Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen

woensdag 14 juni 2017

De kunst van gelatenheid

Wat er aan vooraf ging: 'Welcome to Italy'

Naarmate de shuttlebus verder Rome binnendringt, verdikt het verkeer en de stad en veranderen de voetgangers van kleur. Op de stoep voor diepe pijpenlades vol prullaria hangen Oosters ogende neringdoenden rond. Bengalen brengen onderbroeken voor een euro aan de man op grote tafels waar naar hartenlust in wordt gegraaid. Afrikaanse vrouwen in kleurige gewaden, een man in een djellaba en slenterende Rome-gangers in korte broek met een rugzak op hun buik. Aan het begin van via Appia nuova wordt uit de metro-ingang een vrouw met rolstoel en al de trap opgetild. Zo gaat dat hier.

Als de bus achter station Termini wil parkeren, loopt er een langharige man blootsvoets dwars over de parkeerplaats. Hij heeft alle tijd. De bus wacht wel. Misschien wacht er elders op de wereld ook wel iemand op de zwerver. Maar mijn trein wacht niet op mij. Ik doe geen poging hem te halen omdat ik weet dat mijn trein vanaf een perron vertrekt dat tien minuten lopen van de grote hal ligt. Over een uur gaat de volgende. Ik koop een kaartje, een broodje en een flesje water. Mijn briefje van vijftig wordt zorgvuldig bestudeerd: "Het is niet om ú mevrouw, maar Napoletanen brengen veel vals geld in omloop." (altijd goed om mensen die zuidelijker dan jijzelf wonen te betichten van slecht gedrag). Twee militairen houden de wacht voor het station. De lage avondzon maakt mooie schaduwen van voorbijgangers.

Als ik uren later in Terontola wil overstappen, wordt er omgeroepen dat de aansluiting één uur en vijftig minuten vertraging heeft. Er heerst ongeloof onder de wachtenden. Geen spoor van boosheid of paniek. Zo gaan dingen hier nu eenmaal. Twee studenten gaan een ijsje halen. Een even magere als mooie donkere vrouw met lange vlechtjes praat in een onverstaanbaars soort Frans. Een groep Chinezen gaat op zoek naar iets eetbaars. Als een meisje terugkomt met een pizzadoos neemt ze geen moeite om de sottopassaggio te nemen, maar kiest de kortste weg over de rails. De perrons liggen hier laag. De wind die wordt veroorzaakt door een even later langs denderende trein geeft verkoeling. Een jongeman gaat vrolijk hangen in de orkaan, anderen houden angstvallig hun tasjes vast. Als de trein voorbij is hangt er heel even de geur van vers gezaagd hout. De cadans verstomt in de verte, krekels nemen de nacht weer over. 

De vrouw die doodmoe naast me op het bankje zit blijkt langer onderweg te zijn dan ik. Ze vertrok gister uit Buenos Aires en gaat naar een congres over wol in Assisi. Ik had vanmorgen niet kunnen bevroeden dat ik om middernacht een college over de genetica van lama's en alpaca's zou krijgen in het Spaans. We worden vriendelijk gegroet door twee nonnen.

Dan vraagt een jonge vrouw of iemand in is voor een biertje. Ik haak met een andere man bij haar aan. Bij 'Bar Sport' gaan de rolluiken net dicht. Op het terras van het tegenover liggende café zitten twee mannen te kaarten maar binnen is het donker en verlaten. Verderop, bij 'De roze Olifant' brandt nog licht. Naast bloeiende oleanders en met geurende lindebloesem boven ons, vertellen we elkaar onze levens. Het meisje blijkt als tienjarige te zijn geadopteerd uit Rusland en spreekt Italiaans met een accent uit Calabrië. Ze studeert rechten en vertelt over haar verloren, Russische taal, die ze als kind weigerde nog te spreken. Ze had gister ruzie met haar vriend en trots weerhoudt haar ervan hem nu te bellen. De man studeert filosofie, verbrak drie maanden terug zijn relatie en bestiert sinds twaalf jaar een uitgeverij. Helaas schrijf ik mijn boeken niet in het Italiaans, anders had deze vertraging nog een mooie wending kunnen krijgen. Het meisje bietst een shaggie maar ziet er toch van af als blijkt dat ik geen los filter heb om er in te rollen. Ze is verbaasd te horen dat dat in Nederland kennelijk geen gewoonte is. Dan belt haar moeder. 

We keren bijtijds terug naar het station. Waar heel punctueel, één uur en vijftig minuten na de geplande tijd, de laatste trein voor onze voeten stopt. Reizigers uit alle delen van de wereld stappen in. Geen van hen zal ik ooit terugzien.

zondag 11 juni 2017

Welcome to Italy

Ze hebben inmiddels bordjes met nummers bij de bushaltes geplaatst. Het is nu niet meer nodig om er door middel van rondvragen achter te komen dat er een versleten witgekalkte '2' staat onder de voeten of een koffer van één van de wachtenden. Die bordjes staan er sinds een paar maanden, verzucht de vriendelijke kaartjesverkoper bij de balie van het vliegveld: 'Langzaam maar zeker komt hier enige verbetering'. 

Eén van haar collega's bij halte twee is minder spraakzaam. Ze heeft vast een gruwelijke hekel aan haar werk. De weerstand druipt van haar gezicht. Alsof dit een aan haar opgelegde taakstraf is, of dat ze net is gedumpt door haar vriendje of misschien wacht haar vanavond, na thuiskomst van haar werk, de taak om een demente oma te verzorgen. Met een enorme zonnebril en hippe scheuren in haar broek, ijsbeert ze over het asfalt. Onder haar oranje shirt met 'shuttle staff' piepen een paar stukjes vel uit. Daarboven prijkt een zeldzaam chagrijnig gezicht. Zwijgend checkt ze mijn bonnetje. Ik mag kennelijk mee.

De chauffeur draagt handschoentjes. Net zoals dat hier verplicht is bij de groente- en fruitafdeling van de supermarkt, vanwege de hygiëne. Mevrouw Shuttlestaff komt nu voor de derde keer de bus in en spreekt, of eigenlijk verzucht tot het blonde gezin vóór mij:  'Howe do I ave to telle you?!' Ze houdt haar vingertoppen tegen elkaar aan beweegt bij elk nadrukkelijk uitgesproken woord haar gebogen armen op en neer. Aan de blikken van de blonde mensen te zien, meenden zij haar eerdere instructies omtrent 'havy luggage' al te hebben opgevolgd. Ze sputteren nog wat tegen maar maken geen schijn van kans, de oranje dame zwaait hier de scepter. Ook mijn weinig overtuigende protest dat ik mijn koffer met laptop liever niet in het ruim van de bus stop, wordt snel afgeblaft: 'Zo zijn de regels en als het u niet zint, gaat u toch gewoon níet mee'.  Ik ga braaf weer zitten.

Wachtend op nog meer vervelende toeristen kijkt ze in de spiegelende ramen van de bus. Zorgvuldig drapeert ze haar haar over haar schouder en trekt dan een paar plukken weer naar voren. Ze kijkt dwars door me heen.

Vijf minuten na vertrek beent in paniek een jongen door het gangpad naar voren. Hij zit in de verkeerde bus. De chauffeur toont weinig mededogen -daar heb je weer zo'n domme toerist-, herhaalt in gebrekkig Engels slechts waar hij heen gaat. Het gezicht van de toerist staat op onweer. Maar de chauffeur wil hem er best uitzetten.

Bij een stuk asfalt in Italiës niemandsland stopt hij abrupt. Haastig stapt de jongen uit en rolt dan opgelucht zijn koffer een stukje voor zich uit. Ik ben benieuwd hoe hij denkt vanaf daar zijn weg te vervolgen, vanaf de parkeerplaats van Italy's Secursafe. Als lifter, zo heb ik zelf vaker ondervonden, gunt men je hier geen blik waardig. Misschien was het wel een perfect getimede act. Was dit voor hem de enige of goedkoopste manier om hier terecht te komen. Zo niet, dan zal hij onaangenaam verrast zijn dat hij daar niet zomaar weg komt. Zelfs voor mij, die slechts op één uur autorijden van Rome moet zijn en braaf de trage route volgt langs treinstations en bushaltes, zal het nog ruim zes uur duren voordat ik mijn eindbestemming bereik. Maar dat weet ik dan nog niet. In de shuttle zoef ik gelukzalig over de via Appia richting Rome.


Vervolg: De kunst van gelatenheid

dinsdag 17 januari 2017

Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (2)


Wat er aan vooraf ging

De thee is nog heet, de koffie ook. Zuinige Lehti gaat in het vliegtuig geen drie euro neertellen voor een kopje oplosslootwater. Ik kan beide thermossen onmogelijk leegdrinken. Misschien vriezen ze straks wel stuk. Hopelijk zit er wel antivries in mijn auto. Met een kop koffie in de één en mijn mobiel in de andere, lees ik het verslag van mijn zus, die na tweeëntwintig uur treinen door Duitsland, net terug is van de begrafenis van haar voormalige schoonmoeder. Ook daar woedde een sneeuwstorm. Ze strandde gelukkig niet zoals de TGV passagiers gister in Frankrijk.

Een half jaar terug stond ik zelf ook naast een graf. Dat van mijn eigen voormalige schoonvader. En nam honderden condoleances in ontvangst. Toen ik gisteravond op zoek ging naar wat eetbaars, vond ik in de vriezer een bakje ingevroren kippensoep voor zijn vrouw. Dat had ik er opgeschreven. Met datum. Ik ontdooide toch maar de nasi die ernaast stond.

Ik heb wel een boardingpas, maar geen contant geld. Helaas weigert de pinautomaat dienst. Er dansen drie jongens in de vertrekhal. Ik vraag of ik ze mag filmen. Omdat mijn vijftienjarige zoon ook zo van mooie moves houdt. Ze wijzen naar hun Engelssprekende choreograaf. Ik druk te laat op het goede knopje. Op de opname die ik Leo stuur, staat de gladde tegelvloer.

In de rij voor de scanner kleed ik me alvast een beetje uit. Riem, schoenen en de sleutels en oude schroefjes uit mijn broekzakken mik ik keurig in de bakjes. Ik ga voor de verandering niet piepen en word niet gefouilleerd. Maar mijn hoerastemming is gauw over: 'Van wie is deze tas?' 'Kunt u 'm even openmaken?'. En ik had nog wel braaf mijn laptop er uit gehaald, waterflesjes leeggedronken  -niet vergeten straks weer te vullen!-. Een bakje yoghurt bleek de boosdoener. Die had Leo gekocht toen hij vond dat de koelkast voor ik wegging wel érg leeg was. Maar in yoghurt, zeker in deze Griekse, kan natuurlijk een bom zitten. Weg met de yoghurt. Safety first.

De dansers gingen dezelfde kant op. Zaten zelfs op de rij achter me. Ze beloofden me een herkansing in Rome. Alwaar ik ze uit het oog verloor en van de weeromstuit vergat om de flesjes bij te vullen zodat ik twee uur later, mijn rolkoffer voortslepend over keien van duizenden jaren oud, zwetend als een otter, over de via Appia Antica liep zonder een drup water. Zelfs in januari is het warm in Rome. Wat ik daar deed leest u een volgende keer misschien. Maar nu moet ik nodig schrijven. Daarvoor kwam ik hier tenslotte.


zondag 15 januari 2017

Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (1)

Mijn bus rijdt weer. Zelfs de radio heb ik weer aan de praat. Dat gaat anno 2017 niet meer met een knopje. Daar heb je eerst een code voor nodig. Kun je online opvragen. Door veertien cijfers in te voeren. Die ergens op je radio staan. Waarvoor het ding dus eerst úit de auto moet. Maar ik kon die hele cijferreeks niet vinden. Bij de dealer kostte het me zes euro en een half uurtje wachten. "Ja, mevrouw, dat duurt even." Vooruitgang heet dat. Maar goed, ik rij, luister en zing soms mee.

De laatste klussen; een slot, een tegelvloer en een verstopte keukenafvoer, rondde ik gister af. De klant met de omgewaaide schutting kon wachten. Ik knijp er eerst een weekje tussenuit. Om te gaan schrijven.

Mercury, Bowie en Lou Reed houden me gezelschap. Ze zingen over Somebody to love en China girl. Ook George Michael en Prince komen voorbij. Misschien komen dode zangers 's nachts tot leven. Het lijkt ook alsof er meer wordt gepraat op dit late uur -of is het nu juist apevroeg?- Wat best goed uitkomt, nu ik me met slechts drie uurtjes slaap in de richting van de eeuwige stad begeef. Via de lichtstad.

Over Bob Dylan, die bij ons thuis vroeger werd grijsgedraaid, kom ik aan de weet dat het meisje dat hij dumpte uit het leven wilde stappen, dat hij daarna met Joan Baez in bed lag en op de planken stond. En dat, toen hij haar in roem voorbij was gestreefd, naliet wat Joan Baez wel altijd bij hem schijnt te hebben gedaan: hem prijzen als groots artiest. Het beeld dat Dylan een prijs krijgt omgehangen door Obama plopt omhoog. Van de Nobelprijs die hij kreeg heb ik geen beeld. Daar reageerde hij niet op. Je leert nog eens wat, zo zoevend door het besneeuwde land.

Ik weet via het nieuws intussen ook dat er zonet een lichaam is gevonden op de A28 bij Beilen. Daar reed ik anderhalf uur geleden langs. Ik heb geen lijk gezien. En ik denk ook niet in staat te zijn om ongemerkt iemand dood te rijden.

De Waal over. Een brug oversteken blijft bijzonder. Zeker als het waait. De grens is vlakbij. Op een Duitse zender wordt de aankomende Amerikaanse president op de hak genomen. Iets met dat de echtgenoot van zijn vrouw zo'n fantastische kerel is. Op een half bord langs de bijna lege A50 staat 'VORSTENB en UDEN C'. Je kunt beter een bord kapot rijden dan een mens. Nog een half uur te gaan.

Hoezee, de bus past in de parkeergarage! Ik zet de achterdeur strak tegen een pilaar. Blieb, blieb BLIEIEIEB!', bij het inparkeren blijkt vooruitgang soms toch handig. Het meeste gereedschap had ik in mijn schuur gezet, maar die lompe betonmixer ligt nog achterin mijn bus. Zou best balen zijn als ik bij terugkomst van mijn schrijfweek ontdek dat ie gestolen is. Hoewel degene die met een betonmixer onder de arm door een fel verlichte autoflat wandelt, een opvallende verschijning zou zijn.

Vervolg

woensdag 31 december 2014

Gezien en verdwenen in 2014


In hartje Groningen werd het honk van Vindicat gesloopt. Inmiddels is er tien meter verderop een nieuw stulpje voor de drinkebroers verrezen.

Ook het vierhonderd jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels gevierd.
Zij gaan zelf zo te zien voor infinity.



Maar feesten doe je anno 2014 niet alleen maar in het centrum, ook een sportveld op Zernike leent zich goed om hossend en hijsend een nacht door te halen.
de day after vonden mijn twee jongsten de voetbalwedstrijd van hun grote broer ernaast maar saai. Bierbekertjes rapen is dan een welkome zondagmiddagbesteding.

Mijn eigen kater verdween dit jaar zonder nader bericht. Ja, eerst wel. Toen werd ik elke maand gebeld dat er 'zo'n prachtige poes' in een of andere uithoek van de stad rondzwierf en met de vinder mee naar binnen liep. Maar toen mister James zijn hangertje verloor, belde er niemand meer. James koos zijn eigen huis.








Op mijn eigen fijne plek, waar ik twaalf jaar woonde, geniet nu een ander gezin van het uitzicht over Groningen. Ik heb nu geen 'room with a view' meer, maar huur een huis met tuin. Met muizen.

En met zo'n veldmuisje kan de zus van James, die wel bij mij bleef wonen, eindeloos spelen. Waarna ze hem, onder luid gekraak, oppeuzelt.
Gelukkig lust ze geen kamelen. Ik daarentegen wel weer.








Maar ik hou toch meer van zoetere zaken.
Machtig. Buiten. Espresso. Rome. 
Alwaar sommige uitzichten die in Groningen dan weer overtreffen. (de RE- en de -A zijn hier van de foto gevallen)
Het verbaast me altijd hoeveel wegen er naar  Rome leiden en hoe moeilijk het is om er weer weg te komen. Treinen vertrekken vanaf perrons die drie kilometer van de hal liggen. Autoverhuurbedrijven willen werkgeversverklaringen of achthonderd euro borg aan contanten (ja, inderdaad een creditkaart mag ook. Maar die heb ik niet). Daar komt nog bij dat organiseren niet mijn kernkwaliteit is dus missen we de bus, en die andere en....











Wat dan wel weer fijn is, is dat ik een ster ben in toevalligheden. Zodat we tijdens een zeer onlogische route voor een rondleiding over het erf, het gemiauw van kat Lucrezia hoorden. Ze was al twee weken spoorloos. Maar de Italiaanse moederkat is tenminste weer uit de put.
Nog even over die 'Paultje met het paarse krijtje', het mooiste kinderboek dat er bestaat, die stond deze zomer zomaar in mijn tuin. Hij paste er niet meer helemaal op, maar in het echte leven past soms ook niet alles. Hij tekent zijn eigen wereld, die wij onszelf dromen, maanlicht dat we najagen, verlangen, vragen, angsten waarin we verdrinken, omdat ons krijtje gaat trillen van angst en zo golfjes maakt.

Maar met datzelfde krijtje kun je ook pasteitjes tekenen. Of een mager rendier om de restjes daarvan te komen opeten. Of een schele agent die de weg wijst (de weg die je toch al wilde inslaan).

En uiteindelijk kun je zelfs je eigen bedje tekenen. En dan gelukkig in slaap vallen.

Teken je eigen leven. En als je geen paars krijtje hebt, dan kun je zelf goed om je heen kijken. Zien wat je wilt zien.
Of vraag het anders aan een kind. Dat jong genoeg is om het te begrijpen.


Deze Paul zoekt ook haar bedje op.
En wordt pas volgend jaar weer wakker.
Slaap lekker lieve lezers.

torno subito = ik ben er zo weer :-)

zondag 12 oktober 2014

Ora et labora









Bellende schilders op de steiger van het Sint Pieterplein en het kinderziekenhuis van 'kindje Jezus'. Twee nonnen in de sinaasappeltuin van Santa Sabina, in een sereen moment van intimiteit, hoog boven de Tiber. Restaurateurs op de Trevifontein of lachend achter de tralies van de Santa Lucia kerk te Todi. Noord-Afrikaanse marktmannen met handkarren op Rome's Campo de'fiori, onder het toeziend oog van Giordano Bruno. Die misschien te weinig bad, want hij ging wegens ketterij op de brandstapel.


In dezelfde tijd -de hoogtijdagen van de Italiaanse renaissance- werd voor de vierde keer een begin gemaakt met de bouw van de nieuwe Sint Pieter basiliek. Eerdere ontwerpen en funderingen werden tot drie keer ontmanteld. Wat ben ik blij in deze tijd tijd te leven, waarin uit de hand lopende bouwkosten niet meer worden gefinancierd door het verkopen van aflaten.


Een dame die de wacht houdt bij de ingang van de Valdese kerk, staart gebiologeerd naar haar heilige roze Iphone. Op een enorm affiche achter haar valt nog net te lezen dat Christus zegt dat iets ons vrijheid brengt. Om te weten wat die vrijheid brengt, wordt er vast entree gevraagd. Even verderop, tussen de witte koppen van Caesar en zijn rivalen, schikken Pakistani hun 'Imperial fruit'. Bij de ingang van het tweeduizend jaar oude Forum Romanum, ziet de motorpolitie op zondag toe op de doorstroming van toeristen. Intussen schrapen archeologes met scalpelmesjes over de bodem van het enorme Circus Massimus.




Tweehonderd kilometer Noordwaarts, in de uitgestrekte bossen van Umbrië, het groene hart van Italië, worden eiken gerooid door Moldaviërs. Ze houden het bos gezond. Zeven dagen per week klinkt het gebrom van hun kettingzagen. Onze gastvrouw had geen oude kleren meer die wij aankonden om haar te helpen bij een klus; haar oude overalls waren de Moldaviërs goed van pas gekomen. Wel was er nog een witte slagersjas, die ik aandeed om te helpen bij het afdekken van het zwembad. 's Avonds stak ik mijn kop in hun stortbak. Omdat die zo irritant zoemde, al jaren. Ik bad, met beide benen aan een kant van de toiletpot. Ik vrees dat dit grenst aan heiligschennis. Maar op mysterieuze wijze stopte het zoemen wel. (en dat kon volgens onze gastheer niet aan het slangetje liggen waar ik wat aan prutste)










Maar niet alleen in Italië wordt gewerkt en gebeden. Hier om de hoek, in Garnwerd, is de kerk na een lange restauratie, sinds drie weken weer open voor publiek. Vrijdag bewonderde ik er fresco's met mijn jongste zoontje. Op de vloer lagen prachtige, groen geglazuurde, tegels. Onder alle zittingen van de kerkbanken liepen cv buizen. Dan zit je er warmpjes bij als je je tot de Here wendt. We hadden geluk want de zijdeur was open. Daar had de bebaarde man voor gezorgd die later in zijn rolstoel door de voordeur werd geduwd. Maar dat wisten wij niet. Hij gaf gratis uitleg over het orgel dat haar oorspronkelijke donkere houtkleur terug had en over de keuze voor de moderne lampen die volgens Kees de vorm hadden van 'dat wat engeltjes boven hun hoofd hebben'. Keesje mocht de enorme aureolen bedienen met de dimmers.

Er was ook een gigantische grafsteen van ene Sebastiani. Deze man had meer geluk dan zijn tijdgenoot Bruno, Nee, pastor Sebastiani was vast een gelovig man. Hij bereikte een gezegende leeftijd van vijfennegentig jaar en was toen weliswaar 'kout en styf', maar, zo stond ook in steen gebeiteld, 'ick bracht 't aen't 6 wyf'. (En 'hier onder leght mijn lyf'... en nu weet ik ook waar Dick Bruna zijn inspiratie vandaan heeft).

Ik zou daarvan hier graag ook plaatjes laten zien. Maar wiste net per ongeluk tienduizenden foto's  van mijn Mac. Dat krijg je er van, als je koppig blijft vasthouden aan je eigen oude sok en geen vertrouwen hebt in 'the cloud', waar iedereen tegenwoordig zijn kiekjes parkeert. En als ik al even halstarrig blijft vasthouden aan het gedateerde 'blogspot', zal ik ook geen volgelingen kunnen krijgen van de meer wereldse wordpressers. Maar ja, ik ben ook Jezus niet. Verder dan het met vereende krachten redden van een kat uit een put, heb ik het deze vakantie niet geschopt.

Toen Kees in Garnwerd het gastenboek tekende, met zijn zwarte capuchon over zijn hoofd en zijn blik naar beneden, lijkt hij precies Giordano Bruno.

Deze zondagmorgen sprak op de radio een zoetgevooisde vrouwenstem over het lot van Lot. Om daaraan toe te voegen dat er ook nu nog veel erge dingen gebeuren. En dat de reden dat God daar nog niet ingrijpt is dat er misschien "nog mensen bekeerd moeten worden. Misschien jij wel"

Amen.