Posts tonen met het label Joden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joden. Alle posts tonen

woensdag 18 mei 2016

Mit liebe aus Köln

Haar oma kwam uit Keulen. Zo vertelde Rosita Steenbeek. Naar wie ik luisterde met mijn lief. Wiens oma op haar beurt uit Gieslingen kwam, vierhonderd kilometer verder. En nog weer zeshonderd kilometer Oostwaarts stapte mijn eigen opa in het bagagerek van een trein die hem voorgoed van Wenen naar Nederland zou brengen. Honderd jaar terug, tachtig jaar terug. Tijd tussen oorlogen.

Duitstalige voorouders vluchtten naar een beter bestaan. Waar werk was, waar eten was, een toekomst. Als tiener, als twintigers. En ze waren niet de enigen. Anne Frank, Miep Gies. Half Europa was on the move. Vrijwillig of gedwongen. Maar toen kwam de oorlog en heette je opeens Duits. Of jood, of beide. Of vluchteling. Of fout. Of beide. De joodse oma van Rosita zag vanuit haar pastorie bommen vallen op Rotterdam en zei: "Dat doet mijn volk." Twee jaar later werden er duizend bommen op haar geboortestad Keulen gegooid.

In Duitsland is de publieke opinie omtrent vluchtelingen onlangs gekanteld. Door gebeurtenissen die plaatsvonden in Keulen. Niet de aanrandingen an sich leken interessant, maar de kleur en afkomst van de plegers. Hoog tijd om zelf eens een kijkje te gaan nemen. Bij pausen en engelen, bij Turkse en Griekse cafe's, bij een museum met de verkiezingsuitslag uit dat interbellum. Bij een confectiewinkel uit de wederopbouwtijd die inmiddels alweer was omgebouwd tot hippe kroeg. Waar borstvoedende dames en flexwerkende soortgenoten aan gezonde drankjes zaten. We zagen een stil Eau de Cologne huis, aten schnitzel tussen een buslading bierdrinkens en waren ook op het beruchte stationsplein. Waar het wit zag van de mensen. Er lag een spoorbiels met een koperen plaat. Hierop werd de Deutsche Bahn ter verantwoording geroepen voor haar medewerking aan de holocaust.

Er was veel politie. Voor het station. Bij het beeld van Bismarck. Op de brug vol liefdesslotjes. Een slenterende blanke man wenkte naar mij. Zijn tassen puilden uit. Hij keek nors. Met het statiegeld van de petflessen hoopt hij vast zijn bestaan iets te verbeteren.










maandag 2 mei 2016

Onze manier van leven

Een donkere dame bestudeert voorover gebogen munten uit het Nederlands Indië van 1820. In de kraam ernaast liggen koperen kloppers en horloges. Ik maak een praatje met een lange man die oud gereedschap aanbiedt. Hij had een huis in aardbevingsgebied, is toen gescheiden en nu dakloos. Hij vindt het best om steeds ergens anders te slapen. En met zijn camper redt hij het wel. Een gewiekste klant weet bij hem af te dingen tot de helft van de prijs. De kunst van het loven en bieden beheers ik slechter dan haar. Ik bepotel zijn metalen drukletters. Mijn handen zitten onder de roest. Hij geeft me een witte doek om ze aan af te vegen.

Langs typmachines, asbakken en oude violen slenter ik terug richting Grote Markt. Voor de Duitse toeristen verkoopt men hier broodjes met Aal en Lachs. Op de kop van de Vismarkt is een jongeman met veel armgebaren zijn gesprekspartner aan het overtuigen van zijn gelijk. Het gaat over politiek. Bij een boekenkraam blader ik door onze recente geschiedenis. Ik lees dat er in het Rusland van de Tsaar al anti-Joodse wetten waren. Die na het uitbreken van de revolutie zouden zijn afgeschaft. Ik leer dat Trotski uit een joodse familie uit de Oekraïne kwam en Bronstein heette. Ik zie foto's van joodse vrouwen in een burka, en een joodse man in een Chinees gewaad. Een groot schip vol vluchtelingen richting VS -dat terug moest naar Europa-, kleine bootjes op het strand bij Haïfa die door een Engelse blokkade breken. Als de vluchtelingen ergens aan land mogen, kijken ze zielsblij.
Er is in honderd jaar weinig veranderd.
Zelfde zee en aantallen. 
Andere richting en religie. 

Het blijft beangstigend dat het mogelijk is om een heel volk door middel van stelselmatig zwartmaken en buitensluiten uiteindelijk bijna uit te roeien. Als het Ebola virus. Als Malaria. Waargebeurde horror. Te gruwelijk voor een film. Al komt Shoah aardig in de buurt.

Op de Grote Markt gaapt een gat. Waar een ontmoetingscentrum moet komen. Het Forum. In de oorlog stond hier het beruchte Scholtenhuis. Nu zitten vlak voor deze plek, op de trappen van het mooie VVV kantoor, tientallen mensen te genieten van een zonnige dag van de arbeid. Intussen wordt een ander plein, in Istanbul, afgesloten voor demonstranten. En gooien onbekenden bommen op Aleppo.

Bij de ingang van de buurtsuper staat een man met een keppeltje. O nee, dat heet anders bij moslims. Hij voert eierkoeken aan de duiven. In het park zitten mannen in kleermakerszit. Er fietsen kinderen omheen. Komende week herdenken we de doden en vieren we de vrijheid.
Die is me erg lief.
En die gun ik iedereen.
Ook haar
En hen ook.