(wat er vooraf ging)
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik
vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit.
Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’
of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde
Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn
geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’
wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer
zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te
drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar
niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen
briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is
dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast
verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee
biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat
ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in
een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot,
nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar
naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een
man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij
dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten
niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Posts tonen met het label wedstrijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wedstrijd. Alle posts tonen
zondag 31 januari 2016
zaterdag 30 januari 2016
Groninger bal
Wintertijd. Weinig werk. Elk jaar hetzelfde liedje. Maar ondanks 'automatische afschrijving vanwege onvoldoende saldo mislukt’ heerst er nog geen paniek in huize Lehti. Want ik mag schrijven! Geen offertes, rekeningen of reclameteksten. Maar fictie!
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
maandag 13 februari 2012
Beste Aaf en Sylvia,
.....en Arthur en Nelleke natuurlijk niet te vergeten,
Ja, dit is weer 's wat anders dan dat ik júllie bespiegelingen lees over kerstdiners, zwervers of het eindeloze ikke-getwitter. Of over serveersters die schrijver in spé blijken te zijn. Maar dat was dacht ik Giphart die daarover schreef, om geen hoge verwachtingen te hebben, compleet met waarschuwende ramsj-scenario's. Die zich wellicht weer had laten inspireren door Will Self. Maar ik deed het lekker toch: mezelf uitnodigen voor het boekenbal. Middels een aanhef-loze email. Waar Renske op haar beurt weer over schreef: wat voor boodschap geeft de briefschrijver over zichzelf mee bij de keuze hierin. Ik liet hem maar helemaal weg, die aanhef. En zet 'm bij wijze van nagekomen bericht boven dit logje. Als een teckel die nog wat nakeft: 'Sorry, dit hoort er ook nog bij.'
Maar vanwaar die mail? (nu volgt enige uitleg voor lezers die niet Noordervliet, Japin, Brandt Cortius of Witteman van achteren heten). Wel, jullie hadden daartoe opgeroepen. Om een kort verhaal in te sturen. Van maximaal vijfhonderd woorden. Over 'foute vrienden'. Of nou ja, oproep. Meer het tegendeel. Zo van: waarom zou een gevestigd schrijver concurrentie aanmoedigen? 'Bedreigend' en zelfs 'Paranoïde horror' las ik, toen het over het effect ging dat het leger aan getalenteerde, nooit gepubliceerde schrijvers kon hebben op het gevestigde soort. Zulke termen fungeren als lokaas om dat leger uit hun tent te lokken. Als toefje slagroom werd de winnaar uit 2011 ten tonele gevoerd. Want zíjn roman verschijnt binnenkort bij Prometheus. Laat dat nu nèt één van de uitgevers zijn die mijn manuscript retour zond. Zonder verdere uitleg, want, zo schreef mevrouw de la Rive Box, ze ontvingen bij Prometheus tientallen manuscripten per dag. Vermenigvuldig dat met zo'n vijftig uitgeverijen -grove schatting- en je zit al gauw op een kwart miljoen per jaar. Da's best een heus leger. Arme jury. Arme jullie.
O, wacht, nu bijt ik mezelf in de billen. Want niets ontsiert zo, als iemand die zich zichzelf afschildert als 'talent'. Zelfkennis, bescheidenheid, dàt is wat scoort. Wat best krom is. Want degene die, net als ik, een stukje instuurt, wil natuurlijk gewoon winnen. Dus laat ik die calvinistische soberheid vandaag gewoon lekker voor wat ie is en blaas mooi hoog van de toren.
Want ik ben niet alleen goed. Ik ben ook nog 's erg braaf. Vier tips gaf je, Sylvia. De dromen, heidelandschappen en dat verdwaalde paard heb ik dit keer dus niet gebruikt. En van je suggesties 'pluizig diertje' en 'seks', koos ik voor die tweede. Dat ligt me nu eenmaal beter. Ook gebeurt er 'iets ergs' (tip 3) en sloeg ik de tekst zelfs op (4). Sterker nog, dat had ik al gedaan. Het verhaal wàs er namelijk al. Ik had het hier alleen verwijderd. Vanwege de seks, hè. Want ik ben braaf. En dit is een kuis blog.
Maar er is toch een probleem. Want ik hield me niet aan het onderwerp. Heb ik wel vaker last van. Ooit zei mijn leraar Nederlands van het Haags Lyceum: 'Mooi verhaal, maar dat vróeg ik niet.' Ook hier en nu viert de verwarring hoogtij. Ik vind muizen waar ik moet loodgieten, verwar eten met politiek of zoek een verband tussen hangtieten en ayatollah's. En ik laat jou, Sylvia, zelfs oppeuzelen door mijn bijtgrage liefdesvogel. Zo, genoeg reclame gemaakt. Maar ik heb me dus niet gehouden aan de opdracht. Ben niet zo goed in 'foute vrienden'. Of het moet deze eikel zijn. Maar die ken ik verder niet. Dus werd het een verhaal over een ziekenhuis. En over seks. Niet over een paard. Zonder foute vriend. Maar wel met bloed. En dat stuurde ik gister bij die mail.
Vanmorgen las ik het nog eens over. En ontdekte een woord te zijn vergéten. Van slechts drie letters, maar toch. Het oogt slordig. Of is onvergeeflijk, zo merkte ik eens als lid van een sollicitatiecommissie. Gedrieën voerden we een discussie. Moesten we de briefschrijver die een dt-fout maakte nu wel of niet uitnodigen? Wat het werd, ben ik vergeten. Wel weet ik dat uiteindelijk niemand de baan kreeg. Ze waren allen ongeschikt. Om mijn baas te worden.
Maar ik vergat dus, ondanks het nalezen in uitgeprinte vorm van de ruim vierhonderd woorden (ja, aan het kwantitatieve criterium had ik wel gedacht), een heel wóórd.
Gooi ik dat nu dan maar op het net.
Nasturen is ook zo wat.
Moet mezelf niet àl te serieus nemen.
Hier komt ie:
'wat'
Tweede alinea, één na laatste zin.
Tussen 'hoort' en 'hè'.
Even cutten en pasten.
Sorry voor het ongemak, Aaf en Sylvia.
Zo, dat heb ik dan ook weer rechtgezet op deze miezerige maandag.
En nu ga ik een speurtocht uitzetten.
Voor Leo
Die vandaag elf jaar wordt.
Hoera!
Met vriendelijke groet,
Lehti Paul (nee, dìt is niet mijn echte naam)
P.S. Op internet staat dat jullie ook leeftijd en geslacht van de inzender willen weten. Had dat er in de krant van 1 februari dan gelijk bij gezet, beste mensen.
Ik ben een man van 83 en draag een hoofddoek. Zo goed?
Ja, dit is weer 's wat anders dan dat ik júllie bespiegelingen lees over kerstdiners, zwervers of het eindeloze ikke-getwitter. Of over serveersters die schrijver in spé blijken te zijn. Maar dat was dacht ik Giphart die daarover schreef, om geen hoge verwachtingen te hebben, compleet met waarschuwende ramsj-scenario's. Die zich wellicht weer had laten inspireren door Will Self. Maar ik deed het lekker toch: mezelf uitnodigen voor het boekenbal. Middels een aanhef-loze email. Waar Renske op haar beurt weer over schreef: wat voor boodschap geeft de briefschrijver over zichzelf mee bij de keuze hierin. Ik liet hem maar helemaal weg, die aanhef. En zet 'm bij wijze van nagekomen bericht boven dit logje. Als een teckel die nog wat nakeft: 'Sorry, dit hoort er ook nog bij.'
Maar vanwaar die mail? (nu volgt enige uitleg voor lezers die niet Noordervliet, Japin, Brandt Cortius of Witteman van achteren heten). Wel, jullie hadden daartoe opgeroepen. Om een kort verhaal in te sturen. Van maximaal vijfhonderd woorden. Over 'foute vrienden'. Of nou ja, oproep. Meer het tegendeel. Zo van: waarom zou een gevestigd schrijver concurrentie aanmoedigen? 'Bedreigend' en zelfs 'Paranoïde horror' las ik, toen het over het effect ging dat het leger aan getalenteerde, nooit gepubliceerde schrijvers kon hebben op het gevestigde soort. Zulke termen fungeren als lokaas om dat leger uit hun tent te lokken. Als toefje slagroom werd de winnaar uit 2011 ten tonele gevoerd. Want zíjn roman verschijnt binnenkort bij Prometheus. Laat dat nu nèt één van de uitgevers zijn die mijn manuscript retour zond. Zonder verdere uitleg, want, zo schreef mevrouw de la Rive Box, ze ontvingen bij Prometheus tientallen manuscripten per dag. Vermenigvuldig dat met zo'n vijftig uitgeverijen -grove schatting- en je zit al gauw op een kwart miljoen per jaar. Da's best een heus leger. Arme jury. Arme jullie.
O, wacht, nu bijt ik mezelf in de billen. Want niets ontsiert zo, als iemand die zich zichzelf afschildert als 'talent'. Zelfkennis, bescheidenheid, dàt is wat scoort. Wat best krom is. Want degene die, net als ik, een stukje instuurt, wil natuurlijk gewoon winnen. Dus laat ik die calvinistische soberheid vandaag gewoon lekker voor wat ie is en blaas mooi hoog van de toren.
Want ik ben niet alleen goed. Ik ben ook nog 's erg braaf. Vier tips gaf je, Sylvia. De dromen, heidelandschappen en dat verdwaalde paard heb ik dit keer dus niet gebruikt. En van je suggesties 'pluizig diertje' en 'seks', koos ik voor die tweede. Dat ligt me nu eenmaal beter. Ook gebeurt er 'iets ergs' (tip 3) en sloeg ik de tekst zelfs op (4). Sterker nog, dat had ik al gedaan. Het verhaal wàs er namelijk al. Ik had het hier alleen verwijderd. Vanwege de seks, hè. Want ik ben braaf. En dit is een kuis blog.
Maar er is toch een probleem. Want ik hield me niet aan het onderwerp. Heb ik wel vaker last van. Ooit zei mijn leraar Nederlands van het Haags Lyceum: 'Mooi verhaal, maar dat vróeg ik niet.' Ook hier en nu viert de verwarring hoogtij. Ik vind muizen waar ik moet loodgieten, verwar eten met politiek of zoek een verband tussen hangtieten en ayatollah's. En ik laat jou, Sylvia, zelfs oppeuzelen door mijn bijtgrage liefdesvogel. Zo, genoeg reclame gemaakt. Maar ik heb me dus niet gehouden aan de opdracht. Ben niet zo goed in 'foute vrienden'. Of het moet deze eikel zijn. Maar die ken ik verder niet. Dus werd het een verhaal over een ziekenhuis. En over seks. Niet over een paard. Zonder foute vriend. Maar wel met bloed. En dat stuurde ik gister bij die mail.
Vanmorgen las ik het nog eens over. En ontdekte een woord te zijn vergéten. Van slechts drie letters, maar toch. Het oogt slordig. Of is onvergeeflijk, zo merkte ik eens als lid van een sollicitatiecommissie. Gedrieën voerden we een discussie. Moesten we de briefschrijver die een dt-fout maakte nu wel of niet uitnodigen? Wat het werd, ben ik vergeten. Wel weet ik dat uiteindelijk niemand de baan kreeg. Ze waren allen ongeschikt. Om mijn baas te worden.
Maar ik vergat dus, ondanks het nalezen in uitgeprinte vorm van de ruim vierhonderd woorden (ja, aan het kwantitatieve criterium had ik wel gedacht), een heel wóórd.
Gooi ik dat nu dan maar op het net.
Nasturen is ook zo wat.
Moet mezelf niet àl te serieus nemen.
Hier komt ie:
'wat'
Tweede alinea, één na laatste zin.
Tussen 'hoort' en 'hè'.
Even cutten en pasten.
Sorry voor het ongemak, Aaf en Sylvia.
Zo, dat heb ik dan ook weer rechtgezet op deze miezerige maandag.
En nu ga ik een speurtocht uitzetten.
Voor Leo
Die vandaag elf jaar wordt.
Hoera!
Met vriendelijke groet,
Lehti Paul (nee, dìt is niet mijn echte naam)
P.S. Op internet staat dat jullie ook leeftijd en geslacht van de inzender willen weten. Had dat er in de krant van 1 februari dan gelijk bij gezet, beste mensen.
Ik ben een man van 83 en draag een hoofddoek. Zo goed?
Abonneren op:
Posts (Atom)