Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen

zondag 15 juli 2018

Karretjes en doosjes bouillonblokjes

De intercom zoemt onafgebroken maar de man roept naar het roostertje dat het niet lukt. Hij probeert een steekkar met een stapel plastic stoelen door de flatdeur te krijgen, de strak afgestelde dranger belet hem de doorgang. Als ik naar boven kijk lees ik op een laken dat over het balkon hangt: 'Hoera, opa wordt 65!. Zou opa zijn eigen verjaardagsstoelen van de buren zijn gaan lenen?

In het lommerrijke Molukkenplantsoen heeft een andere karrenman het makkelijker. Op zijn kar staat iets dat het midden houdt tussen een zonnepaneel en een halve tafeltennistafel. Bijna huppelend duwt hij het ding voort. Ik word ingehaald door andere karretjes. Elektrische exemplaren. Niet het soort dat ik net bij de kartbaan achter de zwarte muur hoorde scheuren. Maar dat waren dan ook 'karts' en geen 'karren'. Toch wel een verschilletje, zo kon ik onlangs zelf ervaren. Na acht rondes waarin ik braaf voor elke bocht remde en instuurde, werd ik door mijn snellere zoons ingehaald. Uit de bocht vliegen doe je niet met zo'n ding.

Er heerst een drukte van belang bij de Beren, het prachtige nieuwbouwproject op het Cibogaterrein. Tussen het winkelend publiek loopt een vrouw in een lange grijze jurk en dito haren. De grijs van het haar en wellicht het haar zelf ook, is nep. 'Dat hebben ze tegenwoordig zo', zou mijn oma, zelf gezegend met lang grijs haar, daarover hebben gezegd. De grijze jongedame duwt een kar voort van het soort dat je normaliter aantreft bij een bouwmarkt of Ikea. Misschien gaat ze er mee verhuizen. Met een studentenkamer van zes vierkante meter, zou haar inboedel er best op passen.  

In het Noorderplantsoen wisselen kinder- en invalidenkarretjes elkaar af. De meeste kinderexemplaren zijn leeg. Twee invalidenkarren bij de vijver ook. Ze lijken er lukraak neergezet. Net als de exemplaren die mijn portiek opleuken en waar ik langs moet laveren als de bovenburen weer eens immobiel bezoek hebben. De meeste karren houden niet van traplopen. Hoewel ik in Venetië steekkarren zag met aan beide zijden drie wielen. Die namen met gemak de getrapte bruggen.

Sommige karren worden voortgeduwd door het kind waar het voor dient. Dat kijkt dan naar de grond of tegen de rugleuning van de buggy. Een vader grijpt nog net op tijd zo'n ongeleid projectiel vast dat de drukke tweewielerbaan door het park wil oversteken. Ooit liep ik hier zelf met zo'n kar, en een aanhangplank op wielen.  

Bij de China Expres staat een onverwoestbare stalen steekkar met dikke zwarte banden. Voor zakken rijst of kratten tomaten. De kar wordt geflankeerd door twee witte leeuwen. Chinezen hebben iets met leeuwen. Dezelfde beesten zie ik verderop bij het tuinpad van een burgerlijk voortuintje. In plaats van een steekkar staat er een idyllische molen naast. Zulke accessoires geven toch sfeer.

Bij het tuincentrum aan de andere kant van de stad, ga ik even zitten. Een ratelend ritme van karretjes vol groen vult de parkeerplaats. Wat een prachtige uitvinding is dat toch: karren om feeststoelen, bejaarden, baby's, rijst, je huisraad en zelfs bomen mee te vervoeren. Toch lijkt deze vondst te worden overtroffen door een andere uitvinding. Een ding zonder wielen ter grootte van een doosje bouillonblokjes. Je kunt er stoelen mee kopen, ze laten bezorgen, een oppas zoeken, of de liefde, of ruzie. Je kunt er mee schaken, je examenuitslag mee checken of je aandelenkoers. Je kunt er je kind mee traceren, een pizza bestellen of het recept daarvoor opzoeken. Het wijst je de weg naar het tuincentrum of naar Rome. Je kunt er zelfs verhaaltjes mee typen. Geen wonder dat ik naast al die karren een veelvoud van die doosjes zag. Met gebogen arm hield men de doosjes voor de ogen. Er werd over gewreven, tegen gepraat of gelachen.  

Maar één ding kan het doosje niet.
Zien wat ik vanmiddag zag. 

woensdag 28 juni 2017

Krijgt ie ooit zijn leven op de rit met internet?

Scholen in Groningen niet aardbevingsbestendig,  Rutte wil tornen aan plafond bonussen om zo de uitzwermende London City binnen te hengelen. Kaviaarschandalen bij de Raad van Europa waar ze geen afzettingsprocedure kennen. Gesjoemel met zaad van spermadonoren. Eén komma drie miljoen Nederlandse huishoudens in de schulden (maakten zij met dat geld wellicht die economische 'groei' mogelijk?). Een toeslagensysteem dat niet versimpeld kan worden en mensen nog harder in de schulden helpt. Eén miljoen Nederlanders aan de antidepressiva. Mensen die doodgaan. Van net vijftig, zestig, tachtig. Aan een hartaanval, aan Parkinson. Iemand die me appt om te vragen of ik sloten op haar slaapkamerdeur kan zetten, ze voelt zich niet meer veilig voor haar kind.  Een goede vriend die al een half jaar wacht op achterstallig loon. Ouderen die vereenzamen.Vijftigplussers die maar niet aan het werk komen. En dan heb ik het nog niet eens over de ellende in Jemen, Noord-Korea of Sudan.

Maar er gebeuren ook mooie dingen. Zo worden in Colombia duizenden kalasjnikovs van de Farc omgesmolten tot kunstwerken, gaat China een 'luchtstad' bouwen. voor dertigduizend mensen en veertigduizend bomen, trekt Uganda geld uit voor meer gendergelijkheid. Door op basisscholen voorlichting te gaan geven over puberteit, menstruatie en seksualiteit. En er gebeurt nog zo veel meer moois op het gebied van kunst, milieu en medemenselijkheid. Ook in Nederland. Als ik ondersteboven in een keukenkastje lig of buiten sta te schilderen luister ik naar dit zeldzaam hoopgevende 'Nieuws van de vooruitgang'. Op elk halve uur. Met tussendoor ook nog mooie muziek.

Het is acht uur als ik eindelijk thuiskom. Ik heb na mijn werk de vrouw uitgelegd hoe ze zelf sloten op haar deur kan zetten. Ik lees op de app dat het kindje in de buik van mijn nichtje toch is gedraaid, misschien wel dankzij mijn tip om met een bult kussens onder haar rug te liggen. Mijn bijna tachtigjarige ouders schrijven een berichtje dat ze nog steeds genieten van hun kampeervakantie: 'Al is het voor deze oudjes wel hard werken'. Intussen vis ik de NRC uit de bus die ik ontvang in hun afwezigheid. Bovenop het cybercrime- en choleranieuws ligt een brief. Met postzegel. En handgeschreven adressering. Nieuwsgierig scheur ik hem open op de drempel van de voordeur. 



Kijk, zo kan het ook. Zelf als 55 plusser op zoek gaan. Initiatief nemen. Buiten bedompte kantoortjes van het UWV om. En ook nog even je best doen op de spelling. Offline is misschien wel de beste manier om je leven weer op te pakken. Misschien moest ik maar eens contact leggen met deze schilder. Luisteren we binnenkort samen naar al het moois wat de wereld te bieden heeft. 

Maar zoals elke potentiële werkgever doet, typ je toch maar even zijn naam in. En dan verschijnen daar woorden als bedrog, stiekem en onbetrouwbaar. Ze blijken van zijn ex te zijn. Best slim om die scheiding als voorzetje in de brief te vermelden. 

donderdag 28 augustus 2014

De andere helft van de hond danst in Damascus

Het lijkt de laatste warme zomerdag. Of, op z'n Hollands gezegd, de eerste. Allemachtig wat was het nat. In mijn tuin groeien intussen paddestoelen. En op plekken waar het wel lekker warm was, tussen de zonnebloemen in Oekraïne of in Syrië, hadden mensen heel andere dingen aan hun hoofd dan vakantie vieren. Of ligt dat genuanceerder?

Beelden versimpelen de werkelijkheid. Die wordt verkleurd en vertekend om in ons brein te passen. In het boek 'Een halve hond heel denken' schrijft Joke van Leeuwen over een kleuterklas, die prachtig zingt. Maar als de meisjes worden opgeschrikt door een binnenlopende cameraman, moeten ze huilen. Please note: het speelt in Afrika (huidskleur kleuters verandert nu in uw hoofd van wit naar zwart). De tranen die dan op film komen, worden gelabeld als verdriet van de honger. En dat zien we in Nederland op de buis.


In Libië heerst nu chaos. Clans, oud-legerleiders, overlopers, herrieschoppers. Op alle beelden die ik zie, staan mannen en in veel artikelen gaat het over krijgsheren. Ik vraag me dan steeds af: zouden hun moeders, zussen en echtgenotes elke dag voor hen koken? Of zouden ze liever een gebraden kippetje bij KFC bestellen, net als in Gaza? En zouden ze ook nog tijd hebben om lief te hebben, of slapen ze fijn met een kalasjnikov in bed? Of zijn de heren die wij in beeld krijgen, net als bij de kleuterklas, maar een deel van de werkelijkheid? Een antwoord op die vraag zal ik vast nooit krijgen. Het schijnt nu eenmaal interessanter te zijn welke wapens men gebruikte, dan welk voedsel men at en of de winkel of de school of de dokter of toneelclub nog gewoon functioneert.

Maar soms plopt er toch iets omhoog uit dat dagelijks leven. In een hoekje van een krant of na een paar keer doorklikken op het net. Geen keuken- of slaapkamergeheimen, maar wel iets over vrije tijd. Dat men in dat verscheurde Libië ook in de zon ligt. Dat volgens de verslaggeefster ter plaatse het strand zelfs vol zit men zonaanbidders. En de theehuizen ook geen klagen hebben. Terwijl in Tripoli de nationale luchthaven tot de grond toe afbrandt.


Permalink voor ingesloten afbeelding

Weet je wat ik denk?
Dat er in Ferguson ook vrolijke kinderfeestjes worden gevierd, dat je je bachelor kunt halen aan de universiteit van Baghdad en dat je in Damascus kunt genieten van het Syrische nachtleven.
Ja dat denk ik.
Hoewel ik de andere helft van de hond nooit te zien krijg. 

vrijdag 18 januari 2013

Wij helpen u wel, (deel 2 + hoe geluk groeit)

Waar was ik gebleven. O ja, ik ordende post en stopte die in ordners (de term 'postorderbedrijf' klinkt gelijk een stuk vriendelijker), gezeten op de bank, die van mijn zoon is, maar eigenlijk van de bank. Er zat ook een brief tussen van een echte schuldsaneerder -nee, niet gericht aan mijn zoon, want die laat zijn zaakjes liever door zijn moeder regelen, ìk gooi hem er immers niet zo snel uit- maar bestemd voor zijn voormalige huisgenoot. Bij wie de sores nog een tikkie erger bleek, maar met wie, zo stond er, geen afspraken te maken viel, dus werd hij er uitgegooid. Uit de schuldsanering. Tja, 'afspraken', wat is geld nog meer dan 'afspraken'.

Deze jongen versjouwt zijn inboedel nu misschien van hot naar her om te voorkomen dat er beslag op wordt gelegd. Verdient zwart bij, zodat geen bank of belastingdienst er ooit achterkomt waar hij van leeft. Verzekerd is hij vast ook niet. En als ook hij meer dan zes maanden achterloopt met het betalen van zijn zorgpremie, belandt hij automatisch bij het CVZ, het College voor zorgverzekeringen. Die int de premie dan rechtstreeks bij de werkgever -die onzichtbaar wordt gehouden- of de bank -waar hij vast standaard drie keer rood staat-. Hij heeft last van zijn knie, gaat niet naar de dokter, want ook als hij zijn premie betaalt, kan hij het eigen risico van €350 niet ophoesten. Misschien hééft ie dat geld wel, maar is druk doende om daar de economie mee draaiende te houden. Door het kopen van een bankstel. Of I-pod. Of breedbeeld-tv. Die hij nu overal heen sleept. Met zijn manke been.

En ga me nu niet vertellen dat de halve bouwwereld ook zo werkt. Met faillietverklaringen, kapitaal elders parkeren, schaduwboekhouding, mazen in de wet, onverzekerde werknemers en het belazeren van de belastingdienst als sport zien, want dan wordt dit log weer te lang. 

Die huisgenoot blijkt trouwens niet de enige. Het AD kopte vorige week (10-01-13): "Zorgpremie steeds lastiger te betalen."  "Achmea sluit dagelijks een paar honderd nieuwe betalingsregelingen met cliënten."
Huh? 'Régeling'? Die zorgpremie wòrdt toch al in termijnen betaald? Wat valt er dan nog te régelen?  En staat daar dágelijks?! Een paar honderd?!
Wie zin heeft in een leuk rekensommetje, be my guest. (x aantal dagen per jaar, 16 miljoen Nederlanders, x aantal gezinnen, marktaandeel van Achmea + andere verzekeraars). Ik beperk me voorlopig even tot het micro niveau. Door tweehonderd euro aan de Hogeschool over te maken. Of toch twee keer honderd aan energie- en waterbedrijf? Omdat anders het water wordt afgesloten. Zo staat er dreigend in een brief. (of dat híer gebeurt of in het huis waar hij niet meer woont is me niet duidelijk). Of misschien kan ik toch beter alles overmaken naar dat CVZ. Want zodra de betalingsachterstand is ingelopen, kan hij terug naar zijn eigen verzekeraar. Scheelt zo weer vijftig euro per maand.

Gek genoeg ligt het geld dat mijn zoon me net in de hand drukte nu naast de computer. Tòch is het al maanden geleden uitgegeven. Vreemd. We geven geld uit dat er niet is. Niet alleen omdat het geleend geld is. Maar het schijnt er feitelijk ook niet te zijn. Ik las ergens dat niemand ter wereld meer weet hoeveel geld er nu eigenlijk in omloop is. Als alles op afbetaling is, leven we van geld dat niet bestaat. Waar we spullen van kopen die we niet nodig hebben. En er dan beslag op laten leggen. Net als op ons laatste restje zelfbeschikking. Voor wie dacht daar nog wat van te hebben. Haha.

Gister was mijn jongste zoontje (8) zijn geld kwijt. Hij was ontroostbaar: "Waar heb ik mijn portemonnee nu neergelèhèhègd?" Toen het ding, met inhoud, weer boven water was, opperde ik om het geld op zijn rekening te storten. Dan kon hij het ook niet meer kwijtraken. Maar hij ontstak in woede: "De bank pakt je geld alleen maar af!"
Waar hij die wijsheid vandaan heeft weet ik niet, want ik geef hem -in tegenstelling tot de indruk die mijn laatste logjes misschien wekken- keurige voorlichting over ons economisch systeem. Over investeringen en rentes en al. Zodat hij straks mooi kan meedraaien in deze maatschappij.

Maar misschien heeft ie wel gelijk. "Nee zeggen tegen vijf keer je huidige salaris" is de titel van een column van Joris Luyendijk in het NRC (12-07-12). Over de financiële wereld in Londen. Er zouden in het Verenigd Koninkrijk een miljoen mensen in die sector werken. Luyendijk interviewt een gedesillusioneerd voormalig medewerker van een Britse bank, die nu werkt bij de FSA, the Financial Services Authority, toezichthouder van de wereld waar hij zelf uitstapte. Hij zegt over de aard van banken: "Moreel speelt simpelweg geen rol in het besluitvormingsproces. (....) In mijn tijd zagen ze je als buitenaards wezen wanneer je morele argumenten gebruikte." De paradox of contradictie van het kapitalisme, zegt hij, is dat het zichzelf opheft.' (Kijk voor actuelere, Engelstalige stukken op guardian.co.uk/bankingblog)

Ter afsluiting dan toch nog een vrolijke noot. Want we hoeven naast het gebukt gaan onder onze  schuldenlast, niet óók nog depressief te worden van weinig opbeurende stukjes over het naderend einde van ons economisch stelsel. Als we onze zelfbeschikking graag uit handen geven aan mensen die daar naar hartenlust mee gokken, stel ik voor dat we ons goede humeur dan toch tenminste bewaren!

De muziek is van de onvolprezen Lucio Dalla, die afgelopen maart in het harnas stierf na een concert in Zwitserland. Hij zingt, (en pianeert en saxofoneert) samen met Francesco de Gregori 'Cosa sarà?'
Het nummer is erg de moeite waard (klikkerdeklik), en actueler dan ooit:
"Cosa sarà,......... che ci fa comprare die tuttto, anche se niente che hai bisogno."
(Wat is het/wat zou het zijn, dat ons van alles doet kopen, ook al hebben we niks nodig?)
Maar mooier nog is de beginzin:
"Cosa sarà,....... che fa crescere gl'alberi e la felicità"; 
Wat is het/ wat zou het zijn.....
dat de bomen doet groeien......
en het geluk?

Aan de volledige vertaling wijd ik me misschien nog eens.
Maar nu ga ik eerst geld overmaken.
En werken.
Of andersom.

zondag 13 januari 2013

Wij helpen u wel. De hufters.

"Geen lening door de BKR.
Wij helpen u wel
Let op, Geld lenen kost geld."


Zo staat er schreeuwerig in de rechterkolom naast mijn mailbox. Ja, ook iets met 'stijlvolle lingerie', 'passie voor techniek' en nog meer vaags, zodat ik me afvraag hoe gmail eigenlijk mijn post scant. Maar dus ook reclame voor het krijgen van leningen buiten 'Tiel' om, alwaar het Bureau Kredietregistratie (BKR) is gevestigd. Voor de goede orde; wie dáár éénmaal als wanbetaler te boek staat, krijgt geen lening meer. Geloof ik. 

En daar wordt ik dus enorm pissig van. Van dat soort reclame. Ja, ik ben ouderwets. En daar schaam ik me niet voor. Want als je vandaag geen geld hebt voor een nieuw bankstel of de laatste I-pod, heb je dat morgen óók niet. Sterker nog, voor dat bankstel of die I-pod betaal je op afbetaling het dubbele. Als het niet meer is. Dom, onnodig, maar ook reuze lucratief. Althans, voor degene die daar leningen voor verstrekt. En dat vind ik dus hufterig. Het verstrekken van -lees: geld verdienen met- leningen die mensen niet kunnen aflossen.

Want dat bankstel krijgt geen babybankstelletjes die je kunt doorverkopen. Het mijne niet althans. Nu is het verhaal van mijn bankstel ook wel wat apart, want dat is niet van mij, noch van de bank van lening, maar van mijn oudste zoon. Die de complete inrichting van zijn driekamerflat, na twee jaar op zichzelf te hebben gewoond, hier heeft geparkeerd. Met hemzelf erbij. Reuze gezellig hoor, daar niet van. Maar wel een beetje inschikken.

Sinds drie maanden leven we hier al klauterend over de dozen. Een goede les in het leren weggooien van oude meuk. Maar ondanks de tochten naar de stort en de kringloop, het bijtimmeren van planken aan elke muur die dat toelaat, is het hier nog steeds behoorlijk vol. Tot overmaat van ramp kwam ondergetekende deze zomer ook nog op het lumineuze plan om aan elk van haar drie zoons een poezenbeest kado te doen en zie daar: Villa Kakelbont is compleet. Er ontbreken alleen nog een aap en een paard.

Met de teruggekeerde zoon en zijn huisraad, kwam er ook een brief van de gemeente. Of ik soms wist waar meneer uithing. Het adres dat bij hen bekend was, werd onbewoond aangetroffen.
Hoe slim!, dacht ik stiekem. Want hij wéét dat het mij niet lukt om me te laten inschrijven op het adres waar ik feitelijk woon. Door bij mij in te trekken, lost hij gewoon op in het niets. Maar da's gemeen gedacht van mij, want hij kon geen kant op. Dus als rechtgeaarde burger noteerde ik keurig het adres, postte dit in de bijgeleverde retourenvelop en ziedaar, opeens wisten de zorgverzekeraar, telefoonaanbieder, het waterschap, de hogeschool en al die andere mensen die hem diensten hadden geleverd dit 'spookhuis' wonderwel te vinden. Nú wel. Want ze wilden geld zien. Veel geld.

Daar kwam ik achter doordat ik mijn kont hier inmiddels weer enigszins kon keren, en zo stuitte op zijn stapels ongeopende post. Die ik ongevraagd opende (Nee, niks 'foei!', soms móet dat gewoon). Niet fijn. Zulke oude lijken in huis.

En hoewel ik van mijn eigen administratie soms een behoorlijke puinhoop maak en ook de term 'financiële planning' als een prachtig buitenaards wezen zie, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik tenminste geen schulden (meer) heb. Met uitzondering van het blok aan mijn been van dit huis dat niet bestaat. Maar intussen ben ik volledig ingewijd in het domein der dwangbevelen, deurwaarders en dagvaardingen. Want, zo moge duidelijk zijn, ik liet het niet bij het openen van zijn post alleen. Wat hij er zelf van vond? Ach, na wat initieel gesputter, liet hij het dankbaar gebeuren. Het geld dat hij verdient met het koken voor allerlei bobo's ("Mam, weet je wie er vandáág in de zaak kwam eten?") levert hij wekelijks bij me in en ik maak het geld keurig over, overeenkomstig de betalingsregelingen die ik trof met zijn schuldeisers. 

So far so good. Maar ik was dus boos. Want tussen die post en óók als je inlogt op de site van je bank en dus óók als ik mijn digitale postvak open, tref ik daar lekkermakende reclame voor allerlei leningen. 'Wij helpen u wel'.
Me reet!

Vooral jongeren kunnen zonder slag of stoot duizenden euro's lenen of in de min staan. Best handig. Ze gaan niet zo snel dood, geven geld uit als water (in politieke termen: 'hebben vertrouwen in de economie') en als het echt te gortig wordt, springen de -vermogende- (groot-) ouders wel bij. Die laatsten zijn meestal zelf grootgebracht met het spáren voor dat bankstel, en hebben dus wat achter de hand. Kortom, jongeren zijn een feest voor iedere zichzelf respecterende geldverstrekker. Prachtige melkkoeien. Want zo'n 'zakgeldspel' voor 'het besef van geld' is natuurlijk goed bedoeld en ook het Nibud probeert heroïsch iets aan budgetvoorlichting te doen, maar we hóren helemaal niet te sparen. We moeten geld úitgeven. En wel nu. Dat is goed voor de economie (whatever that might be).

Dus 'Wij helpen u wel'. Met de mogelijkheid om de nieuwste gadgets te kopen, waar u gelukkig van denkt te worden. Of om de buren mee af te troeven. Of beide. Maar waarvoor u geen middelen heeft. Maar wij helpen u wel. Helaas zijn we genoodzaakt u het dubbele te laten betalen. Maar nu kunt u fijn vanaf uw bankstel op uw nieuwste I-pod stemmen op uw favoriete Idols-Soyouthinkyoucandance-X Factor-ThevoiceofHolland. Welnee, dat zijn géén belspelletjes, die zijn immers verboden. Want mensen moeten natuurlijk níet denken dat ze als domme melkkoe worden gezien.  
Wij helpen u graag.
Uit zuivere naastenliefde.
De hufters.

(wordt vervolgd)

maandag 16 juli 2012

Ik ben diep ongelukkig


De reanimatiepoging met behulp van onderdompeling in een bak droge rijst, heeft niet mogen baten. Miss Canon IXUS 8515, 10.0 megapixels, kan definitief worden bijgezet op het kerkhof der camerakarkassen. Ze is vier jaar oud geworden. En ik kan er godbetert niet eens een foto van maken! Wat had ik daar trouwens mee willen doen, vraag ik me af. Online mee gaan pronken? Zoals anderen met hun auto, huis, vakantie of I-phone?

Ik las een artikel (waar?) met percentages over wat er op facebook allemaal heel of half wordt gelogen (hoe meet je dat?). Het artikel concludeerde dat de 'lezer/vriend' bij het zien van al dat -gelogen- moois, het lachen zou vergaan. Het eigen kind, huis, vakantie, man, ... precies, het eigen gazon dus, lijkt zo minder groen. De depressie -volksziekte nummer één- loert. Maar daar wordt al genoeg over geschreven.

Omgekeerd kan je zeggen dat het blootgesteld worden aan allerlei ellende, gelukkig maakt. Onder het voorwendsel van het informeren over de toestand van de wereld (wie bepaalt dat? en kan het ons eigenlijk ècht wat schelen?), krijgen we het gevoel dat het met ons eigen land/ stad/ straat/ seksleven wel meevalt. Sterker nog, lezen over al dat leed is verdorie gewoon lekker. Waarom leest men het nieuws anders zo graag bij een kop koffie? Als koekje! Aardbeving, moord, verkrachting,... zoet gelardeerd met spitsvondige columns. Ja, zelfs bebloede gezichten van gevallen tourfietsers, in kleur, het is allemaal entertainment -'Nee goh, nooit geweten dat bloed van wielrenners róód is'-

Ik hoorde onlangs over een man die al twee jaar bezig is om naar Nederland te komen. Illegaal. Het zou hem twintigduizend euro kosten. Zijn al jaren in Nederland wonende schoonzus, wilde het hem uit zijn hoofd praten. 'Niet doen!, 'Je weet niet waar je aan begint!' Maar dat mocht niet. Haar eigen zus (zijn vrouw, die achter zou blijven) smeekte haar om Nederland als paradijs niet te relativeren. Trouwens, zíj woonde er toch zeker zelf?, als het leven er zo moeilijk was, waarom kwam ze dan niet terug? Zijn huwelijk was goed (lees: hij sloeg haar niet), het was dus geen verkapte poging om haar man dumpen. En hun kinderen zouden hun papa, als die het land uit zou gaan, zeker missen. Wat was nu de werkelijke reden dat ze moest liegen tegen haar zwager? 

Thomas Erdbrink schreef in het NRC van 11 juli over ene Elnaz. "Op Instragram, een app op haar I-phone waarmee je foto's kan delen, komen beelden binnen van haar geëmigreerde vrienden in Canada, Maleisië en Dubai. Ze proosten met cocktails in tropische zwembaden, dansen in clubs en lachen met hun vrienden. (...) Elnaz legt haar telefoon weg, trekt haar verplichte hoofddoek recht en propt haar geblondeerde haar onder het textiel. "Ik moet weg hier", concludeert ze. "Dit is geen leven." (...) "Juist de reizen naar het buitenland, naar Dubai, de Turkse stranden en ook Europa hebben de afgelopen tien jaar de ogen van velen geopend." Aldus Erdbrink.

De man die zich naar het rijke Westen wilde laten smokkelen, ging ook met zijn vrouw op vakantie. Over Istanboel, de stad die voor veel Turken geldt als het Sodom en Gomorra, had zijn vrouw verzucht dat het er erger was dan thuis. Ze vond het er vreselijk. Het leven was er duur en "ze schreeuwen wel vijf keer per dag vanaf die minaret!" (zij waren slechts drie keer gewend). Het groene gras was verbleekt.

Hij heeft besloten niet te gaan. Zijn schoonzus belde mij euforisch op. Zij wist als geen ander hoe zwaar vrijheid kan zijn die geen echte vrijheid is, hoe het voelt om jarenlang je kinderen niet te zien. Om zelf verantwoordelijk te zijn voor je keuzes, goede en slechte of afwezige, zonder familie. Vrijheid is een rekbaar begrip.

Tijdens mijn vakantie in Iran deed ik mij voor als Christen en was ik netjes getrouwd. Het druiste in tegen mijn gevoel, maar het was nodig. Toen ik dit vertelde, op dezelfde dag dat ik hoorde dat de man besloot de twintigduizend euro niet aan de mensensmokkelaar te geven, kreeg ik een discussie, met zijn vernederlandste neef. Hij vond mijn liegen 'belachelijk'. 'Ze' (hij ook al) zouden zo nooit wijzer worden! Door niet de waarheid te spreken, had ik hun beperkte (?) wereldbeeld gevoed!

Misschien had hij gelijk. Maar de stelligheid van zijn 'advies' was tekenend. Het moest zus, het moest zo. Zijn moeder, de vrouw die haar zwager wilde tegenhouden, probeerde tevergeefs aan haar zoon uit te leggen wat 'gescheiden' of 'ongelovig' in Iran werkelijk inhoudt. Hij had geen idee. Al was hij er zelf geboren.

Wij praten over hoofddoeken en zwembaden, lezen over een vader die wordt opgepakt nadat een zoon geestelijken op de hak nam op Facebook. Niet over de toegenomen welvaart in Iran (iedereen heeft ergens wel een eigen huis) met daarnaast de door de overheid ontkende drugs- en prostitutieproblemen. Wel over sancties, niet over het in Iran wijdverbreide racisme ('Gatver, jij bent toch niet bevriend met een Afghaan?') of dat ongehuwd samenwonen of gescheiden zijn, gelijk staat aan een hoer over wie mannen (ook politie) vrijelijk kunnen beschikken. Dat wie niet (in iets) gelooft, geen mens is. De werkelijkheid is weerbarstig. 

از نمایه فیس بوک من ديدن کنید, stond er vandaag in mijn mailbox. De afzender spreekt en schrijft ook Nederlands. Ze heeft daar jaren haar stinkende best voor gedaan in de AZC's waar ze woonde. Nu is ze terug. En wil weer weg. Zoals zovelen. Maar ik heb geen man voor haar. Ook zit ik niet op faceboek en kan dus niet haar vriend worden. Want dat is wat ze vraagt.

Misschien moet ik toch een account aanmaken. Om plaatjes te tonen van een ander Nederland. Of om haar een film te tonen met een completer beeld van Europa. Zoals ik op mijn beurt zag in 'No one knows about Persian Cats' (Een tearjerker is dus tevens feelgoodmovie). Maar nog meer nuance over het Iran van nu zag ik in 'A separation'.
Welke link kan ongestoord langs de staatscensuur?
Welke film, lieve lezer, zou ik haar moeten laten zien?

Zodat ze haar ogen niet gelooft. En dan misschien naar buiten kijkt. Naar het groene gras.

Ik wou dat ik de I-phone van Elnaz had. 

woensdag 11 januari 2012

Stroopspoor

Er wordt aardig wat afgezocht op zoeksites.
Maar met welke zoektermen belanden mensen nu híer?
Want dat kan ik dus gewoon zíen, hè.
Gelinkte sites, Ip-adressen,.... you name it.
Wat nou privacy!

Ja, beste lezer, angstig achterom over de schouder kijken heeft weinig zin. Het gevaar zit in uw eigen vingers. U creëert het zelf. Door de unieke volgorde waarmee u het toetsenbord beroert, trekt u een spoor van dikke stroop achter u aan. Stroop waarmee u als kind zo mooi uw naam op de pannenkoek (toentertijd nog pannekoek geheten) schreef en die dan toch uitliep, over uw handen, op broek, stoel, vloer. Waarna twee über-kleverige handjes hulpeloos in de lucht werden gestoken. En ik weet waar ik het over heb. Ik bakte dit jaar, dat slechts een week aan de gang is, al twee maal pannenkoeken voor mijn koters...dus!
Maar weet je, tegen dat stroopspoor op het wereldwijde net, daar helpt echt geen lieve moeder meer aan. Dat blijft kleven als superlijm.

Doch laten wij het hier luchtig houden.
Want wat zóu dat nu helemaal?
Het ganse internet één grote hoop stroperige mierzoete draadjes....
Ik heb beeld.

Neemt niet weg dat het van deze kant bezien best grappig is.
Te kijken wat voor zoektermen de hier belande (be)zoeker heeft ingetypt.

De huidige top tien:

  • beestjes in de badkamer luizen
  • heilige irene
  • hundertwasser
  • justitianus
  • kangoeroe amstelpark
  • man auto in de prak
  • spongebobs
  • titten
  • totenstreifen
  • wat betekent gutte rutch

Maar de mooiste vond ik toch wel deze:

  • dromen over een kind met koude voetjes
Kan me niet heugen daar ooit over te hebben geschreven.
Zou ik natuurlijk kunnen overwegen.

Dag beste bezoeker,
nog bedankt voor de tip.
Zo is de cirkel weer rond
Eet smakelijk
Surfse en
Droom zacht.



































































































































































zondag 6 november 2011

Onderstoffen, chocola en lezen

Alsof ik niks beters te doen heb. Blogsurfen. Weinig leesbaars tegengekomen. Wel iets schokkends. Een moeder die schrijft dat, terwijl ze aan het dusten is under the piano of zoiets, haar zoontje met stoepkrijt smijt. Tot zover niks nieuws. 't Is dat ik geen piano meer heb. En dan zou ik er zeker geen dust onder vandaan gaan vegen.

Maar het schokkende was dit: "My son is 2,5 years old and still can't read." Ja, het stond er ècht. Was serieus bedoeld. Ik wil dat dus helemaal niet wéten. Dat dat bestáát. De naam van het arme jochie heb ik onthouden, maar blog en quote kan ik gelukkig niet meer vinden. Kom ik ook niet in de verleiding om bemoeizuchtig commentaar te posten. "Zeg, mevrouw de Duster, dat is normáál hoor, laat uw zoontje Amadeus (of iets vergelijkbaars) alsjeblieft eens met poep spelen." Maar, een ieder krijgt bij mij altijd het voordeel van de twijfel en terwijl ik wegklikte las ik nog net hoe moeders van het fijngestampte krijt een soort waterverf had gemaakt. Waar Amadeus dan weer lekker mee mocht knoeien. Toch fijn voor 'm.

Maar allemachies wat ben ik blij met mijn eigen drie Mozartjes. Vrijdag kwam grote zoon Frans eten. Hij was moe. Was al twee dagen achter elkaar om half negen op school verschenen. En 's avonds gewerkt. Hij viel in slaap op het bed van Leo. Die blij was dat zijn grote broer dit keer zo lang bleef. Ook al was ie dan vooral slapende. Terwijl ik koffie zette, gaf Leo chocola aan zijn broer. Belgische bonbons of zeebanket, of hoe dat ook maar heet. Vind ie zo lekker. ("Nee, mama, nú nog niet van snoepen, die moeten we pas opeten als Frans vanavond komt.")

En toen, werd ik gebeld. Of we in het restaurant van Frans konden eten. De dag erna. Om de verjaardag van een grote neef te vieren. Het leek me leuk en ik zou het vragen. Per slot was hij hier nu toch. Half in coma. Maar wat was dat? Het kussen van Leo en het overhemd van Frans maar vooral diens hele hand leek wel onder de poep te zitten! Frans heft zijn bruine handen ten hemel en zegt: "Huh, ik had helemaal niet dóór dat ik een bonbon had gekregen." Leo en ik lachten ons slap.

En zondag was helemaal een topdag. Buiten basketballen. Havermoutpap en kado's voor Sinterkerst in elkaar knutselen (ik begin dit jaar 's op tijd). En, toen het tijd was om eten te maken kregen de kleintjes bijna ruzie om wie mocht helpen koken ("Ik had het éérder gevraagd!") De spruitjes gingen er in als koek en toen ik, meer uit gewoonte, vroeg wie er wilde afwassen, zei Kees (7): "Als jij het wilt". Waarop mijn weke moederhart hem natuurlijk verder liet spelen met zijn lego. En ik ging afwassen met een rustig jazzmuziekje.

Ik las Keesje voor over de Kluizenaar. Uit Pluk. Die de muizen in de torteltuin moet redden van de bulldozers. Hij vond het eng. Maar ik las wel goed voor.
En later las ik Leo voor uit het onovertroffen Milo.

Mijn jongens kunnen lezen en lezen graag. Maar voorlezen is een feest. Ik hoop het nog jaren te mogen doen. Bij mij blijft het stof lekker overal onder liggen. Ieder z'n ding.

vrijdag 4 november 2011

Noothulp uit Griekenland

Hebben mensen die tijdens hun werk een computer aan hebben, ook tijd voor privélezen? Gister concludeerde ik dit uit een telefoongesprek.

'Dat zult u vast al gelezen hebben', zei de mevrouw die me belde om aanvullende informatie te geven op de mail die ze me die dag toezond. En, toen ik dit ontkende, ik had nog niets gelezen, want ik had gewerkt, bleek dat het werk-argument niet steekhoudend was. Ze spoorde me aan in mijn spam te kijken. Juist ja, daar stond ik dan, bij het benzinestation in hartje stad. Nu heeft mijn klusbus wel iets weg van een vuilnisbak, maar haar mail zag ik toch nergens liggen tussen mijn zooi.

Hoe het ook zij. Ik moet het qua nieuws en nieuwtjes hebben van de radio. En dan alleen van en naar het werk in de auto, want mijn bouwradio heeft zich opgewerkt tot keukenradio. Ook leuk. Kan ik tijdens de afwas met mijn voet van zender wisselen. Maar op mijn werk hoor ik alleen vogels. Of een sonate van Bach. Al naar gelang het werk binnen of buiten plaatsheeft en afhankelijk van de muzieksmaak van de klant. En of die thuis is.

Wat meldt de radio? Mevrouw Merkel heeft een onderonsje met meneer Papandreou. En toen mevrouw Bruni het leven schonk aan een dochter, kon papa Sarkozy er niet bij zijn, die moest ook van alles met Merkel. Allemaal om dat arme Griekenland te redden. Of Europa.

Ach, Griekenland. Alle mensen bij wie wat te halen viel, zijn dat land al lang ontvlucht. Zo ook mijn ex-schoonouders. We kregen wel eens wat geld onder tafel. Ze hebben me nooit echt gemogen, maar een Griek laat overal liever zijn geld dan dat ie een cent aan de belastingdienst geeft. Toch jammer. Niet van dat geld. Maar van de 'voedselpakketten'. Voor "Hongerend Holland". Uit Griekenland.

Elk jaar, rond deze tijd, kwam er een vrachtauto de straat in rijden. Nadat de chauffeur had aangebeld en ik een krabbel had gezet op een papier met half Griekse, half Engelse tekst, werd er een pallet (ja echt, een pallet, zo'n houten ding van één bij één meter waar tegenwoordig van die hippe meubelen van worden gemaakt, maar dat bij mij brandhout werd), uitgeladen met
pasta
linzen
laurier
feta (één keer ontplofte het blik bijna, er was iets misgegaan tijdens het transport)
olijfolie
vijgen-/perziken/aarbeien-/vulmaarin-jam
walnoten
amandelen
couscous
zout
griesmeel
honing..........

Je kunt het zo gek niet bedenken of er was een jaar dat het er bij zat. Saffraan, bergthee, kerrie....
soms zelfs een waterkoker, strijkplank (kun je dat eten?), pannen, speelgoed (met veel batterijen), een complete stofzuiger, kinderkleding en tapijten. Ik heb genoeg olijfoliezeep om me een eeuw mee te kunnen wassen.

Nadat de vrachtauto de straat uit was gemanoeuvreerd, begon 'overslagbedrijf' Lehti op volle toeren te draaien. Eerst was het kleine Leo die met de punt van zijn tong uit zijn mond, het plastic waarmee alle dozen waren omwikkeld, met de schaar te lijf ging. Later deed Kees dit. Ik heb nog een filmpje waarop één van de twee met de pakbon en een pen in de hand langs de muur van dozen loopt en, in zichzelf mompelend, allemaal golfjes tekent op het papier: "Daar zit jam in, daar bonen....., 1, 2, 3, 7, 9, 6....". En dan, heel serieus, alles afvinken. Héérlijk.

Ondertussen ging ik dan schuiven met vazen, pannen en ongebruikte spullen van het jaar ervoor. Om ruimte te maken. Ik timmerde er hier en daar een plankje bij. Te meer omdat mijn schoonzus had verkondigd dat ze de helft van haar 'hulp' linea recta de prullenbak in kiepte. Wat ik dan weer zonde vond, dus had ik nòg meer bergruimte nodig. Háár halve lading belandde hier.

Maar ik repte over een overslag- en niet over een opslagbedrijf. En inderdaad, de timing was steeds perfect. In november, vlak voor Sinterklaas. Ik had vrienden die smulden van jam, anderen hielden meer van oregano, krenten of olijven en voor wortels en bloemkool op zuur had ik ook een adresje. Van de handgemaakte tagliatelle en bucatini voor de pasticio maakte ik op mijn beurt weer pakketjes voor de familie met wie ik Sinterklaas vierde. Leuk gedichtje erbij. Klaar. Mijn zus wist soms niet goed wat ze er mee moest. Ze deed me verslag hoe de bereiding verliep van de producten die ofwel een Griekse verpakking hadden, ofwel helemaal geen letters bevatten. Die ze haar dochters dan liet keuren. "Mam, wat gaan we eten?" "Geen idee!" In de loop der jaren heb ik heel wat kussenslopen verzameld, want de afdeling noten en peulvruchten werd daarin vervoerd. De weckpotten van mijn oma kwamen goed van pas.

Natuurlijk werden er ook recepten bijgeleverd (maar wat moet de plaatselijke kringloop met kookboeken in het Grieks?). Soms zat er iets bij dat ik ècht niet kende. Zoals trachana. Een soort bouillon in korrels. Paar keer geprobeerd te maken. Smerig. Ik kon het slijten aan een Griekse mevrouw in de straat. Zij maakte er maaltijden van voor de Griekse kerk hier ter stede.

Het zal de tijd van het jaar wel zijn die me hieraan doet denken. Maar het geeft misschien ook een verklaring voor zowel de financieel mindere tijden (ik doe eindelijk zelf mijn boodschapjes. Na de scheiding maakte ik een statement door, voor het eerst sinds jaren, mijn eigen olijfolie te kopen) en, wellicht is het de reden voor de crisis waarin Griekenland zich nu bevindt. Er wordt immers geen eten meer gekocht voor de export naar hongerend Holland! De lezer weet waar dit geld heen ging. Misschien moet ik maar wat doneren op giro 555, om hongerend Hellas te helpen. Dat middel heeft Merkel nog niet geopperd.

Maar waarom begon ik hierover? Oja, of ik mijn mail lees. En het verband met de opgedroogde voedselhulp uit Griekenland. Huh? Nou ja, zoiets dan.
Het volgende blogje wordt vast minder warrig.

Buiten zingen krekels. Vast ooit meegelift met een Griekse vrachtauto.
Toch vreemd, op vier november.