Waar ze de hele dag binnen zitten want de speeltuin is voor het gemak afgebroken. Ze zouden zich eens kunnen bezeren. Geen steekpenningen voor een werk- of verblijfsvergunning meer. Geen boerse carabinieri meer. Geen postkantoren en benzinestations waar één of ander bollo (zegel) moet worden gehaald voor één of ander reuze belangrijk formulier. Geen 'contacten' meer om onder de voortreffelijke Italiaanse wetgeving uit te komen, waar niemand iets van snapt en geen hond zich aan houdt.
Maar... zodra ik kan,.... deze zomer..... smeer ik 'm toch weer zuidwaarts.
Om weer te weten hoe de echte pizza bianca al taglio smaakt. Slechts voorzien van roosmarijn en grof zout. Want meer is niet nodig. Om, aan de kant een provinciale weg, een broodje 'porchetta' te eten (een heel varken vol venkel). Om op luide toon, druk gesticulerend, te discussiëren over om het even wat, bij een kop espresso, die nog een uur lang nagalmt op je palato. Wat nou capuccino?, dat is ontbijt voor watjes, man, streng verboden na tien uur!
Lees déze en andere voorschriften er maar op na in "Italiaanse buren". Het is met liefde geschreven. De auteur, Tim Parks, doet een geslaagde poging om de Italianen te begrijpen en laat tevens zien dat Noorderlingen, in de ogen van Italianen, al even vreemde wezens zijn. Vertaald door C.M.L. Kisling. Ook geschikt voor degene die het land dit jaar bezoeken.
Laat je niet afschrikken. Het is een heerlijk land. Vol strani Italiani.
Je moet dit lezen. En er dan heen gaan. Echt. Goditelo (geniet ervan).
donderdag 7 juli 2011
Seks op de steiger
Het vorige steigerblogje betrof de buren. Dit keer zoek ik het zelf hogerop. Schuren, plamuren, the usual stuff. Als alles netjes in de grondverf staat, en ik behoedzaam naar beneden klauter, krijgt de huiseigenaar bezoek. Een grijzende man in grijs pak staat voor de deur. Net iets langer haar, net iets meer twinkel in zijn ogen. Een bescheiden womanizer. Hij blijkt een doosje wijn te komen halen, mijn opdrachtgever is wijnhandelaar.
Als het gereedschap is opgeruimd groet ik beide heren.
Hun glimlach groeit, wordt ondeugender.
Man 1: 'Hij vindt het wel wat hoor, een vrouw op de steiger.'
Ik: 'Is dat positief of negatief bedoeld?'
Man 1: 'Ja, positief, al vind hij wel dat je eigenlijk een rokje aan zou moeten.'
*gegniffel van mannen op middelbare leeftijd*
ik: 'Hm, dat valt te overwegen. Dan verdubbel ik wel het uurtarief.'
Man 1: 'Maar dat ga ìk niet betalen hoor!'
ik: 'Ik stuur de helft van de rekening dan wel naar hem (man 2).'
Om het gesprek niet nog pikanter te maken, zeg ik de mannen gedag en taai af.
In de auto, onderweg naar huis, overdenk ik het gesprek.
Bouwvakkers behoren te fluiten naar langslopend wild (in minirok of in grijs pak, de verpakking verandert vast de smaak van het vlees niet). Had ik, om mijn vak goed te verstaan, wellicht ook moeten fluiten? Had ik hen moeten wenken? Vragen of ze bij me boven wilden komen?
Veel ongeschreven regels moet ik me als bouwvrouw nog eigen maken. Ik besluit mijn leven te beteren. De eerstvolgende man die door mijn schilderskloffie dreigt heen te kijken, zal ik actief gaan versieren. De jager in mij zal er van smullen. Maar ik vrees dat de man in kwestie zal reageren als een kat naar wie je een bal rolt. (Tenzij het een nerd is van middelbare leeftijd die, indien nog maagd, mijn kant niet eens op zal durven kijken. Flirten zal ik hem niet aandoen). Nee, het alfamannetje dat bejaagd wordt zal verward opspringen, angstig wegvluchten. Want een vrouw hoort prooi te zijn, geen jager. Maar mocht zo'n man in staat blijken om de veroveraar in hem te negeren. Als hij meerdere rollen in de liefde durft te vervullen, dan sluit ik een minnespel op grote hoogte niet uit.
dinsdag 28 juni 2011
Ierse lifters
Het waren van die hele echte. Zij met een strooien hoed, hij met een stoppelbaardje. Hun rugzak een beetje scheefgezakt aan hun voeten. Ze stonden daar. Op de eerste echte Liftplaats van Nederland. In Amsterdam.Ik was er speciaal langsgereden. Had geen zin om opnieuw twee uur in mijn uppie te rijden. Maar negen van de tien keer staat er niemand te liften. Zeker niet na de invoering van de OV-kaart voor studenten. Maar nu dus wel. 'Germany', daar wilden ze heen. Dat schikt, die kant moet ik ook op! Maar de richting was verkeerd, dus ze bleven liever staan.
Aan mij kan het niet gelegen hebben. Hoewel ik er een uurtje eerder ronduit smerig uitzag, was mijn aanblik nu, al zeg ik het zelf, best appetijtelijk. Had me zelfs zeer smakelijk uitgedost. Want na drie dagen klussen in Amsterdam had ik zin in een verzetje. En mijn minnaar zou ook komen. Per trein. Konden we samen wat leuks doen. En dan samen terug. Maar hij kwam niet. Hoofdpijn. Een soort Ierse lifter zal ik maar zeggen.
O, had ik gedacht, dan kan mister V. tòch mooi mee terugrijden naar Groningen? Dezelfde macho man aan wie ik gisteravond had gevraagd of er nog wat te dansen viel in Mokum. Maar hij had zijn mobiel toen niet gehoord, en mijn sms vanmorgen pas gelezen. Wat erg jammer was, zei hij. Want er was gister toch zó'n enórm fijn Carribean feestje in de Melkweg geweest. Fantastisch! Super! Echt jammer dat je er niet was, Lehti. Ja, leuk, meneer V., en dat zeg je me nú, een dag later, wat koop ik daarvoor? Iets wat wàs maar toch niet. Een Ierse liftparty of zoiets.
Meerijden hoefde de macho later ook niet meer. Want nadat ik tevergeefs op mijn minnaar had gewacht, was de trein die V. Noordwaarts had genomen, al voorbij Zwolle. Geen dansfeest, geen minnaar, geen mister V. en ook mijn naar Amsterdam verkaste vriendin was de avond te voren dronken geweest en had nu een kater. Dus besloot ik via de liftplek naar Groningen te gaan. Waar Ierse lifters stonden. Die niet meereden.
Honderdtachtig kilometer verderop bel ik aan bij mijn eigen huis. Of althans, bij de bel waarnaast tot op heden mijn naambordje prijkt. Naast de naam van mijn ex. Die er nog wel woont. Ik ben zelf een deurtje verder gaan wonen. Moet kunnen. Ik was drie dagen weggeweest, zodat hij en zijn nieuwe liefdesduifje alle vrijheid hadden om te tortelen. Zelfs als glurende buurvrouw zouden ze geen last van me hebben. Ze hadden lekker gezinnetje gespeeld. En ik had kunnen werken. Win-win heet dat toch?
Maar buurvrouw Lehti vond het nu tijd voor een paar plichtplegingen (handje schudden, 'hou-are-joe?' 'fain-end-joe?') met het duifje in kwestie, dat, naast het tortelen ook de zorg voor mijn bloedjes van kinderen op zich had genomen.
Nee, ze wou niet, kon niet, ze wilde geen dag zeggen of handje geven. Ach ja, prille liefde, hè. Moet kunnen. Mooi rokje had ze wel aan. Dat kon ik zien, staand voor mijn eigen voormalige voordeur. Alleen wat zuur dat zij degene was om wie ik dat deurtje verder ben gaan wonen en dat ze desondanks zeurt over dat naambordje, tampons op zijn toilet en foto's van mij in zijn huis die mijn foto's niet zijn. Typisch geval van een Ierse lifster. Zo één waar je op rekent, en die dan toch niet komt vanwege hoofdpijn, een gemiste sms, of omdat ie een andere kant van Duitsland op moet.
Maar wacht 's even? Nu draaf je door lieve Lehti! Je hàd helemaal niet op haar gerekend! Sterker nog, je kunt haar missen als kiespijn (en hij ook, maar dat zal hij niet toegeven, want nu hij 'A' heeft gezegd, volgen daar alle alfabetten van de hele aardbol op, dat is hij aan haar verplicht, daar is ie van overtuigd). Ze is dus geen Ierse liftster. Meer een Franse, of Zwitserse of zo. Zo één die er wel is, als je er niet om hebt gevraagd, die wispelturig wappert met haren, glimlacht, vleit en voert maar dan bergen aandacht terug verwacht. Op de manier en momenten dat zij dat wil. Want ze heeft zo veel voor je over.
Brrr, op dat soort lifters zit ik niet te wachten. Dan maar alleen rijden.
vrijdag 17 juni 2011
De AH-man
Waar las ik dat nou ook al weer? Die recensie over dat boek over singles. Dat ze niet zielig zijn. En dat de (twee-) indeling van de groep vrouwen hierbinnen, zijnde feestbeesten en wanhopig zoekende, niet klopt. Het was vast ergens in de papieren krant. Die de functie appeltje+F (of ctrl+F) niet kent. Wat maakt internet mensen toch lekker lui. Doet er niet toe. Ik heb geen zin om te bladeren. Er is toch wel iets bij mij blijven hangen.
2, 7 miljoen singles kent Nederland. Of alleenstaanden of -gaanden, dat kan natuurlijk ook. De vrouwen die werden geïnterviewd, waren blij te kunnen gaan en staan waar ze wilden. De seksvraag werd gepareerd met "Als jij een vriend hebt, vraag ik jou toch ook niet hoe vaak je het doet?" Een 63 jarige vrouw zei dat je aan seks, dankzij internet, nog makkelijker kunt komen dan aan een pizza. Dat werd uitgelegd als positief. Voor die vrouw. Het was een erg hetero stukje. Natuurlijk werden er ook datingsitetips gegeven; geduld hebben, lat niet te hoog leggen, maar toch ook niet te snel tevreden, geen angst een blauwtje te lopen, dat soort dingen. Maar, in de AH, na zessen bij de koeling, zou de kans om de juiste man tegen te komen, het grootst zijn. Want dan staan de gesettelden te koken of ze zitten aan tafel. Singles halen dan nog even iets makkelijks uit het vriesvak.
Iets wat ik me bij wel meer publicaties afvraag, wat is nu eigenlijk de oorzaak en wat het gevolg? Is de AH een soort cruise-plek? Of krijgt ook mijn mannen-antenne, door het lezen van zo'n recensie, een betere ontvangst? Worden mijn geurklieren (bestaan die?), en die van mede singelaars wijder opengezet?
Maar wat lachte hij mooi. Ingetogen, maar overtuigd en kort en zonder bedoelingen. Dat ene moment. Vastberaden en toch ook lief en kwetsbaar. Goddelijk gewoon. Wat ook meespeelde is dat ik nooit een stap zet in 's lands grootste supermarkt. Ik vind het te duur, ken er de weg niet. Dus laveerde ik eerst vier keer heen en weer tussen de winkelkarretjes, alvorens ik zes eieren, twee boter en een pak yoghurt in mijn mandje had. Ja, inderdaad, bij de koeling.
Het was een machtig moment. En superkort. Want hij was net zo snel weg als ie er stond. Ook hier, in real life, geen ctrl+F combinatie. Ik heb trouwens ook geen idee waar ik op moet zoeken, wat ik zou kunnen intypen. Ik ken geen naam, maar zou ook niet meer weten hoe hij er uitzag. Het was alleen die stoere en toch tedere blik die het hem deed. Jammer dat ie weg is? Welnee. Dat houdt het leven spannend.
Abonneren op:
Posts (Atom)