Posts tonen met het label buitenland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buitenland. Alle posts tonen

zondag 12 oktober 2014

Ora et labora









Bellende schilders op de steiger van het Sint Pieterplein en het kinderziekenhuis van 'kindje Jezus'. Twee nonnen in de sinaasappeltuin van Santa Sabina, in een sereen moment van intimiteit, hoog boven de Tiber. Restaurateurs op de Trevifontein of lachend achter de tralies van de Santa Lucia kerk te Todi. Noord-Afrikaanse marktmannen met handkarren op Rome's Campo de'fiori, onder het toeziend oog van Giordano Bruno. Die misschien te weinig bad, want hij ging wegens ketterij op de brandstapel.


In dezelfde tijd -de hoogtijdagen van de Italiaanse renaissance- werd voor de vierde keer een begin gemaakt met de bouw van de nieuwe Sint Pieter basiliek. Eerdere ontwerpen en funderingen werden tot drie keer ontmanteld. Wat ben ik blij in deze tijd tijd te leven, waarin uit de hand lopende bouwkosten niet meer worden gefinancierd door het verkopen van aflaten.


Een dame die de wacht houdt bij de ingang van de Valdese kerk, staart gebiologeerd naar haar heilige roze Iphone. Op een enorm affiche achter haar valt nog net te lezen dat Christus zegt dat iets ons vrijheid brengt. Om te weten wat die vrijheid brengt, wordt er vast entree gevraagd. Even verderop, tussen de witte koppen van Caesar en zijn rivalen, schikken Pakistani hun 'Imperial fruit'. Bij de ingang van het tweeduizend jaar oude Forum Romanum, ziet de motorpolitie op zondag toe op de doorstroming van toeristen. Intussen schrapen archeologes met scalpelmesjes over de bodem van het enorme Circus Massimus.




Tweehonderd kilometer Noordwaarts, in de uitgestrekte bossen van Umbrië, het groene hart van Italië, worden eiken gerooid door Moldaviërs. Ze houden het bos gezond. Zeven dagen per week klinkt het gebrom van hun kettingzagen. Onze gastvrouw had geen oude kleren meer die wij aankonden om haar te helpen bij een klus; haar oude overalls waren de Moldaviërs goed van pas gekomen. Wel was er nog een witte slagersjas, die ik aandeed om te helpen bij het afdekken van het zwembad. 's Avonds stak ik mijn kop in hun stortbak. Omdat die zo irritant zoemde, al jaren. Ik bad, met beide benen aan een kant van de toiletpot. Ik vrees dat dit grenst aan heiligschennis. Maar op mysterieuze wijze stopte het zoemen wel. (en dat kon volgens onze gastheer niet aan het slangetje liggen waar ik wat aan prutste)










Maar niet alleen in Italië wordt gewerkt en gebeden. Hier om de hoek, in Garnwerd, is de kerk na een lange restauratie, sinds drie weken weer open voor publiek. Vrijdag bewonderde ik er fresco's met mijn jongste zoontje. Op de vloer lagen prachtige, groen geglazuurde, tegels. Onder alle zittingen van de kerkbanken liepen cv buizen. Dan zit je er warmpjes bij als je je tot de Here wendt. We hadden geluk want de zijdeur was open. Daar had de bebaarde man voor gezorgd die later in zijn rolstoel door de voordeur werd geduwd. Maar dat wisten wij niet. Hij gaf gratis uitleg over het orgel dat haar oorspronkelijke donkere houtkleur terug had en over de keuze voor de moderne lampen die volgens Kees de vorm hadden van 'dat wat engeltjes boven hun hoofd hebben'. Keesje mocht de enorme aureolen bedienen met de dimmers.

Er was ook een gigantische grafsteen van ene Sebastiani. Deze man had meer geluk dan zijn tijdgenoot Bruno, Nee, pastor Sebastiani was vast een gelovig man. Hij bereikte een gezegende leeftijd van vijfennegentig jaar en was toen weliswaar 'kout en styf', maar, zo stond ook in steen gebeiteld, 'ick bracht 't aen't 6 wyf'. (En 'hier onder leght mijn lyf'... en nu weet ik ook waar Dick Bruna zijn inspiratie vandaan heeft).

Ik zou daarvan hier graag ook plaatjes laten zien. Maar wiste net per ongeluk tienduizenden foto's  van mijn Mac. Dat krijg je er van, als je koppig blijft vasthouden aan je eigen oude sok en geen vertrouwen hebt in 'the cloud', waar iedereen tegenwoordig zijn kiekjes parkeert. En als ik al even halstarrig blijft vasthouden aan het gedateerde 'blogspot', zal ik ook geen volgelingen kunnen krijgen van de meer wereldse wordpressers. Maar ja, ik ben ook Jezus niet. Verder dan het met vereende krachten redden van een kat uit een put, heb ik het deze vakantie niet geschopt.

Toen Kees in Garnwerd het gastenboek tekende, met zijn zwarte capuchon over zijn hoofd en zijn blik naar beneden, lijkt hij precies Giordano Bruno.

Deze zondagmorgen sprak op de radio een zoetgevooisde vrouwenstem over het lot van Lot. Om daaraan toe te voegen dat er ook nu nog veel erge dingen gebeuren. En dat de reden dat God daar nog niet ingrijpt is dat er misschien "nog mensen bekeerd moeten worden. Misschien jij wel"

Amen.




















zondag 10 november 2013

De brug en de liefde

Vervolg op Ernestina


In 1886, hij was toen iets langer dan een jaar getrouwd met Maria dos Santos, een meisje uit Estevais, woonde hij met haar de grote feestelijkheden bij ter gelegenheid van de opening van de nieuwe brug over de Douro, de ponte de Dom Luis.

127 jaar later, ze waren toen iets langer dan acht maanden samen, dronk ze twee koppen thee en zette ze koffie voor haar lief. Ze stopte Ernestina in haar rolkoffer en smste de eigenaar van hun gehuurde kelderwoning. Met grote passen beenden ze door donker Villa Nova de Gaia, in de richting van de Douro, die in de diepte lag. Maar de weg liep stijl omhoog. Om 03.26 uur stapten ze op het bovendek van de ijzeren brug, dezelfde als waar de grootouders van Rentes de opening van hadden bijgewoond. Ergens tussen die dag en vandaag, liep Rentes zelf over het benedendek, op de eerste dag dat hij naar het lyceum ging.

Begin oktober was het zover. Ik stond in nieuwe kleren en met een schooltas vol boeken in de kamer, mijn moeder huilde alsof ik naar de kolonies vertrok, en mijn vader stak een sigaret op, pakte me bij de hand en leidde me, om me voor eens en voor altijd de weg te wijzen, een eind langs de rivier, de brug over en aan de overkant via de Muro dos Guindais, Corticeira en Fontainhais door de straten achter het kerkhof Prado de repouso. Ten slotte kwamen we uit in een laan, hij keek op zijn horloge en zei dat het ons ruim een uur had gekost, zodat ik dus voortaan voor achten de deur uitmoest. blz 242.


Met pap in hun benen, nauwelijks in staat om van Porto in het donker te genieten, rolden ze met hun koffertjes over de stalen brug. Rechts van hen liep de 'funicolar dos Guindais', de kabelbaan die het hoogteverschil tussen het boven- en benedendek overbrugt. Iets hoger de rua de Fontainhais, inmiddels half ingestort, met een betonnen muur dwars over de straat. In de verte de Corticeira, het 'afstekertje'. Toen ze de brug helemaal over waren, gaf haar mobiel 03.34 aan. Na een nieuwe afdaling passeerden ze het beroemde Estacao San Bento. Een mooi maar mysterieus station, waar geen spoor lijkt heen te gaan.

Toen de chef floot voor vertrek en de locomotief antwoordde en de conducteur langsliep om te kijken of alle deuren dichtwaren, hing ik uit het raampje met in de ene hand een kippenbout en in de andere een glas limonade. De grootste tunnel begint in het station en is lang, maar ik bleef bij het raam om het moment niet te missen dat we eruit kwamen en ik omkijkend in de verte ons huis zou kunnen zien liggen. Daar, in volle beweging en zo hoog dat ik dacht te vliegen, was het uitzicht met de twee bruggen, de rivier beneden, de huizen, de zeeschepen, en de rabelo's ronduit schitterend. blz 215

Late feestgangers hingen rond op de 'Avenida dos aleados'. Het regende. Toen om vier uur de bus vertrok, at ook haar lief zijn eerste broodje. Om de kotslucht van de late feestgangers mee te verdrijven. Een paar zwartrijders werden halverwege door agenten rechtstreeks het bureau in geloodst. De bus racete met ongekende snelheid over de nog verlaten straten van Porto.

De 's avonds tevoren klaargemaakte pakken, kisten, manden, koffers en tassen werden door mijn vader geteld en in plaats van een taxi te zoeken (..) had hij een groep sjouwsters opgetrommeld. blz. 212.

De avond tevoren kookte ze eitjes, smeerde brood met Queijo Sao Jorge, sneed komkommer en wikkelde twee pakjes kweeperen- (marmelo) jam in folie, als souvenir voor haar vader. Ook goot ze de heerlijke olijfolie van een glazen fles over in eentje van plastic. Om mee te nemen. Een beetje dom, want wie alleen met handbagage reist, mag wat vloeibaar is en meer dan 125 gram weegt niet meenemen. Alleen de tomaten, een klein pakje yoghurt en de eitjes mochten van de douanejuffrouw mee in het vliegtuig.

's Avonds, terug in Nederland, pakte ze het laatste stukje Sao Jorge kaas uit het doosje.
Op het deksel stond 'Doces momentos'.
Zoete momenten.

In die grote vredige stilte kleedde Ernestina zich uit, kuste me, liet zich strelen, spotte stilletjes met mijn haast, remde mijn onstuimigheid af of hekelde mijn onschuld, alsof het feit dat ik nog een kind was, haar opwinding verhoogde. Ze verbood een kus, lokte een streling uit. Trok zich los uit mijn omarming en terwijl ze zich omdraaide, klemde ze mij tussen haar benen, genietend van haar overwinning, in mijn lippen bijtend tot ze buiten adem was. Gek van begeerte had ze makkelijk een speelbal van mij kunnen maken. (...)

Haar zachte huid kleefde aan die van mij, versmolt ermee, terwijl haar vingers, tien klauwen, mij een vreemd tegenstrijdig gevoel bezorgden, een gevoel van angst en extase, van zonde en fascinatie. Toen ze het wilde bood ze mij haar lichaam, maar voor die gift en dat moment zijn geen woorden. 
blz 314. augustus 1945.

vrijdag 4 januari 2013

Het Panamacollege

"Nee, nee, niet in de stiltecoupé!" zeiden Leo en Kees tegen elkaar op het perron in Duivendrecht.  Nu had het voor henzelf weinig uitgemaakt, want in de ruim twee uur durende reis sukkelden ze om beurten in slaap. Maar in de coupé tegenover ons zat een onlangs uit Zuid-Amerika teruggekeerd gezin. Althans, ouders en broer (?) waren hun dochter/zus er gaan opzoeken en ophalen. Zo leek het. Het meisje was er vol van. Ze hield een betoog over de familieverbanden tussen M en M en W en K, wie wie wel of niet mocht, waar ze waren opgegroeid, naar welke school en welke kerk ze gingen, wie er lesbisch was, wie er geen foto's op facebook wilde, welke tattoo's bij wie wel of niet werden gewaardeerd, wie wie met de nek aankeek, wie sociaal goed bedeeld was, van wandelen hield. Wie oma had belazerd, gescheiden was, wie mooi en wie lelijk was....

Het was of ik er zelf bij was geweest. Haar ouders probeerden heel respectvol -Ja, zij hadden het heus ook erg naar hun zin gehad- vanuit het Nederlands standpunt enige kritische vragen te stellen. Over de tweedeling aldaar, en de wat bizarre gewoonte van de bovenklasse om hun kinderen in de VS of elders naar school te sturen en hoe het toch kwam dat er schijnbaar geen noemenswaardig schoolsysteem voor de locals was. Iets dat, zo beweerden zij, in landen als Singapore toch zeker wel met enig succes was opgezet. Dochterlief zei veel zinnigs en kwam met valide argumenten als vergelijkingspercentages over mensen die hier de mavo bezoeken. En dat in een willekeurig Afrikaans land ook de middenklasse ontbreekt. Maar moeders zat de cultuur- en vooral de enorme inkomens-verschillen tussen de ruim drie miljoen koppige bevolking dwars: "Toch snap ik het niet". Vader (hij zag zijn dochter al voorgoed emigreren) wierp tegen dat er ook niet zo héél veel te beleven viel. Ok, hij ging zelf nu ook niet zo vaak naar theater... maar toch. En het bevreemdde hem dat er geen fatsoenlijke universiteit was. Zouden ze toch eens iets aan moeten doen.

Toen we Assen naderden was broerlief in slaap gesukkeld, vader had de krant gepakt en dochter troosttte zich met het idee dat het toch ook wel weer leuk was om oma hier in Nederland te zien. Maar, zo wierp ze tegen, dat reizen van haar, dat was absoluut geen verslaving. Echt niet.

"Huh, zijn we al bij Haren? Broer: "Ja, zie je, je bent er zo. Je kunt ook wel in Panama gaan wonen."

Thuis dronken we hete thee en warme chocomel met slagrooom. Ik bracht Leo naar zijn slaapfeestje. Later aten Keesje en ik, na ruim een week in gezelschap van zes tot elf mensen te hebben vertoefd, tagliatelle met boontjes. Op de bank voor de buis. We wachtten op "Het Klokhuis". Met Dolores Leeuwin. Kees eet normaal graag en snel. Maar nu niet. Sprakeloos luisterde hij naar Nieuwsuur, waar uitvoerig verslag werd gedaan van weer een frauduleuze bestuurder bij een woningcorporatie.

"Dat is toch èrg!", riep Kees uit, "dat die man het geld voor huizen, zomaar in zijn eigen zak steekt." Ja Kees, dat is erg. En er dan dure huizen voor zichzelf van bouwen. Op Curacao bijvoorbeeld. Kees vond het vreselijk. Het zou niet mogen. Later, na zijn tweede hazeslaapje, toen Klokhuis was afgelopen, vond hij het toch ook wel slim gedaan. Door toch te doen alsof, en toch wat huizen te bouwen.

Nee, Curacao is geen Panama. Maar wat scheelt het. Bananen doen het op beide plekken vast goed. Misschien moest Kees later maar eens doen waar het treingezin van vandaag mee afsloot: een goede universiteit opzetten in Panama. Of een woningbouwvereniging op Curacao. Of een eigen bureau, met locals. Hij wil per slot van rekening architect worden.

Mocht het reislustige Groningse gezin dit lezen: dank jullie wel voor het boeiende college.