dinsdag 13 oktober 2020

De oogst van 2020

Er zit een jongen op een bankje langs de weg. Hij tuurt op het scherm van zijn smartphone. Op de tafel vóór hem liggen een tiental zakjes die van binnen een beetje zijn beslagen door de zon die er op schijnt. Op het stuk karton ernaast staat 'stoofperen €1, - per kilo'. Honderd meter verder staat eenzelfde soort tafel, met weer andere zakjes. Wat er in in zit is niet te zien maar op het bordje ernaast staat 'walnoten'. 

Ik rij hier wel vaker langs. Op weg naar een klant die buiten de stad wilde wonen en in twee jaar tijd een hokkerige, doorrookte woning omtoverde tot een plattelandsparadijsje. Alles wordt aangepakt, de vloer en het dak, de badkamer en balustrade, alles volledig naar haar eigen wensen. Het huis is omringd met hazelaars, vlinderstruiken, enorme bloeiende fuchsia's en bomen vol vruchten. Na gedane arbeid krijg ik vaak wat van de oogst mee. Walnoten of appels of wat het seizoen ook maar rondstrooit. 

Zelf strooi ik ook wel eens wat rond. Bouwlampen, steeksleutels, duimstokken, ijzerzagen, lijmklemmen en ik raakte in de loop der jaren zelfs eens grote huishoudtrap kwijt. Toch niet iets wat je zomaar over het hoofd ziet. Vandaag haalde ik wat van mijn vergeten strooigoed op bij de klant op het platteland. De zon scheen uitbundig, de noten waren rijp en de peren te koop.

zaterdag 3 oktober 2020

De prinses, corona en Allah

Haar schoondochter doet open, of hoe noemt men de zus van de verloofde van haar dochter? Nou ja, er is een feest voor gevierd dus het is vast familie. Dan komt ze ook zelf aanlopen, vanwege corona wordt er niet omhelsd of gezoend, alleen wat lief gelachen. Anderhalve kop schelen we en ook haar voeten zijn vier maten kleiner dan de mijne, ik voel me een beetje een reus. Als ik vraag of ze mee gaat wandelen glipt ze de slaapkamer in en komt even later, gehuld in een lange jurk en met hoofdoek de gang weer in. Ze schiet ook gauw haar kabouterslofjes aan en even later wandelen we met z'n drieën langs de velden achter onze wijk. Ik leer haar de woorden 'kikker' en 'ezel' en ik probeer het Arabisch dat ze me bijbrengt te herhalen. Het nablaten van haar woorden gaat me vrij aardig af en ergens herken ik de klanken wel, die ik voordat corona uitbrak van haar leerde. Maar of het nu 'dinsdag', 'aardappels' of  'weiland' betekent, ontgaat me. Zelfs tot tien tellen in het Arabisch lukt me niet meer. 

Ze maakt die avond rijst met kip en paprika en vraagt of ik mee-eet maar ik sla het aanbod af, er wacht thuis nog een restje zalmforel. "Vies isj lekker", zegt ze. Het Arabische vreetfeestje van vorige week liet ik ook al aan me voorbijgaan. 'Mobarak' en 'gefeliciteerd' appte ik haar, aangezien er uit haar huis muziek te horen was. Het bleek de verloving van haar dochter te zijn. Het stelletje is nu -eenmaal verloofd mag dat kennelijk- samen elders in het land, drie dagen maar liefst. Waarschijnlijk week dochterlief nog nooit eerder zo lang van moeders zijde. Diezelfde dochter die in reactie op mijn burgerlijke staat eens zei: "Dat doen wij niet bij ons, wij blijven altijd bij elkaar". 

Als we bijna bij huis zijn krijg ik het verlovingsfilmpje te zien waarop vrouwen met hoofddoeken wild klappen bij opzwepende muziek. Van de bruid en de zus van de bruidegom zijn de haren wel te zien, en wat voor haar! Nadat het koppel heeft gedanst en zelfs bij het slow dansen nauwlettend in de gaten wordt gehouden door de omstanders, voegen ook de moeders en de zus van de bruidegom zich bij het stel, hetzelfde pubermeisje dat nu naast me staat en de hele wandeling weinig zegt. Dan haalt ze haar telefoon tevoorschijn en toont me haar eigen haren zonder hoofddoek. Inktzwarte krullen die verder reiken dan haar heupen. Bloedmooie prinses. 

Bij de laatste bocht houden we nog even halt. Mijn buurvrouw wil me 'Corona klaar, Insállah' laten zeggen. 'Nou, dat moest ik maar niet doen', zeg ik, 'dat filmpje stuur je dan zeker naar je zus in Jordanië?'
'Ja, ja', lacht ze vrolijk. 
'En naar míjn moeder' lacht het Arabische prinsesje en trekt haar hoofddoek voor haar gezicht. Niet tegen corona, maar tegen de zon. Ik lach en wijs naar mijn blote benen: 'Daar wil ik juist wat meer van'. 
Als we afscheid nemen dringen ze beide nog even aan en ga ik overstag. Ik blaat hen en na en die avond zal mijn wens dat 'Corona morgen voorbij is als Allah het wil' door huiskamers van familie in Jordanië, Syrië, Soedan en Groningen gaan. God weet waar het goed voor is.

zaterdag 16 mei 2020

Leven in het Christenkalifaat

Je mag alleen met de vaste partner seks hebben
of zoenen, of zelfs maar aanraken
Dansen met vreemden mag niet meer
Ook niet op een bankje zitten.
Je mag met mensen met wie je het huis niet deelt niet afspreken.
Of er bij in de buurt komen.
In heel Europa zelfs
Of nee, de halve wereld.
Op straffe van een forse boete.
 
Om de kans dat bovenstaande toch onbedoeld gebeurt te verkleinen zijn kantoren, scholen, universiteiten, restaurants, café's en theaters gesloten en evenementen tot nader orde afgelast. Inclusief verjaardagen.

Je zou bijna denken dat de overtuiging van religieus extremisten gemeengoed is geworden. Hoewel het aan de regeringsdeelname van de ChristenUnie niet kan liggen want zelfs de EO jongerendag is gecanceld. 



maandag 20 april 2020

Op eieren lopen

Kieviten vliegen laag over de verlaten voetbalvelden. Zou het gras op het veld eigenlijk nog gemaaid worden en zo niet, liggen daar nu kievitseieren in plaats van ballen? 

In 'Buitenhof' was gister te zien hoe zowel Jan Terlouw als Ramsey Nasr hun haar langer droegen dan gewoonlijk. Misschien breekt er een nieuw hippie-tijdperk aan nu kappers niet mogen werken. Of beter gezegd, een era van 'capelloni', (lang) harigen, de Italiaanse term voor hippies dekt de lading beter.

Zouden het meldpunt discriminatie sinds de coronamaatregelen nu ook minder te doen hebben? Aangezien tegenwoordig iederéén met een grote boog om elkaar heen loopt, weigert handen te schudden en er ontslagen om aantoonbaar andere redenen vallen. Alleen de hoeveelheid kerels op de buis is in deze tijd buitenproportioneel. Maar daarover klagen is vast niet gepast. 

Meldingen van huiselijk geweld zullen daarentegen wel stijgen. Want hoe fijn het ook is dat de criminaliteit op straat op vele vlakken daalt, agressie stopt niet bij de voordeur. En opgesloten zitten met je agressor is, zo weet ik uit eigen ervaring, bepaald geen pretje.

Werk weg, kappers dicht, kroegen, bioscopen en schouwburgen gesloten. Zelfs scholen zijn nu al een maand dicht. Wat dat huiselijk geweld dan weer aan het licht kan brengen. Zo werd een docent terwijl ze online lesgaf mishandeld door haar vriend. Niet zo snugger van hem en de leerlingen die het zagen schrokken zich wild, maar wellicht schudt dit de docent in kwestie en hopelijk veel anderen wakker. Dat dat 'oude normaal' toch verre van normaal is. Sommige relaties vragen ook om gepaste afstand.

Dat thuisonderwijs blijkt in huize Lehti goed uit te pakken. Natuurlijk wordt er gehannest met onlinelessen ('Waarom werkt de wifi niet? Hoezo valt het geluid nu uit?), inleverdata en wat niet al, maar mijn jongste kan nu tussen de stof door zijn dutjes doen en loopt zijn achterstanden mooi in. Zijn broer Leo heeft sowieso weinig op met het opgehokt in een lokaal zitten met leeftijdgenoten.  Hij liet zich dan ook ontvallen dat hij het eigenlijk wel prima zo vindt, waarom kunnen de scholen niet gewoon dicht blijven? Zelfs bij zijn baantje als bezorger moet hij nu afstand houden. Wel zo prettig voor hem. 

Ook mijn uithuizige grote zoon mag niet klagen. Na twaalf jaar werken in de horeca verdient hij nu zijn maandloon in een drugssstore. En drugs, zo heeft de overheid besloten, vallen niet onder de horeca. De lange rijen bij de coffeeshops gingen op de enige dag dat alles dicht moest weliswaar harder dan de corona zelf viraal de hele wereld over, maar een dag later werd besloten dat drugs kennelijk toch onder 'de eerste levensbehoeften' vallen. Ook wel fijn voor al die opgehokte, opgefokte thuiszitters.

Sporttrainingen van het kroost zijn ook tot nader orde geschrapt. Maar gelukkig kunnen ze door de zogenaamde 'intelligente' lockdown nog wel samen buiten ballen. Als ik ze tenminste de deur uit schop. Heeft moeders ook even een uurtje lucht. Nu maar hopen dat daarbij geen kievitseieren sneuvelen. 

woensdag 1 april 2020

De pré-coroniale kudde

Scholen dicht, vliegverkeer plat, openbaar vervoer reizen met negentig procent gedaald, samenscholingsverbod en afstandsgebod, in de supermarkt is zelfs solitair winkelen verplicht. Concerten afgelast, theaters en bioscopen dicht. Ook het maken van films en toneelstukken of het samen instuderen van muziek niet toegestaan, tenzij op afstand. Men mag niet meer naar de kerk of moskee, uit eten of op verjaardagsvisite. Obers, stewardessen, sekswerkers, koks, kappers, violisten, docenten, oppassers worden met duizenden ontslagen.  En het is geen oorlog, er is geen oogst mislukt, geen overstroming gaande of coup gepleegd door een sociaal angstige, cultuurhatende dictator met smetvrees.

Hoe kijken we straks terug op deze tijd? Als 'Wat overtrokken.' of juist 'Toen dachten we dat het crisis was, terwijl het ergste nog moest komen.' Mijn tachtigjarige vader heeft zijn twijfels of het een paar jaar sparen van (in het beste geval) de levens van zwakke oudjes al die draconische maatregelen en opofferingen wereldwijd wel waard zijn. Maar, positief als hij is, hij ziet ook de explosie aan vindingrijkheid. En gelijk heeft ie.

Restaurants worden gaarkeukens, grondpersoneel van KLM en horecamensen dichten het gat dat verdwenen arbeidsmigranten achterlaten en gaan asperges steken, het zwarte goud. Een stofzuigerfabrikant ontwerpt de behuizing voor beademingsapparatuur die een Britse fabrikant van graafcabinecabines dan weer gaat maken. Bavaria gaat de alcohol uit bier halen dat de horeca nu niet meer verkoopt en er handgel van brouwen. Ook Dommelsch, Jupiler en Leffe leveren nu ontsmettingsmiddelen. En dan zijn er natuurlijk nog de ontelbare initiatieven thuis. Van boodschappendienst tot balkonfitness tot het naaien van mondkapjes. En zij die ooit de zorg verlieten vanwege onderbetaling of god mag weten waarom, willen hun steentje nu weer bijdragen. In één week tijd boden zich al twintigduizend mensen aan. Misschien draait het in de wereld dan toch meer om erkenning in plaats van poen. 

Nog even een aanmoediging voor degenen die bang zijn om nieuwe wegen in te slaan: je kan nu naar hartenlust thuis 'droog' oefenen. Experimenteer eens in de keuken bijvoorbeeld, je hoeft geen onverwacht bezoek te vrezen dat jouw aangebrande drab zal ruiken. Je kunt elke dag een nieuwe look proberen, hoeft je voeten niet meer in hippe maar knellende schoenen te persen. Je kunt je haar touperen of de schaar er in zetten, zonder dat iemand je 's ochtends bij de koffieautomaat op kantoor een meewarige blik toewerpt en de droom verwezenlijken waar je anders nooit tijd voor had. We worden teruggeworpen op onszelf, zijn nu aangewezen op onze eigen smaak en creativiteit.

Misschien dat dat straks blijft hangen na deze draconische maatregelen. Wordt er bij geschiedenisles in 2100 gezegd dat we in het pré-corona tijdperk nog kuddedieren waren die deden wat de buurman deed. Postcorona wezens zijn autonoom. Ze zijn nieuwsgieriger, vindingrijker en erkennen de keuzes die anderen maken zonder die bij voorbaat af te keuren.   

zondag 22 maart 2020

Koolmees, aasgier of toch een vredesduif?

Rick Nieman bleef vanmorgen bij WNL maar drammen over een lock-down of dan tenminste handhaving van de tot nog toe ingestelde omgangsregels om verspreiding van het Coronavirus af te remmen. Maar de beide door de wol geverfde Annemaries gingen niet mee in zijn roep om repressie. 

Jorritsma zei dat ze op de webcam van het Vondelpark toch echt zag dat de situatie anders was dan gister, dat de meesten zich uit eigen beweging aan de afstandsvoorschriften hielden. Ook vond ze die term 'lockdown' wat misleidend, want in Frankrijk gingen mensen toch ook nog naar hun werk? 

Van Gaal sprak op haar beurt hoopvolle woorden over haar ervaringen tijdens verschillende crises in Rusland. Toen de roebel met driekwart devalueerde en mensen met honderdduizenden werden ontslagen. Waar geen WW of bijstand was en dat we het in Nederland toch goed voor elkaar hadden. Ze riep op om er de schouders er onder te zetten, uitdagingen op te pakken en zag dat nu ook gebeurde. Ze zei zelfs 'blij te zijn met de crisis'. 

Rick begreep maar niet dat zijn gasten niet met hem meegingen, álle landen om ons heen waren toch veel strenger? Zelfs het door hem zo geliefde Italië deed het geloof ik beter in zijn ogen en schreef massa's boetes uit. Maar ook Staatssecretaris Vijlbrief wees hem er op dat men in Nederland gewend is om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken.

Minister Koolmees gebruikte daar eerder deze week een iets krachtiger term voor: 'moreel appèl'. En doelde daarmee op de hausse aan aanvragen voor deeltijd WW en uitkeringen voor ZZP-ers.  Die waren in Rotterdam vertienvoudigd en in Amsterdam hadden in één week 2350 ZZP-ers een aanvraag ingediend. Dat waren er eerder tweeduizend in een jaar geweest. Tja, zo'n cadeautje waarbij niet wordt gekeken naar de levensvatbaarheid van je bedrijf of je vermogen, laat de zuinige Nederlander natuurlijk niet liggen. Want als de bankhangende buurman er gebruik van maakt, dan heb ik er toch zeker ook recht op! 

Zou die rechtse Rick dan toch een punt hebben? Is er werkelijk altijd controle nodig om mensen in toom te houden? Om anderhalve meter afstand te houden. Om misbruik van uitkeringen te voorkomen? Aasgieren zijn het! Tuig van de richel! Het is overheidsgeld mensen! Geld dat ook aan verplegend personeel of beademingsapparatuur kan worden besteed. Of aan al dat onderwijzend personeel waar zo'n tekort aan is en waar we toch o zo solidair mee waren. Of gaat die solidariteit en saamhorigheid niet verder dan klappen op balkons of de hashtag 'helden'?  Met dit graaigedrag valt al dat genereuze aanbod om vrijwillig boodschappen te doen, maaltijden te brengen en eenzame ouderen te bellen in het niet. Boos word ik er van! Zijn ZZPers zielig? Maximaal vijftienhonderd euro per maand kan men krijgen. Reken er twee maanden voor, dat betekent dat al die ZZP-ers niet eens drieduizend euro apart hebben gelegd? Zelfstandige mehoela!

Maar wacht eens even. Is mijn woede wel gepast? Als dat leger tijdelijke steuntrekkers nu inderdaad bereid is om sociaal bezig te zijn, om iets betekenisvols te doen. Gratis muziek aan te bieden, online onderwijs, allemaal voor noppes. Is zo'n steuntje in rug dan niet terecht? Of nee, sterker nog, is dit niet gewoon een vorm vorm basisinkomen? Geld omdat je een persoon bent, die nu eenmaal op de wereld is. Los van hoeveel geld je opzij legt of hoe goed je het economisch doet? Kennelijk doet men ook zonder er geld voor te krijgen, graag iets voor de medemens.  

Die Annemaries hebben gelijk, zo'n crisis biedt kansen. Om iets moois te doen. Om het verschil te maken. Om er te mogen zijn als mens. Daar kan geen handhaver tegenop. Dat doen mensen gewoon zelf. 

Ik ga nu eerst mijn eenzame tante in Den Haag maar eens bellen. En dan mijn al even eenzame oom in Rotterdam. En als ik werkelijk het risico op besmetting wil beperken vraag ik maandag een tijdelijke uitkering aan. Te meer omdat de geplande klus bij twee andere lieve tachtigers om begrijpelijke redenen werd afgezegd.

donderdag 30 januari 2020

Liften moet je doen

Mijn steekkar maakt een mooi spoor in de pasgevallen sneeuw. Aangekomen bij mijn klusbus laad ik de kistjes gereedschap op de achterbank. Vanuit mijn ooghoek zie ik een groepje pubers op de stoep staan, ligt ineengedoken in een kringetje. Hun aandacht is waarschijnlijk gericht op de smartphone van één van hen. Maar dat kan ik niet zien want ze staan met hun ruggen naar buiten gericht.

Nadat ik de sneeuw van mijn spiegels en voorruit heb geveegd, eet ik in de auto nog snel even mijn vergeten lunch op, pleeg wat telefoontjes en keer mijn auto. Ik ben lekker vroeg vrij. De sneeuw is intussen weggestroomd met de regen, die nu met geweld uit de hemel valt. Raar weer.

Al laverend tussen de vele fietsers door zet ik koers naar huis. Drie straathoeken verder zie ik het groepje jongens opnieuw. In eenzelfde kringetje. Dit zijn overduidelijk geen Pieterpadlopers die voor de fun door de regen banjeren. Daarvoor ontbreken de Nordic walkingstokken en de Gaastra jassen. Deze jongens dragen slechts een papieren tas. Of meer de flarden die daar van over zijn.

Ik doe het bijrijdersraampje naar beneden en roep: 'Zoeken jullie iets?' De jongens kijken op van onder hun capuchons en lopen door elkaar pratend mijn kant op. Ze lijken lichtelijk in paniek. Uit hun half Engelse, half Duitse antwoord maak ik op dat ze hun klas zijn kwijtgeraakt en dat ze naar het Groninger museum moeten, van waar hun bus over tien minuten vertrekt. 
Het Groninger museum? Dat is compleet de andere kant op! De stakkers.  

Ze zijn met z'n vijven, dat zou net passen. Probleem is echter dat alle zitplaatsen al volstaan. Ik stap uit en zet de commandomodus aan. 'I will bring you there but first you have to help me to make some space.' Uitgelaten nemen ze de kistjes gereedschap van me aan en nadat de accuboren, schroevenbakken en verfbenodigheden schots en scheef in het laadruim staan, persen de jongens zich dicht tegen elkaar aan in mijn klusbus. 

Wat hou ik toch van deze leeftijd. Jongens met zware basstemmen en het postuur van een uitsmijter in spé maar met een houding die die van een kleuter nauwelijks ontstijgt. Het roept terstond de opvoeder in mij boven. Net als ik de dag eerder deed met mijn zoon van dezelfde leeftijd. Die me appte of ik hem van school kon halen vanwege een lekke band. 'Ja', schreef ik toen terug, 'Maar bij thuiskomst gaan we dan gelijk je band plakken.' Dit keer taxi ik vijf verloren pubers tegelijk. 

Als we door de Ebbingestraat rijden wijs ik ze op de vele voetgangers. 'If you get lost again, it might be better to ask one of them instead of checking your smartphone. All those people know where the Groninger museum is'. Eén van hen geeft toe: 'Yes, we are dumb'.

'Nou, jullie zijn vast niet dom, alle jongens van jullie leeftijd wonen in hun foon, dat doen mijn zoons ook. Maar soms is de weg vragen aan vreemden handiger dan internet. Belerend voeg ik er aan toe: 'Wat andere volwassenen jullie ook wijsmaken, als jullie later nog 's gaan reizen, ga dan vooral liften, dan ontmoet je nog 's iemand.'

Op de Eendrachtskade staat het zoals altijd vast. Het volume van mijn gezelschap stijgt. Eéntje belt opnieuw de docent om te zeggen dat ze er met vijf minuten zijn, dat ze worden gebracht door een 'Nette Frau'. Ik zeg dat ze vast boos op hen zullen zijn. 'Yes, very angry', antwoorden ze in koor. 

Exact om 14.20 uur stuift het vijftal uit mijn auto en steekt de weg over naar de al klaarstaande bus die na hun instappen gelijk de deuren sluit en vertrekt. Ik wacht nog even om te zwaaien, zodat de docenten kunnen zien dat die met plamuur en purschuim besmeurde Nette Frau geen enge heks is. Maar of ze daaruit de les trekken om toch vooral met vreemden mee te gaan betwijfel ik.

Op de grond voor de bijrijdersbank resten wat flarden van een natgeregende papieren tas.







dinsdag 21 januari 2020

Troostleed

In Australië kreeg men na, of eigenlijk meer tijdens het vuur, enorm veel regenwater over zich heen en daarna aarde in de vorm van zandstormen. Als toetje kregen ze ijs, met hagelstenen ter grootte van golfballen. Wat dat betreft mogen we hier niet klagen. Maar de seizoenen lijken hier wel danig in de war, met fluitende merels, aardbeien in mijn tuin en met nachttemperaturen van tien graden.

Taalvirtuoos Wim Daniels nodigde in zijn wekelijkse zondagse taalspel twitteraars uit om termen te bedenken voor een winter die maar geen winter wil worden. Er volgden maar liefst 282 suggesties:  'Weigerwinter', 'Rokjeswinter', 'Winterslaapt' en, de mooiste,  'It-giet-net-oan-winter'. 

Maar zoals dat elke winter gaat, half januari gaat het kwik dan toch nog dalen. Met nachtvorst, gladheid en het krabben van ruiten. Dus sta ik nu niet meer buiten te zweten zonder jas, maar hijs ik me 's ochtends fijn in mijn thermobroek en trek onder mijn werkkleding een warme wollen borstrok aan. 

Zodra de kou zich aandient, kakt ook mijn werk vaak in. Tien jaar geleden baarde me dat nog de nodige zorgen. Ik moest de boer op, meer visitekaartjes uitdelen en wellicht zelfs adverteren, hoe moest ik anders mijn rekeningen betalen? Inmiddels leidt zo'n winterdip met vorstverlet niet meer tot paniek. Het biedt meer ruimte om te zingen, te wandelen in de winterzon, te schrijven over het weer en, wie weet, kunnen de schaatsen straks nog uit het vet.

Er rest me ook meer tijd om kennis te nemen van de toestand in de wereld. Op tv roept de stem van Umberto Tan ons op om het leed in Australië te verzachten. De krant toont een foto van geredde kangoeroes die aandoenlijk in de camera kijken. 

Het besef dat men elders slechter af is dan hier biedt toch troost in deze donkere dagen.
En dat werk, dat 'giet vast wel weer oan' als het warmer wordt. Alles op zijn tijd. 

donderdag 5 december 2019

Een kus voor de bus

Ik werd gebeld door de garage, mijn bus was klaar om opgehaald te worden. Voorzien van thermobroek, handschoenen, wollen ondergoed en twee paar sokken zou ik naar de andere uithoek van Groningen fietsen. Maar toen besefte ik dat dat niet kon. Althans, niet als mijn stalen ros ook weer mee terug naar huis moest. Normaliter passen er wel drie fietsen achterin, maar door mijn late klus van een dag eerder, had ik geen puf meer om de parketresten, verfemmers, een rol stucloper, dekzeilen, ondervloer en alle andere zooi uit te laden, en ging de auto met inhoud en al voor een grote beurt.

Niet getreurd, het openbaar vervoer is geduldig. 9292 vermeldde dat ik met slechts één overstap bij de afgelegen garage kon komen. Hoezee!

Zonder ijs van de voorruit te hoeven krabben stapte ik in een behaaglijk warme bus. Alwaar ik tientallen zitplaatsen voor het uitkiezen had, aangezien ook ik in een uithoek van Groningen woon en er vóór mijn halte vrijwel niemand instapt. De bus passeerde scholen, sportcentra en de binnenstad. Ik gaf mijn ogen de kost. Meiden met dicht geplamuurde gezichten scrolden over hun schermpjes, drie jongens bleven middenin het harmonicadeel staan en hielden stoere praatjes. De jongen tegenover me plugde gedachteloos zijn usb aansluiting in het contactpunt vlak boven hem. Ik zag toen dat vrijwel elke zitplek van zo'n blauw oplichtende aansluiting was voorzien.

Bij mijn overstap op het Zuiderdiep tuurde ik op de digitale borden waarop altijd exact wordt aangegeven hoe lang het nog duurt voordat de bus ter plaatse is, maar er stond niks vermeld over mijn lijn. Ook niet bij de halte ernaast. Ik had slechts twee minuten dus het hele Zuderdaip aflopen zat er niet in. En het was koud!

Aan de chauffeur van de bus die naast me stopte vroeg ik de weg. Hij wist het ook niet maar via een collega die hij raadpleegde, wist ik sneller dan welke wifi of 4G verbinding ook, dat ik aan de andere kant, honderd meter verderop moest zijn. Alwaar na mijn aankomst lijn 174 inderdaad de hoek om kwam. Wat een perfecte aansluiting! Ik had zelfs geen tijd om te kunnen verkleumen. Verbaasd merkte ik hoe deze lijn de straten volgde die parallel liepen aan de route van de eerdere bus. Waarschijnlijk kun je elk deel van de stad per bus bereiken, iets wat met de auto in Groningen steeds lastiger wordt.

Het bord in de bus gaf keurig aan dat de halte van het UMCG tijdelijk was verplaatst. Wat een service! En via het bakkie van de chauffeur hoorde ik dat die service nog verder reikte. Aan de bestuurder van een aansluitende bus werd gevraagd om even te wachten: "Ik heb een passagier voor je". Dat was geen enkel punt.

Op de Oosterhavenbrug liepen we even vast tussen de ronkende éénpersoonsvehikels (een brug verbreden is geen sinecure) maar op de Europaweg kon de bus gemoedelijk langs de file tuffen. Bij de Boumaboulevard stapten weer andere dichtgeplamuurde meiden in en bij het prachtige nieuwe treinstation werd de bus steeds leger. Toen we vaart maakten -omdat er minder auto's in de weg reden- vroeg ik aan een medepassagier waar de halte precies was. Maar toen kreeg ik de APK-vlaggen in het oog en stopten we pal voor mijn garage. Alwaar ik, na het voldoen van een rekening die honderd keer hoger lag dan de prijs van mijn OV-rit, al filerijdend terug naar huis reed. 

Als het niet om al die spullen was die ik meesleep, dan ging mijn klusbus in de ban en nam ik zonder enige twijfel het OV naar mijn werk. Geen wegenbelasting, verzekering, brandstof en eventuele parkeerboetes meer. Nauwelijks vertraging door files, je kunt je telefoon opladen, hebt gratis wifi en mag al rijdend zonder gevaar voor eigen leven losgaan op je schermpje. Om te appen met de klant, facturen uit te schrijven of gewoon wat suf te twitteren. Je hoeft niet af te spreken wie de Bob is, hoeft geen riem om en kunt zelfs een dutje doen. Daar kan geen zelf rijdende auto aan tippen! Je hoeft nooit terug te lopen naar waar je je bezit hebt neergezet, bang te zijn dat er wordt ingebroken of dat er spiegels van af worden getrapt. Om maar niet te spreken van de prijzige reparatie die dan weer wacht. En dat allemaal voor een prijs waar je nog geen kopje koffie van kunt kopen! Kortom:

Hulde aan de bus!
En een kus voor alle chauffeurs!

dinsdag 26 november 2019

Over een juf uit Jordanië en nazaten van hongerkinderen

Op een bankstel, een tv-meubel en salontafel na is de kamer leeg. Aan de muur hangt een klok met gouden Romeinse cijfers. Als de deur naar de keuken opengaat, zie ik daar een kooitje met een vogel. De vogel is stil.

Ze zet dadels op tafel. En thee met melk. Er verschijnt al gauw een vel op de thee en als ik een slok neem, hecht zich een vetlaagje aan mijn gehemelte. Er plopt een passage omhoog over een kokhalzend kind in oorlogstijd, maar ik drink dapper door. Ik had deze kinderthee per slot zelf gewild. 'Van boer... melk van boederij' zegt ze verlegen lachend. 'Lekker', lieg ik. Wel zeg ik naar waarheid dat ik haar niet meteen herkende, nu ze geen hoofddoek draagt. 

We vervolgen onze lessen. Ze moet oefenen in schrijven. Een mail sturen naar collega Farida met de vraag of zij een dag kan ruilen. Jij kant, jij kun, ik wilt, maag ik oe vraagen. Na het schrijven van elk woord draait ze haar hoofd vragend mijn kant op. 'Daar moet nog iets tussen' en 'Het is ú, niet oe', verbeter ik. Dan galmt haar ringtone door de lege kamer. 

Het is haar zus uit Amman. Na het uitwisselen van beleefdheidsgroeten wordt het scherm van de smartphone naar mij gedraaid. De zus wil weten hoe ik heet en ik oefen mijn net geleerde Arabische zinnetjes  'Tahle mni el Arabiè' en 'Anna betacilem lo(h)a Olandía'  Nu ben ik degene die vanuit Jordanië word verbeterd. Ik geef les in het 'Hollands', niet in het 'Ollands'. Best logisch.

De vorige keer ging onze Nederlands-Arabische les niet door. Mijn buurvrouw bezocht haar broer in Sudan en ik bezocht een lezing in de Stefanuskerk over 'Vergeten kindertreinen'. Waarmee precies een eeuw geleden vijfenzestigduizend kinderen in Nederland kwamen aansterken. Toentertijd was de kans dat je in Wenen voor je tiende het leven liet bijna zeventig procent. Er was geen gezag, er waren geen kolen en er was bijna nergens melk voor handen. De oogst van 1918 mislukte, er heerste TBC en de Spaanse griep die volgde eiste nog meer slachtoffers dan er in de WOI waren gevallen.

In Londen deed een dappere vrouw een oproep om niet langer toe te kijken bij die humanitaire ramp: 'Er sterven kinderen door onze blokkade'.  Dat hielp. Er ontstond een heuse wedloop tussen Joodse, protestantse, katholieke en later ook sociaal democratische organisaties om zoveel mogelijk kinderen te kunnen helpen. Er ging zelfs een delegatie naar Wenen om een door een andere organisatie geselecteerde groep kinderen 'weg te kapen'. Ook veertigduizend Duitse en dertigduizend Hongaarse kinderen kwamen naar Nederland, waar toen ruim zes miljoen mensen woonden. 

Sommigen bleven. Zo was er Miep Gies, die te ziek was om terug te gaan en die later  het dagboek vond van een meisje dat ook eens uit Duitsland vluchtte, Anne Frank. En ook mijn eigen opa kwam per trein naar Nederland en bleef. Hij was wees en had niemand om naar terug te keren. Maar daar in de Stefanuskerk ontdekte ik dat er nog meer Weense vluchtelingen waren gebleven. In de kerkbanken zaten hun nazaten. 

Terwijl ik vanavond door de telefoon mijn Arabische woordjes hakkel naar een land waar zeshonderdduizend geregistreerde vluchtelingen wonen op een bevolking van zes miljoen, wordt in Nederland intussen een poging gedaan een omroep op te richten 'voor de ongehoorden'. Om vrijuit te kunnen praten over de bedreigingen van migratie. 

Ik drink mijn laatste slok thee op en bedank voor de dadels. 

De gekooide vogel is nog steeds stil. 



donderdag 31 oktober 2019

Er klinkt weer muziek op het feestje

Als er bij het ontbijt geen brood meer is om je lunchpakketje mee klaar te maken.
Als je het ijs weer van je voorruit moet krabben en de krabber kwijt is.
Als je autoradio al drie maanden stuk is en je muziekloos op klus gaat.
Als die klus van een simpel dichten van een kleine lekkage uitmondt in het afbreken van een gehele balkonvloer en dat dan blijkt dat er ook twee stalen draagbalken van het huis zelf zijn doorgeroest. En dat die dan doorlopen in het huis van de buurvrouw die het huis net voor een topprijs kocht.
Als je, in afwachting van een constructeur, naar een andere klus rijdt en ter plaatse ontdekt de benodigde ladder niet te hebben meegenomen.
Als er bij een door jou strak geschilderd huis na een half jaar weer lekkageplekken verschijnen.
Als je bij de stort de postcode van je werkadres vergat en vervolgens twintig euro moet betalen voor drie emmers gipsafval.
Als de prijs van een liter diesel de grens van één euro veertig is gepasseerd.
Als je bij thuiskomst aanbelt bij de Antilliaanse buurman die beloofde jouw radio te fiksen en dat die niet thuis is.
Als je daarbij een andere bovenbuurman tegen het lijf loopt die voor de zoveelste keer naar je briest dat hij door mijn afdak zijn was niet meer kan ophangen, dat er inbrekers op zullen klimmen en dat de kat van de buurvrouw bij hem naar binnen loopt. En dat ik nooit meer over hem mag klagen! Nooit meer!
Als je hem dan antwoordt dat je dat toch al niet deed en je waardering uitspreekt dat het de laatste jaren weer fijn rustig is, dat hij dan dreigt met 'De zomer komt er weer aan!'  (Lees: als jij je afdak niet afbreekt, ga ik bij mooi weer lekker Hazes meeblèren op mijn balkon en jij houdt je bek!')
Als je dan moedeloos op funda en woningnet rondsurft om te kijken of je elders heen kan vluchten.
Als je dan concludeert dat de woningmarkt oververhit en tegelijk potdicht zit.
Als de kat op het tapijt kotst.
Als je moe bent.


Dan rest je niks anders dan met je hoofd onder de dekens op bed gaan liggen. Met je bestofte werkkleding nog aan. Op het bed van je zoon uiteraard. Want op je eigen bed liggen nog twee wassen die gevouwen moeten worden. En dan, als je weer wakker wordt, gewoon te gaan wandelen. Weg van huis. Weg van lekkages en boze buurmannen, weg van kutklussen en kattenkots. Weg van de was, een volgestouwde auto en een bed vol bouwgruis. 

En dan blijken er opeens goudsbloemen te bloeien. En bramen. En zelfs rozen.  Dan tuur je naar roofvogels, hazen en fazanten. Bewondert de gouden haan op de torenspits die licht geeft in de avondzon. Dan zie je geiten die hun eigen sores hebben, zoals gras dat bij de buurwei groener is.







En bij thuiskomst belt dan de Antilliaanse buurman bij jou aan. Die dan in tien minuten je autoradio fikst. Gratis. Dan blijkt het gist dat al twee weken in de koelkast ligt nog goed te zijn en kneed je zelf twee volkorenbroden. Als die staan te rijzen lach je om het appje van je zus die vijftig bananen, zeven komkommers en een appel uit het afval viste en daar een feestje mee bouwt. En je kijkt vrolijk uit naar de volgende zomer. Zonder ijs te hoeven krabben en met 's avonds de deur open. Zodat alle buurkatten bij je binnenlopen en je lekker kunt meeblèren met 'de glimlach van een kind'. die door de straat galmt.













zaterdag 26 oktober 2019

Gelauwerd visitekaartje

Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.

Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.

De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.

Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.

Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast."  Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.

Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.

Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.

Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.

En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.

maandag 14 oktober 2019

Kokkels met kaas is heiligschennis

'Maar als de klant dat nou wil, jíj hoeft het toch niet te eten?' Werp ik tegen als de Italiaan uitlegt dat als klanten om geraspte Parmiggiano vragen, híj ze dat niet gaat brengen voor over hun 'pasta con le vongole'. Want, zo zegt hij met een stalen smoel, kokkels met kaas, neanche a pensarci (daar mag je niet eens aan denken). Ook op tonijn of cozze of welke vissoort ook, hoort geen kaas volgens de man die al dertig jaar als ober werkt. Ik glimlach schamper en vat het gesprek over de do's en don't in de Italiaanse keuken samen als 'Het is een religie'.

We zijn met zijn vieren. Een Italiaan, een halve Italiaan en naast mij nog een italofiel. Die tijdens het eten van zijn papardelle al la lepre een kogeltje uit zijn mond vist. Hetzelfde was mij gebeurd toen ik hier vorige keer ook haas at. De halve Italiaan was er toen ook en was enigszins gechoqueerd door dat lood in mijn mond. Maar de Italiaan oppert nu om er vooral niks van te  zeggen, omdat ze ons anders wellicht extra laten betalen. Want een haas met een kogel, dat betekent volgens hem  gegarandeerd vers vlees. De logica ontgaat me, want ook in een haas die drie maanden dood in de vriezer ligt blijft lood toch gewoon lood?

Na de dis gaan we in tweetallen naar buiten om te roken. De Italiaan steekt de loftrompet over hoe schoon Nederland is en dat alles zo goed werkt. Waarop ik mijn grijsgedraaide plaat opzet over solidariteit en de bereidheid tot het betalen van belasting. Om mijn betoog kracht bij te zetten vertel ik dat mijn ziektekostenpremie honderdtwintig euro per maand bedraagt en dat daar nog driehonderdtachtig euro eigen risico bij komt. Het zijn bedragen waar ook de oren van Belgen van gaan klapperen. Hij wijst om zich geen om te tonen hoe schoon het hier op straat is. Ja meneer, ook daar hebben we allemaal potjes voor in Nederland.  

Voordat we weer naar binnen gaan, deponeert hij zijn filterpeukje in een plantenbak voor de deur. Ik houd me net als bij het loodverhaal stil. Maar als we na het afrekenen opnieuw buiten staan en afscheid van elkaar nemen, kan de opvoeder in mij zich toch niet inhouden. De heren nemen de hele stoep in beslag, ik maan ze wat aan de kant te gaan zodat de aftaaiende viermijl-lopers er langs kunnen. De hele en halve Italiaan zoenen elkaar ten afscheid. Ook ik krijg als enige dame van het gezelschap negen keer mannenlippen op mijn wang. De Hollanders schudden elkaar de hand.

Voordat ik wegloop, vis ik nog snel even het peukje uit de bloempot met de woorden: 'Even een Italiaan opvoeden'

zondag 29 september 2019

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (2)

(deel 1)

Na hun vertrek lurkte ik aan mijn alcoholvrije Bavaria, rookte een shagje en keek vanuit mijn ooghoek naar de flirtende mensen aan de tafeltjes naast me. Al was flirten misschien niet de juiste term voor het onstuimig zoenen dat ik gadesloeg. Was dit wellicht wat de barvrouw bedoelde met 'verkeerde figuren'?

De aanblik van al dat opnaaien was allerminst onaangenaam, maar, zo bedacht ik me, was dansen niet het doel geweest van mijn komst naar het centrum? Drinken en roken kon ik thuis ook. Dan zelfs met alcohol. Al was de tv minder prettig vertier dan hier een beetje de voyeur uithangen. Wellicht was mijn ex toch niet naar de bejaardendisco gegaan. Daar kwam ik gauw genoeg achter.

Ik wandelde over de Grote Markt. Genoot van giebelende groepjes studenten die in het Duits, Frans en Spaans discussieerden. Over dat één van hen moest pissen. Of waar ze heen zouden gaan. De nachtelijke, natgeregende stad bleef een genot om alleen doorheen te lopen. Net zo mooi als toen ik hier twaalf uur eerder liep, op jacht naar een cadeautje voor mijn vriendin.

Vanmorgen was de markt bevolkt geweest door jonge gezinnetjes. Zouden die, voordat ze zich settelden, ook lallend door de stad hebben gelopen? En zich ook pas over tien jaar weer in het uitgaansleven storten? Jammer genoeg moest daar vaak eerst een scheiding aan vooraf gaan. Swingen met een trouwring was vast ook iets vreselijks fouts.

Ik gluurde door de klapdeuren. Het was rustig maar de dansvloer was vol. Er was geen ex te zien en ook de Drenten schitterden door afwezigheid. Die waren wellicht elders iets leuks gaan doen of waren een potentiële prooi tegengekomen. Ik ging los op grijsgedraaide evengreens als 'Freedom' and 'I like you'. 

Tegen enen dreigde de barman in slaap te vallen en dropen er mensen af. Ook voor mij werd het tijd om te gaan. Teruglopend naar de auto passeerde ik opnieuw de foute-figuren-kroeg. Mijn nieuwsgierigheid won het van de roep om slaap. De tafels waren zoals aangekondigd aan de kant geschoven en een paar beentjes gingen ook hier van de vloer. En daar, aan de rand van de dansvloer, zaten de twee Drenten. Ze hadden de bejaardendisco niet kunnen vinden. Arme kerels. Te meer daar hun taxi kort erop klaar zou staan aan de Rademarkt. Hoe ver dat lopen was, wilden ze weten.

Als de tijd dringt valt schaamte soms weg. Al kan het ook aan hun drankgebruik hebben gelegen. Maar ik was aangenaam verrast toen ik zag hoe de heupen van één van hen swingden en onder de indruk van het ritmische voetenspel. Allemachtig, dat was pas dansen!

Of ik ook op internet zat, wilden ze nog weten. Misschien was het een omslachtige manier om mij online op te sporen? Naar mijn nummer vragen was slimmer geweest. Tinder, Badoo, Lexa? .... ze noemden een reeks datingsites op die ik niet allemaal kende. Ik tipte hen dat je bij daten beter samen iets leuks kon gaan doen dan gelijk af te spreken voor een drankje in de kroeg. Wandelen of fietsen, schaatsen of schaken. Of dansen natuurlijk. Als je dan na een eerste blik op je date gelijk wilde wegrennen, had je in elk geval iets leuks gedaan.


Zondag ontwaakte ik nuchter naast mijn eigen spinnende jager. Garfield sprong uit bed en nam miauwend plaats bij de deur. Toen die openging, spurtte ze naar buiten. De hort op.

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (1)

'Dus,... jij gaat helemaal naar Amsterdam op en neer voor een verjaardag?!'
'Ja, het is een goede vriendin, en zij doet hetzelfde. Nou ja, dit jaar niet, want ik heb haar niet uitgenodigd. Maar volgend jaar word ik vijftig dus dan zal ze zeker komen.'

Zo, de leeftijdvraag was mooi getackeld, daarover waren geen cliché raadspelletjes meer te verwachten.
'En ,wat brengt jullie hier?', was mijn wedervraag, en nam een flinke teug uit het flesje dat voor me op de toog stond.
'We wilden stappen in Groningen, in Hoogeveen is uitgaan kut en we hoorden dat het hier leuk was.' 
'Klopt, het is hier vaak gezellig. Maar de barvrouw zei me net dat de dj niet meer komt. De dansavonden hier zouden verkeerde mensen aantrekken.'

Om haar woorden kracht bij te zetten, had ze me gezegd dat het me wellicht was opgevallen dat er weinig dames waren. Na een blik om me heen zag ik inderdaad meer man- dan vrouwvolk, maar dat was in een café niet uitzonderlijk.

Ik mijmerde verder over wat 'verkeerde types' zoal zijn konden. Jagende mannen wellicht? Maar ook dat was bij het uitgaan geen geheim. Zo gaven ook de twee Drenten schoorvoetend toe. Wellicht doelde de barvrouw op de 'vleesmarkt' die het hier volgens sommigen was geworden. Dat het er in de kleine uurtjes wel erg dik bovenop lag wie naast wie op zondagochtend brak zou ontwaken. Er was kennelijk een verschil tussen 'jagen' en 'jagen'. Op safari gaan in de brave Beekse bergen mag, maar hetzelfde doen in Kenia is superfout. Zoiets. 

De barvrouw zei tegen de heren dat het voor gezellig stappen wat vroeg was, maar dat er in het Pakhuis wel werd gedanst zou worden en dat later ook hier de tafels nog aan de kant zouden gaan. Huh? Nu werd haar verhaal me toch wat vaag. Dansen met dj was in de ban gedaan vanwege foute types, maar dansen op muziek kon nog wel? Hoe zat het nou?

Eén van de Drenten rookte, we gingen buiten onder het afdak zitten en keuvelden over werk, relaties en kinderen. Zijn vriend schoof ook aan. Want hoewel hij de schurft aan roken had, tussen de paffers is het vaak gewoon gezelliger. Zo beweerde ook een ex van mij. Die ik nooit meer zie, omdat hij dat liever niet wil. Kan gebeuren na een breuk. Maar ik zag hem wel, eerder op dezelfde avond en dat was tevens de reden dat ik naast de Drenten belandde.

Na vierhonderdvijftig kilometer asfalt en een paar fikse hoosbuien waarbij ik met zeventig kilometer per uur over de snelweg door de polder kroop, was ik naar de bejaardendisco gereden. Ik was hard toe aan wat beweging. De kroeg lag in hartje stad, zodat parkeren slechts voor maximaal een half uur was geoorloofd tegen een vergoeding die hoger lag dan de prijs van een drankje. Geen nood, Groningen is een dorp - al dachten de Drenten daar anders over- er was vast elders een betere parkeerplek. En toen ik daar naar op zoek ging, fietste de bewuste ex me tegemoet. Die ongetwijfeld op weg was naar dezelfde danstent. Om zijn avond niet te bederven. ging ik over op tot plan B. Aan de andere kant van de stad plantte ik mijn auto langs de gracht en nu zat ik buiten onder een afdak. Het voelde bijna als thuis.

'De barvrouw had niet helemaal gelijk hoor. Er valt wel degelijk te dansen op dit uur.'
En na mijn uitleg aan de twee jagers over de beste looproute, vroegen ze of ik meeging. En waaróm dan niet? En dat het alternatief alleen achter te blijven toch geen fijn vooruitzicht was.
'Nee, jongens, echt niet. Zeker niet met jullie. Want als die ex mij daar ziet binnenstappen met twee vlotte kerels, zal hij nog minder amused zijn. Maak er een leuke avond van. Veel plezier.'


(deel 2)



zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

dinsdag 20 augustus 2019

Sociaal medium

Hij houdt de kinderwagen stil en kijkt dan aandachtig naar de hand die de vrouw naast hem, ik vermoed de moeder van het kind in de kar, onder zijn gezicht houdt. Ze mompelen wat, hij pulkt wat, maar de splinter krijgen ze er niet uit. Ik groet hen in het voorbijgaan. Zo doet men dat hier. 

Wandelend langs robuuste afdakken, Ikea-hangstoelen en een werkloze trampoline kijk ik omhoog langs de gevels, die met speelse tinten bruin in punten uitlopen. De huizen zelf zijn ongelijk langs de rooilijn gezet. Wat nieuw is moet oud lijken. We zitten hier vlakbij de Groningse gasbel, maar ze zullen vast niet gaan scheuren. Want onder de jaren-dertignostalgie zitten dikke isolatieplaten en prefab betonplaten. 

Men kan hier kennelijk ook zelf een huis bouwen. Zo maak ik op uit het scheefhangende bord met naast allerlei verboden en waarschuwingen ook de boodschap om materialen alleen op de eigen kavel te plaatsen. (Je zal maar burenruzie krijgen voordat de eerste steen,...eh, eerste plaat geplaatst is.)

Achter een hek staat tussen manshoog onkruid een rode kraanwagen. Boven het naastgelegen weiland hangt een luchtballon schijnbaar roerloos in het avondlicht. De kraanwagen doet me denken aan Pluk van de Petteflat, de ballon aan Pippi Langkous. De held en heldin uit mijn jeugdboeken. Waar men hasselbramen van een kluizelaar at om aardiger, speelser en minder netjes te zijn. Waar een torenkamer (Pluk) en een landhuis (Pippi) werden gekraakt. Pippi had een aap en een paard op haar veranda en vluchtte in een luchtballon voor twee gezagsgetrouwe dienders. Pluk hield het bij een kakkerlak en was maatjes met de vogels die bouwtekeningen onderscheten. 

De dieren die ik hier tegenkom zijn allen hond. Ook de kinderen worden allemaal keurig begeleid. Op hun loopfietsje, of vissend aan de waterkant. Waar twee meisjes pielen met een emmertje. "Nee, geen zand er in doen", "Jawel, een beetje maar", en het blootsvoetse meisje schept met haar handen wat aarde weg van de jonge aanplant. Dan bemoeit de moeder zich er mee. Bij elk kind is steeds een oplettende ouder in de buurt. Of het moet het nors kijkende meisje zijn dat me met haar oortjes in voorbij beent. Ze trekt een paar bladeren van een treurwilg. Handig in zo'n nieuwbouwwijk, zo'n boom die een beetje vlot groeit, kan die meid ook haar agressie kwijt. 

Misschien is ze met haar vader, stiefmoeder hierheen verhuisd en wilde ze eigenlijk niet mee. Maar vijftienjarigen hebben geen keus. Nu ziet ze niets dan kinderwagens, poedelende peuters en alweer een slinger voor een nieuwgeborene. Zo te horen zijn er meer mensen die zich moeten uitleven;  verderop zetten drie motoren het gas vol open op een weg waar je slechts zestig mag. Opgeschoten jongens of, -de prijs van een motor in acht nemend- , midlife mannen wiens kinderen de deur uit zijn en die hun vrouw niks meer te vertellen hebben. Als het geluid van de herrieschoppers wegsterft, klinkt het rustig zoemen van grasmaaiers en het trillen van de heggenscharen. Elke tuin is goed getrimd.  

Als ik de wijk uitloop zie ik aan de rand van het fietspad rookpluimpjes van zand, sporen van de zomerse stortbui van vanmiddag. Tussen de pluimpjes boort het gras zich door het asfalt. Er is hier geen stoep en ruimte om die ooit aan te leggen ontbreekt want links en rechts loopt een sloot. De mij tegemoetkomende fietsers hebben vaker wel dan niet een accu. Hun snelheid weerhoudt hen, en mij ook, van een groet. Akoestische fietsers groeten wel. 

De zon werpt nog even lange schaduwen en verstopt zich dan achter de hoge bomen van mijn eigen wijk. De ook ooit kaal was en vol kinderwagens, loopfietsjes en slingers. De kat die me anderhalf uur eerder nakeek vanuit het gras in een verlaten speeltuin, volgt me met zijn kop nu in omgekeerde richting. 

Thuis doe ik mijn schoenen uit en kijk waar online Nederland zich in mijn afwezigheid druk om heeft gemaakt. Een zeker Angela is in Limburg uit de bus gezet vanwege haar boerka, een presentator is bedreigd omdat hij Turkije een kutland noemde en tot slot zijn vluchtelingen die op familiebezoek gaan in hun geboorteland toch wel het ultieme bewijs dat er van gerechtigheid en beschaving niets meer over is in ons land!

Een avondwandeling in je ééntje is wellicht geen al te sociale bezigheid, maar wel een mooie manier om te zien dat het met die teloorgang van Nederland wel meevalt. Hoewel,.... de kans dat de bewoners die niet op straat waren, genoeglijk vanaf de bank op hun smartphone hel en verdoemenis zaten te typen, is niet onwaarschijnlijk.

maandag 13 mei 2019

Stemadvies voor ons graaiers

Er was ophef over Europarlementariër Sophie in 't Veld. NRC heeft het over 'gedeclareerde hotelkosten' die ze terug gaat storten. Maar volgens mij klopt dat 'declareren' niet helemaal. Het ging toch om onkostenvergoedingen? Iets met een vast bedrag als je een vergadering bijwoont. Als ze haar werk doet dus. De hoogte van die vergoedingen is toch een ander verhaal? In ieder geval geen stok om haar mee te slaan. Sterker nog, het standpunt van haar partij over het ter discussie stellen van de hoogte daarvan pleit volgens mij juist in haar voordeel.

Ik moet denken aan mijn vader. Die meer dan veertig jaar bij de overheid werkte. Voor zijn werk was hij eens spreker op een congres in Berlijn. Niet lang nadat de muur was gevallen. Naast het delen van zijn kennis op het gebied van stadsvernieuwing en ruimtelijke ordening, stak hij de Oost Duitse toehoorders ook een hart onder de riem. Door hen te zeggen er voor te waken niet het kind met het badwater weg te gooien. Door het rijke, vrije westen niet louter als het walhalla te zien dat moest worden nagebootst. Dat ook daar fouten werden gemaakt. Waar van geleerd kon worden. En dat er omgekeerd ook in de DDR zaken goed waren gegaan die je niet rucktsichtlos hoefde af te breken.  Het was een fris geluid waar hij lof voor kreeg. Maar mijn vader zou nog meer krijgen. Een 'onkostenvergoeding' om precies te zijn. Voor zijn gemaakte verblijfkosten.

Tijdens zijn verblijf logeerde hij bij mijn zus, die al decennia Berlijnerin is. Hij at bij haar of kocht als lunch een broodje bratwurst of shoarma. Bij terugkomst op het ministerie bleek het bedrag van hetgeen hij declareerde veel lager dan de 'onkostenvergoeding' die hij zou krijgen. Hij was blij dat hij de overheid zo geld kon besparen maar tot zijn verbazing bleek de 'vergoeding' niet omlaag te kunnen. Hij vond dat belachelijk, ging er een flinke discussie over aan. Maar het hielp niet.

Hij kwam verbolgen thuis. En boos. Hij weigerde geld aan te nemen voor kosten die hij niet had gemaakt. Mijn moeder suste het een beetje, vond dat hij zich niet zo druk hoefde te maken, niet roomser dan de paus hoefde te zijn. Wellicht opperde ze om het geld te doneren aan een instelling die er mensen mee hielp die het harder nodig hadden. Dan kwam het belastinggeld toch nog goed terecht. Hoe het precies is afgelopen weet ik niet meer maar deze anekdote borrelde boven toen ik de reacties las op twitter over de 'decalaraties' van Sophie in 't Veld.

Het werd lekker op de vrouw gespeeld. De ophef kreeg zelfs de naam 'Sophiegate'. Waarschijnlijk omdat het zonder hoofd minder lekker voelt om ons onbehagen te botvieren. Dan kunnen er koppen rollen. Letterlijk. 'De bak in' is nog de minst agressieve tweet. 'Lijfstraffen' of 'aan de katten voeren' komt ook voorbij. Twitter als volksgericht. Vermaak anno 2019.

Maar hoeveel twitteraars die vergenoegd 'lijfstraffen', 'tuig'en 'graaiers' tikken kunnen de bij hun belastingaangifte opgevoerde 'kantoor' (of andere) -kosten ook echt verantwoorden? Of geldt het invullen van het 'vaste bedrag' dat er nu eenmaal voor staat (dan heb je er toch recht op?!) als 'burgerplicht'? En, dichter bij huis, hoeveel van hen gaan er protesteren als een aannemer bij hun verbouwing oppert om een deel van de verbouwing 'onder tafel' te regelen?

Na tien jaar in de bouw zijn de keren dat mij werd gevraagd iets zwart te doen niet meer op twee handen te tellen. En, eerlijk is eerlijk, dat heb ik, ook al wordt ik er zelf niet beter van, niet altijd geweigerd. De laatste keer werd me zelfs contant geld in de hand gedrukt: 'Dan heb jij er geen werk van om een rekening uit te schrijven'. Oftewel: niemand kan weigeren als hij er zelf beter van wordt. En dat voordeel mag je als particulier kennelijk etaleren. Zo kreeg ik eens in een jubelmail van een klant: 'Ál jouw reparaties zijn door de verzekeraar betaald!' (lees: ook het werk dat ik uitvoerde en niks met de -verzekerde- lekkage te maken had).  Nee, in dergelijke gevallen ben ik minder rooms dan mijn vader.

Maar vandaag ben ik dat wel. Er zit een barst in mijn voorruit van mijn bus. Dikke pech dat ik een eigen risico van driehonderd euro heb maar het zij zo. Toen ik bij één herstelbedrijf navroeg wat de reparatie zou kosten noemde hij, na enig aandringen, alleen voor de ruit een bedrag van zes a zevenhonderd euro. De wadde? Er zou dus, zonder dat ik het wist, naast mijn eigen risico nog minstens net zo'n bedrag van de verzekeraar worden gevangen.

Na wat rondbellen kon een ander glasbedrijf het voor de helft doen. Waarop ik het eerste bedrijf afzegde. Verbaasd schreven zij terug dat het mij sowieso niet meer dan driehonderd zou kosten, dat de verzekeraar de rest voldeed en dat ik alsnog van harte welkom was. Ik appte met een smiley dat ook verzekeringsgeld moet worden opgehoest door de premiebetalers.

Dus mensen, zijn jullie ook verzekerd tegen glasschade, inbraak, lekkage of ander onheil. Vraag vooral bij u verzekeraar even na wat het bedrijf dat de boel komt fiksen vraagt of vangt. Los van wat het u zelf kost. Of, nog beter, vraag je (bouw) bedrijf vooraf om een offerte. En check bij de verzekering of de declaratie daarmee klopt. Zo niet, zeg de verzekeraar geen zaken meer met dat bedrijf te doen. Dat heet transparantie. En zet wellicht meer zoden aan de dijk dan roeptoeteren dat in 't Veld onder de groene zoden moet.

Wist u trouwens dat de partij van In 't Veld al jaren aan de weg timmert voor meer transparantie. Een voorstel over meer openheid over vergoedingen van Europarlementariërs haalde het deze zomer niet. Op verzoek van de NOS gaven 17 van de 26 parlementariërs dat alsnog. Met uitzondering van VVD, SGP en PVV. En drie jaar eerder was er een voorstel over meer openheid over de echt grote bedragen. 'De Europese begroting is een ouderwets instrument en kan daarom niet de juiste impulsen geven voor de duurzame groei die we nodig hebben. Die radicale hervorming moet er komen. Zo heeft de EU begroting zeer geringe meerwaarde', aldus Gerbrandy, D66 collega parlementariër van In 't Veld. Aanleiding was dat ook de Rekenkamer concludeerde dat lidstaten zich concentreren op het binnenhalen van subsidies en niet op de resultaten van de projecten. 

Gelukkig is zulk graaigedrag ons 'arme belastingbetalers', vreemd. Maar niet getreurd, want straks kunnen we stemmen. Op de partij die het dichtst bij onze eigen visie ligt. Of bij de manier waarop wij zelf het liefst met publieke middelen omgaan. Kunnen we daarna op twitter lekker losgaan over hoe inhalig 'zullie' zijn. Succes met kiezen.

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.

zondag 23 december 2018

Sterstemmen 2

(lees hier deel 1)

Tussen al dat gebabbel over eten en vastgoed, auto's en dating, geld of misbruik daarvan valt me soms de multi-inzetbaarheid van stemmen op. Op de buis merk je dat meteen en ben je als BN-er gelijk getekend voor je rest van je loopbaan. Zo deed Harry Piekema, jarenlang het gezicht van Albert Heijn, ook de stem bij 'De Wildernis'. Maar die film kan je met alle heisa rond de Oostvaardersplassen sowieso niet objectief meer zien. Ook speelde hij in het toneelstuk  'Borgen' van het NNO. Dit stuk zag ik niet -het duurde negen uur- maar ik vraag me wel af hoe meneer Appie klonk binnen een politieke setting.

Frank Lammers is momenteel de Jumbo-familie-man en ook hij is acteur. Hij speelde onder meer in 'Shouf Shouf Habibi' (2004) en 'Het Schnitzelparadijs' (2009). Maar als ik hem daarin de langharige rockende chefkok zie spelen, sijpelt er in mijn brein steeds een beetje Jumbo door. Knap van die reclamebureau's, jammer voor Frank. Hoewel, zijn honorarium voor het spotje wordt op anderhalve ton per jaar geschat.

Chris Zegers is op zijn beurt naast 3-Op Reis presentator ('Wat is het hier mooi/ fantastisch/ ongelooflijk/ wow/ vet', Chris' woordenschat lijkt wat beperkt) ook het gezicht van 'Het Zwitserleven gevoel'. In zuinig Nederland wordt je dan gauw weggehoond, zeker als men meent dat je zwemt in het geld.

Maar genoeg geluld over televisie, het ging per slot over stemmen, niet over stemmingmakerij. We schakelen terug naar de bouwradio, want beeldloze boodschappen zijn fijner. Je kunt al luisterend nog eens iets doen, of je fantasie de vrije loop laten. Zo is er een stem à la polygoonjornaal (hilarische remake) die datingsite 'E-matching' aanprijst. Uiteraard voelt de 'hoger opgeleide' zich sneller aangesproken met 'Durft u het aan?' dan als hij of zij wordt getutoyeerd. En deze stem lijkt sprekend op die van een spotje waarin met managementboeken wordt geleurd. Er is vast onderzoek gedaan naar wat werkt, maar ik zou me als advocaat/ dokter/ rechter/ manager in iets vaags weinig serieus genomen voelen als ik word gelokt met zo'n belegen stem. In de tv-versie van het E-matching spotje zien we een keurig wit poloshirt en een nog smettelozer spaghettihempje aan een waslijn wapperen. Een tweede, nog geaffecteerdere 'ik-woon-op-stand-stem' zegt weifelend dat de boodschap 'niet bedoeld is voor mensen voor wie deze niet bedoeld is'. Nou. Poe. Die is diep hoor. Typisch iets voor hogeropgeleiden.

Een tweede stem die ik op de radio meen te herkennen is die van Mimoun Oaïssa. Ook hij speelde net als Lammers in  'Shouf Shouf habibi' en in het chaotische 'Schnitzelparadijs'. En nu hoor ik diezelfde Mimoun in een spotje van Insinger Gillissen. Ja, u raadt het goed, dat is een bank. Speelgoed of warenhuizen heten nóóit zo ingewikkeld. Die stem hoor je ook - zonder gezicht- bij de beeldversie van de 'private banking'. Met een bekertje roze verf als metafoor voor 'uw vermogen'.

Als het bekertje langzaam wordt omgekiept en de verf uitloopt, spreekt de trage voice-over van de player uit het Schitzelparadijs dit keer: "Wij helpen uw dromen te realiseren (...) want met de juiste begeleiding (...)".  Dat verschilt toch verrekt weinig met zijn tekst uit de film: 'Je hebt begeleiding nodig man, echt een coach'. Of je nu afwashulp bent of handelt in vastgoed, bij Oaïssa zit je goed! Maar ja, hij geeft tegenwoordig dan ook communicatietraingen. En met Oaïssa als player en bankier in gedachten, wordt de educatieve klokhuis-scène waarin hij als cowboy speelt ook mooier. Het gaat daar om 'de juiste muziek bij de juiste scène'. Weet ik dat ook weer.

Maar radiostemmen zonder beeld blijven toch fijner. Of herkent u hieronder uw bankier?


vrijdag 21 december 2018

Sterstemmen 1

Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga),  Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.

Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.

Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30met hun tijd meegaan.

Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.

In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'

Hier lees je deel 2

zondag 16 december 2018

Een boombel voor pennen

Koude ruggen, dat krijgen mijn zonen van al dat groeien. Hoog tijd voor een bliksembezoek aan de plaatselijke kledingzaak. Gelukkig doen mijn kinderen minder moeilijk over het passen van kleding dan ik vroeger deed. Ik kan me zelfs niet heugen dat ik op hun leeftijd met mijn moeder mee ging naar de winkel. Ik was met zestien jaar al gevlogen. En dan niet gezellig op kamers in een stad in de buurt, maar gelijk vijftienhonderd kilometer van huis. Alsof het niks is. Maar mijn jongens laten zich nog fijn meetronen naar de winkel.

Na slechts tien minuten konden we twee maatjes XL afrekenen. Bij de kassa lagen grote rode papieren kerstbellen. Daar kon je je naam opschrijven. En een kerstwens. Daarna kon je het ding in een boom hangen die middenin het winkelcentrum stond. Leo nam een bel mee en vroeg: 'Heb je een pen?'

Kees ging alvast naar huis, alwaar hem bergen huiswerk wachtten. Zelf snelde ik nog even door de supermarkt voor een pakje boter en een tros bananen. Leo liep achter me aan met bel en pen. Toen ook de bananen waren afgerekend vroeg ik nieuwsgierig hoe zijn kerstwens luidde.

'Bicpennen', zei hij.
'Pennen?', dacht ik. Ach ja, waarom ook niet. Een XL trui had hij al. En een nieuwe jas vond hij niet nodig, ook al stak zijn sleutelbos door de gaten in de jaszakken van zijn afdankertje naar buiten. Maar Leo voegde er gelijk aan toe dat hij die pennen eigenlijk ook niet mócht wensen. Want hij moest zuiniger op de pennen zijn die hij al had. 

Hij hing zijn bel zorgvuldig in de boom en ondanks ons strakke middagschema met sporttrainingen en avondwerk, hadden we opeens niet zo'n haast meer. Al lezend liepen we om de boom, nieuwsgierig naar andermans wensen.

"Gezondheid voor iedereen en ik hoop dat ik volgend jaar op paardrijen mag." Of andersom: "Een ijgen paard... en gezondheid voor mijn familie."  Er werden etentjes gewenst, met moeders of met de vriend van die en vriendin van die, een uur lang gratis boodschappen en opvallend veel uitjes. Naar Disneyland of gewoon naar zee. Andere wensen maakten meer indruk: "Een huis voor mij en me moeder." Met als toelichting dat orkaan Irma -of was het Katrina- hen dakloos had gemaakt. Of alleen maar een eigen kamer, omdat de wenser uit huis was geplaatst. Een sportabbonnement (voor iemand die aan huis gekluisterd was) of gewoon geluk voor een zoon omdat die een niet nader gespecificeerde zware tijd had doorgemaakt.  

De kerststemming zat er gelijk goed in. Maar missschien kwam dat omdat er ook anderen rond de boom kwamen staan die nieuwsgierig andermans dromen prevelden. Ik zou ter plekke alle paardrijlessen, boodschappen, etentjes en kamers willen betalen.   

'Bicpennen', galmde het nog na in mijn hoofd. Ach, hij blijkt niet de enige. Zo is juf Daisy uit Helmond genomineerd voor beste leerkracht van de wereld. Aan die prijs is een bedrag van één miljoen euro verbonden. Ook één van haar leerlingen oppert om daar pennen van te kopen. Als het jeugdjournaal vraagt iets duurders te verzinnen volgt een bescheiden: 'vulpennen misschien?' (bij min. 2.20). 

woensdag 5 december 2018

Feestjes die niet doorgaan

Altijd jammer als een feest niet doorgaat, zeker op een dag als deze. En dat is al de tweede afgelasting deze maand. Terwijl de maand nog geen week oud is!

Eén december zouden we de voetjes van de vloer gooien. Dansen is de sport die ik het liefst beoefen. En naast mijn werk gelijk ook de enige vorm van lichaamsbeweging. Maar ik was moe en het regende.  
"Hoe laat ben je bij ons" appte ze.
"Zeg jij het maar. Heb je al kaartjes? Het is pokkeweer. Ik kom denk ik met de bus"
"Wat mij betreft gaan we er even na elven heen. Kaartjes kopen we wel aan de kassa. Ze voorspellen vanaf nu geen regen meer"
"Dan spring ik toch op de fiets. Ben ik 23 u. daar, ok? Ik laat mijn foon thuis, is toch leeg"
Het is mij een raadsel welke buienradar zij raadpleegde, want een half uur later stond ik als een verzopen kat in de stad. Ze gaf haar man de schuld (waar samenzijn al niet goed voor is). 

Als twee stuiterende pubers begaven we ons richting vismarkt, waar we samen met een tiental anderen een dichte deur bij Huize Maas aantroffen. Wegens tegenvallende kaartverkoop ging het feest niet door. Toegegeven, de grote zaal in Huize Maas is met dertig man nog zieliger dan een half uur door de regen naar de stad fietsen, maar betrouwbare websites zijn soms ook best prettig. Gelukkig telt Groningen kroegen genoeg waar gedanst kan worden. 

Om drie uur 's nachts was het weer droog en fietste ik moegedanst naar huis, maar ik kon de slaap niet vatten. Vanwege een ander feestje. Een groter, ingrijpender en spannender feestje. Niks geen 'Huize Maas' maar een 'Huize Mijn'. Althans, dat was de bedoeling. 

Ik wandelde er vrijdag naar toe, en zondag na te zijn bijgekomen van het dansen opnieuw. Ook daar was een dichte deur, maar het tuinhek bleek wel open. Ik maakte foto's en kletste met een buurjongen die zijn het wiel van zijn geplakte band niet alleen terug op zijn fiets kreeg. Een Turkse man zei dat het er rustig wonen was, een Antiliaan die een hond uitliet zei dat er allemaal mensen woonden die 'iets met natuur' hadden. Ja, daar wilde ik bij horen! 

Maandagmiddag was er open huis in 'Huize Mijn'. Mijn kinderen waren niet onverdeeld enthousiast: "Wat een deurenfestijn" en "De halve school fietst hier elk ochtend langs". Omdat Kees niet was toegekomen aan zijn dutje stortte hij ter plekke in op het enige meubelstuk dat het uitgewoonde huis rijk was, de tuinbank. Nog voordat ik het huis tot het mijne had gemaakt, was mijn jongste telg er al gaan slapen! Meer symboliek kan een mens niet wensen. 

Vandaag werd ik teruggebeld. Het wordt geen 'Huize Mijn' maar 'Huize Zijn'. "Die man wilde het persé hebben", zei de makelaar. "Hij deed een hoger bod"

Mijn feestje gaat niet door. 
Maar december is nog jong.
We maken er een feest van.

vrijdag 30 november 2018

Scholen verkopen gelukkig geen broccoli

Bij het doen van boodschappen -iets dat met twee inwonende pubers zó vaak moet gebeuren dat ik het ze nu vaak zelf laat doen- vind ik het fijn om het brood bij de bakker, het vlees bij de slager en de groente, bij gebrek aan een groenteboer, op de markt te kopen. Als ik haast heb, haal ik alles bij de supermarkt. Alwaar ook een indeling naar soort wordt aangehouden. Wel zo handig.

Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.

Je zou zeggen dat de belpyramides, papieren agenda's en dito roosters met de komst van internet passé zijn. Deels is dat ook het geval want er zijn nog wel boeken maar wat je daar uit moet leren verschijnt digitaal op verschillende plekken. Eerst was er Magister, toen kwam SOM-today, een overzichtelijk systeem met naast roosters en huiswerk ook uitnodigingen voor ouderavonden en cijfers. Of dat laatste pedagogisch verantwoord is betwijfel ik. Een kind kan een slecht cijfer nooit meer even 'inkleden' (of verzwijgen) of juist enthousiast binnenkomen met een tien voor een boekverslag. Ouders weten alles al. Maar overzichtelijk is het wel.

Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.

Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.

Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.

Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.

Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.   

vrijdag 9 november 2018

Arabia Felix of een zandbak vol hoofddoekjes?

Was ik me toch weer bijna aan het opwinden. Over wereldpolitiek nog wel. Het leek mij allemaal zo doorzichtig. Dat Pompeo in Ryad de koning en prins sprak nadat deze trouwe wapenklanten een kritische journalist hadden doen verdwijnen. Of hadden laten vermoorden. Of aan stukjes sneden.  We zullen het nooit weten. Wat we wel weten is dat kort nadat Pompeo in Ryad was, de VS de sancties tegen Iran aanscherpte, toevallig de grote vijand van de koninklijke wapenklant. Soort van handjeklap: "Prima, wij stoppen met bommen gooien op Jemen (die jullie maken), maar dan moet de VS de wapenleverancier van de andere partij in Jemen, wel straffen." 

De bommen stopten niet. Integendeel. Gisteren schenen de gevechten in Hodeida het hevigst te zijn sinds maanden. En met die sancties tegen Iran zal de VS ook niet bereiken wat ze willen, of wat Ryad wil. Peyman Jafari legde in Nieuwsuur  uit dat Iran de sancties wel zal voelen maar dat acht landen, waaronder reus China er niet aan meedoen en dat Iran ook trucjes kent om die sancties te omzeilen. Jafari is net gepromoveerd op onderzoek naar de rol van olie in de Iraanse economie en weet vast waar hij over praat. Ook verfrisssend om eens iemand te horen die niet persé staat te juichen bij het idee van een regime change in Iran. Zo'n genuanceerd beeld hoor je niet gauw van een Iraniër. 

Maar hoe gaat het ondertussen nou in "Arabia Felix", "Het gelukkige Arabië", zoals de Romeinen Noord-Jemen noemden. Zijn het inderdaad alleen Iran en de Saoudi's die daar een oorlog uitvechten, en is half Jemen stervende? Welke journalist komt daar nu nog om ons te berichten hoe het daar echt gaat?

Ana van Es is één van weinigen die dat lukte. Maanden voorbereiding kostte het haar om Jemen binnen te komen. Ze vertelde op de radio over een man die er zonnepanelen verkocht. Die deed gouden zaken, dankzij die oorlog. En er zijn meer mensen die van de oorlog profijt hebben. Ook legde ze uit dat er in Jemen geen gebrek aan voedsel is, dat de schappen vol liggen en dat er veel nieuwe supermarkten worden geopend. Alleen heeft het armste deel van de bevolking geen geld om daar iets te kopen. Voor hen komen er wel schepen met voedsel naar Jemen, maar dat vindt de kerseverse baas van het land dan weer een belediging voor zijn volk. Of hij vindt dat eten van slechte kwaliteit. In ieder geval gelden er importheffingen op. Wat me best slim lijkt, als je een oorlog moet bekostigen. Maar dat verhoogt natuurlijk weer de vraag naar voedsel. Of geld.

Oftewel, misschien toch iets minder doorzichtig dan het weinige dat ons over Jemen bereikt doet vermoeden. Hoog tijd eens op zoek te gaan naar wat dit land nog meer is dan "Een soort zandbak met teveel hoofddoekjes er in", zoals van Es het beeld schetst dat er van de Midden-Oosten bestaat bij de gemiddelde Nederlandse lezer.

In Jemen groeien granaatappels, dadels en het zou de bakermat zijn van 's werelds lekkerste koffie: Arabica. Als je even tijd hebt, kun je bij deze film nog meer moois zien. Joodse zilversmeden, vrouwen die huizen bouwen en dansende mannen. De reacties daarop komen vooral van mensen die Jemen in betere tijden bezochten: "Yemeni's are very different Arabs (...) Polite and soft speaking people they are." Wie meer houdt van Pharrel Williams, kan hier de Yemetische versie van Happy bewonderen.  Waarin ook even een meisje met het syndroom van Down danst, best revolutionair, niet alleen voor Jemen.  'Despite the difficulties our happiness will never cease', staat er bij de aftiteling.

Vanessa Lambregt schrijft hier nog meer hoopvols over veerkrachtige Jemenieten en via haar beland ik bij projekten voor film ("shoot films, not bullets"), muziek, streetart en literatuur. Bijvoorbeeld 'the Basement Cultural Foundation'. ("War is not only an arena for extremists and warmongers, but an instrument that galvanizes artists"-Joshua Levkowitz-). De oprichter, Saba al-Suleihi, is van mening dat de organisatie bewezen heeft bestand te zijn tegen het huidige conflict: "Our building was damaged by airstrikes, but we cleaned up and continued our activities. We will do this each time war strikes until there’s no more war”.  In september was er een discusssie over het werk van Simone de Beauvoir en vandaag werd er in de kelder uit het Indiaas vertaalde poëzie van Nabil Qassem geprenteerd door de Jemenitische vertaler en kunstenaar. Maar er worden ook thema's besproken als toenemende kinderarbeid.  

Misschien verdienen deze moedige mensen het meer om aandacht te krijgen dan mannen met macht die doorzichtige spelletjes spelen.