(deel 1)
Selma Schepel kon als geen ander haar kennis van oude talen en beschavingen linken aan het hier en nu. Niet om duur te doen, maar om te begrijpen en begrijpelijk te maken. Het zijn met recht 'bijdragen tot de oplossing van het 'Weetnietbetersyndroom'. Met een haast oneindige verscheidenheid.
Bij een verhaal over jongensbesnijdenis putte ze niet alleen uit de geschiedenis van duizenden jaren terug ('Nu hoeven we Herodotus niet altijd te geloven, hij had veel fantasie') maar haalt ze ook recentere bronnen uit de eerste hand aan: 'De eigenaar zag mijn teleurgestelde grimas aan voor een verlekkerde blik en sprak voldaan: ‘Ja, vrouwen vinden het maar wat leuk dat m’n eikel zo goed te zien is’. Die liefde was dus snel dood.'
Of wat te denken van het verhaal van een Somalische die in Helsinki op de lokale VVD lijst staat om dan via het Turks en Nederlands uit de komen bij een pan soep in zeven Finse naamvallen.
Ze schreef over kastanjes, Rusland, taal en tandpasta. Door dit laatste heeft ze nog dagelijks invloed op mijn kinderen: plastic tandpasta komt er hier niet in.
Bij een scheidend paus haalde Selma er drie profeten en een Sumerische koning bij. Bij de reacties ontspon zich een gesprek tussen twee lezeressen over het absurde maar o zo prachtige Italië. Eén van hen woont er met haar gezin, de ander -ik- keerde al twintig jaar geleden terug naar Nederland.
Selma antwoordde:
"Ik heb me tranen gelachen om jullie toch ook erg treurige verslagen. Zulke verhalen moeten eigenlijk in de krant. Hoewel, die wordt minder en minder gelezen. Dan in blogs met heeel veel exposure, Allemaal informatie over leven in Italië die mij onbekend was. Hoe absurd ook, het land wordt aantrekkelijker en aantrekkelijker voor me. Misschien ook wel een beetje omdat de dorheid, humorloosheid, lafheid en afknijperij van Nederland me de strot uitkomt. Gelukkig woon ik helemaal aan het uiterste randje van dit land: ik val er bijna af! Nogmaals bedankt voor jullie zeer aan mij bestede, hilarisch/droevige reacties."
Ook voor mij blijft dat absurde land aantrekkelijk. Ik ga er heen. Om te schrijven. Serieus te schrijven. Over een andere bijzondere vrouw. Die afstamt van Ieren, Fransen en Indianen. Zelf belandde ze vanuit Argentinië via Spanje in Italië. Waar ik mezelf ga opsluiten. In het huis van haar onlangs overleden schoonmoeder.
Sterker nog, als u dit leest, ben ik daar al.
Lieve Selma, dank je wel voor de moed die je me gaf.
Ik zal blijven schrijven. Ook je andere advies zal ik in praktijk blijven brengen:
Praten met de buren, koken voor vrienden, lief zijn voor geliefden.
Posts tonen met het label Finland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Finland. Alle posts tonen
zondag 9 oktober 2016
zaterdag 8 oktober 2016
Er is een lezer overleden (1)
Het idee om haar als lezer aan te duiden is wellicht wat aanmatigend. Want ze was in de eerste plaats schrijfster, scheepskok, spijkerschriftdeskundige, moeder, vriendin, musicus en nog heel veel meer.
Om eerlijk te zijn, haar uitbundige lach, heb ik bij haar moeten fantaseren. Want ik kende haar alleen online. Zo ook Zilvertje, die tot haar spijt pas een dag later hoorde van Selma's noodlottige val. Ik zelf las het tien maanden later. En schaam me een beetje. Maar misschien moet het een troost zijn. En blijk ik toch minder verslaafd aan internet dan ik soms vrees. Of, zoals Selma zelf het in één van haar laatste logjes schreef:
"Mijn blog staat al een tijdje stil.
Niet omdat ik dood ben, maar omdat ik meer en meer wil leven in het echte leven.
Zoals voorheen. Zoals sinds mensenheugenis.
Dat is: praten met de buren, koken voor vrienden, lief zijn voor geliefden.
Zonder elektronica. Gewoon, gezellig.
Het zou een slogan kunnen zijn van een reclamebureau:
Nieuw! Menselijk contact! Echt zijn. Probeer het ook eens."
Dat zou er van komen. Dat contact. Ze mailde me een uitnodiging om met mijn jongens langs te komen in IJmuiden:
"Gelukkig hebben we op het Forteiland twee keer per jaar vrij bezoek voor familie en vrienden van vrijwilligers, dus dan kom je toch in oktober? Ik houd je op de hoogte. Leuk om je dan te ontmoeten. Je bent een van de weinige geesten op de diverse blogs door wie ik nogal een beetje veel geïmponeerd ben, eigenlijk."
Groetjes, Selma
Dat laatste maakte indruk op me. Vooral omdat zij zelf columnist was bij Trouw, voor Opzij had geschreven en voor de bibliotheek voor de Nederlandse letteren. (De goden hebben hun getal)
Was het mijn schrijfstijl? doelde ze op de inhoud? of beide? En zou 'imponeren' wel positief bedoeld zijn? Ik weet het niet. En kan het niet meer vragen. Selma Schepel overleed op 22 november 2015, na een fietsbotsing. Ze werd zesenzestig jaar oud. Vijfenvijftig jaar eerder overleed Selma's eigen moeder op haar zevenenveertigste, bij een autobotsing. Hier schrijft ze het indrukwekkende verhaal van haar moeder. Die via Japan, Michigan en Finland in Hilversum terecht kwam.
............deel 2 ...............
Om eerlijk te zijn, haar uitbundige lach, heb ik bij haar moeten fantaseren. Want ik kende haar alleen online. Zo ook Zilvertje, die tot haar spijt pas een dag later hoorde van Selma's noodlottige val. Ik zelf las het tien maanden later. En schaam me een beetje. Maar misschien moet het een troost zijn. En blijk ik toch minder verslaafd aan internet dan ik soms vrees. Of, zoals Selma zelf het in één van haar laatste logjes schreef:
"Mijn blog staat al een tijdje stil.
Niet omdat ik dood ben, maar omdat ik meer en meer wil leven in het echte leven.
Zoals voorheen. Zoals sinds mensenheugenis.
Dat is: praten met de buren, koken voor vrienden, lief zijn voor geliefden.
Zonder elektronica. Gewoon, gezellig.
Het zou een slogan kunnen zijn van een reclamebureau:
Nieuw! Menselijk contact! Echt zijn. Probeer het ook eens."
Dat zou er van komen. Dat contact. Ze mailde me een uitnodiging om met mijn jongens langs te komen in IJmuiden:
"Gelukkig hebben we op het Forteiland twee keer per jaar vrij bezoek voor familie en vrienden van vrijwilligers, dus dan kom je toch in oktober? Ik houd je op de hoogte. Leuk om je dan te ontmoeten. Je bent een van de weinige geesten op de diverse blogs door wie ik nogal een beetje veel geïmponeerd ben, eigenlijk."
Groetjes, Selma
Dat laatste maakte indruk op me. Vooral omdat zij zelf columnist was bij Trouw, voor Opzij had geschreven en voor de bibliotheek voor de Nederlandse letteren. (De goden hebben hun getal)
Was het mijn schrijfstijl? doelde ze op de inhoud? of beide? En zou 'imponeren' wel positief bedoeld zijn? Ik weet het niet. En kan het niet meer vragen. Selma Schepel overleed op 22 november 2015, na een fietsbotsing. Ze werd zesenzestig jaar oud. Vijfenvijftig jaar eerder overleed Selma's eigen moeder op haar zevenenveertigste, bij een autobotsing. Hier schrijft ze het indrukwekkende verhaal van haar moeder. Die via Japan, Michigan en Finland in Hilversum terecht kwam.
............deel 2 ...............
Labels:
Erwaseens,
Finland,
Ijmuiden,
Italië,
Selma Schepel
dinsdag 29 december 2015
Netjes in Scandinavië
Sommige fietsers
gaan van Rusland naar Finland. Na wat gedoe met papieren schrijven ze
Suomi dan als vijftiende land bij op een lijstje en slaan ze hun
tentje op aan het water bij zonsondergang. Ze lachen als ze de grens over zijn.
Andere mensen fietsen ook over de Russische grens westwaarts. Maar nemen om onduidelijke redenen een noordelijker route. Naar Noorwegen. Ook zij lachen, kijken over het water en slapen in tenten. Of onder een basketbalnetje. Zo schreef Brechtje Keulen twee maanden geleden in De Groene over mensen die via Damascus, Beiroet en Moermansk naar Scandinavië gaan. Waarvan de laatste kilometers per fiets. Omdat er een wet is die zegt dat men alleen op wielen over de grens mag.
Vanuit Fjellhallen worden de mannen en vrouwen, die een paar dagen in een sporthal leefden, naar een andere plek in Noord-Noorwegen gebracht. Ze kijken vanachter de ramen van touringcars naar buiten, kauwend op een lunch van boterhammen en bananen.
De Noordroute
‘We slapen onder een basketbalnetje’
Op zoek naar een veilige vluchtroute hebben vluchtelingen de grensovergang tussen Noorwegen en Rusland ontdekt. Ver boven de poolcirkel komen ze op de fiets de Schengenzone binnen.
door Brechtje Keulen
Adnan zit met zijn 1 meter 65 op een kinderfietsje. Alaa heeft een normale fiets met een gebroken achterwiel. Van de groep van vijftien vluchtelingen die achter elkaar aan naar de grens fietsen, komen zij als laatsten aan. Het is een maandag in oktober, ver boven de poolcirkel. Het is drie graden boven nul. Als Alaa en Adnan zich realiseren dat ze Rusland achter zich hebben gelaten, kunnen ze alleen nog maar lachen. ‘We zijn er’, zeggen ze tegen elkaar. ‘We zijn in Noorwegen!’
De Syriërs Alaa en Adnan komen via de Arctische route; een vluchtroute naar de Schengenzone die vluchtelingen de afgelopen maanden steeds vaker weten te vinden. In het noordelijkste puntje van Europa, waar Noorwegen zich om Zweden en Finland heen krult, vroegen in heel 2014 zeven mensen asiel aan. De afgelopen weken arriveren er tussen de vijftig en honderd asielzoekers per dag. Drie op de vier komen uit Syrië. Op de maandag dat Alaa en Adnan de grens over fietsen, wordt een recordaantal van 111 asielaanvragen gedaan. Omdat in de Russische wet is opgenomen dat de grens alleen op wielen mag worden overgestoken, leggen vluchtelingen het laatste stuk van de route op de fiets af.
Aan de Noorse kant van de grens staat Stein Kristian Hansen van de Noorse grenspolitie -tussen honderden afgedankte fietsen. Vouwfietsen, racefietsen, peuterfietsjes, modellen die zeker dertig jaar oud zijn, en gloednieuwe exemplaren- die nog gedeeltelijk in het plastic zitten, staan naast het mosterdgele gebouw van de Noorse douane. Een deel van de fietsen ligt al in een grote blauwe container om te worden vernietigd.- Waar de Russische wet eist dat mensen op -wielen de grens oversteken, bepaalt de Noorse wet dat fietsen onder andere een framenummer en meer dan één rem moeten hebben. De meeste tweewielers die vluchtelingen gebruiken – vaak inbegrepen bij de taxirit naar de grens – voldoen daar niet aan en mogen hier dus de weg niet op.
‘Ze worden ook niet gebruikt voor lange afstanden’, zegt Hansen, die zijn blik over de verzameling fietsen laat gaan. ‘Mensen die hier asiel aanvragen, hebben niet eerst half Rusland door gefietst. Zeventig meter voor de grens stappen ze uit een auto. Ze zetten hun koffer achter op de fiets en dan fietsen ze die laatste meters, tot ze in Noorwegen zijn.’ Meerijden met een auto kan niet, omdat de chauffeur dan van -mensensmokkel wordt verdacht.
Storskog is de enige grensovergang tussen Rusland en Noorwegen. Hemelsbreed ligt de regio tweeduizend kilometer van de Noorse hoofdstad Oslo; vanaf Damascus, waar de meeste Syrische vluchtelingen vertrekken, is de reis zo’n zesduizend kilometer. In het zuiden wordt het gebied begrensd door Finland, in het noorden door de Barentszee. Zes maanden per jaar ligt het land onder een dik pak sneeuw. Tussen half november en half januari komt de zon hier niet boven de horizon uit. Temperaturen ver onder het vriespunt zijn normaal.
Ook nu, op een dinsdagochtend half oktober, is het ijzig koud. Een miezerbui tikt op het doek van de drie oranje noodtenten die rondom de grenspost zijn opgezet om alle asielzoekers ten minste overdekt te kunnen ontvangen. Binnen heeft de Syrische Ibrahim (27) zijn paspoort laten controleren en zijn vingerafdrukken afgegeven. Hij wacht nu tot hij naar het nabijgelegen plaatsje Kirkenes wordt gebracht, waar iedereen die hier asiel aanvraagt de eerste dagen in Noorwegen doorbrengt. Ibrahim loopt naar de oever van het meer naast de grenspost en staart naar de overkant van het water. De bergen aan die kant zijn Russisch. Tussen de bomen door is de Russische grenspost te zien. Met zijn vuisten gebald kijkt hij voor zich uit. Hij schudt mistroostig zijn hoofd. ‘Ik haat Rusland’, foetert hij. ‘Ik haat IS. En ik haat Obama ook. Ons land is kapot. Mijn kind is pas een jaar oud.’
Ibrahims vriend Thoman (24) komt de tent uit en steekt een sigaret op. ‘Ik had op Facebook over deze route gelezen’, zegt hij. De Noorse grenspolitie hoort dat vaker, en is er huiverig voor. Als deze vluchtroute bekender wordt, zullen steeds meer mensen ervoor kiezen. Zeker omdat hij relatief gemakkelijk is. ‘We hebben een toeristenvisum voor Rusland aangevraagd’, legt Thoman uit. ‘We moesten twee maanden wachten tot we het kregen, en daarna zijn we meteen vertrokken. Met het vliegtuig van Damascus naar Moskou, en de dag daarna van Moskou naar Moermansk. Daar hebben we een taxi genomen naar de grens, en het laatste stuk gefietst.’
Thoman haalt zijn portemonnee uit zijn broekzak. Hij pakt er twee bidprentjes uit die hij nog heeft meegenomen uit zijn woonplaats, in de buurt van de Syrische stad Homs. ‘Het was een prachtig dorp. We hadden vijf heel mooie kerken, maar IS heeft alles daar kapotgemaakt. Overal om ons heen werd gevochten.’ Hij draait zich om, kijkt naar de slagboom die nu de weg terug naar Rusland afsluit. ‘Wij zoeken een rustig leven. We zijn gewone mensen. We willen ergens wonen waar we vrienden kunnen maken en waar we het leuk kunnen hebben.’ Hij kijkt om zich heen. ‘Ik volgde een opleiding tot ingenieur. Denk je dat ik hier mijn studie kan afmaken?’
Een paar dagen later staan Alaa (23) en Adnan (29) voor de noodopvanglocatie in Kirkenes. De twee vrienden zijn nu drie dagen in Noorwegen en gaan er dagelijks op uit voor een wandeling. Alaa trekt de rits van zijn beige zomerjas tot aan zijn kin dicht. Adnan zet zwarte oorwarmers op. Ze zien er moe maar goed verzorgd uit en ze zijn opgewekt. Als ze iemand voorbij zien komen, groeten ze opgewekt ‘hei!’. ‘We willen dat mensen ons aardig vinden. Daarom willen we snel Noors leren.’
‘Ik ga even vragen of we het dorp in mogen lopen’, zegt Adnan, die in Syrië in het vierde jaar van de opleiding tandheelkunde zat. ‘Ik weet niet wat ze vandaag met ons van plan zijn.’ Hij loopt naar een klein bakstenen gebouw waar in witte letters Fjellhallen op staat. De bruine deur leidt naar een grote ruimte die tijdens de Tweede Wereldoorlog – toen Kirkenes zwaar getroffen werd in de strijd om een ijsvrije haven tussen de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland – als schuilkelder werd uitgehakt in een berg. De afgelopen jaren hebben plaatselijke sportclubs de schuilkelder als sporthal gebruikt, en nu staan hier 150 stapelbedden voor asielzoekers. ‘We slapen onder een basketbalnetje’, lacht Alaa. Hij is vierdejaars student bedrijfseconomie en hij werkte in Syrië bij een bedrijf dat trouwkaarten maakt. Adnan komt terug en zegt: ‘Het is in orde. Als we het dorp maar niet verlaten.’
Terwijl Alaa en Adnan met ferme pas door de straten van Kirkenes richting de haven lopen, vertellen ze over hun reis. ‘Een vriend van ons is eerst gegaan. Toen wij hoorden dat hij was aangekomen en dat het een veilige weg was, zijn wij ook vertrokken’, vertelt Alaa. Vanuit de kustplaats Latakia reisden de twee eerst naar Damascus, en toen met het vliegtuig via Beiroet en SintPetersburg naar Moermansk. Bij het vliegveld in die laatste stad stond een taxi voor hen klaar, met het kinderfietsje en het oude barrel in de achterbak.


Ook ik fietste met Kerst richting Scandinavië. Op een
fiets die het midden hield tussen die van de eerstgenoemde profs en
die van de Noorse Syriërs. We verloren een trapper. In het
gelovige Holstein was niet één kroeg open voor een bakje koffie.
Met zicht op Denemarken raceten we de berg af richting Oostzee. Waar een eenzame surfer over de schuimkoppen zoefde.
Ik was er zelf nooit, in Scandinavië. Mijn zoons wel. De jongste zetten we gister zelfs op de bus richting Jutland. Waar hij nu onder een schoolbord slaapt. En ballen gooit in een netje. Samen met honderdvijftig andere sporters uit de hele wereld.
In het Duitse Flensburg, waar dertig procent van de inwoners Deens is, at ik vandaag Thuringer Bratwurst met mijn Berlijnse nichtjes en twee andere zoons. Waarvan de oudste gister dan weer úit de bus stapte die richting Denemarken reed.
In het Duitse Flensburg, waar dertig procent van de inwoners Deens is, at ik vandaag Thuringer Bratwurst met mijn Berlijnse nichtjes en twee andere zoons. Waarvan de oudste gister dan weer úit de bus stapte die richting Denemarken reed.
Naar café Syria zijn we niet geweest. Morgen gaan we wel weer fietsen.
Waarheen weet ik nog niet.
![]() |

Abonneren op:
Posts (Atom)

