Posts tonen met het label boodschappen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boodschappen. Alle posts tonen

dinsdag 31 augustus 2021

Mafdoos

Een mandje neem ik meestal, geen kar. Dan ben ik mobieler tussen de schappen en koop ik tevens nooit meer dan er in mijn fietstassen past. Hoewel dat nu niet speelt want ik ben met de klusbus vanuit mijn werk naar de winkel gegaan. Alwaar me bij het pakken van het mandje iets vreemds opvalt. In het winkelcentrum, bij de ingang van de buurtsuper, zitten zo'n twintig mannen op een bankje dat anders meestal leeg is, ieder van hen houdt een papier in de hand. Hun leeftijd, haarkleur en houding lijken verdacht veel op de mensen op de beelden die ik van tv ken. Dit zijn vast Afghanen. Maar wat doen die hier? Zal ik ze aanspreken? Maar wat zèg je tegen iemand, of tegen twintig mannen, die op een bankje zitten? 'Waar komen jullie vandaan?' is sowieso al een irritante vraag. Duidelijker dan de titel van Müjde's boek kan dat niet worden geïllustreerd: 'Niemand vraagt meer waar ik vandaan kom (sinds ik in een rolstoel zit)'. Toch blijft het vreemd dat sociale media ontploffen van het medeleven bij het zien van wanhopige Afghanen maar geen hond een praatje met diezelfde mensen maakt als ze in het echt voor je staan, of zitten. 

Ik zal wel een originelere openingszin bedenken bij het winkelen. En trouwens, misschien kijken zij wel vreemder naar mij dan ik naar hen, met mijn smerige werkkleding met knielappen nog aan en een vreemde zweem van zweet en wasbenzine om me heen. Wat stond er ook alweer op dat lijstje dat thuis op tafel ligt? Brood, melk, bier en shag geloof ik. Ach, een paar komkommers kunnen ook geen kwaad en yoghurt blijft lang goed. Decafé, een zak appels... 

'Mafdoos!', klinkt er opeens op luide toon uit het pastagangpad, gevolgd door 'Noem mij geen racist!'  Er is onenigheid, iemand voelt zich onheus bejegend. Vast niet door iemand die vraagt waar ze vandaan komt, want de schreeuwster is blond. Van de weeromstuit vraag ik aan een medeweker waar de mayonaise staat. 'Mafdoos!' en 'Ze hebben wel centjes, hoor!', klinkt het nu nog harder. Een paar medeboodschappers kijken verschrikt over hun schouder met een air van 'Ik heb niks gehoord maar wil wel weten wat er loos is'.  Een beveiliger die op haar opleiding vast heeft geleerd om altijd rustig te blijven absorbeert de overkokende woordenstroom. 'MAFDOOS!','IK KOM HIER AL TWINTIG JAAR!' Ik laat de shag maar zitten, dan rook ik wel wat minder vanavond, want de blonde schreeuwer is, vergezeld van haar kroost dat het schaamrood op de kaken heeft, bij de servicebalie aanbeland. De puberzoon en peuterdochter willen nu vast liever oplossen in het niets, maar blijven lief glimlachend naast hun moeder staan. De boze vrouw gaat verhaal halen bij de kledingzaak, de caissière van de drogist staat ook al nieuwsgierig op haar stoepje.  

Na het afrekenen schieten de Afghanen me weer te binnen, waar ik nu toch echt een praatje mee wil maken, zouden ze er nog zijn? Snel graai ik de boodschappen bij elkaar, die niet in mijn rugzak passen. Zodat de vraag rijst wat ik in de hand zal dragen. Zes pilsjes is misschien wat al te opzichtig en ik prop ze naast de melk en yoghurt. In elke hand een komkommer oogt ook wat vreemd als je op een stel kerels afstapt. Met een klotsend zware rugzak en een zak appels in de hand stap ik de winkel uit. Door de roepende blondine ben ik vergeten te bedenken wat ik de Afghanen zal vragen. Gelukkig staan er twee los van de groep, dat maakt het eenvoudiger: 'Hallo, mag ik jullie wat vragen: Waar komen jullie vandaan?' 'Bulgaria.' zegt één van hen. Aha, geen Afghanen dus. Om de situatie nog ongemakkelijker te maken bazel ik: 'What are you alle waiting for.'  'Yes', zeggen ze in koor.

God Allejezus. Ik lijk de Taliban wel. Gaat daar een beetje lukraak mensen uithoren die er anders uitzien dan zijzelf! Afghanen, ja ja. Mafdoos dat ik ben. 

zaterdag 26 oktober 2019

Gelauwerd visitekaartje

Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.

Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.

De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.

Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.

Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast."  Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.

Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.

Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.

Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.

En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.

vrijdag 30 november 2018

Scholen verkopen gelukkig geen broccoli

Bij het doen van boodschappen -iets dat met twee inwonende pubers zó vaak moet gebeuren dat ik het ze nu vaak zelf laat doen- vind ik het fijn om het brood bij de bakker, het vlees bij de slager en de groente, bij gebrek aan een groenteboer, op de markt te kopen. Als ik haast heb, haal ik alles bij de supermarkt. Alwaar ook een indeling naar soort wordt aangehouden. Wel zo handig.

Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.

Je zou zeggen dat de belpyramides, papieren agenda's en dito roosters met de komst van internet passé zijn. Deels is dat ook het geval want er zijn nog wel boeken maar wat je daar uit moet leren verschijnt digitaal op verschillende plekken. Eerst was er Magister, toen kwam SOM-today, een overzichtelijk systeem met naast roosters en huiswerk ook uitnodigingen voor ouderavonden en cijfers. Of dat laatste pedagogisch verantwoord is betwijfel ik. Een kind kan een slecht cijfer nooit meer even 'inkleden' (of verzwijgen) of juist enthousiast binnenkomen met een tien voor een boekverslag. Ouders weten alles al. Maar overzichtelijk is het wel.

Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.

Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.

Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.

Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.

Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.   

zondag 14 januari 2018

Geen mosterd bij de maaltijd en ander leed

Een jongetje met blond piekhaar kijkt me met grote ogen aan. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat ik zijn verschrikte: 'De karretjes zijn op!', beantwoordde met : 'Nou, dan neem ik wel een mandje.' Voor peuters is het vast bedreigend om te merken dat er nog meer mensen in een winkel zijn. Die dan ook nog horen wat hij alleen voor zijn vader had bedoeld (moeders sturen hun kroost er minder snel op uit om mandjes te halen). En zo'n medemens gaat tot overmaat van ramp ook nog antwoorden! Het jongetje blijft zwijgend staan en kijkt me na tot ik uit zicht ben.

Voor mij zijn medeboodschappers soms ook vreemd. Of eigenlijk meer hetgeen ze voortduwen of achter zich aan trekken. Is het u wel eens opgevallen dat winkelkarren doorzichtig zijn? Best vreemd. Tassen, auto's of fietstassen zijn nooit doorzichtig. Paraplu's vroeger soms wel. 

Een vrouw met een blik merkloze bruine bonen in haar kar, zet een pot goedkope mosterd na enig wikken en wegen toch weer terug in het schap. Die heeft het niet breed, denk ik, en tuur wat beschaamd op mijn lijstje. Beetje zinloos, want er staan slechts drie dingen op die ik zo ook wel weet. 

Bij de kassa probeert een andere peuter tevergeefs zijn vader over te halen bij de servicebalie af te rekenen. Beide trekken aan een mandje dat tussen hen in hangt. 'Je mag wel vóór hoor' zeg ik tegen de man. Hij denkt vast dat het mij om zijn krijsend kind te doen is en wimpelt mijn aanbod af. Als ik zeg dat ik toch nog komkommer wil halen, neemt hij het kind op de arm en neemt vóór mij plaats in de rij. (Ja, mensen, ik ben zo'n irritante dame die nog snel even iets moet hálen als ze al bij de kassa staat). Even later laden de vader en ik onze door elkaar gemikte boodschappen in. Ik grap dat zijn  kind wellicht sigaretten wilde, omdat hij persé naar de servicebalie wilde. 'Anders doet hij nooit zo', is zijn weerwoord. Mijn grap wordt niet begrepen. 

Onderweg naar huis, passeer ik een rollator. De mandjes die dáárop zitten zijn weliswaar blauw, maar toch ook doorzichtig. De vrouw lijkt haar rollator bijna niet bij te kunnen houden. Ze heeft zes flessen wijn in het mandje. Misschien heeft ze zojuist haar goede voornemen, om voortaan van de fles af te blijven, geschonden en wil ze de gemiste alcohol van de afgelopen twee weken nu gaan inhalen. Bij de plaatselijke pizzeria gaf men klanten die hun pizza zelf kwamen halen ooit een fles wijn kado. Op zekere dag kwam er een man binnen die de pizzabakkers smeekten om dat kadootje niet meer aan zijn moeder te geven. 

In mijn ooghoek zie ik opnieuw de man die ooit eens grappig naar mij wilde zijn. Door iets op te merken over 'een gleuf' toen mijn pinpas weigerde. Ik kom hem echt overal tegen. Zou hij in het winkelcentrum wonen? Om zo zijn huis, waar het gas wellicht is afgesloten te ontlopen en zich te warmen in de winkels? 

Morgen is het 'Blue monday'. De dag waarop men veel kans maakt om in een depressie te geraken. De tips die Het Parool biedt om die de baas te kunnen bieden mij, maar ook de passanten vast weinig soelaas. Een hond om uit te laten heb ik niet, de wekker aan diggelen slaan zou maken dat ik te laat op het werk kom en uit eten zit er financieel ook niet echt in.

Dan rest me slechts één ding. Op tijd naar bed gaan. Voor niets komt de zon op. 
Ook al zal zelfs die zich komende week onder de dekens verstoppen.    

maandag 27 november 2017

Ongemakkelijk

Nadat hij nauwelijks één stap buiten het winkelcentrum had gezet, vroeg hij een andere man om een vuurtje. Dat had die man niet. Zwijgend haalde ik mijn aansteker uit mijn zak en hield de roker een vlammetje voor. Toen hij de brand in zijn shaggie stak, keek ik pas goed naar zijn gezicht, dat ik ergens van kende, maar wist niet meer waarvan. Wel kwam er een vreemd gevoel bij me naar boven. Ongemak.

Hij bedankte me, waarna ik iets sneller dan gebruikelijk het winkelcentrum in liep. Door de schuifdeuren die werden geflankeerd door Sinterklaas en Zwarte Piet, onder hangende Zwarte Pieten door, langs de etalage van de brillenboer met Zwarte Pieten richting slager. Ook daar lachte me op de toonbank een blije Zwarte Piet tegemoet. Ik pakte gretig een paar pepernoten uit zijn mandje en kon het niet nalaten betweterig te vragen of dat nog wel kon vandaag de dag. 'Zwarte Piet bestaat nog steeds hoor!', antwoordde de slagersvrouw met felle blik. Het geloof in Sinterklaas is kennelijk verschoven naar dat in Zwarte Piet. Na het inladen van de stukken koe en kip, deed ik het gesprek af met 'dat volwassenen er een probleem van maken, niet de kinderen.' Dat beaamde ze. Al weet ik vrij zeker dat  probleem in haar beleving niet het zwart betrof. 

Bij de Hema stonden ook twee zwarte figuren bij de deur, maar Jip en Janneke mogen dat. Aan het plafond hingen uitvergrote kartonnen kindertekeningen met een Piet vol zwarte vegen. Alsof het kind geen zin meer had in kleuren. Toen ik er eerder deze week was, riepen twee jongens die na mij naar binnen liepen vrolijk richting kassa: 'We komen niks stelen hoor'. 

Bij de Aldi wilde ik mijn eerder gedane boodschappen even stallen bij de kassa en vroeg een brede man of ik er langs mocht. Toen hij opzij stapte herkende ik opnieuw het gezicht van de roker en wist nu ook waar mijn ongemak vandaan kwam. Maanden geleden stond hij eens achter mij bij het afrekenen. Ook toen stond hij wijdbeens en te dichtbij. Toen mijn pinpas weigerde riep hij iets over een gleuf en zijn vrouw die hem die nacht daar de toegang toe had geweigerd. Ik was niet adrem genoeg om te reageren en deed er het zwijgen toe, ik wil per slot geen zuurpruim zijn. Ook toen beende ik snel van hem weg.

Na vijf minuten sloot ik me met mijn mandje aan in de rij. De roker was gelukkig vertrokken en ik zag hem ook niet meer bij de deur staan. Wel zag ik een vrouw die wachtte op een gaatje tussen twee klanten. Ze was haar fietssleutel verloren en vroeg de kassière of die was gevonden. Toen dat niet het geval was, liep ze langs de wachtenden de winkel in om haar sleutel te zoeken.
------------------

Beste lezer, als u tot hier bent gekomen, wat voor beeld had u bij bovengenoemde vrouw die haar sleutel zocht? En twee alinea's eerder, bij de jongens die na mij de Hema binnenkwamen? Hoe zagen zij er uit in uw hoofd? Waarschijnlijk waren ze blank. Misschien veranderde de kleur in uw verbeelding toen ze zeiden 'niks te gaan stelen'.  Zelf waren ze zich in elk geval erg bewust van het beeld dat anderen van hen hadden. Ter verduidelijking tegen de ongemakkelijk kijkende kassière zeiden ze: 'Dat denken ze toch bij donkere mensen'.  De man die mijn pinpas als zijn geslachtdeel zag, was dan weer wit. Moet u uw beeld van opdringerige donkere man nu bijstellen? De fietssleutelvrouw had op haar beurt een enorme bos kroeshaar, bijeengebonden door een gekleurde doek. In haar oren hingen grote ronde oorbellen. Hoeveel witte wachtenden in de rij dachten toen ze haar zagen aan Zwarte Piet? Ik heb het ze maar niet gevraagd. Beetje ongemakkelijk.

Pieten zijn nu eenmaal zwart en mevrouwen wit. Waarom zouden we niet wat minder in de richting van (stereo-) typering sturen? Omdat u daar ongemakkelijk van wordt? Het is lastig te erkennen dat sommige mannen seksistische opmerkingen maken als een vrouw wil pinnen. Waarop ze zich stil houdt, om geen zuurpruim te zijn. Net zoals je meestal niks zegt als er steevast beveiligers in je buurt zijn als je komt winkelen. Niemand wil een zeurpiet zijn. Als het je nooit overkomt, is oordelen zo makkelijk.

Dit weekend treinde ik door Nederland en zag overal prachtig verklede kinderen. Geen van hen was geschminkt. De verklede volwassenen die hen vermaakten (met het gooien met zwaarden) waren echter allemaal zwart. Misschien moesten we eens een voorbeeld aan kinderen nemen. Iedereen noemt vijf december toch eensgezind een kinderfeest?











maandag 13 juli 2015

Dat mag niet van mijn bewindvoerder

'Mevrouw, mevrouw!'
Tot mijn verbazing heeft de vrouw die me na het afrekenen achterna loopt lege handen.
Een door mij vergeten pakje boter was dus niet de reden om mijn aandacht te willen.
'Meende u dat? Wat u daarnet zei?'


Verward probeer ik terug te halen wat ik er even te voren, wachtend in de rij, uitflapte. Het thuis vergeten boodschappenlijstje zoemt meer door mijn hoofd. En of het droog zal blijven bij de BBQ en of ik de container van de buurvrouw al buiten zette en of ik genoeg stokbrood heb. . . .


'O, dát! Ja, natuurlijk! U kunt 'm zo van me krijgen. Anders gaat ie toch weg. Ik wacht wel even totdat u klaar bent met afrekenen. Of ik vraag aan mijn kinderen om 'm even bij u in de bus te doen.'
'Nee, dat is niet nodig. Ik heb verder niks nodig. Ik loop wel even met u mee. Als u dat tenminste niet eng vindt.'

Wachtend in de rij bij de super, had ik vanuit mijn ooghoek haar beteuterde gezicht bij de lege krantenbakken gezien. Impulsief bood ik haar mijn krant aan. Ze had schaapachtig teruggekeken met een blik van: 'Wat mot dat mens?' Schuchter had ik mijn boodschappen gepind en het was het voorval acuut vergeten. Maar zij niet.

Zodra we mijn tuin binnenstappen steekt Leo (14) haar met een stralende lach zijn uitgestoken hand toe. Kees (11) blijft verdiept in zijn boek en het ronddartelende vriendje helpt me met de boodschappen. Met het stokbrood nog onder mijn arm vis ik de Trouw van de bank. Dankbaar en vol ongeloof loopt ze met haar krant in haar hand richting huis.

Vier uur later zijn de gasten naar huis, de jongens in bed en is de barbecue gedoofd. De kat komt thuis met een muis. Terwijl ik in het schemerduister de broccoli en sla van het oprukkende slakkenleger red. Dat zich bijna onhoorbaar tegoed doet aan mijn verse groente. Ik denk aan wat ze zei. Toen we, zij lopend en ik met de fiets aan de hand, naar mijn huis wandelden. Haar ouders lazen altijd twee kranten. Konden zich dat veroorloven. Ook zelf leest ze hem graag. Vooral in het weekend. Soms krijgt ze er eentje cadeau in de stad. Zegt dan altijd eerlijk naar die jongelui, dat ze echt geen abonnement neemt, hoe graag ze het ook zou willen. En ze twijfelt of ze dan ook de echte reden moet noemen:
Dat het niet mag.
Van haar bewindvoerder.

Griekenland op wijkniveau.














zondag 22 februari 2015

Ben ik nu diep gezonken?

Eerst lag ik vroom op mijn knieën bij de afvoer in een studentenhuis, daarna zocht ik het hogerop en  timmerde een drie meter hoge kast in een oude pastorie, maar vandaag, op de dag des Heren, lag ik plat op mijn buik, op de grond.
Bij de prijsvechter.

Tien voor vijf was het. In het tochtportaal, dat onlangs was aangelegd, niet voor tochtvrije werkplekken voor de caissières maar om te voorkomen dat overvallers ten derde male zouden toeslaan, stonden een stepje en een roze peuterfietsje. De kinderen waren binnen, aan het winkelen met hun moeder. Er was ook nog een derde klant. Hij leek niet naar iets speciaals op zoek. IJsbeerde voor de lege broodkarren en zei in zijn telefoon: "Ze is twintig. De oudste."

"Mevrouw" hoorde ik, toen ik net besloot om geen gevulde koeken maar stroopwafels als alternatief rookwaar in mijn doos te gooien, "Mevrouw, kunt u daarbij?" Gedwee ging ik naast het jongetje op de grond liggen, schatte mijn armlengte in ten opzichte van het voorwerp dat het kind aanwees en viste toen een niet nader te definiëren stuk speeltuig onder de pallet met vruchtensap vandaan. "Dankuwel", riep het jongetje, huppelde weg, draaide zich om, lachte opnieuw een welgemeend dankuwel en verdween toen achter de schappen.

Peinzend over mijn verdere boodschappen, mijn boodschappenbriefje liet ik waarschijnlijk thuis op tafel liggen, kreeg zijn moeder mij in het oog. Een bijna verwijtende blik mijn kant op. Oei, dacht ik. Nu heb ik vast haar gezag ondermijnd. Ze had misschien even tevoren haar zoontje toegesproken met: "Dat krijg je er nu van, Delano/ Surrenderley" (of hoe heten al die mooie halfbloedjes die deze wijk bevolken), toen zijn speelding wegrolde onder de sappakken. Nu zei ze: "Heb jij effe geluk. Heb je wel dankjewel gezegd tegen die mevrouw?" Ik praatte voor mijn beurt: "Jawel. Hij zei het wel twee keer". Mij negerend sprak ze haar kind nogmaals toe: "Met twee woorden? Zei je 'Dankuwel MEVROUW?'" (Het valt niet mee om consequent te blijven met al die import-intellectuelen in de wijk). Braaf herhaalde het jongetje haar woorden. Reflexmatig zei ook ik beleefd: "Graag gedaan, meneer", en liep toen naar de kratten Schultenbrau.

Na drie pijpjes pils te hebben gepakt, liep ik langzaam terug richting vis, om het gesprek van de derde klant zo onopvallend mogelijk te volgen. De NSA is er niks bij. Want wat kletst die vent nou over meisjesleeftijden? Maar nadat hij het over "bloed onder je nagels" heeft, sluit ik een mogelijke handel in tienerhoertjes uit en druip af.

Bij de dooie beestenbak loop ik drie keer langs de weinig appetijtelijk ogende dooie kippen en varkens. In mijn gedachten galmt de tweet van Eetschrijver 'Geen volk eist zijn eten zo goedkoop als het onze'. Toch schuif ik het deurtje van de stoffelijke resten open en kies een pakje gemalen koeienkadaver. "Weg van de supermarkt", heet het boek van GJ Groothedde alias Eetschrijver. Maar ja, dit is de enige winkel die vandaag open is. En lekkerder dan mijn eigen vlees is toch nergens te koop.

De caissière kucht. De peuters rennen heen en weer. Moeders roept hen iets achterna. Dat mama haar bankpas nodig heeft of zo. Ik sta tussen haar en de bellende man bij de kassa. Er komen er twee pubers binnen. Ze gaan overleggen voor de schappen met chips.

Bij Proefkonijnen legde Bas Haring onlangs de stelling 'Geld maakt niet gelukkig' uit. Hij maakte het inzichtelijk door Valerio Zeno een bord met het hoofd van Leonardo di Caprio voor te laten houden. En zijn buurmannen borden van andere knapperds. Waarmee werd bewezen dat niet schoonheid of rijkdom an sich (on)gelukkig maakt, maar het verschil hierin met je buren.

Thuis voel ik me de koning te rijk. Met een grote krop paksoi, een worst met onduidelijke herkomst en basmatirijst en bier van de Aldi.

Proost!