dinsdag 30 oktober 2012

Kunst wordt (niet) genaaid!


Toegegeven, erg origineel is het niet. Sterker nog, als zij er niet over had geschreven, was ik er niet heengegaan. En als ik van te voren ook even mijn licht had opgestoken bij Cultuurbarbaartjes, wist ik dat de vier meegebrachte kindjes (van 4 tot 11 jaar) een speurtocht hadden kunnen doen in het Groninger museum.

Maar niet getreurd, want een speurtocht, die deden ze gewoon zelf. Door hersens van binnen en van buiten te bekijken, door voor dood naast een hart van drie bij drie meter te gaan liggen (Heb-je-al-een-foto-gemaakt? Mag-sien?). En door mij te laten raden welke steden de kussens in de koffers voorstelden.

Want zelf had ik niet veel tijd om die goed te bekijken. Onder meer doordat ik dat kleine grut ben ontwend. En daardoor niet goed was voorbereid op de ongelukjes van het kleinste meisje "Heb je geen schone onderbroek mee, tante Lehti?"

Het kostte ook tijd voordat haar uitgespoelde exemplaar een beetje droogde onder de museale Sandy orkaan, beter bekend als handenföhn (Help, wat een herrie!). Zodat ik er vrij laat achterkwam dat mijn eigen jongens het intussen twee verdiepingen hogerop hadden gezocht en toen het kwartet weer compleet was, werden er andere dan gebruikelijke allianties gesmeed, waardoor de interne loopbrug als verstopplek dienst deed en het ene kind van onder de stoffen hersenen een ferme trap uitdeelde aan het andere, waardoor enkele gezichten van de inmiddels gearriveerde 'guided tour' bezorgd mijn richting op keken.......

Maar wacht 's, ik had natuurlijk stiekem een slipje kunnen knopen van een stukje Fernsehturm of Empire state building (van de Twin Towers iets afknippen had weinig soelaas geboden, want die waren, heel symbolisch, van doorzichtig gaas gemaakt). Er hingen ook een hoop panty's, uitermate geschikt om een legginkje van te maken.  Maar dat had de kunstenares vast niet goed gevonden.

Om dit logje maar even naar de actualiteit te halen, -het uitstapje zelf is van drie dagen terug-, dat 'De Kunst' genaaid zou worden, dat valt, als je het kersverse regeerakkoord er op naleest, best wel mee. Weliswaar gaan volgens cultuurnetwerk het aantal plaatsen aan de kunstopleidingen omlaag, maar de aandacht voor kunsteducatie op het basis- en voortgezet onderwijs gaat juist omhoog. En, last but not least, de BTW-verhoging voor podium- en beeldende kunsten gaat niet door. Zijn al die acties van twee jaar geleden misschien toch ergens goed voor geweest. 

Voor wie de creaties van Yin Xiuzhen nog wil zien. De expositie loopt nog tot 18 november 2012.




(de reden dat de lay-out van bovenstaande zo raar is, is me een raadsel, blogspot slaat op tilt)

maandag 29 oktober 2012

Followweek

Het is zo ver. Ik heb er één!

Na vijftienduizend views, verdeeld over driehonderd logjes, -waarvan een derde deel niet -meer- meetelt, want die plukte ik weer van het web of ze haalden publicatie al bij voorbaat niet en slijten hun dagen nu als 'concept'- Goed, maar na vijf jaar is het dus zover: Ik hèb er één.
Een vent? een huis? een baan? een klus? Nee, lieve lezers, ik heb een heuse vólger. Of eigenlijk past de term 'volgster' hier beter.

Bijna vreesde ik dat de gadgets onderaan dit blog daar slechts waren ter versiering van mijn eigen hersenspinsels. Of bij wijze van smeekbede: "Lees mee, a.u.b." Want het doet natuurlijk deugd om gelezen te worden. Of, nog beter, daar waardering voor te krijgen. Maar, om heel eerlijk te zijn, erg hard loop ik niet voor meer lezers. En naast de virtuele conceptenmap, liggen er nog honderden logjes in de keukenla, in ordners, onder het bed, achterin agenda's en zelfs op visitekaartjes en kranten. Die geen hond ooit leest. Verhalen die zijn verjaard, vergeeld of zo haastig zijn neergepend, dat ik er soms zelf ook geen chocola meer van kan maken. Maar het schrijven kan ik gewoonweg niet laten. I'm addicted.
Desalniettemin.
Ik wordt gevolgd.
En dat voelt goed.
Welkom Rianne!


En dan werk: vorige week deed ik mijn laatste buitenklus van dit jaar. Op ongeveer acht meter hoogte.  De warmste oktoberdag ooit gemeten was voorbij en de temperatuur zou nog harder kelderen dan de koersen. Maar met flink wat warme kleren aan, kon het nog nèt lukken, voordat de natte grijze herfst er was.  

Ik bleek niet de enige eigenwijze schilder die dat dacht. Want tegenover mij, tussen het gele gebladerte, hoorde ik nog iemand schuren, blazen en....... zachtjes fluiten. Geen bouwvakkersfluitje, geen hoogdravende vibrerend vogelgezang, maar een refrein. Zo'n 'oorwurm' die op de radio wordt grijsgedraaid en die je tòch niet kunt plaatsen. Maar nu, een paar dagen later, schiet me er een woord te binnen: follow.
Na-na-nanana...follow.....na-na-nanana follow.......
Yes, hebbes! 

En kijk eens hoe fijn. Het www leidt me in no-time naar de video, de track en zelfs de naam van de Antwerpse band die het coverde. Ook de songtekst kan ik vinden en zo nodig door een vertaalprogramma jassen.

Ter vermijding van opborrelende 'draaiduizeligheid'. (klinkt mooier dan 'hoogtevrees', nietwaar?), keek ik zo weinig om me heen of onder me. Dus veel heb ik niet genoten van de laaghangende zon die op de bijna kale bomen scheen. Ook wist ik zo niet wie het nummer van de -zo weet ik nu-  Zweedse Lykke stond te neuriën.

Donderdag was de klus klaar. Met grote zoon Frans en twee van zijn vrienden, brak ik de steiger af. De balkonfluiter was niet meer daar. Hij zou een dag later de laatste laag lak er op smeren. Maar dat viel hem, bij een buitentemperatuur van twee graden, vast niet mee. Ik had met hem te doen.

Het is intussen maandag. Op deze druilerige middag, lurk ik in een stadscafé aan een overheerlijke warme chocolademelk met slagroom. Naast me zit een schilder aan de koffie. Wie nu ook al weer wie volgde weet ik niet meer zo goed. Maar het was een gezellige middag. En wie weet volgen er meer.

zondag 14 oktober 2012

Toros, cabrones y trapleuningen

Europa is in de ban van angst. Hebben we morgen nog werk, wat is ons huis nog waard, wie wil het kopen en waar kan ik mijn schamele spaarcenten beter bewaren: op een bankrekening of onder het matras?

Italianen wantrouwden de banken altijd al en blijven dus, net als voorheen, hun euro's in een oude sok stoppen of ze schuiven het onder een tafel door. Nee, niet een enkeling, maar 'cosí fan tutti', iedereen doet het zo. Een soort van 'belegging' in wederdiensten.

Portugezen daarentegen laten hun banken opkopen door Angola en vinden zelf emplooi in hun voormalige koloniën. Over de zogenaamde braindrain aldaar wijdde ik in februari al een logje. En de Grieken? Ach, als je leest wat die arme Grieken de afgelopen eeuwen hebben moeten doorstaan dan verbaast het je dat het land er überhaupt nog is. Republiek, dictatuur, monarchie. Zorg vooral voor vandaag, morgen kan alles weer anders zijn.

De EEG, zoals we dat economisch samenwerkingsverband noemden toen ik nog op de lagere school zat, moet koste wat kost gered worden. Maar Europa viel eigenlijk al veel eerder, toen ze als Fenicische prinses ontvoerd werd door Zeus himself. Die zich voor de gelegenheid had vermomd als stier. List en bedrog is wat telt. Volgens geschiedschrijver Herodotus kon deze mythe, omdat het een Fenicische prinses betrof, niet de oorsprong van de naam van het continent Europa zijn.
Arme Europa, verleid door een stier.

Maar ik wilde het hebben over dat àndere warme vakantieland, Spanje. Want wat moet je nu als je èn geen geld in een sok, èn geen baan, èn geen recente onafhankelijk geworden koloniën hebt? Dan rest je niks anders dan je blik naar binnen te richten. De redding, denken veel Spanjaarden, ligt in de terugkeer naar de eenvoud. Het dorpsleven, een moestuin en een paar koeien (..)  meer dan 40.000 Spanjaarden hebben afgelopen jaar het roer al omgegooid en bijna veertig procent van de bevolking heeft er wel eens aan gedacht'. las ik in Het Dagblad van het Noorden van vrijdag 12 oktober. 'Advocaten en economen plukken druiven in Galicië'  Een baan in loondienst lijkt onbereikbaar. 'Om koffie rond te mogen brengen worden al exorbitante eisen gesteld: liefst drietalig en universitair afgestudeerd in communicatie-wetenschappen. En wat blijkt: ze worden met open armen ontvangen in de vergrijsde dorpen. Om de lagere school open te houden, de laatste bakker te behouden, de buslijn rendabel te maken. Boven het artikel prijkt een grote foto van het  zonovergoten Moratella. Alleen al vanwege de naam zou je er willen wonen.

En toen, toen sloeg mijn fantasie op hol. Want wat wàs ik mijn tijd vooruit zeg, toen ik in 1987 meende oud en wijs genoeg te zijn voor een pioniersleven in de Italiaanse bergen. Van het geld dat mijn ouders spaarden voor mijn studie, kocht ik honderd geiten en bekwaamde me in het melken van die beesten. Het was een stuk minder romantisch dan het lijkt. (hoewel zo'n maf verhaal het natuurlijk prima doet bij een borrel). Na zes jaar keerde ik terug naar Nederland. Ik kon kaas maken, kippen en konijnen slachten en sprak vloeiend Italiaans, maar kwam er al snel achter dat men op die kennis in Nederland niet zat te wachten. Niet getreurd, ik ging, je raadt het al, koffie schenken, in een broodjeshuis in de Amsterdamse Scheldestraat.

Misschien moet ik me eens aanmelden voor de Spaanse 'Campesino busca mujer'. Of wacht, ze hebben daar al een soort van 'Boer zoekt vrouw' Alleen komt Yvonne Jaspers daar niet met een busje brieven, maar stappen de dames allemaal tegelijk zelf in.

Dunque, entonces, dus....

Ik blijf toch maar lekker hier, en bezorg die arme Spanjaard via een omweg een beetje inkomsten. Ze produceren daar namelijk buigbare trapleuningen. Nooit van gehoord? Ik ook niet. Klik hier voor het montagefimpje (met muziek die doet denken aan Bruce Springsteens Philadelphia). En en masse bestellen, hè. Ja, niet die film van bijna twintig jaar oud, maar die Torneados Munoz. Volgende week, als ik weer beter ben, ga ik mijn eerste exemplaar monteren in Amsterdam.

Adios cabrones!

Bij het zoeken naar een bijpassend plaatje, vond ik veel geitenkuddes en zelfs een gelakte trapleuning. Maar ik koos deze twee: met een beetje fantasie zie je hier een Perzisch en een Fenicisch boerenmeisje. De eerste foto is gemaakt in 2008 te Kandovan, in Iran. Het land dat nu een inflatie kent van 23.5%. Dan kan je die oude sok wel vergeten. Hopelijk heeft dit meisje nog amandelen, die ze toen stuksloeg op het dak van haar huis. Het andere meisje ben ik zelf in 1978, in een vijgenboom op de pindaplantage van Hassan op de Westelijke Jordaanoever in Israël. 


 

vrijdag 12 oktober 2012

De kat van een ton

Ja, die bestaat echt. En die vliegt. Ik ging er heen deze zomer. In de kunstrai.
Ik was blij dat mijn eigen kat geen ton was. Of 'wóóg' moet ik hier zeggen.
Want het beest liep vandaag over mijn plafond. Wat meer een doek is. Daar opgehangen om overtollig stof tegen te houden en ook een beetje tegen de tocht. Hoe het beest er op kwam weet ik niet maar het was een vreemd gezicht. En vreemd geluid, want de deukjes in het plafond gingen ook nog snorren. En toen viel het doek. Ja, niet voor de kat, anders zou ie, eenmaal omgebouwd tot vliegende kat, misschien alsnog een ton kunnen opbrengen. Nee het beest viel ván het doek. En nam bijna een schip mee in haar val.

Vergeef me. Ooit nam ik me voor om níet over kinderen te schrijven. En zéker niet over dieren of, nog erger, over húisdieren of, vreselijkste crime, over een poes, mijn poes nog wel.
Wat dan weer meevalt is dat ik het filmpje van het plafondmonster hier niet geladen krijg.

Dan maar de plaatjes.
Van een boot met een staart.












En, vooruit, ook die van de kerstboom van fietsen en een arm van tien meter. Want ik was op deze natte dag ook nog de deur uit. Maar nu even niet. Want mijn kop zit vol snot. En de vloer ligt bezaaid met papiertjes. Slaap lekker.







zondag 7 oktober 2012

Nitrocelibaat

Het is geloof ik herfst.

Bentenge heeft het over het Terugvinden van evenwicht.

Olijf schrijft: Vandaag, de laatste tijd - zoals u al merkte - draaien een paar dingetjes vierkant en heb ik de grootste moeite om de weg van onschuldig positivisme te bewandelen.

Sanneke zegt: Ik ben een puzzel. Een kapotte puzzel, waarvan het knap lastig is de stukjes weer in elkaar te zetten. Tot nog toe is het niemand nog gelukt in elk geval, dus zal ik wel heel moeilijk zijn.

De verhalen van deze bloggers zijn echt. Over het verlies van werk, hun lief, een vriendin of gedoe met gezondheid. In het hier en nu kampen ze met twijfel en onzekerheid over wat gaat komen. Daarom hier een hopelijk opbeurend boekenlogje. Tevens in het kader van de kinderboekweek. Verhalen op papier, verzonnen of waargebeurd, om te lezen, voor te lezen, te geven, krijgen of te verslinden.

Want lezen is leuk. Voorlezen ook. Laura en Iris lazen eens voor in de trein, uit Winnie the Pooh. Jammer dat ze niet zo'n succes hadden. Ik lees zelf weinig, maar lees wel voor. Guus Kuijer, Thea Beckman, Roald Dahl en natuurlijk alles van Annie M.G Schmidt. Alles? Nou ja, je weet wel, Pluk en Otje en zo. Maar toen ik onlangs het laatste deel van Mees Kees uit had (moet je lezen!) en er geen biebboeken meer in huis waren, zag ik toch iets van haar hand in de kast dat ik nog niet kende (ja, dat kan ècht, bij wie ooit in de kringloop werkte kàn dat: boeken in je bezit hebben die je niet kent), nog nooit van gehoord zelfs. Zou het niet goed zijn? Of komt het door die vreselijke titel?

Al voorlezend leek het boek een reactie op de kritiek die Annie M.G.Schmidt kreeg (Jip en Janneke zijn dood), vanwege te braaf en te rolbevestigend. Nee, neem dan Jorrie en Snorrie (ja, dat is ècht de titel). De ministers in het verhaal zijn vrouw, er is een bom, er wordt gedemonstreerd en met tomaten gegooid (zou de SP toen al zijn gesticht):

Woedend waren ze. Ze waren van plan de jubeltrein te bekogelen met tomaten en komkommers. Maar waarom dan? Wel, er werd beweerd dat hun tomaten niet deugden. De gezondheidsraad had ontdekt dat er nitrocelibaat in hun tomaten zat. En nu moesten ze alle tomaten vernietigen. terwijl het puike tomaten waren zonder een spoor van nitrocelibaat. Schande. Protest!

Kijk, ik hou van dit soort knipogen. Ik ken weinig boeken die voor kinderen èn volwassenen geschikt zijn. Dat merkt ook Novy in 'Voorleesseizoen'. Ze krijgt het intussen misschien wat heet met het voorlezen over haar holenbeer. Sanneke nodigt in 'Voorleesvirus' uit om te bloggen over mooie voorleesboeken. Bij deze. Mijn favoriete (kinder) (voor) leesboek is nog steeds "De verdwenen prinsessen of Milo's fantastische reis door het land van letters en cijfers", (ook hier per ongeluk als tweedehands beland). Leo wil zelden worden voorgelezen, maar dit boek las ik hem meer dan één keer voor. Ook leuk voor volwassenen:

'Wel, wel, wel, wel, wel, welkom, welkom, welkom in het Land der Verwachtingen, in het Land der Verwachtingen. Er komen tegenwoordig niet veel reizigers meer. Wat kan ik voor je doen? Ik ben de weergod.' 
'Is dit de goede weg naar Dictionopolis?' vroeg Milo een beetje beduusd door de uitbundige begroeting.
'Kijk eens aan, kijk eens aan, kijk eens aan,' begon hij weer, 'ik ken geen verkeerde weg naar Dictionopolis, dus als deze weg, wie weet, naar Dictionopolis gaat, moet het de goede weg wel zijn en als die weg er niet naar toe gaat moet het de goede weg ergens anders naar toe zijn, omdat er geen verkeerde wegen naar iets bestaan. Denk je dat het gaat regenen?'
'Ik dacht dat u het weermannetjes was, 'zei Milo knap in de war.
'Weermannetje', zei het mannetje, 'ik ben de weergod, want het is per slot belangrijker te weten of er weer weer komt, dan te weten wat we voor weer zullen krijgen.' En daarna liet hij een dozijn balonnen los die wegzweefden naar de blauwe lucht. Eens kijken van welke kant de wind weer komt.' zei hij grinnikend over zijn grapje en hij keek hoe ze in allerlei richtingen verdwenen. 
'Wat is dat eigenlijk voor iets, dat land der Verwachtingen?' vroeg Milo die de man niet grappig vond en behoorlijk aan diens verstand twijfelde.
'goeie vraag, goeie vraag, ' riep hij uit. 'je gaat altijd eerst door het land der verwachtingen voor je aankomt waar je heen wilt.'

En zo zou ik nog bladzijdes lang kunnen voltypen, ware het niet dat het al laat is, ik morgen moet werken en ik nog steeds niet blind kan typen.

Laat ik afsluiten met een gedicht van Jos van Venrooij, schrijver en tevens huisvader. Hij post tijdens de kinderboekenweek elke dag een gedicht van eigen hand. Ik zou het hier graag plaatsen, maar  volsta met link naar: 'Er zit een feest in mij'. Bij deze virtueel voorgelezen aan iedereen die het deze herfst moeilijk heeft. Dat een ieder genoeg gezondheid, liefde en werk mag krijgen om lekker te kunnen leven. Santé!




Ik breng een toast uit met een heerlijk glaasje nitrocelibaat. Best lekker op zijn tijd.

dinsdag 2 oktober 2012

Groente in het Arabisch of Sanskriet?


Au, aube, auberge, aubergine. Nooit bij stilgestaan. Klinkt allemaal erg Frans. Behalve dat eerste dan. Maar als 'eau' dan weer wel. Hoe ik hier op kwam? Ik was alleen, trok de koelkast open en zocht iets dat zou passen bij de linzensoep die ik 's ochtends had klaargemaakt (net als snert smaakt die beter als ie even staat). Vond het te laat om nog vlees te ontdooien en toen viel mijn oog op die vreemde vrucht. Paars, glad, exotisch en, mits goed klaargemaakt, 'mijn lievelings.' De meelezende keukenprins die nu gelijk denkt aan het ubermachtige 'melanzane al la Parmiggiana of, op z'n Grieks, 'moussaká', moet ik teleurstellen. Of geruststellen. (ook al zo'n vreemd woord, met twee keer 'st' er in). De (s)mak(k)elijkste eenpersoonsmaaltijd met deze egg-plant is 'al funghetto' (vrij vertaald: 'op z'n paddestoels'). Heb geen zin om het precieze recept op te zoeken en wie het beter weet, mag het zeggen. Maar wat ik gister at was goddelijk en ik deel het hier graag:

  •  Snijd de aubergine aan dobbelsteentjes
  • Fruit intussen twee a drie teentjes knoflook.
  • Mik de dobbelsteentjes erbij (flink olie erbij gutsen, want het slurpt olie) Omscheppen. 
  • Twee tomaten aan stukjes erbij. Deksel erop. Vuur laag.
  • Zout, peper, oregano naar smaak. 
  • Kwartiertje zachtjes gaar laten pruttelen. Klaar.

Er was een tijd dat ik zelf aubergines kweekte en zelfs weckte voor in de winter. Maar toen ik, na mijn turbulente Italiëtijd, probeerde om mijn tuinkunsten hier voort te zetten, bleek dat aubergines geen temperaturen onder de vijftien graden verdragen. Dus kregen mijn kleine maar mooi gevormde vruchten bruine plekken. Ik las ergens dat Nederland aubergines in grote getale naar het Midden-Oosten exporteert. Maar bij gebrek aan verwarmde glazen huisjes, is mijn oogst jammerlijk mislukt.

Een andere uitheemse groente, courgette, doet het hier in de volle grond trouwens prima. Zó goed dat ik me, in mijn volkstuintijd, ongans at aan courgettesoep, gevulde courgettes en natuurlijk aan maaltijden als hierboven. Want dat kan ook met courgette.

Ook gelijk maar even het linzenrecept?
  • Zet linzen in de week
  • 8-12 uur later opzetten met water, selderij, knoflook, een scheut olijfolie en zout.
  • Uurtje heel zacht laten pruttelen. Klaar.
Je kan het als soep eten met vlindertjespasta (apart koken, anders wordt het beton) of met tomatensaus en een varkenspoot, zoals ze in Italië tijdens de jaarwisseling doen. Dat zou voorspoed brengen.

Maar daar ging het me niet om. Tijdens de kooksessie dacht ik na over de naam. Niet over die van linzen -die hebben de vorm van lenzen, dus da's duidelijk. Of wacht, het is misschien omgekeerd, want de lins was er vast eerder dan de lens-, maar over de 'au-ber-gi-ne'. Wat heeft die nu met een 'auberge', herberg, te maken? En wat zou 'aube' zijn? Toch maar even aan wiki gevraagd. Die heeft het over 'dageraad'  en zegt dat dat niets met de groente van doen heeft. Die ook niet Frans is. Of het moet zijn dat Fransen het woord 'vatinganah' ergens naar wilden laten klinken. Want het is dus Sanskriet.

In het Italiaans zou ik diezelfde 'melanzane' toeschrijven aan iets van mela (appel) en insana (ongezond)? Logisch toch? en op zich klopt het. Maar ook daar zou dat oorspronkelijk een Arabisch woord zijn geweest: Bâdindgiân. Wat kennelijk Italiaanser moest. Weer wat geleerd. Het engelse egg-plant is misschien ook wel een verbastering. Maar over de etymologie vind ik alleen dat er witte, eivormige aubergines zijn. Als je het zo bekijkt is dat hiernaast vast een Siciliaanse 'snakeplant'. Geen kleine pompoen, courgette dus.


Ter afsluiting nog een leuke internationale familie, van de.... lees zelf maar.

watermeloen (nl.) = anguria (it.)
anguri (gr.) = komkommer (nl.)
cocomero (it.) = watermeloen (nl.)

Eet smakelijk allemaal!

zaterdag 29 september 2012

Unbeschreiblich weiblich*

Vrijdag is een prima dag om de vrouw uit te hangen. Door bijvoorbeeld te gaan koffiedrinken met soortgenoten. Maar dit eerste plan maakte bij mij plaats voor de aandrang om iets leuks te kopen. Voor mezelf. Welke gelegenheid ik gelijk te baat nam, want zoiets is een zeldzaamheid. Ik heb geen last van een tassenfetisj of schoenverslaving en eigenlijk heb ik ook een broertje dood aan passen. Altijd al gehad.

Als puber was ik wel eens jaloers op meiden die elk half jaar met hun moeder de stad in gingen om voor een paar honderd gulden hun garderobe te vernieuwen. Anderzijds leek het me een crime. Want nieuwe kleren betekende passen. En de enkele keer dat ik met mijn moeder gezellig ging winkelen in Delft of Den Haag, verliep ongeveer zo:

Moederlief zag vanuit haar ooghoek dat ik langer dan twee seconden bleef hangen bij een kledingrek (het liefst één dat pontificaal buiten op de stoep stond, zodat het overgaan van een drempel nadrukkelijk werd vermeden). Met een beetje mazzel reikte mijn hand dan, ja betástte ik met mijn vingertoppen zelfs, een kledingstuk. Als ze me dan voorzichtig attendeerde op de aanwezigheid van een paskamer, creëerde het uitspreken van dit woord een plotselinge afstand tussen mij en het mogelijk nieuwe t-shirt, sweater of broek: "Nee hoor, mam, ik vìnd dat niet mooi, hoe kom je dáár nou bij?" En als ik dan, bij hoge uitzondering, toch in mijn ondergoed in zo'n hokje stond (het is mij een raadsel hoe ze mij zo ver kreeg), constateerde ze vol ongeloof dat ik voor de gelegenheid mijn meest aftandse hemd droeg en waarschijnlijk ook niet de moeite had genomen me van te voren even op te frissen.

Fijn. Zo'n dochter.

Met vriendinnen 'stadten', is ook nooit wat geworden. Want ik ging met zestien jaar al het huis uit en liep even later, -vraag me niet waarom-, in nog aftandser kleren achter een kudde schapen (en een foute vent) aan. In een land waar men de onnavolgbare gewoonte heeft om zich minstens drie maal daags om te kleden. Quel horreur!

De kledingoorlog begon al als peuter. Een befaamde familieanekdote is die van mijn oma die op haar kleindochters zou passen om mijn moeder, die ziek was, te komen helpen. Oma was dol op ons en kwam graag. Ze naaide, wandelde, bakte brood en havermoutkoekjes maar ze stelde wel één voorwaarde, alvorens van Friesland naar Holland af te reizen: als ze míj maar niet hoefde aan te kleden. Mijn moeder is toen zelf maar uit bed gekomen om de strijd met monster Lehti te leveren.

Er waren meer 'meisjesdingen' die niet aan mij besteed waren. Zo weigerde de kapper me te knippen toen ik als kleuter wild om me heen sloeg. Hij wendde zich tot mijn moeder en zei: "Neemt u dat varken maar weer mee." Als ik nú kind was geweest, zat ik al lang onder de ritalin.

En ook nu ik -een soort van- volwassen ben, blijft het behelpen. Op mijn vorige klerenjacht, nam ik mijn minnaar mee. Hij is dòl op mooie kleertjes, geurtjes, schoenen. Híj wel. Toen ik me met drie te dure broeken terugtrok in een peeskamertje (haakjes! haakjes!, waarom zijn er toch overal zo weinig háákjes?) nam hij plaats op een krukje (Nee, beste lezer, het beeld van zo'n ongelukkige vent die om zijn vrouw heendraalt klopt hier niet. Deze man genóót) en hield hij een verplichte babbel met de winkeljongen: "Ze houdt niet van passen, meneer, haha", "Nou, precies, wat u zegt, dat hoor je niet vaak, ha ha." (Ja, halló, neem ik iemand mee om te voorkomen dat ik zelf in mijn slipje door de winkel moet voor een ander model, gaat ie me een beetje belachelijk maken! Oud wijf!) Na één broek had ik het wel gehad. Wat er verder in de schappen lag, gunde ik geen blik meer waardig. Boos beende ik de winkel uit. Mijn goed geklede begeleider kwam proestend van het lachen achter me aan.

Maar deze vrijdag zou ik de vrouw zijn! Vol goede moed fietste ik naar de kledingzaak. Die nog dicht was. De naastgelegen kinderkledingwinkel was gelukkig wèl open (uitstellen van pasgedrag?). En jawel, toeval bestáát, want daar stond de winkeljuffrouw van de zaak waar ik heen zou (we wonen hier eigenlijk in een dorp). Even later struinde ik alsnog onwennig tussen de tweedehands kleren.

'Wat is je maat?', vroeg ze (zou ze me al een tijdje hebben gadegeslagen?: 'Wat zou dat mens toch zoeken tussen de rekken met XXL?!'). Ik mompelde iets terug over 'mijn onderarm die in de taille moest passen'. Want ik wéét dat dus niet, hè, welke maat ik heb. De broek om je nek doen werkt ook prima, vooral om de paskamer te omzeilen.

Uiteindelijk heb ik me dan toch in een broek gehesen. Toen ik voorzichtig het gordijntje weer openschoof, klonk er eerst een veelbetekenend: "En?". Maar na bestudering van mijn bilpartij, zei ze dat ie me te wijd was. "Waar heb je die gepakt?... O, ja, dáár hangen de gróte maten." Om niet te snel toe te geven wierp ik eerst nog een blik in de spiegel. De broek was vies. "Nee," zei ze, "dat hóórt zo, dat doen ze expres (Ja duh, dat wist ik óók wel!), volgens haar had ik last van beroepsdeformatie. ("Dokter, ik zie schildersschimmen").

Ik weiger te betalen voor bevlekte kleren, dus dat ie te groot was kwam goed uit. Maar na het aan- en uittrekken van nog vijf broeken, kreeg ik zweterige associaties met mijn pubertijd. Voor de vorm bladerde ik nog even tussen de drollenvangers en pochte dat ik ècht wel wist dat die nu in de mode zijn. Weer mis! Zo'n zwemvlies tussen je benen is alweer passé. Zei ze. Vrouw zijn valt niet mee.

Tussen het bedienen van mij en de enkele andere klant, lepelde ze haar sla naar binnen. Zíj had vanmorgen wel eerst koffie gedronken met andere vrouwen. Drie cappuccino zelfs. Nu stond ze te stuiteren en had honger. Maar ze wist mijn minderwaardigheidscomplex wel te relativeren: "Ik heb er ook wel eens moeite mee hoor, met vrouw zijn." Verheugd vroeg ik wat haar zoal dwars zat: "Nou, ik schrijf in mijn agenda dat ik mijn benen moet ontharen, anders vergeet ik dat."

Dank je wel juffrouw Novy, broek en blouse passen perfect. Ik voel me weer helemaal vrouw!

(toen ik die avond ging douchen, zag ik dat ik alwéér was vergeten nieuwe scheermesjes te kopen.
Net als vorige week, en de maand daarvóór. Misschien moest ik ze eens op mijn lijstje zetten.)



De foto's zijn vijf jaar geleden gemaakt, bij een heuse sarto (kleermaker) Toscano. Daar schopten ze het tot bruidsjonkers. Gelukkig heb ik geen dochters.

*Voor de liefhebbers nog een link naar de bijbehorende en onverbeterlijke Nina Hagen. 
Naturträne, is ook mooi.

dinsdag 25 september 2012

l'Estate torna ancora



















 






























Vorig jaar zomerden we onder meer in Berlijn, tussen de maffiosi op Sicilië en op het Noordzeestrand. De plaatjes die hier staan schoot ik dichter bij huis: in Groningen en Friesland. Maar ook deze 'estate' is alweer ten einde en ging weer veel te snel. De kachel brandt, mijn handen voelen koud. Maar hij komt terug hoor, de zomer. Tenminste, als ik Bennato moet geloven. 

Ben je er klaar voor? Zijn de stoelen aan de kant? Open dan het laatste linkje en ga lekker los. 
Dansen we rock & rollend naar de volgende zomer. Krijg je het warm van.

dinsdag 18 september 2012

Zestien centimeter

Nog steeds weet ik er de weg niet. Maar ik zocht kattenbrokjes. Voor kleine katjes. Goedkoper dan die van de dierenwinkel. Waar ik sowieso niet meer naar binnen durf, omdat de winkelman me daar vorige keer vijftig euri afhandig maakte door mijn schattige poezebeestjes allerlei engs aan te praten.

"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst.  Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.

Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.

Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.

"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek.  "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.

Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)

Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.

woensdag 12 september 2012

Stemgenot



Het was verkiezingsdag! Joechei! Ik ben er de persoon niet naar om mijn stembiljet te reduceren tot een kunstwerkje. Integendeel. Dus ter voorbereiding op het uitbrengen van mijn stem, nam ik na thuiskomst plaats achter de buis. Alwaar ik, met een bordje linzendrab en tzaziki op schoot, genoot van de hilarische bijdrage van Arjen Lubach en Giel Beelen aan het verkiezingsgekte. Een tweet van Joris Luyendijk had de aanzet gegeven voor het zoeken van een passende band voor elke partij.

Queen matchte met de SP, Fleedwood Mac was de PvdA, Lady Gaga leek op het CDA en U2 paste goed bij de VVD (Giel: "Ze hebben ontzettend mooie woorden voor de wereld, maar uiteindelijk steken ze het geld gewoon in hun eigen zak), The Kelly family bij de SGP en Coldplay werd gekoppeld aan D66 (en toen wist ik zeker dat Novy er goed aan had gedaan thuis te blijven)

Eten op, mannen op tv uitgeluld en hopla, op de fiets naar de stembus. In zo'n multifunctioneel gebouw. Waar ik een paar uur eerder in de file voor had gestaan. Omdat er straten waren afgesloten, en er tevens drie auto's op elkaar waren gebotst. Al het spitsverkeer propte zich door een tweebaansweg langs het winkelcentrum. Het stoplicht sprong meerdere keren van rood naar groen en weer terug, maar de auto's reden niet. Er stroomde alleen nog meer verkeer in de fuik, zodat ook kruisingen volraakten en niemand nog een kant uit kon. Ik had eenvoudig even uit kunnen stappen om mijn stem uit te brengen. Maar ik deed het fijn op het laatste moment. Je moet van zo'n democratisch recht toch wel iets máken, nietwaar? Het is voorbij voor je er erg in hebt.

Dus parkeerde ik die avond keurig mijn fiets in de daarvoor bestemde rekken en ik liep, samen met die andere last-minutes, die daar waren met hetzelfde doel (dat schept een band, er werd gegroet), de deur door, een gang in, linksaf, nog een keer links, rechtsaf, wéér linksaf. En daar zaten ze dan. Zes mensen achter drie tafels. In die grote gymzaal met prachtige parketvloer. Waar een klein hoekje bij de deur was afgeplakt met rood zeil. Er werd gebladerd in de papieren, mijn paspoort werd gekeurd. En ja hoor, je raadt het al, ik stond op de gastenlijst! Ik mocht door!

Met het enorme witte tafellaken met al die honderden kandidaten, betrad ik het houten hokje. Een soort van kleine afwerkplek. Ik las nog even de instructie over wat te doen als ik blanco wilde stemmen, zocht de kandidaat van mijn keuze, -een zekere Huri-, kleurde het vakje rood, keurig binnen de lijntjes en deponeerde het tafellaken toen in de, jawel, vuilcontainer.
Want dat is dus waarin de stemmen werden gedeponeerd. In zo'n grote grijze rolcontainer.

Da's toch mooi? Dat we in het tijdperk waarin we alle bankzaken en sociale contacten op het net regelen. Waarin we krant en boeken op een beeldscherm lezen. Waarin veel mensen hun vrije tijd doorbrengen met het kweken van virtuele tomaten of het fokken van pixelkippen. Waarin ook politici twitteren alsof hun leven er van afhangt en we appjes kunnen krijgen voor om het even welke toepassing dan ook. Dat we in dàt digitale tijdperk:

een papieren stembiljet ontvangen
van een levende postbode
waarmee we dan eigenhandig naar een bestaand gebouw fietsen
daar met een heus potlood onze stem uitbrengen
en die dan in een grijze afvalbak gooien.
en dat aan het eind van de dag, al die miljoenen papieren, met de hand worden geteld (toch?).

Daar geniet ik gewoon van.

dinsdag 11 september 2012

Blind date

Een door anderen georganiseerde afspraak, ontmoeting of, maar dat wordt vaak eufemistisch als 'het was errug gezellig' benoemd, vrijpartij, met een onbekende. Nooit gedaan. Of het moet die keer zijn geweest dat ik, in het pré internettijdperk, reageerde op een contactadvertentie en zomaar ergens op een aanrecht in Rotterdam belandde. Ja, niet gelijk natuurlijk. We gingen eerst schaatsen. Niet uit eten. Want dat zou, zo beweert wikipedia, geen goede versiertechniek zijn. Veertig kilometer. In de Weerribben. Mensen, wat kon hij dat goed, schaatsen. Ik ging ook lekker hard, in zijn kielzog, maar vloog toen zomaar het riet in. Bocht naar links gemist.

Morgen is het weer zover. Fijn met z'n allen. Met zo'n rood potlood in een houten hokje bepalen we weliswaar niet met wie we in het riet of op het aanrecht belanden, maar wel of we voortaan op zondag naar de AH mogen (op jacht naar de ware?) en of onze puberkinders hun tussenuren in de coffeeshop slijten. Althans, dat wil die fraaie stemwijzer mij laten doen geloven. Die ik net deed.
Wel lastig hoor. Van die dubbele dubbele ontkenningen....
De aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden beperkt.

Eh, aftrek... dat is dus een min (-),
rente, dat gaat er weer bij, dus een plusje (+),  
niet (-)
verder (+)
beperkt....(-)

Ook campagnevoerders lijken soms moeite te hebben met stellingen. Zo las ik in het Dagbad van het Noorden (bóven de rubriek relatiebemiddeling ;-)

'Oorzaken oplossen in plaats van symtomen? 
(ja, zonder p) 
Dit doen alle huidige partijen. Wij niet!

En 'wij' dat is dus de Symtoom Oplossers Partij Nederland. Of zou dat voor iets anders staan?

Als de zetels straks zijn verdeeld, of versnipperd, zo je wilt, zal het vormen van een regering wel net zo lastig zijn als het interpreteren van de uitkomst van mijn stemwijzer. Tussen de eerste en de laatste partij zit slechts vier punten verschil (van de in totaal dertig stellingen). De partij op wie ik voornemens was te gaan stemmen (zo zweverig ben ik nu ook weer niet) komt als elfde uit de bus! Als ik de splinterpartijen uitschakel, staat ie op nummer zeven. Wat moet ik nou? Als linkse ondernemer is het lastig keuzes maken.

Ik vrees dat mijn keuze morgen een blinde is.
En 's avonds ga ik dan toch eindelijk naar die veelgeprezen Franse film 'Intouchables'.
Met mijn date. Geen blinde. Het zou wat zijn zeg. 



donderdag 6 september 2012

12345


Het had me zo leuk geleken om dat te zien.
Net als in de auto, wanneer de teller langzaam naar een rond getal kruipt.
Wat zei ik daar?
'kruipen'?
Geen kilometer- of gasmeter die dat nog doet, mens! Niks geen knus draaiende wieltjes meer met cijfers, maar stille steriele displays. Net als op dit blog, met de bezoekersstatistieken. Want dat was het waar ik het had willen zien. Dat getallentrappetje.


Vanmorgen zag ik dat het vandaag ging gebeuren. Maar op het moment suprême was ik er niet.
Hoewel dat natuurlijk ook best archaïsch klinkt. 'Er zijn'. Alsof dit blog een dagboekje onder mijn kussen is. Waar ik naar toe zou moeten om het te kunnen zien, voelen of ruiken.

Maar toch zag ik het niet. Want nu staat er: 12367. En dat ziet er toch veel minder strak uit.  'Eéntweedriezeszeven'. Dat bekt als Berend Botje op de Paralympics.

Daar waren we trouwens vorige week even. Nee, niet in Londen, maar in Zuidlaren. En we zouden misschien ook wel naar Londen kunnen. Want ik schuifelde met Leo door het zand om megaletters te maken en intussen probeerden we te ontsnappen aan de vele agressieve wespen. Best vermoeiend. Zou zo een Olympische sport kunnen worden. Beach biathlon.

Je leest het goed, ik ben niet zo van de sport. Maar als je net die dag kwam aanvliegen op Eelde, kon je vanuit de lucht, op het strand van het Zuidlaarder Meer 'HOI, HOE GAAT HET?, lezen. Ik werd trouwens toch gestoken. Ook dat schijnen sportende gehandicapten te doen. Prikken ze even in hun ballen voordat ze moeten presteren. Om de bloeddruk te verhogen. Het heeft ook een naam. Maar die vergat ik. Wel onthield ik dat het niet mag en dat controle lastig is.

Gewoonlijk mag ik van Leo nog geen mier doodtrappen, maar nu schudde hij met duivels genoegen het lege pak sap heen en weer waarin ik drie wespen had gevangen. Om ze vervolgens in de hitte te laten stikken. En nu we het toch over beesten hebben: Gisteravond struinde ik de hele buurt af om Anna terug te vinden. Zoals één van de katjes heet die ik, zoals ik me voor de vakantie had voorgenomen, in huis heb gehaald. Ik sloop door stegen, tuinen en loerde onder geparkeerde auto's. Ik riep en vroeg aan Tjechische en Engelse passanten of ze Anna hadden gezien. Nou ja, dit is ook al niet spannend meer. Op naar de ontknoping dan maar:

Het buurmeisje trok de la onder Kees bed open en greep vol in de stront: 'Raak'! Anna zat er achter.


Ik snap nu ook waarom hetzelfde buurmeisje even tevoren mijn vieze kleren uit de machine trok en mij op het hart drukte om altijd de was na te kijken voordat ik het deurtje dichtdeed. Beter een wesp in een pak dan een kat in de was. Hoewel sommige mensen zelfs hun kind in de kliko doen. (=leuke link, niks lugubers)