Christine Otten heeft een boek geschreven over Winny, Nizar en hun liefdesbaby Rafael maar vooral over hun moeilijke weg om samen te kunnen zijn. En zo zagen we bij Pauw en Witteman het gezicht achter de onheilstijding van Opstelten. Die het had over een enorme toename van vreemdelingen.
Er werd geopperd om het boek aan alle Tweede Kamerleden cadeau te doen. Een nobel streven, maar ik heb niet de illusie dat er enig kruid is gewassen tegen termen als 'ontwrichting van de maatschappij' die Frans Timmermans bezigde. 'Iedereen wil wel een van negen tot vijf baan' voegde hij er aan toe. Ik kon de zestien miljoen onderbuiken bijna horen. Zelfs Otten kon niet op tegen dergelijke retoriek en gaf de minister in een onbewaakt moment gelijk: 'Ja, dat is natuurlijk zo, maar...'
Aan tafel bij Pauw en Witteman wilde Timmermans zich ook niet van zijn slechtste kant tonen (hij heeft vast meer mediatraining gehad dan Otten). Hij beaamde op zijn beurt dat er achter de cijfers, afzonderlijke verhalen van mensen schuilgaan. Het was dan ook niet zijn bedoeling om de arme vluchtelingen, maar juist de slechteriken aan te pakken, de mensensmokkelaars. Kijk, daar kunnen we wat mee: een onderverdeling maken tussen de good en de bad guy. Arme vluchtelingen versus op geld beluste gemenerds. Hoeft de kijker tenminste niet met zijn geweten in de knoei te komen.
Maar het echte nieuws kwam van de Brabanste kapster Winny zelf. Ze vertelde over haar Tunesische schoonmoeder. Die kwam op familiebezoek in Nederland en hoewel ze een toeristenvisum voor drie maanden had, was ze na een maand alweer liever naar huis gegaan.
Ik ken veel schoonmoeders als die van Winny. Wie zelf ervaart hoe het leven hier is, ziet het groene gras al gauw verdorren. Maar als je tienduizend dollar hebt betaald, waar de rest van de familie wellicht ook nog krom voor heeft gelegen, keer je iets minder makkelijk op je schreden terug. Al was het alleen maar om je gezicht te redden.
Mijn Iraanse vriendin G. probeerde vorig jaar haar zwager ervan te weerhouden naar Europa te komen. Hij had er jaren voor gewerkt en gespaard. Zijn tocht naar het beloofde land was een obsessie. G. had gepraat als Brugman, niet alleen om hem de gevaarlijke tocht te besparen, maar vooral omdat ze wist wat hem hier te wachten stond. Maar ze snapten het niet, werden zelf een beetje boos, want waarom bleef zij zelf dan eigenlijk in Nederland? Wilde zij soms, als enige familielid dat Europa in mocht, al die rijkdom voor zichzelf houden?
De smeekbede van G. hielp niet. Maar haar zus en zwager veranderden wel van gedachten na een vakantieweekend in Istanbul. Het was er vreselijk, nog erger dan in Iran. Bij thuiskomst besloten ze hun tienduizend dollar anders te investeren.
Voor velen die buiten 'fort Europa' wonen is het onbegrijpelijk dat er hier geen goud uit de kraan stroomt. Hoe groter de slotgracht, hoe begerenswaardiger het fort. Maar andersom gaat die vlieger ook op. Politici als Timmermans en Teeven werken er zelf hard aan mee. Landen waar vluchtelingen vandaan komen zijn onderontwikkeld en arm. Rechts hanteert het beeld van gelukszoeker, links houdt het meer op arme stakkerds. Van Marokko tot Egypte. Van Syrie tot India.
Daarom was ik zo blij dat er uit Syrië eindelijk ook weer eens beelden van een school, een markt, dansende jongeren en een kinderklerenkast te zien waren. Jazeker, de mortieren in de verte kon je horen, maar intussen vonden de olijven op de markt gretig aftrek. Net zo min als hier goud uit de kraan komt, woont daar iedereen in een tent.
Het voordeel van Rafael is dat hij straks het Tunesische en het Nederlandse gras kent.
Kan hij zelf ruiken aan zowel de jasmijn als de tulp (je weet wel, die bloem uit Perzië)
Er werd geopperd om het boek aan alle Tweede Kamerleden cadeau te doen. Een nobel streven, maar ik heb niet de illusie dat er enig kruid is gewassen tegen termen als 'ontwrichting van de maatschappij' die Frans Timmermans bezigde. 'Iedereen wil wel een van negen tot vijf baan' voegde hij er aan toe. Ik kon de zestien miljoen onderbuiken bijna horen. Zelfs Otten kon niet op tegen dergelijke retoriek en gaf de minister in een onbewaakt moment gelijk: 'Ja, dat is natuurlijk zo, maar...'
Aan tafel bij Pauw en Witteman wilde Timmermans zich ook niet van zijn slechtste kant tonen (hij heeft vast meer mediatraining gehad dan Otten). Hij beaamde op zijn beurt dat er achter de cijfers, afzonderlijke verhalen van mensen schuilgaan. Het was dan ook niet zijn bedoeling om de arme vluchtelingen, maar juist de slechteriken aan te pakken, de mensensmokkelaars. Kijk, daar kunnen we wat mee: een onderverdeling maken tussen de good en de bad guy. Arme vluchtelingen versus op geld beluste gemenerds. Hoeft de kijker tenminste niet met zijn geweten in de knoei te komen.
Maar het echte nieuws kwam van de Brabanste kapster Winny zelf. Ze vertelde over haar Tunesische schoonmoeder. Die kwam op familiebezoek in Nederland en hoewel ze een toeristenvisum voor drie maanden had, was ze na een maand alweer liever naar huis gegaan.
Ik ken veel schoonmoeders als die van Winny. Wie zelf ervaart hoe het leven hier is, ziet het groene gras al gauw verdorren. Maar als je tienduizend dollar hebt betaald, waar de rest van de familie wellicht ook nog krom voor heeft gelegen, keer je iets minder makkelijk op je schreden terug. Al was het alleen maar om je gezicht te redden.
Mijn Iraanse vriendin G. probeerde vorig jaar haar zwager ervan te weerhouden naar Europa te komen. Hij had er jaren voor gewerkt en gespaard. Zijn tocht naar het beloofde land was een obsessie. G. had gepraat als Brugman, niet alleen om hem de gevaarlijke tocht te besparen, maar vooral omdat ze wist wat hem hier te wachten stond. Maar ze snapten het niet, werden zelf een beetje boos, want waarom bleef zij zelf dan eigenlijk in Nederland? Wilde zij soms, als enige familielid dat Europa in mocht, al die rijkdom voor zichzelf houden?
De smeekbede van G. hielp niet. Maar haar zus en zwager veranderden wel van gedachten na een vakantieweekend in Istanbul. Het was er vreselijk, nog erger dan in Iran. Bij thuiskomst besloten ze hun tienduizend dollar anders te investeren.
Voor velen die buiten 'fort Europa' wonen is het onbegrijpelijk dat er hier geen goud uit de kraan stroomt. Hoe groter de slotgracht, hoe begerenswaardiger het fort. Maar andersom gaat die vlieger ook op. Politici als Timmermans en Teeven werken er zelf hard aan mee. Landen waar vluchtelingen vandaan komen zijn onderontwikkeld en arm. Rechts hanteert het beeld van gelukszoeker, links houdt het meer op arme stakkerds. Van Marokko tot Egypte. Van Syrie tot India.
Daarom was ik zo blij dat er uit Syrië eindelijk ook weer eens beelden van een school, een markt, dansende jongeren en een kinderklerenkast te zien waren. Jazeker, de mortieren in de verte kon je horen, maar intussen vonden de olijven op de markt gretig aftrek. Net zo min als hier goud uit de kraan komt, woont daar iedereen in een tent.
Het voordeel van Rafael is dat hij straks het Tunesische en het Nederlandse gras kent.
Kan hij zelf ruiken aan zowel de jasmijn als de tulp (je weet wel, die bloem uit Perzië)