Posts tonen met het label koffie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koffie. Alle posts tonen

woensdag 7 maart 2018

Een verdwaalde loodgieter in hip Haarlem

Het is koud en het waait en ik loop door een straat waar geen auto's mogen komen. Winkelpuien met namen als 'Subliem', 'Polkadot' en 'Lots of Leuks' moeten de wandelaar verleiden. 'Bink' vind ik een rare naam voor een winkel waar ze fournituren verkopen. En 'Foof' past ook niet echt bij schoenen. Deze stad was meen ik eens 'de meest aantrekkelijke woonplek van Nederland'. Maar de mensen voor wie ik hier een badkamer aan het verbouwen ben, zeggen dat er naar Haarlem tegenwoordig vooral mensen komen die geen betaalbare woonruimte meer kunnen vinden in Amsterdam. Een gezette man trekt met gebogen rug kisten vol boeken terug zijn antiquiteitenwinkel in. Er bungelt een peukje uit zijn mond. Aan hem durf ik wel te vragen waar men een nicotinedealer kan vinden. Hij wijst me de weg naar een avondwinkel.

Het blijkt een felverlichte snackbar te zijn, waar zowel de koopwaar, de felle neonverlichting maar ook de allochtone uitbater een beetje uit de toon vallen in de verder überwitte Kleine Houtstaat. Vóór mij is een klant die geld wil wisselen. Al wapperend met een briefje van vijftig, dicteert hij de snackman in welke coupeures hij dat wil, tot op de euro nauwkeurig. (Misschien zocht hij sterkere genotmiddelen dan ik). Als hij de pijpenla is uitgebeend begint de snackman een praatje. Alsof hij de man die hem zojuist toeblafte wil wegpraten. Ik kan zijn verhaal over pinnen, contant geld en Londen maar moeilijk volgen en frons mijn wenkbrauwen als hij over 'Bos 300' begint. Hij herhaalt nog een paar keer 'bos, bos driehonderd'. Dan begrijp ik dat hij het niet over zijn Engelse werkgever heeft, maar over de betaalmogelijkheden in een Londense bus. Met contant geld. Of met de pin. Dat ben ik vergeten. Na mijn contactloze betaling vervolg ik mijn dwaaltocht.  

Hoewel de meeste kledingzaken al dicht zijn, brandt er bij 'Baby Plus' nog licht. Aan het gedempte geroezemoes maak ik op dat er mensen binnen zijn, maar ik kan ze niet zien door de beslagen ramen. Alsof men de klandizie ter plekke aan het verwekken is. Misschien noemen ze de baby dan wel 'Bink' of  'Foof'. 

Voor me doemt de enorme Sint Bavo kathedraal op. Ik had hem van een afstand al gezien, maar hij ging daarna weer schuil tussen de opeengepakte huizen waar het in de tijd van Frans Hals vast naar vis en paardenstront zal hebben geroken. Er is horeca genoeg hier, maar ik durf op dit uur niet zomaar een espresso te bestellen in een druk restaurant. Ze zien me al aankomen in mijn eentje. En dan ben ik ook nog van plan op het terras te gaan paffen. Voel ik me helemaal een eenzame junk. Of nee, dat is het niet, het zou vast klanten afstoten zo bij de ingang. En ik ben mede-ondernemers goed gezind. Ik wil gewoon even de benen strekken, iets dat na drie dagen op mijn knieën te hebben gewerkt, best een plausibel alibi is. 'Moed inlopen' is vast gezonder dan het indrinken ervan.

Net als het gevoel van eenzame zwerver me dreigt in te halen -eettenten zijn steeds dunner gezaaid, mezelf voorwenden dat ik koffie zoek, wordt al lastiger- zie ik, tegenover De Toneelschuur, een leeg café met de robuuste naam 'Bierlokaal de Uiver'. Er staan binnen geen stoelen en er zijn, op twee mensen na, die beiden aan één kant van de imposante toog staan, geen mensen. De bardame en klant kijken mijn kant uit. Nederig wijs ik naar de koffiemachine en merk iets op over dat die schoon is. 'O, die is alleen voor het personeel', zegt de barvrouw met een glimlach. Haarlemse humor. Toen ik vanmiddag bij de groothandel, te midden van vijf bouwvakkers, om hennep en kittersfit vroeg, voelde ik me zekerder dan nu. 'Je wil een kopje espresso?', vraagt ze dan, 'Ik kom het zo wel even buiten brengen en doe de terrasverwarming voor je aan.'  'Dat is niet nodig hoor', zeg ik. Door mijn bescheidenheid voel ik me als het meisje van zestien dat voor het eerst -alleen- gaat stappen. Maar of ik veel voldoening uit dat jong-voelen put, is nog de vraag. Dan nestel ik me buiten onder de broedlamp bij de Uiver met zicht op de theaterbezoekers achter het glas aan de overkant. We roeren synchroon in onze kopjes koffie. Ben ik toch niet alleen. 

Na de koffie laat ik binnen mijn blik langs tientallen koperen kranen met bieren met al even exotische namen als de winkels gaan en vraag of ze een blond biertje voor me heeft. 'Ik zoek wel wat lekkers voor je uit', zegt ze lachend. Even later zet ze een mooi schuimend glas gerstenat voor me neer: 'Het is gebrouwen in Utrecht en heet 'De gouden kraan'. Ik voel me op slag weer loodgieter en veeg het schuim met mijn mouw van mijn lippen.

zondag 6 november 2011

Onderstoffen, chocola en lezen

Alsof ik niks beters te doen heb. Blogsurfen. Weinig leesbaars tegengekomen. Wel iets schokkends. Een moeder die schrijft dat, terwijl ze aan het dusten is under the piano of zoiets, haar zoontje met stoepkrijt smijt. Tot zover niks nieuws. 't Is dat ik geen piano meer heb. En dan zou ik er zeker geen dust onder vandaan gaan vegen.

Maar het schokkende was dit: "My son is 2,5 years old and still can't read." Ja, het stond er ècht. Was serieus bedoeld. Ik wil dat dus helemaal niet wéten. Dat dat bestáát. De naam van het arme jochie heb ik onthouden, maar blog en quote kan ik gelukkig niet meer vinden. Kom ik ook niet in de verleiding om bemoeizuchtig commentaar te posten. "Zeg, mevrouw de Duster, dat is normáál hoor, laat uw zoontje Amadeus (of iets vergelijkbaars) alsjeblieft eens met poep spelen." Maar, een ieder krijgt bij mij altijd het voordeel van de twijfel en terwijl ik wegklikte las ik nog net hoe moeders van het fijngestampte krijt een soort waterverf had gemaakt. Waar Amadeus dan weer lekker mee mocht knoeien. Toch fijn voor 'm.

Maar allemachies wat ben ik blij met mijn eigen drie Mozartjes. Vrijdag kwam grote zoon Frans eten. Hij was moe. Was al twee dagen achter elkaar om half negen op school verschenen. En 's avonds gewerkt. Hij viel in slaap op het bed van Leo. Die blij was dat zijn grote broer dit keer zo lang bleef. Ook al was ie dan vooral slapende. Terwijl ik koffie zette, gaf Leo chocola aan zijn broer. Belgische bonbons of zeebanket, of hoe dat ook maar heet. Vind ie zo lekker. ("Nee, mama, nú nog niet van snoepen, die moeten we pas opeten als Frans vanavond komt.")

En toen, werd ik gebeld. Of we in het restaurant van Frans konden eten. De dag erna. Om de verjaardag van een grote neef te vieren. Het leek me leuk en ik zou het vragen. Per slot was hij hier nu toch. Half in coma. Maar wat was dat? Het kussen van Leo en het overhemd van Frans maar vooral diens hele hand leek wel onder de poep te zitten! Frans heft zijn bruine handen ten hemel en zegt: "Huh, ik had helemaal niet dóór dat ik een bonbon had gekregen." Leo en ik lachten ons slap.

En zondag was helemaal een topdag. Buiten basketballen. Havermoutpap en kado's voor Sinterkerst in elkaar knutselen (ik begin dit jaar 's op tijd). En, toen het tijd was om eten te maken kregen de kleintjes bijna ruzie om wie mocht helpen koken ("Ik had het éérder gevraagd!") De spruitjes gingen er in als koek en toen ik, meer uit gewoonte, vroeg wie er wilde afwassen, zei Kees (7): "Als jij het wilt". Waarop mijn weke moederhart hem natuurlijk verder liet spelen met zijn lego. En ik ging afwassen met een rustig jazzmuziekje.

Ik las Keesje voor over de Kluizenaar. Uit Pluk. Die de muizen in de torteltuin moet redden van de bulldozers. Hij vond het eng. Maar ik las wel goed voor.
En later las ik Leo voor uit het onovertroffen Milo.

Mijn jongens kunnen lezen en lezen graag. Maar voorlezen is een feest. Ik hoop het nog jaren te mogen doen. Bij mij blijft het stof lekker overal onder liggen. Ieder z'n ding.

zaterdag 9 juli 2011

Strani Italiani


"Dit moét je lezen."

In het geval ik de persoon die dit zegt, èn diens boekensmaak mag, geef ik er, een enkel keertje, gehoor aan. Andersom gebeurt veel minder. Ben er de persoon ook niet naar om te veronderstellen dat mijn smaak strookt met die van een ander. Maar ook hierop maak ik, heel soms, een uitzondering. En hoewel ik op het punt sta om hier een dergelijk arrogante uitspraak te doen -alsof er niet nog een miljoen andere boeken op lezing wachten die vele malen mooier zijn-, volgt allereerst een kanttekening.

Over de stijl van de schrijver niets dan lof. Maar, ik vrees dat de inhoud, alleen voor gewezen (en deels genezen) Italofielen als ik, ècht leuk is (over arrogantie gesproken). Want een ieder die niet thuis is in de schizofrene houding t.a.v. giftige kersen, Communistische schranspartijen of gynaecologen 'di fiducia', zal wellicht slechts met groeiend ongeloof dit boekje doorlezen. Wel, voort hèn luidt de boodschap:

"Het is allemaal wáár."

Want Italiaanse kinderen wórden van de wieg tot het graf verzorgd.
Dat hóórt zo. Ze zíjn ziekelijk gepreoccupeerd met hun gezondheid (ook de alternativo's). Ze betálen zich scheel aan zwartwerkende (private) doktoren/loodgieters/stucadoors/ vul maar in*. En lopen hiermee te koop. Dat geeft status. (*Niets doorstrepen want het is allemaal van toepassing). Ze aanbidden ècht hun mamma's en willen het liefst tot hun zestigste bij hen in de buurt wonen. Op kamers wonen?, uitvliegen? Wat is dat voor modern gedoe.

Onnavolgbaar is ook hoe ze met bewondering en verachting op-/neerkijken tegen/op hen die een baantje bij de overheid hebben. Net als de wijze waarop deze betrekking is verkregen. En de uitgesproken manier, want dat zijn Italianen wèl vaak, uitgesproken, waarop wordt gepraat over
tomatensaus/ belastingpapieren/ gras/ bloeddruk/ de maan/ schoonmaken en alles wat zoal in het dagelijks leven voorbij komt en waar men zich maar enigszins een mening over zou kúnnen vormen.

Ok, ik hou op. Want èrgens hou ik toch wel van dat land. En haar inwoners. Veel zelfs. Aldus. Italianen nemen, ondanks een rijke wijncultuur, weinig alcohol tot zich. Zeker jongeren. Dronkenschap op straat is not done. Misschien leven ze zich daarom uit op de Istiklal Caddesi in Istanbul. Ver van huis. Ik hoorde daar verdomme tot 4 u 's nachts alleen maar Italianen brallen. Nee, Lehti, positief blijven!

Aldus. Het is een verademing om in een willekeurige Italiaanse stad 'fare le vasche', oftewel kijken en bekeken worden, op en neer te lopen zonder al dat bier dat bij dergelijke gelegenheden door Tedeschi wordt gehesen. Ook is de Italiaanse keuken verre te verkiezen boven de Nederlandse. Al gaan ze met dat koken soms wat spastisch om.
Geen brood op tafel? Dan wordt de sla niet aangeraakt. Onmogelijk. Linzensoep met vermicelli? Schande! daar horen van die kleine vlindertjes in. Desnoods 'ditalini' (vingertjes). Hoewel die toch eigenlijk bij de bonen passen.

Ok, basta. Ik woon er niet meer. Hoef me niet meer tig keer per dag om te kleden, mijn kinderen van kraakheldere kleding te voorzien en in gestreken uniform op school af te leveren. Waar ze de hele dag binnen zitten want de speeltuin is voor het gemak afgebroken. Ze zouden zich eens kunnen bezeren. Geen steekpenningen voor een werk- of verblijfsvergunning meer. Geen boerse carabinieri meer. Geen postkantoren en benzinestations waar één of ander bollo (zegel) moet worden gehaald voor één of ander reuze belangrijk formulier. Geen 'contacten' meer om onder de voortreffelijke Italiaanse wetgeving uit te komen, waar niemand iets van snapt en geen hond zich aan houdt.

Maar... zodra ik kan,.... deze zomer..... smeer ik 'm toch weer zuidwaarts.
Om weer te weten hoe de echte pizza bianca al taglio smaakt. Slechts voorzien van roosmarijn en grof zout. Want meer is niet nodig. Om, aan de kant een provinciale weg, een broodje 'porchetta' te eten (een heel varken vol venkel). Om op luide toon, druk gesticulerend, te discussiëren over om het even wat, bij een kop espresso, die nog een uur lang nagalmt op je palato. Wat nou capuccino?, dat is ontbijt voor watjes, man, streng verboden na tien uur!

Lees déze en andere voorschriften er maar op na in "Italiaanse buren". Het is met liefde geschreven. De auteur, Tim Parks, doet een geslaagde poging om de Italianen te begrijpen en laat tevens zien dat Noorderlingen, in de ogen van Italianen, al even vreemde wezens zijn. Vertaald door C.M.L. Kisling. Ook geschikt voor degene die het land dit jaar bezoeken.

Laat je niet afschrikken. Het is een heerlijk land. Vol strani Italiani.
Je moet dit lezen. En er dan heen gaan. Echt. Goditelo (geniet ervan).