Posts tonen met het label vis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vis. Alle posts tonen

donderdag 6 september 2018

Ziet armoe er zo uit?

Na het werk heb ik wel een visje verdiend. Maar bij een winkelcentrum waar ik vroeger wekelijks kwam, hangt rond de tijdloze blauwe kar geen viswalm en de luiken zijn dicht. Hoewel de haring in gedachten al bijna in mijn keel glijdt, moet ik op zoek naar iets anders. Loempia is bij lekkere trek ook niet verkeerd. En kost de helft. 

Vlak naast me staat een auto geparkeerd met een slapende bestuurder. Met misplaatste trots meen ik hier een man te spotten die, net als mijn zoon, narcolepsie heeft. Iemand die noodgedwongen even een dutje doet. Maar het kan net zo goed een vader zijn die op zijn papadag te moe of te stoned is om te kunnen rijden. Naast hem zit een meisje, op de achterbank een jongetje. Ze zitten zwijgend in de auto, het raam staat op een kier.

Bij de loempiakar staan twee dames te kletsen. Een dikke en een dunne. Beiden richten af en toe het woord tot een mollige kleuter. Gezien de omvang van het kind, meen ik dat de dikke haar moeder moet zijn, maar de dunne slaat een bitsere toon naar het kind aan. En je afreageren op kinderen is nu eenmaal voorbehouden aan ouders. In afwachting van hun bestelling dribbelt het kind twee meter bij de kar vandaan. Achter een duif aan. 'Een beetje beweging is goed voor d'r', zegt mams. Maar twee tellen later beveelt ze het kind te gaan zitten want mama moet roken. Ze trekt zich terug achter het glazen windscherm. Het meisje wil weer achter de duif aan maar er wordt gedreigd dat ze dan geen lekkers krijgt: 'Zitten blijven, zei ik je!'. Het kind zwijgt. Ik doe een rode klodder uit een fles waar 'hot' op staat op mijn loempia.

De textielreus is vervangen door een 'Internationaal supermarkt'. Ai, waarom laten mensen hun teksten niet even checken voordat ze die, in koeienletters, op hun winkelpui plakken? Misschien kent de 'internationaal' eigenaar geen Nederlandssprekenden?

Waar eens een drogist zat, is nu een Albert Heijn gevestigd. Ik besluit mijn OV-kaart op te laden. De paal staat op een bizar onhandige plek tegenover de servicebalie. Alwaar een sjofel ogend stel probeert twaalf flessen drank te retourneren. De medewerker bezweert hen dat ze toch echt de bon nodig heeft. Anders klopt 'het systeem' niet. 'Die is weg' zegt de man droog, maar ze blijven stoïcijns staan. Mijn systeem klopt ook niet, de OV-kaart is verlopen. 

De Primera, zo'n winkel waarvan je nooit echt snapt wat ze verkopen, is er nog wel.  Ooit liet ik hier mijn foto's afdrukken, kocht er postzegels en de papieren krant. Zaken uit een voorbije eeuw. Buiten zitten twee mannen op een bankje. 'Hangen', past misschien beter bij hun manier van zijn.  'Wordt ze nu haar huis uitgezet?'  vraagt man 1. Man 2 weet zeker van niet, want : 'Dan word je toch zeker eerst gewaarschuwd?' Ik krijg een beeld van lades met uitpuilende post. Met aanmaningen, dwangbevelen en aangekondigde executieverkopen.

Als ik terugkom op de parkeerplaats is de auto met de slapende man met de kinderen verdwenen. Hopelijk hebben ze een leuke papadag.

zondag 19 juli 2015

Onder de trein streetballen


Begrijp me niet verkeerd. Ik ben gek op Groningen. Ik hou van het kletspraatje op de markt, het wachten voor de vele open bruggen of omrijden voor het zoveelste stuk ringweg dat op de schop gaat. Van de vleermuizen achter huis en landmuizen in huis. Van de Grote markt, het Overwinningsplein, de Dondersgang en Kleine Snor. Van de vele festivals waarvan de beat verraad waar ze plaatsvinden.  Maar sommige dingen vind je nu eenmaal alleen in Amsterdam.




Wat dacht je bijvoorbeeld van een streetbasketbaltoernooi onder een station. Of, nog gekker, óver een vierbaansweg ónder een voetbalsstadion doorrijden? Allemaal daar bij de ArenA. Met twee hoofdletters A. Dat had iets te maken met het bezet zijn van 'de Arena'. Zoals hier gespeld. Maar eigenlijk is het gewoon Bijlmer, hoor. Wat op haar beurt dan weer last heeft van een plakkerig slecht imago.

Soms waan je je even in Buenos Aires, in die voetbalgekke wijk la Boca, die ooit vooral bekend stond om de hoerenkasten en nu toeristische trekpleister is en bakermat van de tango. Het kan verkeren. Maar de associatie van dit stukje Bijlmer -Zuid-Oost van mijn part- met la Boca had ik vooral vanwege de gevels, waar je boven al die kleurtjes de thuisbasis van Ajax kan ontwaren.





Of wat dacht je van zwemmen in die wereldberoemde rivier waar de stad naar werd vernoemd? Zomaar tussen de bootjes. Of een fiets die in de zon verandert in een huis. Of fietsen op een boot die een huis blijkt en waar fietsen verboden zijn. Of tussen de Hispaniola's en Italiani in de metro naar Gein rijden. Alles kan, daar in Amsterdam.

Waar ik gister vertoefde met zes jongens. Zij sporten en ik keek. En was hun chauffeuse. Ik reed ze zelfs naar het strand. Nee, dat was nou weer niet in Mokum. Maar in het Friese land. In Lemmer om precies te zijn. Waar de zon zakte en de frieten smaakten.

Zes opeengepakte Groningse sardientjes zongen op de terugreis 'Een hele mooie dag'.
En dat was het.

Dag Amsterdam, dag Friesland, wij zijn weer fijn terug in Groningen.
Waar vissen uit de lucht vallen. Met slakken.

Weer 's wat anders dan kat met muis in huis.
En ook best bijzonder toch?













vrijdag 5 december 2014

Schroom, riem, vis, zwijg

Daar stond ik dan. Te wachten op mijn lekkerbek. Terwijl de visboer schichtig keek of geen van zijn klanten had gezien dat hij een visje vol beslag uit zijn handen had laten vallen, sjokte aan de overkant van de straat een in elkaar gedoken meisje voorbij. Of eigenlijk meer een jonge vrouw. Haar flodderige trainingsbroek bedekte haar voeten. Tien meter voor haar liep een man. Een opgefokte man. Met een hond aan zijn riem. Maar het leek alsof hij liever het meisje had aangelijnd. Hij schreeuwde naar haar, dat ze moest komen.
Nu.
Onmiddellijk.

Daar kan ik slecht tegen, tegen mensen die schreeuwen. In één richting. Hoewel ik het zelf ook wel eens doe. Naar mijn kinderen. 'Onmacht' heet dat geloof ik. Of 'controleverlies'. Waar je zelf niet uitkomt. Waar buitenstaanders gewenst zijn. Die iets doen. Of iets zeggen.

Er werd ook wel eens naar mij geschreeuwd. Vaak zelfs. Maar nooit in het openbaar. Pas als deuren gesloten waren en buitenstaanders uit beeld. Wat weer nieuw licht werpt op het fenomeen 'controleverlies'. Soms zijn priemende ogen van omstanders kennelijk net genoeg om een zeker gene te voelen, om een restje geweten te laten spreken. Nu niet. Of was dit slechts voorspel?

Ogen, blikken. Dat is het enige antwoord dat ik gaf. Dat ik kon geven. De schreeuwende man keek terug. Ik deed niets, ik zei niets. Wel wisselde ik een paar woorden met de andere visklanten. 'Dat is niet goed, hè', waren mijn wijze woorden van vanavond. Eén van hen was een keer verhuisd vanwege ruziënde buren. Elke avond was het raak. En hun kind kreeg er ook van langs. Ik popelde om hem te vragen of hij zijn buren wel eens had gevraagd of hij iets voor ze kon betekenen. Maar ik vroeg niets.

We keken op deze pakjesavond samen het meisje na in het donker.
Ze sjokte achter de schreeuwende man met de hond aan.

Thuis pakte ik mijn visje uit.