Posts tonen met het label Ijmuiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ijmuiden. Alle posts tonen

zaterdag 8 oktober 2016

Er is een lezer overleden (1)

Het idee om haar als lezer aan te duiden is wellicht wat aanmatigend. Want ze was in de eerste plaats schrijfster, scheepskok, spijkerschriftdeskundige, moeder, vriendin, musicus en nog heel veel meer.

Om eerlijk te zijn, haar uitbundige lach, heb ik bij haar moeten fantaseren. Want ik kende haar alleen online. Zo ook Zilvertje, die tot haar spijt pas een dag later hoorde van Selma's noodlottige val. Ik zelf las het tien maanden later. En schaam me een beetje. Maar misschien moet het een troost zijn. En blijk ik toch minder verslaafd aan internet dan ik soms vrees. Of, zoals Selma zelf het in één van haar laatste logjes schreef:

"Mijn blog staat al een tijdje stil.
Niet omdat ik dood ben, maar omdat ik meer en meer wil leven in het echte leven. 
Zoals voorheen. Zoals sinds mensenheugenis.
Dat is: praten met de buren, koken voor vrienden, lief zijn voor geliefden.
Zonder elektronica. Gewoon, gezellig. 
Het zou een slogan kunnen zijn van een reclamebureau:
Nieuw! Menselijk contact! Echt zijn. Probeer het ook eens." 

Dat zou er van komen. Dat contact. Ze mailde me een uitnodiging om met mijn jongens langs te komen in IJmuiden:
"Gelukkig hebben we op het Forteiland twee keer per jaar vrij bezoek voor familie en vrienden van vrijwilligers, dus dan kom je toch in oktober? Ik houd je op de hoogte. Leuk om je dan te ontmoeten. Je bent een van de weinige geesten op de diverse blogs door wie ik nogal een beetje veel geïmponeerd ben, eigenlijk."

Groetjes, Selma 

Dat laatste maakte indruk op me. Vooral omdat zij zelf columnist was bij Trouw, voor Opzij had geschreven en voor de bibliotheek voor de Nederlandse letteren. (De goden hebben hun getal)

Was het mijn schrijfstijl? doelde ze op de inhoud? of beide? En zou 'imponeren' wel positief bedoeld zijn? Ik weet het niet. En kan het niet meer vragen. Selma Schepel overleed op 22 november 2015, na een fietsbotsing. Ze werd zesenzestig jaar oud. Vijfenvijftig jaar eerder overleed Selma's eigen moeder op haar zevenenveertigste, bij een autobotsing. Hier schrijft ze het indrukwekkende verhaal van haar moeder. Die via Japan, Michigan en Finland in Hilversum terecht kwam.

............deel 2 ...............

dinsdag 26 juni 2012

Mijn dominoom

Station Zwolle. Stromende regen. Mijn nicht, zijn voormalige schoondochter, haalt me op. We drinken koffie en praten bij. Over ouders en kinderen, over ziekte, zoeken en sterven. Samen wachten we op mijn vader. Zijn trein uit Amsterdam heeft vertraging. Het is zomer. Het is koud.

Even later rijden we met zijn drieën door een lommerrijk, maar drijfnat landschap. Hier preekte hij, vlak na zijn pensioen. Nu ligt hij er zelf. Hij wil niet meer, zegt hij, bij monde van zijn zoons. Want als ik naast hem zit, en zijn hand vasthoud, zwijgt mijn oom. Hij slaapt.

'Ik ben het', zeg ik zacht en noem mijn naam. Dezelfde naam als die van zijn eerste vrouw, die doodging toen ik nog klein was. Mijn tante was dolblij toen ze via de telefoon hoorde dat ze werd vernoemd. Mijn nicht met wie ik hier nu ben, stond toen naast haar. Dat verhaal kende ik niet. Net als andere verhalen die ik hoor. Dat mijn oom op zaterdag 'onder hoogspanning' zou staan, omdat het schrijven van de zondagspreek soms stress gaf naar het schijnt.

Mijn vader logeerde als jongetje wel eens in de pastorie. Bij zijn zus, die al het huis uit was en was getrouwd. Met een dominee. Dat gaf wel status, zij was 'de mevrouw' en mijn vader dus 'het broertje van mevrouw', maar er was vaak weinig geld. Soms kregen ze een dode haas of een levende kip. Loon in natura. Mijn oom en tante wisten er geen raad mee. Schijnen zelfs een keer een tapijt te hebben uitgerold om de kippen terug in het hok te krijgen. Het was vaak koud. In dat grote huis naast de kerk. Een tafeltennistafel bood soms soelaas. Ik weet er allemaal maar weinig van. Maar mijn oom kon goed vertellen. En had een goed geheugen. Daar dacht ik zondag aan, toen ik zijn hand vasthield en afwisselend keek naar zijn slapende gezicht en de foto op de vensterbank. Waarop de lachende vrouw stond naar wie ik ben vernoemd.

Zou hij ook vaak zelf zo hebben gezeten? Aan een ziekbed of sterfbed? Bij mensen uit zijn gemeente in Surhuisterveen, Arnhem of IJmuiden? Of hier vlak om de hoek, op de plek waar hij als jonge dominee als eerste werd beroepen, in het Ommelanderwijk van de jaren vijftig?

In de trein terug naar Groningen lees ik 'Millemorti' uit. Na een zwaarbewolkte, donkere dag klaart het 's avonds toch nog op. Een gouden gloed valt over de stad.

Mijn oom werd zondag, eergister, wonderwel nog even wakker. 'Hij zei niets verstaanbaars meer maar begreep alles knikte met zijn hoofd.' Zo lees ik in de sms van mijn zus. Die even was overgekomen uit Berlijn, voor een laatste groet aan onze laatste oom.


Vanmiddag oom twee uur is de dominee gestorven. Hij wordt maandag begraven. Niet naast mijn naamgenoot, die ligt op Texel. Want, zo zou zij gezegd hebben, je wordt begraven in de gemeente waar je sterft.
Het is goed zo.
Rust zacht oom.
Tot maandag.