Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen

zaterdag 28 januari 2017

Over het herinneren van heldinnen

De vuurwerkresten zijn opgeveegd. Voor de gretige inkopers onder ons rest de vraag wat met de overgebleven knallers te doen. Ergens wegstoppen. Maar mag dat wel? Weggooien is ook zo wat. Zodra je het hebt opgeborgen op een plek waar je de komende 364 dagen niet zult kijken, weet je vrij zeker dat je het op 31 december van dit jaar niet meer zult vinden. Maar dat is van later zorg.

De doden van 2016 zijn betreurd. Bowie, Prince en Leonard Cohen. George Michael, Toots Tielemans en onze eigen Peter van Straaten. Zomaar een greep uit een lijstje namen van mensen die het afgelopen jaar het leven lieten. Wat me in zulke rijtjes steeds opvalt, is de oververtegenwoordiging van mannen. Ok, toegegeven, mannen sterven eerder dan vrouwen. Maar dan zou statistisch gezien alleen de leeftijd waarop is gestorven afwijken. Houden vrouwen soms minder van schijnwerpers? Of ligt de oorzaak bij degenen die de idolen maken, bij ons? Wat Cruijff betreft kan ik de reden wel bedenken. Mannenvoetbal trekt nu eenmaal meer kijkers en dus sponsoren. Is de overaanbidding van mannelijke helden dan alleen een kwestie van geld?

Sinds kort pronkt op de sweater van mijn puber de strenge kop van Muhammad Ali. Dat vindt vast niemand raar. Een idool op je shirt mag. Ook als ie nog onder ons is. Michael Jordan of LeBron James. Niks mis mee. Tot het tegendeel is bewezen. Zo zou ik met OJ Simson meer moeite hebben. Maar waarom zijn het allemaal kerels? Je zult niet gauw een vijftienjarige met Amy Winehouse zien rondlopen. Of, waarom het ook bij de dames niet zoeken onder de nog levende sporthelden, wat dacht u bijvoorbeeld van Lucia Rijker? Voor het geval er geen lichtje gaat branden, help ik u even op weg. Deze nationale sportheld speelde een hoofdrol in de met een Oscar bekroonde 'Million dollar baby' van Clint Eastwood. Een film die goed was voor vier Oscars en twee Golden Globes. Rijker zelf behaalde maar liefst zes wereldtitels in het boksen en het kickboksen. Ze nam ook deel aan de documentaire met de veelzeggende titel 'Shadow boxers'.

Hoe groter de roem, hoe vaker een bijnaam. Zo draagt Badr Hari de naam 'Golden boy'. Lucia Rijker moet zich tevreden stellen met 'Lady Tyson'. Een naam die is afgeleid van een -uiteraard mannelijke- bokskampioen. Die net als Hari weliswaar in aanzien is gedaald, maar toch tot ieders verbeelding spreekt. Overigens zei Rijker in december 2016 dat ze Hari maar 'slappe hap' vindt. Kickboksen van nu heeft volgens Lucia alleen nog maar met het 'grote geld' te maken. Tja.

Of kent u Mariele Kruse? Ook zij won meerdere wereldtitels in het kickboksen. Hoger kun je niet komen. Dat deed de eerder genoemde Hari ook, maar hij moest enkele titels weer inleveren vanwege onsportief gedrag. Over Mike Tyson zullen we het maar niet hebben. Overigens heeft Google wat moeite met de juiste spelling van Mariela.

Nu heeft boksen me nooit zo beziggehouden. Veel verder dan het wassen van de trui met Ali er op, reikt mijn band met deze sport niet. Maar het blijft natuurlijk vreemd dat het horen van de naam Hari meer herkenning oproept dan Kruse of Rijker. Zou het dan echt alleen een kwestie van geld zijn?


Mijn goede voornemen is om de vrouwen die ons ook dit jaar ongetwijfeld zullen ontvallen, meer in de schijnwerpers te zetten. En dan mik ik niet op 'shadowwomen' als Nancy Reagan. -hoe triest is het dat wij en masse haar meisjes- en artiestennaam vergaten- maar meer op beroemdheden als Zsa Zsa Gabor of de fantastische schrijfster Helga Ruebsamen. Als we de vrouwen die komend jaar de pijp aan Martina geven, wat meer aandacht geven, kunnen we hun kijk-, lees- en verkoopcijfers wellicht alsnog een boost geven. Niks draagt meer bij aan je succes dan doodgaan.

Ik zal een paar sterretjes voor ze branden. Of, als ik die nog kan vinden, een keukenmeid voor hen door de straat laten gillen. En om er voor te zorgen dat heldinnen ook op toekomstige lijstjes prijken, kunnen we nu vast beginnen met de nog levende legendes beter voor het voetlicht te brengen.

Doet u mee?

maandag 25 april 2016

De jeugd van tegenwoordig heeft recht op meer bloot!

"Ik kijk nooit tv", zei ik stoer.
"Jawel, je kijkt elke avond tv", wierp Kees (11) tegen.
"Ik krijg vaak genoeg kijktips van je" deed zijn vader er nog een schepje bovenop.

Ik bond in. Ze hadden gelijk. Ik kijk eigenlijk best vaak. Naar 'langs de oevers van de Yangtze', of naar '3 op reis' en onlangs zelfs naar 'Het beste Brein' (waarbij ik bij het rekenonderdeel volledig door Kees werd weggeblazen). Maar het vaakst nog naar reclame. In eerste instantie omdat ik nog steeds geen afstandsbediening heb. Maar ook omdat commercials het niveau van de deskundige in de witte jas die het waspoeder aanprijst, al lang zijn ontstegen.

Bijna bloot doet het altijd goed. De suggestie van lekkere seks prikkelt onze koophormonen. Schaars geklede vrouwen worden gelinkt aan auto's en parfum. Gezichtscreme en chocola worden aangeprezen met geile voice-overs. Maar gister werd ik gefêteerd op een geheel blote man. Die met een gelukzalige grijns in slow motion van een helling af rolde. Hierna volgde een spotje met een andere bloterik die naar een rode Engelse telefooncel rende. Het ging hier respectievelijk om een bouwmarkt en, jawel, ontbijtkoek. Wat opviel was dat beide heren ontdaan leken van hun libido. Dat lag niet aan het buiten beeld houden van hun geslachtdelen maar meer aan het feit dat goed geklede kerels vaak sensueler ogen (koffie!) dan bloot.

Zou het voor onze opgroeiende jeugd niet goed zijn als het taboe op het tonen van -normale- geslachtdelen weer wordt doorbroken? Nu extreme preutsheid lijkt te zijn doorgedrongen tot bad- en kleedkamer. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bij gym tot een jaar of tien gemengde kleedkamers waren en dat er ook gemengd werd gedoucht. (nee, ik keek natuurlijk niet. Ik was toen nog een bleu blond vlechtenmeisje). Inmiddels schijnt het bij gym en bij sport normaal om ook bij gescheiden douchen een onderbroek aan te houden. Als er al wordt gedoucht. Tot mijn verbazing wist een ervaren trainer mij onlangs te zeggen het vaak de ouders zélf zijn die hier voor gaan liggen. Misschien denkt men dat elke trainer die met jeugd werkt zich aan blote kindertjes vergrijpt? Of zijn we zelf bang voor bloot geworden omdat we dit automatisch aan seks linken?

Maar hoe komt de toekomstige generatie er nu achter hoe het andere geslacht er uit ziet? Of dat van zijn seksegenoten? Welk ander referentiekader rest hen dan het stiekem bezoeken van pornosites vol piemels van twintig centimeter en gemodelleerde kale kutten en vol- (of vooral onder-) gespoten borsten. (Ook het beeld dat spermaspuiterij iets fijns of verplichts zou zijn is hardnekkig. Niet alleen onder jongeren).

Ik wacht met smart op de eerste commercial waarbij een sportheld verschijnt met een kleine, onbesneden pik of een scheve grote kut. Ter inspiratie kunnen reclamejongens het British museum bezoeken. Waar blote rennende mannen als helden worden afgebeeld. 2500 jaar geleden was je met een klein pikkie gewoon cool!

dinsdag 27 oktober 2015

Ik heb het eigenlijk vandaag nog nodig...

... gaat dat lukken?

Het betreft hier een aanmeldformulier. Je weet wel, zo'n ding waar alles op moet staan behalve je pincode. En dan gaat het hier niet eens om mijn eigen informatie, maar om die van de jongen die vanaf zijn geboorte aan mijn moederlijeke grillen is overgeleverd. Ook wel kind genoemd.
Mijn kind.

Best raar. Als je er over nadenkt.
Maar goed, míjn kind dus. Laten we hem Kees noemen. Dat is niet de naam die ik in blokletters op het uitgeprinte papier schreef, maar dat heeft dan weer met mijn paranoia te maken om niet alles digitaal te willen delen op dit blog. Doet verder niet terzake. Als het beestje maar een naam heeft.

Kees gaat dus op kamp. Met zijn team. Of eigenlijk niet met zíjn team. Maar met een ouder team, waarbij ze met te weinig waren. Dus vroeg die trainer spelers van een jonger team mee. Ook al niet het team van Kees. Toen waren het er nog niet genoeg. En ze hebben niet eens een élftal nodig, wat het zijn geen voetballertjes, maar basketballertjes. (Dat laatste woord rekent mijn spellingscontrole fout. Mini's kunnen kennelijk alleen maar schoppen, niet dribbelen)

En zo kwam Kees via een ouder team, via een ander team aan dit sportuitje. Geen idee met wie. Maakt me dat nu een ontaarde moeder? Te meer omdat het smoel dat naast de app stond waarin werd gezegd dat het aanmeldformulier vandáág nog nodig was, er één was die bij mij associaties opriep aan een opsporingsbericht van de politie? Maar de vader die dit had geïnitieerd bezwoer me dat het juist déze trainer was waardoor hij het idee had dat zijn zoon in goede handen was. Vertrouwen. 

'Vandaag' was zondag. Dus maakte ik een foto van het formulier en zond dat per whatsapp aan de onbekende begeleider. Aan het scannen van paspoorten zit weliswaar een luchtje van identiteitsfraude. Maar er zijn vast geen mensen die met het paspoort van een elfjarige een hypotheek gaan afsluiten.

Desalniettemin moet het formulier alsnog de deur uit. Dus ligt het daar nu. Bij de deur. Samen met de kapotte waterkoker (iets met inzamelen), de sportkleren, het lotenboekje voor de grote clubactie, kinderpostzegels (o nee, dat was al voorbij), het afsprakenbriefje voor het tien-minutengesprek, de betermelding van het andere kind....  

En terwijl ik kijk naar al die spullen en papiertjes die morgen vooral niet moet worden vergeten denk ik: Wat ging er mis? We zitten toch in het digitale tijdperk! Dit persoonlijk doorgeven van spullen lijkt op iets dat stamt uit de tijd van vóór de PTT. Er staat namelijk nergens een adres op.

Misschien heeft het te maken met de verhoging van de prijs van postzegels. Die schijnt in tien jaar tijd te zijn verdubbeld. Omdat we steeds minder post sturen. Maar omdat fysiek papier kennelijk toch moet, spelen we nu gewoon weer zelf voor postbode. Het aanmeldformulier gaat via het vriendje naar diens vader. Die levert het dan weer per fiets in bij de trainer met de boeventronie.

Gelukkig organiseert die man ook nog een meeting voor het uitje (waarvoor de betaling inmiddels is voldaan. Dat doen we dan wel weer massaal digitaal). Weet ik tenminste aan wie ik mijn kind meegeef. En waar waar naar toe.

Maar dat gaat vandaag niet meer lukken.

zaterdag 14 juni 2014

Een groen WK

Wat te doen zonder tv bij het WK? Gekweekte stekjes uitzetten natuurlijk! Probleem hierbij is echter dat in de bestaande perkjes de tomaat landjepik doet met de aardbei en de kool de radijs wil imponeren. Hoog tijd om opnieuw wat tegels uit de tuin te wrikken ten behoeve van nieuw groen. Geen sinecure met een gesneuvelde spade. Iedereen die wel eens tegels heeft verwijderd uit een strak bestrate tuin, weet waar ik het over heb. Kutklus.

Maar met behulp van wat wilskracht en flink vloeken krijg je ze wel klein. Da's trouwens ook een optie, de boel gewoon stukslaan. Net als ik gister met een muis deed, die me met bloeddoorlopen oogjes smekend aankeek terwijl mijn schattige huisleeuw hem terroriseerde. Hij kroop weg achter de munt en 'pets' daar kreeg het weer zo'n klauw. Piepend hopste het halve beest weg. Ik had mijn kat Isis moeten noemen. Een crimi op de buis is prima, maar als ik buiten in de zon geniet van thee met koekjes, hoef ik niet op de eerste rang te kijken hoe een muis wordt afgetuigd. Ik gaf hem dus de genadeslag. Niet met de schep, die was immers stuk, maar met een paal.

Na het versjouwen van de tegels en het verwijderen van het zand, (waar laat ik in vredesnaam al dat zand dat onder de tegels vandaan komt? Op een bult? Neuh, mijn kinders zijn de zandbak ontgroeid. Met een beetje pech wordt het dan een kattenbak) heb ik nu een mooie kuil. Waar nieuwe aarde in moet. Die er niet is. Naar het tuincentrum mag niet meer want ik heb te veel op om nog achter het stuur te kruipen. (Wie dacht dat bierdrinken is voorbehouden aan bankhangende oranjefans heeft het mis. Ha!)

Maar het is hier koopavond en de buurtsuper heeft sinds kort aarde in zakjes te koop. (nooit gedacht dat ik me daar nog eens schuldig aan zou maken: aarde in plastic!). Op straat is het uitgestorven, ik fiets midden op de weg en verheug me op het gebroederlijk met andere voetbalhaters langs de schappen zwalken. Zulks schept een band. Wat een simpele blik al niet kan zeggen: 'He makker, jij ook op de vlucht voor het oranjegeweld? Ja, dat zeggen we natuurlijk niet hardop, uit angst voor verkettering, maar wij begrijpen elkaar, jij ook sterkte thuis.' Maar ook in de Coop is men niet veilig: oranje kassières, oranje mandjes. Dat doen ze trouwens het hele jaar door! 

Met de nodige stuurkunst wandel ik met honderd liter tuinaarde op mijn bagagedrager weer huiswaarts. Even later staat de rucola, de radijsjes, komkommer, courgette en basilicum met hun malse steeltjes in de volle grond. Af en toe wordt ik opgeschrikt door een oorlogsschreeuw uit één van de omringende huizen. Verderop in de straat gaan een paar dronken jongens balletje trappen in de rust. Het klinkt zo opgetogen dat ik bijna denk dat Nederland voorstaat.
Mijn vriend appt: 4-1!
Toch niet voor Nederland?! sms ik terug.

Tja, daar kan de zelfs de grootste oranjeontkenner niet voor wegblijven. Ik fiets naar hem toe, plof op de bank, trek nog een blikje open en ik moet toegeven, dat vijfde doelpunt was wel mooi.

De volgende wedstrijd zitten we met mijn aardbeien achter de tv. Moet ie alleen wel nog even worden aangesloten.






maandag 2 juni 2014

De Flames en de brandweer

Dit ving ik vanmorgen op bij de klas van Kees:
'Spannende wedstrijd, hè'
'Helaas konden we er niet bij zijn'
'Ja, de kaarten waren al in tien minuten uitverkocht'

Toen hoorde ik scores die onmogelijk van een potje voetbal konden zijn, en waagde het er op: 'Eh, pardon, mag ik iets vragen, gaat dit soms over basketbal?'

'Ja, we hebben gister gewonnen tegen Den Bosch!'

'O, Shit'

Gauw gaf ik Kees een zoen en laveerde tussen andere ouders door de school uit. Pijnlijk besefte ik hoe ik nu die ene ergerlijke ouder was die niet groet omdat ze steeds op haar schermpje tuurt. Maar het moest.

Onder het luiden van de Martiniklokken belde ik mijn eigen aanstormend talent (die wars is van social media en bij mij geen tv heeft) en hoorde door zijn mobiel de vogeltjes in de tuin. Gelukkig.

Leo: ' wou net wegfietsen, stuurde je een sms of je me wil afmelden voor training, heb last van me kuit' 
'O, balen. Ja, zal ik doen. Maar weet je wel dat Gasterra Flames gister heeft gewonnen!'
'Je moet nu Donar zeggen.'
'O, ja, nou ook goed, Donar heeft de beker en is kampioen. Wat het verschil is weet jij vast wel.'
'Echt? Cool!'



Pff, net op tijd. Het arme kind volgde tot voor kort de NBA op de voet (dat is ook met een grote oranje stuiterbal, maar dan in de VS) en trok verbaasd zijn wenkbrauwen op als ik niet wist wat een 'lay-up', 'rebound' of 'second dribbel' was. Ik schaam me nergens voor, maar voor de bescherming van mijn kind ga ik door het vuur. Straks blijkt hij als toekomstige Lebron James, als enige van niks te weten.
Maar stiekem was ik toch blij dat hij vanavond niet vroeg of hij naar de Grote Markt mocht voor de huldiging. Hij had vorige week zelf de krant al gehaald met zijn eigen 'Grote Markt moment'. Met zijn grote broer. Terwijl hij wachtte om samen met de juffen tweehonderdtachtig rozen uit te delen aan zijn boertje Kees en diens schoolgenoten. Die de wandelvierdaagse liepen. Na een broodje shoarma met veel sambal, op de trappen van het VVV gebouw, speelden we twister met studenten.

Later kwam de brandweer met loeiende sirenes langs de wandelaars gescheurd. De fik in het VVV-gebouw was gauw geblust. En toen ging de brandweer vrolijk mee spelen. 

Vanavond bekeken we de foto's op 112 online.
En daarna gingen de broers buiten voetballen.


zondag 10 juni 2012

Komt een vrouw bij de


Laat ik die zin maar niet afmaken. Ik ben niet zo bekend met de auteursrechten in blogland. Pochen dat je kind op een filmster lijkt mag misschien nog nèt, maar dit riekt vast te veel naar misbruik. Heel Nederland weet intussen wel waar die vrouw kwam.

Ook ik moet misschien maar 's naar een dokter. Voor mezelf. Niet voor 'n ander, zoals ik vorige week deed bij de bloedbank, waar de dienstdoende arts me er op wees dat niet alleen mijn ijzergehalte maar ook mijn bloeddruk te laag was. Iets beter voor mezelf zorgen dus. Mijn eigen huisarts sprak ik trouwens ook al. Maar dat ging dan weer over hypotheken, Afrika, drugs en de klassenverdeling. Dat heb je zo, met een dokter die kinders heeft op dezelfde school als je eigen kroost. 

Ok, prima, geen dokter dus. Dan gaat die vrouw toch gewoon naar de markt. En niet naar de gewone markt. Nee, dit was een heuse een-uur-voordat-het-Nederlands-elftal-moet-spelen-markt. Da's net zo zeldzaam als die Venus die eerder deze week voor de zon langs ging. Ik zag het niet, want ik was niet op Ameland. En in de rest van het land was Venus afgeschermd door een dik wolkendek.

De aardappelman wist me bij het volscheppen van een zak muizen nog vrij relaxed te melden dat je die lekker in de schil kunt koken (vast geen voetballiefhebber). Ook de kaasvrouw was in voor een babbel. Ze vroeg hoe het met de vriendin van de vriendin was, die al twee keer was geopereerd aan een hersentumor. En toen ze vorige week kennis had genomen van mijn status van gescheidene (Goh, jee, echt wáár meid?) gaf ze me, met invoelende blik, een stuk kaas kado. Ik nam me voor om me dit keer ook vol overgave in het roddelcircuit te storten van de sociale kant te laten zien. Maar ik sloeg de plank mis. Want de man naar wie ik beleefd informeerde bleek al drie jaar dood te zijn. Kanker. Moest ik haar nu condoleren? Me excuseren? Ik mompelde iets vaags over het door elkaar halen van namen, betaalde en liep verder. Gelukkig had ze het druk met een kudde Duitsers die na mij kwam.
 
Nu ging het er om spannen. De fruitman had zijn appels al onderop de kar gezet. 'Doe maar tien kiwi's', het eerste dat ik zag, 'en een doos aardbeien' en weg was ik. De A-kerk wees vijf uur aan. De poelier was zijn kar al van het plein af aan het manoeuvreren. Oranje leeuwen fietsten, laverend met sixpacks bungelend aan het stuur, tussen de marktkarren door. De groenteman maakte er geen geheim van en zei, meer geïrriteerd dan verontschuldigend: 'Ja, hoor 's, ik wil de wedstrijd zien' en drapeerde zijn zeil over de broccoli. Geen groente dus.

Het leek alsof op elk moment een onweersbui kon losbarsten (gister, vrijdag, was ècht de bliksem ingeslagen in de Herestraat). De bloemenboer reed zich klem en stond met zijn neus bijna tegen de SUV van de Belg die zijn friettent wegsleepte. Achteruit rijden was onmogelijk. Ze blokkeerden beiden het fietspad voor de Korenbeurs, dat toch al volstond met barrels omdat iedereen nog gauw iets lekkers wilde scoren bij de AH. Er stonden welgeteld nog zes pijpjes pils van mijn favoriete merk in het allerlaatste krat. Voetbal op de buis betekent bier in je kruis. 
   
Het was leuk geweest om de tijdstippen te noteren waarop de oerkreten opstegen uit de stad. En dan de toonhoogte of lengte van het gebrul te verbinden met doelpunten of gemiste kansen. Vergelijkend onderzoek doen. Met hoe apenkreten klinken of wat het met seks van doen heeft. Want soms leek het alsof heel Groningen tegelijkertijd (bijna) tot een hoogtepunt kwam. Na afloop hoorde ik dat Nederland met 1-0 verloor tegen de Denen. Arme Denen. Kunnen ze voorlopig niet rustig over hun markt struinen. Misschien hadden ze seks gehad voor de wedstrijd. Of juist niet. Ik las deze week een artikel over onderzoeken (meer het gebrek hieraan) die aantoonden dat dit voor sporters prestatieverhogend (of juist verlagend) zou werken. Over spieren, aandacht en het 'knuffelhormoon' oxytocine. Misschien moest ik maar 's onderzoeken of er nog dansgrage gedesillusioneerde manspersonen in de stad zijn.

Ik stuur een sms. Of hij nog gaat dansen. 'Als je me vraagt', luidt het antwoord. Tja. Het is laat. Nachtrust is een goed medicijn voor je weerstand. Hij vraagt of ik bij hem kom. Maar ik ga slapen. Ik hoef geen wedstrijd te winnen.

Zondagochtend eet ik verse radijsjes uit de kindertuin.
Die zijn rijk aan ijzer naar het schijnt.

Un ravanello al giorno, toglie il medico di torno
(a radish a day keeps the doctor away).

Er komt geen vrouw bij de dokter.
En ook niet bij de groenteboer. 

Een gezonde zondag allemaal!







donderdag 16 februari 2012

Mama groet 's morgens de dingen

Dag ventje zonder muts op de slee in de sneeuw eeuw eeuw
dag ijs op het meer
dag snert zonder worst en
dag jongetjelief op de schaats
dag jongetjelief op het touw bij de boot
touw en boot
van het jongetje
goeiendag
Daa-ag ijs
dag mooie winter
dag korte maar fijne winter.













































Lees hier het echte gedicht van ongeveer een eeuw geleden. Van Paul van Ostaijen. Die, zo zie ik nu, slechts tweeëndertig jaar werd: Marc groet 's morgens de dingen.
Over tweeëndertig dagen begint de lente. Zei Olijf.
Voor wie nog wat sfeer wil opsnuiven of graag wil onthouden hoe de winter klinkt, hier drie miniopnames:

Van zondag 5 februari op het Zuidlaardermeer,
van de drukke Groninger grachten en
van het stille Reitdiep, de zondag erna.
En toen was de winter alweer voorbij.
Daaaa-ag!

dinsdag 6 juli 2010

Voetbalvogels



De blik van die man, likkend aan een ijsje, líjkt die nu zo dwars of is het verbeelding? 'Kijk mij hier nu, ik ben een man, ik loop op straat en lik aan een ijsje, kijk maar goed, jaja, ik ben een zeldzaam exemplaar.'

Naast hem bevolken alleen vogels nog het park. De kroeg waar ik heen wil is gehuld in oranje en de televisie staat er op straat. Het andere café is dicht. Er zit niks anders op dan me te verschansen in het verlaten plantsoen.

Daar zien meeuwen hun kans schoon en pikken pizzaresten uit de dozen die overbleven na een studentenpicknick, een paar uur eerder, toen het park nog vol was. Ganzen dobberen in de vijver, de straten zijn verlaten. Ik vraag me af of de vogels zo hard zingen omdat ze de voetbaltoeters willen overstemmen of omdat ze eindelijk eens het rijk alleen hebben. Op mij en de ijslikker na dan.

vrijdag 2 juli 2010

Oranje erotiek

Lege snelwegen en uitgestorven supermarkten en doe-het-zelf-zaken op een gewone vrijdagmiddag? Weliswaar een boeldhete, maar toch, wat is hier loos? Heel Holland is zich aan het opladen voor de buis want Holland speelt tegen Brazilië. Als Nederland met 2-1 wint gebeurt het, dan volgt de ontlading. Het bier vloeit rijkelijk, er wordt getoeterd en gebruld. Maar er wordt ook omhelsd, geaaid en gezoend door honderdduizenden machomannen. Eindelijk màg het, eens in de vier jaar, als we winnen, mag elke man, elke andere man, omhelzen en bespringen. Al die lieve vrienden die elkaar het liefst teder in een hoekje in hun armen zouden willen sluiten of passievol zouden willen vastpakken, mogen elkaar nu met overgave omarmen. Wat een heerlijke ontlading moet dit zijn voor al die mannen die vastbesloten zijn hun hele leven veilig in de kast te blijven. Het is ze gegund. Leve oranje!