maandag 8 maart 2021

Daar mag geen piemel in

'Vrouw bevalt 's nachts om drie uur van kind en gaat dag erop naar de kapper. Dit nieuwtje was het gevolg van het versoepelen van enkele coronaregels en kwam woensdag voorbij op het journaal. Het werd gevolgd door nieuws over een muurloze school in Jemen en militairen in Myanmar. Maar de wens om een knipbeurt van een kraamvrouw hield de gemoederen in ons behoudende Nederland meer bezig. Er kwamen ook andere klanten aan het woord: 'Het kon ècht niet meer' en de kapper zelf: 'Gewoon lekker knallen nu!'. Dat doet het altijd goed bij de brave kijker: werkwilligen en het volk dat er netjes uit wil zien. Een dag later kwam ook de nieuwsgierige luisteraar aan zijn trekken want bij Q-music hield men zelfs een heuse wedstrijd om de meest bijzonder bezigheid in de kraamtijd. 

De presentatoren omarmden begripvol ontboezemingen van vrouwen die zich op schimmelkaas of prosecco hadden gestort. Vooral negen maanden zonder alcohol was vast een beproeving. Ook een tochtje naar de drive-in bij Mac Donalds, rechtstreeks uit het ziekenhuis met baby en al, was niet heel vreemd. Vrouwen in een dergelijke positie mogen ook wel eens worden verwend nietwaar? (en met een Happy Meal kun je nooit vroeg genoeg beginnen). Er volgde een dame die naar de disco was geweest. 'Oei', hoorde je de luisteraar denken, 'swingen na een bevalling was vast verkeerd. Met kans op baarmoederverzakking en wat niet al!' Gelukkig vertelde de vrouw dat ze vooral haar behoefte aan hard werken had willen bevredigen, ze hielp mee met het opbouwen van de disco, dat deed ze vóór haar zwangerschap ook altijd. 'En de kleine dan?' vroeg presentatrice bezorgd. Nou, die lag gewoon in de kinderwagen in de bedrijfskantine. Kon ze heerlijk slapen en moeders kon zo tussendoor mooi voeden. Handiger kon niet. 

Maar één beller, de laatste, spande de kroon. Deze vrouw had niet willen zuipen, schransen, naar de kapper of -dat wordt in ons geëmancipeerde land inmiddels ook gedoogd- hard willen werken. Nee, deze kersverse moeder wilde seks, al werd dat woord tijdens het gesprek uiteraard kundig vermeden. De vrouw wilde op de radio niet haar echte naam gebruiken en werd Carolien genoemd. Carolien had twee dagen na de bevalling seks gehad, was vreemdgegaan. De radio-dj's begonnen onwennig doch beleefd te vragen of dat fysiek nou wel goed dan wel mogelijk en verstandig was geweest. De mannelijke presentator vond het sowieso nogal vreemd, want hij meende toch te weten dat vrouwen na de bevalling nooit zin hadden. De beller vertelde nuchter en zonder lacherige schaamte dat dat bij haar dus wel het geval was en dat die behoefte kwam door de bevalling zelf. Althans, ze wilde weten of het 'daar beneden' nog wel allemaal goed werkte bij haar, of alles niet kapot was, nu er een baby uit was gekomen. Ze had eerst aan haar man gevraagd om dit samen uit te zoeken maar toen hij weigerde en er op dag twee een knappe collega op kraamvisite kwam, had deze man die onzekerheid bij haar wel weg kunnen en willen nemen. Het was helemaal niet de insteek geweest om vreemd te gaan. En ze was gerustgesteld dat de boel 'het nog deed'. 

De presentatoren hadden hoorbaar moeite hun oordeel te verdoezelen en brachten al snel reacties van luisteraars in stelling: 'Ik walg van deze vrouw' en 'ik kots op haar'. Vervolgens vroegen de dj's aan Carolien of zij dergelijke reacties begreep. Ik dacht er achteraan: 'De vraag stellen is hem beantwoorden'. Ook opvallend was dat er anno 2021 kennelijk nog steeds een erg eenzijdig beeld van seks bestaat, er schijnt hoe dan ook een piemel in te moeten, of juist niet natuurlijk. Want noch door de beller noch door haar bevragers werd er gerept over handen of een tong die in dit geval toch vrij letterlijk de wonden had kunnen likken. Maar de fysieke behoefte van de vrouw had natuurlijk sowieso geen pas. Zij diende zich te wijden aan de baby, gelukzalig luiers te verschonen en bij het aan de borst leggen van de kleine de pijn van haar samentrekkende baarmoeder in stilte te verbijten.

Als er bij een enkele toehoorder nog enig begrip aanwezig was, werd dat er door Caroliens vervolg van het verhaal niet beter op. Want ze had het voorval tot op heden niet aan haar man had verteld en ze waren nog wèl samen. Ze herhaalde tevergeefs dat het er haar niet om te doen was om vreemd te gaan, maar om de werking van haar lichaam te testen. Na de verbazing, afkeuring en zelfs walging werd er na het beëindigen van het telefoongesprek nog even nagepraat: het was vast allemaal niet waar geweest, verzonnen. Het was Carolien om de aandacht op de radio te doen geweest, dat ze een schuilnaam gebruikte zei toch genoeg? 

Los van de betrouwbaarheid weet ik nu wel wat er van kraamvrouwen wordt verwacht. Die mogen een nieuw kapsel of een wijntje willen, ze mogen zelfs willen werken, maar het liefst zien we ze uitrusten en zweven op een roze wolk. Zin in seks is uit den boze en er mag geen piemel in. Zeker niet een andere dan die het zaadje voor de baby heeft geplant. Daar walgen wij van, daar kosten wij op en zij die deze behoefte wel voelen en ook bevredigen, dienen die afkeuring begripvol en lijdzaam te ondergaan. 

Nog een geluk dat we in in Nederland geen steniging voor overspel kennen. 

woensdag 3 maart 2021

Zaken van gister

Portemonnee, mondkapje, pakketjes...ja, ik had alles mee. Thuis vond ik al twee passende enveloppen en ik plakte alvast wat postzegels maar om zeker te weten of de pakjes het predicaat 'brievenbuspost' verdienden, toog ik naar het postkantoor. Of nou ja, postkantoor. dat is natuurlijk iets van vroeger, dat heet tegenwoordig  postagentschap, de sigaren- of snoepboer dus. Hoewel die vast dicht zou zijn vanwege corona want snoep en rookwaar zijn geen eerste levensbehoeften. In inderdaad hing op de gesloten rolluiken een briefje met de mededelingen dat de post die vóór de snoepboer was bestemd bij de naastgelegen slager kon worden afgegeven en indien je zelf iets wilde versturen, je dat bij de tegenovergelegen supermarkt kon doen. 

Van verre zag ik de brievenweegschaal al staan. Alwaar een wat oudere kassière -mijn leeftijd dus- met een te luide stem juist bezig was een bakje bessen af te wegen. Een klant beweerde daar teveel voor te hebben betaald. Er moest een bon gecheckt, er was een sleutel nodig, er moest een meerdere worden gepolst en, vermoed ik, de besjes moesten gewogen want zomaar geld teruggeven, dat ging natuurlijk niet. Best lastig om een klantenservice te combineren met een tijdelijke waarneming van post gerelateerde zaken. Te meer als dit dient te gebeuren op de vierkante meter waar zich tevens de uitgang van één van de kassa's bevindt. De kassa waar men ook rookwaar koopt en dat zal vanwege de sluiting van de sigarenboer toch al meer klanten trekken. 

Een jongere kassière nam mijn pakjes aan en ik zei dat ik graag wilde weten of mijn post 'voldoende was gefrankeerd'. Ze keek me glazig aan en haar 'Wat?' kwam vast niet omdat ik een mondkapje droeg maar omdat ze het woord 'frankeren' niet kende. Toen ze de pakjes even tussendoor voor mij wilde wegen, wuifde de luide-stemcollega wuifde haar weg met 'effe hierop concentreren hoor'. De bessenklagers kregen hun hun geld retour en dropen af, nu was het mijn beurt. 'Vier euro tachtig' las de kassière voor. Ik vermeed dit keer ouderwetse woorden en zei dat 'er al een aantal postzegels op zaten'. De jongedame keek wat hulpeloos naar de plakkers van de koning en toen naar haar collega, die nog steeds met de bessenbonnen in haar hand stond. Dat moest ze eerst afhandelen zei ze. Het ongemak van de jonge kassière was bijna voelbaar. Misschien kauwde ze nog op het woord 'frankeren'. Toen de luide stem eindelijk klaar was wist die me te zeggen dat ze helaas niks voor me kon doen. Het apparaat kon alleen 'vier euro tachtig' uitprinten en ze er kon er geen losse postzegels bijplakken, want die waren op, niet geleverd: 'Morgen misschien'. Onverrichter zake keerde ik weer huiswaarts, plakte de ontbrekende postzegels bij en was blij dat er om de hoek van mijn straat nog een brievenbus stond. Maar helaas, daar pasten de pakjes, ondanks dat ze als 'brievenbuspost' waren aangemerkt, toch niet in. 

Terug bij de supermarkt bleken de pakjes gelukkig voldoende gefrankeerd maar ik was nog niet klaar, want dit keer werd ik bevraagd over de adressering: 'Is dat een vier?' en 'Staat daar een b'? Braaf en enigszins beschaamd om mijn onleesbare handschrift onderging ik het verhoor. Even later rolde het overgetypte adres als label uit de postmachine. Toegegeven, mijn handschrift is zo belabberd dat ik zelfs mijn eigen boodschappenbriefjes met moeite ontcijfer maar op de adressen had ik toch echt mijn best gedaan. En daarbij weet mijn generatie hoe leuk het is om aan de hand van een handschrift te raden wie de afzender is. De getypte labels werden over mijn geschreven adres geplakt. 

Beteuterd maar toch blij dat de pakjes onderweg gingen, vroeg ik of ik nog wat rookwaar mocht kopen uit de kast achter de kassière, hoewel ik het antwoord al kende en er alvast aan toevoegde: 'Of moet ik daarvoor omlopen, door de hoofdingang en eerst de hele winkel door?' Dat bleek te kloppen.  

Toen ik na mijn ronde door de winkel en het wachten in de rij om mijn pakje shag vroeg, bleken ook die op te zijn, niet geleverd... misschien morgen. 

donderdag 21 januari 2021

Weski en oom

In verband met aantrouwen en echtscheidingen was hij mijn oom niet. Want bij de weduwnaar van de zus van de vader van je ex kun je met goed fatsoen niet meer spreken van verwantschap. Maar een oomrol had hij wel. Hij spoorde me aan om meer te lezen, hielp me online met mijn studie geschiedenis, vierde kerst in Groningen en de laatste kerst zou ik bij hem in Rotterdam voor hem koken. Maar hij viel, kreeg longontsteking en stierf. 

Daar was oom nog niet mee bezig, met de dood. Hij wilde nog Italiaans leren, bestudeerde de 5 mei lezing en zocht de door Grunberg aangehaalde citaten van Dresden op, van wie hij vele boeken bezat. Hij was lyrisch over Belle van Zuylen, las haar brieven in het Frans, net als hij met Proust deed. Hij verdiepte zich in Griekse en Perzische mythologie en deelde met mij de woorden van filosofe Martha Nussbaum: 'Plezier en pijn zijn de risico's van het menszijn'. Hij tipte me over het kijken van 'Mondo' en de Zomergastenaflevering met Ines Weski. 

Gister keek ik eindelijk naar wat Weski te vertellen had en oom had gelijk. Ze had het over de afbraak van de rechtsstaat, het opkomende het creëren van wij-zij denken en het cultiveren van angst maar Weski had ook een boodschap van hoop. Ze zei dat er altijd weer mensen zijn die het verschil durven te maken, onafhankelijk denkers, gewetensvolle mensen die tegen de heersende mening van de massa in durven te gaan. Helaas kan ik er niet meer met oom over napraten. Wel kan ik zijn woorden hier herhalen: 'Een ruim twee uur durend optreden van een intelligente vrouw: Doe het, doe het, je zult er geen spijt van krijgen'. (De hele aflevering is niet meer terug te kijken, we moeten het doen met 20 minuten.)

Nu ben ik omringd door ooms spullen. Boeken, muziek, dagboeken en kunstwerken van zijn overleden vrouw en zijn schoonouders, een poëziealbum, fotoboeken, uittreksels van lessen Russisch en Japans.  Helaas ontbreken de memoires van hemzelf. Als ik vroeg naar zijn eigen verleden, vertelde hij me er heel soms over. Hoe hij in de oorlog in Friesland werd ondergebracht, de executies op het Hofplein in Rotterdam, de blik van zijn vader en de grote fietsbel op diens dienstfiets. Hoe hij eens mee mocht op de paardenkar naar de groenteveiling in Sappemeer, over zijn lievelingsbroer niet terugkwam van de Arbeidseinsatz in Duistland en de blauwe maandag die hij werkte bij de hoogovens om rails ijsvrij te krijgen. Ik maakte aantekeningen maar mocht daar verder niks mee. 'Het was zijn geschiedenis' aldus oom, en boog zich toen weer voorover over de plattegrond van Rotterdam om wijken aan te wijzen waar de razzia's plaatsvonden. Ik vermoed hij zich ook wat betreft het niet prijsgeven wat zijn persoonlijke achtergrond enigszins met Ines Weski verwant voelde.

Nu rest me me niks anders dan zijn spullen te gelde te maken, in het testament had hij beslist dat ik dit samen met mijn ex moest doen. Zijn spullen worden geveild, vinden nieuwe eigenaren met weer andere achtergronden en al dan niet vertelde of opgetekende verhalen. Ook de opbrengst wordt verspreid over de wereld, zij het dat oom en zijn eerder overleden vrouw daar een specifieke, grenzeloze club voor aanwezen, 'Artsen zonder grenzen'. 

Dan is alles wat hij in zijn bijna negentigjarige leven aan kennis en schoonheid verzamelde uit beeld en resten me alleen nog gedachten. 

woensdag 28 oktober 2020

Kweepeersnoepjes en leesvoer

Feestjes zijn er niet, werken doe je thuis en of de school van je kinderen morgen nog open is, is onzeker. Uit eten kan niet, gaan dansen is gevaarlijk en vakantievierders worden door de buren voor gek versleten, en dat is niet uit jaloezie. Een politicus roept op om geen klussen in huis te gaan doen en raadt zelfs af om je kind te leren fietsen. Want als je van de ladder valt, of de fietsles eindigt met meer dan een paar schrammen, kan het ziekenhuis je mogelijk niet helpen.  

Je zou er spontaan van in een diepe winterslaap vallen. Maar in huize Lehti is het tegendeel het geval. Thuiswerken is geen optie en dus werk ik me een slag in de rondte. Want lekkende daken of verstopte afvoeren zijn er altijd, corona of niet, en die moeten worden verholpen en mensen blijven ondanks alle beperkingen toch verhuizen en verbouwen. Helaas levert meer werk ook meer risico's op en dan bedoel ik niet het contact met klanten. Dan ben ik opeens zelf de veroorzaker van lekkage in plaats van de verhelper ervan. Maar daar ga ik hier niet over uitweiden, dat overkomt de beste klussers, zo hou ik mezelf voor. 

Dat ik door al dat werken geen tijd meer heb voor leuke dingen is geen probleem, vakanties of feestjes zijn immers uit den boze. Jammer is wel dat ik door mijn uithuizigheid de toevallige bezoeker die mijn huis passeert dan misloop. De ene vriend deponeert mijn manuscript met zijn zinnige commentaar in de brievenbus en herinnert me er daarmee aan dat ik die roman ooit nog eens wil vervolmaken. Een andere vriend zet achter huis twee bakjes met lekkers neer. Met zelfgemaakte frambozendrab en kweepeersnoepjes. Kijk, dan heb ik toch zomaar weer een feestje. Met leesvoer en lekkers en wek ik daarmee dit blog voor eventjes uit haar winterslaap. 




dinsdag 13 oktober 2020

De oogst van 2020

Er zit een jongen op een bankje langs de weg. Hij tuurt op het scherm van zijn smartphone. Op de tafel vóór hem liggen een tiental zakjes die van binnen een beetje zijn beslagen door de zon die er op schijnt. Op het stuk karton ernaast staat 'stoofperen €1, - per kilo'. Honderd meter verder staat eenzelfde soort tafel, met weer andere zakjes. Wat er in in zit is niet te zien maar op het bordje ernaast staat 'walnoten'. 

Ik rij hier wel vaker langs. Op weg naar een klant die buiten de stad wilde wonen en in twee jaar tijd een hokkerige, doorrookte woning omtoverde tot een plattelandsparadijsje. Alles wordt aangepakt, de vloer en het dak, de badkamer en balustrade, alles volledig naar haar eigen wensen. Het huis is omringd met hazelaars, vlinderstruiken, enorme bloeiende fuchsia's en bomen vol vruchten. Na gedane arbeid krijg ik vaak wat van de oogst mee. Walnoten of appels of wat het seizoen ook maar rondstrooit. 

Zelf strooi ik ook wel eens wat rond. Bouwlampen, steeksleutels, duimstokken, ijzerzagen, lijmklemmen en ik raakte in de loop der jaren zelfs eens grote huishoudtrap kwijt. Toch niet iets wat je zomaar over het hoofd ziet. Vandaag haalde ik wat van mijn vergeten strooigoed op bij de klant op het platteland. De zon scheen uitbundig, de noten waren rijp en de peren te koop.

zaterdag 3 oktober 2020

De prinses, corona en Allah

Haar schoondochter doet open, of hoe noemt men de zus van de verloofde van haar dochter? Nou ja, er is een feest voor gevierd dus het is vast familie. Dan komt ze ook zelf aanlopen, vanwege corona wordt er niet omhelsd of gezoend, alleen wat lief gelachen. Anderhalve kop schelen we en ook haar voeten zijn vier maten kleiner dan de mijne, ik voel me een beetje een reus. Als ik vraag of ze mee gaat wandelen glipt ze de slaapkamer in en komt even later, gehuld in een lange jurk en met hoofdoek de gang weer in. Ze schiet ook gauw haar kabouterslofjes aan en even later wandelen we met z'n drieën langs de velden achter onze wijk. Ik leer haar de woorden 'kikker' en 'ezel' en ik probeer het Arabisch dat ze me bijbrengt te herhalen. Het nablaten van haar woorden gaat me vrij aardig af en ergens herken ik de klanken wel, die ik voordat corona uitbrak van haar leerde. Maar of het nu 'dinsdag', 'aardappels' of  'weiland' betekent, ontgaat me. Zelfs tot tien tellen in het Arabisch lukt me niet meer. 

Ze maakt die avond rijst met kip en paprika en vraagt of ik mee-eet maar ik sla het aanbod af, er wacht thuis nog een restje zalmforel. "Vies isj lekker", zegt ze. Het Arabische vreetfeestje van vorige week liet ik ook al aan me voorbijgaan. 'Mobarak' en 'gefeliciteerd' appte ik haar, aangezien er uit haar huis muziek te horen was. Het bleek de verloving van haar dochter te zijn. Het stelletje is nu -eenmaal verloofd mag dat kennelijk- samen elders in het land, drie dagen maar liefst. Waarschijnlijk week dochterlief nog nooit eerder zo lang van moeders zijde. Diezelfde dochter die in reactie op mijn burgerlijke staat eens zei: "Dat doen wij niet bij ons, wij blijven altijd bij elkaar". 

Als we bijna bij huis zijn krijg ik het verlovingsfilmpje te zien waarop vrouwen met hoofddoeken wild klappen bij opzwepende muziek. Van de bruid en de zus van de bruidegom zijn de haren wel te zien, en wat voor haar! Nadat het koppel heeft gedanst en zelfs bij het slow dansen nauwlettend in de gaten wordt gehouden door de omstanders, voegen ook de moeders en de zus van de bruidegom zich bij het stel, hetzelfde pubermeisje dat nu naast me staat en de hele wandeling weinig zegt. Dan haalt ze haar telefoon tevoorschijn en toont me haar eigen haren zonder hoofddoek. Inktzwarte krullen die verder reiken dan haar heupen. Bloedmooie prinses. 

Bij de laatste bocht houden we nog even halt. Mijn buurvrouw wil me 'Corona klaar, Insállah' laten zeggen. 'Nou, dat moest ik maar niet doen', zeg ik, 'dat filmpje stuur je dan zeker naar je zus in Jordanië?'
'Ja, ja', lacht ze vrolijk. 
'En naar míjn moeder' lacht het Arabische prinsesje en trekt haar hoofddoek voor haar gezicht. Niet tegen corona, maar tegen de zon. Ik lach en wijs naar mijn blote benen: 'Daar wil ik juist wat meer van'. 
Als we afscheid nemen dringen ze beide nog even aan en ga ik overstag. Ik blaat hen en na en die avond zal mijn wens dat 'Corona morgen voorbij is als Allah het wil' door huiskamers van familie in Jordanië, Syrië, Soedan en Groningen gaan. God weet waar het goed voor is.

zaterdag 16 mei 2020

Leven in het Christenkalifaat

Je mag alleen met de vaste partner seks hebben
of zoenen, of zelfs maar aanraken
Dansen met vreemden mag niet meer
Ook niet op een bankje zitten.
Je mag met mensen met wie je het huis niet deelt niet afspreken.
Of er bij in de buurt komen.
In heel Europa zelfs
Of nee, de halve wereld.
Op straffe van een forse boete.
 
Om de kans dat bovenstaande toch onbedoeld gebeurt te verkleinen zijn kantoren, scholen, universiteiten, restaurants, café's en theaters gesloten en evenementen tot nader orde afgelast. Inclusief verjaardagen.

Je zou bijna denken dat de overtuiging van religieus extremisten gemeengoed is geworden. Hoewel het aan de regeringsdeelname van de ChristenUnie niet kan liggen want zelfs de EO jongerendag is gecanceld. 



maandag 20 april 2020

Op eieren lopen

Kieviten vliegen laag over de verlaten voetbalvelden. Zou het gras op het veld eigenlijk nog gemaaid worden en zo niet, liggen daar nu kievitseieren in plaats van ballen? 

In 'Buitenhof' was gister te zien hoe zowel Jan Terlouw als Ramsey Nasr hun haar langer droegen dan gewoonlijk. Misschien breekt er een nieuw hippie-tijdperk aan nu kappers niet mogen werken. Of beter gezegd, een era van 'capelloni', (lang) harigen, de Italiaanse term voor hippies dekt de lading beter.

Zouden het meldpunt discriminatie sinds de coronamaatregelen nu ook minder te doen hebben? Aangezien tegenwoordig iederéén met een grote boog om elkaar heen loopt, weigert handen te schudden en er ontslagen om aantoonbaar andere redenen vallen. Alleen de hoeveelheid kerels op de buis is in deze tijd buitenproportioneel. Maar daarover klagen is vast niet gepast. 

Meldingen van huiselijk geweld zullen daarentegen wel stijgen. Want hoe fijn het ook is dat de criminaliteit op straat op vele vlakken daalt, agressie stopt niet bij de voordeur. En opgesloten zitten met je agressor is, zo weet ik uit eigen ervaring, bepaald geen pretje.

Werk weg, kappers dicht, kroegen, bioscopen en schouwburgen gesloten. Zelfs scholen zijn nu al een maand dicht. Wat dat huiselijk geweld dan weer aan het licht kan brengen. Zo werd een docent terwijl ze online lesgaf mishandeld door haar vriend. Niet zo snugger van hem en de leerlingen die het zagen schrokken zich wild, maar wellicht schudt dit de docent in kwestie en hopelijk veel anderen wakker. Dat dat 'oude normaal' toch verre van normaal is. Sommige relaties vragen ook om gepaste afstand.

Dat thuisonderwijs blijkt in huize Lehti goed uit te pakken. Natuurlijk wordt er gehannest met onlinelessen ('Waarom werkt de wifi niet? Hoezo valt het geluid nu uit?), inleverdata en wat niet al, maar mijn jongste kan nu tussen de stof door zijn dutjes doen en loopt zijn achterstanden mooi in. Zijn broer Leo heeft sowieso weinig op met het opgehokt in een lokaal zitten met leeftijdgenoten.  Hij liet zich dan ook ontvallen dat hij het eigenlijk wel prima zo vindt, waarom kunnen de scholen niet gewoon dicht blijven? Zelfs bij zijn baantje als bezorger moet hij nu afstand houden. Wel zo prettig voor hem. 

Ook mijn uithuizige grote zoon mag niet klagen. Na twaalf jaar werken in de horeca verdient hij nu zijn maandloon in een drugssstore. En drugs, zo heeft de overheid besloten, vallen niet onder de horeca. De lange rijen bij de coffeeshops gingen op de enige dag dat alles dicht moest weliswaar harder dan de corona zelf viraal de hele wereld over, maar een dag later werd besloten dat drugs kennelijk toch onder 'de eerste levensbehoeften' vallen. Ook wel fijn voor al die opgehokte, opgefokte thuiszitters.

Sporttrainingen van het kroost zijn ook tot nader orde geschrapt. Maar gelukkig kunnen ze door de zogenaamde 'intelligente' lockdown nog wel samen buiten ballen. Als ik ze tenminste de deur uit schop. Heeft moeders ook even een uurtje lucht. Nu maar hopen dat daarbij geen kievitseieren sneuvelen. 

woensdag 1 april 2020

De pré-coroniale kudde

Scholen dicht, vliegverkeer plat, openbaar vervoer reizen met negentig procent gedaald, samenscholingsverbod en afstandsgebod, in de supermarkt is zelfs solitair winkelen verplicht. Concerten afgelast, theaters en bioscopen dicht. Ook het maken van films en toneelstukken of het samen instuderen van muziek niet toegestaan, tenzij op afstand. Men mag niet meer naar de kerk of moskee, uit eten of op verjaardagsvisite. Obers, stewardessen, sekswerkers, koks, kappers, violisten, docenten, oppassers worden met duizenden ontslagen.  En het is geen oorlog, er is geen oogst mislukt, geen overstroming gaande of coup gepleegd door een sociaal angstige, cultuurhatende dictator met smetvrees.

Hoe kijken we straks terug op deze tijd? Als 'Wat overtrokken.' of juist 'Toen dachten we dat het crisis was, terwijl het ergste nog moest komen.' Mijn tachtigjarige vader heeft zijn twijfels of het een paar jaar sparen van (in het beste geval) de levens van zwakke oudjes al die draconische maatregelen en opofferingen wereldwijd wel waard zijn. Maar, positief als hij is, hij ziet ook de explosie aan vindingrijkheid. En gelijk heeft ie.

Restaurants worden gaarkeukens, grondpersoneel van KLM en horecamensen dichten het gat dat verdwenen arbeidsmigranten achterlaten en gaan asperges steken, het zwarte goud. Een stofzuigerfabrikant ontwerpt de behuizing voor beademingsapparatuur die een Britse fabrikant van graafcabinecabines dan weer gaat maken. Bavaria gaat de alcohol uit bier halen dat de horeca nu niet meer verkoopt en er handgel van brouwen. Ook Dommelsch, Jupiler en Leffe leveren nu ontsmettingsmiddelen. En dan zijn er natuurlijk nog de ontelbare initiatieven thuis. Van boodschappendienst tot balkonfitness tot het naaien van mondkapjes. En zij die ooit de zorg verlieten vanwege onderbetaling of god mag weten waarom, willen hun steentje nu weer bijdragen. In één week tijd boden zich al twintigduizend mensen aan. Misschien draait het in de wereld dan toch meer om erkenning in plaats van poen. 

Nog even een aanmoediging voor degenen die bang zijn om nieuwe wegen in te slaan: je kan nu naar hartenlust thuis 'droog' oefenen. Experimenteer eens in de keuken bijvoorbeeld, je hoeft geen onverwacht bezoek te vrezen dat jouw aangebrande drab zal ruiken. Je kunt elke dag een nieuwe look proberen, hoeft je voeten niet meer in hippe maar knellende schoenen te persen. Je kunt je haar touperen of de schaar er in zetten, zonder dat iemand je 's ochtends bij de koffieautomaat op kantoor een meewarige blik toewerpt en de droom verwezenlijken waar je anders nooit tijd voor had. We worden teruggeworpen op onszelf, zijn nu aangewezen op onze eigen smaak en creativiteit.

Misschien dat dat straks blijft hangen na deze draconische maatregelen. Wordt er bij geschiedenisles in 2100 gezegd dat we in het pré-corona tijdperk nog kuddedieren waren die deden wat de buurman deed. Postcorona wezens zijn autonoom. Ze zijn nieuwsgieriger, vindingrijker en erkennen de keuzes die anderen maken zonder die bij voorbaat af te keuren.   

zondag 22 maart 2020

Koolmees, aasgier of toch een vredesduif?

Rick Nieman bleef vanmorgen bij WNL maar drammen over een lock-down of dan tenminste handhaving van de tot nog toe ingestelde omgangsregels om verspreiding van het Coronavirus af te remmen. Maar de beide door de wol geverfde Annemaries gingen niet mee in zijn roep om repressie. 

Jorritsma zei dat ze op de webcam van het Vondelpark toch echt zag dat de situatie anders was dan gister, dat de meesten zich uit eigen beweging aan de afstandsvoorschriften hielden. Ook vond ze die term 'lockdown' wat misleidend, want in Frankrijk gingen mensen toch ook nog naar hun werk? 

Van Gaal sprak op haar beurt hoopvolle woorden over haar ervaringen tijdens verschillende crises in Rusland. Toen de roebel met driekwart devalueerde en mensen met honderdduizenden werden ontslagen. Waar geen WW of bijstand was en dat we het in Nederland toch goed voor elkaar hadden. Ze riep op om er de schouders er onder te zetten, uitdagingen op te pakken en zag dat nu ook gebeurde. Ze zei zelfs 'blij te zijn met de crisis'. 

Rick begreep maar niet dat zijn gasten niet met hem meegingen, álle landen om ons heen waren toch veel strenger? Zelfs het door hem zo geliefde Italië deed het geloof ik beter in zijn ogen en schreef massa's boetes uit. Maar ook Staatssecretaris Vijlbrief wees hem er op dat men in Nederland gewend is om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken.

Minister Koolmees gebruikte daar eerder deze week een iets krachtiger term voor: 'moreel appèl'. En doelde daarmee op de hausse aan aanvragen voor deeltijd WW en uitkeringen voor ZZP-ers.  Die waren in Rotterdam vertienvoudigd en in Amsterdam hadden in één week 2350 ZZP-ers een aanvraag ingediend. Dat waren er eerder tweeduizend in een jaar geweest. Tja, zo'n cadeautje waarbij niet wordt gekeken naar de levensvatbaarheid van je bedrijf of je vermogen, laat de zuinige Nederlander natuurlijk niet liggen. Want als de bankhangende buurman er gebruik van maakt, dan heb ik er toch zeker ook recht op! 

Zou die rechtse Rick dan toch een punt hebben? Is er werkelijk altijd controle nodig om mensen in toom te houden? Om anderhalve meter afstand te houden. Om misbruik van uitkeringen te voorkomen? Aasgieren zijn het! Tuig van de richel! Het is overheidsgeld mensen! Geld dat ook aan verplegend personeel of beademingsapparatuur kan worden besteed. Of aan al dat onderwijzend personeel waar zo'n tekort aan is en waar we toch o zo solidair mee waren. Of gaat die solidariteit en saamhorigheid niet verder dan klappen op balkons of de hashtag 'helden'?  Met dit graaigedrag valt al dat genereuze aanbod om vrijwillig boodschappen te doen, maaltijden te brengen en eenzame ouderen te bellen in het niet. Boos word ik er van! Zijn ZZPers zielig? Maximaal vijftienhonderd euro per maand kan men krijgen. Reken er twee maanden voor, dat betekent dat al die ZZP-ers niet eens drieduizend euro apart hebben gelegd? Zelfstandige mehoela!

Maar wacht eens even. Is mijn woede wel gepast? Als dat leger tijdelijke steuntrekkers nu inderdaad bereid is om sociaal bezig te zijn, om iets betekenisvols te doen. Gratis muziek aan te bieden, online onderwijs, allemaal voor noppes. Is zo'n steuntje in rug dan niet terecht? Of nee, sterker nog, is dit niet gewoon een vorm vorm basisinkomen? Geld omdat je een persoon bent, die nu eenmaal op de wereld is. Los van hoeveel geld je opzij legt of hoe goed je het economisch doet? Kennelijk doet men ook zonder er geld voor te krijgen, graag iets voor de medemens.  

Die Annemaries hebben gelijk, zo'n crisis biedt kansen. Om iets moois te doen. Om het verschil te maken. Om er te mogen zijn als mens. Daar kan geen handhaver tegenop. Dat doen mensen gewoon zelf. 

Ik ga nu eerst mijn eenzame tante in Den Haag maar eens bellen. En dan mijn al even eenzame oom in Rotterdam. En als ik werkelijk het risico op besmetting wil beperken vraag ik maandag een tijdelijke uitkering aan. Te meer omdat de geplande klus bij twee andere lieve tachtigers om begrijpelijke redenen werd afgezegd.

donderdag 30 januari 2020

Liften moet je doen

Mijn steekkar maakt een mooi spoor in de pasgevallen sneeuw. Aangekomen bij mijn klusbus laad ik de kistjes gereedschap op de achterbank. Vanuit mijn ooghoek zie ik een groepje pubers op de stoep staan, ligt ineengedoken in een kringetje. Hun aandacht is waarschijnlijk gericht op de smartphone van één van hen. Maar dat kan ik niet zien want ze staan met hun ruggen naar buiten gericht.

Nadat ik de sneeuw van mijn spiegels en voorruit heb geveegd, eet ik in de auto nog snel even mijn vergeten lunch op, pleeg wat telefoontjes en keer mijn auto. Ik ben lekker vroeg vrij. De sneeuw is intussen weggestroomd met de regen, die nu met geweld uit de hemel valt. Raar weer.

Al laverend tussen de vele fietsers door zet ik koers naar huis. Drie straathoeken verder zie ik het groepje jongens opnieuw. In eenzelfde kringetje. Dit zijn overduidelijk geen Pieterpadlopers die voor de fun door de regen banjeren. Daarvoor ontbreken de Nordic walkingstokken en de Gaastra jassen. Deze jongens dragen slechts een papieren tas. Of meer de flarden die daar van over zijn.

Ik doe het bijrijdersraampje naar beneden en roep: 'Zoeken jullie iets?' De jongens kijken op van onder hun capuchons en lopen door elkaar pratend mijn kant op. Ze lijken lichtelijk in paniek. Uit hun half Engelse, half Duitse antwoord maak ik op dat ze hun klas zijn kwijtgeraakt en dat ze naar het Groninger museum moeten, van waar hun bus over tien minuten vertrekt. 
Het Groninger museum? Dat is compleet de andere kant op! De stakkers.  

Ze zijn met z'n vijven, dat zou net passen. Probleem is echter dat alle zitplaatsen al volstaan. Ik stap uit en zet de commandomodus aan. 'I will bring you there but first you have to help me to make some space.' Uitgelaten nemen ze de kistjes gereedschap van me aan en nadat de accuboren, schroevenbakken en verfbenodigheden schots en scheef in het laadruim staan, persen de jongens zich dicht tegen elkaar aan in mijn klusbus. 

Wat hou ik toch van deze leeftijd. Jongens met zware basstemmen en het postuur van een uitsmijter in spé maar met een houding die die van een kleuter nauwelijks ontstijgt. Het roept terstond de opvoeder in mij boven. Net als ik de dag eerder deed met mijn zoon van dezelfde leeftijd. Die me appte of ik hem van school kon halen vanwege een lekke band. 'Ja', schreef ik toen terug, 'Maar bij thuiskomst gaan we dan gelijk je band plakken.' Dit keer taxi ik vijf verloren pubers tegelijk. 

Als we door de Ebbingestraat rijden wijs ik ze op de vele voetgangers. 'If you get lost again, it might be better to ask one of them instead of checking your smartphone. All those people know where the Groninger museum is'. Eén van hen geeft toe: 'Yes, we are dumb'.

'Nou, jullie zijn vast niet dom, alle jongens van jullie leeftijd wonen in hun foon, dat doen mijn zoons ook. Maar soms is de weg vragen aan vreemden handiger dan internet. Belerend voeg ik er aan toe: 'Wat andere volwassenen jullie ook wijsmaken, als jullie later nog 's gaan reizen, ga dan vooral liften, dan ontmoet je nog 's iemand.'

Op de Eendrachtskade staat het zoals altijd vast. Het volume van mijn gezelschap stijgt. Eéntje belt opnieuw de docent om te zeggen dat ze er met vijf minuten zijn, dat ze worden gebracht door een 'Nette Frau'. Ik zeg dat ze vast boos op hen zullen zijn. 'Yes, very angry', antwoorden ze in koor. 

Exact om 14.20 uur stuift het vijftal uit mijn auto en steekt de weg over naar de al klaarstaande bus die na hun instappen gelijk de deuren sluit en vertrekt. Ik wacht nog even om te zwaaien, zodat de docenten kunnen zien dat die met plamuur en purschuim besmeurde Nette Frau geen enge heks is. Maar of ze daaruit de les trekken om toch vooral met vreemden mee te gaan betwijfel ik.

Op de grond voor de bijrijdersbank resten wat flarden van een natgeregende papieren tas.







dinsdag 21 januari 2020

Troostleed

In Australië kreeg men na, of eigenlijk meer tijdens het vuur, enorm veel regenwater over zich heen en daarna aarde in de vorm van zandstormen. Als toetje kregen ze ijs, met hagelstenen ter grootte van golfballen. Wat dat betreft mogen we hier niet klagen. Maar de seizoenen lijken hier wel danig in de war, met fluitende merels, aardbeien in mijn tuin en met nachttemperaturen van tien graden.

Taalvirtuoos Wim Daniels nodigde in zijn wekelijkse zondagse taalspel twitteraars uit om termen te bedenken voor een winter die maar geen winter wil worden. Er volgden maar liefst 282 suggesties:  'Weigerwinter', 'Rokjeswinter', 'Winterslaapt' en, de mooiste,  'It-giet-net-oan-winter'. 

Maar zoals dat elke winter gaat, half januari gaat het kwik dan toch nog dalen. Met nachtvorst, gladheid en het krabben van ruiten. Dus sta ik nu niet meer buiten te zweten zonder jas, maar hijs ik me 's ochtends fijn in mijn thermobroek en trek onder mijn werkkleding een warme wollen borstrok aan. 

Zodra de kou zich aandient, kakt ook mijn werk vaak in. Tien jaar geleden baarde me dat nog de nodige zorgen. Ik moest de boer op, meer visitekaartjes uitdelen en wellicht zelfs adverteren, hoe moest ik anders mijn rekeningen betalen? Inmiddels leidt zo'n winterdip met vorstverlet niet meer tot paniek. Het biedt meer ruimte om te zingen, te wandelen in de winterzon, te schrijven over het weer en, wie weet, kunnen de schaatsen straks nog uit het vet.

Er rest me ook meer tijd om kennis te nemen van de toestand in de wereld. Op tv roept de stem van Umberto Tan ons op om het leed in Australië te verzachten. De krant toont een foto van geredde kangoeroes die aandoenlijk in de camera kijken. 

Het besef dat men elders slechter af is dan hier biedt toch troost in deze donkere dagen.
En dat werk, dat 'giet vast wel weer oan' als het warmer wordt. Alles op zijn tijd. 

donderdag 5 december 2019

Een kus voor de bus

Ik werd gebeld door de garage, mijn bus was klaar om opgehaald te worden. Voorzien van thermobroek, handschoenen, wollen ondergoed en twee paar sokken zou ik naar de andere uithoek van Groningen fietsen. Maar toen besefte ik dat dat niet kon. Althans, niet als mijn stalen ros ook weer mee terug naar huis moest. Normaliter passen er wel drie fietsen achterin, maar door mijn late klus van een dag eerder, had ik geen puf meer om de parketresten, verfemmers, een rol stucloper, dekzeilen, ondervloer en alle andere zooi uit te laden, en ging de auto met inhoud en al voor een grote beurt.

Niet getreurd, het openbaar vervoer is geduldig. 9292 vermeldde dat ik met slechts één overstap bij de afgelegen garage kon komen. Hoezee!

Zonder ijs van de voorruit te hoeven krabben stapte ik in een behaaglijk warme bus. Alwaar ik tientallen zitplaatsen voor het uitkiezen had, aangezien ook ik in een uithoek van Groningen woon en er vóór mijn halte vrijwel niemand instapt. De bus passeerde scholen, sportcentra en de binnenstad. Ik gaf mijn ogen de kost. Meiden met dicht geplamuurde gezichten scrolden over hun schermpjes, drie jongens bleven middenin het harmonicadeel staan en hielden stoere praatjes. De jongen tegenover me plugde gedachteloos zijn usb aansluiting in het contactpunt vlak boven hem. Ik zag toen dat vrijwel elke zitplek van zo'n blauw oplichtende aansluiting was voorzien.

Bij mijn overstap op het Zuiderdiep tuurde ik op de digitale borden waarop altijd exact wordt aangegeven hoe lang het nog duurt voordat de bus ter plaatse is, maar er stond niks vermeld over mijn lijn. Ook niet bij de halte ernaast. Ik had slechts twee minuten dus het hele Zuderdaip aflopen zat er niet in. En het was koud!

Aan de chauffeur van de bus die naast me stopte vroeg ik de weg. Hij wist het ook niet maar via een collega die hij raadpleegde, wist ik sneller dan welke wifi of 4G verbinding ook, dat ik aan de andere kant, honderd meter verderop moest zijn. Alwaar na mijn aankomst lijn 174 inderdaad de hoek om kwam. Wat een perfecte aansluiting! Ik had zelfs geen tijd om te kunnen verkleumen. Verbaasd merkte ik hoe deze lijn de straten volgde die parallel liepen aan de route van de eerdere bus. Waarschijnlijk kun je elk deel van de stad per bus bereiken, iets wat met de auto in Groningen steeds lastiger wordt.

Het bord in de bus gaf keurig aan dat de halte van het UMCG tijdelijk was verplaatst. Wat een service! En via het bakkie van de chauffeur hoorde ik dat die service nog verder reikte. Aan de bestuurder van een aansluitende bus werd gevraagd om even te wachten: "Ik heb een passagier voor je". Dat was geen enkel punt.

Op de Oosterhavenbrug liepen we even vast tussen de ronkende éénpersoonsvehikels (een brug verbreden is geen sinecure) maar op de Europaweg kon de bus gemoedelijk langs de file tuffen. Bij de Boumaboulevard stapten weer andere dichtgeplamuurde meiden in en bij het prachtige nieuwe treinstation werd de bus steeds leger. Toen we vaart maakten -omdat er minder auto's in de weg reden- vroeg ik aan een medepassagier waar de halte precies was. Maar toen kreeg ik de APK-vlaggen in het oog en stopten we pal voor mijn garage. Alwaar ik, na het voldoen van een rekening die honderd keer hoger lag dan de prijs van mijn OV-rit, al filerijdend terug naar huis reed. 

Als het niet om al die spullen was die ik meesleep, dan ging mijn klusbus in de ban en nam ik zonder enige twijfel het OV naar mijn werk. Geen wegenbelasting, verzekering, brandstof en eventuele parkeerboetes meer. Nauwelijks vertraging door files, je kunt je telefoon opladen, hebt gratis wifi en mag al rijdend zonder gevaar voor eigen leven losgaan op je schermpje. Om te appen met de klant, facturen uit te schrijven of gewoon wat suf te twitteren. Je hoeft niet af te spreken wie de Bob is, hoeft geen riem om en kunt zelfs een dutje doen. Daar kan geen zelf rijdende auto aan tippen! Je hoeft nooit terug te lopen naar waar je je bezit hebt neergezet, bang te zijn dat er wordt ingebroken of dat er spiegels van af worden getrapt. Om maar niet te spreken van de prijzige reparatie die dan weer wacht. En dat allemaal voor een prijs waar je nog geen kopje koffie van kunt kopen! Kortom:

Hulde aan de bus!
En een kus voor alle chauffeurs!

dinsdag 26 november 2019

Over een juf uit Jordanië en nazaten van hongerkinderen

Op een bankstel, een tv-meubel en salontafel na is de kamer leeg. Aan de muur hangt een klok met gouden Romeinse cijfers. Als de deur naar de keuken opengaat, zie ik daar een kooitje met een vogel. De vogel is stil.

Ze zet dadels op tafel. En thee met melk. Er verschijnt al gauw een vel op de thee en als ik een slok neem, hecht zich een vetlaagje aan mijn gehemelte. Er plopt een passage omhoog over een kokhalzend kind in oorlogstijd, maar ik drink dapper door. Ik had deze kinderthee per slot zelf gewild. 'Van boer... melk van boederij' zegt ze verlegen lachend. 'Lekker', lieg ik. Wel zeg ik naar waarheid dat ik haar niet meteen herkende, nu ze geen hoofddoek draagt. 

We vervolgen onze lessen. Ze moet oefenen in schrijven. Een mail sturen naar collega Farida met de vraag of zij een dag kan ruilen. Jij kant, jij kun, ik wilt, maag ik oe vraagen. Na het schrijven van elk woord draait ze haar hoofd vragend mijn kant op. 'Daar moet nog iets tussen' en 'Het is ú, niet oe', verbeter ik. Dan galmt haar ringtone door de lege kamer. 

Het is haar zus uit Amman. Na het uitwisselen van beleefdheidsgroeten wordt het scherm van de smartphone naar mij gedraaid. De zus wil weten hoe ik heet en ik oefen mijn net geleerde Arabische zinnetjes  'Tahle mni el Arabiè' en 'Anna betacilem lo(h)a Olandía'  Nu ben ik degene die vanuit Jordanië word verbeterd. Ik geef les in het 'Hollands', niet in het 'Ollands'. Best logisch.

De vorige keer ging onze Nederlands-Arabische les niet door. Mijn buurvrouw bezocht haar broer in Sudan en ik bezocht een lezing in de Stefanuskerk over 'Vergeten kindertreinen'. Waarmee precies een eeuw geleden vijfenzestigduizend kinderen in Nederland kwamen aansterken. Toentertijd was de kans dat je in Wenen voor je tiende het leven liet bijna zeventig procent. Er was geen gezag, er waren geen kolen en er was bijna nergens melk voor handen. De oogst van 1918 mislukte, er heerste TBC en de Spaanse griep die volgde eiste nog meer slachtoffers dan er in de WOI waren gevallen.

In Londen deed een dappere vrouw een oproep om niet langer toe te kijken bij die humanitaire ramp: 'Er sterven kinderen door onze blokkade'.  Dat hielp. Er ontstond een heuse wedloop tussen Joodse, protestantse, katholieke en later ook sociaal democratische organisaties om zoveel mogelijk kinderen te kunnen helpen. Er ging zelfs een delegatie naar Wenen om een door een andere organisatie geselecteerde groep kinderen 'weg te kapen'. Ook veertigduizend Duitse en dertigduizend Hongaarse kinderen kwamen naar Nederland, waar toen ruim zes miljoen mensen woonden. 

Sommigen bleven. Zo was er Miep Gies, die te ziek was om terug te gaan en die later  het dagboek vond van een meisje dat ook eens uit Duitsland vluchtte, Anne Frank. En ook mijn eigen opa kwam per trein naar Nederland en bleef. Hij was wees en had niemand om naar terug te keren. Maar daar in de Stefanuskerk ontdekte ik dat er nog meer Weense vluchtelingen waren gebleven. In de kerkbanken zaten hun nazaten. 

Terwijl ik vanavond door de telefoon mijn Arabische woordjes hakkel naar een land waar zeshonderdduizend geregistreerde vluchtelingen wonen op een bevolking van zes miljoen, wordt in Nederland intussen een poging gedaan een omroep op te richten 'voor de ongehoorden'. Om vrijuit te kunnen praten over de bedreigingen van migratie. 

Ik drink mijn laatste slok thee op en bedank voor de dadels. 

De gekooide vogel is nog steeds stil. 



donderdag 31 oktober 2019

Er klinkt weer muziek op het feestje

Als er bij het ontbijt geen brood meer is om je lunchpakketje mee klaar te maken.
Als je het ijs weer van je voorruit moet krabben en de krabber kwijt is.
Als je autoradio al drie maanden stuk is en je muziekloos op klus gaat.
Als die klus van een simpel dichten van een kleine lekkage uitmondt in het afbreken van een gehele balkonvloer en dat dan blijkt dat er ook twee stalen draagbalken van het huis zelf zijn doorgeroest. En dat die dan doorlopen in het huis van de buurvrouw die het huis net voor een topprijs kocht.
Als je, in afwachting van een constructeur, naar een andere klus rijdt en ter plaatse ontdekt de benodigde ladder niet te hebben meegenomen.
Als er bij een door jou strak geschilderd huis na een half jaar weer lekkageplekken verschijnen.
Als je bij de stort de postcode van je werkadres vergat en vervolgens twintig euro moet betalen voor drie emmers gipsafval.
Als de prijs van een liter diesel de grens van één euro veertig is gepasseerd.
Als je bij thuiskomst aanbelt bij de Antilliaanse buurman die beloofde jouw radio te fiksen en dat die niet thuis is.
Als je daarbij een andere bovenbuurman tegen het lijf loopt die voor de zoveelste keer naar je briest dat hij door mijn afdak zijn was niet meer kan ophangen, dat er inbrekers op zullen klimmen en dat de kat van de buurvrouw bij hem naar binnen loopt. En dat ik nooit meer over hem mag klagen! Nooit meer!
Als je hem dan antwoordt dat je dat toch al niet deed en je waardering uitspreekt dat het de laatste jaren weer fijn rustig is, dat hij dan dreigt met 'De zomer komt er weer aan!'  (Lees: als jij je afdak niet afbreekt, ga ik bij mooi weer lekker Hazes meeblèren op mijn balkon en jij houdt je bek!')
Als je dan moedeloos op funda en woningnet rondsurft om te kijken of je elders heen kan vluchten.
Als je dan concludeert dat de woningmarkt oververhit en tegelijk potdicht zit.
Als de kat op het tapijt kotst.
Als je moe bent.


Dan rest je niks anders dan met je hoofd onder de dekens op bed gaan liggen. Met je bestofte werkkleding nog aan. Op het bed van je zoon uiteraard. Want op je eigen bed liggen nog twee wassen die gevouwen moeten worden. En dan, als je weer wakker wordt, gewoon te gaan wandelen. Weg van huis. Weg van lekkages en boze buurmannen, weg van kutklussen en kattenkots. Weg van de was, een volgestouwde auto en een bed vol bouwgruis. 

En dan blijken er opeens goudsbloemen te bloeien. En bramen. En zelfs rozen.  Dan tuur je naar roofvogels, hazen en fazanten. Bewondert de gouden haan op de torenspits die licht geeft in de avondzon. Dan zie je geiten die hun eigen sores hebben, zoals gras dat bij de buurwei groener is.







En bij thuiskomst belt dan de Antilliaanse buurman bij jou aan. Die dan in tien minuten je autoradio fikst. Gratis. Dan blijkt het gist dat al twee weken in de koelkast ligt nog goed te zijn en kneed je zelf twee volkorenbroden. Als die staan te rijzen lach je om het appje van je zus die vijftig bananen, zeven komkommers en een appel uit het afval viste en daar een feestje mee bouwt. En je kijkt vrolijk uit naar de volgende zomer. Zonder ijs te hoeven krabben en met 's avonds de deur open. Zodat alle buurkatten bij je binnenlopen en je lekker kunt meeblèren met 'de glimlach van een kind'. die door de straat galmt.













zaterdag 26 oktober 2019

Gelauwerd visitekaartje

Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.

Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.

De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.

Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.

Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast."  Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.

Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.

Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.

Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.

En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.

maandag 14 oktober 2019

Kokkels met kaas is heiligschennis

'Maar als de klant dat nou wil, jíj hoeft het toch niet te eten?' Werp ik tegen als de Italiaan uitlegt dat als klanten om geraspte Parmiggiano vragen, híj ze dat niet gaat brengen voor over hun 'pasta con le vongole'. Want, zo zegt hij met een stalen smoel, kokkels met kaas, neanche a pensarci (daar mag je niet eens aan denken). Ook op tonijn of cozze of welke vissoort ook, hoort geen kaas volgens de man die al dertig jaar als ober werkt. Ik glimlach schamper en vat het gesprek over de do's en don't in de Italiaanse keuken samen als 'Het is een religie'.

We zijn met zijn vieren. Een Italiaan, een halve Italiaan en naast mij nog een italofiel. Die tijdens het eten van zijn papardelle al la lepre een kogeltje uit zijn mond vist. Hetzelfde was mij gebeurd toen ik hier vorige keer ook haas at. De halve Italiaan was er toen ook en was enigszins gechoqueerd door dat lood in mijn mond. Maar de Italiaan oppert nu om er vooral niks van te  zeggen, omdat ze ons anders wellicht extra laten betalen. Want een haas met een kogel, dat betekent volgens hem  gegarandeerd vers vlees. De logica ontgaat me, want ook in een haas die drie maanden dood in de vriezer ligt blijft lood toch gewoon lood?

Na de dis gaan we in tweetallen naar buiten om te roken. De Italiaan steekt de loftrompet over hoe schoon Nederland is en dat alles zo goed werkt. Waarop ik mijn grijsgedraaide plaat opzet over solidariteit en de bereidheid tot het betalen van belasting. Om mijn betoog kracht bij te zetten vertel ik dat mijn ziektekostenpremie honderdtwintig euro per maand bedraagt en dat daar nog driehonderdtachtig euro eigen risico bij komt. Het zijn bedragen waar ook de oren van Belgen van gaan klapperen. Hij wijst om zich geen om te tonen hoe schoon het hier op straat is. Ja meneer, ook daar hebben we allemaal potjes voor in Nederland.  

Voordat we weer naar binnen gaan, deponeert hij zijn filterpeukje in een plantenbak voor de deur. Ik houd me net als bij het loodverhaal stil. Maar als we na het afrekenen opnieuw buiten staan en afscheid van elkaar nemen, kan de opvoeder in mij zich toch niet inhouden. De heren nemen de hele stoep in beslag, ik maan ze wat aan de kant te gaan zodat de aftaaiende viermijl-lopers er langs kunnen. De hele en halve Italiaan zoenen elkaar ten afscheid. Ook ik krijg als enige dame van het gezelschap negen keer mannenlippen op mijn wang. De Hollanders schudden elkaar de hand.

Voordat ik wegloop, vis ik nog snel even het peukje uit de bloempot met de woorden: 'Even een Italiaan opvoeden'

zondag 29 september 2019

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (2)

(deel 1)

Na hun vertrek lurkte ik aan mijn alcoholvrije Bavaria, rookte een shagje en keek vanuit mijn ooghoek naar de flirtende mensen aan de tafeltjes naast me. Al was flirten misschien niet de juiste term voor het onstuimig zoenen dat ik gadesloeg. Was dit wellicht wat de barvrouw bedoelde met 'verkeerde figuren'?

De aanblik van al dat opnaaien was allerminst onaangenaam, maar, zo bedacht ik me, was dansen niet het doel geweest van mijn komst naar het centrum? Drinken en roken kon ik thuis ook. Dan zelfs met alcohol. Al was de tv minder prettig vertier dan hier een beetje de voyeur uithangen. Wellicht was mijn ex toch niet naar de bejaardendisco gegaan. Daar kwam ik gauw genoeg achter.

Ik wandelde over de Grote Markt. Genoot van giebelende groepjes studenten die in het Duits, Frans en Spaans discussieerden. Over dat één van hen moest pissen. Of waar ze heen zouden gaan. De nachtelijke, natgeregende stad bleef een genot om alleen doorheen te lopen. Net zo mooi als toen ik hier twaalf uur eerder liep, op jacht naar een cadeautje voor mijn vriendin.

Vanmorgen was de markt bevolkt geweest door jonge gezinnetjes. Zouden die, voordat ze zich settelden, ook lallend door de stad hebben gelopen? En zich ook pas over tien jaar weer in het uitgaansleven storten? Jammer genoeg moest daar vaak eerst een scheiding aan vooraf gaan. Swingen met een trouwring was vast ook iets vreselijks fouts.

Ik gluurde door de klapdeuren. Het was rustig maar de dansvloer was vol. Er was geen ex te zien en ook de Drenten schitterden door afwezigheid. Die waren wellicht elders iets leuks gaan doen of waren een potentiële prooi tegengekomen. Ik ging los op grijsgedraaide evengreens als 'Freedom' and 'I like you'. 

Tegen enen dreigde de barman in slaap te vallen en dropen er mensen af. Ook voor mij werd het tijd om te gaan. Teruglopend naar de auto passeerde ik opnieuw de foute-figuren-kroeg. Mijn nieuwsgierigheid won het van de roep om slaap. De tafels waren zoals aangekondigd aan de kant geschoven en een paar beentjes gingen ook hier van de vloer. En daar, aan de rand van de dansvloer, zaten de twee Drenten. Ze hadden de bejaardendisco niet kunnen vinden. Arme kerels. Te meer daar hun taxi kort erop klaar zou staan aan de Rademarkt. Hoe ver dat lopen was, wilden ze weten.

Als de tijd dringt valt schaamte soms weg. Al kan het ook aan hun drankgebruik hebben gelegen. Maar ik was aangenaam verrast toen ik zag hoe de heupen van één van hen swingden en onder de indruk van het ritmische voetenspel. Allemachtig, dat was pas dansen!

Of ik ook op internet zat, wilden ze nog weten. Misschien was het een omslachtige manier om mij online op te sporen? Naar mijn nummer vragen was slimmer geweest. Tinder, Badoo, Lexa? .... ze noemden een reeks datingsites op die ik niet allemaal kende. Ik tipte hen dat je bij daten beter samen iets leuks kon gaan doen dan gelijk af te spreken voor een drankje in de kroeg. Wandelen of fietsen, schaatsen of schaken. Of dansen natuurlijk. Als je dan na een eerste blik op je date gelijk wilde wegrennen, had je in elk geval iets leuks gedaan.


Zondag ontwaakte ik nuchter naast mijn eigen spinnende jager. Garfield sprong uit bed en nam miauwend plaats bij de deur. Toen die openging, spurtte ze naar buiten. De hort op.

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (1)

'Dus,... jij gaat helemaal naar Amsterdam op en neer voor een verjaardag?!'
'Ja, het is een goede vriendin, en zij doet hetzelfde. Nou ja, dit jaar niet, want ik heb haar niet uitgenodigd. Maar volgend jaar word ik vijftig dus dan zal ze zeker komen.'

Zo, de leeftijdvraag was mooi getackeld, daarover waren geen cliché raadspelletjes meer te verwachten.
'En ,wat brengt jullie hier?', was mijn wedervraag, en nam een flinke teug uit het flesje dat voor me op de toog stond.
'We wilden stappen in Groningen, in Hoogeveen is uitgaan kut en we hoorden dat het hier leuk was.' 
'Klopt, het is hier vaak gezellig. Maar de barvrouw zei me net dat de dj niet meer komt. De dansavonden hier zouden verkeerde mensen aantrekken.'

Om haar woorden kracht bij te zetten, had ze me gezegd dat het me wellicht was opgevallen dat er weinig dames waren. Na een blik om me heen zag ik inderdaad meer man- dan vrouwvolk, maar dat was in een café niet uitzonderlijk.

Ik mijmerde verder over wat 'verkeerde types' zoal zijn konden. Jagende mannen wellicht? Maar ook dat was bij het uitgaan geen geheim. Zo gaven ook de twee Drenten schoorvoetend toe. Wellicht doelde de barvrouw op de 'vleesmarkt' die het hier volgens sommigen was geworden. Dat het er in de kleine uurtjes wel erg dik bovenop lag wie naast wie op zondagochtend brak zou ontwaken. Er was kennelijk een verschil tussen 'jagen' en 'jagen'. Op safari gaan in de brave Beekse bergen mag, maar hetzelfde doen in Kenia is superfout. Zoiets. 

De barvrouw zei tegen de heren dat het voor gezellig stappen wat vroeg was, maar dat er in het Pakhuis wel werd gedanst zou worden en dat later ook hier de tafels nog aan de kant zouden gaan. Huh? Nu werd haar verhaal me toch wat vaag. Dansen met dj was in de ban gedaan vanwege foute types, maar dansen op muziek kon nog wel? Hoe zat het nou?

Eén van de Drenten rookte, we gingen buiten onder het afdak zitten en keuvelden over werk, relaties en kinderen. Zijn vriend schoof ook aan. Want hoewel hij de schurft aan roken had, tussen de paffers is het vaak gewoon gezelliger. Zo beweerde ook een ex van mij. Die ik nooit meer zie, omdat hij dat liever niet wil. Kan gebeuren na een breuk. Maar ik zag hem wel, eerder op dezelfde avond en dat was tevens de reden dat ik naast de Drenten belandde.

Na vierhonderdvijftig kilometer asfalt en een paar fikse hoosbuien waarbij ik met zeventig kilometer per uur over de snelweg door de polder kroop, was ik naar de bejaardendisco gereden. Ik was hard toe aan wat beweging. De kroeg lag in hartje stad, zodat parkeren slechts voor maximaal een half uur was geoorloofd tegen een vergoeding die hoger lag dan de prijs van een drankje. Geen nood, Groningen is een dorp - al dachten de Drenten daar anders over- er was vast elders een betere parkeerplek. En toen ik daar naar op zoek ging, fietste de bewuste ex me tegemoet. Die ongetwijfeld op weg was naar dezelfde danstent. Om zijn avond niet te bederven. ging ik over op tot plan B. Aan de andere kant van de stad plantte ik mijn auto langs de gracht en nu zat ik buiten onder een afdak. Het voelde bijna als thuis.

'De barvrouw had niet helemaal gelijk hoor. Er valt wel degelijk te dansen op dit uur.'
En na mijn uitleg aan de twee jagers over de beste looproute, vroegen ze of ik meeging. En waaróm dan niet? En dat het alternatief alleen achter te blijven toch geen fijn vooruitzicht was.
'Nee, jongens, echt niet. Zeker niet met jullie. Want als die ex mij daar ziet binnenstappen met twee vlotte kerels, zal hij nog minder amused zijn. Maak er een leuke avond van. Veel plezier.'


(deel 2)



zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

dinsdag 20 augustus 2019

Sociaal medium

Hij houdt de kinderwagen stil en kijkt dan aandachtig naar de hand die de vrouw naast hem, ik vermoed de moeder van het kind in de kar, onder zijn gezicht houdt. Ze mompelen wat, hij pulkt wat, maar de splinter krijgen ze er niet uit. Ik groet hen in het voorbijgaan. Zo doet men dat hier. 

Wandelend langs robuuste afdakken, Ikea-hangstoelen en een werkloze trampoline kijk ik omhoog langs de gevels, die met speelse tinten bruin in punten uitlopen. De huizen zelf zijn ongelijk langs de rooilijn gezet. Wat nieuw is moet oud lijken. We zitten hier vlakbij de Groningse gasbel, maar ze zullen vast niet gaan scheuren. Want onder de jaren-dertignostalgie zitten dikke isolatieplaten en prefab betonplaten. 

Men kan hier kennelijk ook zelf een huis bouwen. Zo maak ik op uit het scheefhangende bord met naast allerlei verboden en waarschuwingen ook de boodschap om materialen alleen op de eigen kavel te plaatsen. (Je zal maar burenruzie krijgen voordat de eerste steen,...eh, eerste plaat geplaatst is.)

Achter een hek staat tussen manshoog onkruid een rode kraanwagen. Boven het naastgelegen weiland hangt een luchtballon schijnbaar roerloos in het avondlicht. De kraanwagen doet me denken aan Pluk van de Petteflat, de ballon aan Pippi Langkous. De held en heldin uit mijn jeugdboeken. Waar men hasselbramen van een kluizelaar at om aardiger, speelser en minder netjes te zijn. Waar een torenkamer (Pluk) en een landhuis (Pippi) werden gekraakt. Pippi had een aap en een paard op haar veranda en vluchtte in een luchtballon voor twee gezagsgetrouwe dienders. Pluk hield het bij een kakkerlak en was maatjes met de vogels die bouwtekeningen onderscheten. 

De dieren die ik hier tegenkom zijn allen hond. Ook de kinderen worden allemaal keurig begeleid. Op hun loopfietsje, of vissend aan de waterkant. Waar twee meisjes pielen met een emmertje. "Nee, geen zand er in doen", "Jawel, een beetje maar", en het blootsvoetse meisje schept met haar handen wat aarde weg van de jonge aanplant. Dan bemoeit de moeder zich er mee. Bij elk kind is steeds een oplettende ouder in de buurt. Of het moet het nors kijkende meisje zijn dat me met haar oortjes in voorbij beent. Ze trekt een paar bladeren van een treurwilg. Handig in zo'n nieuwbouwwijk, zo'n boom die een beetje vlot groeit, kan die meid ook haar agressie kwijt. 

Misschien is ze met haar vader, stiefmoeder hierheen verhuisd en wilde ze eigenlijk niet mee. Maar vijftienjarigen hebben geen keus. Nu ziet ze niets dan kinderwagens, poedelende peuters en alweer een slinger voor een nieuwgeborene. Zo te horen zijn er meer mensen die zich moeten uitleven;  verderop zetten drie motoren het gas vol open op een weg waar je slechts zestig mag. Opgeschoten jongens of, -de prijs van een motor in acht nemend- , midlife mannen wiens kinderen de deur uit zijn en die hun vrouw niks meer te vertellen hebben. Als het geluid van de herrieschoppers wegsterft, klinkt het rustig zoemen van grasmaaiers en het trillen van de heggenscharen. Elke tuin is goed getrimd.  

Als ik de wijk uitloop zie ik aan de rand van het fietspad rookpluimpjes van zand, sporen van de zomerse stortbui van vanmiddag. Tussen de pluimpjes boort het gras zich door het asfalt. Er is hier geen stoep en ruimte om die ooit aan te leggen ontbreekt want links en rechts loopt een sloot. De mij tegemoetkomende fietsers hebben vaker wel dan niet een accu. Hun snelheid weerhoudt hen, en mij ook, van een groet. Akoestische fietsers groeten wel. 

De zon werpt nog even lange schaduwen en verstopt zich dan achter de hoge bomen van mijn eigen wijk. De ook ooit kaal was en vol kinderwagens, loopfietsjes en slingers. De kat die me anderhalf uur eerder nakeek vanuit het gras in een verlaten speeltuin, volgt me met zijn kop nu in omgekeerde richting. 

Thuis doe ik mijn schoenen uit en kijk waar online Nederland zich in mijn afwezigheid druk om heeft gemaakt. Een zeker Angela is in Limburg uit de bus gezet vanwege haar boerka, een presentator is bedreigd omdat hij Turkije een kutland noemde en tot slot zijn vluchtelingen die op familiebezoek gaan in hun geboorteland toch wel het ultieme bewijs dat er van gerechtigheid en beschaving niets meer over is in ons land!

Een avondwandeling in je ééntje is wellicht geen al te sociale bezigheid, maar wel een mooie manier om te zien dat het met die teloorgang van Nederland wel meevalt. Hoewel,.... de kans dat de bewoners die niet op straat waren, genoeglijk vanaf de bank op hun smartphone hel en verdoemenis zaten te typen, is niet onwaarschijnlijk.

maandag 13 mei 2019

Stemadvies voor ons graaiers

Er was ophef over Europarlementariër Sophie in 't Veld. NRC heeft het over 'gedeclareerde hotelkosten' die ze terug gaat storten. Maar volgens mij klopt dat 'declareren' niet helemaal. Het ging toch om onkostenvergoedingen? Iets met een vast bedrag als je een vergadering bijwoont. Als ze haar werk doet dus. De hoogte van die vergoedingen is toch een ander verhaal? In ieder geval geen stok om haar mee te slaan. Sterker nog, het standpunt van haar partij over het ter discussie stellen van de hoogte daarvan pleit volgens mij juist in haar voordeel.

Ik moet denken aan mijn vader. Die meer dan veertig jaar bij de overheid werkte. Voor zijn werk was hij eens spreker op een congres in Berlijn. Niet lang nadat de muur was gevallen. Naast het delen van zijn kennis op het gebied van stadsvernieuwing en ruimtelijke ordening, stak hij de Oost Duitse toehoorders ook een hart onder de riem. Door hen te zeggen er voor te waken niet het kind met het badwater weg te gooien. Door het rijke, vrije westen niet louter als het walhalla te zien dat moest worden nagebootst. Dat ook daar fouten werden gemaakt. Waar van geleerd kon worden. En dat er omgekeerd ook in de DDR zaken goed waren gegaan die je niet rucktsichtlos hoefde af te breken.  Het was een fris geluid waar hij lof voor kreeg. Maar mijn vader zou nog meer krijgen. Een 'onkostenvergoeding' om precies te zijn. Voor zijn gemaakte verblijfkosten.

Tijdens zijn verblijf logeerde hij bij mijn zus, die al decennia Berlijnerin is. Hij at bij haar of kocht als lunch een broodje bratwurst of shoarma. Bij terugkomst op het ministerie bleek het bedrag van hetgeen hij declareerde veel lager dan de 'onkostenvergoeding' die hij zou krijgen. Hij was blij dat hij de overheid zo geld kon besparen maar tot zijn verbazing bleek de 'vergoeding' niet omlaag te kunnen. Hij vond dat belachelijk, ging er een flinke discussie over aan. Maar het hielp niet.

Hij kwam verbolgen thuis. En boos. Hij weigerde geld aan te nemen voor kosten die hij niet had gemaakt. Mijn moeder suste het een beetje, vond dat hij zich niet zo druk hoefde te maken, niet roomser dan de paus hoefde te zijn. Wellicht opperde ze om het geld te doneren aan een instelling die er mensen mee hielp die het harder nodig hadden. Dan kwam het belastinggeld toch nog goed terecht. Hoe het precies is afgelopen weet ik niet meer maar deze anekdote borrelde boven toen ik de reacties las op twitter over de 'decalaraties' van Sophie in 't Veld.

Het werd lekker op de vrouw gespeeld. De ophef kreeg zelfs de naam 'Sophiegate'. Waarschijnlijk omdat het zonder hoofd minder lekker voelt om ons onbehagen te botvieren. Dan kunnen er koppen rollen. Letterlijk. 'De bak in' is nog de minst agressieve tweet. 'Lijfstraffen' of 'aan de katten voeren' komt ook voorbij. Twitter als volksgericht. Vermaak anno 2019.

Maar hoeveel twitteraars die vergenoegd 'lijfstraffen', 'tuig'en 'graaiers' tikken kunnen de bij hun belastingaangifte opgevoerde 'kantoor' (of andere) -kosten ook echt verantwoorden? Of geldt het invullen van het 'vaste bedrag' dat er nu eenmaal voor staat (dan heb je er toch recht op?!) als 'burgerplicht'? En, dichter bij huis, hoeveel van hen gaan er protesteren als een aannemer bij hun verbouwing oppert om een deel van de verbouwing 'onder tafel' te regelen?

Na tien jaar in de bouw zijn de keren dat mij werd gevraagd iets zwart te doen niet meer op twee handen te tellen. En, eerlijk is eerlijk, dat heb ik, ook al wordt ik er zelf niet beter van, niet altijd geweigerd. De laatste keer werd me zelfs contant geld in de hand gedrukt: 'Dan heb jij er geen werk van om een rekening uit te schrijven'. Oftewel: niemand kan weigeren als hij er zelf beter van wordt. En dat voordeel mag je als particulier kennelijk etaleren. Zo kreeg ik eens in een jubelmail van een klant: 'Ál jouw reparaties zijn door de verzekeraar betaald!' (lees: ook het werk dat ik uitvoerde en niks met de -verzekerde- lekkage te maken had).  Nee, in dergelijke gevallen ben ik minder rooms dan mijn vader.

Maar vandaag ben ik dat wel. Er zit een barst in mijn voorruit van mijn bus. Dikke pech dat ik een eigen risico van driehonderd euro heb maar het zij zo. Toen ik bij één herstelbedrijf navroeg wat de reparatie zou kosten noemde hij, na enig aandringen, alleen voor de ruit een bedrag van zes a zevenhonderd euro. De wadde? Er zou dus, zonder dat ik het wist, naast mijn eigen risico nog minstens net zo'n bedrag van de verzekeraar worden gevangen.

Na wat rondbellen kon een ander glasbedrijf het voor de helft doen. Waarop ik het eerste bedrijf afzegde. Verbaasd schreven zij terug dat het mij sowieso niet meer dan driehonderd zou kosten, dat de verzekeraar de rest voldeed en dat ik alsnog van harte welkom was. Ik appte met een smiley dat ook verzekeringsgeld moet worden opgehoest door de premiebetalers.

Dus mensen, zijn jullie ook verzekerd tegen glasschade, inbraak, lekkage of ander onheil. Vraag vooral bij u verzekeraar even na wat het bedrijf dat de boel komt fiksen vraagt of vangt. Los van wat het u zelf kost. Of, nog beter, vraag je (bouw) bedrijf vooraf om een offerte. En check bij de verzekering of de declaratie daarmee klopt. Zo niet, zeg de verzekeraar geen zaken meer met dat bedrijf te doen. Dat heet transparantie. En zet wellicht meer zoden aan de dijk dan roeptoeteren dat in 't Veld onder de groene zoden moet.

Wist u trouwens dat de partij van In 't Veld al jaren aan de weg timmert voor meer transparantie. Een voorstel over meer openheid over vergoedingen van Europarlementariërs haalde het deze zomer niet. Op verzoek van de NOS gaven 17 van de 26 parlementariërs dat alsnog. Met uitzondering van VVD, SGP en PVV. En drie jaar eerder was er een voorstel over meer openheid over de echt grote bedragen. 'De Europese begroting is een ouderwets instrument en kan daarom niet de juiste impulsen geven voor de duurzame groei die we nodig hebben. Die radicale hervorming moet er komen. Zo heeft de EU begroting zeer geringe meerwaarde', aldus Gerbrandy, D66 collega parlementariër van In 't Veld. Aanleiding was dat ook de Rekenkamer concludeerde dat lidstaten zich concentreren op het binnenhalen van subsidies en niet op de resultaten van de projecten. 

Gelukkig is zulk graaigedrag ons 'arme belastingbetalers', vreemd. Maar niet getreurd, want straks kunnen we stemmen. Op de partij die het dichtst bij onze eigen visie ligt. Of bij de manier waarop wij zelf het liefst met publieke middelen omgaan. Kunnen we daarna op twitter lekker losgaan over hoe inhalig 'zullie' zijn. Succes met kiezen.

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.

zondag 23 december 2018

Sterstemmen 2

(lees hier deel 1)

Tussen al dat gebabbel over eten en vastgoed, auto's en dating, geld of misbruik daarvan valt me soms de multi-inzetbaarheid van stemmen op. Op de buis merk je dat meteen en ben je als BN-er gelijk getekend voor je rest van je loopbaan. Zo deed Harry Piekema, jarenlang het gezicht van Albert Heijn, ook de stem bij 'De Wildernis'. Maar die film kan je met alle heisa rond de Oostvaardersplassen sowieso niet objectief meer zien. Ook speelde hij in het toneelstuk  'Borgen' van het NNO. Dit stuk zag ik niet -het duurde negen uur- maar ik vraag me wel af hoe meneer Appie klonk binnen een politieke setting.

Frank Lammers is momenteel de Jumbo-familie-man en ook hij is acteur. Hij speelde onder meer in 'Shouf Shouf Habibi' (2004) en 'Het Schnitzelparadijs' (2009). Maar als ik hem daarin de langharige rockende chefkok zie spelen, sijpelt er in mijn brein steeds een beetje Jumbo door. Knap van die reclamebureau's, jammer voor Frank. Hoewel, zijn honorarium voor het spotje wordt op anderhalve ton per jaar geschat.

Chris Zegers is op zijn beurt naast 3-Op Reis presentator ('Wat is het hier mooi/ fantastisch/ ongelooflijk/ wow/ vet', Chris' woordenschat lijkt wat beperkt) ook het gezicht van 'Het Zwitserleven gevoel'. In zuinig Nederland wordt je dan gauw weggehoond, zeker als men meent dat je zwemt in het geld.

Maar genoeg geluld over televisie, het ging per slot over stemmen, niet over stemmingmakerij. We schakelen terug naar de bouwradio, want beeldloze boodschappen zijn fijner. Je kunt al luisterend nog eens iets doen, of je fantasie de vrije loop laten. Zo is er een stem à la polygoonjornaal (hilarische remake) die datingsite 'E-matching' aanprijst. Uiteraard voelt de 'hoger opgeleide' zich sneller aangesproken met 'Durft u het aan?' dan als hij of zij wordt getutoyeerd. En deze stem lijkt sprekend op die van een spotje waarin met managementboeken wordt geleurd. Er is vast onderzoek gedaan naar wat werkt, maar ik zou me als advocaat/ dokter/ rechter/ manager in iets vaags weinig serieus genomen voelen als ik word gelokt met zo'n belegen stem. In de tv-versie van het E-matching spotje zien we een keurig wit poloshirt en een nog smettelozer spaghettihempje aan een waslijn wapperen. Een tweede, nog geaffecteerdere 'ik-woon-op-stand-stem' zegt weifelend dat de boodschap 'niet bedoeld is voor mensen voor wie deze niet bedoeld is'. Nou. Poe. Die is diep hoor. Typisch iets voor hogeropgeleiden.

Een tweede stem die ik op de radio meen te herkennen is die van Mimoun Oaïssa. Ook hij speelde net als Lammers in  'Shouf Shouf habibi' en in het chaotische 'Schnitzelparadijs'. En nu hoor ik diezelfde Mimoun in een spotje van Insinger Gillissen. Ja, u raadt het goed, dat is een bank. Speelgoed of warenhuizen heten nóóit zo ingewikkeld. Die stem hoor je ook - zonder gezicht- bij de beeldversie van de 'private banking'. Met een bekertje roze verf als metafoor voor 'uw vermogen'.

Als het bekertje langzaam wordt omgekiept en de verf uitloopt, spreekt de trage voice-over van de player uit het Schitzelparadijs dit keer: "Wij helpen uw dromen te realiseren (...) want met de juiste begeleiding (...)".  Dat verschilt toch verrekt weinig met zijn tekst uit de film: 'Je hebt begeleiding nodig man, echt een coach'. Of je nu afwashulp bent of handelt in vastgoed, bij Oaïssa zit je goed! Maar ja, hij geeft tegenwoordig dan ook communicatietraingen. En met Oaïssa als player en bankier in gedachten, wordt de educatieve klokhuis-scène waarin hij als cowboy speelt ook mooier. Het gaat daar om 'de juiste muziek bij de juiste scène'. Weet ik dat ook weer.

Maar radiostemmen zonder beeld blijven toch fijner. Of herkent u hieronder uw bankier?


vrijdag 21 december 2018

Sterstemmen 1

Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga),  Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.

Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.

Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30met hun tijd meegaan.

Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.

In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'

Hier lees je deel 2