zaterdag 29 juni 2013

Over prachtige piastrelle en een meerman


'Syracuse' of 'Concordia', heten de schepen die het Eemskanaal bevaren waar ik de laatste weken dagelijks langs rij. Alsof ze met hun exotische namen de regenzomer willen bezweren. Soms zie ik, achter de rij populieren, heel traag een auto achteruit rijden. Die staat dan op het dek. De schipper of zijn hulpje spuit intussen het dek schoon. De rest van het schip gaat, mits beladen, schuil achter de dijk.

Als de kolossale Triton moet uitvaren, fungeert die als een soort bloedprop voor de Groningse verkeersaders. Alles loopt vast. Ik maak dan van de gelegenheid gebruik om opbeurende berichtjes naar Italië te sturen of wegwerkers op de foto te zetten. Hiernaast, onder het viaduct op de ring bij Beijum, lijkt het wel of ze tegeltjes plakken.

Gistermorgen, toen de brug na lang wachten weer openging, hield ik bij het optrekken angstvallig de dure designwastafel vast, die naast me op de bijrijderstoel lag te glimmen. Het was een showmodel. Dus zat er geen doos omheen.

Achterin lag de vierde zak tegellijm en een extra doos tegels. De andere twintig pakken piastrelle had ik al in de nieuwe douchehoek gelijmd. En om het kruipluik, en op het muurtje, en op de vloer, om de steunvoet van de bint. Of 'gebint' zoals de klant het noemt. Ook een mooi woord. Mijn handen tintelen er nu nog van.

Om een uur of vijf, toen ik tegen de klippen op de laatste piastrelle plakte, vloog er plotseling een zwaluw in de badkamer. Ik kon hem niet redden. Niet alleen zou ik het beestje de stuipen op het lijf jagen, hij fladderde toch al paniekerig tussen de dozen voegmiddel tegen het venster, maar ik zou er ook voor over mijn net gelegde tegelvloer moeten lopen.





Ik vond het een mooi soort symboliek. Net nu ik zo lyrisch over die rondini (zwaluwen) had geschreven. En Selma me nog wat had bijgeleerd over deze mooie vogels, kwam zo'n beestje me even groeten. Gelukkig vloog het gauw weer naar buiten, de regenachtige velden in.


Wat ik ook zo fijn vond was dat ik, toen ik met een nieuwe emmer lijm op mijn knieën in de douche plaatsnam, opeens las wat er met potlood op de tegels stond geschreven. Op de foto is nog maar met moeite te lezen: 'Prachtig Lehti, ga zo door!' Dat maakt dit soort werk weer mooi. En de zere knieën en mijn met grijs geplamuurde vingernagels de moeite waard.



Die laatsten pasten ook mooi bij mijn parelmoeren teennagels. Die ik 's avonds in mijn Marokkaanse slippertjes had gestoken. Blote voeten. Brrrr. Gelukkig knetterde er op het schoolfeest waar ik heenging ook een vuurtje. Waar ik naast ging zitten om me te warmen. En toen een zak satéprikkers en witte en roze schuimpjes in mijn hand kreeg gedrukt. Gelukkig kwamen er geen lijmresten aan de marshmallows die ik op de stokjes prikte. Een taak waarvan ik me samen met de meester kweet. Op een stukje stronk van de gevelde kastanje.

Het is af. Nu nog voegen. En de bint afwerken, douchestang monteren, wc-pot plaatsen, kruipluik op hoogte maken, kranen ....ach, maandag gaan we weer verder.


Eerst ga ik in het Stadspark mijn tent testen op waterdichtheid. Te ere van een kersvers bruidspaar.
Zij klust ook. Ze kwamen dansend de trouwzaal binnen. Mooi was dat.

Ik weet intussen ook waarom de triton zo heet. Dat schijnt de zoon van de Griekse zeegod Poseiodon te zijn. Half vis, half mens. Een meerman dus. Een betere benaming bestaat niet. 

Goed weekend mensen.

vrijdag 21 juni 2013

Bloeiende zieke schoolreus....

....wordt op een zonnige maandagmorgen geveld.

Het schijnt dat de gemeente boos was. De kastanje had al eerder verwijderd moeten worden. De conciërge had het vorig jaar waarschijnlijk niet doorgegeven. Zo gaan die dingen. Zijn opvolger, een lange, sloffende man met een grote glimlach die niet doorheeft hoe hard hij praat, had vorige week heel omslachtig allerlei rood-witte linten rond de stam van de reus gespannen. Want het voorschrift luidde dat er geen kinderen meer onder de boom mochten komen.

's Middags restte er alleen nog een gapend gat. Wie die ochtend had gemist dacht vast: 'Er mist iets... maar wat?





vrijdag 14 juni 2013

Nog meer rondini

Het zit vast anders dan ik dacht. De zwaluwen die ik hoor rond de boerderij waar ik de badkamer aan het verbouwen ben, klinken anders dan hier. En ook anders dan in Lucio Dalla's 'rondini'. Of de Romeinse zwaluwen.

Ik dacht eerst dat dat kwam omdat de Vicolo delle Grotte (Grottensteeg) zo smal was, zodat hun geschreeuw weerkaatste of juist doodsloeg op de dikke muren. Maar waarschijnlijk is het een ander soort zwaluw. Toen ik in mijn tienerjaren eens een vogelaarsbevlieging kreeg, heb ik wel eens in een boekje gebladerd. En hoewel beeld beter beklijft dan tekst, zullen het vast niet alleen hun staarten zijn die verschillen.

Ik hou van zwaluwen. Maar ze krijsen wel aan één stuk door, scheren rakelings langs het dak en doen pijlsnelle achtervolgingen. Eigenlijk is er weinig verschil met de scooterjeugd die hun knetterende uitlaat wil testen: 'Hoor mij, zie mij, ik ben hier op de wereld om opgemerkt te worden!


Ik hou ook van voorlezen. Graag zou ik mijn jongens samen met het zoontje van 'mi hermana' willen voorlezen. Als dat al praktisch uitvoerbaar was. Niet alleen liggen er ruim vijftienhonderd kilometer tussen ons, het lieve kind zat, toen we op hun erf de tent opsloegen, en hij ook wel eens wilde proberen te kamperen, geen minuut stil. Maar de vraag is ook in welke taal dat dan zou moeten. Hij is alleen het Spaans en Italiaans machtig.

"Het is de vraag of kolonel Brandsema het ook nog hoorde. In zijn slaap zat ineens een klein rood gaatje. Nog even bleef hij verdwaasd balanceren op zijn hurken. Toen viel hij opzij. Het kleine schepje dat hij in zijn hand had, stak als een vlaggetje omhoog." Briefgeheim van Jan Terlouw, bladzijde l72.

"Barthold werd in het bed gelegd, hij bloedde als een varken. Elsa kwam al aanlopen met een kan water en schone lappen, Hasse sneed de kleren van de Laddermaker open en onblootte de wond (....) Hij werd door zijn kameraden op het erf begraven onder leiding van Vrome Gijs en op het graf werd een eenvoudig houten kruis gezet."  Hasse Simonsdochter van Thea Beckman. bladzijde 218.


Dergelijke verhalen vertellen aan een jongen wiens vader net is vermoord, is misschien niet zo'n goed plan. Eigenlijk vind ik zelf al te veel bloederigheid ook niet nodig. Onwillekeurig vraag ik me af of er in kinderboeken van nu nog steeds moord en doodslag voorkomt. Ik ben niet zo thuis in de hedendaagse jeugdliteratuur, hoewel ik om de week de schoolbieb beheer. 'Geronimo Stilton' wordt veelgevraagd en de serie van 'De Grijze jager' is ook gewild. Laatst viel mijn oog op een rug met een naam die ik nog van vroeger kende: Judith Eiselein. Ze zat bij mij op school. Misschien moest ik eens iets van haar voorlezen. Of zelf iets gaan schrijven.


De jongste zoons liggen te slapen. De oudste is nog aan het werk als pizzabakker. Tien dagen geleden viel 'mi hermana' op zijn schouder in slaap, toen we een bliksembezoek aan 'la bella Italia' brachten.


Er fietsen Spaanstalige studenten door de straat.
De zwaluwen hebben plaatsgemaakt voor zingende merels.
De vrouw die net gehurkt tussen de bonenstaken zat te wieden, is nu weg.
Mijn auto ligt nog vol puin, morgen maar naar de stort. Ook de afwas wacht.

'Eén zwaluw maakt nog geen zomer', zeggen ze in Nederland.
In Italië heet het dat hij nog geen lente brengt.






zondag 9 juni 2013

La raccolta


Het volleybalteam plukt nu sperziebonen.
Haar Argentijnse broer is ergens op het veld fruit aan het oogsten.
De Indiër bemant de kraam. 
Intussen stromen er rekeningen binnen.
Niet wetende of ze al ontbeten of geluncht heeft, vliegt ze onder de douche door naar de advocaat. Of naar de burgemeester. Om hem er aan te herinneren dat hij zijn tranen die hij in de kerk liet, ook kan omzetten in daden. Wat hij gelukkig doet.

Ik vraag aan haar hoe het gaat.
"Soms valt er een stuk, en dat raap ik dan weer op", zegt ze.
Het Italiaanse woord voor 'oprapen' is hetzelfde als voor 'oogsten'.
'Voor een bedrijf met twee door overstromingen mislukte oogsten is een dergelijke schuld geen schande, hoor.' Maar haar lijkt het een astronomisch bedrag. 

Ze is nu opeens weduwe. En ze is zo ver weg.
Ze is nu opeens boer. Maar ze blijft ver weg.

Intussen geef ik een workshop koken aan kinderen. 'Gnocchi col sugo'. De blonde kinderen rollen de puree als echte Mamme Italiane over de achterkant van de vork. 'Ridi, ridi, che la mamma fa gli gnocchi', zeggen ze in Rome. Maar er valt hier helemaal niks te lachen. Opeens schiet me te binnen wie me voor het laatst het recept vertelde. 'Eén ons meel op één kilo aardappels, beslist niet meer', zo zei me de moeder van de latere moordenaar. Ergens in 1995.

Hoofdhaar is vergelijkbaar met een groene weide. Af en toe flink maaien, daar blijven beide gezond bij. Ik was het al langer van plan, maar nu er een statement nodig was, heb ik mijn uiterlijk in overeenstemming gebracht met mijn innerlijk. Waar het kaal voelt.

In het Noorderplantsoen werden zaterdag schapen geschoren. Het is er kennelijk het seizoen voor. Ik keek naar de schapenkoppies en probeerde me de namen van de rassen te herinneren.

Ik ben weer aan het werk. Leef mijn woede over wat niet had mogen gebeuren uit in het wegbikken van beton. In een woonboerderij buiten de stad. Als ik 's middags mijn broodjes oppeuzel zie ik in de verte schepen voorbijschuiven over het Eemskanaal. Kwieke ouderen zoeven op hun elektrische fietsen over de dijk. De dijk die in 2012 dreigde te bezwijken waardoor Woltersum moesten worden ontruimd. De dijk hield het. In Marsciano hadden ze toen minder geluk. Daar was helemaal geen dijk. Of er was een dam die werd opengezet. Beweren boze tongen. Drie keer overstroomden de Tiber en de Nestore. De akkers. De oogst. Hun huis. Alles stond blank. Of eigenlijk meer bruin.

Met oma naar de schapen, Pasen 1991,Ospedaletto, Umbrië
Ik eet en luister. Naar kikkers. Naar boeren. Er wordt gemaaid en gehooid. Kieviten in het veld, zwaluwen in de lucht. Net als in 1987 in de Vicolo delle Grotte in Rome. Net als in de eerste tien seconden van 'rondini' van Lucio Dalla.

Na de lunch meet ik de wastafel op die in de schuur staat. Het ruikt er naar hooi. Naar paard. Dezelfde geuren waarmee ik werd bedwelmd toen ik op mijn dertiende mijn hart verloor aan dat achterlijke, mooie land. Waar het zo snikheet was dat S. er mijn lange vlecht afknipte en ik met stekeltjes terugkeerde naar Nederland. Ik belde S. vanavond op. Over een plan om 'mi hermana' te helpen door middel van wat wij in Nederland kennen als groentenabbonnementen. Ik kan vanaf hier weinig uitrichten. Maar als het werkt, zou dat haar inkomsten van het bedrijf minder grillig maken.

Boeren rijden hard over de verkeersdrempels. Achter hun tractoren hangt een 'ranghinatore'.
God mag weten hoe dat in het Nederlands heet.
Zo'n ding om hooi om te keren.
Gemaaid gras.
Gesneden gras.
Snijden, maaien, knippen. Ook allemaal hetzelfde woord in het Italiaans.

Boven mijn bed hangt een metalen bord. Blauw met fluorescerende letters er op.
Als ik 's avonds ga slapen, als ik 's morgens mijn ogen open, 'Marsciano' hangt daar altijd in de lucht.
Al vijftien jaar.
Maar nu kijk ik beter.
Naar wat eens was.

zondag 2 juni 2013

Moord

Mijn mailadres is geblokkeerd. Misschien dat mijn provider het verhaal dat ik aan vrienden en familie zou rondsturen te heftig vond. En dat is het ook. 'Ongewoon gebruik' 'Account tijdelijk vergrendeld', is de melding die ik krijg. Vreemd genoeg kan ik nog wel bloggen. En omdat het verhaal wel moet worden verteld, giet ik het drama dan maar in een log. Ook al is dit anoniem. Hoewel je over doden kunt redetwisten of de term 'anoniem' nog wel op zijn plek is.

Er sijpelde hier soms wel eens wat door over 'mijn vorige leven', zoals ik de zes jaar die ik in Italië verbleef wel eens omschrijf. Ik heb daar gewoond, gewerkt, vrienden gemaakt maar ook ellende meegemaakt. Huiselijk geweld om precies te zijn. Ook die term is bizar, want het woord 'huiselijk' roept veel associaties bij me op, maar 'geweld' staat daar niet tussen.


1989. Ik reageerde op een advertentie waarin er mensen werden gezocht om in de tabak te gaan werken. Het was loodzwaar werk, dat wist ik, maar het werd goed betaald. Het sollicitatiegesprek vond plaats in het café tegenover het station. Naast mij werden er nog vijf vrouwen aangenomen. Eén van hen zag ik op haar vouwfietsje, met nette kleren en dito instappertjes. 'Kijk', zei mijn werkgever 'zij is ook een van de toekomstige arbeidsters'. Stilletjes gniffelde ik; wat dacht zo'n tenger, net meisje nu te willen beginnen in de tabak?

We werden niet alleen collega's, maar ze bleek tevens zijn toekomstige vrouw en werd, last but not least, mijn beste vriendin. Of beter gezegd: 'mi hermanita', mijn zusje, zoals ze me altijd aan anderen voorstelt. Dat is geen Italiaans, maar Spaans. Want deze tengere verschijning, vrouw uit één stuk, vriendin door dik en dun, is namelijk Argentijnse.

Ze is opgegroeid op de pampas, piepjong uit huis gegaan en later haar vriendje achterna gereisd naar Europa. Ze duldde, in tegenstelling tot mij, geen enkele vorm van geweld. Ik geloof dat haar toenmalige vriend één keer zijn hand heeft opgeheven. Voor haar was dat reden om hem nooit meer te zien. Ze dook een paar dagen bij mij onder. In de bergen, dertig kilometer van haar huis. En later, toen ik de schaamte voorbij was en ik hulp aan hen vroeg, hebben ze mij geholpen: 'mi hermana' en haar allerliefste man. Hoogzwanger van mijn eersteling was ik op hun bruiloft. In een gele zijden jurk. 

Ze is een meid van de stad. In Buenos Aires werkte ze bij de radio en studeerde journalistiek. Voor haar man is ze tussen de tabak en later tussen de meloenen en aardbeien gaan wonen. In dat verstikkende dorp. Waar muren oren hebben maar niemand zogenaamd iets van elkaar weet.
'Tuo marito e veramente buono come il pane' zeiden ze haar wel eens. (Je man is goed als brood). 'Ja', antwoordde ze dan 'wat dacht je?, als ie dat niet was, was ik nooit met hem getrouwd.'

Maar zijn onvoorwaardelijke bereidheid om steun te geven aan wie daar om vroeg, dat kennen ze niet in Italië. En dat is hem, vorige week zaterdag, fataal geworden. Terwijl hij zijn groente en fruit stond in te laden voor de markt in Perugia, in dezelfde schuur als waar ik destijds mijn huisraad had opgeslagen voordat ik remigreerde naar Nederland, daar is hij, om zes uur 's ochtends in koelen bloede vermoord. 


Het nummer dat ik op de dag van eerdergenoemde sollicitatie uit mijn hoofd leerde, draaide ik afgelopen maandag opnieuw. Want het nummer van 'mi hermana' stond op mijn display. Dat was vreemd, want ze belde me nooit op klaarlichte dag. Als ik schrijf dat zij degene was die haar man als eerste vond, nog voordat de politie arriveerde, weet de goede verstaander genoeg. Dat beeld krijgt ze nooit meer van haar netvlies.

Het voert te ver om hier de gruwelijke details en alle dorpse dwarsverbanden uit de doeken te doen. Maar ik kende de moordenaar. En zijn ouders. Die werkten destijds met ons in de tabak. Daar kwam ik pas achter toen ik dinsdag besloot om mijn allerliefste, gebroken vriendin bij te staan en naar Italië te rijden. Samen met mijn inmiddels volwassen zoon. Nu begrijp ik ook waarom hij niet heeft geluisterd naar de waarschuwingen van zijn vrouw. Hij geloofde niet dat er mensen bestaan die hun dreigementen ook daadwerkelijk uitvoeren, zeker niet van iemand met wie je samen bent opgegroeid.Want hij was bedreigd, meerdere keren. De moordenaar had meer dan twintig aangiftes aan zijn broek, een straatverbod, een omgangsverbod....

Maar wie helpt er nu een boer die bereid is om een bedreigde vrouw werk te verschaffen? Want dat is wat ie deed. Zij zocht werk, want ze had geld nodig om terug te gaan naar haar land van herkomst. Haar ex was ervan overtuigd dat ze iets met elkaar hadden en bedreigde hen beide met de dood. De vrouw heeft als een wonder het vege lijf kunnen redden. Ook hoeft ze niet meer te vrezen. Want de moordenaar heeft zich op diezelfde zaterdag opgeknoopt. Hij werd een dag later gevonden in het bos.

Soms dien je als schrijver de werkelijkheid wat milder te maken, omdat die te gruwelijk is voor woorden. Hoe waar.
Ik schiet hier helemaal niks mee op. Met dit schrijven. Zadel anderen wellicht zelfs onnodig op met verdriet over een man die ze nooit hebben gekend. En er gaan wel vaker mensen dood. Maar schrijven is mijn manier van verwerken. Onmacht heet dat geloof ik. Bedankt voor het meelezen.  

Gisteren, één juni, zou hun eerste echte winkel openen. We hebben er met de rouwstoet voor stilgestaan. Op de lindebomen langs de weg, die hij en mi hermana hebben gered van de kap, waren foto's van hem geplakt, van zijn 'glimlach met honderdvijf tanden', met een echte Argentijnse gauchohoed op. (bij 1.26 min.)

Ciao Roberto, non mi dimentico mai di te. Jamas.

Het lijkt er op dat jouw dood mensen heeft wakker geschud. Laten we het hopen.

Wordt vervolgd.

zondag 26 mei 2013

Eisinga, Odysseus en lasergamen

Zondagmorgen zeven uur. De wekkerradio brengt Telemann ten gehore. Half slapend roep ik naar Leo dat hij beter nu al kan ontbijten om straks niet met een volle maag te hoeven trainen. De buitendeur piept, Frans komt binnen met zijn vriendin. Ze schuifelen schuldbewust langs mijn openstaande slaapkamer. Mijn 'goodmorning' wordt beantwoord met hun  'goodevening'. Ik krijg mijn fietssleutel retour. Als ik de blote voetjes van Kees over de gang naar de badkamer hoor trippelen, sta ik op.

Frans en zijn meisje slapen hun roes uit, Leo vertrekt naar training, Kees en ik ontbijten. Beschuit met aardbeien, versgeperst sap en warm Arabisch brood met kaas en rucola. Wat hebben we het goed. In mijn achterhoofd spookt Kees' kinderfeestje dat nog niet is gevierd. Hij wil graag lasergamen. Ik niet. Maar papa vindt het wèl goed, zo beweert zoonlief. Al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dit onder de noemer 'hoe speel ik mijn ouders tegen elkaar uit' valt. Ook bij ouders loeren de gevaren van het gescheiden zijn. Want wie wil er nu onderdoen voor de ander?

Treinen hebben tegenwoordig namen. 'Eise Eisinga' dendert voorbij. Ik maak van de gelegenheid gebruik en vraag zo neutraal mogelijk of het door deze Eisinga bedachte planetarium wellicht een alternatief is voor lasergamen. Maar Kees kent het al. Hij begint een verhandeling over de baan van Jupiter en hoe Eise probeerde de mensen te overtuigen dat de planeten die op elkaar leken te botsen, dat niet zouden doen. Hij bouwde een echt werkend planetarium. Van zilver en goud. Dat hij vervolgens aan de burgemeester verkocht om te zorgen dat het niet ten onder ging. En dat hij er maar liefst één gulden per spijker voor kreeg en dat....
.... de rest vergat ik.
Ik vroeg Kees of het Eise was gelukt om de mensen te overtuigen. "Sommige wel, sommige niet", zei hij. 

Na een zondagsknuffel zetten we het gesprek voort op de bank. Daar maakten we een nog grotere sprong terug in de tijd. Naar Odysseus. Er was weliswaar geen trein met die naam, maar toch een directe aanleiding, want we zijn vandaag uitgenodigd voor een toneelstuk over de reis van deze Griekse held.

En aangezien ik net zo weinig afweet van de Odyssee als van sterrenkunde (mij kun je alles wijsmaken), heb ik het verhaal maar even opgezocht. Ik ken geen betere manier om kennis te laten beklijven dan door er over te vertellen. Dus hoorde Kees over een man die deed alsof ie gek was door zout te zaaien en over het paard van Troje vol soldaten. De cyclopen en sirenes bewaar ik wel voor een andere keer. Kees zou het zelf trouwens anders hebben aangepakt dan Odysseus, hij had de Trojanen liever gevangengenomen dan uitgemoord, want hij is naar eigen zeggen niet zo goed in doden.

Ik denk dat het toch lasergamen wordt. Lekker dom.

Maar nu gaan we eerst naar Odysseus.

Look at the sky, fly and catch the holy spirit

Zo vlieg je naar Rabat, zo zit je in het gras in Oostwold. Naar vliegtuigjes te kijken in plaats van er zelf in te zitten.

Pruttelend draaiden ze tegen een grijze lucht. Prachtige gele velden vol koolzaad er onder. Het voordeel van zo'n vliegshow is dat je geen tribune nodig hebt. Vlei je neer, look at the sky en make a wish. Aan mijn handen te zien, is het mijn wens om zelf te kunnen vliegen. Nu lijkt me dat ook erg bijzonder, maar dan niet, zoals de wingwalkdames op de derde foto, bovenop of ondersteboven aan zo'n vliegtuigje.

Als piloot lokt het me meer. Dus luisterde ik aandachtig naar wat Eugenie, één van de weinige vrouwelijke vliegers, te melden had. Veel moois, dat zeker, maar toen de 'Pitts' ter sprake kwam, verging me toch de lust om mijn hoogtevrees te tarten. Landen met zo'n ding schijnt vergelijkbaar te zijn met "in een donkere nacht, terwijl het sneeuwt, stormt en hagelt, je motorkap omhoog vliegt en het licht uitvalt....."
Ja ja. Laat maar.

In 1995 vloog ik eens mee met zo'n miniding. Van Eelde naar Ameland. Met een vrouw achter het stuu... of wacht nee, dat heet 'knuppel' geloof ik. Fantastisch was het, maar ik herkende geen enkel dorp vanuit de lucht. De pilote was vijftig plus. Als tiener wilde ze stewardess worden, maar haar ouders vonden haar liefde voor het vliegen maar niks. Brrr, in dat verdorven Amsterdam naar school, nee hoor. Dus werd ze kapster. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en decennia later hield ze het stewardess zijn weliswaar voor gezien, maar haalde ze wel haar vliegbrevet. Nu reist ze met man en kind en tent en kookpitje door Europa. Per vliegtuig. Een mooi verhaal van een mooi mens.

Een minder goed geheugen heb ik voor weetjes als cilinderinhoud, wendingsnelheid of rol in de oorlog dat het getoonde materieel op de vliegshow had gehad. Ik ga het ook niet meer opzoeken. En kan jullie dus ook niet vertellen waarom die 'Damn Yankee' drie swastika's op haar flank heeft. Wel vind ik het bij mijn algemene kennis horen om te weten waarom al deze mensen op zo'n doodgewone maandag tijd hadden om urenlang naar de hemel te staren.

Klikkerdeklik.

Nu weet ik het weer. Het was vanwege de uitstorting van de Heilige Geest en, zo leert wiki mij, 'voorts moet er een samenkomst worden gehouden en niemand mocht zijn gewone werk doen'.

Aldus geschiedde.
Alhoewel...
De parkeerwachters ter plaatse noemden hun pinksterverdienste wel 'moai wark'.













maandag 20 mei 2013

Wie kust de Arabische kikker?


Het zoontje van de koning van Marokko werd deze maand tien jaar. En omdat papa koning niet alleen van mooie auto's houdt, maar ook van sport, organiseerde hij, voor de vierde keer, een basketbaltoernooi. Voor kinderen. Genoemd naar de kroonprins. Met als doel 'verbroedering'. Het prinsje speelde zelf natuurlijk niet mee. Arm prinsje. Of nou ja, echt 'arm' ben je misschien niet als koningskind.

Er waren teams uit Egypte, Tunesië, Qatar, Saoedi-Arabië, Frankrijk en tussen al die Arabiertjes dribbelden ook negen blonde Hollandse jongens. Waar Leo er één van was. Dat ze verloren was geen ramp. Al dacht mijn zoon daar na de vierde nederlaag heel anders over. Huilend zat hij in een hoekje van het stadion. Ontroostbaar. Boven hem prijkte het metershoge portret van de koning. Tegenover hem waren tapijtsnijders, schilders en schoonmakers druk bezig om de eretribune op te knappen.

En jawel, vlak voor de finale, terwijl twee als stripfiguur verklede entertainers die de gangnamstyle dansten ('héééy, sexy lady'), naast een witbejurkte oliesjeik in de arena stonden. En intussen op de tribune duizenden gillende kinderen die dit keer geen flesjes water meenamen om opzwepende ritmes mee te slaan op de aftandse polyester stoeltjes zodat ze na na uren stilzitten bij oplopende temperaturen toch wel flinke dorst kregen, toen betrad, in gezelschap van belangrijke mannen in dure pakken en hijgerige fotografen, Moulay el Hassan, op zijn gepoetste schoentjes, het stadion. Arme kroonprins.



Leo was het wachten en het stilzitten intussen zat. We gingen samen naar buiten voor een ijsje. De dagen er voor was het oversteken van het plein waaraan het stadion lag, een soort Russische roulette geweest. Nu was alles afgesloten, je kon de vogels horen fluiten. Naast een erewacht in witte pakjes stond een geblindeerde prinselijke limousine op een rode loper. En om de twintig meter waren er mannen in rode jurken, afgewisseld met kleerkasten met oortjes in. Wij liepen verweesd rond. Likkend aan een ijsje.


Na de bekers, de poppenkast met de prins, de ereronde, drukdoenerij van mannen met mobieltjes en ontbrekende tolken, ging het gezelschap van alle spelers met wat aanhang naar het afscheidsdiner. Ik had geen tijd meer om mijn feestjurk op te halen in het hotel, maar verruilde mijn bergschoenen voor zilverkleurige slippers die ik die ochtend in de medina had gescoord.
We reden naar een ommuurd koninklijk dorp binnen Rabat. Met aangeveegde straten, groen gras en fonteinen. De touringbus paste precies door de poort in de metershoge muur. Wat of wie daar allemaal woonde weet ik niet. Wel vermoed ik dat de vrouwen die me tijdens het diner naar hun kant wenkten, het terrein zelden verlieten. En het arme prinsje alleen in een gepantserde auto. De vrouwen beweerden dat onze zonen van twaalf nu onze echtgenoten waren. Al zingend kondigden ze de uitwisseling van kado's tussen de sjeik en de Marokkaanse delegatie aan. Ze zoenden onze kinderen, dronken mierzoete muntthee en maakten foto's. Dat de vegetarische teamgenoten niks aten van het lam vond men raar. Maar ook de vleeseters waren geschokt: 'Er lag een heel schaap op tafel'.






De volgende dag was de dode kat die al dagen op de stoep naast het hotel lag, verdwenen. Ook werd ik in de badkamer niet meer begroet door Zaza, onze eigen kakkerlak. Misschien was ook de kikker uit de toilet van het majesteitelijke sportcomplex in onze koffer gekropen en vloog ie met ons mee terug naar Europa.
Naar Amalia misschien.

Amalia Moulay El Hassan.


vrijdag 17 mei 2013

Gazakip

Als twitterloze zonderling ben ik voor mijn nieuwsgaring aangewezen op het oeroude medium radio:

'De Gaza is volledig afgesloten'
'Er is een bezorger van KFC actief'
'De kip is meestal al koud als hij aankomt'

Ik vraag me dan eerst af wanneer 'Gazastrook' of 'Gazastad' officieel veranderde in 'Gaza'. Wat ook opviel was dat de nieuwslezer niets zei over 'bezetter' of 'terrorist'. Dit ging schijnbaar louter om eten dat koud werd in een afgesloten gebied.

Al wachtend voor een open brug -elk land kent zijn eigen manier van afsluiten- fantaseerde ik verder over hoe zou dat zijn: kipnuggets bestellen vanuit een belegerde stad. Waar zou ik de koerier, die via ondergrondse gangen mijn huis vindt, van betalen? Zou de bezorger het eventuele geld dat hij geeft bij blokkades van Hamas, of aan Egyptische of Israëlische agenten, in de prijs verdisconteren? En waarom bestellen mensen eigenlijk geen levende kip die eitjes legt? Of misschien dóen ze dat wel, maar heet dat geen nieuws.

En dan die náám 'KFC', dat kan toch niet lekker zijn? Het klinkt een beetje als JFK of JSK. Eet smakelijk, mensen. Maar ik oordeel vast weer te snel. Want ik at er nog nooit. In KFC. In Gaza trouwens ook niet. Wel in het naastgelegen Ashkelon, dat er vlak boven ligt, een andere stad uit de oudheid. Ik vierde daar zelfs mijn achtste verjaardag. Maar deze week was ik op een ander feestje. In een ander Arabisch gebied. Zo'n vijfduizend kilometer westwaarts. Waar ik geen kip at, maar lam.







vrijdag 3 mei 2013

Ode aan Oterdum, een dijk van een dorp

Versterkt door een Oost-Friese graaf, veroverd door Saksen, belegerd door Spanjaarden. 'Een kleine doch fraaye kerk, staande op de dyk'.
Waar het ligt?
Nergens.
Want Oterdum is niet meer. Net als een paar andere dorpen die voor de grootschalige uitbreiding van de industrie rond Delfzijl moesten wijken. Wat uiteindelijk niet nodig bleek. Wat bleef was ruimte, veel ruimte. En vogels. Die willen hier wel wonen.

Maar zo'n dijk, met de grafzerken een aantal meters boven de doden vanwege de dijkverhoging. Wat tevens de reden was dat ook het kerkje verdween, dat levert toch wel mooie plaatjes op. Ja, ook de industrie is in zekere zin mooi met dat licht. De kolossale windmolens aan de overkant van de Eems, in Duitsland, de schepen, de uitgestrekte vlaktes.

Zelfs de namen van weleer zijn verdwenen: Trijntje, Talje, Antie, ik ken niemand meer die zo heet. En ook korter geleden, in 1956, staan Lammie, Ienko en Eppie op een klassefoto van de school die de kinderen uit de verdwenen dorpen bezochten. O wacht, maar dat is de hele lagere school die daar poseert.















Het andere verdwenen dorp heet Heveskes. Maar dat ontdekte ik thuis pas. Nergens staat een bordje dat iets over dit kerkje vertelt. Waarvan het oudste deel maar liefst dateert uit 1200.


Op het polygoonjournaal uit 1975 is te zien en te horen hoe het de kerk, school en winkel ('met worsjes en 'nassi gooreng') van Weiwerd verging. Let ook op het prachtige moderne fluitje dat de vertelstem vergezelt. 

Het is niet een plek waar je 'even' langskomt. Maar het is de moeite waard. De grootheid, de leegte, de harde wind en krijsende meeuwen.









In Termunterzijl varen tieners in bootjes over de binnenwatertjes. Het gemaal 'Cremer' is museum geworden met geld uit Brussel. Touwen tikken in het avondlicht tegen aluminium masten die lange schaduwen werpen. Misschien wel afkomstig van Aldel, de alumiumsmelter op de achtergrond bij de zerken. Oterdum rust zacht onder de dijk.