Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

vrijdag 9 november 2018

Arabia Felix of een zandbak vol hoofddoekjes?

Was ik me toch weer bijna aan het opwinden. Over wereldpolitiek nog wel. Het leek mij allemaal zo doorzichtig. Dat Pompeo in Ryad de koning en prins sprak nadat deze trouwe wapenklanten een kritische journalist hadden doen verdwijnen. Of hadden laten vermoorden. Of aan stukjes sneden.  We zullen het nooit weten. Wat we wel weten is dat kort nadat Pompeo in Ryad was, de VS de sancties tegen Iran aanscherpte, toevallig de grote vijand van de koninklijke wapenklant. Soort van handjeklap: "Prima, wij stoppen met bommen gooien op Jemen (die jullie maken), maar dan moet de VS de wapenleverancier van de andere partij in Jemen, wel straffen." 

De bommen stopten niet. Integendeel. Gisteren schenen de gevechten in Hodeida het hevigst te zijn sinds maanden. En met die sancties tegen Iran zal de VS ook niet bereiken wat ze willen, of wat Ryad wil. Peyman Jafari legde in Nieuwsuur  uit dat Iran de sancties wel zal voelen maar dat acht landen, waaronder reus China er niet aan meedoen en dat Iran ook trucjes kent om die sancties te omzeilen. Jafari is net gepromoveerd op onderzoek naar de rol van olie in de Iraanse economie en weet vast waar hij over praat. Ook verfrisssend om eens iemand te horen die niet persé staat te juichen bij het idee van een regime change in Iran. Zo'n genuanceerd beeld hoor je niet gauw van een Iraniër. 

Maar hoe gaat het ondertussen nou in "Arabia Felix", "Het gelukkige Arabië", zoals de Romeinen Noord-Jemen noemden. Zijn het inderdaad alleen Iran en de Saoudi's die daar een oorlog uitvechten, en is half Jemen stervende? Welke journalist komt daar nu nog om ons te berichten hoe het daar echt gaat?

Ana van Es is één van weinigen die dat lukte. Maanden voorbereiding kostte het haar om Jemen binnen te komen. Ze vertelde op de radio over een man die er zonnepanelen verkocht. Die deed gouden zaken, dankzij die oorlog. En er zijn meer mensen die van de oorlog profijt hebben. Ook legde ze uit dat er in Jemen geen gebrek aan voedsel is, dat de schappen vol liggen en dat er veel nieuwe supermarkten worden geopend. Alleen heeft het armste deel van de bevolking geen geld om daar iets te kopen. Voor hen komen er wel schepen met voedsel naar Jemen, maar dat vindt de kerseverse baas van het land dan weer een belediging voor zijn volk. Of hij vindt dat eten van slechte kwaliteit. In ieder geval gelden er importheffingen op. Wat me best slim lijkt, als je een oorlog moet bekostigen. Maar dat verhoogt natuurlijk weer de vraag naar voedsel. Of geld.

Oftewel, misschien toch iets minder doorzichtig dan het weinige dat ons over Jemen bereikt doet vermoeden. Hoog tijd eens op zoek te gaan naar wat dit land nog meer is dan "Een soort zandbak met teveel hoofddoekjes er in", zoals van Es het beeld schetst dat er van de Midden-Oosten bestaat bij de gemiddelde Nederlandse lezer.

In Jemen groeien granaatappels, dadels en het zou de bakermat zijn van 's werelds lekkerste koffie: Arabica. Als je even tijd hebt, kun je bij deze film nog meer moois zien. Joodse zilversmeden, vrouwen die huizen bouwen en dansende mannen. De reacties daarop komen vooral van mensen die Jemen in betere tijden bezochten: "Yemeni's are very different Arabs (...) Polite and soft speaking people they are." Wie meer houdt van Pharrel Williams, kan hier de Yemetische versie van Happy bewonderen.  Waarin ook even een meisje met het syndroom van Down danst, best revolutionair, niet alleen voor Jemen.  'Despite the difficulties our happiness will never cease', staat er bij de aftiteling.

Vanessa Lambregt schrijft hier nog meer hoopvols over veerkrachtige Jemenieten en via haar beland ik bij projekten voor film ("shoot films, not bullets"), muziek, streetart en literatuur. Bijvoorbeeld 'the Basement Cultural Foundation'. ("War is not only an arena for extremists and warmongers, but an instrument that galvanizes artists"-Joshua Levkowitz-). De oprichter, Saba al-Suleihi, is van mening dat de organisatie bewezen heeft bestand te zijn tegen het huidige conflict: "Our building was damaged by airstrikes, but we cleaned up and continued our activities. We will do this each time war strikes until there’s no more war”.  In september was er een discusssie over het werk van Simone de Beauvoir en vandaag werd er in de kelder uit het Indiaas vertaalde poëzie van Nabil Qassem geprenteerd door de Jemenitische vertaler en kunstenaar. Maar er worden ook thema's besproken als toenemende kinderarbeid.  

Misschien verdienen deze moedige mensen het meer om aandacht te krijgen dan mannen met macht die doorzichtige spelletjes spelen. 

maandag 20 februari 2017

De liegende vluchteling

Er was eens een meisje van zes. Ze heette Gerda de Vries en woonde aan de Rijnkade vijftien in Arnhem. Maar gek genoeg had deze Gerda geen flauw idee hoe het er daar op de Rijnkade uitzag. Of ooit had uitgezien. Ze was in heel Arnhem zelfs nog nooit geweest. Ze heette eigenlijk ook geen Gerda. En 'de Vries' was niet de achternaam die ze van haar vader had meegekregen. Maar hoewel er niks klopte aan haar papieren, was ze er wel. Het was een meisje van vlees en bloed met bruine ogen en een grote strik in het haar. Dat knikkerde en leerde schrijven en schaatsen. Ze bestond echt. Sterker nog, ze bestaat nog steeds.

Het enige dat correct op de papieren stond, was haar geboortedatum, 1 april. Maar aan alle verzinsels rond de rest van haar identiteit, was verder weinig grappigs. De Rijnkade vijftien was namelijk gebombardeerd. Een vergissingsaanval, geallieerden hadden de stad aangezien voor het Duitse Kleef. Er vielen zestig doden. Ook dat had Gerda weliswaar niet meegemaakt, maar het was wel de reden om juist dit adres te verzinnen. Want wie wil zich nou niet ontfermen over een 'evacueetje' uit 'geteisterd gebied'? Daar is weinig verdachts aan. Wat dat betreft is er niets veranderd. Ook anno 2017 willen we eigenlijk alleen 'echte' vluchtelingen helpen. Mensen wiens huis is platgegooid spreekt tot ieders verbeelding. Maar wie liegt over zijn of haar identiteit, kan op weinig compassie rekenen.

Maar laat nu juist de afkomst van dit meisje de reden zijn geweest om te liegen. Het maakte dat zelfs haar geboortehuis in Friesland niet meer veilig was en ze moest onderduiken, samen met haar moeder en zus. Waar vader was wisten ze niet. Naar later bleek probeerde hij, vermomd als vrouw, de controles te omzeilen.

De vader van het meisje was zelf twintig jaar voor Gerda's valse papieren ook vluchteling geweest. Of mag je een jongen van twaalf, die zich zonder ouders verstopt in een volle trein, op zoek naar een beter bestaan in een ander land, zo niet noemen? Feit was wel dat toen hij inmiddels was getrouwd met een Friese boerendochter, zij twee dochters hadden en een bloeiende eigen zaak runden, hij nog niet was genaturaliseerd als Nederlander. Het wrede toeval wilde dat Nazi-Duitsland zijn geboorteland toen annexeerde en zo werd hij, als Duitser, opgeroepen voor militaire dienst. Hij wist het lang te ontduiken maar moest uiteindelijk toch het nazi-leger in. Gerda's oudere zus werd geacht naar de Duitse school te gaan. Hoe te laveren tussen wat verplicht was in oorlogstijd, de blikken van de buren en je eigen geweten?

Vader wist te ontsnappen uit het medisch, militair kantoor van de nazi's waar hij werkte in het toen nog Duitse Stettin (het huidige Szczecin, wat nu in Polen ligt. 'Landsgrenzen' blijven een vreemd fenomeen). En zo werd het meisje met de strik de dochter van een gedeserteerde Duitser en daardoor noodgedwongen Gerda. Vader dook onder en zijn gezin hield zich elders schuil. Soms waren dat fijne plekken, die toch niet veilig bleken, soms was het eten vies (maar daar mogen vluchtelingen niet over klagen). Soms waren het plekken waar het meisje en haar zus de straat op werden geschopt -kinderen maken het huis maar vies- of waar je koffer stiekem werd nageplozen door de gastvrouw. In een oorlog is het overleven. Maar het echte overleven begon voor Gerda pas na de oorlog.

Op de dag dat Friesland werd bevrijd, een maand voor 5 mei 1945, stak het inmiddels zevenjarige meisje zonder uitkijken de weg over, en werd ze aangereden door een Canadese jeep. Wekenlang lag ze doodstil in de bedstee van het onderduikadres. Men wist niet of ze het zou redden. Maar ze overleefde de klap.

Vijfenzestig jaar later maakte ik met dit meisje een driedaagse fietstocht. Van Arnhem naar Zwolle. De tocht begon daar waar ze volgens haar vluchtelingenverklaring zou hebben gewoond. Lachend poseerde ze voor de deur van de inmiddels herbouwde Rijnkade vijftien.

Het is mijn eigen moeder.







maandag 2 mei 2016

Onze manier van leven

Een donkere dame bestudeert voorover gebogen munten uit het Nederlands Indië van 1820. In de kraam ernaast liggen koperen kloppers en horloges. Ik maak een praatje met een lange man die oud gereedschap aanbiedt. Hij had een huis in aardbevingsgebied, is toen gescheiden en nu dakloos. Hij vindt het best om steeds ergens anders te slapen. En met zijn camper redt hij het wel. Een gewiekste klant weet bij hem af te dingen tot de helft van de prijs. De kunst van het loven en bieden beheers ik slechter dan haar. Ik bepotel zijn metalen drukletters. Mijn handen zitten onder de roest. Hij geeft me een witte doek om ze aan af te vegen.

Langs typmachines, asbakken en oude violen slenter ik terug richting Grote Markt. Voor de Duitse toeristen verkoopt men hier broodjes met Aal en Lachs. Op de kop van de Vismarkt is een jongeman met veel armgebaren zijn gesprekspartner aan het overtuigen van zijn gelijk. Het gaat over politiek. Bij een boekenkraam blader ik door onze recente geschiedenis. Ik lees dat er in het Rusland van de Tsaar al anti-Joodse wetten waren. Die na het uitbreken van de revolutie zouden zijn afgeschaft. Ik leer dat Trotski uit een joodse familie uit de Oekraïne kwam en Bronstein heette. Ik zie foto's van joodse vrouwen in een burka, en een joodse man in een Chinees gewaad. Een groot schip vol vluchtelingen richting VS -dat terug moest naar Europa-, kleine bootjes op het strand bij Haïfa die door een Engelse blokkade breken. Als de vluchtelingen ergens aan land mogen, kijken ze zielsblij.
Er is in honderd jaar weinig veranderd.
Zelfde zee en aantallen. 
Andere richting en religie. 

Het blijft beangstigend dat het mogelijk is om een heel volk door middel van stelselmatig zwartmaken en buitensluiten uiteindelijk bijna uit te roeien. Als het Ebola virus. Als Malaria. Waargebeurde horror. Te gruwelijk voor een film. Al komt Shoah aardig in de buurt.

Op de Grote Markt gaapt een gat. Waar een ontmoetingscentrum moet komen. Het Forum. In de oorlog stond hier het beruchte Scholtenhuis. Nu zitten vlak voor deze plek, op de trappen van het mooie VVV kantoor, tientallen mensen te genieten van een zonnige dag van de arbeid. Intussen wordt een ander plein, in Istanbul, afgesloten voor demonstranten. En gooien onbekenden bommen op Aleppo.

Bij de ingang van de buurtsuper staat een man met een keppeltje. O nee, dat heet anders bij moslims. Hij voert eierkoeken aan de duiven. In het park zitten mannen in kleermakerszit. Er fietsen kinderen omheen. Komende week herdenken we de doden en vieren we de vrijheid.
Die is me erg lief.
En die gun ik iedereen.
Ook haar
En hen ook.













woensdag 1 april 2015

Os, Zalm of Sein

Maxima spreekt deze week in Birma. Om de Birmezen aan het internetbankieren te krijgen. Nou ja, ‘bankieren’ zou al een eerste stap zijn. Want veel mensen in Birma (of moet het Myanmar zijn), doen alles nog met contant geld. Hebben geen bankrekening. En dat, zo zou onze koningin als speciale gezant van de VN verkondigen, was in geval van brand toch wel vervelend. Want dan was het geld weg. Bij een bank zou je geld veel veiliger zijn. Kreeg je er nog wat rente op ook (of zou ze zo’n laatste aanbeveling hebben ingeslikt?).

In Birma, zo hoorde ik op de radio, werd ook wel eens geïnvesteerd, belegd voor later. Maar dat doet men dan bijvoorbeeld door een os te kopen.

Een os.

Ik zie het voor me. Twee bejaarde Birmezen willen naar een verzorgingshuis (misschien moest Maxima dat ook maar gaan aanprijzen. Is hier intussen al passé) en komen bij de indicatiecommissie met hun os. Het panel van wijze vrouwen (weer ‘s wat anders dan Petrus) buigt zich over de voorwaarden. “Nee, u bent nog niet oud/ verschrompeld/ kreupel/ dement genoeg.” zegt de commissie streng, en zendt meneer en mevrouw San Suu Kyi henen met hun os (kent u een andere beroemdheid uit Birma waarvan u de naam kunt onthouden en uitspreken? Dan mag u vast aanschuiven bij de volgende VN delegatie). De echte Aung San Suu Kyi is trouwens erg ziek geweest. Het is de vraag of zij later kan aantreden bij het hoge bezoek.

Neen, dan hebben wij het hier beter geregeld. Mijn centjes staan op de bank. En dat van mijn minderjarige kindjes ook. O wacht, da’s niet helemaal waar. Kleine Kees vertrouwt de bank niet. En dus kreeg hij een heuse kluis voor zijn verjaardag. De sleutel verstopte hij in het kasteel dat mams waarschijnlijk in een onbewaakt moment naar de kringloopwinkel bracht. Nu weet Kees zeker dat zijn spaarcentjes voor later veilig zijn.
Er kan geen brand bij.
Hij zelf ook niet.
Zelfs Zalm neemt het niet mee naar de beurs.

Maar wie die Sein nu is, vraagt u?
Da’s de baas van Myanmar.
De eerste die democratisch werd gekozen.
Gister zette hij zijn handtekening onder een staakt het vuren. Na vijfenzestig jaar oorlog.
Sein is trouwens ook de baas van de krant.
Want die schijnen nog in handen van de staat.
En misschien is hij dan ook wel baas van de bank.
Net zoiets als ABN-AMRO.
Maar dat staat vast niet in de krant.
Anders kwam Maxima voor niks.

maandag 9 maart 2015

IS op de fiets, Anne Frank en logica

Hij fietst voor me en mompelt iets onverstaanbaars.
Ik roep: "Als je wil dat ik je hoor, moet je mijn kant op praten."

"Die zullen wel een zware straf krijgen als ze die te pakken krijgen!"

A, ik verstond het!
Maar waar gaat dit over?
Het blijkt over IS te gaan. 

Ik -altijd bereid om de keerzijde van een schijnbaar simpele werkelijkheid te belichten- zeg: "Ja, maar wie moet ze straffen? Het leger en de politie zijn gevlucht en nu is IS daar de baas. Nu zijn zij degenen die anderen straffen. (Dat het leger, -mogelijk met hulp van Iran-, inmiddels weer bezig is met een comeback richting de olievelden laat ik maar achterwege) Je hand er af als je iets steelt, je kop er af als je iemand vermoord...."
 
Mijn politiek correcte hersenspoeling staat paraat voor het geval zoonlief zou tegenwerpen dat het straffen met de dood bij moordgevallen best ok is. Maar Kees steekt qua correctheid -of eigenlijk meer qua logisch denken- boven moeders uit. Volgens hem is het helemaal niet goed om iemand om moord met moord te straffen, dan wordt je immers zelf moordenaar en moet je daarvoor weer gestraft en zo blijft er niemand over.

Bij wijze van vrouwendag-staartje vertel ik ook dat vrouwen er niet zonder familiebegeleiding over straat mogen, geen eigen auto kunnen kopen, geen haren aan de buitenwereld laten zien.....
(dat ook orthodoxe, Joodse vrouwen hun eigen haar met een pruik bedekken, laat ik voor het gemak maar even achterwege).... "En als je dan kanker hebt?", vraagt Kees.


*Stilte*

(al fietsend tussen groene weilanden, visualiseer ik een kale, blootshoofdse dame te midden van een blauwe boerkazee) Kees vervolgt: "O, dan moet je zeker een pruik op en daar dan weer een sluier overheen."

' s Avonds zit Kees op de bank met zijn voeten in een sodabadje. Hij leest. Grote broer Leo oefent Pachelbel en Aardrijkskunde. Ik zing zachtjes en vertel over mijn Amsterdamse uitje van gister: met viereneenhalve Italiaan bezocht ik het Anne Frankhuis. Op het kaartje dat ik er kocht staan twee bladzijden uit het dagboek van het meisje dat zo graag schrijfster wilde worden. Tussen berichten over haar gewicht, sabotage, deportatie ('die sturen ze nu ook bijna allemaal naar Duitsland om te werken, zowel mannen als vrouwen') ook een stukje over vrouwenemancipatie: "Het is de strijd die er geweest is om de vrouw, dat die ook wilde studeren en dezelfde rechten hebben als de man. Want vroeger als de vrouw niet getrouwd was kwam ze meestal als oude hardwerkende sul bij een van haar broers in huis"

Kees denkt dat er een derde wereldoorlog komt. Ik zeg dat ik het niet weet, maar ook dat die er misschien al is, alleen niet in Europa. Om het dreigement van Griekenland moet hij lachen.

Later, in bed, zegt hij dat ie blij is dat hij hier woont, en niet in Irak, of Syrië.... of in Oekraïne. Ik ook. "Weet je", zeg ik, terwijl ik hem over zijn bol aai, "er zijn nu op de wereld heel veel andere kinderen die ook een kus van hun moeder krijgen. Ook in Syrië. Ook in Irak. Ook in de Oekraïne. Maar dan wat eerder (dat kinderen daar niet al om acht uur naar bed gaan laat ik maar achterwege), want verder naar het Oosten, of nee... later....of nee....... eerder", besluit ik uiteindelijk.
 "Dat heb je goed uitgerekend, of nee, dat heb je logisch bedacht, mama."

"Heb je ook wiskunde zonder cijfers?"
"Eh ja, dat heet geloof ik logica."

zaterdag 24 januari 2015

De Islam in de schaamstreek

Na drie delen Senegal, is het nu tijd voor een Islamitisch intermezzo in eigen land. Ja mensen, want straks worden we hier overspoeld door vluchtelingen (u weet wel, type bruin haar, donkere ogen. Heet vaak Mohamed), daardoor zijn er geen sociale woningen meer voor (wel hardwerkende, blonde) mensen, zo meldde het journaal. Of er in de tussentijd ook één en ander aan sociale woningbouw in de verkoop ging, hoorde ik niet. Als doekje voor het bloeden (ze zijn zo heerlijk politiek correct bij de NOS) mocht een goed Nederlands sprekende VWO scholier zijn kunstje opvoeren. 'Welkom in mijn wonink' (hij wel!), zei Mahmoed* tegen de verslaggever.

Wat wordt het volgende nieuws? 'Woningnood want we worden te oud'? Met erna, in het reclameblok, een spotje tegen ouderenmishandeling?  Ik hoor het Mustafa Marghadi al zeggen. (Kijk, daar heb je het al, die gozer is via Jeugdjournaal en Klokhuis zo onze huiskamer binnengekropen. Weliswaar bij de late uitzending, maar toch, zo'n naam, 'Moustafa', dat kan nooit goed zijn. Dat voel je.)

Ik durf vanavond niet te kijken naar 'Rot op naar je eigen land'. Hoewel het misschien juist een poging is om tegenwicht te bieden aan al dat sluimerende 'er zit wel wat in' gekwaak. En in het Dagblad lees je dan over de verbazing over hoe Joodse vrouwen van de Nazi's aardappels moesten (mochten?) rooien in Groningen in 1943. Waarom zijn 'ze' toen niet gevlucht? Maar voor stemmingmakerij kun je niet vluchten. En wie kan zo'n mechanisme beter verbeelden en verwoorden dan deze meesters van de satire.

Toch ben ik in deze discussie soms aangenaam verrast. Bij het lezen van een tweet van Willem Aantjes bijvoorbeeld. Die een Bijbeltekst de wereld in stuurt met een schijnbaar andere bedoeling dan je van een CDA-er zou verwachten. Als verweer volgt dan uiteraard dat 'wij Christenen' verlicht zijn en 'onze' heilige tekst in de juiste context en tijdgeest weten te plaatsen. Om het ingewikkeld te maken zijn de weinige mensen die ik ken die er -heimelijk dan wel openlijk- voor uitkomen dat Wilders gelijk heeft, zelf moslims. Of ex-moslims. Maar dat zou geloof ik niet kunnen.

Wat er in de Koran of Bijbel wordt gezegd weet ik niet. Ze staan hier wel in de kast. Naast respectievelijk -even spieken- 'Het kapitaal' van Karl Marx en Otto Ruhle (deel 1, verkorte uitgave) en 'voorlichting voor jongens over sex' van sipke van der land (die 'X' en ook het gebrek aan hoofdletters verraadt een zekere gedateerdheid. blz. 33: 'Meisjesjagers aangehouden. Drie schoolgaande jongens van elf en dertien jaar zijn in hun woonplaats Groningen aangehouden omdat zij met windbuksen op meisjes schoten. Het drietal beschikte over 11.000 kogeltjes")

Maar ik dwaal af. Het ging over de invloed van 'de moslim' op ons geliefde vaderland (wanneer wordt vaderland eigenlijk moederland en omgekeerd?). Tegen een versimpeling van de werkelijkheid is geen kruit gewassen. Het enige wat ik wel kan doen, is mijn werk. En om me heen kijken.

In opvangcentra willen toiletpotten wel eens los gaan zitten. Niet zo zeer omdat vluchtelingen dat ding slopen, maar omdat het plaatsnemen op de pot soms vies wordt gevonden. En zo'n ding is niet  gemaakt om op te staan, dus dat gaat mis. Daarnaast geven veel moslims er de voorkeur aan om hun edele delen na toiletbezoek (en na andere toepassingen) met water te wassen in plaats af te vegen met papier. Dat dit ook in landen voorkomt waar de meerderheid van de bevolking een christelijk geloof aanhangt, verraad de herkomst van het woord 'bidet'.

Voor mijn huidige werk kom ik niet meer in opvangcentra maar doe ik klusjes bij mensen thuis. En laat ik nu net bij een keurig Hollands gezin een bidetkraan moeten monteren. Ze hadden de weldaad ervan op vakantie in den vreemde ervaren en wilden nu niets anders meer. De groothandel, Gamma of Karwei konden me niet helpen maar uiteindelijk, 'Jippijajajippiejippiejee', bood de roze bouwmarkt uitkomst. Ze hadden zelfs drie uitvoeringen. Van basic tot lux. Geberit lijkt in dit spotje ook niet veel moeite met moslims te hebben: 'Water is natuurlijke zuiverheid' (hoewel de pot waarmee u met water wordt gereinigd mij meer doet denken aan een vermomde vibrator).


En voor deze bekering tot het billenwassen kroop nog een andere sluipende cultuurverandering ons op de huid. Want u wilt toch niet beweren dat het massaal kortwieken van de schaamstreek een uiting is van een verlichte uitleg van de bijbel?

U zijt gewaarschuwd waakzaam Nederland!
We worden overspoeld.
Ik voel het in mijn kruis.
Amen.



*Mohsen lijkt in het nieuws-item goed geïntegreerd. Hij droogt zijn gebloemde koffiekopjes na ze uitvoerig met schuim te hebben gesopt, gelijk af en zet ze dan in de kast. Dat vind ik dan weer onrein. Het lijkt op mezelf afdrogen na het inzepen. Maar dat komt natuurlijk omdat mijn inburgering plaatshad in een katholiek land. Of ze hebben het spoelen er bij de redactie uitgeknipt.

donderdag 28 augustus 2014

De andere helft van de hond danst in Damascus

Het lijkt de laatste warme zomerdag. Of, op z'n Hollands gezegd, de eerste. Allemachtig wat was het nat. In mijn tuin groeien intussen paddestoelen. En op plekken waar het wel lekker warm was, tussen de zonnebloemen in Oekraïne of in Syrië, hadden mensen heel andere dingen aan hun hoofd dan vakantie vieren. Of ligt dat genuanceerder?

Beelden versimpelen de werkelijkheid. Die wordt verkleurd en vertekend om in ons brein te passen. In het boek 'Een halve hond heel denken' schrijft Joke van Leeuwen over een kleuterklas, die prachtig zingt. Maar als de meisjes worden opgeschrikt door een binnenlopende cameraman, moeten ze huilen. Please note: het speelt in Afrika (huidskleur kleuters verandert nu in uw hoofd van wit naar zwart). De tranen die dan op film komen, worden gelabeld als verdriet van de honger. En dat zien we in Nederland op de buis.


In Libië heerst nu chaos. Clans, oud-legerleiders, overlopers, herrieschoppers. Op alle beelden die ik zie, staan mannen en in veel artikelen gaat het over krijgsheren. Ik vraag me dan steeds af: zouden hun moeders, zussen en echtgenotes elke dag voor hen koken? Of zouden ze liever een gebraden kippetje bij KFC bestellen, net als in Gaza? En zouden ze ook nog tijd hebben om lief te hebben, of slapen ze fijn met een kalasjnikov in bed? Of zijn de heren die wij in beeld krijgen, net als bij de kleuterklas, maar een deel van de werkelijkheid? Een antwoord op die vraag zal ik vast nooit krijgen. Het schijnt nu eenmaal interessanter te zijn welke wapens men gebruikte, dan welk voedsel men at en of de winkel of de school of de dokter of toneelclub nog gewoon functioneert.

Maar soms plopt er toch iets omhoog uit dat dagelijks leven. In een hoekje van een krant of na een paar keer doorklikken op het net. Geen keuken- of slaapkamergeheimen, maar wel iets over vrije tijd. Dat men in dat verscheurde Libië ook in de zon ligt. Dat volgens de verslaggeefster ter plaatse het strand zelfs vol zit men zonaanbidders. En de theehuizen ook geen klagen hebben. Terwijl in Tripoli de nationale luchthaven tot de grond toe afbrandt.


Permalink voor ingesloten afbeelding

Weet je wat ik denk?
Dat er in Ferguson ook vrolijke kinderfeestjes worden gevierd, dat je je bachelor kunt halen aan de universiteit van Baghdad en dat je in Damascus kunt genieten van het Syrische nachtleven.
Ja dat denk ik.
Hoewel ik de andere helft van de hond nooit te zien krijg. 

donderdag 19 juni 2014

Onthoofd

Een man loopt rond in een slaapkamer. Het bed is onopgemaakt. Er staan nachtkastjes. De man trekt een laatje open. Gluurt er in. Doet het weer dicht. Er worden pakken op haakjes uit een kast gehaald. Op het echtelijk bed gedrapeerd. Niet echt gesmeten. De man stelt vragen aan een andere man. Die antwoordt. Over wat voor werk hij doet.

Ik zou weg moeten kijken. Dit wordt erger dan ik in een gecensureerde horrorfilm te zien krijg. En het is echt. Het moet echt lijken. Net zo echt als de plas bloed waar mijn goede vriend Roberto vorig jaar in stierf en waarin zijn vrouw hem vond, mijn zelfgekozen zusje. Die haar volwassen dochter uit alle macht buiten de schuur, het plaats delict probeerde te houden. Om haar de aanblik van haar vermoorde vader te besparen.

Er zijn meer mannen. Ze praten dezelfde taal. Vraag en antwoord. De bevraagde man laat zich blinddoeken. Nog een paar beelden van kleding die uit een kast wordt gehaald.

Is het in Karbala? De stad waar mijn Iraanse gastvrouw in 2009 heen wilde, maar wat haar kinderen haar uit haar hoof hebben gepraat. Irak zou te gevaarlijk zijn.  

Opeens wordt de man besprongen. Van achteren. Naast de open kast. Vanaf het bed. Ik zie geen gezichten. Bewegingen suggereren het doorsnijden van een keel. De kijker ziet geen doodstrijd. Wel het resultaat. Het hoofd dat zojuist over zijn werk vertelde, ligt nu bebloed tussen zijn eigen benen. Het levenloze lichaam ligt op zijn buik.

Hopelijk krijgt zijn familie deze beelden nooit te zien.


Dit verhaal heeft geen kop en geen staart.
Dat hebben zulke beelden niet.

woensdag 12 maart 2014

Een kerk voor communisten


Er werd verwezen naar Noord-Korea, de Sovjet-Unie, er werd gesproken over een ontmoeting met een Griekse priester in een kibboets in Israël, over Indonesië, over de Spaanse burgeroorlog en de huidige dreiging in de Oekraïne. Het was weer werelds. Maar in de kerk was het wit. En op leeftijd. Ik vermoed dat ik met mijn 43 jaar een van de jongste aanwezigen was. Maar dat mocht ook. Aangezien het boek dat hier op 5 maart werd gepresenteerd vooral ging over 1940-'45, in het bijzonder het communistisch verzet uit die oorlog. Over CPN-ers die ook na de machtsovername van Hitler in 1933 al verzet hadden gepleegd en zich sterk maakten om Duitse vluchtelingen op te vangen. In de oorlog werden veel van hen opgepakt en vermoord en na de oorlog ontbrak het voor de overlevenden vaak aan erkenning. Die oorlog is nu lang geleden, maar nog niet lang genoeg om de nabestaanden en betrokkenen, waar ik woensdag tussen zat, een traantje weg te laten pinken.

De presentatie werd ingeluid door zigeunermuziek (Zigane), en door een uitvoering van 'Wij zijn de veenbrigade' (Moorsoldaten). Het doet wat militaristisch aan, maar aangezien ook ik ben opgegroeid in een rood nest, bezorgde het me toch warme herinneringen. Het lied bleef de hele dag in mijn hoofd zitten.

Max van de Berg, commissaris van de koning in Groningen, zelf geboren in 1946, reikte het eerste exemplaar uit aan de dochter van Wolter Wolters, actief in het Communistisch verzet in Groningen. Wolter Wolters kwam in 1942 om in Neuengamme. Zijn nu bijna honderdjarige dochter was de laatste die sprak. In de A-kerk.

Later op die dag zat ik aan tafel met de vader van de neven van de auteur. Hij vroeg wie er nu zoal geïnteresseerd kon zijn in het communistisch verzet uit de tweede wereldoorlog. Ik vertelde over wat ik die middag had gehoord. Dat kennis van de geschiedenis net zo onmisbaar is als taal en rekenen. Omdat het ons inzicht verschaft in denkpatronen. Omdat het ons iets leert over uitsluiting op grond van afkomst of overtuiging. En dat zo'n oordeel funest kan zijn. Ook voor de generaties die volgen. En dat het durven kijken en zien van verbanden en zelf verbanden durven leggen met de huidige wereld, bijdraagt aan het moreel besef. 

Geschiedenis is niet wat wij uit boeken leren, maar vooral wat zich buiten afspeelt. Bij mensen, onder mensen, wat wordt gezegd maar vooral ook waarover wordt gezwegen. Het boek was mede gebaseerd op interviews uit de jaren tachtig met oud CPN-ers die in het verzet hadden gezeten. Zij zijn inmiddels overleden.

Na afloop was er koffie en cake en aan de enorme rij die zich vormde bij de verkoop, kon ik opmaken dat de presentatie geslaagd was. Dat doet deugd.

Ik kocht het boek niet. Mijn bijdrage zal zijn dat ik, nog meer dan voorheen, mijn kinderen zal proberen te leren om zich zelf een beeld te vormen van wat er om hen heen gebeurt. Om goed te kijken, te luisteren en te (willen) zien en weten. Om zelf te oordelen, niet op grond van de groep waar ze bijhoren, of hun ouders, of waartoe ze anderen menen te moeten rekenen, maar op grond wat je zelf waarneemt.

Het indelen in groepen maakt de wereld misschien wel overzichtelijk, of simpel, maar het verdelen in 'mijn en dein' geeft ook strijd en leidt tot oorlog.
Op schoolpleinen, in Groningen maar ook op de Krim.




'Fascisme, dat nooit meer' is actueler dan ooit.