zaterdag 29 september 2012

Unbeschreiblich weiblich*

Vrijdag is een prima dag om de vrouw uit te hangen. Door bijvoorbeeld te gaan koffiedrinken met soortgenoten. Maar dit eerste plan maakte bij mij plaats voor de aandrang om iets leuks te kopen. Voor mezelf. Welke gelegenheid ik gelijk te baat nam, want zoiets is een zeldzaamheid. Ik heb geen last van een tassenfetisj of schoenverslaving en eigenlijk heb ik ook een broertje dood aan passen. Altijd al gehad.

Als puber was ik wel eens jaloers op meiden die elk half jaar met hun moeder de stad in gingen om voor een paar honderd gulden hun garderobe te vernieuwen. Anderzijds leek het me een crime. Want nieuwe kleren betekende passen. En de enkele keer dat ik met mijn moeder gezellig ging winkelen in Delft of Den Haag, verliep ongeveer zo:

Moederlief zag vanuit haar ooghoek dat ik langer dan twee seconden bleef hangen bij een kledingrek (het liefst één dat pontificaal buiten op de stoep stond, zodat het overgaan van een drempel nadrukkelijk werd vermeden). Met een beetje mazzel reikte mijn hand dan, ja betástte ik met mijn vingertoppen zelfs, een kledingstuk. Als ze me dan voorzichtig attendeerde op de aanwezigheid van een paskamer, creëerde het uitspreken van dit woord een plotselinge afstand tussen mij en het mogelijk nieuwe t-shirt, sweater of broek: "Nee hoor, mam, ik vìnd dat niet mooi, hoe kom je dáár nou bij?" En als ik dan, bij hoge uitzondering, toch in mijn ondergoed in zo'n hokje stond (het is mij een raadsel hoe ze mij zo ver kreeg), constateerde ze vol ongeloof dat ik voor de gelegenheid mijn meest aftandse hemd droeg en waarschijnlijk ook niet de moeite had genomen me van te voren even op te frissen.

Fijn. Zo'n dochter.

Met vriendinnen 'stadten', is ook nooit wat geworden. Want ik ging met zestien jaar al het huis uit en liep even later, -vraag me niet waarom-, in nog aftandser kleren achter een kudde schapen (en een foute vent) aan. In een land waar men de onnavolgbare gewoonte heeft om zich minstens drie maal daags om te kleden. Quel horreur!

De kledingoorlog begon al als peuter. Een befaamde familieanekdote is die van mijn oma die op haar kleindochters zou passen om mijn moeder, die ziek was, te komen helpen. Oma was dol op ons en kwam graag. Ze naaide, wandelde, bakte brood en havermoutkoekjes maar ze stelde wel één voorwaarde, alvorens van Friesland naar Holland af te reizen: als ze míj maar niet hoefde aan te kleden. Mijn moeder is toen zelf maar uit bed gekomen om de strijd met monster Lehti te leveren.

Er waren meer 'meisjesdingen' die niet aan mij besteed waren. Zo weigerde de kapper me te knippen toen ik als kleuter wild om me heen sloeg. Hij wendde zich tot mijn moeder en zei: "Neemt u dat varken maar weer mee." Als ik nú kind was geweest, zat ik al lang onder de ritalin.

En ook nu ik -een soort van- volwassen ben, blijft het behelpen. Op mijn vorige klerenjacht, nam ik mijn minnaar mee. Hij is dòl op mooie kleertjes, geurtjes, schoenen. Híj wel. Toen ik me met drie te dure broeken terugtrok in een peeskamertje (haakjes! haakjes!, waarom zijn er toch overal zo weinig háákjes?) nam hij plaats op een krukje (Nee, beste lezer, het beeld van zo'n ongelukkige vent die om zijn vrouw heendraalt klopt hier niet. Deze man genóót) en hield hij een verplichte babbel met de winkeljongen: "Ze houdt niet van passen, meneer, haha", "Nou, precies, wat u zegt, dat hoor je niet vaak, ha ha." (Ja, halló, neem ik iemand mee om te voorkomen dat ik zelf in mijn slipje door de winkel moet voor een ander model, gaat ie me een beetje belachelijk maken! Oud wijf!) Na één broek had ik het wel gehad. Wat er verder in de schappen lag, gunde ik geen blik meer waardig. Boos beende ik de winkel uit. Mijn goed geklede begeleider kwam proestend van het lachen achter me aan.

Maar deze vrijdag zou ik de vrouw zijn! Vol goede moed fietste ik naar de kledingzaak. Die nog dicht was. De naastgelegen kinderkledingwinkel was gelukkig wèl open (uitstellen van pasgedrag?). En jawel, toeval bestáát, want daar stond de winkeljuffrouw van de zaak waar ik heen zou (we wonen hier eigenlijk in een dorp). Even later struinde ik alsnog onwennig tussen de tweedehands kleren.

'Wat is je maat?', vroeg ze (zou ze me al een tijdje hebben gadegeslagen?: 'Wat zou dat mens toch zoeken tussen de rekken met XXL?!'). Ik mompelde iets terug over 'mijn onderarm die in de taille moest passen'. Want ik wéét dat dus niet, hè, welke maat ik heb. De broek om je nek doen werkt ook prima, vooral om de paskamer te omzeilen.

Uiteindelijk heb ik me dan toch in een broek gehesen. Toen ik voorzichtig het gordijntje weer openschoof, klonk er eerst een veelbetekenend: "En?". Maar na bestudering van mijn bilpartij, zei ze dat ie me te wijd was. "Waar heb je die gepakt?... O, ja, dáár hangen de gróte maten." Om niet te snel toe te geven wierp ik eerst nog een blik in de spiegel. De broek was vies. "Nee," zei ze, "dat hóórt zo, dat doen ze expres (Ja duh, dat wist ik óók wel!), volgens haar had ik last van beroepsdeformatie. ("Dokter, ik zie schildersschimmen").

Ik weiger te betalen voor bevlekte kleren, dus dat ie te groot was kwam goed uit. Maar na het aan- en uittrekken van nog vijf broeken, kreeg ik zweterige associaties met mijn pubertijd. Voor de vorm bladerde ik nog even tussen de drollenvangers en pochte dat ik ècht wel wist dat die nu in de mode zijn. Weer mis! Zo'n zwemvlies tussen je benen is alweer passé. Zei ze. Vrouw zijn valt niet mee.

Tussen het bedienen van mij en de enkele andere klant, lepelde ze haar sla naar binnen. Zíj had vanmorgen wel eerst koffie gedronken met andere vrouwen. Drie cappuccino zelfs. Nu stond ze te stuiteren en had honger. Maar ze wist mijn minderwaardigheidscomplex wel te relativeren: "Ik heb er ook wel eens moeite mee hoor, met vrouw zijn." Verheugd vroeg ik wat haar zoal dwars zat: "Nou, ik schrijf in mijn agenda dat ik mijn benen moet ontharen, anders vergeet ik dat."

Dank je wel juffrouw Novy, broek en blouse passen perfect. Ik voel me weer helemaal vrouw!

(toen ik die avond ging douchen, zag ik dat ik alwéér was vergeten nieuwe scheermesjes te kopen.
Net als vorige week, en de maand daarvóór. Misschien moest ik ze eens op mijn lijstje zetten.)



De foto's zijn vijf jaar geleden gemaakt, bij een heuse sarto (kleermaker) Toscano. Daar schopten ze het tot bruidsjonkers. Gelukkig heb ik geen dochters.

*Voor de liefhebbers nog een link naar de bijbehorende en onverbeterlijke Nina Hagen. 
Naturträne, is ook mooi.

dinsdag 25 september 2012

l'Estate torna ancora



















 






























Vorig jaar zomerden we onder meer in Berlijn, tussen de maffiosi op Sicilië en op het Noordzeestrand. De plaatjes die hier staan schoot ik dichter bij huis: in Groningen en Friesland. Maar ook deze 'estate' is alweer ten einde en ging weer veel te snel. De kachel brandt, mijn handen voelen koud. Maar hij komt terug hoor, de zomer. Tenminste, als ik Bennato moet geloven. 

Ben je er klaar voor? Zijn de stoelen aan de kant? Open dan het laatste linkje en ga lekker los. 
Dansen we rock & rollend naar de volgende zomer. Krijg je het warm van.

dinsdag 18 september 2012

Zestien centimeter

Nog steeds weet ik er de weg niet. Maar ik zocht kattenbrokjes. Voor kleine katjes. Goedkoper dan die van de dierenwinkel. Waar ik sowieso niet meer naar binnen durf, omdat de winkelman me daar vorige keer vijftig euri afhandig maakte door mijn schattige poezebeestjes allerlei engs aan te praten.

"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst.  Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.

Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.

Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.

"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek.  "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.

Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)

Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.

woensdag 12 september 2012

Stemgenot



Het was verkiezingsdag! Joechei! Ik ben er de persoon niet naar om mijn stembiljet te reduceren tot een kunstwerkje. Integendeel. Dus ter voorbereiding op het uitbrengen van mijn stem, nam ik na thuiskomst plaats achter de buis. Alwaar ik, met een bordje linzendrab en tzaziki op schoot, genoot van de hilarische bijdrage van Arjen Lubach en Giel Beelen aan het verkiezingsgekte. Een tweet van Joris Luyendijk had de aanzet gegeven voor het zoeken van een passende band voor elke partij.

Queen matchte met de SP, Fleedwood Mac was de PvdA, Lady Gaga leek op het CDA en U2 paste goed bij de VVD (Giel: "Ze hebben ontzettend mooie woorden voor de wereld, maar uiteindelijk steken ze het geld gewoon in hun eigen zak), The Kelly family bij de SGP en Coldplay werd gekoppeld aan D66 (en toen wist ik zeker dat Novy er goed aan had gedaan thuis te blijven)

Eten op, mannen op tv uitgeluld en hopla, op de fiets naar de stembus. In zo'n multifunctioneel gebouw. Waar ik een paar uur eerder in de file voor had gestaan. Omdat er straten waren afgesloten, en er tevens drie auto's op elkaar waren gebotst. Al het spitsverkeer propte zich door een tweebaansweg langs het winkelcentrum. Het stoplicht sprong meerdere keren van rood naar groen en weer terug, maar de auto's reden niet. Er stroomde alleen nog meer verkeer in de fuik, zodat ook kruisingen volraakten en niemand nog een kant uit kon. Ik had eenvoudig even uit kunnen stappen om mijn stem uit te brengen. Maar ik deed het fijn op het laatste moment. Je moet van zo'n democratisch recht toch wel iets máken, nietwaar? Het is voorbij voor je er erg in hebt.

Dus parkeerde ik die avond keurig mijn fiets in de daarvoor bestemde rekken en ik liep, samen met die andere last-minutes, die daar waren met hetzelfde doel (dat schept een band, er werd gegroet), de deur door, een gang in, linksaf, nog een keer links, rechtsaf, wéér linksaf. En daar zaten ze dan. Zes mensen achter drie tafels. In die grote gymzaal met prachtige parketvloer. Waar een klein hoekje bij de deur was afgeplakt met rood zeil. Er werd gebladerd in de papieren, mijn paspoort werd gekeurd. En ja hoor, je raadt het al, ik stond op de gastenlijst! Ik mocht door!

Met het enorme witte tafellaken met al die honderden kandidaten, betrad ik het houten hokje. Een soort van kleine afwerkplek. Ik las nog even de instructie over wat te doen als ik blanco wilde stemmen, zocht de kandidaat van mijn keuze, -een zekere Huri-, kleurde het vakje rood, keurig binnen de lijntjes en deponeerde het tafellaken toen in de, jawel, vuilcontainer.
Want dat is dus waarin de stemmen werden gedeponeerd. In zo'n grote grijze rolcontainer.

Da's toch mooi? Dat we in het tijdperk waarin we alle bankzaken en sociale contacten op het net regelen. Waarin we krant en boeken op een beeldscherm lezen. Waarin veel mensen hun vrije tijd doorbrengen met het kweken van virtuele tomaten of het fokken van pixelkippen. Waarin ook politici twitteren alsof hun leven er van afhangt en we appjes kunnen krijgen voor om het even welke toepassing dan ook. Dat we in dàt digitale tijdperk:

een papieren stembiljet ontvangen
van een levende postbode
waarmee we dan eigenhandig naar een bestaand gebouw fietsen
daar met een heus potlood onze stem uitbrengen
en die dan in een grijze afvalbak gooien.
en dat aan het eind van de dag, al die miljoenen papieren, met de hand worden geteld (toch?).

Daar geniet ik gewoon van.

dinsdag 11 september 2012

Blind date

Een door anderen georganiseerde afspraak, ontmoeting of, maar dat wordt vaak eufemistisch als 'het was errug gezellig' benoemd, vrijpartij, met een onbekende. Nooit gedaan. Of het moet die keer zijn geweest dat ik, in het pré internettijdperk, reageerde op een contactadvertentie en zomaar ergens op een aanrecht in Rotterdam belandde. Ja, niet gelijk natuurlijk. We gingen eerst schaatsen. Niet uit eten. Want dat zou, zo beweert wikipedia, geen goede versiertechniek zijn. Veertig kilometer. In de Weerribben. Mensen, wat kon hij dat goed, schaatsen. Ik ging ook lekker hard, in zijn kielzog, maar vloog toen zomaar het riet in. Bocht naar links gemist.

Morgen is het weer zover. Fijn met z'n allen. Met zo'n rood potlood in een houten hokje bepalen we weliswaar niet met wie we in het riet of op het aanrecht belanden, maar wel of we voortaan op zondag naar de AH mogen (op jacht naar de ware?) en of onze puberkinders hun tussenuren in de coffeeshop slijten. Althans, dat wil die fraaie stemwijzer mij laten doen geloven. Die ik net deed.
Wel lastig hoor. Van die dubbele dubbele ontkenningen....
De aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden beperkt.

Eh, aftrek... dat is dus een min (-),
rente, dat gaat er weer bij, dus een plusje (+),  
niet (-)
verder (+)
beperkt....(-)

Ook campagnevoerders lijken soms moeite te hebben met stellingen. Zo las ik in het Dagbad van het Noorden (bóven de rubriek relatiebemiddeling ;-)

'Oorzaken oplossen in plaats van symtomen? 
(ja, zonder p) 
Dit doen alle huidige partijen. Wij niet!

En 'wij' dat is dus de Symtoom Oplossers Partij Nederland. Of zou dat voor iets anders staan?

Als de zetels straks zijn verdeeld, of versnipperd, zo je wilt, zal het vormen van een regering wel net zo lastig zijn als het interpreteren van de uitkomst van mijn stemwijzer. Tussen de eerste en de laatste partij zit slechts vier punten verschil (van de in totaal dertig stellingen). De partij op wie ik voornemens was te gaan stemmen (zo zweverig ben ik nu ook weer niet) komt als elfde uit de bus! Als ik de splinterpartijen uitschakel, staat ie op nummer zeven. Wat moet ik nou? Als linkse ondernemer is het lastig keuzes maken.

Ik vrees dat mijn keuze morgen een blinde is.
En 's avonds ga ik dan toch eindelijk naar die veelgeprezen Franse film 'Intouchables'.
Met mijn date. Geen blinde. Het zou wat zijn zeg. 



donderdag 6 september 2012

12345


Het had me zo leuk geleken om dat te zien.
Net als in de auto, wanneer de teller langzaam naar een rond getal kruipt.
Wat zei ik daar?
'kruipen'?
Geen kilometer- of gasmeter die dat nog doet, mens! Niks geen knus draaiende wieltjes meer met cijfers, maar stille steriele displays. Net als op dit blog, met de bezoekersstatistieken. Want dat was het waar ik het had willen zien. Dat getallentrappetje.


Vanmorgen zag ik dat het vandaag ging gebeuren. Maar op het moment suprême was ik er niet.
Hoewel dat natuurlijk ook best archaïsch klinkt. 'Er zijn'. Alsof dit blog een dagboekje onder mijn kussen is. Waar ik naar toe zou moeten om het te kunnen zien, voelen of ruiken.

Maar toch zag ik het niet. Want nu staat er: 12367. En dat ziet er toch veel minder strak uit.  'Eéntweedriezeszeven'. Dat bekt als Berend Botje op de Paralympics.

Daar waren we trouwens vorige week even. Nee, niet in Londen, maar in Zuidlaren. En we zouden misschien ook wel naar Londen kunnen. Want ik schuifelde met Leo door het zand om megaletters te maken en intussen probeerden we te ontsnappen aan de vele agressieve wespen. Best vermoeiend. Zou zo een Olympische sport kunnen worden. Beach biathlon.

Je leest het goed, ik ben niet zo van de sport. Maar als je net die dag kwam aanvliegen op Eelde, kon je vanuit de lucht, op het strand van het Zuidlaarder Meer 'HOI, HOE GAAT HET?, lezen. Ik werd trouwens toch gestoken. Ook dat schijnen sportende gehandicapten te doen. Prikken ze even in hun ballen voordat ze moeten presteren. Om de bloeddruk te verhogen. Het heeft ook een naam. Maar die vergat ik. Wel onthield ik dat het niet mag en dat controle lastig is.

Gewoonlijk mag ik van Leo nog geen mier doodtrappen, maar nu schudde hij met duivels genoegen het lege pak sap heen en weer waarin ik drie wespen had gevangen. Om ze vervolgens in de hitte te laten stikken. En nu we het toch over beesten hebben: Gisteravond struinde ik de hele buurt af om Anna terug te vinden. Zoals één van de katjes heet die ik, zoals ik me voor de vakantie had voorgenomen, in huis heb gehaald. Ik sloop door stegen, tuinen en loerde onder geparkeerde auto's. Ik riep en vroeg aan Tjechische en Engelse passanten of ze Anna hadden gezien. Nou ja, dit is ook al niet spannend meer. Op naar de ontknoping dan maar:

Het buurmeisje trok de la onder Kees bed open en greep vol in de stront: 'Raak'! Anna zat er achter.


Ik snap nu ook waarom hetzelfde buurmeisje even tevoren mijn vieze kleren uit de machine trok en mij op het hart drukte om altijd de was na te kijken voordat ik het deurtje dichtdeed. Beter een wesp in een pak dan een kat in de was. Hoewel sommige mensen zelfs hun kind in de kliko doen. (=leuke link, niks lugubers)






zondag 5 augustus 2012

Waarom ga je?

(Een lezer schreef me dat de tekst hieronder door elkaar loopt. Na enige aanpassingen hoop ik dat het nu beter is. Zo niet, dan hoor ik dat natuurlijk graag. Dankjewel bentenge)

Op mijn in Frankrijk gebruinde armen vielen vandaag dikke regendruppels. Ik kreeg kippenvel. Even daarvoor scheen de zon. Ook op het vrouwelijk naakt dat ik zag staan op de kunstmarkt naast de Aa-kerk. De kunstenares had een steen met daarop de prijs van het werk vóór haar vagina geplaatst. Althans, dat neem ik aan, dat dat er achter zat, want ik liet de steen liggen. Ondanks het bordje, te midden van al de beelden, met: 'Aanraken mag'. Slechts één keer was de steen verlegd, zei de beeldhouwster lachend, door een homostel. Ze legde me ook het procédé uit van een ander beeld, dat van graniet leek. Na de mal van klei, het gips, het gieten, had het haar nog drie weken schuren gekost voordat het af was. Ik mocht haar aaien. Dus dat deed ik. Haar stenen billen waren zacht. 'Zat er veel frustratie of toch ook liefde in?', vroeg ik al aaiend. 'Liefde', was het voorspelbare antwoord.

Van de koopzondag maakte ik een kijkzondag. Want na de kunst, keek ik, vanaf een verder uitgestorven vijfde verdieping van de V&D, waarvan ik het bestaan niet wist, uit over een natte stad.
Het weekend begon met het wegtuffen van negenhonderd kilometer door de nacht. Na wat dutjes de dag erna, volgde het uitzwaaien van de vier kinderen die me de afgelopen twee weken gezelschap hielden. Om af te kicken keek ik de rest van de dag kinder-tv: Shrek 2 en I-Carly. En dankzij het jeugdjournaal weet ik weer hoe verschillend de levens van kinderen in Nederland zijn. Er zijn er die jarenlang wachten in AZC's, boerenkinderen die in de pas moeten leren lopen op een kalverenkeuring en sommigen gaan 's zomers met hun ouders naar het truckerfeest om er caravans achter een vrachtauto over de kop te zien vliegen. Hoe divers.

En toen dacht ik, misschien wordt tegenwoordig niet elke slagerszoon meer slager, maar je bagage hangt toch nog steeds vooral af van je thuis,  of van het gebrek hieraan. Over slagers gesproken, of, op z'n Vlaams, beenhouwers, 'Een slagerszoon met een brilletje' is een mooi  boek van Tom Lanoye. Voor wie het nog niet las. Doen! Of 'Kartonnen dozen'. Vermakelijk. Onderwerp? Hoe kan het ook anders: De liefde.

Na Schrek zag ik Australia. Ik vond Nicole Kidman niet erg mooi toen ze de man zoende onder een boom waarin een kind zat. Dat ze het hare wil maken. Later herontdekte ik zelf hoe anders een minnespel kan zijn met het besef dat er elders in huis een kind slaapt. Ook al is het niet je eigen. Wat best vreemd is. Als moeder zijnde. Volgende week een half leven lang. Want dan word ik tweeënveertig. En mijn oudste zoon wordt een week later de helft daarvan.

De volgende morgen maakte ik een fietstocht met hem wiens moeder veertien was toen ze hem kreeg, en met het kind dat bang was voor regen en zijn verwekker niet kent. Net als in 'Blight flight'. Filmster Waldemar Torensma (de macho man die ook in Australia niet zou misstaan) zei: 'Ik vond het leuk om te spelen dat ik een zoon had..... zonder dat ik het wist'. (bij min. 2.00). De ondertitel van de film luidt 'Sommige geheimen zijn voor het leven'.

Na de kunst, het fietsen en de natte stad bereidde ik een éénpersoonsmaal en deed ik een uitvoerige blogsurfsessie. Zodat ik nu een wijzer mens ben. En weer weet dat de zonen van Abraham, Isaac en Ismael, tevens de voorvaderen zijn van twee wereldgodsdiensten. Zodat de naam Isaac blijft horen bij de Joodse gemeenschap en veel Moslimjongetjes Ismael worden genoemd. En zo is het kringetje weer rond. Ook naar het boek dat ik deze vakantie las, 'De geschiedenis van de liefde'. Dat ik meegriste van het met leer beklede bureau van mijn moeder. Een 'dwarsligger', met van die lekkere aaibare pagina's. Net als in een spoorboekje. Fictie en werkelijkheid lopen mooi door elkaar. Niet verfilmen, zo'n boek. Eén van de hoofdpersonen draagt dezelfde naam als de uit Polen afkomstige schrijver waar mijn vader fan van is: Isaac (Bashevis) Singer. Toeval?* Dáár gaat het boek ook over. Over toeval. Over zoeken. Over geschiedenissen. Van mensen. Met geheimen.

Aan mijn vakantie hield ik behalve een bruin velletje ook krakelé nagellak op mijn teennagels over. Ik vertoefde met Olijf in Park Spoor Noord, bedwong de burcht van Carcassonne en keek 's nachts door het tentdoek hoe de volle maan drie boven elkaar bungelende hangmatjes bescheen. Ik genoot van de voetmassage die ik van zoon Leo kreeg en rolde ronde hooibalen met wederom (pleeg-, stief- en eigen) kinderen -en een hond- erop van een heuvel bij Tournus. Ik luisde kinderkoppies en at sappige perziken. De route die ik aflegde met Leo en Kees en die zij nu vervolgen met hun vader, wild ik hier visualiseren. Maar er ging iets mis bij het bewerken. Misschien ook wel zo spannend. Het leven als een gatenkaas. Verbeelding aan de macht. Zes landen gaan ze doorkruisen.

Ik wilde vanavond Zomergasten zien. De Vlaming Jan Leyers had Jolande Withuis te gast. Die veel boeiends zei over gesprekken met overlevenden van Dachau en Natzweiler en de parallellen die ze zag tussen Juliana en Diana. En over publieke rouw. Maar ze zweette als een otter en ondanks veelvuldig deppen en zwaaien met een waaier, moest de live uitzending worden gestaakt. Ik had het met haar te doen. Maar door haar migraineaanval werd de door haar gekozen film 'Cria cuervos', wel éérder uitgezonden. Een film gemaakt in 1976, vlak na de dood van dictator Franco.

In datzelfde jaar zocht ik met mijn zus iets uit de spullen van onze overleden Franse oudtante. Het landhuis in Arras, waar vijf kinderen opgroeiden, ligt nu verstopt achter een drukke weg en een benzinestation. De appelboomgaard schijnt er nog te zijn. Evenals de Esperantovereniging ter plaatse. Vernoemd naar mijn oom die zich in hetzelfde huis verhing. En eerder Europa rondtrok om er de nieuwe wereldtaal te prediken. Zo mailde mijn vader. Over de familie van mijn moeder. Het lijkt 'De geschiedenis van de liefde' wel. Of 'Cria Cuervos'. Vol met lusjes en kinderen. Eigen. En van anderen. Met vreemde ongeschreven wetten om bij leven te zwijgen en bij dood niks meer te kunnen zeggen.

Amai, wat een melancholie! Komt vast door de film. Waarin kinderen dansen op het nummer  ¿Por qué te vas?. Wat op de Engelse wikipedia wordt vertaald als 'Because you're leaving'. Maar in de Franse versie als 'Pourquoi pars-tu'. Ik ben meer van de Franse slag. Dus hier komt ie: 'Waarom ga je?' Dat gepiep aan het begin komt van een cavia. 

'Tengo un monton de cosas de hacer'. Spaans blijft prachtig. Volgende vakantie gaat naar  Madrid. Maar morgen eerst maar 's aan het werk. En nu naar bed. Welterusten.

* Nu schijnt Isaac Singer ook de beroemde naaimachineman te zijn, die een eeuw eerder leefde, maar het feit dat I.B. Singer in 1940 met een zekere Alma trouwt, -uiteraard- met achterlating van een kind, lijkt me niet louter toeval. Ook figureren andere bestaande personages, zoals Philip Roth in het boek (wiens minder bekende boekje 'De borst', over een man die op een dag ontwaakt als vrouwenborst, best bizar is). Ik ga me er nog in verdiepen. Of eens navraag doen bij Novy, Misschien weet zij er meer van.


zaterdag 21 juli 2012

Overstag, poezen en nagellack


Nee, ik ga deze zomer níet met vakantie. We zijn immers net weggeweest. Waarom zou ik duizenden kilometers gaan wegtuffen. Voor wie? Er moet ook wel 's brood op de plank, nietwaar. Je kunt nu eenmaal niet alle dagen feest vieren. Mijn klanten zijn de laatste tijd ook al zo vlot met betalen en de bodem van de spaarpot is in zicht. Dus met welk geld wilde ik eigenlijk gaan? En weet je, dat werk van mij is soms ook net een soort van betaalde vakantie. Tenzij ik rioleringen moet ontstoppen. Ik word bruin, luister lekker naar de radio en terwijl ik wat verf wegstrijk, staan de koeien naast me in de wei naar me te staren. En als ik de andere kant opkijk, zie ik wuivend graan. Tien kilometer van huis. Wat wil een mens nog meer?!

Tot dat daar dat mailtje kwam.
Of was het een telefoontje?
Dat zuslief wederom op een camping werkt in La Douce France en dat zij, en haar dochters, het hééééél leuk zouden vinden om........
Tja, wat doe je dan.
Als rechtgeaarde tante.
Dan ga je overstag.

Toen we gister op bezoek waren bij B. en haar zoon, wilde Kees weten wat dat betekende; 'overstag'.
Best moeilijk uit te leggen. Vond ik. 
Toen ik het wilde verduidelijken door de letterlijke betekenis uit te beelden, ging het helemaal mis. Ik hield mijn onderarm scheef in de lucht en probeerde die 'overstag' te laten gaan. Alsof ik daar iets van weet, van zeilen. Het zag er vast niet overtuigend uit. 'Nu begrijp ik er helemáál niks meer van', zei Kees. Ik wierp nog even een hulpeloze blik naar B, die naast me zat. Maar ook in haar school helaas geen verborgen botenvrouw.

Maar dat 'overstag gaan', ging helemaal niet over een varen, maar over een kat. Die ik had gekregen toen ik negen was. Terwijl mijn vader er eigenlijk geen trek in had. En toen kwam die overstag dus. En daarna die kat. Die eenentwintig jaar is geworden, toen ik al lang en breed uit huis was.
En zo aten we vrolijk verder van de spinazietaart en avocadosla. Pratend over katten en zieke hondjes. En gingen de jongens buiten voetballen. Waarna me weer eens duidelijk werd hoeveel verschillende manieren van opvoeden er bestaan. Want van mij mochten ze op straat spelen, en niet naar het park, B. dacht daar precies andersom over.



Toen ik thuiskwam, las ik dit mailtje (ja, die lees ik alleen thuis)
hoe is het in nederland? hier op de camping is het een beetje saai. we hebben alleen het zwembad, een fiets en de twee hangmatten om mee te spelen (zie fotos in aanhang).
willen jullie dus zo vroeg mogenlijk komen? (en nagellack, make-up en haardingetjes meenemen?)

p.s.: ik ben vergeten te vragen, of je ook nog hangmatten wilt meenemen. maakt niet uit hoe veel ;)

p.p.s.: heb jij eigenlijk m'n verkeersbord uit waterloo nog? die rode met de witte streep in het midden? wil je die mee naar berlijn nemen, als je het kunt vinden ;) ? (ik wil het bord in m'n kamer ophangen :P )


De gang is nu bezaaid met opblaasbeesten, slaapzakken en de enige hangmat die ik kon vinden. Straks ga ik een soort beautycase in elkaar flansen en vertrekken we richting Berlijn, over Frankrijk. Logisch toch. Via België. Alwaar een botenvrouw ons opwacht. Die vanmorgen smste of ze nog tijd had voor een koffie, of dat ze als een speer aan het opruimen moest voor onze komst. Waarna ik haar de stuipen op het lijf joeg door te melden dat we al bijna voor haar deur stonden. En zette me toen aan een kop koffie. En het schrijven van dit logje.

Hopelijk blijft het droog. Maar wat geeft het ook. Ik hoef vandaag toch niet meer te schilderen.
En ook niet overstag.
 

Want toen ik gister met de kwast langs de kozijnen ging met rechts en links van mij koeien en graan, zat er één vóór me, aan de andere kant van het raam,  een piepklein snoezig poezebeest.

Dus, je raadt het al. Ik wil weer een kat, of twee. Of eigenlijk moesten het er maar drie zijn. Voor elke zoon één.

Maar eerst ga ik op vakantie. Om er eens lekker over te slapen. Over poezenbeesten. In een tent.

maandag 16 juli 2012

Ik ben diep ongelukkig


De reanimatiepoging met behulp van onderdompeling in een bak droge rijst, heeft niet mogen baten. Miss Canon IXUS 8515, 10.0 megapixels, kan definitief worden bijgezet op het kerkhof der camerakarkassen. Ze is vier jaar oud geworden. En ik kan er godbetert niet eens een foto van maken! Wat had ik daar trouwens mee willen doen, vraag ik me af. Online mee gaan pronken? Zoals anderen met hun auto, huis, vakantie of I-phone?

Ik las een artikel (waar?) met percentages over wat er op facebook allemaal heel of half wordt gelogen (hoe meet je dat?). Het artikel concludeerde dat de 'lezer/vriend' bij het zien van al dat -gelogen- moois, het lachen zou vergaan. Het eigen kind, huis, vakantie, man, ... precies, het eigen gazon dus, lijkt zo minder groen. De depressie -volksziekte nummer één- loert. Maar daar wordt al genoeg over geschreven.

Omgekeerd kan je zeggen dat het blootgesteld worden aan allerlei ellende, gelukkig maakt. Onder het voorwendsel van het informeren over de toestand van de wereld (wie bepaalt dat? en kan het ons eigenlijk ècht wat schelen?), krijgen we het gevoel dat het met ons eigen land/ stad/ straat/ seksleven wel meevalt. Sterker nog, lezen over al dat leed is verdorie gewoon lekker. Waarom leest men het nieuws anders zo graag bij een kop koffie? Als koekje! Aardbeving, moord, verkrachting,... zoet gelardeerd met spitsvondige columns. Ja, zelfs bebloede gezichten van gevallen tourfietsers, in kleur, het is allemaal entertainment -'Nee goh, nooit geweten dat bloed van wielrenners róód is'-

Ik hoorde onlangs over een man die al twee jaar bezig is om naar Nederland te komen. Illegaal. Het zou hem twintigduizend euro kosten. Zijn al jaren in Nederland wonende schoonzus, wilde het hem uit zijn hoofd praten. 'Niet doen!, 'Je weet niet waar je aan begint!' Maar dat mocht niet. Haar eigen zus (zijn vrouw, die achter zou blijven) smeekte haar om Nederland als paradijs niet te relativeren. Trouwens, zíj woonde er toch zeker zelf?, als het leven er zo moeilijk was, waarom kwam ze dan niet terug? Zijn huwelijk was goed (lees: hij sloeg haar niet), het was dus geen verkapte poging om haar man dumpen. En hun kinderen zouden hun papa, als die het land uit zou gaan, zeker missen. Wat was nu de werkelijke reden dat ze moest liegen tegen haar zwager? 

Thomas Erdbrink schreef in het NRC van 11 juli over ene Elnaz. "Op Instragram, een app op haar I-phone waarmee je foto's kan delen, komen beelden binnen van haar geëmigreerde vrienden in Canada, Maleisië en Dubai. Ze proosten met cocktails in tropische zwembaden, dansen in clubs en lachen met hun vrienden. (...) Elnaz legt haar telefoon weg, trekt haar verplichte hoofddoek recht en propt haar geblondeerde haar onder het textiel. "Ik moet weg hier", concludeert ze. "Dit is geen leven." (...) "Juist de reizen naar het buitenland, naar Dubai, de Turkse stranden en ook Europa hebben de afgelopen tien jaar de ogen van velen geopend." Aldus Erdbrink.

De man die zich naar het rijke Westen wilde laten smokkelen, ging ook met zijn vrouw op vakantie. Over Istanboel, de stad die voor veel Turken geldt als het Sodom en Gomorra, had zijn vrouw verzucht dat het er erger was dan thuis. Ze vond het er vreselijk. Het leven was er duur en "ze schreeuwen wel vijf keer per dag vanaf die minaret!" (zij waren slechts drie keer gewend). Het groene gras was verbleekt.

Hij heeft besloten niet te gaan. Zijn schoonzus belde mij euforisch op. Zij wist als geen ander hoe zwaar vrijheid kan zijn die geen echte vrijheid is, hoe het voelt om jarenlang je kinderen niet te zien. Om zelf verantwoordelijk te zijn voor je keuzes, goede en slechte of afwezige, zonder familie. Vrijheid is een rekbaar begrip.

Tijdens mijn vakantie in Iran deed ik mij voor als Christen en was ik netjes getrouwd. Het druiste in tegen mijn gevoel, maar het was nodig. Toen ik dit vertelde, op dezelfde dag dat ik hoorde dat de man besloot de twintigduizend euro niet aan de mensensmokkelaar te geven, kreeg ik een discussie, met zijn vernederlandste neef. Hij vond mijn liegen 'belachelijk'. 'Ze' (hij ook al) zouden zo nooit wijzer worden! Door niet de waarheid te spreken, had ik hun beperkte (?) wereldbeeld gevoed!

Misschien had hij gelijk. Maar de stelligheid van zijn 'advies' was tekenend. Het moest zus, het moest zo. Zijn moeder, de vrouw die haar zwager wilde tegenhouden, probeerde tevergeefs aan haar zoon uit te leggen wat 'gescheiden' of 'ongelovig' in Iran werkelijk inhoudt. Hij had geen idee. Al was hij er zelf geboren.

Wij praten over hoofddoeken en zwembaden, lezen over een vader die wordt opgepakt nadat een zoon geestelijken op de hak nam op Facebook. Niet over de toegenomen welvaart in Iran (iedereen heeft ergens wel een eigen huis) met daarnaast de door de overheid ontkende drugs- en prostitutieproblemen. Wel over sancties, niet over het in Iran wijdverbreide racisme ('Gatver, jij bent toch niet bevriend met een Afghaan?') of dat ongehuwd samenwonen of gescheiden zijn, gelijk staat aan een hoer over wie mannen (ook politie) vrijelijk kunnen beschikken. Dat wie niet (in iets) gelooft, geen mens is. De werkelijkheid is weerbarstig. 

از نمایه فیس بوک من ديدن کنید, stond er vandaag in mijn mailbox. De afzender spreekt en schrijft ook Nederlands. Ze heeft daar jaren haar stinkende best voor gedaan in de AZC's waar ze woonde. Nu is ze terug. En wil weer weg. Zoals zovelen. Maar ik heb geen man voor haar. Ook zit ik niet op faceboek en kan dus niet haar vriend worden. Want dat is wat ze vraagt.

Misschien moet ik toch een account aanmaken. Om plaatjes te tonen van een ander Nederland. Of om haar een film te tonen met een completer beeld van Europa. Zoals ik op mijn beurt zag in 'No one knows about Persian Cats' (Een tearjerker is dus tevens feelgoodmovie). Maar nog meer nuance over het Iran van nu zag ik in 'A separation'.
Welke link kan ongestoord langs de staatscensuur?
Welke film, lieve lezer, zou ik haar moeten laten zien?

Zodat ze haar ogen niet gelooft. En dan misschien naar buiten kijkt. Naar het groene gras.

Ik wou dat ik de I-phone van Elnaz had. 

woensdag 11 juli 2012

Poep, s.eks en andere nattigheid (deel 2)


Waar was ik ook alweer gebleven? O ja, in een overstroomd kunstenaarsatelier. Waar ze deze zondag trouwens open dag houden. Ja, niet in die kelder, hè. Daar ook niet stiekem gaan kijken dus. Dat gaat ook vrij lastig, want ik kan er niks over vinden op internet. En wat niet op www staat, bestaat niet. Maar ik was daar dus wel.
 
Gewapend met twee trekveren, laarzen, rubberhandschoenen en, niet te vergeten, mijn onafscheidelijke Canonnetje, (dat ik, na drie weken zoeken, inmiddels had gevonden in één van mijn lang niet gebruikte werkschoenen) daalde ik de trap af. Want ik maak, zoals het een moderne ZZP-er betaamt, foto's van mijn werk. (Joost mag weten wat plaatjes van een rioolbuis vóór en ná de ontstopping voor meerwaarde hebben op een website, maar dit terzijde)

De overall die ik droeg, had ik thuis van de stapel 'nog te naaien' gepakt. Maar dat dóe ik dus nooit, naaien. Zodat de kleren van mijn kinders, tegen de tijd dat hun broek of shirt weer heel is, het niet meer passen, of nee, de kleding past hen niet meer, nou ja, ik bedoel, ze zijn dan inmiddels te klein. Die kleren dus. Leo en Kees zullen wel denken; als mama gaat naaien, gaan wij spontaan groeien. Maar deze werkbroek was, zo wist ik, niet ècht stuk, er zat slechts een gat in de zak, de rechter om precies te zijn. En aangezien overalls overal zakken hebben, deed ik het ding toch aan. Sleutels linksonder, mobieltje in de nog niet kapotte rechter onderzak, duimstok, zaklamp, ik was er klaar voor.

De trekveer kon er aan beide openingen helemaal in. Maar de verstopping bleef. Tijd voor plan B; een rioolclisma. Ik rolde het verlengsnoer uit om krachtstroom van de buren af te tappen -men moet in dit soort gevallen geen halve maatregelen nemen-. De dichtstbijzijnde kraan was helaas niet te gebruiken want koperdieven hadden de waterleiding ontvreemd. Ik ritselde een twintig meter lange tuinslang en stelde de temperatuur van de hogedrukreiniger in op 90 graden Celsius. De rolluiken gingen wijd open want het inhaleren van de dieseldampen, waar het ding op liep, leek me, zeker in combinatie met de weinig verfrissende lucht van rottende kunstwerken, niet bijster gezond. 

Tja, en nu ik twee logjes lang spanning heb opgebouwd, heb je als lezer wel recht op een clou van formaat. Maar er is niets opzienbarends, geils, kinky of schokkends. Meer iets van een anti-climax. Een domper.
Voel je al nattigheid?
De Canon-camera had ik in mijn rechter broekzak gestopt.
Ja precies, díe. 
Ik durf niet meer verder te schrijven.
Visualiseer zelf maar iets.
Ik ga intussen even huilen..............

En ja, wat kon ik anders dan mijn cameraatje, zeg maar gerust camerMaatje van de laatste vier jaar, zorgvuldig afdrogen? Ik nam me voor om het ding bij thuiskomst in de rijst te stoppen. Zoals ik vorig jaar ook al eens deed. Toen mijn apparasie 's nachts op een camping in het bos, buiten, tussen de drankflessen, een zomerse onweersbui over zich heen kreeg. De morning after zagen de foto's die ik probeerde te maken er uit zoals hierhaast. En er was die dag geen mist.


Maar rijst brengt geluk. Want ik heb hierna nog duizenden foto's gemaakt. Die niet wazig waren. En nu ligt ie er opnieuw in. In de toverrijst, zoals Olijf het noemde. 

Mijn arme canonnetje. Arme ik. Weet je wat? Ik hou me voortaan bij m'n leest. In real life èn op het net. Voortaan geen verstoppingen meer, maar schilderwerk en kranen en deuren en kasten. En hier zal ik braaf blijven bloggen over vakantie, het rooien van aardappels, ziekte, de toestand van de wereld en natuurlijk kinderen. Kinky bloggers genoeg. Voor wie nog een leuke wil lezen, vers van de pers: Luna van Maanisch schreef over dat veel mannen menen dat het leuk is in het gezicht te spuiten. Nee, vrees niet, dit is geen lus naar mijn rioolklus. Maar wel lezen hoor. Ze is broodschrijver. En is leuk.

En geloof het of niet..... Mijn apparasie ging, zomaar spontaan, na drie dagen in een bak Pakistaanse basmatirijst, aan!
en weer uit...en weer aan

'Stel datum en tijd opnieuw in' meldde de display.
Laat ik dat maar doen. Resetten heet dat geloof ik. Doe ik met mijn Mac ook wel 's. Als mijn kinderen teveel troep downloaden. Zoals het nummer 'Blow my whistle'.
Hè, blow my whistle? Dat zal toch niet?, dacht ik nog. Wel dus.
Hier* luistert mijn zoon van elf dus naar:

Girl I'm gonna show you how to do it
And we start real slow
You just put your lips together
And you come real close


Maar ìk hou het voortaan kuis hoor.
Ikke wel.
De vraag is alleen voor wie.
-----------------------------

*De link mag je zelf opzoeken, ik maak geen gratis reclame voor die gast. Het nummer schalt al door elke supermarkt. Lees dan liever Luna. Daar steek je meer van op.

dinsdag 10 juli 2012

Positivo

"Welke dag is het, moet ik naar school? "Ik haat school, school is saai." 's Morgens, nog voordat Kees' ogen opengaan, zijn dit zijn woorden als hij rond zes uur naast me wakker wordt. Meestal komt hij om één uur 's nachts met een poeslieve glimlach mijn kamer binnen, checkt of broer Leo zijn plek in mama's bed niet al heeft ingepikt en rolt zich dan als mummie in mijn dekbed. Om drie, vier of vijf uur wordt hij vaak even wakker. Dat hoort bij zijn ziekte. Zo weten we sinds een jaar. Soms zakt hij door zijn benen, zoals gister, toen hij aan het tandenpoetsen was, en onderuit ging. Ik was blij dat hij niet net op de trap liep. Ook dat hoort er bij. En slapen overdag. Ook. Dikker worden. Hoort er ook bij. Hij nam zich voor om af te vallen en heeft zijn Sint Maarten snoep nog steeds. Weggooien mag ik het niet. Zijn tong die uit zijn mond hangt of slap wordt, zodat kinderen hem niet verstaan, zijn nekspieren die slap worden als hij lacht, elke dag minstens één pestbui. Of is ontroostbaar. Hoort er allemaal bij. En dat valt niet mee. Als je acht jaar bent. Op een maandagmorgen. Als je naar school moet.    
  
Maar zodra er ontbeten kan worden is het goed. Yoghurt of pap en als het even meezit ook de halve of hele boterham die ik voor mezelf had bedoeld. Hij geniet er van.   

 "Zullen we een andere route naar school nemen?"
"Goed"
"Dan kunnen we zien hoe ver ze zijn."
"Goed"










"Kijk, dat wat daar op de muur staat, daar ben ik het wel mee eens. Nu bouwen ze er tòch huizen" Bomen brengen vast te weinig geld in het gemeentelaatje voor zulke dure bouwgrond.
Kees denkt even na en zegt dan: "Ja, maar de mensen moeten toch ook ergens leven?"






Gelijk heeft ie. En er moet natuurlijk ook worden gegeten. Dus rooide hij diezelfde dag de aardappels. Uit het kindertuintje van zijn broer. Die huiswerk moest maken. 
Vanavond kwam er iemand aan de deur die naar hem vroeg. Hij had de eerste prijs gewonnen van een geschiedenisquiz. Een boekenbon van vijftien euro. Daar koopt hij misschien het volgende deel van 'Mees Kees' van. "Want", zo zegt mijn zoontje, "dat is een meester waar je blij van wordt."


maandag 9 juli 2012

Poep, s.eks en andere nattigheid


Tussen het smeren van mijn lunchpakketje en het afwassen van de ontbijtbordjes door, valt mijn blik op de krantenkop: 'De kinky seks raakte een snaar'. En ja, op z'n Vlaams gezegd, 'ik ben ook maar ne mens'. Dus snel de klodders appelstroop van tafel vegen, sensueel stukje chocola erbij, dat ik half gesmolten zo van mijn nog warme vochtige afwashanden aflik, en gauw lezen wat dat kinky zoal behelst.

Ene mevrouw James heeft een bestseller geschreven over, jawel, seks. Nee pardon, haar boek gaat over líefde 'Alleen seks had nooit dit succes teweeg gebracht', zegt ze. En ze deed ook riesurtsj (waarom heet dat heden ten dage niet meer gewoon 'onderzoek'?) naar SM, macht, pijn, dominantie.

Grunberg doet in zijn cursiefje ook een duit in het zakje. Hij meldt dat de krant van dinsdag was gewijd aan erotiek. Toe maar, dat heb ik weer gemist. Zou de buurvrouw, wiens krant ik hergebruik, die editie soms voor zichzelf hebben gehouden? Grunberg zou zijn vibrator OJ (Simpson) of Boris (Becker) noemen, want 'als vrouw val ik op foute mannen'. Huh, als vrouw? wat nu weer? Maar liever houdt hij het bij een kuis tikje op de billen van Sylvia Witteman. Mits zij -en haar gezin- hier geen bezwaar tegen hebben.

Ooit begon ik ook zo, als Miss James, met vieze verhaaltjes op het net. Dat is, zoals ze in haar interview zegt, best lastig. "Je hebt geen idee of een ander het opwindend of erotisch vindt, (...) de choreografie beschrijven is ook nog niet eens zo eenvoudig." Haar stijl zou volgens critici 'bouquetreeksachtig' zijn maar ze vergelijkt zichzelf met Dickens. In de manier van publiceren dan toch. Ook hij had slechts één hoofdstuk per keer prijsgegeven. En, zo voegt ze er aan toe, "In deze tijd krijg je natuurlijk meteen honderden reacties en aanmoedigingen te zien. Ik vond dat geweldig." Kijk, daar had ik nou nooit last van hè, honderden erecties, pardon, reacties per dag. Deed ik toch iets niet goed. Geen cliffhanger, geen regelmaat of kwaliteit of, het belangrijkste, geen literair agent.  

Ik zag onlangs een documentaire over nieuwe online seksspelletjes. Met je eigen poppetje (avatar) kon je digitaal de boer op om zo digitale mede-weggebruikers te 'ontmoeten', die er -ook- seksuele fantasieën op nahouden over zaken die in het dagelijks leven op dat moment even niet voor handen zijn. De onderzoekster in kwestie haast zich om te zeggen -nadat ze zelf als avator door een andere speler virtueel is gepenetreerd- hoe disgusting (denk de bekakte dictie er bij) ze dit toch allemaal vindt. Nee, het ging er haar alleen maar om, aan te tonen dat dit bestáát, dat was toch wel erg weird en pathetic. Het zei iets over de eenzaamheid in onze maatschappij. Of zoiets.

Het past in hetzelfde straatje als wat E.L. James zegt: 'Het machtspel, gedomineerd worden, of juist domineren, vind ik erg opwindend. Op papier dan. In het echte leven is het iets heel anders.' Ik geloof haar gelijk hoor, daar gaat het niet om, maar vanwaar de urgentie gelijk te moeten melden zelf niet aan dat soort dingen mee te doen? Net als de beoordeelster/ onderzoekster op de buis. Velt men, juist door dit te willen zeggen, niet een waardeoordeel? Ongeacht wat er van waar is? Een thrillerauteur  zegt toch ook niet dat er geen aan stukjes gezaagd lijk in zijn of haar vriezer ligt? Wat is dat toch met seks?

Mijn ondeugende stukjes kenden slechts een enkele verdwaalde Rus als bezoeker. 'Lezer' durf ik dat niet te noemen. Laat staan volger. En als rechtgeaarde brave huismoeder stuurde ik mijn bloglink ook niet naar de juf van mijn kinderen. Toch maar de tering naar de nering zetten. Het inperken van mijn onderwerpen. Want schrijven voor de kat zijn kut (waarom niet 'haar kut?') is ook zo wat. Niet getreurd, want inspiratie is voor mij als schrijfverslaafde, ook na het schrappen van expliciete seksscènes, overal aanwezig. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken in het leven. 

Dat zou in mijn werk trouwens ook geen kwaad kunnen; richting kiezen, specialiseren. Maar ach, met een breed werkterrein wordt werk ook nooit eentonig. Dus spoed ik me, terwijl er een schilderklus wacht, naar een acuut geval van verstopping. Om daar, gewapend met een trekveer, mijn kunde als loodgieter te tonen. Of putjesschepper, zo je wilt.

Op de plek des onheils draai ik de veer door drek van jaren her. (Blij dat er geen camera aan zo'n ding zit). Met in mijn achterhoofd nog het interview met James; Ook haar verbaast het hoe vrij ze schreef over anale penetratie met butplugs, maar ze is gewoon gegaan 'waar de karakters haar brachten'. Juist ja. De zware rubber handschoenen zijn geen overbodige luxe. De trekveer vindt moeiteloos zijn weg maar de verstopping blijft. Ik volg de loden afvoerpijp, die door de muur heen verdwijnt naar de buren. Daar huist een kunstenaarscollectief. Altijd leuk. Hun opslag in de kelder staat blank, en niet zo'n beetje ook. Ik verruil mijn werkschoenen voor rubberlaarzen. Al wadend tussen drijvende lege verfemmers, halfvergane schilderijen en overtollig kinderspeelgoed vind ik zowaar een riooldeksel. Ik vervolg mijn endoscopie door het inbrengen van een wat dikkere trekveer en maal dit keer door de strontresten van de buren. En toen gebeurde het.

O, nee, stop, wacht, mijn publiek is inmiddels de grootte van Remi de Rus ontgroeid. Niet veel, maar ik dien daar toch rekening mee te houden. Dus doen we het volgens het boekje. Als Dickens, of James. Moet ik nu dan zeker een deel twee toezeggen. Ach, ik ben zo onbetrouwbaar als de neten, ik zei een maand geleden ook al te stoppen met bloggen en daar kwam niks van terecht.
Maar anders kom er te veel tekst. En ik moet nodig naar bed. Vandaar.

donderdag 5 juli 2012

Grachtengordel met de grond gelijk gemaakt



Heb je het gehoord?
of in de krant gelezen? 
Heeft iemand er überhaupt ooit iets over gelezen? 
Of wel eens iemand gesproken die er vandaan kwam? 
Daar waar handel werd gedreven in goud en kruiden en textiel? 
Waar de geletterdheid al ver voor de gouden eeuw wijdverbreid zou zijn? 
Zo lees ik net. Want ook ik moest weer even opzoeken hoe dat nou zat. Daar in Timboektoe, in het huidige Mali. Waar dit weekend een ware beeldenstorm plaatshad, die nog niet is uitgewoed.
De titel komt uit dagblad Trouw: 'De verwoestingen in Timboektoe kunnen uitlopen op een cultuurvernietiging die vergelijkbaar is met een verwoesting van bijvoorbeeld Florence, Canterbury of de Amsterdamse grachtengordel.' Ik had dus ook Florence kunnen aanhalen. Waar hordes zwaarbewapende godsdienstfanaten dan, in naam van de heer, eeuwenoude kerken in brand steken, een heksenjacht beginnen en Palazzo Vecchio platgooien. Omdat het afleidt van het ware Christendom.

Marokko heeft de daden veroordeeld. En buurland Algerije had juist succes geboekt bij de bestrijding van terrorisme in naam van Allah. Waarna de groep die zich Asnar Dine noemt, in het aangrenzende Mali misbruik kon maken van de chaos daar. Die uitbrak toen Toearegs (je weet wel, van die blauwe ninja's) in april de onafhankelijkheid van Noord-Mali uitriepen. Dat niet werd erkend. En hoewel ze iets riepen over een 'grondwet' en 'staakt-het-vuren', werden de ninja's al gauw zelf onder de voet gelopen. In Timboektoe schijnt inmiddels de sharia te zijn ingevoerd. En worden monumenten kapotgeslagen. Die van leem zijn gemaakt. Er is weinig voor nodig om ze met de grond gelijk maken. De wind zal het werk afmaken. En anders doen ze het zelf, zegt Asnar Dine.


Ik wilde opzoeken wat die naam betekent. Zou het Malinke, Pular of Bambara zijn? Of één van die vele andere talen die er wordt gesproken. Maar geen van deze talen wordt als optie gegeven bij googletranslate (het Gularati of Tagalog wel. Waar zou dàt de voertaal zijn?). Het klinkt Arabisch. En Arabieren hebben nooit veel opgehad met zwart Afrika. Het geeft ze vast een vrijbrief om de eeuwenoude moskeeën te lijf gaan, zogenaamd vanwege 'niet recht in de leer' en afgoderij. Een Afrikaanse beeldenstorm. Omstanders kijken er huilend naar en kunnen weinig uitrichten.
 


Wat wij kunnen doen? Nou, kennis nemen van het rijke verleden van Mali, van Timboektoe, van Bamako, van Segou. Waar landsgrenzen weinig verband hebben met de volken die ze herbergen. Lees bijvoorbeeld 'Segou, de aarden wallen', het epos van Maryse Condé. Waarin wordt verteld over een koninkrijk dat teloorgaat, over slaven, nomaden, de rol van vrouwen, de eerste blanke die in West-Afrika een kijkje neemt en, last but not least, de Islam die zijn intrede doet. Het tweede deel van Condé's boek is behoorlijk gewelddadig, maar het helpt om te begrijpen wat we niet op school leerden. Zelfs van de overzeese strijd, in Zuid-Amerika, wordt verslag gedaan. Wie, waarom elkaars bloed wel kan drinken. Over de waanzin van oorlog. Die families verscheurt. Het boek is ook nog eens erg goed geschreven. En prima vertaald.

Liever muziek? Kan ook. Van Zita Swoon bijvoorbeeld. Het is weliswaar een Belgische band, maar ze maken ook swingende muziek met Mamadou Diabaté Kibié. Uit Burkina Faso. Alwaar de moskee staat op de foto hiernaast. Die in mijn Westerse ogen verdomd veel lijkt op die in Mali (maar dat is vast net zoiets als het Colloseum in Rome vergelijken met de Sagrada famiglia in Barcelona). Toen ik, naar aanleiding van een blog van Sanneke, Zita Swoon hier in de schouwburg hoorde spelen, nodigde leadzanger Stef Kamil het publiek uit om te komen dansen, maar ook spoorde hij iedereen aan om vooral zelf een kijkje te gaan nemen in dat prachtige continent.


Terug naar de krant. Harriët Duurvoort roept in de Volkskrant van 2 juli Bono op om een hit te maken over het afschaffen van Europese landbouwsubsidies. Dat zou meer zoden aan de dijk zetten dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Die vooral corrupte regimes ten goede komt. Maar er is hoop. Want, zo schrijft ze 'in Ghana, is het binnenkort beter toeven dan in Griekenland. Ze haalt een Afrikaanse econome aan, ene Dambis Moyo. (ja, mensen, die hebben ze daar in Afrika óók. Een economie. En economen). Moyo pleit voor een gezondere markt. China timmert al aardig aan de weg.  Letterlijk. China asfalteert Afrika. En Afrika gaat straks Europa redden. Wat zeg ik, dat doet het al. Want Afrika barst van de bodemschatten en Europa's economie is gebouwd op lucht. Chinezen beseffen dit en laten Europa links liggen. Misschien dat Amsterdam, ergens in 2030, hulp krijgt van een Malinese troepenmacht, om het doorbreken van de dijken door extremistische christenen uit Scandinavië en het laten overspoelen van Amsterdam te verhinderen. Wie weet.