dinsdag 22 februari 2011

Jezelf uitzwaaien...

...anders kan ik het niet noemen. Natuurlijk ben ik wel vaker zonder man, kind of in een andere samenstelling dan met het gebruikelijke kerngezin op stap geweest. En de laatste zomers bivakkeerden Leo en Keesje, dankzij de vakantie-lat relatie van hun ouders, maar liefst zès weken in de zon. Kinderen, vliegticket en autosleutel werden na drie weken, ergens op een camping uitgeruild door pa en ma. Van de schaarse gezamenlijke nachten (en dagen) werd goed gebruik gemaakt om elkaars voorbije en komende afwezigheid te compenseren. Nooit geweten dat een tent zo heet kon zijn. En na een paar dagen werd in een andere samenstelling genoten van de één-oudervakantie. De andere ouder keerde huiswaarts. Back tot work. Een erg praktische oplossing voor het jaarlijks terugkerend gepuzzel met vakantiedagen. En ach, thuis zaten we toch al te veel op elkaars lip. Enig mogelijk nadeel was de wanhopige blik die op het gezicht van de campingbazen verscheen als de rekening moest worden opgemaakt. Zij wist niet meer wie er wanneer en hoe lang op haar terrein was geweest. Maar dat was vermakelijk. Het gevoel dat me vanmorgen bekroop was van een ander kaliber.

De avond te voren had ik, al fröbelend met eten, mijn moederplicht vervuld. Lunchdoosjes met komkommerkroontjes, koude pannenkoeken en kaasblokjes (oud voor Kees, jong voor Leo) werden afgemaakt met een ansicht vol rijmelarij over het te bezoeken vakantieland. Een kunstig gevouwen briefje van tien completeerden het pakketje liefde voor onderweg. Hoe crea. Ja ja, het duel om een vent kan zelfs de vorm van kaas aannemen. Uiteraard bleef ik 's avonds te lang op, zodat het 's morgens toch minder gezellig werd dan ik me had voorgesteld. 'Opschieten jongens, als je nog iets mee wilt, moet je het nú, ik bedoel dus NU pakken!'. 'Nee, liefje, zo veel knuffels kunnen niet mee.' en 'Hup hup, papa staat zo met de auto voor de deur.'

Klokslag half negen belt papa aan, hij maakt geen gebruik van zijn huissleutel, die hij nog altijd heeft, ondanks dat hij hier al maanden niet meer woont. Zijn nieuwe lief blijft in de auto wachten. Ik zoen mijn ex goedemorgen en druk hem een verse kop koffie in de hand. Terwijl ik de jongens in hun schoenen en jassen praat (veel bewerkelijker dan het even zelf te doen, maar ja, ze moeten het ook léren, toch?), ren ik zelf op sloffen naar de auto, om mijn werkschoenen te pakken. Hierbij duw ik per abuis mijn boezem onder de neus van mijn lieftallige opvolgster. Oeps. Als iedereen startklaar lijkt, neem ik plaats achter het stuur, om het nieuwe gezinnetje naar het station te brengen. Maar dan loopt Keesje nog even doodkalm het huis in met de woorden "Oh, ik ben me stifte vergete, eve zoeke hoor." Wat fijn om zulke relaxte kinderen te hebben. En ìk ben ook niet degene die de Alpentrein moet halen. Neem de tijd.

Met één hand aan het stuur en de autoradio een tikkie te hard, draai ik 'taxi Lehti' de parkeerplaats voor het station op. Ik wandel rustig naar de parkeermeter terwijl vader en zijn lief de koffers uitladen. Bij de trein omhelst Leo me innig. Hij zegt dat ie denkt me te gaan missen en oppert waarom ik niet gewoon mee ga naar de bergen. Dan brengt hij plotseling verschrikt uit dat zijn zonnebril nog in de auto ligt. 'Rennen', brult hij me paniekerig achterna, terwijl ik me een weg baan tussen de mensen op het perron.

Als hij me weer blij aankijkt, met zijn coole bril op zijn neus, zie ik alleen de weerspiegeling van mijn eigen maandagmorgenblik. Een laatste zoen, ook voor vader, schiet mijn opvolgster schijnbaar in het verkeerde keelgat, ze tovert prompt haar laptop tevoorschijn. Vader vingert zich alvast warm op zijn I-phone. Hun beider blikken staan strak op hun apparaten gericht. Wat een zegen moet die nieuwe technologie toch zijn voor al diegenen die zich op dergelijke 'non-momenten' geen houding weten. Als ik haar net iets te lang aankijk, verschijnt er een geforceerd lachje om haar mond. 'Take care of my boys.', zegt ik haar. 'Yes, I will.' Het is haar geraden.

Vanaf het perron maak ik ski-gebaren naar Leo -het lijkt meer op schaatsen- en teken ik smileys voor Keesje op het smerige raam. Mijn vingertoppen zijn al gauw pikzwart. Maar tekenen lukt zo des te beter. Kees probeert hetzelfde te doen maar aan de binnenkant is de trein wèl schoon. Ik zie hoe hij zijn mond wijd opent en blaast. Even later tekent hij een volmaakt hartje op het beslagen raam. Ik glimlach, richt mijn ogen ten hemel en vouw mijn handen voor mijn boezem. Kees lacht terug. Het verse stel lijkt niks te merken, of zouden ze wachten tot de trein wegrijdt ik eindelijk uit beeld ben? Ik gebaar dat de jongens hun jas uit kunnen doen en wijs naar de kapstok (hetzelfde spook van de zelfredzaamheid als bij het schoen aantrekken thuis, nog geen uur geleden). Zij neemt zwijgend hun jassen aan. Ze drapeert ze naast zich op de bank. Het is een geduldig en liefdevol gebaar. Wat een heerlijk relaxte vrouw.

Er wordt gefloten, sissend sluiten de deuren en langzaam zet de trein zich in beweging. Kees en Leo werpen kushandjes naar mij door het raam.

Elf uur later stuurt vader me een sms. Ze zijn goed aangekomen. En de groeten. De tot gister gebezigde kusjes waarmee werd afgesloten blijven veilig daar, ver weg, op vakantie, binnen het gezellige gezin. Dag dag!

dinsdag 1 februari 2011

Toeslagen terreur

Het gaat gebeuren. Vol vertrouwen maak ik een lijstje van regelzaken die deze morgen gedaan dienen te worden. Dat streept zo lekker weg als de dingen gedaan zijn. Het lijkt mee te zitten. Papieren zijn op orde, boekhouder voor vragen bereikbaar en zelfs de opzegging van de kinderopvang, net een dag te laat verstuurd, leverde een half uurtje na indiening een telefonische bevestiging op.

Dat versnelt de zaak nog meer, zo kan ik dit in één moeite door invullen op het digitale wijzigingformulier van de belastingdienst. De site waarop dit papier te downloaden is, is geen toonbeeld van efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid. Maar ach, denk ik, als het er te gelikt uit zou zien, zou dat ook van mijn centen zijn gedaan. Nee, het is juist goed dat sites van de overheid ietwat sober ogen. Dat ze traag zijn, neem ik op de koop toe.

Voor de zekerheid bel ik nog even met de dienst zelf. Die tot mijn verwondering direct opneemt: "Er volgt nu een keuzemenu", "sofinummer bij de hand", ach, u kent het wel.
Er wordt besloten met "En, had u verder nog vragen?" Ja ja, die mensen hebben tegenwoordig allemaal een klantvriendelijke anti-agressie training gehad. Maar ze kunnen me dus mooi niet helpen. "Nee, mevrouw dat moet u echt via onze site doen. Ook als het alleen het registratienummer betreft. In het uiterste geval kunt u ook nog persoonlijk langskomen." Ha ha, die is leuk, dus niet telefonisch, wel langskomen!

Ok, om het gevraagde nummer door te geven (zouden ze daarmee pedofielen buiten de deur willen houden), werk ik me eerst door namen, geboortedata en adressen heen. Of er nog iemand werkt, uitkeert, meebetaalt enz. Ik heb alle vier sofinummers bij de hand. Het loopt gesmeerd.

De vraag over het geschatte inkomen van mijn ex -waarmee ik nog wel toegeslagen partner ben via de fiscus-, sla ik eerst even over. Op mijn vraag wat ie verdient (en hoeveel bilharen ie heeft) volgt al snel zijn sms. Ik wil terugkeren naar een eerdere bladzijde, maar, zo waarschuwt men mij, dan gaan er gegevens verloren. Stel je eens voor hoe dat bij een papieren versie zou voelen. Je slaat een bladzijde terug en hopla, alle gegevens uitgegumd. Nouja, niks aan te doen. Wat mot dat mot en de deadline voor dat verrekte nummer was eergister, dus ik móet en zàl zal er doorkomen vandaag. Opnieuw namen, geboortedata en adressen invullen (stapeltjes belasting, contracten e.d. bij de hand). So far so good.

Mooi, nu komt de vraag of ik de opvang wil stopzetten. Ja dus, dat wil ik, maar niet een maand geleden, maar pas over twee maanden. Opzegtermijn, weet u wel. Mijn blijdschap dat ik er dit keer eens op tijd bij ben, in plaats van twee jaar te laat, slaat om als ik zie dat een maand van te voren opzeggen geen optie is. Ook goed, dan de tarieven en opvanguren maar. 'PLOP': 'het sofinummer van Leo kan niet hetzelfde als dat van Keesje zijn'. Oja, verkeerd gekeken zeker, maar weer terug dan. Ja, en nu krijg ik vast weer zo'n waarschuwing over verloren gegevens (alsof ze niet alles al van me weten daar). Maakt niet uit, nog even en ik ken alle data uit mijn hoofd. Oefening baart kunst.

Maar nee, geen waarschuwing dit keer. De bevoogdende fiscus gaat er van uit dat de gegevens voor Leo zijn afgerond. 'Plop': "Voor hoeveel kinderen, naast Leo (o, wat leuk, ze hebben de naam uit een eerder veld hieraan gekoppeld, wat goed zeg, lijkt de postcodeloterij wel), wilt u de opvang stopzetten? Huh, maar ik kòn toch niks stopzetten, waarom nu wel dan?. En waar staat de datum dan?

"Plop!" Een enquête. Of ik tevreden ben over de dienstverlening? Dit keer niet wegklikken Lehti, ik ga ze eens zeggen hoe slecht de site werkt. Het 'slechts één minuutje' voor het invullen is vooruitstrevend ingeschat, maar ik ben er wel mooi wat frustratie mee kwijtgeraakt. Op de plek waar het thuishoort.

Nou, nog maar weer eens tarieven, uren, namen en data van Keesje invullen. "Sofinummer kan niet gelijk zijn aan dat van Leo." Ja, mensen, dat schreven jullie net ook al. Maar Kees heeft het góede nummer, ik wil juist dat van Leo wijzigen, maar dat schijnt niet meer te kunnen. Wat nu? Ik kan niet heen, ik kan niet terug. En ik wilde alleen maar een nummer doorgeven!

Mensen, alsjeblieft, red me van de toeslagenterreur. Was die slogan niet iets met makkelijker en niet leuker? Ik vind dit verschrikkelijk onleuk! Misschien dat mijn werkloze ex kan helpen dit vreselijke programma van een dienst die over woningen (huurtoeslag), gezondheid (zorgtoeslag), kinderen en wat al niet meer van 16 miljoen mensen gaat, te verbeteren. Want zo kan ik natuurlijk nooit iets afstrepen van mijn lijstje. Weet je wat? Ik fiets er morgen even langs. Gaat honderd keer sneller.

zondag 12 december 2010

'Het'

Weet je het al?
Het is niet mis
Laat het toe,
het mag van mij.

Het is aan met haar.
Het is over met jou.
Je laat het gebeuren
Het valt me zwaar.

Vind je het fijn bij mij?
Is het niet meer wat het was?
Gaat het wel een beetje?
En wat wordt het nou?

Het lijkt me heerlijk.
Maar het valt niet te rijmen.
Het is niks gedaan zo.
En het is uit tussen ons.

Het gaat gebeuren.
Het gaat rond.
Het kan verkeren.
En het heeft wel wat.

donderdag 28 oktober 2010

In het park gebeurt het






Daar wordt geknuffeld, gespeeld, gevochten en gelezen. Afhankelijk van in welke levensfase men is. Misschien dat de oude man ook nog vrijt, en de moeder is wellicht te porren voor een robbertje vechten. Maar dat zag ik niet. Dit wel. In Spanje is het park de huiskamer waar jong en oud mag zijn.

dinsdag 6 juli 2010

Voetbalvogels



De blik van die man, likkend aan een ijsje, líjkt die nu zo dwars of is het verbeelding? 'Kijk mij hier nu, ik ben een man, ik loop op straat en lik aan een ijsje, kijk maar goed, jaja, ik ben een zeldzaam exemplaar.'

Naast hem bevolken alleen vogels nog het park. De kroeg waar ik heen wil is gehuld in oranje en de televisie staat er op straat. Het andere café is dicht. Er zit niks anders op dan me te verschansen in het verlaten plantsoen.

Daar zien meeuwen hun kans schoon en pikken pizzaresten uit de dozen die overbleven na een studentenpicknick, een paar uur eerder, toen het park nog vol was. Ganzen dobberen in de vijver, de straten zijn verlaten. Ik vraag me af of de vogels zo hard zingen omdat ze de voetbaltoeters willen overstemmen of omdat ze eindelijk eens het rijk alleen hebben. Op mij en de ijslikker na dan.

maandag 5 juli 2010

Op kamers zonder gereedschap


De stroommeter en draadstripper zijn nog niet retour, de auto heeft Frans al wel terug gebracht. Maar wat heb ik aan vervoer als ik geen gereedschap heb?! Dat ik tevens mijn hele voorraad fittingen en kroonsteentjes aan hem kado gaf, bij wijze van uitzet, is niet zo'n ramp. Die arme jongen heeft het per slot al zwaar genoeg om zijn nieuwe bestaan als kamerbewoner op de rails te krijgen. Maar ik vertik het om ook al het gereedschap nieuw aan te schaffen. Zijn telefoon geeft geen gehoor en tegen beter weten in, vraag ik de voicemail om mij het gereedschap per ommegaande terug te brengen.

vrijdag 2 juli 2010

Oranje erotiek

Lege snelwegen en uitgestorven supermarkten en doe-het-zelf-zaken op een gewone vrijdagmiddag? Weliswaar een boeldhete, maar toch, wat is hier loos? Heel Holland is zich aan het opladen voor de buis want Holland speelt tegen Brazilië. Als Nederland met 2-1 wint gebeurt het, dan volgt de ontlading. Het bier vloeit rijkelijk, er wordt getoeterd en gebruld. Maar er wordt ook omhelsd, geaaid en gezoend door honderdduizenden machomannen. Eindelijk màg het, eens in de vier jaar, als we winnen, mag elke man, elke andere man, omhelzen en bespringen. Al die lieve vrienden die elkaar het liefst teder in een hoekje in hun armen zouden willen sluiten of passievol zouden willen vastpakken, mogen elkaar nu met overgave omarmen. Wat een heerlijke ontlading moet dit zijn voor al die mannen die vastbesloten zijn hun hele leven veilig in de kast te blijven. Het is ze gegund. Leve oranje!

zaterdag 13 maart 2010

Kapotje met zout

We zitten zwijgend naast elkaar. Ik schakel naar de drie en hij kijkt peinzend naar buiten, wil iets zeggen maar weet nog niet goed hoe. Dan zegt hij: 'Heeft Gijs wel eens iets raars opgegeten?' Geschrokken maar vooral nieuwsgierig vraag ik hem wat zijn Poek dan wel opat. Hij antwoordt verbaasd en licht gepikeerd om mijn snelle reactie, waarbij ik zijn ingeplande vertraging in het aansnijden van het werkelijke onderwerp onderuit haal: 'Daar gaat het niet om!' Maar na nog een paar stoplichten zegt hij droog: 'Een condoom.'

Toen hij de dierenarts had gebeld had die aan de andere kant van de telefoon zitten gniffelen. Het advies om het beest te laten kokhalzen met behulp van een lepel zout had hij opgevolgd en korte tijd later kwamen er eerst asperges en vervolgens een condoom uit de kattekeel. Mission completed. Als het niet was gelukt had hij mij gebeld. Ik ben zeker van de ECI: Eerstehulp bij Condoom Indigestie.

Misschien ziet Marianne Thieme van de dierenpartij in dit voorval aanleiding voor een spoeddebat in de Tweede kamer. Staat er straks op de durex: 'Vóór, ná en tijdens gebruik buiten bereik van uw kat of hond bewaren.' Brrrrr.

dinsdag 16 februari 2010

Astrid Joostens verboden chocola

'Geil, dat vind ik nu echt geil, geil....' Steeds opnieuw laat Ruud de Wild het stukje herhalen. Astrid zou het hebben gezegd. Op tv nog wel. Het ging over gesmolten chocola dat uit een toetje loopt, als je het openmaakt, een toetje dat van buiten hard is. En zo was er al gauw een vrolijk bruggetje geslagen naar Joostens boek 'Verboden liefdes'. Over vreemdgaan, door vooral mannen natuurlijk, over 'de ware' en 'elkaar vinden' en over de reden van dit boek.

Ruud vraagt Astrid ernaar per telefoon. Ze had er een item voor tv van willen maken maar de geïnterviewden hadden niet in beeld gewild. Dan maar een boek. En zijzelf?, wilden de luisteraars natuurlijk weten. Nee, Astrid zelf was al jaren trouw aan haar vriend. Wel flirten, geen smsjes, wel verliefdheden, geen brieven. De zelf getrokken sexuele grens, ieders sexuele moraal, is weer een andere. En die 'open huwelijken', die waren volgens De Wild allemaal ongelukkig, dat was logisch.

Het interview is afgelopen en ik stap uit. Ik bel aan, ik sms, ik bel, op zijn mobiele nummers en thuis. Maar hij doet niet open, wil niet open doen. Of is in coma na te weinige uren slaap. Ik verdween hier een paar uur eerder, om zes uur 's morgens, om thuis mijn man af te lossen, die me gister, bij mijn vertrek, veel plezier had gewenst. Ik was ruim op tijd weer thuis geweest om hem uit te zwaaien naar zijn werk, broodtrommels te smeren en met de kleintjes te ontbijten. Als ik ze in de auto naar school breng, pik ik onderweg nog een klasgenootje op, die dreigt te laat te komen.
Ik gaap. Iets had me teruggelokt naar mijn eigen verboden liefde, naar de plaats des onheils. Maar de deur blijft dicht. Als ik langzaam zijn straat uit rij, de weg ligt vol ijzel, hoor ik op de radio dat Astrid Joosten naar haar voordeur loopt. Ze roept naar haar man om vooral niet open te doen, dat het voor háár is. Ze krijgt een chocoladetaart cadeau. Die moet alleen nog even worden opgewarmd, instrueert afzender Ruud haar door de telefoon, dan smelt ie van binnen.

maandag 8 februari 2010

Verse bejaarden, oude verhalen

Een jaar geleden kuste ik haar perkamenten wang en pakte iets lekkers bij haar uit de kast. (zie: wederzijdse zorg)
Nu neem ik mijn eigen thermos mee naar een zelfde soort flat. Ik moet de woning klaarmaken voor een nieuw oudje, bejaarde, dame op leeftijd...of hoe wil een vrouw van drie kwart eeuw worden aangeduid, die nog verre van levensmoe is maar wel toe is aan een kleinere woning?

De lift, de lucht, het gezoem van de openslaande deuren, alles lijkt op het huis van mijn oma, die er niet meer is. Maar zo vol als het bij oma was, zo leeg is het nog hier. Het huisje klinkt hol, het behang is vaal, het tapijt van de vorige bewoonster is zorgvuldig van de betonnen vloer gekrabt. Ik mag het opnieuw schilderen en stofferen. Zodat zij haar statige huis zal kunnen achterlaten, waar haar man stierf, waar haar boeken zijn, en die grote meubels, die nu weg moeten, anders past ze niet in de nieuwe flat.

'Nee', zegt de nieuwsgierig geworden buurvrouw, 'ik heb geen last van de bouwradio en dat mens aan de andere kant is ook nagenoeg doof, dus maak je vooral geen zorgen.' Even later belt de halfdove vrouw aan om te vragen of ik iets warms bij me heb. Pas zes uur en twintig liter latex later besef ik pas dat dit waarschijnlijk een omslachtige manier was om me uit te nodigen voor een kop koffie. Zo'n vrouw is misschien de hele dag alleen thuis en zit wellicht verlegen om een praatje.

Als ik na gedane arbeid bij de dove buuf aanbel, voor 'iets warms', doet ze de deur niet open. Opnieuw komt de nieuwsgierige buurvrouw over de galerij. Haar kleine keffertje loopt langs mij heen naar binnen, het lege huis in. Het hondje kan mijn werk wellicht beter inspecteren dan mijn opdrachtgever, want die is bijna blind.

Op de bouwradio wordt melding gemaakt van het burgerinitiatief van voormalige politieke vijanden Hedy d'Ancona en Frits Bolkestein. Het gaat over de zeggenschap over het beëindigen van je eigen leven 'als je vindt dat je leven af is.'

Terwijl ik de laatste verfspetters wegpoets vraag ik me af hoe dat zou voelen: 'af' zijn. Zou je dan ook niks meer te vertellen hebben? Of zou je denken dat anderen je verhalen niet meer willen horen of dat ze te oud of gedateerd zijn? En als er nog wel naar je wordt geluisterd, er nog oprechte belangstelling is voor je verhalen, zou je je dan toch 'af' voelen? Of zou ik dan, onder het genot van 'iets warms' met 'iets lekkers' graag vertellen over vroeger, van voordat mijn leven 'af' was. Over de boeken van de Beauvoir, mijn leven in den vreemde of zondagmiddagwandelingen, over liefdes, over inzichten?

Ik luister nu naar de vrouw met het hondje. Haar kinderen pikten elkaars vrouw in, en ze spreken elkaar nu niet meer. En de vent aan wie één van die kinderen haar koppelde ('je hoeft niet zo lang alleen te zijn, mam') heeft haar geld er doorheen gejaagd in de kroeg, zodat ze, berooid, alleen nog maar naar deze flat kon. Als ze mijn laatste kop thee uit mijn thermos heeft opgedronken zwaait ze mij uit tot ik uit beeld ben.

Zo lang er iemand luistert is niemands leven af.

maandag 11 januari 2010

De blikvanger van Doebai

Precies een week geleden, op de eerste maandag van dit jaar, stond er op de voorpagina van Trouw een foto van een groep mannen. Ze hebben zwarte haren, één draagt een mooi moslimmutsje en op hun bovenlip prijken pluizige schaamhaarsnorretjes. Het is er ook warm, in dat land, want de man die het meest prominent in beeld is, heeft de mouwen van zijn overhemd opgerold. Hij kijkt in de camera, zijn armen stijf over elkaar en lijkt, met één schouder naar de toeschouwer gedraaid, expres vóór de andere aanwezigen te willen gaan staan. Maar wat nog het meest opvalt is zijn blik. Hij houdt zijn hoofd licht scheef en heeft een flauwe glimlach, die twee hazetanden ontbloot, zijn oogleden staan een beetje lijzig. Hij kijkt niet geschrokken, angstig of agressief, nee, het is een blik die de kijker moet verleiden en, in dit geval, misschien de maker van de foto. Dit is een flirter, een haantje, iemand die alles wat hem aan zelfverzekerheid rest in de blik legt en ook, al dan niet bewust, de kijker het zicht op de concurrende haantjes ontneemt. De fotografe moet haast wel een vrouw zijn.

'Gevangen door schulden in Doebai', luidt het onderschrift. De mannen zullen dus wel weinig loslopend vrouwvolk tegenkomen, en zeker niet één die een camera op hen richt. Maar ik vermoed dat vrouwen, vooral onder buitenlandse persfotografen, zeker in islamitische landen, in de minderheid zijn.

'Jetteke van Wijk', prijkt er onder de foto. Een nadere uitleg over het wel en wee van de geportetterdden leert me dat de man met de geile blik inderdaad niet het onderwerp is, maar de mannen die hem links en rechts flankeren, waar hij pontificaal voor is gaan staan. Gulwahab uit Pakistan en Robiul uit Bangladesh. Beide als werkloze gastarbeiders in Doebai. 'Ze kunnen hun familie niet onder ogen komen' en blijven dus in hun gastland.

Op diezelfde 4 januari werd de grootste bewoonde pik ter wereld onthuld; een toren van 800 meter hoog. Talloze gastwerkers uit Zuid-Azië werkten er aan mee. Drie miljard euro kostte deze blikvanger. Vijftig miljard euro is de schuld van Doebai. Het voornaamste doel is om in beeld te komen.

vrijdag 8 januari 2010

Onthaasten op donderdag

Vanmorgen voelden de voorste delen van mijn hersenen nattigheid toen ze de combinatie 'in bed + buiten al licht' hadden geregistreerd. Het leek niet in overeenstemming met het dagritme zoals dat in mijn diepere grijze cellen leek te horen. Maar gut, wat voor dag was het eigenlijk? Juist, een doordeweekse donderdag.....alle gezinsleden hebben zich dus collectief verslapen! Paniek!

Hetgeen resulteerde in staccato commando's (jongens opschieten, brood smeren, melk drinken, tas/jas/muts pakken!), gejengel over ritsen die niet dicht wilden (ik wil die broek niet aan!) en chocopasta op slaperige wangetjes. De fietsketting lag er af, het knmi-advies (ga de weg niet op als het niet echt moet!) sloeg ik in de wind en ik liet iedereen instappen aan bestuurderskant (vastgevroren sloten) van de witbesneeuwde auto.



Na het record 'van-bed-naar-school' te hebben gebroken merkte de buuf droog op dat men in verslaapgevallen het beter rustig aan kan doen, want dat de strijd dan toch al als verloren beschouwd moet worden. Hoe waar! Zoals mijn leraar psychologie ooit zei: 'Àls je te laat komt, doe het dan ook goed; vijf minuten is gewoon dom, met een uur is het pas serieus.' Maar de stress waarde al rond na het ontwaken uit een voor iedereen veel te korte slaap (i.v.m. met zware nachtelijke gesprekken met nachtbrakende puberkinderen)



Bij gebrek aan werk in verband met vorstverlet besloot ik het advies van de buuf alsnog ter harte te nemen. Ik ging onthaasten in de dichtstbijzijnde super. Loom liep ik langs al het uitgestalde eten en nadat ik me thuis van mijn besneeuwde schoenen had ontdaan, kroop ik met een verse kop koffie achter mijn krant. Genieten.

donderdag 7 januari 2010

De herkansing

Entertainment mag enige spanning geven maar wel zodanig dat je als kijker nog lekkerder onderuitzakt op de bank en het gelukshormoon vrij spel krijgt in ons lijf. En inderdaad maakt Prem, in de eerste aflevering van 'De herkansing' gewag van 'de kerstgedachte' als hij zijn zielige vogeltje weer op de rails zet en alle -voorheen weinig coöperatieve- betrokkenen van zijn gelijk overtuigd. Daar kan de kijker, zo in de eerste week van het jaar, uitbuikend van de feelgood movies die over ons waren uitgestort, niet genoeg van krijgen. En het moet in deze tijd natuurlijk snel en efficient. Probleem benoemen > probleem oplossen > happpy end. Daar kan geen supernanny tegenop.

Het vogeltje in kwestie heet Ieteke, de moedervogel oogt nog zieliger en de redder is dus Prem Shivram Shaw Radhakishun. Een man met evenveel rollen als namen. Ik doel hierbij niet op zijn beroepen, nee, hij oogt in de aflevering zelf als bedenker, producer, regisseur en superheld tegelijk. Jeugdzorg faalt, evenals de school en ook moeder moet het ontgelden, al kan deze laatste daar weinig aan doen. Ieteke, het ineengedoken doch blijkbaar straalverwende meiske, zal en moet op school terugkeren, dat is Prems plan. Eerst laat hij haar zeggen dat de moeder niet steng genoeg is en al haar hele leven zwak ziek en misselijk is. Ja ja, die kennen we, ik ben als puber niet in staat mezelf een rem op te leggen, dus is het de schuld van moeke dat ze me niet aan de kachel vastbindt om me weg te houden bij mijn foute vriendjes. Nee, mama kan niet tegen me op en ik wil naar Vlieland. Zo gezegd, zo gedaan.

In de volgende shots bewonderen we Prem aan de reling van de pont naar Vlieland (zijn haren wapperen in de wind. Daar staat duidelijk een man met een missie, gelijk Colijn in de crisisjaren, alleen de oliejas ontbreekt), bij de school en het potentiële gastgezin van Ieteke, dat een kwartier bedenktijd krijgt om...precies!...'JA' te zeggen.

Prem laat steevast zijn tegenspelers hun eigen zegje doen als hij ze heeft gewonnen voor zijn plan. Allen praten met zijn woorden. Dat hierbij instanties er de woorden 'naar alle waarschijnlijkheid' aan toevoegen, i.p.v. een daadkrachtig 'Ja, we doen het' laten horen, is natuurlijk koren op de molen van de criticasters van jeugdzorg ('Zie je wel, ze dúrven niet en kúnnen niet', lees de reacties van lotgenoten op de NPS site er maar op na).

Dan Prem, dat is pas een man met ballen. Weg met dat softe gedoe! Kennis over psychiatrische stoornissen, het gezinssysteem waar Ieteke zich bevindt, het doet allemaal niet ter zake. Ja, het woord 'dossier' wordt wel door Prem genoemd, maar zó dat het wordt ontdaan van een functie, dossiers zijn namelijk suf en saai. Het wordt niet gezegd, maar het druipt er van af. Er moet actie komen. Op schóól zal ze komen, en wel meteen!

Eenmaal terug op Ietekes kamer (Prem had haar eerder nog even les gegeven in het opschudden van kussens) liet hij haar raden of de school haar wilde aannemen. En ook mag ze gissen of de ouders van haar beste vriendin haar in huis willen (alsof het bij weigering tot een uitzending zou komen. En, als Ieteke wèrkelijk verrast was, het meisje in kwestie niet allang via hyves, msn of sms op de hoogte was gebracht). Jammer voor Prem dat Ietekes: 'Ja, èècht', niet wordt gevolgd door een snikkende dankbetuiging aan haar reddende engel. Maar de voice-over maakt er nog wat moois van.

Dan volgt, op het moment dat de school begint, toch nog die door Prem zo gewenste omhelzing tussen Ieteke en haar moeder. Nog even een highfive en de boodschap 'verknal het niet meid', en daar gaat ze, in de donkere nacht'. Allemachtig, wat heeft Prem dat toch slim gedaan. De verpakking is daadkracht en liefde. De boodschap is: pubers zijn zielig, GGZ is traag, jeugdzorg idem en ik ben de held. Hulde. En de kijker doet met betraande ogen nog een graai uit de chipszak.

Maar de werkelijke boodschap is dat de in de ogen van Ieteke toch al zwakke moeder nu het stempel van compleet onbekwaam krijgt. Dàt is het voorbeeld dat de dochter krijgt. Hoe veel méér had Prem kunnen winnen door minder eigen scoringsdrift ten toon te spreiden en moeder meer het heft in handen te geven, handvatten te geven, háár haren in de wind te laten wapperen. Moeder had dan een beetje aanzien kunnen terugwinnen in de ogen van haar dochter, en misschien wat zelfvertrouwen. Maar dat was geen mooi entertainment geweest, het liet de kijker misschien zelfs met het onbehaaglijke gevoel zitten dat die zelf ook iets kon bijdragen aan de benarde situatie van zichzelf, buren, of bekenden die er zelf maar moeilijk uitkwamen. Aan de gecompliceerdheid van de werkelijkheid waar we allemaal deel van uitmaken en een bijdrage aan leveren. Nee, nuances passen niet bij volksvermaak en is slecht voor de kijkcijfers.

Lang leve het entertainment!

dinsdag 1 december 2009

Werklui versus welzijnwerkers

Ik schilder het kozijn voor huis. Het is de laatste maand van het jaar. Weliswaar de eerste dag ervan, maar toch. Het is niet guur en niet koud, eerder warm vandaag. Ik was mijn klus vroeg begonnen. Maar de werklui van de overkant waren me uiteraard vóór geweest. Die waren al uren eerder in de weer met dakpannen, kitspuiten en raamlatten. De rode mannen werkten op het dak, de witte op de steigers en er waren ook groene mannen. Die namen de hekjes en tuintegels voor hun rekening.

De nieuwe kozijnen die worden geplaatst zijn van kunststof. Praktisch, hoeft nooit meer een laag verf op. Ook de groene mannen nemen geen halve maatregelen en trekken met een graafmachine een rij coniferen uit de grond, ontwortelen berken en leggen er perfect egale betontegels voor in de plaats. Lekker makkelijk voor de nieuwe bewoners.

Of het mooier is weet ik niet. Terwijl ik me uitleef in het zo strak mogelijk afwerken van mijn kozijn, wandelt er een oude bekende voorbij. Hij is grijzer geworden. Hij loopt met zijn fiets aan de hand te genieten van de ochtendzon. Tien jaar geleden bestierden we samen een huis dat aan jeugd vertier moest bieden. Het reageren op overlastmeldingen van de politie en het werven van vrijwilligers vanuit 'de doelgroep' was ons werk waarvoor we betaald werden. En vergaderen natuurlijk. Allemachtig wat heb ik een hoop genotuleerd in die tijd. Opschrijven wat werd gedaan. Voor het archief. 'Wie dit leest krijgt een zak drop', schreef ik eens middenin een verslag. Ik was slechts één portie drop kwijt. Het team bestond uit meer dan tien mensen.

Het resultaat van dat welzijnswerk was moeilijk meetbaar. Om daar toch wat van te maken werd er nòg meer opgeschreven. De 'doelgroepvrijwilligers' keken met scheven ogen naar de managers die er voor werden betaald om aan geldschieters uit te leggen hoe goed we ons werk deden. Hoe onmisbaar het toch was wat er in het honk gebeurde.

Mijn oud-collega neemt de door mij aangeboden koffie aan. We kijken samen naar de gestaag vorderende arbeid aan de overkant. Werk dat wèl meetbaar is, waar wèl precieze offertes voor gemaakt kunnen worden, materialen, manuren, vierkante meters, pallets met dakpannen, isolatieplaten. Eén van de groene mannen, blijkt een voormalig vrijwilliger te zijn uit het jeugdhonk. De jongere is nu ouder.

We beoordelen ongegeneerd het resultaat van de werklui. Een kop koffie in de hand. Een minivergadering van geflopte welzijnswerkers op de stoep. We zijn het nog niet verleerd. Alleen de notulist is er niet. Of toch wel? Zie de tekst hierboven.

dinsdag 13 oktober 2009

Justitianus, heilige Irene, de maagd Maria en Allah


Als Romeinse keizers opdracht geven tot het bouwen van een kerk.
Waar je dan dus gewoon vóór staat.
En dan te bedenken dat die Constantijn, of dan toch in ieder geval Justitianus (het eerste bouwwerk, van twee eeuwen eerder, brandde af) hier ook ooit heeft moeten staan.
Dan wordt geschiedenis tastbaar.
Magisch.



Maar we kunnen er niet in. Deze kerk uit de vierde eeuw is maar zelden open. Dit in tegenstelling tot Irene's grote zus, de Hagia Sofia, die, op het Topkapipaleis na, de grootste toeristenattractie is van Istanbul. Maar die heet officieel dan ook geen kerk meer, maar moskee. En zo prijkt er 'Allah-o-Akbar' naast het gouden mozaïek van de heilige maagd Maria. En de keizer naast Jezus. Ook een soort goden, toch?

dinsdag 29 september 2009

Bejaarden achter de tralies

Er waren eens twee oude mannen, beide in het herfst van hun leven. De één aan de vooravond van zijn pensioen, de ander zou gehuldigd worden. Ze zouden de vruchten plukken van hun inspanningen, in de schijnwerpers staan. En dat deden ze deze week beide, de krant halen. Ze hadden het aan kunnen zien komen, waren gevlucht geweest maar hadden zich redelijk vrij gewaand. Maar justitie slaapt blijkbaar niet in tijden van crisis en pakte de mannen op.

De slachtoffers van man één waren politieke tegenstanders geweest. Hij had ze naar de plaats van bestemming gevlogen en daar waren ze in zee gegooid, levend. Hij had zich gevestigd in Nederland en was genaturaliseerd. Nu, dertig jaar later, was hij gearresteerd in Spanje en het land waar de misdaad was gepleegd, Argentinië, vroeg om zijn uitlevering. Zou deze man ook mij naar mijn vakantiebestemming hebben gevlogen, en heb ik wellicht voor hem geapplaudisseerd nadat hij de airbus veilig aan de grond had gezet in Thessaloniki of Montpellier, luchthavens waar je vlak voor de landing zo mooi laag over de zee scheert?

Het slachtoffer van man twee leeft nog. Ze is intussen een vrouw van in de veertig. Destijds een meisje van dertien. Hij had haar gedrogeerd en verkracht en, voordat hij achter de tralies kon verdwijnen, was ook hij over de grote plas gevlucht, naar het vrije Europa. Voor hem was het Frankrijk geweest waar hij zich had schuilgehouden. Hij schreef veel en zou een prijs krijgen voor zijn ouvre. Maar in Zwitserland wachtte hem iets anders. Hij komt nu alsnog voor rechter.

Gaat het om het aantal slachtoffers, is het schrijven van boeken een nobeler bezigheid dan het rondvliegen van vakantiegangers of gaat het om de houding van de dader? De piloot die geen berouw toonde, zelfs trots scheen op hetgeen hij deed en de schrijver die een schikking trof met het slachtoffer? Over de arrestatie van de eerste wordt in ieder geval met meer vanzelfsprekendheid geschreven dan die van de tweede. Maar het was toch juist de schrijver geweest die het meisje in zijn volle vrijheid had verkracht, of was hij slaaf van zijn eigen lust geweest? Ik neem aan dat dit niet gold voor de piloot, die zijn orders kreeg van het leger.

De moraal van het verhaal zal wel zijn dat misdaden wel kunnen worden toegedekt maar in ruil voor dat stilzwijgen wordt ook van de dader enige terughoudendheid verwacht. Mannen die iets op hun kerfstok hebben, kunnen zich maar beter iets nuttigs doen, in plaats van wegrotten achter tralies. Alles wordt gedoogd zolang men zich dienstbaar maakt. Een soort levenslange werkstraf dus. Maar wie gaat pochen of wil gaan genieten van zij oude dag heeft het mis. Hen wacht water en brood in plaats van uitrusten in een villa aan zee.

vrijdag 5 juni 2009

Na de rode dag

Het rode zeil wordt opgerold. De hokjes afgebroken, de potloden gaan terug in een doos.

'Aan geen enkel land kan democratie worden opgelegd. Maar dat vermindert mijn steun niet aan regeringen die de wil van het volk weerspiegelen,' Aldus Obama gister in zijn speech op de universiteit van Caïro.

Ik blader verder door de krant en twee foto's trekken mijn bijzondere aandacht; één van een synchroon vlaggende menigte en één van opeengepakte vluchtelingen op een gammel bootje. Andere plaatsen, andere mensen, beide groepsgewijs. Voor het gemak neem ik aan dat het ene plaatje is geschoten in een oord waar het met 'het respecteren van de wil van het volk' niet zo best is gestemd en dat de opvarenden op de andere foto ook uit een dergelijk land komen. De broer, zus, neef, studiegenoot van de vlaggers/opvarenden ging ook de straat op met een vlag/ook met die boot mee. Want dat was goed, zo zeiden ze. Wie zelf durft na te denken, wie oproept iets eens van de andere kant te bekijken, vragen stelt bij het vlaggen of liever thuis blijft, valt al gauw buiten de groep. Zijn we dan allemaal schaapjes?

Hier is wèl sprake van een democratie en gister kleurde ik op de valreep het rondje voor de politica van mijn keuze rood. Op de hoek van de straat ruimden een paar schilders hun steiger op. Op het terras voor het stemlokaal dronken mensen een biertje. Geld verdienen en het uitgeven, is dat voor de meeste mensen op deze aardbol niet de voornaamste reden van bestaan, de drijfveer om verandering te willen of naar elders te togen?

Obama: '(...) ik zeg speciaal tegen de jongeren: jullie kunnen deze wereld opnieuw opbouwen. Wij zijn allen maar korte tijd op aarde. De vraag is of we die tijd gebruiken om verdeeldheid te brengen of om een gemeenschappelijke grond te vinden voor een toekomst voor onze kinderen.'

In Caïro wordt de Amerikaanse vlag gestreken, de rode loper voor diens president opgerold. Het opkomstpercentage van de verkiezingen hier, kwam nergens boven de vijftig procent.

Waarschijnlijk zijn hier mensen aan de macht die de wil van het volk weerspiegelen; beetje geld verdienen, en het elders weer lekker uitgeven. Trouw bevestigt het: 'Van klant Jan (79) hoeft het ook niet, hij komt vloerbedekking kopen en bekommert zich niet om Europarlementariërs die hij toch niet kent.' Jan heeft straks zijn eigen rode loper thuis. Van zijn zelf verdiende centen, om mee te pronken bij de buren. Meer heeft hij niet nodig.

Er is niks meer om voor te strijden en iemand die verkondigt dat dit wel zo is, die verdeeldheid zaait, kan wèl rekenen op een grote aanhang: 'We worden nog veel groter', lichtte de blonde man op de buis zijn zege toe. Zijn strijd tegen de islam slaat kennelijk aan.

Obama begon zijn speech met een vredesgroet: assalaam aleikum. Hij vertelde over de tijdloze poëzie, kalligrafie en plaatsen van contemplatie die de moslimgemeenschap ons heeft gebracht.

Durft te denken.