Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen

dinsdag 17 februari 2015

De afvoer en de Arabier

Op mijn knieën in de badkamer. Nee, niks vunzigs hoor, maar toch wel wat smerig. Althans, dat vonden de meisjes die me gadesloegen bij mijn werk. Met zijn drieën keken ze licht walgend naar mijn handen.

Eigenlijk kwam ik niet voor hun verstopping, maar voor twee deuren. Waar iets mee was. Dat bleek bij deur één nogal mee te vallen en deur twee zat op slot. De dame die er woonde was weg. Op skivakantie. Dat doen blonde studentes nu eenmaal graag. Tevergeefs zochten haar huisgenoten naar de reservesleutel van haar kamer. En ik stond te wachten.

"Ja, er was nog wel een klusje, in de badkamer, en ook één in de keuken." "Maar", zo zeiden de dames, "dat is eigenlijk meer mannenwerk". Nee, ja, nou ja, ze hadden zelf wel eens een sifon losgedraaid, antwoordden ze op mijn vraag, maar daarna was het niet meer gelukt om de boel dicht te krijgen. (Een paar jaar terug kwam ik in ditzelfde huis voor een schijnbaar kapotte CV. En toen ik, -op Koninginnedag, halve binnenstad afgezet- naar hun ketel ging kijken, stond daar, met rode knipperletters BIJVULLEN! Dus ik was voorbereid op mogelijk ontbrekende kennis van regulier onderhoud).

Wat nu volgde was geen bijvulles maar ontstoppings-les. Terwijl hun derrie van jaren her voorbij kwam, vertelde ik intussen over de functie van de zwanenhals. 'Iiieeuw!', zei het meisje met de sterretjesspyama, toen ze voorzichtig met haar slanke vinger aan de opgehoopte haren, zeepresten en ander lekkers kwam, 'Nu heb ik het AAN-geraakt.'

Maar hoor 's Lehti, al die betweterigheid die hier doorschemert is natuurlijk volkomen misplaatst! Alsof je zelf op hun leeftijd iets wist van ontstoppingsveren en stankafsluiters! Dacht het toch niet. Ook jij hebt die vunzigheid door ervaring geleerd!
  
Het bewijs viel me gister voor de voeten: Een 'note' van Miss White, met het verzoek om mijn earring niet meer in the bathroom aan te doen. En dat 'Graham' mijn oorbel net uit de sink had gevist. Kon ik kennelijk niet zelf. Of ik had het te druk met andere zaken.

Want waarom een briefje? Kon het gastgezin waar ik tijdens mijn talenreis logeerde, het me niet gewoon zeggen? Hoe het precies zat staat vast in het dagboek van dertig jaar terug, waar het briefje uitviel, maar waarschijnlijk was ik gewoon weg, de hort op. De bedoeling was dat ik me daar in Torquay in Engels zou bekwamen. Maar ik krikte er vooral mijn Italiaans op. Rommelde zelfs wat met een rijke Arabier. Al die aandacht vond ik prachtig en liefde had ik in overvloed. Wel een beetje lastig dat ze mij vervolgens als 'de ware' zagen. De Italiaan reisde me achterna in Italië, en de Arabier stond korte tijd later voor mijn ouderlijk huis in Pijnacker (Jazeker, in dat oord woonden wel meer rare figuren dan alleen Tarik), hij gaf me het mierzoete singletje 'Against all odds' (hij rook ook zo, allemachtig wat had die jongen veel parfum op) en bleef me nog lang hartjes sturen uit Saoedi-Arabië.

Dit verhaaltje is niet in het Arabisch, dus met meneer Eau de Cologne ben ik niet mee gegaan. Nog steeds begrijp ik maar matig waarom mannen het alleenrecht op mijn liefde willen. Gelukkig heb ik meer verstand van verstoppingen. En de studentes nu ook. Ik vergat ze alleen te zeggen dat je beter een stop in de afvoer kunt doen als je je wilt optutten. Dat scheelt achteraf een hoop gedoe.

Bij deze.

donderdag 7 juni 2012

Occuperry

8.45 u. Donderdagochtend. Gewapend met mijn beitels fiets ik langs de vismarkt. Waar tentjes staan.
Niet één of twee, maar wel tien, twintig. Terwijl ik me in het fietsspitsuur al slalommend een weg baan naar de plek waar ik mijn gereedschap weer scherp kan slijpen, overpeins ik het tafereel. En trek conclusies. Ongewild.

Tenten? Binnenstad? Dat is vast van de occupybeweging. Maar die stonden toch op dat veldje achter de mediamarkt? Met een hek er om heen en al? Zouden ze daar zijn weggejaagd? Er stonden wel 's bloemetjes buiten, en een in het gras geprikt bordje met: 'Als het milieu een bank was, was het al lang gered'. Of zoiets. Een klant van mij, die net is verhuisd naar een koophuis (ja zeker lieve lezers, er zíjn mensen die heden ten dage een huis kópen), en er van baalde dat ze haar pas gelegde, gave laminaat uit haar huurwoning moest slopen, gaf het toen maar aan de occupiers kado. Die waren er erg blij mee, zei ze. Maar ik vroeg me af, toen ze dit vertelde terwijl we de stand van zaken van de badkamer in haar nieuwe woonst doorspraken, wat moet men in vredesnaam in een tènt met laminaat? Of zouden ze het willen opstoken? Zal wel gaan stinken dan.

Ook dacht ik, op deze dag waarop het volgens de radioweermannen tien graden kouder is dan het moet zijn; 'wat moet een occupymens nu met zulke dure schoenen, zo'n nette jas?' En de tenten oogden ook al zo strak en nieuw. Occupiers waren toch meer van die rasta-, geitenwollen- en Chileens macramé types? En hoe moet dat morgen nu met de markt? Wordt zeker tussen de tentjes door opgebouwd. Of zo. Misschien is occupy wel synoniem voor 'dwalend rijkeluiskind dat met drie voortijdig afgebroken studies -'Het voelde niet oké, weet je'- plots de wereld wil redden met behulp van een dikke oudertoelage'. Maar dat ondertussen, na een koude natte winter in een klamme tent, zo enorm verlangt naar een echt huis, dat zelfs laminaat leggen in een tént een optie is. Zoiets dacht ik dus. In die drie seconden dat ik langs de markt fietste.

In de werkplaats besloot ik zelf de decadente klusser uit te hangen en de beitels te láten slijpen.
 
Heen en terug naar mijn werk nam ik via de autoradio kennis van wat er zoal werkelijk gebeurt in Groningen. Rond de beide markten. Er is geld tekort. Dus moet òf de herinvoering van de tram òf de aanpak van de zuidelijke ringweg worden geschrapt, burgemeester Rehwinkel zal vanmiddag de eerste Duitstalige gids voor Groningen presenteren bij het VVV-kantoor en het college van B&W wil dat de 'warenmarkt' (ik leer elke dag nieuwe woorden bij, even herkauwen hoor: 'wárenmarkt') op de Grote markt binnen vijf jaar zal verdwijnen. Ook hoor ik dat een grote tent van occupy kort geleden afbrandde. Dat zet mijn hersenkronkel omtrent het opstoken van laminaat in een iets ander daglicht. Deze hele alinea kan natuurlijk weg, iets met 'kill your darlings' of zo. Ik laat het lekker toch staan. Leuk voor later (waar gáát dit over?). Ik moet nog veel leren. Beitels onder een goede hoek slijpen bijvoorbeeld. Ook wat schrijven door te schrappen. Ook qua titels. Die mag de clou natuurlijk niet verraden. O ja, een clou. Een plot. Ook donderdagen hebben natuurlijk een middag. Waarop kinders èn beitels moeten worden opgehaald van leer- en werkplaats.

13.45 uur. Ik fiets opnieuw door de stad langs de Vismarkt. De tenten staan er nog. Naast elke tent wappert een rode vlag. Met witte letters. De stadscamping blijkt een actie te zijn van een plaatselijke sportzaak. Om zo haar nieuwste vakantieonderkomens onder de aandacht te brengen. Vanmorgen speet het me nog dat ik geen foto kon maken. Nu ben ik blij dat ik nog steeds geen camera heb. Had ik toch bijna gratis reclame gemaakt voor Occuperry Sport.

donderdag 9 juni 2011

Zuipen op de steiger


Bij ons in de straat wordt geschilderd. Bij ons in de straat wonen studenten. Dat dit een perfecte match is voor een origineel feestje bleek vanavond. Ik hing uit het raam om te genieten van de laatste lichtgloed die over de stad viel. Het groen is nu op zijn groenst. Het breekbare, bleke, malse van de lente is er nu wel af en de droogte van augustus moet nog komen. Nergens rookpluimen uit schoorstenen. Een prima dag voor een luchtballonvaart. Het is windstil. Door de stilte draagt het gebral bij de buren extra ver. Tegen elven is het bijna donker en zit er al flink wat drank in. Ze klimmen met z'n velen uit de dakkapel op de steiger. De jongens stoten steeds meer oerkreten uit, de meiden manen tot kalmte.

Ik moet denken aan zoon Frans, die vanavond langskwam. Voor het eten. Met een blauwe vingernagel en de mededeling: "Ik was bijna dood". In Brugge, bij het werken op de kermis, had hij, of zijn werkmaatje uit Mongolië, per ongeluk één van de vier haken niet losgemaakt van het plateau vol hekken voor de achtbaan. Het signaal naar de kraan, dat deze kon gaan binnenhalen, was te snel gegeven. Frans voelde dat de hekken onder hem gingen bewegen, gingen schuiven. Het platform ging hellen, het zat nog aan één haak vast. Zijn baas schreeuwde 'ER AF, FRANS, ER AF!', en zelf rende de man, met handen als kolenschoppen, ook voor zijn leven. Met daverend kabaal stortten de hekken naast hem op de kasseien. Frans was net op tijd op de trailer terug geklauterd.

Het is gevaarlijk werk. En zwaar. En zwart. Maar hij is terug. Heel. Hij wil mijn auto lenen om boodschappen mee te doen. Om zijn geld weer uit te geven. Aan eten. En drank. Misschien staat hij morgen ook brallend op de steiger.