donderdag 24 september 2015

Dit onmogelijke land

Salsa dansen op een parkeergarage in de open lucht met een jehovagetuige uit Costa Rica.


Kratten schiften met een Roemeen met misvormde handen. Ten gevolge van een val van een steiger in Israël. Onverzekerd. In de bouw.

Aubergines oogsten met een man uit Bangladesh, kletsend over Afrika als opkomende economie.

Praatjes van een Peruaanse aanhoren die in het campagneteam van Wilders niet zouden misstaan. Haar nasi eten. En tiramisù.

Tegenover nieuwe kleding op de markt ligt 'Vintage' kleding vanaf drie euro. Tweedehands is het domein van Noord Afrikanen.

Een bedelaar prevelt 'Soldo.  Povero.  Bambino' en houdt me een petje voor.

De informatiebalie van de bus meldt een vertrektijd die niet klopt. Van een bus zonder nummer.

Een Marokkaanse thuishulp gooit de aangereden kat in een container.

Een Argentijnse oma vertelt verhalen over het melken van koeien op de Pampas. Om één uur 's nachts. We bekijken foto's op haar camera. De rum staat op tafel.

De schoolbus glijdt van de weg af en botst. Er raakt niemand gewond maar men is hier geen regen meer gewend na drie maanden droogte.

De economie stort hier nooit in. Te veel  wordt er zwart en door de maffia geregeld om dit land onderuit te laten gaan. 

Ik schift tweehonderd kilo tomaten. En laad negen kratten in een luxe SUV van een veganistengezin. Tijd om van de tweede keus pomodori  'salsa' te maken is er niet.

In de bergen werken Moldaviërs. Zelf breng ik spinazie en paardensla naar de markt van Todi en Perugia.

Bij 'de Chinezen' staan blote borsten en engeltjes gezusterlijk in de schappen.

De peulen van de kievitsbonen kraken onder onze handen. 

Ik hou van dit onmogelijke land.
En haar onnavolgbare inwoners.

Hopelijk houdt de Tiber dit jaar haar water binnen de oevers.












woensdag 16 september 2015

Gestolen

Of eigenlijk kan ik beter 'bestolen' zeggen. Zo voelt het soms als ik de, verder prima geschreven columns van Carolien Omidi lees (standplaats Teheran). Of bij het zien van een aflevering van Thomas Erdbrink. Jawel, ook hij als 'onze Man in Teheran'.

Want vrijwel al hun thema's sneed ook ik aan in mijn reisverslag. Dat helaas niemand wilde publiceren. Van het ontbijt met bubbeltjesplastic-brood tot en met vrij verkrijgbaar antiobioticum,  de ingewikkelde Ta'arof, huwelijksmarkten, het boze oog en alles wat daar tussen zit. Maar niet getreurd, ik gooi gewoon een paar stukjes op dit blog. Men heeft anno 2015 geen uitgever meer nodig.

Carolien en Thomas zullen vast meer recht van spreken hebben dan ik, zijnde beide werkzaam in Iran en getrouwd met een autochtoon, maar daardoor zullen ze misschien ook niet gauw meer in hun eentje op een doos gaan zitten in een winkelcentrum. Da's dan weer het voordeel van toerist zijn. Maar het gesleep met presentjes zal aan hen, als goed geïntegreerde Hollanders, wel nooit voorbij gaan. 




Aankomst:

Ze hangen aan me, de kinderen die om beurten op mijn schoot sliepen op onze nachtelijke tocht van Teheran naar Tabriz. We delen stiften, chocola en stickers uit. De opvoeder in mij kon het niet laten om ook speelgoed te kopen waarbij ze zèlf in actie moesten komen.

Maar dan blijkt dat deze kinderen niet alleen geen zandbak kennen, ze hebben ook nog nooit van knutselen gehoord. Twee zesjarige meisjes kijken me vragend aan als er van gekleurde kralen een ketting geregen moet worden. Het begint al bij de verpakking, ze krijgen het plakband niet losgepeuterd met hun nette nageltjes. Ook hun oudere nicht Hamideh weet er geen raad mee.

Al gauw ben ik omringd door negen meisjes en vrouwen die giebelend naar me kijken en mijn hand aaien. Hamideh laat me haar Engelse schoolschrift zien, haar nagellak, haar pumps waarop ze heen en weer wiebelt. Op mijn vraag wat ze na schooltijd doet, knikt ze heftig. Ze snapt het niet, ik moet nog flink oefenen op mijn uitspraak.
(...)


Vertrek 

Met de terugreis in zicht wordt het tijd om de ruimte, die er in mijn koffer is ontstaan, weer te vullen. Met spullen voor mijn familie. Maar ook voor mijn Iraanse vrienden, die hier zelf niet heen kunnen, neem ik graag de geuren en smaken Perzië mee. Koekjes uit Qom, dadels uit Bam en kleden uit Kandovan. Maar ik wil ook nog thee, saffraan en een samovar kopen.

Zohra loopt binnen bij elke beautysalon. Ik heb als toerist meer oog voor de zakken vol spaanse pepers of winkels met alleen bonen of stapels aubergines. Na de zoveelste winkel met make-up waar Zohra binnengaat, blijf ik buiten. Ik ga zitten op de kartonnen doos van mijn inmiddels aangeschafte samovar. Er klinkt muziek vanaf een galerij onder mij. Als ik voorzichtig over de balustrade gluur, houden de muzikanten op met spelen. Ik lurk aan mijn wortelsap met slagroom en kijk om me heen. Een groep jongens staat een eindje verderop. Zodra ik hun blik heb beantwoord komt één van hen mijn kant op. Op gepaste afstand, zo’n anderhalve meter, blijft de jongen van een jaar of twintig staan. 


Na wat verplichte begroetingen volgen er vragen als ‘Can I help you?, ‘Have you visit the museum near the blue Mosk’ en ‘Do you know the bazar is older than Tabriz?’ Ik lach vriendelijk, maar weer hem niet af. Ik weet helaas al alles, helpen kan hij me niet. Hij heeft zijn vrienden straks in elk geval wat te vertellen. Zou hij Holland kennen? Veel Irani’s die er wonen, kwamen er per ongeluk terecht, door een mislukte emigratie naar Canada of de VS. Hun tussenstop werd eindbestemming. Ik loop nog een paar rondes over de bazar. Vrijwel iedereen kent nu mijn verschijning. Zohra is eindelijk klaar. We gaan per taxi op notenjacht.  (...)




Teheran:

Behalve kennis van de taal, heeft Vida ook een andere Hollandse gave, het openlijk kritiek durven geven op andermans land. Ja zeker, ze heeft er gewoond. Op mijn vraag waar dit dan was, antwoordt ze ‘overal’. Ik weet genoeg. 

Ze verhuisde van het ene AZC naar het andere en leerde goed Nederlands. Vier jaar lang stond haar leven stil. Dat ze niet mocht blijven was niet het ergste, wèl dat ze dat pas na zo lang hoorde.

Ze lijkt te schrikken van haar eigen felheid en beseft dat ik niet de Nederlandse staat in eigen persoon vertegenwoordig. Zoals het een echte Iraanse betaamt, relativeert ze gauw haar kritiek: ‘Ik heb ook meegemaakt mooie dingen en ontmoet goede mensen.’ 

We babbelen vrolijk verder over Tabriz en Utrecht, over Teheran en Zeist. Ik zoek in mijn koffer naar iets om haar te geven, iets Nederlands dat ik niet al eerder uitdeelde aan mijn gastgezin.  
 

Ze kauwt bedenkelijk op de dropjes.



zondag 6 september 2015

Over kippenbotjes, gelukszoekers, de afstandsbediening en incassobureau's 2/2

(Van er aan vooraf ging)

De meneer van de consumentebond (Combée), beweert dat mensen met schulden te snel en te vaak onheus worden bejegend. Mevrouw de politica (Schouten, Chistenunie, maar mooi wel ongehuwd moeder) spreekt over wetten die er zijn, zonder dat de handhaving is geregeld. Daar werkt ze nu aan. Samen met haar PvdA collega. (Dat wordt nog leuk: boetes opleggen aan boeteopleggers terwijl de politie staakt). Meneer Stigter zegt dat de achtentwintig bij hem aangesloten incassobureau's samen vier miljoen zaken behandelen. Waar een bedrag van zeven miljard euro mee is gemoeid.  
Zéven miljárd?!
Wat nou 'Griekenland leeft op de pof'

Wat er toen volgde, volgde ik niet meer. Mede omdat mijn kippetje (waarvoor de boer slechts negentig cent per kilo krijgt) op was, ik toe was aan koffie en er een whattsappje kwam van Leo (14) "niet gesprek na training vergeten, mam!" (Toch fijn dat zoonlief moeders een beetje bij de les houdt).

Maar nu het plan.

Vluchtelingen. Daar heeft u onlangs vast wel iets over gehoord of gezien. Zij betalen geld voor hun overtocht. Er circuleren bedragen van rond de achtduizend euro. Als we dat nu eens naast het bedrag leggen dat is gemoeid met een gemiddelde 'zaak' van een wanbetaler. Zeven miljard gedeeld door vier miljoen maakt zeventienhonderenvijftig euro. Hoeveel geld er nog gevorderd wordt door (malafide) incassobureaus die geen lid zijn van Ultimoo, mag een oplettende lezer verder uitpluizen. Ik ben per slot geen journalist maar slechts een alleenstaand kippenkluiver. En hoeveel zaken er per huishouden zijn, weet ik ook niet. Laten we er vier per gezin van maken. Dat maakt een schuld van zevenduizend euro. Een schuld die, tenzij je iets met kwijtschelding of bewindvoering doet, echt niet minder wordt. Eerder meer. Daar ging het bij Max ook over.

Wat te doen? Elke wanbetaler, of dit nu een postzegelspaarder is die een factuurnummer vergeet of iemand die er PGB-geld doorheen jast, krijgt een gelukszoeker in huis. Door de eerdere som kun je dan één miljoen mensen/ gezinnen onderdak bieden. Plek zat. De gast betaalt daarvoor zevenduizend euro (daar kan Air-bnb niet tegenop). Dat had hij er per slot toch al voor over om zijn geluk hier te beproeven. Blijft er nog duizend euro over. Daar kan je dan best een menswaardige trein- of vliegreis van betalen.

Het wordt een prachtige Win-win situatie. Want de nieuwkomer heeft voor de overtocht lang gespaard. Een deugd waar schuldenaren niet rijk mee zijn bedeeld. Met het geld van de nieuwkomer wordt (een deel van de) de schuld betaald. In ruil krijgt hij en/ of zij onderdak en als extra dank voor die gastvrijheid krijgt het gastgezin ook nog les in budgetteren. Omgekeerd leidt dit bij de nieuwkomer onherroepelijk tot een snelle inburgering in formulierenland. Hij of zij leert de taal, dat het normaal is een hond surfles te geven, dat je ongetrouwd of als homopaar door het leven kunt gaan, dat je niet ongestraft mag 'voorproeven' op de markt -hebben ze in Ter Apel soms last van- en dat er niet in elk huis afstandbediening is. Dat het vaak sappelen is. Dat je als ouder, ook als er niks met je kind aan de hand is, wel wordt geacht aanwezig te zijn bij een ouderavond. Op tijd. En die argwanende Hollander kan ervaren dat niet elke moslim bijt.

Want Ebru Umar schrijft het mooi hoor. Dat zij, als kind van gelukszoekers, niet zit je wachten op nog meer gelukszoekers. Niet uit eigenbelang, maar omdat het niet meevalt. Kan ze over meepraten. Maar zo'n betoog is net zo doelloos als een jongere uitleggen dat geld dat op je rekening staat, niet van jou is. Dat drank en drugs slecht zijn. Dat je veilig moet vrijen. Leuk bedoeld. Maar net zo heilloos als een gelukszoeker uitleggen dat het goud hier niet voor het oprapen ligt.
Dat moet je met eigen ogen zien.
Ervaren. Op je bek gaan. Of niet.

Onuitvoerbaar? Onethisch? Wellicht. Maar niet minder ethisch dan toekijken hoe de Middellandse zee verwordt tot massagraf. Waar aan wordt verdiend door mensen met minder geweten dan een gemiddeld incassobureau. Wie dood aanspoelt op het strand heeft geen slapeloze nachten meer. Die wordt gewoon nooit meer wakker.



Bijna jammer dat ik geen schulden heb. Het lijkt me namelijk best gezellig. Zo'n gelukszoeker die de toekomst voorspelt in de botjes op mijn bord.

zaterdag 5 september 2015

Over kippenbotjes, gelukszoekers, de afstandsbediening en incassobureaus 1/2

Op zo'n eerste kindvrije avond ben ik altijd een beetje van God los. Tafel dekken -jawel, mét tafellaken- is dan passé. Hangend op de bank kluif ik aan het restje kip van gister. Achter een heuse beeldbuis. In een nog niet zo ver verleden had ik digitale tv. Die kon je terugkijken, pauzeren en er was zelfs afstandsbediening. Maar ergens tussen scheiding en verhuizing in, zijn deze moderniteiten verdwaald. Het zou ook niet helpen, want met die vette vingertjes glibbert zo'n apparaatje maar uit je handen. Met mijn enige schone vinger druk ik op een echt knopje. Eens kijken wat 'er op' is.

Ik val middenin Max. Het gaat over surfende honden en Engelandvaarders waarvan een derde de overkant niet haalde. Zo ontdek ik een dag later op internet. Maar dat mis ik. Net als boze agenten die iets níet gaan doen met verkeersboetes en vluchtelingen die worden toegezongen. Nee, terwijl ik genietend op botjes sabbel, word ik gefêteerd op 'meldpunt incassobureau'. Waarbij de wereld overzichtelijk wordt onderverdeeld in zieligerds en weldoeners. Dat kijkt toch fijner. Hoef je niet na te denken.

Maar dat doe ik natuurlijk toch. Nadenken. Want het is mij te makkelijk om een arme-stakker-gevoel op te roepen door een vierentwintigjarige knul in beeld te brengen die het PGB geld van zijn stiefdochter oneigenlijk gebruikte. Op een versleten bank. Met zijn pasgeboren baby'tje. -Aáááh, pril gezinnetje. Vertéderend!- De toonzetting van de incassobrieven houdt hem uit zijn slaap. De presentatrice doet er nog een schepje bovenop met het mantra dat hij als 'crimineel' worden neergezet.

Eh, pardon? Volgens mijn logica is iemand die iets koopt en niet betaalt of (overheids-) geld besteed aan iets waar het niet voor is bedoeld, toch echt onwettig bezig. Maar dat zal wel ouderwets zijn. Deze wanbetalers zijn keurige mensen. Criminelen natuurlijk niet. De jongeman leeft van een uitkering en staat onder bewind. (als hij zijn post nou eens ongeopend naar zijn bewindvoerder brengt, lijkt me het probleem van de slapeloosheid deels opgelost).

Een andere, nog keuriger mevrouw, had eens een betaling gedaan zonder betalingskenmerk. Voor de postzegelverzameling van haar zoon. Ook bij haar viel een dreigbrief op de mat. Hoe durfden ze?

Volgens meneer Stigter van de Utimoo groep wordt er gemiddeld zeven keer achter een wanbetaler aangebeld. Bij deze postzegelmevrouw werd de zaak opgelost nadat ze zelf contact opnam. Maar die voorgeschiedenis horen we pas als ze onze compassie al lang heeft. De kaart die (erg kort) in beeld word gebracht door meneer Stigter vind ik een voorbeeld van klantvriendelijkheid. Maar de mevrouw voelt zich als crimineel bejegend. 

Weet je waar ik als éénpitter een hekel aan heb? Aan klanten die geen betalingskenmerk op hun overschrijving zetten. Maar ik denk natuurlijk te simpel. Of juist te ingewikkeld.

Want ergens tussen een vleugeltje en de rest van het kippenkarkas rees er een lumineus plan. Een soort omdenkplan. Iets met vluchtelingen en incassobureau's en met een beetje fantasie zelfs over Engelandvaarders en politiestakingen.

Maar dat komt morgen.

zondag 23 augustus 2015

Nederland is vol


Nederland is vol. Dus bouwen we een nog groter hek om fort Europa.
of
Nederland is vol. Maar mensen die hierheen komen zijn zielig dus die kunnen 'we' niet weigeren
of, de nieuwste:
Nederland is vol dus gooi de grenzen open want dan kunnen 'ze' na een snuffelstage in asielzoekersverwerking ook ooit weer terug om te zeggen 'Het valt tegen daar. Geen werk en het leven is duur.'  Want zo'n heen en weer van mensen is er altijd al geweest, met een hek sluit sluit je de terugweg af en versterk je het beeld dat hier wat te halen is.

Die laatste komt van Leo Lucassen en maakte zelfs de tongen los in de Telegraaf. Die ik las op een verlaten campingterras in Sint Nicolaasga. De columniste vond de vergelijking met de val van de muur nergens op slaan. Omdat het daar ging om onderdrukten van een communistisch regime.

Misschien is dat zo. En een mensensmokkelaar van toen kan nu rekenen op een podium. Wolfgang W. vertelt in 'Speeches' trots hoe hij instructies gaf om met behulp van een nagelschaar je oude paspoort te versnipperen. Hij regelde 'westerse' kleding en gaf 'les' in westerse gewoontes. Dus niet zielig in een hoekje je lot ondergaan maar zelfbewust en arrogant eisen wat je toekomt. Om niet op te vallen. Hij had 220 mensen geholpen. Vooral artsen.   
 
Anno 2015 gaat Arnold Karstens zowel naar Calais als Kos en schrijft over hoe telefoonverkopers meer geld verdienen dan degene die souvenirs aan de man wil brengen. En dat de nieuwkomers hun neus ophalen voor het noodhotel waar Griekse vrouwen dagenlang aan het poetsen waren. Een ongemakkelijk gegeven. Want vinden we eigenlijk niet dat alleen zonaanbidders eisen mogen stellen aan hun onderkomen? Ook al was voor hen de reis naar Kos waarschijnlijk tien keer goedkoper. En tien keer korter. Maar ook dat is vast geen goede vergelijking. Over de strandvlucht van bloteriken hoor ik namelijk nooit wat (of het moet iets van 'Red mijn vakantie' zijn) maar heel Europa praat over die reizigers vanuit het Oosten. Van bedrijfskantine tot in het torentje. Volgens Merkel zou het financiële Griekenlanddebacle zelfs in het niet vallen bij deze 'kwestie'. De gemene deler tussen de halfnaakte westerlingen en de gesluierde oosterlingen is wel de tijdelijkheid van hun strandverblijf.

Ik ga niet naar Kos. En kom ook nooit in een torentje of een kantine. Da's soms wel jammer, want waar en met wie kan ik dan van gedachten wisselen? Daar heb je toch echt anderen voor nodig.

Dus toog ik gisteren naar de stad. Waar ik danste en praatte en dronk. En op het Noorderzonfestival een woordeloze voorstelling bezocht in zó'n krap theaterzaaltje dat de knieën van de vrouw achter me in mijn rug priemden en de mijne in de rug van de dikke man voor me. 'Niet geschikt voor mensen die niet tegen kleine ruimtes kunnen', stond er op de pipowagen. Die hevig schudde tijdens deze 'zintuigenvoorstelling'. Waar een tocht over en onder water werd gesimuleerd. Het had wel wat weg van een volgepakt bootje. Toen ik uitstapte mengde ik me in de mensenmassa en schuifelde richting podium Zuid.

Ik vroeg wat rond naar een mogelijke 'afterparty'. Maar om daarvoor in aanmerking te komen diende je in het bezit te zijn van 'een zilveren bandje'. Als teken dat je werkzaam was op Noorderzon. Als vrijwilliger. Dat had ik niet. Want ik werkte er niet. Onderscheid moet er zijn. Misschien heb ik morgen meer geluk. 

Om één uur 's nachts dunde de mensenmassa uit. Blanke, dronken cultuurminners maakten langzaam plaats voor groepjes opgedirkte Arabische en Iraanse jongeren. Zij had de boot gemist. Maar ze waren vast ook niet vrijwillig in de pippowagen gestapt. Ik fietste moe maar voldaan weer naar huis.

Een week eerder deed ik dat ook. Fietsen. Ideetje van Leo (14). Die wilde zo graag eens met mams op fietsvakantie. Nu heb ik weinig op met fietsen als recreatief tijdverdrijf, maar omdat het doorwerken met een gebroken duim mij niet verstandig leek, kreeg Leo toch zijn zin. Het was een prima manier om de zomervakantie mee af te sluiten en Nederland te verkennen.

Tot slot nog een laatste waarschuwing voor iemand die in Turkije de oversteek wil wagen en door 'Kos' te googlen per ongeluk op dit blog belandt: 'Onderstaande beelden kunnen een vertekend beeld geven van de werkelijkheid.'  Maar, zoals u weet, gebeurt dit ook met het beeld dat we van u hebben.

Oordeel zelf.
Dat is een westerse gewoonte die u zich na aankomst het beste meteen kunt aanleren.
We doen hier weinig anders.

Hindeloopen
Woudsend
Rohel


Sint Nicolaasga
Heeg
Onlanden
Bij Thesinge









Noorderzon






woensdag 19 augustus 2015

Floortje Langkous

Floortje Dessing, die acht seizoenen het reisprogramma 3-op reis presenteerde, houdt het voor gezien. Ze gaat wat anders doen. Dat wist ik niet. Toch prettig dat zulke mooie programma's in komkommertijd worden herhaald.

Zo gaat ze in Teheran onder meer op bezoek bij de voormalige Amerikaanse ambassade, waar de gijzeling honderd keer langer duurde dan de bedoeling scheen. Ondertussen werd in 1979 de eerste Islamitische republiek uitgeroepen en de Sjah van de troon gestoten. Ook bij hem gaat ze op bezoek. Althans, zo lijkt het. Ze struint rond in het paleis waar de Sjah, zijn vrouw Farah Diba en hun vier kinderen woonden. De kamers waar zij in weelde leefden zijn bijna aan te raken. Op de muur van de badkamer van koningszoontje Ali-Reza zijn stickers geplakt. Waaronder één van Pippi Langkous met op haar hoofd meneer Nilson, haar aapje. (min. 14.22)

Na deze aflevering volgt de laatste op 30 augustus. Die kun je gewoon online zien, maar voor de bankhangers onder jullie, zeg ik het toch maar even. Want dan zoeft Floortje omlaag vanaf bijna verlaten Iraanse skipistes, ooit bedacht door die eerdere Sjah. De ei-liftjes waar ze in zit -compleet met Milka reclame-, zijn zo retro dat het bijna hip is. En ze bezoekt Thomas Erdbrink, één van de weinige Westerse correspondenten in Iran. Hij ontving met zijn team twee maanden geleden de Nipkowschijf 2015 voor de serie 'Onze man in Teheran'. Ook een aanrader.

Maar wat mij betreft mocht Floortje deze prijs krijgen. Omdat zij, meer nog dan Erdbrink, een onbevangen nieuwsgierigheid uitstraalt. Die ontwapent. Eigenlijk is ze een soort Pippi. Die laatste wil haar vader bevrijden, die zit gevangen op een eiland in de Stille Zuidzee. Als ze met haar luchtbed op een bergtop strandt, bouwt ze van een fiets een vliegtuig. Floortje kampte vorige week ook met motorpech. Bij Alaska. Door van het dekzeil een zeil te maken voorkwamen ze verder te worden weggeblazen, de ijskoude zee op. De flessenpost was 45 jaar na Pippi vervangen door Floortjes satelietttelefoon.

Als afsluiter zien je een selectie van al haar bijdragen aan elkaar. Wie goed oplet, leest ook: (bij min. 30.30) 'Wellcome to Syria'.
Stof tot reflectie.
Hoe zou het zijn als degenen die op Kos aan land stappen of spoelen, zo'n bord zouden zien staan? Niet als welkomstgroet voor een vakantie, maar als troost omdat je huis en haard achter je liet en aan het begin staat van het avontuur dat misschien wel 'de rest van je leven' heet. 


In datzelfde Syrië zitten nu ook mensen gevangen. In een burka. Of als eigendom van Abu Bakr Al Bagdadi of Abu Sayaf. Helaas zijn huidige bombardementen minder precies dan Pippi's kanon. Er kwam geen gat in de vesting om Kayla Mueller te laten ontsnappen uit de klauwen van de hedendaagse Bloed Barend en Messen Jochem. En voor wie meent dat deze laatste twee louter zijn ontsproten aan het brein van de schrijfster, hier lees je dat Lindgren haar boek baseerde op het leven van ene Carl Peterson. Die in 1904 als enige een schipbreuk overleefde en terecht kwam op het eiland Tabar, in Papoea-Nieuw-Guinea. Hij sloot daar vriendschap met de kannibalen en trouwde met de dochter van het stamhoofd.
Zo gingen die dingen in die tijd. Nog steeds.
Peterson scheen trouwens net als Pippi's vader ergens een schat te hebben begraven. Maar dat wist Astrid Lindgren dan weer niet.

In 1970, het jaar dat Floortje werd geboren (en ik toevallig ook) werd de Pippifilm opgenomen in onder meer Barbados, op de Cariben en in Budva, in het huidige Montenegro. Pippi is naar eigen zeggen 'overal geweest'. Maar Floortje weet dat met haar open blik ook nog eens prachtig te brengen! Ze krijgt van mij een Pippipenning!

Welkom thuis en alvast van harte gefeliciteerd!
(31 augustus is ze namelijk jarig)
En veel plezier met de rest van je leven!

Ik hoop dat je nog veel mensen zult besmetten met het reisvirus.
En zelf onderweg niet meer ziek wordt. 





 

maandag 10 augustus 2015

Daar gaat mijn imago van alleskunnend alleenstaand ondernemend ouder

In de zeven jaar dat ik mijn brood verdien met klussen was me dit nog niet eerder overkomen. Althans, ik had uiteraard wel vaker met een hamer misgeslagen, maar dat had nooit meer dan een van blauw naar paars naar geel verkleurende nagel tot gevolg gehad. Nooit eerder brak ik een kootje. Maar nu wel. Zo zei de radiolooog.

Daags voor ik mijn duim op het hardhouten aambeeld legde, las ik een artikel over de diverse mogelijkheden om je als éénpitter te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Het bleef bij lezen.

En daartoe ben ik nu weer veroordeeld. Tot lezen. In de wachtkamer van huisarts, radioloog en spoedeisende hulp spelde ik de huwelijksperikelen van celebrities die ofwel hun lief betrapten op vreemdgaan of het na een tijdje weer goedmaakten. Ik weet nu alles over hoe Onassis op zijn tachtigste zowel Jackie Kennedy als Maria Callas op zijn yacht het bed in kreeg en ook de affaires van François Hollande zijn voor mij geen geheimen meer. Van recenter datum waren de 'interviews' met jonge meiden in de Viva. Of was het de Vriendin? Over hun onderscheid tussen 'daten' en 'een relatie'. Waarbij het dan gek genoeg bij dat daten toch niet de bedoeling is dat je ene date je met een andere 'date' signaleert. 

Genoeg roddellectuur. Tijd voor serieuzer zaken. In het zonnetje voor het ziekenhuis overdacht ik hoe dat nu moest. Met mijn werk en zo. Vragend keek ik om me heen of er ook rokers waren. Niet om wat te bietsen, maar om voor mij een shagje te draaien. Want met één duim is dat lastig. Net als veters strikken, een elastiekje in je haar doen, een beugelflesje Glosch openen of een pot verf. Ramen monteren, draden strippen, een deur afhangen.
Ik wist het even niet meer. Voelde me onthand. Stapte uit arren moede in een bus waar 'Grote markt' op stond. Dat was weliswaar slechts vijf minuten lopen. Maar zielige mensen mogen met de bus. Deze bus ging inderdaad de stad in. Via Selwerd, Paddepoel en zelfs tot het eind van de campus van Zernike, zes kilometer buiten het centrum. De weinige inzittenden keken elkaar vragend aan toen er zelfs 'Veendam' op het scherm verscheen. Toch fijn van die norse chauffeur om mij nog wat bedenktijd te geven: 'U bent toch al in de stad?!' Ik moest me inhouden hem geen opgestoken duim toe te werpen.
 
Als troost struinde ik bij van de Velde (wat een prachtige winkel!) alle boeken af die mijn veellezer  Kees (11) zou kunnen waarderen. Toch koos ik bij de warme klanken van Omara Portuondo (si llego a besarti) voor de bijbel. Een dwarsligger. Hoewel er al een ongelezen bijbel in mijn kast staat. Maar dit is er één voor ongelovigen. 
'Is het een kadootje?' 'Ja, voor mezelf.' 'O, voor je duim.' 'Nee, ik ben bijna jarig.'
Maar nu nog even niet.

Gewapend met de bijbel van Guus Kuijer trakteerde ik mezelf ook nog op koffie met taart. Tegenover het prachtige pand waar ik drie jaar geleden een aantal klussen deed. En iemand me voor ideale vrouw uitmaakte.
 
Niet aan denken. Eerst genieten. Met moeite sloeg ik de flinterdunne bladzijden om.
 
Toen de A-kerk vier uur sloeg, stond ik op en kocht op de markt overmoedig nieuwe slaplantjes. Maakte een praatje met de postbode. Een ander soort vriendin dan in de wachtkamer. Maar relaties zijn ook in het echte leven geliefd onderwerp van gesprek. We zijn beiden weer single. Aan de andere kant van de Vismarkt brachten vier jonge jongens een virtuoos jazzstuk ten gehore. Naast lezen is ook luisteren met negen vingers prima te doen. 'This is music from my country, from Brazil', riep de vrouw naast me euforisch, terwijl ze -met een blik op haar dochtertje- haar swingen bedwong. Het tweede nummer dat werd ingezet stopte abrupt. De vrouw naast me zong het verder en vroeg de band om vooral door te spelen. Ik wees haar op de contrabassist. Die trok het niet. Met een vertrokken gezicht bekeek hij zijn vingers. Waar tape omheen zat. 
Gedeelde smart heeft ook wel wat.


vrijdag 7 augustus 2015

Onderweggenoten

Kantoorklerken spoeden zich, samen met trager sjokkende toeristen, richting station. De broodjes die de kinderen vanmorgen voor me smeerden smaken goed. Rechts van mij tuttelt een moeder met honderd kroesvlechtjes met haar baby. Links van mij wordt de dag, of het leven, of voetbal, of god mag weten wat besproken. In het Arabisch. 

Een hooggehakt groen broekpak klikt voorbij. Flarden Afrofrans. Een man leest lopend een boek. Een gouden dasspeld blinkt in de zon onder een rode jas. Net flets genoeg om niet op te vallen in de massa.

Vertrekkend volk. Wachtenden. Jaar in, jaar uit, eeuwenlang. Een station als een roman zonder einde.

Een marineblauwe dame met bijpassende hoofddoek praat met de I-phone aan haar oor. Een bebaarde hipster lijkt, ondanks zijn honderd plus kilo, te huppelen op zijn muziek die via snoertjes naar zijn oren loopt. De cabrio die langsbromt is minder discreet. 

Op de tas van een Griekse vrouw pronkt een paars vrijheidsbeeld. Ze peutert in haar neus. Als haar vriend niet tegen haar had gepraat, wist ik niks van haar oorsprong. Op de trap stopt een vrouw in Berberkleding met een kolossale tas op haar hoofd. Het meisje aan haar voeten weigert verder te lopen. Maar moeders kan het kind er niet bij dragen. Ze komt ergens vandaan. Gaat ergens naar toe. Net als ik.

Mijn trein had vertraging en ik miste mijn aansluiting. Gelukkig was hij niet afgelast. Of uitgelast, afgeschreven of hoe heet dat hier in Vlaanderen ook al weer? Amai!

In Luik praatte men 'un beetje' Nederlands. Een Turk veegde de druilregen met een wisser van zijn  terrastafeltjes. Zijn koffie was goedkoop maar niet Italiaans. Station Liège Guillemins, van architect Calatrava, was te groot voor het scherm van mijn smartphone. En ook de voorbijgaanden in Brussel, zijn meer dan ik in één logje kan vangen. Er schijnt een winderig zonnetje.

De geparfumeerde man die naast me in de trein zit, drinkt vast vaker cola dan ik. Bij hem springen tenminste geen tranen in de ogen. De jongen vóór mij hangt met geblindeerde ogen over twee stoelen. Net als zijn twee vrienden lijkt hij de mensen die in onvervalst Rotterdams op hen foeteren niet te verstaan: 'Je reist toch same, ga dan bij elkaar sitte!'

Mijn vakantie is voorbij. De kinderen gaan verder naar Frankrijk met hun vader. Maar ik kan het moederen niet laten. Bij Maline, of 'Mechelen' zo u wilt, spreek ik de geblindeerde jongen aan. Een bits 'I don't speak English' is het antwoord. Maar na 'Le train est plain, vous occupez deux place', schuift hij toch verveeld zijn voeten in zijn hagelwitte Adidasstappers en gaat rechtop slapen. Naast hem verdiept een donkere man zich nu in de Franse versie van 'De Wachttoren'. Buiten draaien windmolens en wacht het gouden graan om te worden geoogst.

In het kruisverhoor waar de Portugese gladjakker zijn Amerikaanse buurvrouw achter mij aan onderwerpt, wordt van Engels via Frans naar Spaans geschakeld. Ik denk aan de hoofdpersonen in Gipharts 'Ik ook van jou', dat ik halfgelezen teruglegde in de campingkantine. Over twee jonge versierders in een kano. Ook ik trok gister een kano door het laagstaande water van de Amblève. In het kielzog van mijn vlot voortpeddelende kinderen. Die nu verder zuidwaarts gaan. 

Achter me antwoordt  het meisje op de vraag of ze ook 'niños' heeft. . . of wil: 'Tengo solo veinte años!' Ze lacht. Maar ik zie haar niet.
Mijn ouders wachten met eten in Amsterdam.




















donderdag 23 juli 2015

Gratis klustip voor thuisblijvers

Een vriendin, schoonheidsspecialiste, vatte eens het plan op om haar vakkennis te delen in een  vrouwencentrum. Waarom niet? Het delen van kennis met mensen die -in haar geval vrij letterlijk- aan je lippen hangen is leuk. Maar haar collega zei: "Ben je gek geworden? Straks weet iedereen hoe je met een klosje garen je snor kan epileren, dan kunnen wij wel inpakken!"
Ze hield het bij het geven van danslessen. Ook leuk.

Ook ik gaf eens een cursus. Niet over gezichtsontharing maar over kitten en pluggen en deuren. Doe ik binnenkort wellicht weer. Maar waarom zou je simpele oplossingen voor dagelijkse ergernissen voorbehouden aan een select gezelschap van tien vrouw? Dat kan ook hier. Bespaart de blogcursist voorrijkosten. Of een verdwaasd rondje door de bouwmarkt.

Doe het zelf, doe het samen...
Geen punt......
Jippiejajajippiejippiejee
Dat zeg ik...

Je deur klemt. Al jaren. Steeds meer. Aan de onderkant natuurlijk. Bijschaven lukt alleen als je de deur er uithaalt. Da's ook zo wat. Drempel van natuursteen wil ook niet lager. Lastig. En ach, je huisgenoten zijn intussen gewend aan duwen, of trekken, of liften van die deur. Maar dan. Op een dag. Als zij een uurtje de deur uit zijn, doe jij dit toverklusje! Eeuwige roem zal je ten deel vallen. En het kost niks.

Let op. Het gaat om de volgorde. Klussen is wat dat aangaat net koken.

Zet de deur open. Draai de schroeven van de scharnieren die in het kozijn zitten (die in de deur laat je mooi zitten) en paar slagen los. Zo: Eerst het onderste scharnier. Accuboor mag, maar doe voorzichtig. Voor je het weet draai je de kop van de schroef en ben je nog verder van huis. En test vooral vooraf de maat van het bitje. De ene kruiskop is de andere niet. Zie je het verschil niet? Kijk hier. Voor pz (pozidrive) schroeven alleen pz bitje gebruiken. En op een torxschroef niet met een imbussleutel gaan prutsen. 'Vast is vast' en 'passen is passen'. Bijna bestaat hier niet. Niet eigenwijs doen. Het is per slot vakantie.

Als de schroef is dichtgeverfd. Even uitkrabben loont altijd. Grip is de hoofdzaak. Dan draai je de kopjes er een klein stukje uit. Het gaat vooral om het bovenste en onderste scharnier. Om die zeg maar te 'lossen'. Drie millimeter is genoeg.

Gedaan?
Dan draai je nu alles weer vast. Nu juist éérst de drie schroeven van het bovenste scharnier. Goéd vast. En daarna pas de andere twee of drie scharnieren. Van boven naar beneden werken.

Opgelost!


Je vraagt je af waarom de deur nu wel goed sluit?
Als je het tot hier hebt volgehouden met lezen, kun je dat misschien zelf wel verzinnen.
Anders bel je mij voor uitleg.
En als het niet is gelukt ook.
Geen voorrijkosten.
Wel uurloon.

dinsdag 21 juli 2015

Geërfd gereedschap

In haalde na mijn werk een kratje bier. Met mijn werkkleren nog aan mag dat. Ik was niet de enige. Er reden nog twee klusbussen met mij weg van de winkel. Even later keek ik met een bordje pasta op schoot en een lauw pilsje naar het prachtige 'van Bihar tot Bangalore'.

Het viel me op dat Jelle weinig intonatie in zijn stem had. Maar dat komt vast doordat ik neutrale nieuwsbrengers ben ontwend. Neem nou Philip Freriks, die toevallig vanavond ook op de buis was, maar dan niet om het nieuws te lezen. Toen hij dat nog wel deed, hoorde ik soms met plaatsvervangende schaamte hoe de grootste rampen bijna enthousiast werden gebracht: 'Het dodental blijkt inmiddels te zijn opgelopen tot wel honderdvijftig'. Alsof het om een klassement in de Tour ging!

Maar alles went. Dus als Jelle op neutrale toon vertelt dat er niemand is aan wie hij kan vragen over de opstand en slachting van 2002 in Gujarat, 'Behalve aan die koe daar', dan moet ik 'terugwennen'. Al kijkend vroeg ik me af of er destijds van die onlusten hier iets op het nieuws was geweest. Kan me er niets van herinneren. Misschien waren we hier druk doende met het nog verse 9/11 en daaropvolgende oorlogen. Of nee, toen daar een politicus werd vermoord. Ene Ehsan Jutri om precies te zijn, en met hem nog honderden anderen omkwamen bij brandstichtingen in de moslimwijk, waren wij druk met onze eigen politieke moord. Op Pim Fortuyn.

Genoeg getreurd. Jelle bracht ook goed nieuws. Over dat in India steeds meer vieze dieselgeneratoren plaatsmaken voor zonnecellen en windmolens. Omdat dat goedkoper is. Dat dankzij de beheersing van het Engels er vanuit India mensen worden gebeld. Van de VS tot Australië. En dan niet alleen wanbetalers waar achteraan moet worden gebeld. Nee, er kwam ook een vrouw aan het woord die blij vertelde dat ze in opdracht van een Australische man uit de bouw, een Japanse dame voor hem op internet had opgesnord. Waarbij ze zich, tot het moment van contact leggen, voordeed als de Australiër. Andere vrouwen verdienen geld met 'rent-a-whomp', als draagmoeder. Of mannen staan twaalf uur per dag met hun voeten in het waswater lakens op de rand van een bassin schoon te slaan. Om bijvoorbeeld geleend geld voor de bruiloft van een zus terug te betalen.

De wereld is groot. In India bouwt men windmolens, zoekt men huwelijkskandidaten voor westerlingen of is men op zoek naar gerechtigheid na opstanden die, onder het toeziend oog van de politie, inmiddels al meer dan twaalf jaar geleden plaatshadden. Zo zei een spijtoptant bij diezelfde politie.

'Het individu is de kleinste minderheid. Een volwaardige democratie beschermt ook diens recht op vrijheid.' Zoiets zei hij. Ik vond het mooi gezegd.

Daar dacht ik aan.
Toen ik in mijn mailbox las:


Lehti, de gereedschappen uit de nalatenschap van Z. staan voor je gereed.  

zondag 19 juli 2015

Onder de trein streetballen


Begrijp me niet verkeerd. Ik ben gek op Groningen. Ik hou van het kletspraatje op de markt, het wachten voor de vele open bruggen of omrijden voor het zoveelste stuk ringweg dat op de schop gaat. Van de vleermuizen achter huis en landmuizen in huis. Van de Grote markt, het Overwinningsplein, de Dondersgang en Kleine Snor. Van de vele festivals waarvan de beat verraad waar ze plaatsvinden.  Maar sommige dingen vind je nu eenmaal alleen in Amsterdam.




Wat dacht je bijvoorbeeld van een streetbasketbaltoernooi onder een station. Of, nog gekker, óver een vierbaansweg ónder een voetbalsstadion doorrijden? Allemaal daar bij de ArenA. Met twee hoofdletters A. Dat had iets te maken met het bezet zijn van 'de Arena'. Zoals hier gespeld. Maar eigenlijk is het gewoon Bijlmer, hoor. Wat op haar beurt dan weer last heeft van een plakkerig slecht imago.

Soms waan je je even in Buenos Aires, in die voetbalgekke wijk la Boca, die ooit vooral bekend stond om de hoerenkasten en nu toeristische trekpleister is en bakermat van de tango. Het kan verkeren. Maar de associatie van dit stukje Bijlmer -Zuid-Oost van mijn part- met la Boca had ik vooral vanwege de gevels, waar je boven al die kleurtjes de thuisbasis van Ajax kan ontwaren.





Of wat dacht je van zwemmen in die wereldberoemde rivier waar de stad naar werd vernoemd? Zomaar tussen de bootjes. Of een fiets die in de zon verandert in een huis. Of fietsen op een boot die een huis blijkt en waar fietsen verboden zijn. Of tussen de Hispaniola's en Italiani in de metro naar Gein rijden. Alles kan, daar in Amsterdam.

Waar ik gister vertoefde met zes jongens. Zij sporten en ik keek. En was hun chauffeuse. Ik reed ze zelfs naar het strand. Nee, dat was nou weer niet in Mokum. Maar in het Friese land. In Lemmer om precies te zijn. Waar de zon zakte en de frieten smaakten.

Zes opeengepakte Groningse sardientjes zongen op de terugreis 'Een hele mooie dag'.
En dat was het.

Dag Amsterdam, dag Friesland, wij zijn weer fijn terug in Groningen.
Waar vissen uit de lucht vallen. Met slakken.

Weer 's wat anders dan kat met muis in huis.
En ook best bijzonder toch?