Posts tonen met het label klussen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klussen. Alle posts tonen

donderdag 31 oktober 2019

Er klinkt weer muziek op het feestje

Als er bij het ontbijt geen brood meer is om je lunchpakketje mee klaar te maken.
Als je het ijs weer van je voorruit moet krabben en de krabber kwijt is.
Als je autoradio al drie maanden stuk is en je muziekloos op klus gaat.
Als die klus van een simpel dichten van een kleine lekkage uitmondt in het afbreken van een gehele balkonvloer en dat dan blijkt dat er ook twee stalen draagbalken van het huis zelf zijn doorgeroest. En dat die dan doorlopen in het huis van de buurvrouw die het huis net voor een topprijs kocht.
Als je, in afwachting van een constructeur, naar een andere klus rijdt en ter plaatse ontdekt de benodigde ladder niet te hebben meegenomen.
Als er bij een door jou strak geschilderd huis na een half jaar weer lekkageplekken verschijnen.
Als je bij de stort de postcode van je werkadres vergat en vervolgens twintig euro moet betalen voor drie emmers gipsafval.
Als de prijs van een liter diesel de grens van één euro veertig is gepasseerd.
Als je bij thuiskomst aanbelt bij de Antilliaanse buurman die beloofde jouw radio te fiksen en dat die niet thuis is.
Als je daarbij een andere bovenbuurman tegen het lijf loopt die voor de zoveelste keer naar je briest dat hij door mijn afdak zijn was niet meer kan ophangen, dat er inbrekers op zullen klimmen en dat de kat van de buurvrouw bij hem naar binnen loopt. En dat ik nooit meer over hem mag klagen! Nooit meer!
Als je hem dan antwoordt dat je dat toch al niet deed en je waardering uitspreekt dat het de laatste jaren weer fijn rustig is, dat hij dan dreigt met 'De zomer komt er weer aan!'  (Lees: als jij je afdak niet afbreekt, ga ik bij mooi weer lekker Hazes meeblèren op mijn balkon en jij houdt je bek!')
Als je dan moedeloos op funda en woningnet rondsurft om te kijken of je elders heen kan vluchten.
Als je dan concludeert dat de woningmarkt oververhit en tegelijk potdicht zit.
Als de kat op het tapijt kotst.
Als je moe bent.


Dan rest je niks anders dan met je hoofd onder de dekens op bed gaan liggen. Met je bestofte werkkleding nog aan. Op het bed van je zoon uiteraard. Want op je eigen bed liggen nog twee wassen die gevouwen moeten worden. En dan, als je weer wakker wordt, gewoon te gaan wandelen. Weg van huis. Weg van lekkages en boze buurmannen, weg van kutklussen en kattenkots. Weg van de was, een volgestouwde auto en een bed vol bouwgruis. 

En dan blijken er opeens goudsbloemen te bloeien. En bramen. En zelfs rozen.  Dan tuur je naar roofvogels, hazen en fazanten. Bewondert de gouden haan op de torenspits die licht geeft in de avondzon. Dan zie je geiten die hun eigen sores hebben, zoals gras dat bij de buurwei groener is.







En bij thuiskomst belt dan de Antilliaanse buurman bij jou aan. Die dan in tien minuten je autoradio fikst. Gratis. Dan blijkt het gist dat al twee weken in de koelkast ligt nog goed te zijn en kneed je zelf twee volkorenbroden. Als die staan te rijzen lach je om het appje van je zus die vijftig bananen, zeven komkommers en een appel uit het afval viste en daar een feestje mee bouwt. En je kijkt vrolijk uit naar de volgende zomer. Zonder ijs te hoeven krabben en met 's avonds de deur open. Zodat alle buurkatten bij je binnenlopen en je lekker kunt meeblèren met 'de glimlach van een kind'. die door de straat galmt.













zaterdag 26 oktober 2019

Gelauwerd visitekaartje

Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.

Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.

De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.

Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.

Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast."  Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.

Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.

Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.

Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.

En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.

woensdag 25 oktober 2017

Ze wil iets wits met een friemeltje.

Ze was een nieuwe klant en ik rekende geen voorrijkosten bij de eerste kennismaking. Of  nou ja, 'kennismaking', het was meer een consult en het stellen van een diagnose: 'Ja, het klopt dat de lekkage in de keuken wordt veroorzaakt vanuit de badkamer op de verdieping erboven'. Maar, zo was mijn devies: zolang het water ín de douchebak blijft, kan er weinig misgaan.  

Ze mailde nederig of ze nog inspraak had bij de kleurkeuze van de tegel. 'Ik ben niet moeilijk hoor, het liefst zoiets als er nu ligt, vierkant en wit met een friemeltje erin.' Ook vroeg ze of er nog alternatieven waren, 'rubber tegels' of zo. 'Die liggen in speeltuinen', antwoordde ik droog.

Het was geen ramp dat ik pas over twee maanden kon komen, hoewel ze de klus liever eerder geklaard zag. Ik zegde toe mijn best te doen -de etiquette der klussers begin ik eindelijk te beheersen- En toen een buitenschilderklus vanwege slecht weer niet doorging was het zo ver, ik kon drie weken eerder dan gepland bezig met het uitbikken van haar badkamervloer. 

Mij was al snel duidelijk dat 'Niet moeilijk zijn', een relatief begrip is. Zo zei ze al bij het eerste consult dat de btw voor haar wel een dingetje was. Ze had per slot maar één studentenpand, wilde er niet te veel geld aan besteden dus als het even kon, betaalde ze me zwart. Of in elk geval een deel. En hoewel deze gewoonte in klusland meer regel dan uitzondering is, hou ik me aan díe etiquette niet. En toen bleek dat de vloer onder de tegels rotter was dan een vergeten appel onderin de schooltas van mijn kinderen, en er eerst een nieuwe vloer moest komen om überhaupt te kunnen tegelen, appte ze: 'Er moet zaterdag wel weer gedoucht kunnen worden. En opgeruimd'. De studenten zelf deden gelukkig níet moeilijk. Die gingen douchen bij de sportschool of een tante.

Ik kende nog een adresje met mooie restpartijen Sfynx en Mosa (gerenommeerde tegelproducenten), maar helaas was er van 'wit met een friemeltje' net niet genoeg. Bij de groothandel lachten ze me bijna uit want wat ik wilde 'was zó jaren negentig' en ook de bij Hornbach en Bauhaus zeiden ze niks voor mij te kunnen doen, iedereen wilde tegenwoordig groot en grijs. Maar 'hebben we niet' dat ken ik niet en na nog wat rondstruinen vond ik iets dat leek op wat er lag: vierkant en wit met een friemeltje. 

Na het breken, krabben, vervangen van een deel van de ondervloer, aanbrengen kimband en het  smeren van een waterdichte laag kwam de klant na haar werk even kijken. Trots sneed ik de doos met tegels open om haar mijn vangst te tonen. Maar, u raadt het al, ze vond ze toch niet zo mooi.

*Stik*

'Nee hoor', zei ik knarsentandend, 'dat is niet erg.' Maar ik adviseerde wel om dan maar zelf naar iets op zoek te gaan.

Een dag later lagen er nieuwe dozen in de gang.
Met grote, rechthoekige grijze tegels.

woensdag 28 juni 2017

Krijgt ie ooit zijn leven op de rit met internet?

Scholen in Groningen niet aardbevingsbestendig,  Rutte wil tornen aan plafond bonussen om zo de uitzwermende London City binnen te hengelen. Kaviaarschandalen bij de Raad van Europa waar ze geen afzettingsprocedure kennen. Gesjoemel met zaad van spermadonoren. Eén komma drie miljoen Nederlandse huishoudens in de schulden (maakten zij met dat geld wellicht die economische 'groei' mogelijk?). Een toeslagensysteem dat niet versimpeld kan worden en mensen nog harder in de schulden helpt. Eén miljoen Nederlanders aan de antidepressiva. Mensen die doodgaan. Van net vijftig, zestig, tachtig. Aan een hartaanval, aan Parkinson. Iemand die me appt om te vragen of ik sloten op haar slaapkamerdeur kan zetten, ze voelt zich niet meer veilig voor haar kind.  Een goede vriend die al een half jaar wacht op achterstallig loon. Ouderen die vereenzamen.Vijftigplussers die maar niet aan het werk komen. En dan heb ik het nog niet eens over de ellende in Jemen, Noord-Korea of Sudan.

Maar er gebeuren ook mooie dingen. Zo worden in Colombia duizenden kalasjnikovs van de Farc omgesmolten tot kunstwerken, gaat China een 'luchtstad' bouwen. voor dertigduizend mensen en veertigduizend bomen, trekt Uganda geld uit voor meer gendergelijkheid. Door op basisscholen voorlichting te gaan geven over puberteit, menstruatie en seksualiteit. En er gebeurt nog zo veel meer moois op het gebied van kunst, milieu en medemenselijkheid. Ook in Nederland. Als ik ondersteboven in een keukenkastje lig of buiten sta te schilderen luister ik naar dit zeldzaam hoopgevende 'Nieuws van de vooruitgang'. Op elk halve uur. Met tussendoor ook nog mooie muziek.

Het is acht uur als ik eindelijk thuiskom. Ik heb na mijn werk de vrouw uitgelegd hoe ze zelf sloten op haar deur kan zetten. Ik lees op de app dat het kindje in de buik van mijn nichtje toch is gedraaid, misschien wel dankzij mijn tip om met een bult kussens onder haar rug te liggen. Mijn bijna tachtigjarige ouders schrijven een berichtje dat ze nog steeds genieten van hun kampeervakantie: 'Al is het voor deze oudjes wel hard werken'. Intussen vis ik de NRC uit de bus die ik ontvang in hun afwezigheid. Bovenop het cybercrime- en choleranieuws ligt een brief. Met postzegel. En handgeschreven adressering. Nieuwsgierig scheur ik hem open op de drempel van de voordeur. 



Kijk, zo kan het ook. Zelf als 55 plusser op zoek gaan. Initiatief nemen. Buiten bedompte kantoortjes van het UWV om. En ook nog even je best doen op de spelling. Offline is misschien wel de beste manier om je leven weer op te pakken. Misschien moest ik maar eens contact leggen met deze schilder. Luisteren we binnenkort samen naar al het moois wat de wereld te bieden heeft. 

Maar zoals elke potentiële werkgever doet, typ je toch maar even zijn naam in. En dan verschijnen daar woorden als bedrog, stiekem en onbetrouwbaar. Ze blijken van zijn ex te zijn. Best slim om die scheiding als voorzetje in de brief te vermelden. 

vrijdag 14 april 2017

Het groene doekje

Onderweg naar huis met een fiets vol boodschappen, spookt er een groen doekje door mijn hoofd. Dat nam ik vorig jaar per ongeluk mee uit een huis waar ik een deurdorpel verving. Er bleek veel meer hout verrot dan verwacht. Na negen jaar klussen zou ik beter moeten weten. Maar het was geen straf en tevreden klanten zijn me lief. Geen idee hoe hun doekje tussen mijn gereedschap belandde.

Ze behoren tot de weinige mensen die een papieren factuur willen en altijd met cash geld betalen. Ook toen ik eerder hun stortbak verving en een buitenkraan aanlegde telden ze, tot op de cent nauwkeurig, het aan mij verschuldigde bedrag uit op hun keukentafel. Dat had wel wat. Zichtbaar werk voor tastbaar geld. Het is een ouder stel. Of eigenlijk is 'stel' niet het goede woord. Hij was bij haar ingetrokken toen hij met gezondheidsproblemen kampte. Iets met een motorongeluk. Aan dezelfde keukentafel kreeg ik daarover alles in geuren en kleuren te horen.

Jaren later was zij aan de beurt. Haar hart, vlekjes op haar huid, maar ze hield zich groot en lachte met haar rauwe rokersstem de problemen weg. Bij elke klus werd ik nadrukkelijk gevraagd om eerst te komen koffie drinken. Met speculaas en stroopwafels erbij. En natuurlijk shag. Hij vertelde dan graag over zijn vissen, zij over haar familie. Maar beiden praatten ze vooral over elkaar. In de derde persoon, tegen mij, terwijl de ander ernaast zat.

Dat doekje is eigenlijk te onbenullig om terug te brengen, het heeft vast nog geen vijftig cent gekost. Anderzijds, het is een mooi excuus om nog eens langs te gaan. Als ik thuis de boodschappen heb gedropt, kan ik het wel even brengen, er staan voor vandaag toch geen urgente klussen op stapel.

Hoewel de man al op leeftijd was, had hij nog een vader. Die bleek een ervaren timmerman te zijn en was belangstellend komen kijken, toen ik op mijn knieën op het stoepje voor de deur met beitels en klemmen de boel op maat maakte. Als een timmerman van bijna honderd je lof toezwaait is dat, vooral voor een eeuwige twijfelaar als ik, extra waardevol. Zijn schoondochter, de vrouw des huizes, had me gevraagd om dit jaar een offerte uit te brengen voor het opknappen van de bovenverdieping. Ook daar vertoonde het schilderwerk kale plekken. Daar konden we het straks bij de koffie wel over hebben.

Er fietst mij een man tegemoet. Ik herken hem en we groeten elkaar. Alsof we een teken krijgen, draaien we beiden onze sturen naar links, maken midden op de weg een synchrone draai en staan dan weer precies even ver bij elkaar vandaan. We lachen er om en hij komt naar me toe. Nog voordat ik kan zeggen dat ik net aan hen dacht, zegt hij me dat ze drie weken geleden is overleden.

Hij had nog bij me langs willen gaan, maar er was van alles met de notaris, een zoon, de vissen, de erfenis, zijn suikerziekte en wat niet al. Mijn meegepikte groene doekje verliest terstond nog meer waarde dan het had. Ik hoor haar stem, zie haar op de bank liggen. Overleggen hoe laat ik verder zou gaan met mijn herrie. Ze sliep vaak slecht en was nooit vroeg op. Ik voeg me graag naar het dagritme van klanten. Zelf ben ik per slot ook geen vroege vogel.

Thuis zet ik koffie voor mij alleen. Gedachteloos schenk ik meer water op het filter dan nodig. Het kopje stroomt over. Met het groene doekje veeg ik het aanrecht schoon.
Aan dode mensen kun je ze niks meer teruggeven.

zondag 12 februari 2017

De merel zingt weer, maar het schrijfseizoen is nooit voorbij.

Onderweg naar een schilderklus zag ik vorige week de opkomende zon als een grote oranje bal boven de nog benevelde velden hangen. 's Avonds was ik tot na zonsondergang bezig met het afhangen van een zelfgemaakt tuinhek aan twee solide duimhengen (wat een mooi woord is dat toch: hengen). Er wachtten verder nog een verstopte keukenafvoer, het afkitten van een badkamer en in het weekend was ik in de weer met het op maat schaven van klemmende deuren en ramen. Een heel leger therapeuten zat tijdens hun sessies namelijk op de tocht. Sommige psychologen hadden het ergste leed proberen te verhelpen met wat plakband en een opgerolde theedoek.

Het verhelpen van tocht en verstoppingen blijft soms wat ondankbaar of in elk geval onzichtbaar werk. Er kunnen geen mooie plaatjes van op mijn website worden gezet. Het enige dat kan aantonen of ik mijn vak versta, is het uitdoven van klachten over de kou.

Als de dagen lengen stroomt mijn agenda weer vol. Mensen lijken te ontwaken uit hun winterslaap, willen iets veranderen aan hun woonst, aan hun nestje. Er moet opeens iets worden verbouwd of hersteld waar men in de winter minder last van scheen te hebben. Ze bellen mij en ik rij er heen. Voor het negende jaar op rij. De lente is voelbaar, zichtbaar en zelfs hoorbaar. Merels zingen als de avond valt.

Ik mag niet klagen maar eigenlijk wil ik schrijven. Elke dag, elk uur, altijd. Ik sta op met verhalen en val ermee in slaap. Daar krijg ik geen kramp van in mijn handen zoals bij het schilderen vaak gebeurt. Op mijn mobiel staan vele interviews en er liggen vol gekrabbelde schriftjes naast de laptop te wachten om te worden getransformeerd tot een roman. Aantekeningen met beelden, met geuren en ontroering.

Het is een verhaal dat verteld moet worden. Dat van alle tijden is. En er altijd zal zijn. Het is een verhaal over Ierse, Baskische en Franse voorouders. Maar ook dat van mijn Weense opa die als wees zijn heil zocht in Friesland. En ook van Syriers en Marokkanen van nu. Het gaat over gelukszoekers, avonturiers, over mensen die een beter leven willen. En voor wie het verminderen van kou en tocht niet meer volstaat. Die er altijd al zijn geweest. Maar zo lang er ook mensen zijn die de verbetering van hun leefomstandigheden zoeken in kleinere veranderingen. Zo lang er tuinhekken omwaaien, keukens verstoppen en ramen kieren, zal het nog minstens een jaar gaan duren voordat er een lezenswaardige roman is.

Het is fijn dat er weer werk is en dat mijn inmiddels trouwe klantenkring daar ook keurig voor betaalt. Maar hoe mooi zou het zijn als die erkenning er ook kwam voor mijn geploeter met woorden, met zinnen, met verhalen die er ik zo graag vertel. Jammer genoeg levert dat niet alleen geen beleg op, maar zelfs geen boterham.

Wie weet. Wie weet zal er, als de merels over een jaar opnieuw gaan zingen, iemand zijn die me vraagt om te schrijven. Een boek, een verhaal, een column. Het maakt me niet uit. Als ik maar mag schrijven.

Inmiddels is het een week later. Er trekt een nieuw koudefront over ons land. Misschien moest ik me vandaag maar richten op het verbeteren van mijn eigen leefwereld. Mijn tuinhek klemt en er is nog een bed dat gemonteerd moet worden. Maar voorlopig verschans ik me bij de kachel achter mijn toetsenbord. Waar ik woorden laat stromen, zinnen verzin, zinnen verzet en geniet.

Buiten fluiten de vogels en schijnt de zon.

dinsdag 27 september 2016

Listen to me

Er belt iemand. Niet met mij. Iemand die Engels spreekt. Een man. Geen Engelsman. Ik kan hem niet zien. Maar hoor wel wat hij verdient. Hij zegt vierhonderd euro per maand op te sturen, een kwart van zijn maandsalaris.  'Listen... listen to me, I'm not finished yet....'

Aan het geluid te horen ijsbeert hij op en neer in een tuin verderop. De mensen aan wie hij het geld stuurt zouden een huis bouwen. Waarin ze al zijn gaan wonen. Wat hij onverstandig vindt. Want er is iets met de eerste verdieping. Die ook nog niet 'finished yet' is. And did they told you that he will get een kamer helemaal for himself? Waar hij kan gamen?

Kennelijk is het opsturen van geld voor het bouwen van het huis ook een investering in zijn eigen toekomst. Maar het is 'Not enough', Not en-nough!!!.... I told you!!! Listen to me!! 

Probeert hij de ander nu te vermurwen om óók geld te sturen? Is het zijn zus? of broer? Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk. Veel mannen vinden het onverteerbaar om 'luister naar me' te horen te krijgen. Ze zullen het vast ook niet snel zelf tegen een andere man gebruiken.

Intussen meet en zaag ik nieuwe stukken hout voor de verrotte dorpel en zijstijlen van een kozijn. Op mijn knieën. Een oudere man uit een andere tuin kijkt op me neer. "Je hebt er wel mooi gereedschap bij." Hij leunt met zijn armen over elkaar over de lage schutting. Ik begin een babbeltje met hem over de Engelsman die niet Engels is. En boos blijft. Over 'Honey Listen', zoals zijn gesprekspartner nu wordt aangeduid. De oude buurman zegt niks terug. Hij laat wel veel scheten. En een boer. 

Ik lijm de stijlen vast en zet er klemmen op.
De Engelsman is uitgepraat.
Of het huis in Marokko, op Sumatra of in Etten-Leur wordt gebouwd weet ik niet. 
Wel weet ik dat de oude buurman doof is.
Zo hoor ik later van de mensen voor wie ik werk.

donderdag 19 november 2015

Het schemert, het stormt

In mijn busje voor het stoplicht scan ik alle radiozenders.
Het is al terrorisme wat de klok slaat. En filemeldingen.

Om tien uur zijn mijn handen zwart, mijn rug doet zeer. Er vallen een paar achtergebleven eikeltjes op mijn hoofd. Koffietijd. Binnen stormt het niet. Het is er stil.
Om twee uur zijn de geulen weer dichtgegooid en zet ik koers naar de volgende opdracht. Over de oprit waar we zojuist een grondkabel onder legden.

De volgende klus betreft geen graafwerk, maar is op het dak. Ook nu werk ik niet alleen. Ook hij is koffiedrinker. En roker. Als de op maat gezaagde rabatdelen aan de kopse kanten een lik verf hebben, geef ik ze aan hem. De zoon des huizes balanceert op de panlatten. Hij haalt zijn hand open aan een spijker.

Samenwerken is best leuk. Zelfs met slagregen en rukwinden. Het wordt donker. We zetten het klapperende zeil vast. Tijd om naar huis te gaan.


Er kruipt een gestage stroom autolichten achter de weilanden langs. Het ruikt hier naar suiker. Of eigenlijk naar bieten. Herfstlucht. Over de landweg langs het water komen forenzen me tegemoet. Vorig jaar reed ik hier wekelijks op de motor. Hangend in de bochten vol modder.

Te moe om me eerst nog thuis om te kleden, maak ik, met restjes aarde aan mijn broek en grondverf aan mijn handen, een laatste stop bij de buurtsuper. Anders is er morgen weer geen brood voor een lunchpakketje. Ik maak een praatje met de enige andere klant. Onze oudste kinderen zaten bij elkaar in de klas. Ze zijn nu beiden uit huis. Zijn zoon wordt acteur, de mijne is kok. De vader koopt sla. Zijn naam is vast beter te onthouden, nu zijn naamgenoot de krant haalt als terrorist. 

Thuis trek ik een biertje open en snoep van de verse geitenkaas. Alleen thuiskomen is veel fijner als je overdag met anderen werkt.

Terwijl de kaas smelt over de hete spaghetti, waait het hek weer uit de schutting.

Het is de warmste novemberdag ooit.


donderdag 23 juli 2015

Gratis klustip voor thuisblijvers

Een vriendin, schoonheidsspecialiste, vatte eens het plan op om haar vakkennis te delen in een  vrouwencentrum. Waarom niet? Het delen van kennis met mensen die -in haar geval vrij letterlijk- aan je lippen hangen is leuk. Maar haar collega zei: "Ben je gek geworden? Straks weet iedereen hoe je met een klosje garen je snor kan epileren, dan kunnen wij wel inpakken!"
Ze hield het bij het geven van danslessen. Ook leuk.

Ook ik gaf eens een cursus. Niet over gezichtsontharing maar over kitten en pluggen en deuren. Doe ik binnenkort wellicht weer. Maar waarom zou je simpele oplossingen voor dagelijkse ergernissen voorbehouden aan een select gezelschap van tien vrouw? Dat kan ook hier. Bespaart de blogcursist voorrijkosten. Of een verdwaasd rondje door de bouwmarkt.

Doe het zelf, doe het samen...
Geen punt......
Jippiejajajippiejippiejee
Dat zeg ik...

Je deur klemt. Al jaren. Steeds meer. Aan de onderkant natuurlijk. Bijschaven lukt alleen als je de deur er uithaalt. Da's ook zo wat. Drempel van natuursteen wil ook niet lager. Lastig. En ach, je huisgenoten zijn intussen gewend aan duwen, of trekken, of liften van die deur. Maar dan. Op een dag. Als zij een uurtje de deur uit zijn, doe jij dit toverklusje! Eeuwige roem zal je ten deel vallen. En het kost niks.

Let op. Het gaat om de volgorde. Klussen is wat dat aangaat net koken.

Zet de deur open. Draai de schroeven van de scharnieren die in het kozijn zitten (die in de deur laat je mooi zitten) en paar slagen los. Zo: Eerst het onderste scharnier. Accuboor mag, maar doe voorzichtig. Voor je het weet draai je de kop van de schroef en ben je nog verder van huis. En test vooral vooraf de maat van het bitje. De ene kruiskop is de andere niet. Zie je het verschil niet? Kijk hier. Voor pz (pozidrive) schroeven alleen pz bitje gebruiken. En op een torxschroef niet met een imbussleutel gaan prutsen. 'Vast is vast' en 'passen is passen'. Bijna bestaat hier niet. Niet eigenwijs doen. Het is per slot vakantie.

Als de schroef is dichtgeverfd. Even uitkrabben loont altijd. Grip is de hoofdzaak. Dan draai je de kopjes er een klein stukje uit. Het gaat vooral om het bovenste en onderste scharnier. Om die zeg maar te 'lossen'. Drie millimeter is genoeg.

Gedaan?
Dan draai je nu alles weer vast. Nu juist éérst de drie schroeven van het bovenste scharnier. Goéd vast. En daarna pas de andere twee of drie scharnieren. Van boven naar beneden werken.

Opgelost!


Je vraagt je af waarom de deur nu wel goed sluit?
Als je het tot hier hebt volgehouden met lezen, kun je dat misschien zelf wel verzinnen.
Anders bel je mij voor uitleg.
En als het niet is gelukt ook.
Geen voorrijkosten.
Wel uurloon.

maandag 8 juni 2015

'Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden'

Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.

Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.


Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.


Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.

Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.

zaterdag 6 december 2014

Opscheppen over Chanel en de doos

"Heb je nog karton"
Is honderd meter genoeg?
"Heb je iets om de lijm mee vast te maken?"
Doe er maar twee sjorbanden om. 
"Mag ik deze buis gebruiken?
Ja, zal ik er een stukje afzagen eh, flexen?

Over het algemeen valt het voor kinderen niet mee om een moeder met een klusbedrijf te hebben. De auto stinkt en zij zelf vaak ook. Maar als het vijf december is, kun je er als kind je voordeel mee doen. Dan kun je van een rol stucloper, een zilverkleurige ondervloer en een restje regenpijp een prachtige nagellak knutselen. Beetje jammer dat degene die jouw lootje dan trekt niet verder komt dan het leksteken van een bal met een kadootje in het gat. Maar da's altijd nog beter dan helemaal niks krijgen.

Die fles Chanel was natuurlijk prachtig, perfect, 'gedetailleerd' zoals Kees het zelf graag zegt, maar al zijn knutselvlijt ten spijt, om de surrealistische boot van Leo schoot ik de hele avond in de lach. En de brugklas ook. Rene Magritte is er niets bij