Posts tonen met het label hoofddoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoofddoek. Alle posts tonen

vrijdag 12 juni 2015

Toiletten te Zanjan

‘Welcome to the Islamic republic of Iran’, staat op kolossale borden langs de snelweg naast reclame voor westerse automerken. Zwager Karim rijdt hard. Op de achterbank zitten Zohra en ik ingebouwd tussen koffers met Wibrakleren en paaseieren. De kleutertweeling klimt over ons heen en zo rijden we met ons zessen met honderdtachtig kilometer per uur noordwaarts. In de verte gloort Teheran. We zullen er niet heen gaan.

Om een uur of vier ‘s morgens wordt er getankt en houden we plaspauze in de buurt van Zanjan. Alles is nieuw, ik kan niks lezen, ik kan niks zeggen en ook nog niks kopen. Ik loop een brede trap op naar een bunker vol onleesbare graffiti die doorgaat voor sanitaire voorziening. Binnen zijn er wastafels met zeep en er zijn zelfs wat smoezelige spiegels. Ik heb nu de keus uit drie ijzeren deuren en ben gewapend met toiletpapier. Er kan weinig misgaan.

Ik duw voorzichtig de meest linkse deur wat verder open. De stront loopt me niet tegemoet, maar ik schrik. Daar zit een gehurkte dame. Ze ziet me gelukkig niet. Bij de tweede deur gebeurt hetzelfde. Maar deze dame ziet me wèl en als ik de krakende deur weer wil sluiten, rennen er drie vrouwen, gillend, met de hand voor hun mond, langs me heen naar buiten. Ik mompel nog ‘I’m sorry’, maar het mag niet baten.

Mijn eerste kennismaking met het land van de beroemde vorsten Xerxes en Darius, vindt plaats op een hurkwc! Buiten werkt mijn verhaal op de lachspieren van mijn reisgenoten. Ik krijg het advies voortaan even te kuchen voordat ik ergens binnenga.

We knabbelen kaas van de Groninger markt en delen de laatste appel. De kille ochtend toont de eerste silhouetten van de bergen aan de horizon. De lucht is droog.

maandag 9 maart 2015

IS op de fiets, Anne Frank en logica

Hij fietst voor me en mompelt iets onverstaanbaars.
Ik roep: "Als je wil dat ik je hoor, moet je mijn kant op praten."

"Die zullen wel een zware straf krijgen als ze die te pakken krijgen!"

A, ik verstond het!
Maar waar gaat dit over?
Het blijkt over IS te gaan. 

Ik -altijd bereid om de keerzijde van een schijnbaar simpele werkelijkheid te belichten- zeg: "Ja, maar wie moet ze straffen? Het leger en de politie zijn gevlucht en nu is IS daar de baas. Nu zijn zij degenen die anderen straffen. (Dat het leger, -mogelijk met hulp van Iran-, inmiddels weer bezig is met een comeback richting de olievelden laat ik maar achterwege) Je hand er af als je iets steelt, je kop er af als je iemand vermoord...."
 
Mijn politiek correcte hersenspoeling staat paraat voor het geval zoonlief zou tegenwerpen dat het straffen met de dood bij moordgevallen best ok is. Maar Kees steekt qua correctheid -of eigenlijk meer qua logisch denken- boven moeders uit. Volgens hem is het helemaal niet goed om iemand om moord met moord te straffen, dan wordt je immers zelf moordenaar en moet je daarvoor weer gestraft en zo blijft er niemand over.

Bij wijze van vrouwendag-staartje vertel ik ook dat vrouwen er niet zonder familiebegeleiding over straat mogen, geen eigen auto kunnen kopen, geen haren aan de buitenwereld laten zien.....
(dat ook orthodoxe, Joodse vrouwen hun eigen haar met een pruik bedekken, laat ik voor het gemak maar even achterwege).... "En als je dan kanker hebt?", vraagt Kees.


*Stilte*

(al fietsend tussen groene weilanden, visualiseer ik een kale, blootshoofdse dame te midden van een blauwe boerkazee) Kees vervolgt: "O, dan moet je zeker een pruik op en daar dan weer een sluier overheen."

' s Avonds zit Kees op de bank met zijn voeten in een sodabadje. Hij leest. Grote broer Leo oefent Pachelbel en Aardrijkskunde. Ik zing zachtjes en vertel over mijn Amsterdamse uitje van gister: met viereneenhalve Italiaan bezocht ik het Anne Frankhuis. Op het kaartje dat ik er kocht staan twee bladzijden uit het dagboek van het meisje dat zo graag schrijfster wilde worden. Tussen berichten over haar gewicht, sabotage, deportatie ('die sturen ze nu ook bijna allemaal naar Duitsland om te werken, zowel mannen als vrouwen') ook een stukje over vrouwenemancipatie: "Het is de strijd die er geweest is om de vrouw, dat die ook wilde studeren en dezelfde rechten hebben als de man. Want vroeger als de vrouw niet getrouwd was kwam ze meestal als oude hardwerkende sul bij een van haar broers in huis"

Kees denkt dat er een derde wereldoorlog komt. Ik zeg dat ik het niet weet, maar ook dat die er misschien al is, alleen niet in Europa. Om het dreigement van Griekenland moet hij lachen.

Later, in bed, zegt hij dat ie blij is dat hij hier woont, en niet in Irak, of Syrië.... of in Oekraïne. Ik ook. "Weet je", zeg ik, terwijl ik hem over zijn bol aai, "er zijn nu op de wereld heel veel andere kinderen die ook een kus van hun moeder krijgen. Ook in Syrië. Ook in Irak. Ook in de Oekraïne. Maar dan wat eerder (dat kinderen daar niet al om acht uur naar bed gaan laat ik maar achterwege), want verder naar het Oosten, of nee... later....of nee....... eerder", besluit ik uiteindelijk.
 "Dat heb je goed uitgerekend, of nee, dat heb je logisch bedacht, mama."

"Heb je ook wiskunde zonder cijfers?"
"Eh ja, dat heet geloof ik logica."

maandag 13 februari 2012

Beste Aaf en Sylvia,

.....en Arthur en Nelleke natuurlijk niet te vergeten,

Ja, dit is weer 's wat anders dan dat ik júllie bespiegelingen lees over kerstdiners, zwervers of het eindeloze ikke-getwitter. Of over serveersters die schrijver in spé blijken te zijn. Maar dat was dacht ik Giphart die daarover schreef, om geen hoge verwachtingen te hebben, compleet met waarschuwende ramsj-scenario's. Die zich wellicht weer had laten inspireren door Will Self. Maar ik deed het lekker toch: mezelf uitnodigen voor het boekenbal. Middels een aanhef-loze email. Waar Renske op haar beurt weer over schreef: wat voor boodschap geeft de briefschrijver over zichzelf mee bij de keuze hierin. Ik liet hem maar helemaal weg, die aanhef. En zet 'm bij wijze van nagekomen bericht boven dit logje. Als een teckel die nog wat nakeft: 'Sorry, dit hoort er ook nog bij.'

Maar vanwaar die mail? (nu volgt enige uitleg voor lezers die niet Noordervliet, Japin, Brandt Cortius of Witteman van achteren heten). Wel, jullie hadden daartoe opgeroepen. Om een kort verhaal in te sturen. Van maximaal vijfhonderd woorden. Over 'foute vrienden'. Of nou ja, oproep. Meer het tegendeel. Zo van: waarom zou een gevestigd schrijver concurrentie aanmoedigen? 'Bedreigend' en zelfs 'Paranoïde horror' las ik, toen het over het effect ging dat het leger aan getalenteerde, nooit gepubliceerde schrijvers kon hebben op het gevestigde soort. Zulke termen fungeren als lokaas om dat leger uit hun tent te lokken. Als toefje slagroom werd de winnaar uit 2011 ten tonele gevoerd. Want zíjn roman verschijnt binnenkort bij Prometheus. Laat dat nu nèt één van de uitgevers zijn die mijn manuscript retour zond. Zonder verdere uitleg, want, zo schreef mevrouw de la Rive Box, ze ontvingen bij Prometheus tientallen manuscripten per dag. Vermenigvuldig dat met zo'n vijftig uitgeverijen -grove schatting- en je zit al gauw op een kwart miljoen per jaar. Da's best een heus leger. Arme jury. Arme jullie.

O, wacht, nu bijt ik mezelf in de billen. Want niets ontsiert zo, als iemand die zich zichzelf afschildert als 'talent'. Zelfkennis, bescheidenheid, dàt is wat scoort. Wat best krom is. Want degene die, net als ik, een stukje instuurt, wil natuurlijk gewoon winnen. Dus laat ik die calvinistische soberheid vandaag gewoon lekker voor wat ie is en blaas mooi hoog van de toren.

Want ik ben niet alleen goed. Ik ben ook nog 's erg braaf. Vier tips gaf je, Sylvia. De dromen, heidelandschappen en dat verdwaalde paard heb ik dit keer dus niet gebruikt. En van je suggesties 'pluizig diertje' en 'seks', koos ik voor die tweede. Dat ligt me nu eenmaal beter. Ook gebeurt er 'iets ergs' (tip 3) en sloeg ik de tekst zelfs op (4). Sterker nog, dat had ik al gedaan. Het verhaal wàs er namelijk al. Ik had het hier alleen verwijderd. Vanwege de seks, hè. Want ik ben braaf. En dit is een kuis blog.

Maar er is toch een probleem. Want ik hield me niet aan het onderwerp. Heb ik wel vaker last van. Ooit zei mijn leraar Nederlands van het Haags Lyceum: 'Mooi verhaal, maar dat vróeg ik niet.' Ook hier en nu viert de verwarring hoogtij. Ik vind muizen waar ik moet loodgieten, verwar eten met politiek of zoek een verband tussen hangtieten en ayatollah's. En ik laat jou, Sylvia, zelfs oppeuzelen door mijn bijtgrage liefdesvogel. Zo, genoeg reclame gemaakt. Maar ik heb me dus niet gehouden aan de opdracht. Ben niet zo goed in 'foute vrienden'. Of het moet deze eikel zijn. Maar die ken ik verder niet. Dus werd het een verhaal over een ziekenhuis. En over seks. Niet over een paard. Zonder foute vriend. Maar wel met bloed. En dat stuurde ik gister bij die mail.

Vanmorgen las ik het nog eens over. En ontdekte een woord te zijn vergéten. Van slechts drie letters, maar toch. Het oogt slordig. Of is onvergeeflijk, zo merkte ik eens als lid van een sollicitatiecommissie. Gedrieën voerden we een discussie. Moesten we de briefschrijver die een dt-fout maakte nu wel of niet uitnodigen? Wat het werd, ben ik vergeten. Wel weet ik dat uiteindelijk niemand de baan kreeg. Ze waren allen ongeschikt. Om mijn baas te worden.

Maar ik vergat dus, ondanks het nalezen in uitgeprinte vorm van de ruim vierhonderd woorden (ja, aan het kwantitatieve criterium had ik wel gedacht), een heel wóórd.
Gooi ik dat nu dan maar op het net.
Nasturen is ook zo wat.
Moet mezelf niet àl te serieus nemen.
Hier komt ie:
'wat'

Tweede alinea, één na laatste zin.
Tussen 'hoort' en 'hè'.
Even cutten en pasten.
Sorry voor het ongemak, Aaf en Sylvia.

Zo, dat heb ik dan ook weer rechtgezet op deze miezerige maandag.
En nu ga ik een speurtocht uitzetten.
Voor Leo
Die vandaag elf jaar wordt.
Hoera!

Met vriendelijke groet,

Lehti Paul (nee, dìt is niet mijn echte naam)

P.S. Op internet staat dat jullie ook leeftijd en geslacht van de inzender willen weten. Had dat er in de krant van 1 februari dan gelijk bij gezet, beste mensen.
Ik ben een man van 83 en draag een hoofddoek. Zo goed?

vrijdag 13 juni 2008

Wat koopt een Iraanse voor kleding?

Loopt ze het liefst in een strakke spijkerbroek met daarboven een topje met doorzichtige bandjes? Of zou ze liever dat mooie rode sexy jurkje kopen? Iraniërs zijn verzot op mooie kleren, maar in het winkelcentrum zelf, waar al dat moois wordt uitgestald, gaat er een grote zwarte cape overheen. Niet alleen de haren worden aan het zicht onttrokken, ook de dure kleding wordt zorgvuldig voor de buitenwereld, die geen naaste familie is, verstopt. De in het zwart gehulde vrouwen vergapen zich aan de uitdagende kleding in de vitrines. Hun kinderen dartelen intussen vrolijk rond in het ballenbad. Walt-Disneyfiguren op de muur overzien het geheel. Aan de andere kant waakt de strenge foto van de groot-ayatollah. Dezelfde als op de bankbiljetten staat.