Je kon er op wachten, maar wannéér zou die term het eerst gebruikt worden?. Nieuwslezers bleven het stug hebben over 'crisis'. Maar vanmorgen was het zover: 'In Europa werd eerder al een voorschot genomen op de beurskrach in de VS.'. Trouw, voorpagina, tweede kolom, erboven een foto van een beurshandelaar in New York, de blik naar boven, linker arm tegen zijn neus gedrukt, terwijl hij, zo luidt het onderschrift, vol ongeloof kijkt naar de stemming in het Huis van Afgevaardigden. Die verwierpen met 228 tegen 205 stemmen het reddingsplan voor de financiële sector van 700 miljard dollar. Vier dagen eerder pronkte Bush met zijn twee mogelijke opvolgers op de foto. Hieronder zijn vraag vooral eenheid te vormen in de strijd tegen de economische crisis. Het artikel meldt dat de samenkomst niet meer nodig was want nog vóór ze bij elkaar kwamen zou er al een akkoord op hoofdlijnen zijn over een reddingspakket.
'Allemaal propaganda' zei Mr Lehti hier gister over in bed. Hij voorzag het einde van het moderne kapitalisme. Vooruitlopend op een vrije val van ons inkomen en daarbijbehorende luxe pochte ik met mijn kennis van en kunde in het leiden van een primitief leven. Tuinieren, inmaken en slachten, daar draai ik mijn hand niet voor om. Hij opperde dat we ook nú al in een hutje op de hei zouden kunnen gaan zitten. Maar ik geef luxe liever pas op als het echt moet. Voorlopig leef ik nog in deze gedeelde illusie.
Bush redt het niet, maar onze Bos redt ABN-AMRO. Op de achterpagina geeft diezelfde bank tekst en uitleg in drie stappen. De inhoud is immer ondergeschikt. Bij stap 1 staat: 'stabiel', 'zelfstandig' en 'gezond', bij 2 wordt gerept over 'het belang van de klant' en als afsluiter geeft stap 3: 'Goed nieuws'. Doelend op de bemoeienis van de overheid. Die zal zorgen voor 'een, goede, betrouwbare partner'.
De vakbond waarschuwt dat een nieuwe koper voor ABN, meer banen zal gaan schrappen dan bij ING het geval geweest zou zijn. De De Unievoorzitter voegt er een getal van 10.000 aan toe. Maar de directeur die de advertentie tekent, doet dat nu nog namens alle 21000 medewerkers.
Een zesde van de banen die er sinds de zomer van 2007 wereldwijd in de bankwereld zijn geschrapt.
Handen uit de mouwen, geld verdienen Lehti! Tussen het gebrul van de schuurmachine door hoor ik een snelle zakenman een rendement van wel tien procent door de ether schreeuwen. Een zoetgevooisde stem voegt er de verplichte waarschuwing aan toe: 'Lees de financiële bijsluiter, daarin staat dat het risico van dit product zeer groot is'. Banken wassen hun handen in onschuld; u was gewaarschuwd!, aan ons heeft het niet gelegen!, dom van u dat u uw geld bij ons in beheer geeft!, waar staat dat wij uw vertrouwen waard zijn? U lijdt aan dezelfde geldzucht als wij.
Ik vouw de kranten van afgelopen week open en leg ze netjes naast elkaar. Ik schilder de geschuurde kozijnen. Dikke blauwe druppen vallen op de arm van de beurshandelaar, op Barak Obama en de vertrekkend bankmedewerker met een doos onder zijn arm en een wapperende das. Hup hup, weg van uw werk, uw huis uit, de hei op en niet zeuren.
'Daarom staan onze 21000 medewerkers elke dag klaar om al uw bankzaken perfect te behandelen. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo in de toekomst'.
dinsdag 30 september 2008
maandag 22 september 2008
de moederblues
Het is zeven uur. De wekker loeit. Ik kan er niet bij. Het bed is leeg. Hij vertrok al een uur geleden naar zijn werk zonder dat ik iets doorhad. Slaapdronken leg ik kleren klaar voor de kleintjes. Het doordeweekse ochtendconcert vangt aan. Dat is niet 'lento' of 'adagio' maar meteen 'prestissimo', vanuit het niets. "Jòòòngens, ... wààkker worden, opstaan, aankleden, opschieten! Ze verstoppen zich onder de dekens: 'ik wil niet naar school', 'ik ben moe', 'ik wil spelen'. Maar deze concertmeester is onverbiddelijk: dóóreten, schoenen aan, zwemspullen, tas mee!. lk experimenteer nooit met een andere riedel: hoe zou het vallen als ze ongeschoeid of zonder brood op school verschenen? Ik ben niet van zo van de proefondervindelijke snit. Neen, ik ben de creator, de auteur van een nieuwe aanstormende generatie nix. Om ze later, in hun pubertijd te verwijten hoe weinig verantwoordelijkheidsbesef ze hebben.
Op school wandel ik tegen de stroom ouders in, zij verlaten al de school. Na een kus nemen Kees en Leo plaats tussen de twintig andere afgeblafte koters. Ze zijn net een uurtje wakker, hun oren tuiten van de verwijten. Ik fiets rustig terug naar huis, hoop dat Frans inmiddels is opgestaan, ik neem me voor hem niet te wekken en me ook niet op te winden. Maar het is wel akelig stil in huis. Geen klaterend douchewater. Zijn fiets staat er nog. Een tweede helm ligt in de hal. Zou hij logé's hebben?.
Zo relaxed mogelijk zet ik koffie. Ik smeer langzaam mijn lunchpakket. De klok kruipt naar
half tien. Een gesmoorde vloek ontsnapt aan mijn lippen. Dan loop ik zuchtend naar Frans' kamer en bereid me voor op: 'Hou je bek!'. Na drie wekpogingen racet hij dan toch richting school. Hij komt te laat en moet zich melden, maar dat doet hij niet.
Het eerste voornemen is mislukt, maar wat is een mens zonder doel?. De rest van de dag ga ik mijn tijd nemen! Ik ga er niet meer tegen vechten want verliezen doe ik toch! Geen gehaast meer, lieve Lehti!
Als ik de jongens weer ophaal, zet Leo de tweede stem in: 'Mama, je moet ons eerder halen!', 'waarom ben je weer zo laat?.' Ik heb geen weerwoord maar het is niet waar. We huppelen en kletsen en zingen liedjes op de fiets. We lopen langs de bakker en slager en ik voel me bijna een volmaakte moeder. Keesje zegt geen dankuwel want zijn mond zit vol met worst. Het verse brood mag aan de eendjes. Waarschuwingen voor hondestront laat ik achterwege. Ze worden groen van het klimmen in de boom. Thuis laadt ik de tassen uit, de jassen hang ik ook maar op. Waarom toch drukte maken om iets kleins. Na eten gaan we in het bad en wordt het een grote natte troep. Vader gaat naar dansles en komt reuze vrolijk terug. Frans slentert stoned naar zijn kamer.


Op school wandel ik tegen de stroom ouders in, zij verlaten al de school. Na een kus nemen Kees en Leo plaats tussen de twintig andere afgeblafte koters. Ze zijn net een uurtje wakker, hun oren tuiten van de verwijten. Ik fiets rustig terug naar huis, hoop dat Frans inmiddels is opgestaan, ik neem me voor hem niet te wekken en me ook niet op te winden. Maar het is wel akelig stil in huis. Geen klaterend douchewater. Zijn fiets staat er nog. Een tweede helm ligt in de hal. Zou hij logé's hebben?.
Zo relaxed mogelijk zet ik koffie. Ik smeer langzaam mijn lunchpakket. De klok kruipt naar
half tien. Een gesmoorde vloek ontsnapt aan mijn lippen. Dan loop ik zuchtend naar Frans' kamer en bereid me voor op: 'Hou je bek!'. Na drie wekpogingen racet hij dan toch richting school. Hij komt te laat en moet zich melden, maar dat doet hij niet.
Het eerste voornemen is mislukt, maar wat is een mens zonder doel?. De rest van de dag ga ik mijn tijd nemen! Ik ga er niet meer tegen vechten want verliezen doe ik toch! Geen gehaast meer, lieve Lehti!
Als ik de jongens weer ophaal, zet Leo de tweede stem in: 'Mama, je moet ons eerder halen!', 'waarom ben je weer zo laat?.' Ik heb geen weerwoord maar het is niet waar. We huppelen en kletsen en zingen liedjes op de fiets. We lopen langs de bakker en slager en ik voel me bijna een volmaakte moeder. Keesje zegt geen dankuwel want zijn mond zit vol met worst. Het verse brood mag aan de eendjes. Waarschuwingen voor hondestront laat ik achterwege. Ze worden groen van het klimmen in de boom. Thuis laadt ik de tassen uit, de jassen hang ik ook maar op. Waarom toch drukte maken om iets kleins. Na eten gaan we in het bad en wordt het een grote natte troep. Vader gaat naar dansles en komt reuze vrolijk terug. Frans slentert stoned naar zijn kamer.
woensdag 17 september 2008
hormoongehalte
Gister was het snoeidag en nu zit ik met de takkenzooi. Na het maken van een paar flinke bundels loop ik heen en weer over de stoep. Er staan twee pratende postbodes in de straat. Elke keer dat ik voorbijloop worden ze vrijpostiger: "Zo, dat is een stevige tred", "Zou ze nog een keertje langskomen?". Als ik vertrek houden ook zij het voor gezien. Ze gaan fietsend post bezorgen, ik rij richting steiger. Als ik ze zwaaiend voorbijscheur trap ik, heel even maar, wat harder op het gaspedaal.
Zes uur later zakt de septemberzon langzaam naar beneden. Ik ruim mijn spullen op. G. vroeg me een pak voor haar te halen in de binnenstad, dus stop ik vandaag iets eerder. Met mijn overall nog aan neem ik stoer plaats achter het stuur. Nu ik de twijfelachtig status van autobezitter heb, maak ik er het beste van. Het is mooi herfstweer, ik draai het raampje open en zet de radio aan, hard aan. De vrees dat ik door die herrie mogelijk een naderende ambulance niet zal horen, compenseer ik door nog harder om me heen te kijken. Kan ik ook mooi zien hoe de blik van een geïrriteerde fietser vanaf de 'daderkant' oogt. Met genoegen laat ik nu zelf de bassen over de rotonde schallen. Mijn rechterhandpalm draait het stuur, mijn linkerarm hangt losjes uit het raam. Radiobliebjes kondigen het hele uur aan. Snel wissel ik van hand en speur naar een nieuwe hit op de ether. Tevergeefs, alle zenders samen braken een soort postmodern gedicht uit, waarbij elke zin afwisselend door een vrouwen en een mannenstem wordt voorgelezen: Varen,...... glaasje gekeken,..... promillage,..... Letland. Je hoort heel autorijdend Nederland denken: 'Alles wat naar Rusland riekt drinkt' (want is Letland nog méér dan een voormalige Sovjetstaat?). Maar met een dronken kapitein is het moeilijk shockeren of charmeren in de stadsspits. Ah,...er wordt melding gemaakt van een onderzoek,....altijd leuk. Dit keer geen inzakkende huizenmarkt of neerstortende beurs maar een wetenschappelijke uitleg tot wie vrouwen zich voelen aangetrokken. Mooi, meneer de onderzoeker, meldt mij eens even hoe dit zit. Het heeft, zoals ik dacht, niet met geur of blik of lijf of kop van doen. Nee, de term 'ik val op type x' is vanaf nu verleden tijd. De onderzoeker zegt dat de hoeveelheid testosteron van de vrouw bepaalt op welke man zij valt. Saillant detail: de hoeveelheid van dit hormoon verschilt per dag. Bijna is de blik en omhoogtrekkende mondhoeken van de nieuwslezer te horen. Hoe hoger het testosterongehalte, hoe 'mannelijker' is de man tot wie zij zich voelt aangetrokken. Uiteraard meldt dit bulletin niet of het hormoon de kip of het ei is.
In de binnenstad drijf ik mijn heilige koe vakkundig de stoep op. Fietsers laveren langszij en ook de bus heeft het moeilijk met mijn bolide. In mijn autoloze tijdperk overwoog ik eens de politie te porren om dergelijk wangedrag harder aan te pakken. Stoepparkeren leek me veel bonwaardiger dan het negeren van rood licht door fietsers (toevallig vroeg kleine Kees vanmorgen wat ze daar deden, zo om de hoek. Toen ik de geüniformeerde dames deze vraag voorlegde, meende ik ook bij hen enige gêne te bespeuren: 'Ook wij zouden liever boeven vangen, maar het mot van de baas').
Nadat ik mijn koe van knipperlichtjes voorzie, loop ik wijdbeens de beautysalon binnen: "Ik kom een pakje halen voor mevrouw G". Twee beeldschone heren zitten druk te babbelen met de benen over elkaar. Ik kijk niet uit waar ik loop en struikel bijna over de groenroze bal die bij de deur ligt. Aan de rafelige haren te zien schijnbaar eigendom van een beest, ergens buiten mijn blikveld. De heren zijn slank, schoon en zeer verzorgd. Terwijl ik mijn eigen kloffie aanschouw -ik zie er niet echt uit als hun klant- biedt de eerste vrouwtjesman aan om me te helpen tillen.
Nadat ik G. haar pakket bracht, schuif ik thuis aan voor een warme hap. Manlief zet koffie, wast af en stopt Leo in bed. Ik moet mijn hormoongehalte maar eens meten.
Zes uur later zakt de septemberzon langzaam naar beneden. Ik ruim mijn spullen op. G. vroeg me een pak voor haar te halen in de binnenstad, dus stop ik vandaag iets eerder. Met mijn overall nog aan neem ik stoer plaats achter het stuur. Nu ik de twijfelachtig status van autobezitter heb, maak ik er het beste van. Het is mooi herfstweer, ik draai het raampje open en zet de radio aan, hard aan. De vrees dat ik door die herrie mogelijk een naderende ambulance niet zal horen, compenseer ik door nog harder om me heen te kijken. Kan ik ook mooi zien hoe de blik van een geïrriteerde fietser vanaf de 'daderkant' oogt. Met genoegen laat ik nu zelf de bassen over de rotonde schallen. Mijn rechterhandpalm draait het stuur, mijn linkerarm hangt losjes uit het raam. Radiobliebjes kondigen het hele uur aan. Snel wissel ik van hand en speur naar een nieuwe hit op de ether. Tevergeefs, alle zenders samen braken een soort postmodern gedicht uit, waarbij elke zin afwisselend door een vrouwen en een mannenstem wordt voorgelezen: Varen,...... glaasje gekeken,..... promillage,..... Letland. Je hoort heel autorijdend Nederland denken: 'Alles wat naar Rusland riekt drinkt' (want is Letland nog méér dan een voormalige Sovjetstaat?). Maar met een dronken kapitein is het moeilijk shockeren of charmeren in de stadsspits. Ah,...er wordt melding gemaakt van een onderzoek,....altijd leuk. Dit keer geen inzakkende huizenmarkt of neerstortende beurs maar een wetenschappelijke uitleg tot wie vrouwen zich voelen aangetrokken. Mooi, meneer de onderzoeker, meldt mij eens even hoe dit zit. Het heeft, zoals ik dacht, niet met geur of blik of lijf of kop van doen. Nee, de term 'ik val op type x' is vanaf nu verleden tijd. De onderzoeker zegt dat de hoeveelheid testosteron van de vrouw bepaalt op welke man zij valt. Saillant detail: de hoeveelheid van dit hormoon verschilt per dag. Bijna is de blik en omhoogtrekkende mondhoeken van de nieuwslezer te horen. Hoe hoger het testosterongehalte, hoe 'mannelijker' is de man tot wie zij zich voelt aangetrokken. Uiteraard meldt dit bulletin niet of het hormoon de kip of het ei is.
In de binnenstad drijf ik mijn heilige koe vakkundig de stoep op. Fietsers laveren langszij en ook de bus heeft het moeilijk met mijn bolide. In mijn autoloze tijdperk overwoog ik eens de politie te porren om dergelijk wangedrag harder aan te pakken. Stoepparkeren leek me veel bonwaardiger dan het negeren van rood licht door fietsers (toevallig vroeg kleine Kees vanmorgen wat ze daar deden, zo om de hoek. Toen ik de geüniformeerde dames deze vraag voorlegde, meende ik ook bij hen enige gêne te bespeuren: 'Ook wij zouden liever boeven vangen, maar het mot van de baas').
Nadat ik mijn koe van knipperlichtjes voorzie, loop ik wijdbeens de beautysalon binnen: "Ik kom een pakje halen voor mevrouw G". Twee beeldschone heren zitten druk te babbelen met de benen over elkaar. Ik kijk niet uit waar ik loop en struikel bijna over de groenroze bal die bij de deur ligt. Aan de rafelige haren te zien schijnbaar eigendom van een beest, ergens buiten mijn blikveld. De heren zijn slank, schoon en zeer verzorgd. Terwijl ik mijn eigen kloffie aanschouw -ik zie er niet echt uit als hun klant- biedt de eerste vrouwtjesman aan om me te helpen tillen.
Nadat ik G. haar pakket bracht, schuif ik thuis aan voor een warme hap. Manlief zet koffie, wast af en stopt Leo in bed. Ik moet mijn hormoongehalte maar eens meten.
woensdag 2 juli 2008
Knikker uit de stront
Angstig en luid klinkt er een kinderstem van boven. Het poepritueel was voorafgegaan door het spelen met de knikkerbaan en nu ligt er een hele mooie knikker in de toitelpot, die geen plateau kent. Moeizaam hijs ik me uit bed en de trap op. In de richting van Keesje in paniek: "Me knikker is in de wéécéhéhéé gevallen". Tja, wat nu. Deksel van de pot eerst maar dicht doen. Geen paniek Kees, mama lost dit wel even op. Ze weet alleen nog niet hoe. Kees heeft niet alleen de gave om váák te poepen, zijn productie is vervolgens ook nog eens van een zeer onsamenhangende substantie. Intussen komt Leo zijn beklag doen. Die was nog niet uitgeslapen en is wakkergeschreeuwd door zijn broertje. We staan met z'n drieën beteuterd in de badkamer. En Leo kan niet plassen want doorspoelen, dat mag niet van Kees. Hoe redden we ons hier uit.
Ieder vak kent zo zijn voordelen als er zich huiselijke problemen voordoen. Dat van mij ook. Ik hijs me in het stoffige kloffie van de dag ervoor en ga rommelen tussen de kwasten en de krabbers. Ja, zowaar, één paar handschoenen is nog heel. Als een ervaren chirurg voel ik al gauw een harde knobbel tussen de uitwerpselen. Schijnbaar onverschillig neemt Kees zijn van stront ontdane knikker in ontvangst. Ik kan me prettiger ochtendrituelen bedenken dan dit.
Ieder vak kent zo zijn voordelen als er zich huiselijke problemen voordoen. Dat van mij ook. Ik hijs me in het stoffige kloffie van de dag ervoor en ga rommelen tussen de kwasten en de krabbers. Ja, zowaar, één paar handschoenen is nog heel. Als een ervaren chirurg voel ik al gauw een harde knobbel tussen de uitwerpselen. Schijnbaar onverschillig neemt Kees zijn van stront ontdane knikker in ontvangst. Ik kan me prettiger ochtendrituelen bedenken dan dit.
zaterdag 14 juni 2008
vrijdag 13 juni 2008
Wat koopt een Iraanse voor kleding?
Loopt ze het liefst in een strakke spijkerbroek met daarboven een topje met doorzichtige bandjes? Of zou ze liever dat mooie rode sexy jurkje kopen? Iraniërs zijn verzot op mooie kleren, maar in het winkelcentrum zelf, waar al dat moois wordt uitgestald, gaat er een grote zwarte cape overheen. Niet alleen de haren worden aan het zicht onttrokken, ook de dure kleding wordt zorgvuldig voor de buitenwereld, die geen naaste familie is, verstopt. De in het zwart gehulde vrouwen vergapen zich aan de uitdagende kleding in de vitrines. Hun kinderen dartelen intussen vrolijk rond in het ballenbad. Walt-Disneyfiguren op de muur overzien het geheel. Aan de andere kant waakt de strenge foto van de groot-ayatollah. Dezelfde als op de bankbiljetten staat.





woensdag 11 juni 2008
woensdag 28 mei 2008
Verschroeide erfenissen
De wereld is een monarchie armer. De Nepalese koning Gyanendra is vanaf vandaag burger. Een paleismoord, een guerillaoorlog, Maoïsten die van ondergronds naar regering gaan. De diplomaat op de radio beweert dat de nieuwe regering zelfs een plan voor Nepal zou hebben, iets dat de eerdere machthebbers ontbeerden, die hadden slechts een plan met zichzelf.
Zou de Nepalese regering een eerlijke kans krijgen? 33 procent van het volk zou de koning niet weg hebben gewild. Tegengewicht genoeg en oppositie is nooit weg. Maar wat voor land krijgt de regering te besturen? Wat voor economie is er over na twaalf jaar guerillaoorlog en durven toeristen nu weer te komen? Leidt meer vrijheid om voor je mening uit te komen ook altijd tot meer weeklagen. En maakt dergelijk klagen de geesten rijp voor het verlangen naar een dictatoriale koning?. Maoïsten, zal het volk dan zeggen, gaan jullie maar terug de bergen in, van wederopbouw en economie hebben jullie geen verstand. Kijk maar naar de inflatie en een baan hebben we ook niet. Vroeger was alles beter.
We springen bijna een eeuw achteruit: nog tijdens de eerste wereldoorlog mochten de Duitse socialisten opeens meeregeren. Alle eerdere verboden en maatregelen om hen de wind uit de zeilen te nemen verdwenen als sneeuw voor de zon. Keizer weg, kiest u maar. De Nederlandse sociaaldemocraten mochten daarentegen pas aan de vooravond van de oorlog erna meeregeren, de SPD dus twintig jaar eerder. Ze waren als slachtoffer welkom. 'Jullie wilden zo graag regeren, regel het maar! De Duitse nederlaag en het daaropvolgende wurgverdag van Versailles was iets dat hen maar al te graag in de schoenen werd geschoven. Couppogingen, een gierende inflatie en de beurscrach, het zat de republiek van Weimar niet mee. Het bedje werd gespreid voor populistische ideeën.
We springen weer naar het heden: de huur kunnen de Afghanen niet meer te betalen en het brood is niet genoeg om alle monden te voeden. Men maakt schulden, vaak bij familie in den vreemde. Hoe triest ook, het is een verademing bij het NOS journaal een vrouw te kunnen aankijken terwijl ze wordt geïnterviewd, zonder burka. Hun familieinkomen volstaat niet, zegt ze. De baardman en de bakker die erna in beeld komen weten wel waardoor het komt: Het is de schuld van de regering! Maar investeerde de Taliban dan wèl in de landbouw en was de inflatie onder de Russen lager? Democratie in een oorlog, kan dat?
Van de Kathmandu naar Weimar en van Kabul naar de VS. In oktober, over vijf maanden, kiezen ze daar een nieuwe leider. Als we Mc Cain hypothetisch even uitschakelen, vanwege zijn leeftijd en omdat hij van dezelfde club als Bush is, wordt het dus een democraat. Een vrouw of een zwarte, Clinton of Obama. Vooral die laatste wil breken met het doemdenken en een positief verhaal neerzetten waar de kaalgeplukte Amerikaan weer in kan geloven. Krijgt hij een kans?
Nee, leg ik mijn jongens steeds uit, het getal 'ontelbaar' bestaat niet. Maar de schuld die Obama zal erven is gek genoeg toch niet tellen. De schuld van de kiezer liegt er ook niet om. Het maandsalaris volstaat ook in de States niet meer voor een dak boven je hoofd. Medische zorg is er net zo onbetaalbaar als het brood in Kabul. Om de schijn van wereldmacht hoog te houden, houdt Bush grote uitverkoop. Aan wie? Aan degene die aan de andere kant van de balans staat. China, de erfgenamen van Mao dus. Krijgt Amerika het rode gevaar alsnog via de achterdeur binnen. Zonder terrrorisme, gewoon door een toegangskaartje te betalen. Als er nu niemand opstaat die zegt dat de nieuwe zwarte keizer straks geen kleren heeft om aan te trekken, hoeft Obama straks alleen zijn schuld nog maar te dragen. Yes, he can!
Zou de Nepalese regering een eerlijke kans krijgen? 33 procent van het volk zou de koning niet weg hebben gewild. Tegengewicht genoeg en oppositie is nooit weg. Maar wat voor land krijgt de regering te besturen? Wat voor economie is er over na twaalf jaar guerillaoorlog en durven toeristen nu weer te komen? Leidt meer vrijheid om voor je mening uit te komen ook altijd tot meer weeklagen. En maakt dergelijk klagen de geesten rijp voor het verlangen naar een dictatoriale koning?. Maoïsten, zal het volk dan zeggen, gaan jullie maar terug de bergen in, van wederopbouw en economie hebben jullie geen verstand. Kijk maar naar de inflatie en een baan hebben we ook niet. Vroeger was alles beter.
We springen bijna een eeuw achteruit: nog tijdens de eerste wereldoorlog mochten de Duitse socialisten opeens meeregeren. Alle eerdere verboden en maatregelen om hen de wind uit de zeilen te nemen verdwenen als sneeuw voor de zon. Keizer weg, kiest u maar. De Nederlandse sociaaldemocraten mochten daarentegen pas aan de vooravond van de oorlog erna meeregeren, de SPD dus twintig jaar eerder. Ze waren als slachtoffer welkom. 'Jullie wilden zo graag regeren, regel het maar! De Duitse nederlaag en het daaropvolgende wurgverdag van Versailles was iets dat hen maar al te graag in de schoenen werd geschoven. Couppogingen, een gierende inflatie en de beurscrach, het zat de republiek van Weimar niet mee. Het bedje werd gespreid voor populistische ideeën.
We springen weer naar het heden: de huur kunnen de Afghanen niet meer te betalen en het brood is niet genoeg om alle monden te voeden. Men maakt schulden, vaak bij familie in den vreemde. Hoe triest ook, het is een verademing bij het NOS journaal een vrouw te kunnen aankijken terwijl ze wordt geïnterviewd, zonder burka. Hun familieinkomen volstaat niet, zegt ze. De baardman en de bakker die erna in beeld komen weten wel waardoor het komt: Het is de schuld van de regering! Maar investeerde de Taliban dan wèl in de landbouw en was de inflatie onder de Russen lager? Democratie in een oorlog, kan dat?
Van de Kathmandu naar Weimar en van Kabul naar de VS. In oktober, over vijf maanden, kiezen ze daar een nieuwe leider. Als we Mc Cain hypothetisch even uitschakelen, vanwege zijn leeftijd en omdat hij van dezelfde club als Bush is, wordt het dus een democraat. Een vrouw of een zwarte, Clinton of Obama. Vooral die laatste wil breken met het doemdenken en een positief verhaal neerzetten waar de kaalgeplukte Amerikaan weer in kan geloven. Krijgt hij een kans?
Nee, leg ik mijn jongens steeds uit, het getal 'ontelbaar' bestaat niet. Maar de schuld die Obama zal erven is gek genoeg toch niet tellen. De schuld van de kiezer liegt er ook niet om. Het maandsalaris volstaat ook in de States niet meer voor een dak boven je hoofd. Medische zorg is er net zo onbetaalbaar als het brood in Kabul. Om de schijn van wereldmacht hoog te houden, houdt Bush grote uitverkoop. Aan wie? Aan degene die aan de andere kant van de balans staat. China, de erfgenamen van Mao dus. Krijgt Amerika het rode gevaar alsnog via de achterdeur binnen. Zonder terrrorisme, gewoon door een toegangskaartje te betalen. Als er nu niemand opstaat die zegt dat de nieuwe zwarte keizer straks geen kleren heeft om aan te trekken, hoeft Obama straks alleen zijn schuld nog maar te dragen. Yes, he can!
zondag 11 mei 2008
Radetzky op de kermis
'Vindt die het eng?' Vraagt Kees vanuit zijn fietsstoel terwijl we turen naar de volgende lading mensenvlees dat zich vrijwillig en tegen een fikse prijs het eten uit de maag en de hersenen uit de schedel laat draaien. Een achttal jongeren ontdoet zich van schoeisel. Men neemt plaats op zachte zetels. Metalen veiligheidpansters worden dichtgeklikt. Traag wordt het hek naar beneden gedraaid en dreigend langzaam begint de 'Extreme' aan zijn duizelingwekkende slinger. Kees kijkt omhoog, en dan omlaag. Het bakje draait rond en om zijn as. Even hangen ze ondersteboven en denderen dan weer met een noodvaart rakelings langs de daken van de pakhuizen.
In minder dan een minuut is alles voorbij. Strauss' Radetzky mars moet de waaghalzen ervan overtuigen dat ze een prestatie van formaat hebben geleverd. Enkele zwaar opgemaakte meiden persen giebelend hun voeten weer in hun pumps en wandelen heupwiegend naar de botsauto's. Maar één puber is minder blij. Hij brengt zijn trillende handen als laatste naar de gordel. Zijn gezicht is zonder emotie, hij neemt plaats op een trap van traanplaat maar wordt weggejaagd. Giebelende meiden met hoofddoek geven elkaar een peuk door, ze kijken neerbuigend naar het joch. Ook bij de spiegeltent, waar hij zich vastklampt, moeten ze hem niet. Zijn geld hebben ze nu binnen, hij moet voortmacheren: Rata boem, rata boem, rata boem boem boem.
Eenmaal thuisgekomen wil ook Kees' broer Frans naar de kermis. Maar hij heeft geen geld. Ik weet niet of ik daar rouwig om moet zijn.
In minder dan een minuut is alles voorbij. Strauss' Radetzky mars moet de waaghalzen ervan overtuigen dat ze een prestatie van formaat hebben geleverd. Enkele zwaar opgemaakte meiden persen giebelend hun voeten weer in hun pumps en wandelen heupwiegend naar de botsauto's. Maar één puber is minder blij. Hij brengt zijn trillende handen als laatste naar de gordel. Zijn gezicht is zonder emotie, hij neemt plaats op een trap van traanplaat maar wordt weggejaagd. Giebelende meiden met hoofddoek geven elkaar een peuk door, ze kijken neerbuigend naar het joch. Ook bij de spiegeltent, waar hij zich vastklampt, moeten ze hem niet. Zijn geld hebben ze nu binnen, hij moet voortmacheren: Rata boem, rata boem, rata boem boem boem.
Eenmaal thuisgekomen wil ook Kees' broer Frans naar de kermis. Maar hij heeft geen geld. Ik weet niet of ik daar rouwig om moet zijn.
vrijdag 9 mei 2008
Radetzky op college
'Aandoenlijk' is wellicht de meest rake term om deze docent te typeren. 'Plaatsvervangende schaamte' kan ook. Uitvoerig verhaalt hij over de staat van dienst van enkele briljante hoogleraren. Ze werden allebei schaamteloos weggekaapt door de hoofdstedelijke universiteit. Het tragische verhaal wordt ruim voorzien van armgebaren die zo uit een boekje over lichaamstaal lijken te zijn gecopieerd.
Zijn verhandelingen over negentiende eeuwse veldslagen kan ik moeilijk volgen, ik ben gebiologeerd door een telkens om zijn as draaiende hand. Het kost me weinig moeite hem te zien oefenen voor de spiegel. 'Zorg dat u iets om handen heeft', leest hij hardop voor, in een gefixeerde pose, buiten gehoorafstand van zijn vrouw. Goedkeurend bekijkt hij zijn spiegelbeeld, zijn niet draaiende hand omklemt de handleiding. In de collegezaal is het boekje vervangen door een kop koffie. Naarmate de tijd vordert maak ik me steeds meer zorgen om de temperatuur van zijn bakje troost. Een voordeel van deze houding is dat zijn neiging het papier te pakken afneemt. Maar het oplezen van een college heeft z'n nadelen: 'Wat zeg ik nu weer, anatomie?!...ik bedoel natuurlijk autonomie!. Dames en heren, excusé?'
Na een uur wordt het bekertje koude koffie plots neergezet. Beide handen leunen op het katheder, een triomfantelijk gezicht er boven (Ojee, nu gaat hij het college 'opleuken'). Hij tuurt naar een voor ons niet zichtbaar beeldscherm. De 'handleiding voor de moderne docent' lijkt na te galmen in zijn oren: 'Zorg dat u de aandacht van de -heden ten dage toch al met weinig concentratie vermogen behepte- student vasthoudt, auditieve hulpmiddelen zijn hierbij een beproefd middel'. En ja, daar tettert Strauss' Radetzky mars in onze oren. Hoe vindingrijk.
Helaas laat de docent gedurende de bijna drie minuten durende performance zijn eigen tekst niet achterwege. Zo dwarrelen flarden van veldslagen onze kant uit. Als de laatste noten klinken is ook het verhaal van de docent af. Ik onderdruk de neiging zijn triomfantelijk gezicht te belonen met applaus. Hoe triest dat niet ook hij voor een grote zak geld werd gevraagd elders onderzoek te doen. Hem rest slechts lesgeven, aan ondankbare studenten.
Rata boem, rata boem, rata boem boem boem....
Zijn verhandelingen over negentiende eeuwse veldslagen kan ik moeilijk volgen, ik ben gebiologeerd door een telkens om zijn as draaiende hand. Het kost me weinig moeite hem te zien oefenen voor de spiegel. 'Zorg dat u iets om handen heeft', leest hij hardop voor, in een gefixeerde pose, buiten gehoorafstand van zijn vrouw. Goedkeurend bekijkt hij zijn spiegelbeeld, zijn niet draaiende hand omklemt de handleiding. In de collegezaal is het boekje vervangen door een kop koffie. Naarmate de tijd vordert maak ik me steeds meer zorgen om de temperatuur van zijn bakje troost. Een voordeel van deze houding is dat zijn neiging het papier te pakken afneemt. Maar het oplezen van een college heeft z'n nadelen: 'Wat zeg ik nu weer, anatomie?!...ik bedoel natuurlijk autonomie!. Dames en heren, excusé?'
Na een uur wordt het bekertje koude koffie plots neergezet. Beide handen leunen op het katheder, een triomfantelijk gezicht er boven (Ojee, nu gaat hij het college 'opleuken'). Hij tuurt naar een voor ons niet zichtbaar beeldscherm. De 'handleiding voor de moderne docent' lijkt na te galmen in zijn oren: 'Zorg dat u de aandacht van de -heden ten dage toch al met weinig concentratie vermogen behepte- student vasthoudt, auditieve hulpmiddelen zijn hierbij een beproefd middel'. En ja, daar tettert Strauss' Radetzky mars in onze oren. Hoe vindingrijk.
Helaas laat de docent gedurende de bijna drie minuten durende performance zijn eigen tekst niet achterwege. Zo dwarrelen flarden van veldslagen onze kant uit. Als de laatste noten klinken is ook het verhaal van de docent af. Ik onderdruk de neiging zijn triomfantelijk gezicht te belonen met applaus. Hoe triest dat niet ook hij voor een grote zak geld werd gevraagd elders onderzoek te doen. Hem rest slechts lesgeven, aan ondankbare studenten.
Rata boem, rata boem, rata boem boem boem....
zaterdag 19 april 2008
Den Haag
Dit is stad waar ik voor het eerst zo lang zoende dat mijn bek zo droog werd dat ik dacht dat ik stikte. Onze beste vriend verdronk hier. Verdonk zichzelf. In zee. Eerder zat ik bij hem achterop, in de jaren vijftig jurk van mijn moeder. Na een afterparty, op weg naar het Scheveningse strand. Hier zat ik op school. In een tijd dat leraren die met leerlingen flirtten nog niet openlijk aan de schandpaal werden genageld zodat ze vrijelijk misbruik konden maken van hun machtspositie tegenover jonge, nieuwsgierige meiden. Hier danste ik me in het zweet en glipte in 'Het Paard' back-stage bij een groep diep-donkere mannen met hagelwitte tanden. Tanden waarmee ze zonder probleem de dop van mijn bierflesje wipten. Hier leefde ik in een tijd dat er nog geen tijd bestond, zodat ik die ook niet kon vergeten en mijn vader wanhopig in het holst van de nacht de straten afstruinde, op zoek naar zijn dochter. Hier doolde ik 's nachts rond, na het missen van de laatste trein naar huis. Liep ik zingend over straat. Op blote voeten. Alleen. Met mijn pumps in mijn hand. Ik nam foto's van mensen en kraakpanden en speelde toneel. Doolde door de enorme 'Blauwe Aanslag. Waarvan ik pas onlangs begreep dat de benaming was ontleend aan de eerdere functie van het pand: de belastingdienst.
Hier, in deze stad, sloeg een wildvreemde mij met zijn vuist in mijn gezicht, toen ik in lijn 12 wilde stappen. En geen van de mensen die in de tram zat, sprak een woord. Hier wilde mijn moeder mijn eerste bh kopen, maar van paskamers moest ik niks hebben. Hier keek ik naar de 'Talking heads' in het filmhuis aan de Denneweg. Hier smeet een zigeunerin het geld dat ik haar gaf, de laatste vijf cent die ik op zak had, beledigd op de grond. Hier zwommen we in de vijver van het provinciehuis, trommelden tegen de wapenwedloop op het binnenhof en kocht ik stroopwafelkruimels voor een kwartje.
Er is krankzinnig veel veranderd. Er is gebouwd en gegraven. Straten vol kraakpanden staan er nu weer strak bij en herbergen accountants en andersoortige vage kantoren. De tram is ondergronds. Op de plek van het voormalig Hot-theater pronken nu protserige torens met bijnamen als 'de Vulpen', 'de Citruspers' en 'de Tieten' (waarin het ministerie van Volksgezondheid huist zodat je een tijdje terug kon spreken van 'de Tieten van -minister- Borst.' Tieten van 104 meter. Platter kan niet.)
Toch sluiten de beelden die ik zie naadloos aan bij de beelden in mijn hoofd. Beelden waarvan ik het bestaan niet wist maar die er toch blijken te zijn. Witte de With, Daguerre, Stephenson,..... de beroemdheden waar de straten naar zijn vernoemd zeggen me weinig, de straten zelf des te meer.
Roekeloos en intens blij was ik toen. Maar ook vaak melancholisch, soms wanhopig. Emoties liepen vaak hoog op en wisselden elkaar in razend tempo af. Onnavolgbaar en onuitstaanbaar moet ik zijn geweest voor de mensen die me dagelijks meemaakten. De risico's die ik zelf liep zag ik niet.
Maar het is fijn om weer even terug te zijn. In de stad van mijn wilde puberjaren.
Hier, in deze stad, sloeg een wildvreemde mij met zijn vuist in mijn gezicht, toen ik in lijn 12 wilde stappen. En geen van de mensen die in de tram zat, sprak een woord. Hier wilde mijn moeder mijn eerste bh kopen, maar van paskamers moest ik niks hebben. Hier keek ik naar de 'Talking heads' in het filmhuis aan de Denneweg. Hier smeet een zigeunerin het geld dat ik haar gaf, de laatste vijf cent die ik op zak had, beledigd op de grond. Hier zwommen we in de vijver van het provinciehuis, trommelden tegen de wapenwedloop op het binnenhof en kocht ik stroopwafelkruimels voor een kwartje.
Er is krankzinnig veel veranderd. Er is gebouwd en gegraven. Straten vol kraakpanden staan er nu weer strak bij en herbergen accountants en andersoortige vage kantoren. De tram is ondergronds. Op de plek van het voormalig Hot-theater pronken nu protserige torens met bijnamen als 'de Vulpen', 'de Citruspers' en 'de Tieten' (waarin het ministerie van Volksgezondheid huist zodat je een tijdje terug kon spreken van 'de Tieten van -minister- Borst.' Tieten van 104 meter. Platter kan niet.)
Toch sluiten de beelden die ik zie naadloos aan bij de beelden in mijn hoofd. Beelden waarvan ik het bestaan niet wist maar die er toch blijken te zijn. Witte de With, Daguerre, Stephenson,..... de beroemdheden waar de straten naar zijn vernoemd zeggen me weinig, de straten zelf des te meer.
Roekeloos en intens blij was ik toen. Maar ook vaak melancholisch, soms wanhopig. Emoties liepen vaak hoog op en wisselden elkaar in razend tempo af. Onnavolgbaar en onuitstaanbaar moet ik zijn geweest voor de mensen die me dagelijks meemaakten. De risico's die ik zelf liep zag ik niet.
Maar het is fijn om weer even terug te zijn. In de stad van mijn wilde puberjaren.
donderdag 17 april 2008
Ondernemers
Ik ben verhuisd van mijn tweewieler, waar ik bijna mee was getrouwd, naar een dikke vervuiler. Met alle gevolgen van dien. Zeurde ik eerst nog over dertig euro bij de fietsenmaker, nu tank ik zonder moeite voor meer dan het drievoudige. Maar de kost gaat voor de baat uit en de eerste opdracht heb ik binnen. 'Wel veel geld voor een stuk blik', verzuchtte Mr. Lehti. Maar ging overstag en betaalde het halve blik.
Hij steunt mijn bedrijf en geeft me de ruimte. Hij gunt het me en houdt van me en is, zo af en toe, een tikkeltje jaloers. Want zijn zaak is zonder klanten en bestaat nu ruim een jaar. Het voordeel is geheel het mijne, toch verwijt ik hem zijn houding. Hij vindt dit tegenstrijdig en niet eerlijk en unfair. Wellicht terecht, maar mijn excuses komen niet.
De ruimte die ik krijg, geeft hij mij met liefde kado. Andersom ik hem de zijne niet. Althans niet zonder meer. Hij overweegt ontslag te nemen, om zich te wijden aan zijn zaak. Maar ik vrees verzanding, als hij niet nú zijn plaats al claimt. 'Wees meer een ondernemer', bries ik, 'ga de boer op, wees zakelijk en pàk nu de ruimte die je wilt!'.
Mijn verwijt is meer dan dat, ik wil zo graag wat tegengas. Hij is dit niet gewoon en vreest brokken bij dit spel. Een echtelijke ruzie is soms lastig maar zo nodig. Waarom tot in het graf beleefd, tegen degene met wie je lief en leed deelt? Hij kende deze behoefte van mij en kwam er dus op terug. Goed ingeleid, goed overdacht, geen woord te veel -ik zou hem eens iets verwijten, desnoods na twinig jaar. Mr Lehti: 'Maar jij bent mijn klant toch niet, zo wil ik dus niet met je omgaan en zoals je zelf ook zegt, we zitten in hetzelfde schuitje!'. Alweer terecht, maar toch, zijn riemen roei ik niet. En in zijn vaarwater wil ik niet zitten. Zijn actie was olie op het vuur (ha, eindelijk discussie!). En ik nam geen woord terug van wat ik zei, deed er een schepje bovenop.
Mr. Lehti mokt al dagen. Laat zich vollopen met koffie. Zijn rokershoestje neemt weer toe. We liggen zwijgend naast elkaar, bespreken slechts boodschappen en kinderlief en -leed. Afscheidszoenen afgeschaft en ook de passie lijkt even passé. Zou hij beledigd zijn of verdrietig, gekrenkt, verbitterd of ontdaan? Ik vraag hem niks, hij zegt me niks. Ik heb me met mijn actie ook de kleine inkijk in zijn gedachten verspeeld. Wie onderneemt de eerste stap?
Hij steunt mijn bedrijf en geeft me de ruimte. Hij gunt het me en houdt van me en is, zo af en toe, een tikkeltje jaloers. Want zijn zaak is zonder klanten en bestaat nu ruim een jaar. Het voordeel is geheel het mijne, toch verwijt ik hem zijn houding. Hij vindt dit tegenstrijdig en niet eerlijk en unfair. Wellicht terecht, maar mijn excuses komen niet.
De ruimte die ik krijg, geeft hij mij met liefde kado. Andersom ik hem de zijne niet. Althans niet zonder meer. Hij overweegt ontslag te nemen, om zich te wijden aan zijn zaak. Maar ik vrees verzanding, als hij niet nú zijn plaats al claimt. 'Wees meer een ondernemer', bries ik, 'ga de boer op, wees zakelijk en pàk nu de ruimte die je wilt!'.
Mijn verwijt is meer dan dat, ik wil zo graag wat tegengas. Hij is dit niet gewoon en vreest brokken bij dit spel. Een echtelijke ruzie is soms lastig maar zo nodig. Waarom tot in het graf beleefd, tegen degene met wie je lief en leed deelt? Hij kende deze behoefte van mij en kwam er dus op terug. Goed ingeleid, goed overdacht, geen woord te veel -ik zou hem eens iets verwijten, desnoods na twinig jaar. Mr Lehti: 'Maar jij bent mijn klant toch niet, zo wil ik dus niet met je omgaan en zoals je zelf ook zegt, we zitten in hetzelfde schuitje!'. Alweer terecht, maar toch, zijn riemen roei ik niet. En in zijn vaarwater wil ik niet zitten. Zijn actie was olie op het vuur (ha, eindelijk discussie!). En ik nam geen woord terug van wat ik zei, deed er een schepje bovenop.
Mr. Lehti mokt al dagen. Laat zich vollopen met koffie. Zijn rokershoestje neemt weer toe. We liggen zwijgend naast elkaar, bespreken slechts boodschappen en kinderlief en -leed. Afscheidszoenen afgeschaft en ook de passie lijkt even passé. Zou hij beledigd zijn of verdrietig, gekrenkt, verbitterd of ontdaan? Ik vraag hem niks, hij zegt me niks. Ik heb me met mijn actie ook de kleine inkijk in zijn gedachten verspeeld. Wie onderneemt de eerste stap?
Karin en Samira
Anderhalf jaar geleden, in oktober 2006 overleed Karin Adelmund. Een beeld dat van haar is gebleven is haar betoog over de spectacualaire groei die allochtone kinderen in het onderwijs hebben gemaakt ten opzichte van hun ouders. Geëmotioneerd vraagt ze zich hardop af waarom niemand het dáár ooit over heeft, niemand dat ooit noemt. Haar vraag is actueler dan ooit.
Op de dag van haar overlijden zaten Ahmed Aboutaleb, Marijke Vos en Geert Dales bijeen bij Nova. De eerste verruilde het wethoudershap voor de landelijke politiek, de tweede kondigde die dag haar omgekeerde voornemen aan en de laatste veroordeelde dit voornemen. Ze keken samen naar Karin's beeld en, hoe wrang, naar de hieropvolgende special over de scheikunde opleiding van 'de' Samir A.. Er vallen termen als AIVD en 'rinkelende alarmbellen'. Aboutaleb waarschuwt voor stigmatisering. Geert op zijn beurt zegt het streng straffen hier vooral niet om te laten. Maar ja, 100 jaar straf is geen straf voor een extremist die in naam van god terreurdaden begaat.
Morgen ga ik langs bij mijn eigen Samira. We zullen praten over het spijbelgedrag van onze kinderen, de hoogte van hun kleedgeld, hun vrienden en agressief gedrag. Dit alles onder het genot van zoete thee en een bord soep. Want het is onbestaanbaar dat ik Samira's huis verlaat zonder een warme maaltijd. Ze scheidde, verhuisde en begon een bloeiend bedrijf. Lieve Karin, ook veel allochtone ouders boeken nu een spectaculaire, maar vaak fluwelen vooruitgang. Ook daar horen we weinigen over praten.
Op de dag van haar overlijden zaten Ahmed Aboutaleb, Marijke Vos en Geert Dales bijeen bij Nova. De eerste verruilde het wethoudershap voor de landelijke politiek, de tweede kondigde die dag haar omgekeerde voornemen aan en de laatste veroordeelde dit voornemen. Ze keken samen naar Karin's beeld en, hoe wrang, naar de hieropvolgende special over de scheikunde opleiding van 'de' Samir A.. Er vallen termen als AIVD en 'rinkelende alarmbellen'. Aboutaleb waarschuwt voor stigmatisering. Geert op zijn beurt zegt het streng straffen hier vooral niet om te laten. Maar ja, 100 jaar straf is geen straf voor een extremist die in naam van god terreurdaden begaat.
Morgen ga ik langs bij mijn eigen Samira. We zullen praten over het spijbelgedrag van onze kinderen, de hoogte van hun kleedgeld, hun vrienden en agressief gedrag. Dit alles onder het genot van zoete thee en een bord soep. Want het is onbestaanbaar dat ik Samira's huis verlaat zonder een warme maaltijd. Ze scheidde, verhuisde en begon een bloeiend bedrijf. Lieve Karin, ook veel allochtone ouders boeken nu een spectaculaire, maar vaak fluwelen vooruitgang. Ook daar horen we weinigen over praten.
woensdag 16 april 2008
Ik zeg niks zodat jij wat kunt zeggen
Het verwijt luidde dat hij weinig liet blijk gaf van zijn ondernemerschap, zich te veel aan mij gelegen liet liggen. Maar een verwijt kan je dat moeilijk noemen en dubbelzinnig vond hij het ook. Want erkenning en steun zijn natuurlijk nooit weg, dat moet gezegd en zei ik ook. Maar in hoeverre dit het gevolg is van mijn eigen frustratie, van projectie van mijn onmacht om mijzelf te sturen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Om mijn doel te bereiken had ik hem beter een veer in de kont kunnen steken. Als zijn ego wordt gestreeld groeit vast zijn zelfvertrouwen en dat leidt tot initiatieven. Best handig als beginnend ondernemer. En zo is de cirkel rond. Contradictio in terminis.
Maar het werd dus ruzie, zij het een kleintje. Hij vond het altijd fijn dat we niet veel later weer gewoon konden doen. Maar, vraag ik me nu af, door wie kwam dat dan? Soms bood ik excuses aan. Die werden ook aanvaard. Maar wat zou er gebeuren als er mijnerzijds geen toenadering meer zou volgen? Je zou zeggen dat wie de verzoening weet te waarderen en dit benoemt, eerder geneigd is zelf het initiatief hiertoe te nemen. Of krijg ik als aanstichter van een conflict (of het benoemen van een probleem, dat is in weze hetzelfde) ook automatisch de rol van verzoenster?
Nu wil het toeval dat hij tevens lezer van dit blog is. Publicatie zou dan olie op het vuur zijn, een trap na, of in elk geval een actie die het natuurlijk (of ingesleten) verloop der dingen geen goed zou doen. Het geschrevene wordt dus even geparkeerd bij de concepten, in afwachting van betere tijden. Mijn voornemen is: geen excuses, geen eerste stap tot verzoening. Tevens is het in deze tijd zo dat ik mijn minnaar beter kan laten voor wat ie is. De vraag is wat ik met deze opstelling wil bereiken. We wachten af.
Maar het werd dus ruzie, zij het een kleintje. Hij vond het altijd fijn dat we niet veel later weer gewoon konden doen. Maar, vraag ik me nu af, door wie kwam dat dan? Soms bood ik excuses aan. Die werden ook aanvaard. Maar wat zou er gebeuren als er mijnerzijds geen toenadering meer zou volgen? Je zou zeggen dat wie de verzoening weet te waarderen en dit benoemt, eerder geneigd is zelf het initiatief hiertoe te nemen. Of krijg ik als aanstichter van een conflict (of het benoemen van een probleem, dat is in weze hetzelfde) ook automatisch de rol van verzoenster?
Nu wil het toeval dat hij tevens lezer van dit blog is. Publicatie zou dan olie op het vuur zijn, een trap na, of in elk geval een actie die het natuurlijk (of ingesleten) verloop der dingen geen goed zou doen. Het geschrevene wordt dus even geparkeerd bij de concepten, in afwachting van betere tijden. Mijn voornemen is: geen excuses, geen eerste stap tot verzoening. Tevens is het in deze tijd zo dat ik mijn minnaar beter kan laten voor wat ie is. De vraag is wat ik met deze opstelling wil bereiken. We wachten af.
maandag 14 april 2008
Schoolgang
Sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in. De dag waarop je jongste telg gaat wennen op de 'grote school' is zo'n markering, een mijlpaal. Aan kleine voorvallen kondigt zich deze dag zich al aan. Hij doet neerbuigend over het op de crèche aanwezige speelgoed: 'Da's alleen voor baby's'. Ook zelf kijk je rijkhalzend uit naar de dag waarop er geen drie cijferige bedragen meer op je bankafschriften prijken vanwege diezelfde crèche.
Toch is er van een jubelstemming geen sprake. Het is ook een afscheid, een episode die wordt afgesloten, een nieuw tijdperk dat zich aandient en schuldgevoel ligt op de loer. Wat deed ik al die uren samen?. De eendjes voerden we éénmaal. Koekjes bakken was erg zeldzaam en naar het strand gingen we nooit. Ze zijn maar één keer klein is waar, maar er naar handelen is moeilijk. Uitstapjes door de week zijn nu passé. Samen met de trein naar oma. De peuter en de dementerende die zo heerlijk konden kletsen. Communicatie om de nabijheid, om de blik, om de aandacht maar zonder inhoud. Of naar de wijdverspreide ooms en tantes, boten en vliegtuigen spotten of gewoon slenteren door het winkelcentrum en de speeltuin......
De grote dag is daar. Kees blijft in zijn bed en schreeuwt: 'Ik wil niet naar school'. Bij het aankleden zijn de kleren niet cool genoeg en kan hij zijn mooie medaille niet vinden: 'wèèèèh!'. Aan het ontbijt is het ook mis want hij wil worst en toch geen kaas en op de stoel van zijn broer zitten en.....
Eenmaal op school kruipt Kees in zijn schulp, zijn slakkehuis, dicht tegen me aan. Vertederd, soms lachend kijken medeouders naar het verlegen wurm. 'Ik wil niet naar school', klinkt het nu zachter. Kinderen kijken hem aan, bestoken hem met vragen. Na de voorleessessie worden ouders geacht te vertrekken, maar juf vind het prima als ik, zo'n eerste dag, wat langer blijf. Ik vraag of Kees naast Sjaak wil zitten, want die kent hij al. Kees knikt. Aan zijn andere kant neemt Boris plaats. Er moet flink worden ingeschikt, de klas is tjokkevol. Ik ga achter de volle bank op mijn knieen zitten. Kees' eerste appèl; braaf dreunen kleuters 'Ja juf' bij het horen van hun naam. Sjaak en Boris bieden tegen elkaar op: 'Ik woon vlak bij hem', 'Mijn moeder past op hem' en verderop in de kring klinkt er: 'Hij is het broertje van Leo, ik ben bij hem thuis geweest'. Het kennen van Kees geeft blijkbaar status. Kees zelf laat het over zich heen komen, zijn handen rusten op schoot.
Na een paar minuten keert hij zich om naar mij en vraagt: 'Waarom blijf je zo lang?'
'Wil je dat ik wegga?'
'Ja, ga maar weg'.
Ik sluip de klas uit en begeef me richting markt. Waar vroegtijdig schoolverlaters zich bekwamen in de verkoop van kip en noten. Kees loopt zijn kaas en krentjes mis. Misschien verkoopt hij ze over twaalf jaar zelf.
Toch is er van een jubelstemming geen sprake. Het is ook een afscheid, een episode die wordt afgesloten, een nieuw tijdperk dat zich aandient en schuldgevoel ligt op de loer. Wat deed ik al die uren samen?. De eendjes voerden we éénmaal. Koekjes bakken was erg zeldzaam en naar het strand gingen we nooit. Ze zijn maar één keer klein is waar, maar er naar handelen is moeilijk. Uitstapjes door de week zijn nu passé. Samen met de trein naar oma. De peuter en de dementerende die zo heerlijk konden kletsen. Communicatie om de nabijheid, om de blik, om de aandacht maar zonder inhoud. Of naar de wijdverspreide ooms en tantes, boten en vliegtuigen spotten of gewoon slenteren door het winkelcentrum en de speeltuin......
De grote dag is daar. Kees blijft in zijn bed en schreeuwt: 'Ik wil niet naar school'. Bij het aankleden zijn de kleren niet cool genoeg en kan hij zijn mooie medaille niet vinden: 'wèèèèh!'. Aan het ontbijt is het ook mis want hij wil worst en toch geen kaas en op de stoel van zijn broer zitten en.....
Eenmaal op school kruipt Kees in zijn schulp, zijn slakkehuis, dicht tegen me aan. Vertederd, soms lachend kijken medeouders naar het verlegen wurm. 'Ik wil niet naar school', klinkt het nu zachter. Kinderen kijken hem aan, bestoken hem met vragen. Na de voorleessessie worden ouders geacht te vertrekken, maar juf vind het prima als ik, zo'n eerste dag, wat langer blijf. Ik vraag of Kees naast Sjaak wil zitten, want die kent hij al. Kees knikt. Aan zijn andere kant neemt Boris plaats. Er moet flink worden ingeschikt, de klas is tjokkevol. Ik ga achter de volle bank op mijn knieen zitten. Kees' eerste appèl; braaf dreunen kleuters 'Ja juf' bij het horen van hun naam. Sjaak en Boris bieden tegen elkaar op: 'Ik woon vlak bij hem', 'Mijn moeder past op hem' en verderop in de kring klinkt er: 'Hij is het broertje van Leo, ik ben bij hem thuis geweest'. Het kennen van Kees geeft blijkbaar status. Kees zelf laat het over zich heen komen, zijn handen rusten op schoot.
Na een paar minuten keert hij zich om naar mij en vraagt: 'Waarom blijf je zo lang?'
'Wil je dat ik wegga?'
'Ja, ga maar weg'.
Ik sluip de klas uit en begeef me richting markt. Waar vroegtijdig schoolverlaters zich bekwamen in de verkoop van kip en noten. Kees loopt zijn kaas en krentjes mis. Misschien verkoopt hij ze over twaalf jaar zelf.
dinsdag 8 april 2008
BV Babylam
Het gaat gebeuren. Ik word ondernemer. Spannend. Op de papieren dien ik een inschatting te maken van omzet, vermogen en verwachte winst. Er verschijnen vele nullen. Maar Lehti zou Lehti niet zijn als ze, om één postzegel à vierenveertig cent te besparen, de post niet zelf rond zou gaan brengen.
Ze doet open en oogt moe. 'Wil je thee?'. Ja, eigenlijk wel, maar ik ben op doorreis en moet gauw weer door. Ze zet de tulpen in weinig water en leest onze babykaart. De geadresseerde huilt zachtjes in de box. Ik neem haar op en klets honderduit. Met baby's kletsen is uniek. Ze kijkt naar kleur, naar licht en dan, langzaam maar beslist, draait haar blik belangstellend naar mijn haargrens of bewegende mond. Dan maakt ze zelf vormen met haar lippen.
Ik ga tot drie keer toe zitten maar ga vanzelf weer staan. Wij moeders praten. Over mannen, over voeden, over schoonmoeders en het helaasheid der voornemens. Zoals eerder gaan slapen en het vermijden van ruzie. Wat dan beide toch niet lukt. Verwachtingen en aannames en onuitgesproken gedachten. Twee koppen thee en veel uitgewisselde woorden later slaapt de kleine op mijn arm. Haar armpje wijst slap en toch robuust naar boven. Ik leg haar neer en slaak een gesmoorde kreet. Mijn arm wil niet meer terug, blijft staan in de draagstand. Opstappen gaat moeilijk en fietsen slechts eenhandig.
Luttele uren later is mijn ondernemerschap een feit. Als ik koud weer buiten sta gaat mijn mobieltje. Wellicht is dit mijn eerste klant!. Ik kan slechts met rechts opnemen. Mijn arm is nog lam, van andermans baby. Maar wie zelfstandig werkt, tilt daar niet zwaar aan. Toch?
Ze doet open en oogt moe. 'Wil je thee?'. Ja, eigenlijk wel, maar ik ben op doorreis en moet gauw weer door. Ze zet de tulpen in weinig water en leest onze babykaart. De geadresseerde huilt zachtjes in de box. Ik neem haar op en klets honderduit. Met baby's kletsen is uniek. Ze kijkt naar kleur, naar licht en dan, langzaam maar beslist, draait haar blik belangstellend naar mijn haargrens of bewegende mond. Dan maakt ze zelf vormen met haar lippen.
Ik ga tot drie keer toe zitten maar ga vanzelf weer staan. Wij moeders praten. Over mannen, over voeden, over schoonmoeders en het helaasheid der voornemens. Zoals eerder gaan slapen en het vermijden van ruzie. Wat dan beide toch niet lukt. Verwachtingen en aannames en onuitgesproken gedachten. Twee koppen thee en veel uitgewisselde woorden later slaapt de kleine op mijn arm. Haar armpje wijst slap en toch robuust naar boven. Ik leg haar neer en slaak een gesmoorde kreet. Mijn arm wil niet meer terug, blijft staan in de draagstand. Opstappen gaat moeilijk en fietsen slechts eenhandig.
Luttele uren later is mijn ondernemerschap een feit. Als ik koud weer buiten sta gaat mijn mobieltje. Wellicht is dit mijn eerste klant!. Ik kan slechts met rechts opnemen. Mijn arm is nog lam, van andermans baby. Maar wie zelfstandig werkt, tilt daar niet zwaar aan. Toch?
maandag 7 april 2008
Vogelles
De zon voelt lekker op onze dikke jassen. De kale bomen laten alle warmte door. 'Ik ga slapen', zegt hij, terwijl hij zijn hoofd tegen mijn rug aan legt. Ik trap gestaag door. Dit keer ga ik voorzichtig te werk bij het overdragen van mijn summiere vogelkennis. Vorige week bereikte ik met mijn enthousiasme het tegendeel. Als een hond die nukkig weigert kunstjes te doen zei hij toen op al mijn vragen: 'Dat is een vogel'. Dit keer turen we niet naar een verstopte fazant maar naar een kievitskuif, het rood van de scholekster en grazende ganzen. 'Ik wil een verrekijker' zegt Leo. Het gevoel bekruipt me dat dit toch meer het 'echte' onderwijs is. We zien een reiger die een kikker vangt en over de grutto zegt hij verrukt: 'Die loopt over het water'. Deze momenten moeten eeuwig duren.
Ik neem dan ook een omweg. We turen naar kraaiennesten, raden waar ondergedoken eenden weer boven komen en spotten een schip in de sluis. Dan laat ik Leo weer los in het gebouw waar hij letters leert. Vanwege het mooie weer zijn alle kinderen op het schoolplein. In de zandbak zie ik het begin van een vete. Er is ruzie om een schep. In de toiletten klauteren kleuters over banken. Leo wil het liefst binnen, lekker veilig. Maar dat mag niet.
Ik neem dan ook een omweg. We turen naar kraaiennesten, raden waar ondergedoken eenden weer boven komen en spotten een schip in de sluis. Dan laat ik Leo weer los in het gebouw waar hij letters leert. Vanwege het mooie weer zijn alle kinderen op het schoolplein. In de zandbak zie ik het begin van een vete. Er is ruzie om een schep. In de toiletten klauteren kleuters over banken. Leo wil het liefst binnen, lekker veilig. Maar dat mag niet.
zaterdag 29 maart 2008
Stoelmassage
Ze hebben kinderen, zijn gescheiden en genoten een vrij hoge opleiding. De kriebels om juist nu van carrière te switchen, hebben ze ook alle drie. Ik reken ze tot mijn vriendenkring en toch, hebben ze elkaar nimmer ontmoet. Wèl had ik het voorrecht om te mogen genieten van het resultaat van hun omscholing. Na afloop was er weinig meer voor nodig mij in slaap te doen vallen. Een dergelijke behandeling zou verplichte kost moeten zijn voor de onder hoge schulden gebukt gaande bijstandsouders, voor workaholics die zich in ijl tempo naar een RSI toewerken en verder alle andere mensen die zich niet tot deze twee groepen kunnen rekenen.
Een rage? Puur toeval? Ik geloof niet in het laatste en zou het eerste alleen maar toejuichen.
Toch hebben de drie dames op het tweede gezicht meer verschillen dan overeenkomsten. De één zal niet, of met moeite het land van herkomst van de ander kunnen bezoeken. Voor de voorouders van de derde zouden beide anderen te vrezen hebben. Een vrouw van Joodse komaf, een moslima en de laatste met voorouders die NSB-er waren en wier kinderen ná de oorlog werden verlaten. Mijn eigen voorouders zaten destijds ondergedoken.
Moge de ontspanning die zij middels hun massage uitdragen gemeengoed worden bij alle mensen die deze aardbol bevolken. En tussen hen. Amen.
Een rage? Puur toeval? Ik geloof niet in het laatste en zou het eerste alleen maar toejuichen.
Toch hebben de drie dames op het tweede gezicht meer verschillen dan overeenkomsten. De één zal niet, of met moeite het land van herkomst van de ander kunnen bezoeken. Voor de voorouders van de derde zouden beide anderen te vrezen hebben. Een vrouw van Joodse komaf, een moslima en de laatste met voorouders die NSB-er waren en wier kinderen ná de oorlog werden verlaten. Mijn eigen voorouders zaten destijds ondergedoken.
Moge de ontspanning die zij middels hun massage uitdragen gemeengoed worden bij alle mensen die deze aardbol bevolken. En tussen hen. Amen.
donderdag 27 maart 2008
Student in de sneeuw 2
Het is tijd voor een verrassingsbezoek aan mijn verwaarloosde vrienden. Het risico dat ze niet thuis zijn neem ik voor lief. Het is mooi weer. Wie vooraf belt verrast niet en bij geen gehoor verschaft men zich slechts zekerheid over de doelloosheid van de tocht. Of de bonnefooi is beter.
De intercom zoemt maar de deur blijft dicht. Eénmaal voor zijn deur durf ik hem wel op te bellen, ik ben nu al ter plaatse. Beide telefoons gaan lang over. Er wordt gevraagd iets in te spreken. Althans, daar ga ik van uit, want ik versta er geen woord van. 'Ik sta voor je deur', zeg ik naar waarheid. Het mag niet baten, de gordijnen blijven roerloos stil.
Als een schilder uitslaapt, zal de vertaler dat zeker doen. De nacht biedt inspiratie. Maar ik waag het er op en keer mijn fiets stadwaarts. Ook bij de woonst van de schrijver zijn de gordijnen hard bezig het zonlicht buiten te houden. Mijn aanbellen, slechts één keer -er is geen nood- brengt in deze toestand geen enkele verandering. 'Als Lehti het is, klopt ze wel op het raam', liet hij zich eens ontvallen. Maar deze uitspraak is onderhevig aan inflatie, zeker als de bezoekfrequentie is gedecimeerd.
Ik zet koers naar één mijner vriendinnen. Als ze nachtdienst had, dan slaapt ze. En anders is ze aan het werk. Ik zou me deze poging haar te bezoeken dus kunnen besparen. Maar, zoals gezegd, het ging hier slechts om de mogelijke kàns op een doel, hoe klein die ook moge zijn. Ze fietst me tegemoet, heeft een vergadering. Een zoen ten afscheid: 'We zien elkaar gauw', en weg is ze.
Er kraakt geen sneeuw meer onder mijn laarzen. Smeltwater druipt van de goten. De schoonheid van deze Maartse morgen wordt weer water. Het winkelcentrum staat half blank. Er was niemand thuis of wakker. Maar het was de moeite waard. Tijd voor de studie.
De intercom zoemt maar de deur blijft dicht. Eénmaal voor zijn deur durf ik hem wel op te bellen, ik ben nu al ter plaatse. Beide telefoons gaan lang over. Er wordt gevraagd iets in te spreken. Althans, daar ga ik van uit, want ik versta er geen woord van. 'Ik sta voor je deur', zeg ik naar waarheid. Het mag niet baten, de gordijnen blijven roerloos stil.
Als een schilder uitslaapt, zal de vertaler dat zeker doen. De nacht biedt inspiratie. Maar ik waag het er op en keer mijn fiets stadwaarts. Ook bij de woonst van de schrijver zijn de gordijnen hard bezig het zonlicht buiten te houden. Mijn aanbellen, slechts één keer -er is geen nood- brengt in deze toestand geen enkele verandering. 'Als Lehti het is, klopt ze wel op het raam', liet hij zich eens ontvallen. Maar deze uitspraak is onderhevig aan inflatie, zeker als de bezoekfrequentie is gedecimeerd.
Ik zet koers naar één mijner vriendinnen. Als ze nachtdienst had, dan slaapt ze. En anders is ze aan het werk. Ik zou me deze poging haar te bezoeken dus kunnen besparen. Maar, zoals gezegd, het ging hier slechts om de mogelijke kàns op een doel, hoe klein die ook moge zijn. Ze fietst me tegemoet, heeft een vergadering. Een zoen ten afscheid: 'We zien elkaar gauw', en weg is ze.
Er kraakt geen sneeuw meer onder mijn laarzen. Smeltwater druipt van de goten. De schoonheid van deze Maartse morgen wordt weer water. Het winkelcentrum staat half blank. Er was niemand thuis of wakker. Maar het was de moeite waard. Tijd voor de studie.
woensdag 26 maart 2008
Student in de sneeuw 1
De bibliotheek is uitgestorven. Ik prop mijn spullen in een kluis. Boven, bij de balie, haal ik mijn reservering op. Scanners en kluisjes begeleiden bliepend mijn tocht door het gebouw. Na vijf minuten sta ik weer buiten. De sneeuw kraakt als duinzand onder mijn laarzen. Het is koud en de universiteit al open. Ik besluit binnen te gaan wachten. Zo vroeg ben ik in geen jaren op een afspraak verschenen.
De gang is leeg. Een schoonmaakster passeert. Ik groet haar. Als de man nadert sta ik op, het boek omklemmend met mijn linkerhand. Hij vraagt of ik mevrouw Lehti ben en steekt me zijn hand toe. Die valt voor mij moeilijk te schudden omdat ik naast het boek ook mijn loodzware tas en jas draag. Hij excuseert zich, vraagt of ik lang heb gewacht. Dat zo'n vroege komst voor mij zeldzaam is, weet hij niet. Hij gaat me voor naar zijn kamer, de deur kan nèt ver genoeg open. Slechts twee horizontale vlakken zijn nog leeg. Op het groene pluche zet ik mijn tas, op de rode stoel ga ik zelf zitten. In, op en naast alle andere stoelen, kasten en dozen liggen stapels boeken. De man wurmt zich achter zijn bureau en begint al mompelend te zoeken naar mijn stukken in de berg papier vóór hem. Vervolgens is zijn la aan de beurt: 'Ik weet toch zeker dat ik het heb uitgeprint'. Hoewel ik mijn benen en armen stijf gekruisd houd -de inhoud van mijn handen ligt nu naast me- werkt deze herkenbare situatie ontspannend. Mijn gecopieerde exemplaar neemt hij, na enig aandringen, van me aan: 'Verder zoeken heeft geen zin'. Terwijl hij mijn tekst scant, komt hij terug op mijn mail. Ai, denk ik, kon die wel door de beugel? Het googlen van een naam is intussen gemeengoed, dáár voel ik me niet schuldig om. Maar het bevondene op semiludieke wijze aan de geleerde man terugmailen, was wellicht te gewaagd. Ik had beter kunnen wachten tot deze morgen, om zelf bevestigd te zien dat zijn kamer er inderdaad uitziet als de binnenkant van een verhuisdoos.
We gaan over tot tutoyeren maar zijn bemoedigende blikken brengen me slechts onzekerheid. Hoe voer je zo'n gesprek?. Hij vraagt waar hij me mee kan helpen. Nog voordat ik besef hoe onsamenhangend mijn antwoord klinkt, komt hij met een suggestie, vergezeld van een boek van zijn hand, dat hij achter twee rijen lijvige werken vandaan vist. Zijn idee spreekt me aan.
Dit is vandaag de tweede verloochening de ware Lehti: Ik stem niet gauw toe, kom altijd te laat en werp dan ook ter verdediging (van wat?, voor wie?) tegen: 'Normaliter ben ik niet zo meegaand, hoor'. Alweer zo'n zin die nog lozer lijkt als de man mij vraagt om een nadere uitleg. Hij vond mijn mail ook al zo defensief. Wat ik uitkraam heeft nu geen kop of staart meer. Ik bedank hem, schud nu wel zijn hand en baan me door de boeken een weg naar de deur. Het gesprek, als je dat al zo kunt noemen duurde tien minuten. Nu sta ik, gewapend met nog meer leesvoer, weer op de nog immer lege gang.
De lift reageerde bij mijn komen twee maal niet. Uit voorzorg besluit ik met de trap te gaan. Als geboren automobilist geef ik de mij tegemoet komende 'stijgers' voorrang. Het gevolg is dat ik tegen de trapleuning wordt geduwd door aanstormend eerstejaars studententalent.
De ergste kou is uit de lucht. Het wit, de felle zon, ze nodigen uit tot een tocht zonder vast doel. Tot wandelen door besneeuwde weilanden. Een zeldzaamheid in de nadagen van maart. Mijn moederrol laat ik vandaag voor wat ie is. De werkloze student moet zorgen dat ze haar dagelijkse portie sociale contacten opdoet. Ik veeg de sneeuw van mijn zadel en fiets de stad in, op zoek naar een warme kop koffie en een luisterend oor.
De gang is leeg. Een schoonmaakster passeert. Ik groet haar. Als de man nadert sta ik op, het boek omklemmend met mijn linkerhand. Hij vraagt of ik mevrouw Lehti ben en steekt me zijn hand toe. Die valt voor mij moeilijk te schudden omdat ik naast het boek ook mijn loodzware tas en jas draag. Hij excuseert zich, vraagt of ik lang heb gewacht. Dat zo'n vroege komst voor mij zeldzaam is, weet hij niet. Hij gaat me voor naar zijn kamer, de deur kan nèt ver genoeg open. Slechts twee horizontale vlakken zijn nog leeg. Op het groene pluche zet ik mijn tas, op de rode stoel ga ik zelf zitten. In, op en naast alle andere stoelen, kasten en dozen liggen stapels boeken. De man wurmt zich achter zijn bureau en begint al mompelend te zoeken naar mijn stukken in de berg papier vóór hem. Vervolgens is zijn la aan de beurt: 'Ik weet toch zeker dat ik het heb uitgeprint'. Hoewel ik mijn benen en armen stijf gekruisd houd -de inhoud van mijn handen ligt nu naast me- werkt deze herkenbare situatie ontspannend. Mijn gecopieerde exemplaar neemt hij, na enig aandringen, van me aan: 'Verder zoeken heeft geen zin'. Terwijl hij mijn tekst scant, komt hij terug op mijn mail. Ai, denk ik, kon die wel door de beugel? Het googlen van een naam is intussen gemeengoed, dáár voel ik me niet schuldig om. Maar het bevondene op semiludieke wijze aan de geleerde man terugmailen, was wellicht te gewaagd. Ik had beter kunnen wachten tot deze morgen, om zelf bevestigd te zien dat zijn kamer er inderdaad uitziet als de binnenkant van een verhuisdoos.
We gaan over tot tutoyeren maar zijn bemoedigende blikken brengen me slechts onzekerheid. Hoe voer je zo'n gesprek?. Hij vraagt waar hij me mee kan helpen. Nog voordat ik besef hoe onsamenhangend mijn antwoord klinkt, komt hij met een suggestie, vergezeld van een boek van zijn hand, dat hij achter twee rijen lijvige werken vandaan vist. Zijn idee spreekt me aan.
Dit is vandaag de tweede verloochening de ware Lehti: Ik stem niet gauw toe, kom altijd te laat en werp dan ook ter verdediging (van wat?, voor wie?) tegen: 'Normaliter ben ik niet zo meegaand, hoor'. Alweer zo'n zin die nog lozer lijkt als de man mij vraagt om een nadere uitleg. Hij vond mijn mail ook al zo defensief. Wat ik uitkraam heeft nu geen kop of staart meer. Ik bedank hem, schud nu wel zijn hand en baan me door de boeken een weg naar de deur. Het gesprek, als je dat al zo kunt noemen duurde tien minuten. Nu sta ik, gewapend met nog meer leesvoer, weer op de nog immer lege gang.
De lift reageerde bij mijn komen twee maal niet. Uit voorzorg besluit ik met de trap te gaan. Als geboren automobilist geef ik de mij tegemoet komende 'stijgers' voorrang. Het gevolg is dat ik tegen de trapleuning wordt geduwd door aanstormend eerstejaars studententalent.
De ergste kou is uit de lucht. Het wit, de felle zon, ze nodigen uit tot een tocht zonder vast doel. Tot wandelen door besneeuwde weilanden. Een zeldzaamheid in de nadagen van maart. Mijn moederrol laat ik vandaag voor wat ie is. De werkloze student moet zorgen dat ze haar dagelijkse portie sociale contacten opdoet. Ik veeg de sneeuw van mijn zadel en fiets de stad in, op zoek naar een warme kop koffie en een luisterend oor.
Abonneren op:
Posts (Atom)

