Posts tonen met het label winkelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label winkelen. Alle posts tonen

zondag 14 januari 2018

Geen mosterd bij de maaltijd en ander leed

Een jongetje met blond piekhaar kijkt me met grote ogen aan. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat ik zijn verschrikte: 'De karretjes zijn op!', beantwoordde met : 'Nou, dan neem ik wel een mandje.' Voor peuters is het vast bedreigend om te merken dat er nog meer mensen in een winkel zijn. Die dan ook nog horen wat hij alleen voor zijn vader had bedoeld (moeders sturen hun kroost er minder snel op uit om mandjes te halen). En zo'n medemens gaat tot overmaat van ramp ook nog antwoorden! Het jongetje blijft zwijgend staan en kijkt me na tot ik uit zicht ben.

Voor mij zijn medeboodschappers soms ook vreemd. Of eigenlijk meer hetgeen ze voortduwen of achter zich aan trekken. Is het u wel eens opgevallen dat winkelkarren doorzichtig zijn? Best vreemd. Tassen, auto's of fietstassen zijn nooit doorzichtig. Paraplu's vroeger soms wel. 

Een vrouw met een blik merkloze bruine bonen in haar kar, zet een pot goedkope mosterd na enig wikken en wegen toch weer terug in het schap. Die heeft het niet breed, denk ik, en tuur wat beschaamd op mijn lijstje. Beetje zinloos, want er staan slechts drie dingen op die ik zo ook wel weet. 

Bij de kassa probeert een andere peuter tevergeefs zijn vader over te halen bij de servicebalie af te rekenen. Beide trekken aan een mandje dat tussen hen in hangt. 'Je mag wel vóór hoor' zeg ik tegen de man. Hij denkt vast dat het mij om zijn krijsend kind te doen is en wimpelt mijn aanbod af. Als ik zeg dat ik toch nog komkommer wil halen, neemt hij het kind op de arm en neemt vóór mij plaats in de rij. (Ja, mensen, ik ben zo'n irritante dame die nog snel even iets moet hálen als ze al bij de kassa staat). Even later laden de vader en ik onze door elkaar gemikte boodschappen in. Ik grap dat zijn  kind wellicht sigaretten wilde, omdat hij persé naar de servicebalie wilde. 'Anders doet hij nooit zo', is zijn weerwoord. Mijn grap wordt niet begrepen. 

Onderweg naar huis, passeer ik een rollator. De mandjes die dáárop zitten zijn weliswaar blauw, maar toch ook doorzichtig. De vrouw lijkt haar rollator bijna niet bij te kunnen houden. Ze heeft zes flessen wijn in het mandje. Misschien heeft ze zojuist haar goede voornemen, om voortaan van de fles af te blijven, geschonden en wil ze de gemiste alcohol van de afgelopen twee weken nu gaan inhalen. Bij de plaatselijke pizzeria gaf men klanten die hun pizza zelf kwamen halen ooit een fles wijn kado. Op zekere dag kwam er een man binnen die de pizzabakkers smeekten om dat kadootje niet meer aan zijn moeder te geven. 

In mijn ooghoek zie ik opnieuw de man die ooit eens grappig naar mij wilde zijn. Door iets op te merken over 'een gleuf' toen mijn pinpas weigerde. Ik kom hem echt overal tegen. Zou hij in het winkelcentrum wonen? Om zo zijn huis, waar het gas wellicht is afgesloten te ontlopen en zich te warmen in de winkels? 

Morgen is het 'Blue monday'. De dag waarop men veel kans maakt om in een depressie te geraken. De tips die Het Parool biedt om die de baas te kunnen bieden mij, maar ook de passanten vast weinig soelaas. Een hond om uit te laten heb ik niet, de wekker aan diggelen slaan zou maken dat ik te laat op het werk kom en uit eten zit er financieel ook niet echt in.

Dan rest me slechts één ding. Op tijd naar bed gaan. Voor niets komt de zon op. 
Ook al zal zelfs die zich komende week onder de dekens verstoppen.    

zondag 29 november 2015

Plastic soep van IS





Wat eten we vanavond?
Plastic soep!




En als toetje?
Een heerlijke plastic fruitsalade natuurlijk.



Je zou bijna denken dat de olie waar IS de heilige oorlog mee voert, zo goedkoop op de wereldmarkt komt, dat we van gekkigheid niet meer weten wat we er mee moeten.

Intussen laten we ons fijn inpakken met krachtige oorlogstaal.
Net als die rare vogels die met plastic soep hun honger stillen.

Met 5 december voor de deur heeft het ook wel weer wat fijns.
Al dat uitpakken.

zondag 22 februari 2015

Ben ik nu diep gezonken?

Eerst lag ik vroom op mijn knieën bij de afvoer in een studentenhuis, daarna zocht ik het hogerop en  timmerde een drie meter hoge kast in een oude pastorie, maar vandaag, op de dag des Heren, lag ik plat op mijn buik, op de grond.
Bij de prijsvechter.

Tien voor vijf was het. In het tochtportaal, dat onlangs was aangelegd, niet voor tochtvrije werkplekken voor de caissières maar om te voorkomen dat overvallers ten derde male zouden toeslaan, stonden een stepje en een roze peuterfietsje. De kinderen waren binnen, aan het winkelen met hun moeder. Er was ook nog een derde klant. Hij leek niet naar iets speciaals op zoek. IJsbeerde voor de lege broodkarren en zei in zijn telefoon: "Ze is twintig. De oudste."

"Mevrouw" hoorde ik, toen ik net besloot om geen gevulde koeken maar stroopwafels als alternatief rookwaar in mijn doos te gooien, "Mevrouw, kunt u daarbij?" Gedwee ging ik naast het jongetje op de grond liggen, schatte mijn armlengte in ten opzichte van het voorwerp dat het kind aanwees en viste toen een niet nader te definiëren stuk speeltuig onder de pallet met vruchtensap vandaan. "Dankuwel", riep het jongetje, huppelde weg, draaide zich om, lachte opnieuw een welgemeend dankuwel en verdween toen achter de schappen.

Peinzend over mijn verdere boodschappen, mijn boodschappenbriefje liet ik waarschijnlijk thuis op tafel liggen, kreeg zijn moeder mij in het oog. Een bijna verwijtende blik mijn kant op. Oei, dacht ik. Nu heb ik vast haar gezag ondermijnd. Ze had misschien even tevoren haar zoontje toegesproken met: "Dat krijg je er nu van, Delano/ Surrenderley" (of hoe heten al die mooie halfbloedjes die deze wijk bevolken), toen zijn speelding wegrolde onder de sappakken. Nu zei ze: "Heb jij effe geluk. Heb je wel dankjewel gezegd tegen die mevrouw?" Ik praatte voor mijn beurt: "Jawel. Hij zei het wel twee keer". Mij negerend sprak ze haar kind nogmaals toe: "Met twee woorden? Zei je 'Dankuwel MEVROUW?'" (Het valt niet mee om consequent te blijven met al die import-intellectuelen in de wijk). Braaf herhaalde het jongetje haar woorden. Reflexmatig zei ook ik beleefd: "Graag gedaan, meneer", en liep toen naar de kratten Schultenbrau.

Na drie pijpjes pils te hebben gepakt, liep ik langzaam terug richting vis, om het gesprek van de derde klant zo onopvallend mogelijk te volgen. De NSA is er niks bij. Want wat kletst die vent nou over meisjesleeftijden? Maar nadat hij het over "bloed onder je nagels" heeft, sluit ik een mogelijke handel in tienerhoertjes uit en druip af.

Bij de dooie beestenbak loop ik drie keer langs de weinig appetijtelijk ogende dooie kippen en varkens. In mijn gedachten galmt de tweet van Eetschrijver 'Geen volk eist zijn eten zo goedkoop als het onze'. Toch schuif ik het deurtje van de stoffelijke resten open en kies een pakje gemalen koeienkadaver. "Weg van de supermarkt", heet het boek van GJ Groothedde alias Eetschrijver. Maar ja, dit is de enige winkel die vandaag open is. En lekkerder dan mijn eigen vlees is toch nergens te koop.

De caissière kucht. De peuters rennen heen en weer. Moeders roept hen iets achterna. Dat mama haar bankpas nodig heeft of zo. Ik sta tussen haar en de bellende man bij de kassa. Er komen er twee pubers binnen. Ze gaan overleggen voor de schappen met chips.

Bij Proefkonijnen legde Bas Haring onlangs de stelling 'Geld maakt niet gelukkig' uit. Hij maakte het inzichtelijk door Valerio Zeno een bord met het hoofd van Leonardo di Caprio voor te laten houden. En zijn buurmannen borden van andere knapperds. Waarmee werd bewezen dat niet schoonheid of rijkdom an sich (on)gelukkig maakt, maar het verschil hierin met je buren.

Thuis voel ik me de koning te rijk. Met een grote krop paksoi, een worst met onduidelijke herkomst en basmatirijst en bier van de Aldi.

Proost!

zaterdag 20 december 2014

De haakjes en de Acas

Foto's aan haakjes, theedoeken aan haakjes, jassenhaakjes, ja, zelfs mijn tuingereedschap ga ik aan haakjes hangen. De muren worden dan wel één grote gatenkaas en de medeflatbewoners worden ook wel eens gek van mijn herrie. Maar, zo zei mijn bejaarde buurvrouw sussend in de supermarkt (Nadat ze vroeg: 'Wanneer is het nu eens afgelopen met dat geboor?) 'Het moet toch gebeuren'.

Efficiëntie is -hoe zeg ik dat een beetje diplomatiek- 'niet mijn meest in het oog springende kwaliteit'. Sterker nog, iemand zei me eens dat ik vast lid was van de ACAS; de Asociatie ter Complicatie van Affari Semplici, oftewel, de club die simpele zaken bemoeilijkt. Wat daar verder ook van zij. Ik sla hier dus alles aan de haak. Zelfs koffiekopjes. En waar kun je die haakjes beter vinden dan in het warenhuis dat van haar tot in de puntjes doorgevoerde efficiëntie een handelsmerk maakt. Precies, bij Ikea.

Aldus toog ik door de decemberstorm (nee, niet zielig, je kunt er overdekt parkeren, zelfs met een pakjedrager op het dak van je bus). Je wordt dan lekker droog naar de spullen geloodst waarvan je niet wist dat je ze nodig had maar die zo goedkoop zijn dat je ze niet kunt laten liggen. En ergens tussen de verlichting en de slaapkamers kun je je zelfs vol eten met Zweedse ballen en hotdogs. Er schijnen zelfs mensen speciaal naar Ikea te gaan om er te eten.
Maar het ging hier niet over kleffe hete honden, maar over haakjes. Waar ik mijn koffiekopjes aan ging hangen. Daar had ik al haakjes voor, maar niet genoeg (waarom een huishouden met één koffiedrinkend wezen twintig kopjes heeft, is ook een raadsel). Zelfs niet nadat ik, in een van te voren mislukte poging me vast te klampen aan iets dat voorbij is, met betraande ogen, alle planken, lampen en haakjes had losgeschroefd en had meegenomen uit mijn oude huis.

Ik zag mijn haakjes al hangen. Keurig aan de wand, met pollepels en bestekbakjes er aan. Maar, anders dan je zou verwachten bij een efficiënt warenhuis, er lagen geen haakjes voor het grijpen in het schap er onder. De gele man die ik om raad vroeg verwees me via de kantoormeubels terug naar de keukeninrichtingafdeling. Ik snap dat goed. Losse dingen die aan vaste dingen hangen, zijn moeilijk te definiëren producten. Lastig in de bedrijfsvoering.

En jawel, ook daar wanden vol stangen met haakjes. Van zeven en van elf centimeter. Hier wel een schap. Met opschrift. Van de grote waren er veel, het schap van de kleintjes, die ik wilde, was leeg. Een tweede gele man zag 'in het systeem' dat er  nog vijfhonderd moesten zijn. Toch niet een aantal dat je zomaar achteloos in je jaszak stopt, zei ik jolig. Hij liep terug naar de plekken waar ik al had gezocht. Tevergeefs.

Maar deze Lehti is niet alleen lid van de Acas (wie gaat er nu naar een warenhuis van duizenden vierkante meter voor een paar lullige haakjes?), ze is ook bekend bij de 'Organisatie der Obstinaten' (wie me wel eens heeft zien klussen, 'Buurman en Buurman' zijn er niks bij). Dus niks geen 'Laat maar meneer, ik kom wel een andere keer'. Nee, ik probeerde de beste man zelfs te verleiden tot het weghalen van showexemplaren. Voor mij. En toen, toen ging hij voor me op de knieën. 

Vastberaden haalde hij allerlei dozen uit de onderste schappen, zette ze op het looppad en verdween  toen zelf half in de kast. En zowaar, ergens op de grond achterin, vond hij twee begeerlijke zakjes met haakjes. De gelijkenis met mijn eigen huishouden is onthutsend.


Ik bedankte hem vriendelijk voor de moeite en de knieval en wenste hem veel succes met het vinden van de andere vierhonderdachtennegentig exemplaren.

Kopje koffie?

zaterdag 14 juni 2014

Een groen WK

Wat te doen zonder tv bij het WK? Gekweekte stekjes uitzetten natuurlijk! Probleem hierbij is echter dat in de bestaande perkjes de tomaat landjepik doet met de aardbei en de kool de radijs wil imponeren. Hoog tijd om opnieuw wat tegels uit de tuin te wrikken ten behoeve van nieuw groen. Geen sinecure met een gesneuvelde spade. Iedereen die wel eens tegels heeft verwijderd uit een strak bestrate tuin, weet waar ik het over heb. Kutklus.

Maar met behulp van wat wilskracht en flink vloeken krijg je ze wel klein. Da's trouwens ook een optie, de boel gewoon stukslaan. Net als ik gister met een muis deed, die me met bloeddoorlopen oogjes smekend aankeek terwijl mijn schattige huisleeuw hem terroriseerde. Hij kroop weg achter de munt en 'pets' daar kreeg het weer zo'n klauw. Piepend hopste het halve beest weg. Ik had mijn kat Isis moeten noemen. Een crimi op de buis is prima, maar als ik buiten in de zon geniet van thee met koekjes, hoef ik niet op de eerste rang te kijken hoe een muis wordt afgetuigd. Ik gaf hem dus de genadeslag. Niet met de schep, die was immers stuk, maar met een paal.

Na het versjouwen van de tegels en het verwijderen van het zand, (waar laat ik in vredesnaam al dat zand dat onder de tegels vandaan komt? Op een bult? Neuh, mijn kinders zijn de zandbak ontgroeid. Met een beetje pech wordt het dan een kattenbak) heb ik nu een mooie kuil. Waar nieuwe aarde in moet. Die er niet is. Naar het tuincentrum mag niet meer want ik heb te veel op om nog achter het stuur te kruipen. (Wie dacht dat bierdrinken is voorbehouden aan bankhangende oranjefans heeft het mis. Ha!)

Maar het is hier koopavond en de buurtsuper heeft sinds kort aarde in zakjes te koop. (nooit gedacht dat ik me daar nog eens schuldig aan zou maken: aarde in plastic!). Op straat is het uitgestorven, ik fiets midden op de weg en verheug me op het gebroederlijk met andere voetbalhaters langs de schappen zwalken. Zulks schept een band. Wat een simpele blik al niet kan zeggen: 'He makker, jij ook op de vlucht voor het oranjegeweld? Ja, dat zeggen we natuurlijk niet hardop, uit angst voor verkettering, maar wij begrijpen elkaar, jij ook sterkte thuis.' Maar ook in de Coop is men niet veilig: oranje kassières, oranje mandjes. Dat doen ze trouwens het hele jaar door! 

Met de nodige stuurkunst wandel ik met honderd liter tuinaarde op mijn bagagedrager weer huiswaarts. Even later staat de rucola, de radijsjes, komkommer, courgette en basilicum met hun malse steeltjes in de volle grond. Af en toe wordt ik opgeschrikt door een oorlogsschreeuw uit één van de omringende huizen. Verderop in de straat gaan een paar dronken jongens balletje trappen in de rust. Het klinkt zo opgetogen dat ik bijna denk dat Nederland voorstaat.
Mijn vriend appt: 4-1!
Toch niet voor Nederland?! sms ik terug.

Tja, daar kan de zelfs de grootste oranjeontkenner niet voor wegblijven. Ik fiets naar hem toe, plof op de bank, trek nog een blikje open en ik moet toegeven, dat vijfde doelpunt was wel mooi.

De volgende wedstrijd zitten we met mijn aardbeien achter de tv. Moet ie alleen wel nog even worden aangesloten.






zaterdag 29 september 2012

Unbeschreiblich weiblich*

Vrijdag is een prima dag om de vrouw uit te hangen. Door bijvoorbeeld te gaan koffiedrinken met soortgenoten. Maar dit eerste plan maakte bij mij plaats voor de aandrang om iets leuks te kopen. Voor mezelf. Welke gelegenheid ik gelijk te baat nam, want zoiets is een zeldzaamheid. Ik heb geen last van een tassenfetisj of schoenverslaving en eigenlijk heb ik ook een broertje dood aan passen. Altijd al gehad.

Als puber was ik wel eens jaloers op meiden die elk half jaar met hun moeder de stad in gingen om voor een paar honderd gulden hun garderobe te vernieuwen. Anderzijds leek het me een crime. Want nieuwe kleren betekende passen. En de enkele keer dat ik met mijn moeder gezellig ging winkelen in Delft of Den Haag, verliep ongeveer zo:

Moederlief zag vanuit haar ooghoek dat ik langer dan twee seconden bleef hangen bij een kledingrek (het liefst één dat pontificaal buiten op de stoep stond, zodat het overgaan van een drempel nadrukkelijk werd vermeden). Met een beetje mazzel reikte mijn hand dan, ja betástte ik met mijn vingertoppen zelfs, een kledingstuk. Als ze me dan voorzichtig attendeerde op de aanwezigheid van een paskamer, creëerde het uitspreken van dit woord een plotselinge afstand tussen mij en het mogelijk nieuwe t-shirt, sweater of broek: "Nee hoor, mam, ik vìnd dat niet mooi, hoe kom je dáár nou bij?" En als ik dan, bij hoge uitzondering, toch in mijn ondergoed in zo'n hokje stond (het is mij een raadsel hoe ze mij zo ver kreeg), constateerde ze vol ongeloof dat ik voor de gelegenheid mijn meest aftandse hemd droeg en waarschijnlijk ook niet de moeite had genomen me van te voren even op te frissen.

Fijn. Zo'n dochter.

Met vriendinnen 'stadten', is ook nooit wat geworden. Want ik ging met zestien jaar al het huis uit en liep even later, -vraag me niet waarom-, in nog aftandser kleren achter een kudde schapen (en een foute vent) aan. In een land waar men de onnavolgbare gewoonte heeft om zich minstens drie maal daags om te kleden. Quel horreur!

De kledingoorlog begon al als peuter. Een befaamde familieanekdote is die van mijn oma die op haar kleindochters zou passen om mijn moeder, die ziek was, te komen helpen. Oma was dol op ons en kwam graag. Ze naaide, wandelde, bakte brood en havermoutkoekjes maar ze stelde wel één voorwaarde, alvorens van Friesland naar Holland af te reizen: als ze míj maar niet hoefde aan te kleden. Mijn moeder is toen zelf maar uit bed gekomen om de strijd met monster Lehti te leveren.

Er waren meer 'meisjesdingen' die niet aan mij besteed waren. Zo weigerde de kapper me te knippen toen ik als kleuter wild om me heen sloeg. Hij wendde zich tot mijn moeder en zei: "Neemt u dat varken maar weer mee." Als ik nú kind was geweest, zat ik al lang onder de ritalin.

En ook nu ik -een soort van- volwassen ben, blijft het behelpen. Op mijn vorige klerenjacht, nam ik mijn minnaar mee. Hij is dòl op mooie kleertjes, geurtjes, schoenen. Híj wel. Toen ik me met drie te dure broeken terugtrok in een peeskamertje (haakjes! haakjes!, waarom zijn er toch overal zo weinig háákjes?) nam hij plaats op een krukje (Nee, beste lezer, het beeld van zo'n ongelukkige vent die om zijn vrouw heendraalt klopt hier niet. Deze man genóót) en hield hij een verplichte babbel met de winkeljongen: "Ze houdt niet van passen, meneer, haha", "Nou, precies, wat u zegt, dat hoor je niet vaak, ha ha." (Ja, halló, neem ik iemand mee om te voorkomen dat ik zelf in mijn slipje door de winkel moet voor een ander model, gaat ie me een beetje belachelijk maken! Oud wijf!) Na één broek had ik het wel gehad. Wat er verder in de schappen lag, gunde ik geen blik meer waardig. Boos beende ik de winkel uit. Mijn goed geklede begeleider kwam proestend van het lachen achter me aan.

Maar deze vrijdag zou ik de vrouw zijn! Vol goede moed fietste ik naar de kledingzaak. Die nog dicht was. De naastgelegen kinderkledingwinkel was gelukkig wèl open (uitstellen van pasgedrag?). En jawel, toeval bestáát, want daar stond de winkeljuffrouw van de zaak waar ik heen zou (we wonen hier eigenlijk in een dorp). Even later struinde ik alsnog onwennig tussen de tweedehands kleren.

'Wat is je maat?', vroeg ze (zou ze me al een tijdje hebben gadegeslagen?: 'Wat zou dat mens toch zoeken tussen de rekken met XXL?!'). Ik mompelde iets terug over 'mijn onderarm die in de taille moest passen'. Want ik wéét dat dus niet, hè, welke maat ik heb. De broek om je nek doen werkt ook prima, vooral om de paskamer te omzeilen.

Uiteindelijk heb ik me dan toch in een broek gehesen. Toen ik voorzichtig het gordijntje weer openschoof, klonk er eerst een veelbetekenend: "En?". Maar na bestudering van mijn bilpartij, zei ze dat ie me te wijd was. "Waar heb je die gepakt?... O, ja, dáár hangen de gróte maten." Om niet te snel toe te geven wierp ik eerst nog een blik in de spiegel. De broek was vies. "Nee," zei ze, "dat hóórt zo, dat doen ze expres (Ja duh, dat wist ik óók wel!), volgens haar had ik last van beroepsdeformatie. ("Dokter, ik zie schildersschimmen").

Ik weiger te betalen voor bevlekte kleren, dus dat ie te groot was kwam goed uit. Maar na het aan- en uittrekken van nog vijf broeken, kreeg ik zweterige associaties met mijn pubertijd. Voor de vorm bladerde ik nog even tussen de drollenvangers en pochte dat ik ècht wel wist dat die nu in de mode zijn. Weer mis! Zo'n zwemvlies tussen je benen is alweer passé. Zei ze. Vrouw zijn valt niet mee.

Tussen het bedienen van mij en de enkele andere klant, lepelde ze haar sla naar binnen. Zíj had vanmorgen wel eerst koffie gedronken met andere vrouwen. Drie cappuccino zelfs. Nu stond ze te stuiteren en had honger. Maar ze wist mijn minderwaardigheidscomplex wel te relativeren: "Ik heb er ook wel eens moeite mee hoor, met vrouw zijn." Verheugd vroeg ik wat haar zoal dwars zat: "Nou, ik schrijf in mijn agenda dat ik mijn benen moet ontharen, anders vergeet ik dat."

Dank je wel juffrouw Novy, broek en blouse passen perfect. Ik voel me weer helemaal vrouw!

(toen ik die avond ging douchen, zag ik dat ik alwéér was vergeten nieuwe scheermesjes te kopen.
Net als vorige week, en de maand daarvóór. Misschien moest ik ze eens op mijn lijstje zetten.)



De foto's zijn vijf jaar geleden gemaakt, bij een heuse sarto (kleermaker) Toscano. Daar schopten ze het tot bruidsjonkers. Gelukkig heb ik geen dochters.

*Voor de liefhebbers nog een link naar de bijbehorende en onverbeterlijke Nina Hagen. 
Naturträne, is ook mooi.

dinsdag 18 september 2012

Zestien centimeter

Nog steeds weet ik er de weg niet. Maar ik zocht kattenbrokjes. Voor kleine katjes. Goedkoper dan die van de dierenwinkel. Waar ik sowieso niet meer naar binnen durf, omdat de winkelman me daar vorige keer vijftig euri afhandig maakte door mijn schattige poezebeestjes allerlei engs aan te praten.

"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst.  Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.

Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.

Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.

"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek.  "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.

Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)

Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.

donderdag 7 juni 2012

Occuperry

8.45 u. Donderdagochtend. Gewapend met mijn beitels fiets ik langs de vismarkt. Waar tentjes staan.
Niet één of twee, maar wel tien, twintig. Terwijl ik me in het fietsspitsuur al slalommend een weg baan naar de plek waar ik mijn gereedschap weer scherp kan slijpen, overpeins ik het tafereel. En trek conclusies. Ongewild.

Tenten? Binnenstad? Dat is vast van de occupybeweging. Maar die stonden toch op dat veldje achter de mediamarkt? Met een hek er om heen en al? Zouden ze daar zijn weggejaagd? Er stonden wel 's bloemetjes buiten, en een in het gras geprikt bordje met: 'Als het milieu een bank was, was het al lang gered'. Of zoiets. Een klant van mij, die net is verhuisd naar een koophuis (ja zeker lieve lezers, er zíjn mensen die heden ten dage een huis kópen), en er van baalde dat ze haar pas gelegde, gave laminaat uit haar huurwoning moest slopen, gaf het toen maar aan de occupiers kado. Die waren er erg blij mee, zei ze. Maar ik vroeg me af, toen ze dit vertelde terwijl we de stand van zaken van de badkamer in haar nieuwe woonst doorspraken, wat moet men in vredesnaam in een tènt met laminaat? Of zouden ze het willen opstoken? Zal wel gaan stinken dan.

Ook dacht ik, op deze dag waarop het volgens de radioweermannen tien graden kouder is dan het moet zijn; 'wat moet een occupymens nu met zulke dure schoenen, zo'n nette jas?' En de tenten oogden ook al zo strak en nieuw. Occupiers waren toch meer van die rasta-, geitenwollen- en Chileens macramé types? En hoe moet dat morgen nu met de markt? Wordt zeker tussen de tentjes door opgebouwd. Of zo. Misschien is occupy wel synoniem voor 'dwalend rijkeluiskind dat met drie voortijdig afgebroken studies -'Het voelde niet oké, weet je'- plots de wereld wil redden met behulp van een dikke oudertoelage'. Maar dat ondertussen, na een koude natte winter in een klamme tent, zo enorm verlangt naar een echt huis, dat zelfs laminaat leggen in een tént een optie is. Zoiets dacht ik dus. In die drie seconden dat ik langs de markt fietste.

In de werkplaats besloot ik zelf de decadente klusser uit te hangen en de beitels te láten slijpen.
 
Heen en terug naar mijn werk nam ik via de autoradio kennis van wat er zoal werkelijk gebeurt in Groningen. Rond de beide markten. Er is geld tekort. Dus moet òf de herinvoering van de tram òf de aanpak van de zuidelijke ringweg worden geschrapt, burgemeester Rehwinkel zal vanmiddag de eerste Duitstalige gids voor Groningen presenteren bij het VVV-kantoor en het college van B&W wil dat de 'warenmarkt' (ik leer elke dag nieuwe woorden bij, even herkauwen hoor: 'wárenmarkt') op de Grote markt binnen vijf jaar zal verdwijnen. Ook hoor ik dat een grote tent van occupy kort geleden afbrandde. Dat zet mijn hersenkronkel omtrent het opstoken van laminaat in een iets ander daglicht. Deze hele alinea kan natuurlijk weg, iets met 'kill your darlings' of zo. Ik laat het lekker toch staan. Leuk voor later (waar gáát dit over?). Ik moet nog veel leren. Beitels onder een goede hoek slijpen bijvoorbeeld. Ook wat schrijven door te schrappen. Ook qua titels. Die mag de clou natuurlijk niet verraden. O ja, een clou. Een plot. Ook donderdagen hebben natuurlijk een middag. Waarop kinders èn beitels moeten worden opgehaald van leer- en werkplaats.

13.45 uur. Ik fiets opnieuw door de stad langs de Vismarkt. De tenten staan er nog. Naast elke tent wappert een rode vlag. Met witte letters. De stadscamping blijkt een actie te zijn van een plaatselijke sportzaak. Om zo haar nieuwste vakantieonderkomens onder de aandacht te brengen. Vanmorgen speet het me nog dat ik geen foto kon maken. Nu ben ik blij dat ik nog steeds geen camera heb. Had ik toch bijna gratis reclame gemaakt voor Occuperry Sport.

vrijdag 13 juni 2008

Wat koopt een Iraanse voor kleding?

Loopt ze het liefst in een strakke spijkerbroek met daarboven een topje met doorzichtige bandjes? Of zou ze liever dat mooie rode sexy jurkje kopen? Iraniërs zijn verzot op mooie kleren, maar in het winkelcentrum zelf, waar al dat moois wordt uitgestald, gaat er een grote zwarte cape overheen. Niet alleen de haren worden aan het zicht onttrokken, ook de dure kleding wordt zorgvuldig voor de buitenwereld, die geen naaste familie is, verstopt. De in het zwart gehulde vrouwen vergapen zich aan de uitdagende kleding in de vitrines. Hun kinderen dartelen intussen vrolijk rond in het ballenbad. Walt-Disneyfiguren op de muur overzien het geheel. Aan de andere kant waakt de strenge foto van de groot-ayatollah. Dezelfde als op de bankbiljetten staat.