Laat ik er van uitgaan dat het een vent is. Want hoewel mannen beter bedreven zijn in het zich slachtoffer voelen, -dan de ander sekse- vind ik 'man' toch te veel eer voor de afzender van de mail ik onlangs kreeg.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.
Watskeburt?
Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti
Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet
Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).
Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!
Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?
Eikel.
Posts tonen met het label 'de ander'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'de ander'. Alle posts tonen
woensdag 26 oktober 2011
Eikel
Labels:
'de ander',
beeld,
blog,
Dalla,
dansen,
jagen,
Lucio Dalla,
man,
man-vrouw,
relatie,
schrijven,
seks,
taal,
uit,
uitspraken,
vrouwen
dinsdag 28 juni 2011
Ierse lifters
Het waren van die hele echte. Zij met een strooien hoed, hij met een stoppelbaardje. Hun rugzak een beetje scheefgezakt aan hun voeten. Ze stonden daar. Op de eerste echte Liftplaats van Nederland. In Amsterdam.Ik was er speciaal langsgereden. Had geen zin om opnieuw twee uur in mijn uppie te rijden. Maar negen van de tien keer staat er niemand te liften. Zeker niet na de invoering van de OV-kaart voor studenten. Maar nu dus wel. 'Germany', daar wilden ze heen. Dat schikt, die kant moet ik ook op! Maar de richting was verkeerd, dus ze bleven liever staan.
Aan mij kan het niet gelegen hebben. Hoewel ik er een uurtje eerder ronduit smerig uitzag, was mijn aanblik nu, al zeg ik het zelf, best appetijtelijk. Had me zelfs zeer smakelijk uitgedost. Want na drie dagen klussen in Amsterdam had ik zin in een verzetje. En mijn minnaar zou ook komen. Per trein. Konden we samen wat leuks doen. En dan samen terug. Maar hij kwam niet. Hoofdpijn. Een soort Ierse lifter zal ik maar zeggen.
O, had ik gedacht, dan kan mister V. tòch mooi mee terugrijden naar Groningen? Dezelfde macho man aan wie ik gisteravond had gevraagd of er nog wat te dansen viel in Mokum. Maar hij had zijn mobiel toen niet gehoord, en mijn sms vanmorgen pas gelezen. Wat erg jammer was, zei hij. Want er was gister toch zó'n enórm fijn Carribean feestje in de Melkweg geweest. Fantastisch! Super! Echt jammer dat je er niet was, Lehti. Ja, leuk, meneer V., en dat zeg je me nú, een dag later, wat koop ik daarvoor? Iets wat wàs maar toch niet. Een Ierse liftparty of zoiets.
Meerijden hoefde de macho later ook niet meer. Want nadat ik tevergeefs op mijn minnaar had gewacht, was de trein die V. Noordwaarts had genomen, al voorbij Zwolle. Geen dansfeest, geen minnaar, geen mister V. en ook mijn naar Amsterdam verkaste vriendin was de avond te voren dronken geweest en had nu een kater. Dus besloot ik via de liftplek naar Groningen te gaan. Waar Ierse lifters stonden. Die niet meereden.
Honderdtachtig kilometer verderop bel ik aan bij mijn eigen huis. Of althans, bij de bel waarnaast tot op heden mijn naambordje prijkt. Naast de naam van mijn ex. Die er nog wel woont. Ik ben zelf een deurtje verder gaan wonen. Moet kunnen. Ik was drie dagen weggeweest, zodat hij en zijn nieuwe liefdesduifje alle vrijheid hadden om te tortelen. Zelfs als glurende buurvrouw zouden ze geen last van me hebben. Ze hadden lekker gezinnetje gespeeld. En ik had kunnen werken. Win-win heet dat toch?
Maar buurvrouw Lehti vond het nu tijd voor een paar plichtplegingen (handje schudden, 'hou-are-joe?' 'fain-end-joe?') met het duifje in kwestie, dat, naast het tortelen ook de zorg voor mijn bloedjes van kinderen op zich had genomen.
Nee, ze wou niet, kon niet, ze wilde geen dag zeggen of handje geven. Ach ja, prille liefde, hè. Moet kunnen. Mooi rokje had ze wel aan. Dat kon ik zien, staand voor mijn eigen voormalige voordeur. Alleen wat zuur dat zij degene was om wie ik dat deurtje verder ben gaan wonen en dat ze desondanks zeurt over dat naambordje, tampons op zijn toilet en foto's van mij in zijn huis die mijn foto's niet zijn. Typisch geval van een Ierse lifster. Zo één waar je op rekent, en die dan toch niet komt vanwege hoofdpijn, een gemiste sms, of omdat ie een andere kant van Duitsland op moet.
Maar wacht 's even? Nu draaf je door lieve Lehti! Je hàd helemaal niet op haar gerekend! Sterker nog, je kunt haar missen als kiespijn (en hij ook, maar dat zal hij niet toegeven, want nu hij 'A' heeft gezegd, volgen daar alle alfabetten van de hele aardbol op, dat is hij aan haar verplicht, daar is ie van overtuigd). Ze is dus geen Ierse liftster. Meer een Franse, of Zwitserse of zo. Zo één die er wel is, als je er niet om hebt gevraagd, die wispelturig wappert met haren, glimlacht, vleit en voert maar dan bergen aandacht terug verwacht. Op de manier en momenten dat zij dat wil. Want ze heeft zo veel voor je over.
Brrr, op dat soort lifters zit ik niet te wachten. Dan maar alleen rijden.
dinsdag 22 februari 2011
Jezelf uitzwaaien...
...anders kan ik het niet noemen. Natuurlijk ben ik wel vaker zonder man, kind of in een andere samenstelling dan met het gebruikelijke kerngezin op stap geweest. En de laatste zomers bivakkeerden Leo en Keesje, dankzij de vakantie-lat relatie van hun ouders, maar liefst zès weken in de zon. Kinderen, vliegticket en autosleutel werden na drie weken, ergens op een camping uitgeruild door pa en ma. Van de schaarse gezamenlijke nachten (en dagen) werd goed gebruik gemaakt om elkaars voorbije en komende afwezigheid te compenseren. Nooit geweten dat een tent zo heet kon zijn. En na een paar dagen werd in een andere samenstelling genoten van de één-oudervakantie. De andere ouder keerde huiswaarts. Back tot work. Een erg praktische oplossing voor het jaarlijks terugkerend gepuzzel met vakantiedagen. En ach, thuis zaten we toch al te veel op elkaars lip. Enig mogelijk nadeel was de wanhopige blik die op het gezicht van de campingbazen verscheen als de rekening moest worden opgemaakt. Zij wist niet meer wie er wanneer en hoe lang op haar terrein was geweest. Maar dat was vermakelijk. Het gevoel dat me vanmorgen bekroop was van een ander kaliber.
De avond te voren had ik, al fröbelend met eten, mijn moederplicht vervuld. Lunchdoosjes met komkommerkroontjes, koude pannenkoeken en kaasblokjes (oud voor Kees, jong voor Leo) werden afgemaakt met een ansicht vol rijmelarij over het te bezoeken vakantieland. Een kunstig gevouwen briefje van tien completeerden het pakketje liefde voor onderweg. Hoe crea. Ja ja, het duel om een vent kan zelfs de vorm van kaas aannemen. Uiteraard bleef ik 's avonds te lang op, zodat het 's morgens toch minder gezellig werd dan ik me had voorgesteld. 'Opschieten jongens, als je nog iets mee wilt, moet je het nú, ik bedoel dus NU pakken!'. 'Nee, liefje, zo veel knuffels kunnen niet mee.' en 'Hup hup, papa staat zo met de auto voor de deur.'
Klokslag half negen belt papa aan, hij maakt geen gebruik van zijn huissleutel, die hij nog altijd heeft, ondanks dat hij hier al maanden niet meer woont. Zijn nieuwe lief blijft in de auto wachten. Ik zoen mijn ex goedemorgen en druk hem een verse kop koffie in de hand. Terwijl ik de jongens in hun schoenen en jassen praat (veel bewerkelijker dan het even zelf te doen, maar ja, ze moeten het ook léren, toch?), ren ik zelf op sloffen naar de auto, om mijn werkschoenen te pakken. Hierbij duw ik per abuis mijn boezem onder de neus van mijn lieftallige opvolgster. Oeps. Als iedereen startklaar lijkt, neem ik plaats achter het stuur, om het nieuwe gezinnetje naar het station te brengen. Maar dan loopt Keesje nog even doodkalm het huis in met de woorden "Oh, ik ben me stifte vergete, eve zoeke hoor." Wat fijn om zulke relaxte kinderen te hebben. En ìk ben ook niet degene die de Alpentrein moet halen. Neem de tijd.
Met één hand aan het stuur en de autoradio een tikkie te hard, draai ik 'taxi Lehti' de parkeerplaats voor het station op. Ik wandel rustig naar de parkeermeter terwijl vader en zijn lief de koffers uitladen. Bij de trein omhelst Leo me innig. Hij zegt dat ie denkt me te gaan missen en oppert waarom ik niet gewoon mee ga naar de bergen. Dan brengt hij plotseling verschrikt uit dat zijn zonnebril nog in de auto ligt. 'Rennen', brult hij me paniekerig achterna, terwijl ik me een weg baan tussen de mensen op het perron.
Als hij me weer blij aankijkt, met zijn coole bril op zijn neus, zie ik alleen de weerspiegeling van mijn eigen maandagmorgenblik. Een laatste zoen, ook voor vader, schiet mijn opvolgster schijnbaar in het verkeerde keelgat, ze tovert prompt haar laptop tevoorschijn. Vader vingert zich alvast warm op zijn I-phone. Hun beider blikken staan strak op hun apparaten gericht. Wat een zegen moet die nieuwe technologie toch zijn voor al diegenen die zich op dergelijke 'non-momenten' geen houding weten. Als ik haar net iets te lang aankijk, verschijnt er een geforceerd lachje om haar mond. 'Take care of my boys.', zegt ik haar. 'Yes, I will.' Het is haar geraden.
Vanaf het perron maak ik ski-gebaren naar Leo -het lijkt meer op schaatsen- en teken ik smileys voor Keesje op het smerige raam. Mijn vingertoppen zijn al gauw pikzwart. Maar tekenen lukt zo des te beter. Kees probeert hetzelfde te doen maar aan de binnenkant is de trein wèl schoon. Ik zie hoe hij zijn mond wijd opent en blaast. Even later tekent hij een volmaakt hartje op het beslagen raam. Ik glimlach, richt mijn ogen ten hemel en vouw mijn handen voor mijn boezem. Kees lacht terug. Het verse stel lijkt niks te merken, of zouden ze wachten tot de trein wegrijdt ik eindelijk uit beeld ben? Ik gebaar dat de jongens hun jas uit kunnen doen en wijs naar de kapstok (hetzelfde spook van de zelfredzaamheid als bij het schoen aantrekken thuis, nog geen uur geleden). Zij neemt zwijgend hun jassen aan. Ze drapeert ze naast zich op de bank. Het is een geduldig en liefdevol gebaar. Wat een heerlijk relaxte vrouw.
Er wordt gefloten, sissend sluiten de deuren en langzaam zet de trein zich in beweging. Kees en Leo werpen kushandjes naar mij door het raam.
Elf uur later stuurt vader me een sms. Ze zijn goed aangekomen. En de groeten. De tot gister gebezigde kusjes waarmee werd afgesloten blijven veilig daar, ver weg, op vakantie, binnen het gezellige gezin. Dag dag!
De avond te voren had ik, al fröbelend met eten, mijn moederplicht vervuld. Lunchdoosjes met komkommerkroontjes, koude pannenkoeken en kaasblokjes (oud voor Kees, jong voor Leo) werden afgemaakt met een ansicht vol rijmelarij over het te bezoeken vakantieland. Een kunstig gevouwen briefje van tien completeerden het pakketje liefde voor onderweg. Hoe crea. Ja ja, het duel om een vent kan zelfs de vorm van kaas aannemen. Uiteraard bleef ik 's avonds te lang op, zodat het 's morgens toch minder gezellig werd dan ik me had voorgesteld. 'Opschieten jongens, als je nog iets mee wilt, moet je het nú, ik bedoel dus NU pakken!'. 'Nee, liefje, zo veel knuffels kunnen niet mee.' en 'Hup hup, papa staat zo met de auto voor de deur.'
Klokslag half negen belt papa aan, hij maakt geen gebruik van zijn huissleutel, die hij nog altijd heeft, ondanks dat hij hier al maanden niet meer woont. Zijn nieuwe lief blijft in de auto wachten. Ik zoen mijn ex goedemorgen en druk hem een verse kop koffie in de hand. Terwijl ik de jongens in hun schoenen en jassen praat (veel bewerkelijker dan het even zelf te doen, maar ja, ze moeten het ook léren, toch?), ren ik zelf op sloffen naar de auto, om mijn werkschoenen te pakken. Hierbij duw ik per abuis mijn boezem onder de neus van mijn lieftallige opvolgster. Oeps. Als iedereen startklaar lijkt, neem ik plaats achter het stuur, om het nieuwe gezinnetje naar het station te brengen. Maar dan loopt Keesje nog even doodkalm het huis in met de woorden "Oh, ik ben me stifte vergete, eve zoeke hoor." Wat fijn om zulke relaxte kinderen te hebben. En ìk ben ook niet degene die de Alpentrein moet halen. Neem de tijd.
Met één hand aan het stuur en de autoradio een tikkie te hard, draai ik 'taxi Lehti' de parkeerplaats voor het station op. Ik wandel rustig naar de parkeermeter terwijl vader en zijn lief de koffers uitladen. Bij de trein omhelst Leo me innig. Hij zegt dat ie denkt me te gaan missen en oppert waarom ik niet gewoon mee ga naar de bergen. Dan brengt hij plotseling verschrikt uit dat zijn zonnebril nog in de auto ligt. 'Rennen', brult hij me paniekerig achterna, terwijl ik me een weg baan tussen de mensen op het perron.
Als hij me weer blij aankijkt, met zijn coole bril op zijn neus, zie ik alleen de weerspiegeling van mijn eigen maandagmorgenblik. Een laatste zoen, ook voor vader, schiet mijn opvolgster schijnbaar in het verkeerde keelgat, ze tovert prompt haar laptop tevoorschijn. Vader vingert zich alvast warm op zijn I-phone. Hun beider blikken staan strak op hun apparaten gericht. Wat een zegen moet die nieuwe technologie toch zijn voor al diegenen die zich op dergelijke 'non-momenten' geen houding weten. Als ik haar net iets te lang aankijk, verschijnt er een geforceerd lachje om haar mond. 'Take care of my boys.', zegt ik haar. 'Yes, I will.' Het is haar geraden.
Vanaf het perron maak ik ski-gebaren naar Leo -het lijkt meer op schaatsen- en teken ik smileys voor Keesje op het smerige raam. Mijn vingertoppen zijn al gauw pikzwart. Maar tekenen lukt zo des te beter. Kees probeert hetzelfde te doen maar aan de binnenkant is de trein wèl schoon. Ik zie hoe hij zijn mond wijd opent en blaast. Even later tekent hij een volmaakt hartje op het beslagen raam. Ik glimlach, richt mijn ogen ten hemel en vouw mijn handen voor mijn boezem. Kees lacht terug. Het verse stel lijkt niks te merken, of zouden ze wachten tot de trein wegrijdt ik eindelijk uit beeld ben? Ik gebaar dat de jongens hun jas uit kunnen doen en wijs naar de kapstok (hetzelfde spook van de zelfredzaamheid als bij het schoen aantrekken thuis, nog geen uur geleden). Zij neemt zwijgend hun jassen aan. Ze drapeert ze naast zich op de bank. Het is een geduldig en liefdevol gebaar. Wat een heerlijk relaxte vrouw.
Er wordt gefloten, sissend sluiten de deuren en langzaam zet de trein zich in beweging. Kees en Leo werpen kushandjes naar mij door het raam.
Elf uur later stuurt vader me een sms. Ze zijn goed aangekomen. En de groeten. De tot gister gebezigde kusjes waarmee werd afgesloten blijven veilig daar, ver weg, op vakantie, binnen het gezellige gezin. Dag dag!
zondag 12 december 2010
'Het'
Weet je het al?
Het is niet mis
Laat het toe,
het mag van mij.
Het is aan met haar.
Het is over met jou.
Je laat het gebeuren
Het valt me zwaar.
Vind je het fijn bij mij?
Is het niet meer wat het was?
Gaat het wel een beetje?
En wat wordt het nou?
Het lijkt me heerlijk.
Maar het valt niet te rijmen.
Het is niks gedaan zo.
En het is uit tussen ons.
Het gaat gebeuren.
Het gaat rond.
Het kan verkeren.
En het heeft wel wat.
Het is niet mis
Laat het toe,
het mag van mij.
Het is aan met haar.
Het is over met jou.
Je laat het gebeuren
Het valt me zwaar.
Vind je het fijn bij mij?
Is het niet meer wat het was?
Gaat het wel een beetje?
En wat wordt het nou?
Het lijkt me heerlijk.
Maar het valt niet te rijmen.
Het is niks gedaan zo.
En het is uit tussen ons.
Het gaat gebeuren.
Het gaat rond.
Het kan verkeren.
En het heeft wel wat.
dinsdag 16 februari 2010
Astrid Joostens verboden chocola
'Geil, dat vind ik nu echt geil, geil....' Steeds opnieuw laat Ruud de Wild het stukje herhalen. Astrid zou het hebben gezegd. Op tv nog wel. Het ging over gesmolten chocola dat uit een toetje loopt, als je het openmaakt, een toetje dat van buiten hard is. En zo was er al gauw een vrolijk bruggetje geslagen naar Joostens boek 'Verboden liefdes'. Over vreemdgaan, door vooral mannen natuurlijk, over 'de ware' en 'elkaar vinden' en over de reden van dit boek.
Ruud vraagt Astrid ernaar per telefoon. Ze had er een item voor tv van willen maken maar de geïnterviewden hadden niet in beeld gewild. Dan maar een boek. En zijzelf?, wilden de luisteraars natuurlijk weten. Nee, Astrid zelf was al jaren trouw aan haar vriend. Wel flirten, geen smsjes, wel verliefdheden, geen brieven. De zelf getrokken sexuele grens, ieders sexuele moraal, is weer een andere. En die 'open huwelijken', die waren volgens De Wild allemaal ongelukkig, dat was logisch.
Het interview is afgelopen en ik stap uit. Ik bel aan, ik sms, ik bel, op zijn mobiele nummers en thuis. Maar hij doet niet open, wil niet open doen. Of is in coma na te weinige uren slaap. Ik verdween hier een paar uur eerder, om zes uur 's morgens, om thuis mijn man af te lossen, die me gister, bij mijn vertrek, veel plezier had gewenst. Ik was ruim op tijd weer thuis geweest om hem uit te zwaaien naar zijn werk, broodtrommels te smeren en met de kleintjes te ontbijten. Als ik ze in de auto naar school breng, pik ik onderweg nog een klasgenootje op, die dreigt te laat te komen.
Ik gaap. Iets had me teruggelokt naar mijn eigen verboden liefde, naar de plaats des onheils. Maar de deur blijft dicht. Als ik langzaam zijn straat uit rij, de weg ligt vol ijzel, hoor ik op de radio dat Astrid Joosten naar haar voordeur loopt. Ze roept naar haar man om vooral niet open te doen, dat het voor háár is. Ze krijgt een chocoladetaart cadeau. Die moet alleen nog even worden opgewarmd, instrueert afzender Ruud haar door de telefoon, dan smelt ie van binnen.
Ruud vraagt Astrid ernaar per telefoon. Ze had er een item voor tv van willen maken maar de geïnterviewden hadden niet in beeld gewild. Dan maar een boek. En zijzelf?, wilden de luisteraars natuurlijk weten. Nee, Astrid zelf was al jaren trouw aan haar vriend. Wel flirten, geen smsjes, wel verliefdheden, geen brieven. De zelf getrokken sexuele grens, ieders sexuele moraal, is weer een andere. En die 'open huwelijken', die waren volgens De Wild allemaal ongelukkig, dat was logisch.
Het interview is afgelopen en ik stap uit. Ik bel aan, ik sms, ik bel, op zijn mobiele nummers en thuis. Maar hij doet niet open, wil niet open doen. Of is in coma na te weinige uren slaap. Ik verdween hier een paar uur eerder, om zes uur 's morgens, om thuis mijn man af te lossen, die me gister, bij mijn vertrek, veel plezier had gewenst. Ik was ruim op tijd weer thuis geweest om hem uit te zwaaien naar zijn werk, broodtrommels te smeren en met de kleintjes te ontbijten. Als ik ze in de auto naar school breng, pik ik onderweg nog een klasgenootje op, die dreigt te laat te komen.
Ik gaap. Iets had me teruggelokt naar mijn eigen verboden liefde, naar de plaats des onheils. Maar de deur blijft dicht. Als ik langzaam zijn straat uit rij, de weg ligt vol ijzel, hoor ik op de radio dat Astrid Joosten naar haar voordeur loopt. Ze roept naar haar man om vooral niet open te doen, dat het voor háár is. Ze krijgt een chocoladetaart cadeau. Die moet alleen nog even worden opgewarmd, instrueert afzender Ruud haar door de telefoon, dan smelt ie van binnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)