Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2016

Zwartkijken

In praatprogramma's wordt ons regelmatig verteld dat een zwarte knecht niet meer van deze tijd is. Hoeveel we ook houden van de Zwarte man. Maar er is goed nieuws voor de laatste believers van blackface! Want waar je ook kijkt, overal wordt onze traditionele kijk op gekleurde mensen bevestigd. Niet omdat de Hema nu opeens weer chocoladeslaafjes in het schap heeft. Wel door op tv en in de krant ons de verhevenheid van het blanke ras voor te schotelen. Met daaraan gekoppeld de rol die de zwarte bevolking zich laat aanmeten.

Mijn jongste zoon ziet Zwarte Piet graag blijven. Ik vermoed omdat zijn klasgenootjes dezelfde mening zijn toegedaan. En ik begrijp best dat je als brugpieper maar één echte zorg hebt: Niet afwijken. Wie in een groep functioneert, voegt zich naar de geldende norm. Dat geldt niet alleen voor brugpiepers.

Kees' (12) argument is dat Sint de kinderen heeft bevrijd uit hun slavernij. Dat het dus iets goeds was, iets positiefs. Het idee dat de witte (man) de redder is en de Pieten daarmee tot gelukkige, bevrijde slaven maakt is een fijne gedachte. Het geeft houvast. Het maakt de wereld voorspelbaar en veilig. Het is precies dat veilige gevoel dat het op de buis goed doet. 

Zo vraagt presentator Krabbé bij 'The Voice of Holland' aan de gekleurde zangeres, die in Los Angeles woont, om een nadere verklaring omtrent haar huidskleur. Nee, dat vraagt hij natuurlijk niet zó. Eerst wordt haar blanke zus in beeld gebracht (zoek de verschillen) en dan Krabbé die met een grote glimlach en opgetrokken wenkbrauwen zegt: 'Sprekend!' en 'Leg eens uit' (Ha, fijn!, wij vroegen ons als kijker ook al af hoe dat zat. De gedachte dat de zangeres van negenentwintig zich vast al ettelijke keren heeft moeten 'verantwoorden' voor haar huidskleur, maakt van mij waarschijnlijk een oude zeur. Een spelbreker.)

Stralend vertelt ze dan hoe ze als baby'tje (Aaaah, zwarte baby's zijn lííef) bij een fantastisch gezin mocht (!) wonen. Ze doet er nog een schepje bovenop door te vertellen hoe blij ze is om in Nederland Hollandse pot te kunnen eten. Want dat heb je niet in Amerika. (Geen woord over wat ze daar doet. Blijkbaar is boerenkool relevanter voor haar zangcarrière dan haar baan). Dan volgt het beeld waarbij ze, met het bord op schoot. de moeder prijst over hoe goed die altijd voor haar is. Het plaatje is bijna compleet: Zielig zwart kindje, lieve (kokende) moeder en dankbaarheid als volwassen vrouw. Ik voel ook mijn eigen mondhoeken omhoog krullen. Een betere inleiding van het weekend bestaat niet.

Na haar auditie neemt ze de loftuitingen op haar uiterlijk van de blanke jury in ontvangst. (Nee mensen, ik ga géén parallellen trekken met de wereld van vóór 1863, Want het wankele lijntje dat ik met u als kritisch lezer heb opgebouwd, wil ik niet kwijt). Jurylid  Ali B. vraagt haar om nóg iets te zingen. Want met Justin Biebers' 'Love yourself', was ze niet op haar best. Na het soulnummer klinkt een daverend applaus. Volgens Ali past dit nummer beter bij haar.

Voordat we te zien krijgen wie ze als zangcoach kiest, komt er nog een blokje ster. In één spotje wordt vier keer achter elkaar 'Afrika' genoemd. Afgewisseld met woorden als 'diarree' en 'dood'.  Het is me niet duidelijk of ik als kijker wordt verleid tot het kopen van een lot en daarmee het fijne gevoel krijg dat ik 'arme zwartjes' help (ik doe het heus niet voor dat miljoen) of dat er, met de kerstdagen voor de deur, een direct appel op mijn portemonnee wordt gedaan. Wél weet ik dat binnen een paar seconden het beeld van een ziek continent is neergezet. Waarom zie ik nooit een oproep voor steun aan een onderzoek naar kanker op een universiteit in Kenia? Of, nog gekker, om je voor zo'n onderzoek als proefpersoon aan te melden? Maar dat zou vast de wereld op kop zijn zetten. We kunnen in de wetenschap toch moeilijk worden voorbijgestreefd door die achterlijke zwartjes! Dat druist in tegen ons wereldbeeld. Waar we zaken het liefst zo houden zoals we denken dat het is. Lang leve de traditie.

Het nieuws dan? Dat brengt toch objectief de werkelijkheid in beeld? Over een item over chocola hoor ik dat fairtrade chocola nooit echt eerlijk kan zijn. In de minireportage krijgen we bezwete koppies in beeld. De voice-over vertelt dat deze jongens 'ingestudeerde antwoorden' geven omtrent hun leeftijd. Een donkere jongen kapt zwijgend verder met zijn machete. Een kind dat moet werken. Het is me wat. 

Mijn gedrukte krant (Trouw) doet qua beeldvorming ook een duit in het zakje. Op Obama na, zie ik vooral foto's van witte mannen op leeftijd op hoge functies. Op pagina twaalf van de bijlage staat een foto van een man met ontbloot bovenlijf. Van achteren gekiekt. Met opgeheven armen sjouwt hij een zware plank uit het bos (!). De zon laat zijn gespierde bovenarmen goed uitkomen. U mag raden naar zijn huidskleur. De tekst van het artikel luidt: 'Fout met hout uit Kameroen'.


Hoopvol werp ik maandag een blik in de NRC. Naast een naamloze zwarte man -Één op de zes hardlopers raakt oververhit-, bevat alleen de cultuurpagina wat kleur. Bij het stelletje dat 'wereldfilms' aan de man brengt zien we van hem zijn mooie billen. De vrouw ernaast draagt een rokje van raffia. En in het artikel over de kunstbeurs neemt men de term 'beeldvorming' wel héél letterlijk. (zie foto). De ontbrekende voorkant van het halfnaakte filmstelletje wordt hier in één Afrikaans kunstwerk gevat.

-------------------
Ik houd mijn zoon of andere voorstanders van Zwarte Piet niet verantwoordelijk voor de slavernij. Wel lijkt het me zinvol om eens stil te staan bij de tijd die voorafging aan de afschaffing hiervan. Iets met tradities. Hieronder een aantal anekdotes uit die tijd. Er is meer over te lezen in de biografie van koning Willem III. Redder van de Slaven.

'Ook petities tegen de slavernij laat de koning voor zover bekend onbeantwoord, terwijl de discussie over het onderwerp levendiger wordt.'

'Het regent preken van de kansel en voorstellen over de beëindiging van de slavernij.'

'De commissie gaat behoedzaam te werk. Te behoedzaam, vindt Groen. Dit leidt tot ‘eene emancipatie die over duizend jaren welligt tot stand’ zal komen, roept hij gefrustreerd. Hij stapt op.' 

'De aard van de zwarte bevolking maakt het volgens het kabinet nodig hen ‘te behandelen als onmondigen, die raad, leiding en ondersteuning noodig hebben van hunnen voogd’.'

'Missionarissen en zendelingen gaan na de aankondiging van de afschaffing van de slavernij massaal aan het werk om hun kudde liedjes te leren waarin ze hun blijdschap projecteren op de figuur van de koning, ver weg in het onbekende Nederland. Een mythe is geboren, over een vaderlijke vorst die in al zijn goedheid besloten heeft de ketenen van de slaven te verbreken. De mythe blijkt onuitroeibaar.' 


Ik wens iedereen een fijne pakjesavond.

maandag 8 juni 2015

'Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden'

Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.

Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.


Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.


Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.

Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.

zaterdag 30 mei 2015

De middeleeuwen. Want Ankersmit en Brandt Corstius

Frank Ankersmit haalde beroemde werken van Jan Romein aan. Met mooie bruggetjes naar hedendaags populisme en Dijsselbloem, betoogde hij dat de gangbare indeling in tijdvakken onjuist was. Hij zette uiteen waarom de democratie zoals wij die nu kennen tijdelijk is. De rol van de volksvertegenwoordiging zou vergelijkbaar zijn met een advocaat die tijdens een rechtszaak zich tevens de rol van rechter aanmeet. Hij voorzag een terugkeer naar de middeleeuwen.

De spreker na hem, Mattias Gijsbertsen vertelde over koningin Wilhelmina. Zij zag in de tweede wereldoorlog haar kans schoon om zonder bemoeienis van een Tweede Kamer haar eigen beslissingen te nemen. Ook in de regering de Geer had ze weinig vertrouwen. En dat was zacht uitgedrukt, zo zei de Groninger politicus bij wie het portret van de vorstin aan de muur op zijn werkkamer hing.

Met een rode helm onder mijn arm overdacht ik de woorden van Ankersmit en Gijsbertsen. Docent en student. Emeritus hoogleraar en wethouder van Groen-Links. Bijna dertig meter onder mij zag ik het podium waar Ankersmit met zijn heen weer zwaaiende vinger had gesproken. Ik keek door het gat in de hemel van de A-kerk, dat de kleinzoon van de koster, Harry de Munck, voor deze gelegenheid -'De nacht van de geschiedenis'- even had geopend. Mijn helm viel niet naar beneden.

De Munck vertelde met zijn volle stem hoe hij als klein jochie in deze kerk had leren lopen en fietsen. Over zijn vriendjes met wie hij in deze gewelven met duiveneieren gooide. Hoe vier gloeiende potkachels met cokes de kerk met twaalfhonderd gelovigen moesten droog stoken. Over vleermuizen, koninklijk bezoek en de te Aduard gebakken kloostermoppen waar het zout tot op heden uitsloeg. Engelse piloten en Duitse soldaten waren er in deze kerk geweest. In de Franse tijd hadden katholieke paarden er op protestantse graven gescheten. En voor de reformatie (de donkere middeleeuwen hadden we volgens Ankersmit toen al eeuwen achter ons gelaten) had men de heilige maagd Maria door de open hemel laten neerdalen in de kerk. De Munck had meer verhalen dan de tijd ons toeliet. 'We moeten weer naar beneden' zei hij, 'anders krijg ik ruzie met Brandt Corstius'. Vervolgens sloot hij de hemel.

Jelle Brandt Corstius, die als publiekstrekker op het entreebewijs prijkte, nam na de pauze plaats achter het katheder. Hij sprak over het onbestaande land Gaugazie, over als bevrijders geëerde SS-ers in Letland en propagandabedrijven vol studenten die zich als Russisch bouwvakker of andere willekeurig alter ego op social media begaven. Als opstapje naar de nieuwe tv-serie over Oost-Europa vertelde hij over de 'bedachte' onafhankelijkheidsdag van Kazachstan en over Loekasjenko, die opeens de noodzaak zag om de eigen, Wit-Russische taal op scholen te onderwijzen. Het zouden reacties zijn op Ruslands bemoeienis in Oekraïne. En hoewel Jelle als Ruslandkenner voor een bredere, minder vooringenomen berichtgeving over Rusland pleitte, droeg zijn duiding van het nieuws daar niet echt aan bij.

In de Russische geschiedschrijving hebben de goelags nu nog slechts een marginale rol. 'Goelagje spelen' schijnt er dan weer wel te kunnen. In Moskou kun je voor de ontspanning, of zo je wilt, het 'entertainment', naar een dergelijke club gaan. Bij binnenkomst blaffen honden je toe en wordt je gefouilleerd. Eenmaal binnen wordt je vergast op ratten onder een glazen vloer en om middernacht zijn er twee heuse 'nep-executies'. Alsof wij het weekend inluiden door te gaan swingen in club 'Bergen-Belsen'.

Stefan van der Poel sprak als laatste. Alvorens aan zijn van citaten wemelende lezing over de Joodse gemeenschap in Groningen te beginnen, merkte hij op dat men 'hier kennelijk niet van Joden houdt'. Hij doelde op het weglopend publiek.

Het kon niet.
Die opmerking.
Eigenlijk kon het niet.

Misschien mag wat ik nadien dacht ook niet schrijven.
Maar Ankersmit had gelijk.
We keren terug naar de middeleeuwen.
De tekenen zijn tastbaar.

Acht sprekers waren er tijdens deze nacht van de geschiedenis.
Allemaal hadden ze interessante invalshoeken. Ze hielden mooie betogen. Ik hing aan hun lippen.
Maar ze waren allemaal blank.
En ze waren allen man.
Alle acht.  

(over framing, beeldvorming en identiteit gesproken)

Men houdt hier kennelijk niet van vrouwen.


























Zowel een hoogleraar geschiedenis als een Groningse wethouder maken deel uit van mijn klantenkring. Als timmervrouw. Maar ik vrees daarmee geen geschiedenis te schrijven.

dinsdag 14 april 2015

Een ultrakorte relatie

'Lokaal van leraar X vol wierook gezet.'
'De geraniums van Y uit het raam gegooid.'
'De deuropener gesaboteerd zodat je bij te laat komen toch naar binnen kon.' 

Drie willekeurige teksten op de biechtmuur in het 'sentimentlokaal'. Veel losse foto's en enkele albums liggen er verspreid op tafels. Deze zaterdag werd het vijfenzestigjarig bestaan van mijn middelbare school gevierd. De biecht 'laxeermiddel in koffie van leraar' komt zo vaak voorbij, dat het hele personeelsbestand aan de schijterij moet zijn geweest. Maar misschien waren het slechts enkelen die het moesten ontgelden. Of is het grootspraak. Net als 'Geblowd/ gedronken in de klas (met leraren)' of 'Seks gehad in de invalidentoilet'. Eén bekentenis geloof ik echter direct. 'Ik heb een ultra korte relatie gehad met leraar X.' De leraar in kwestie wordt met voor- en achternaam genoemd. Ook de ondertekenaar is niet anoniem.

Het maakt de tongen los van een paar meisjes, pardon, vrouwen, die er omheen staan. Ze hebben soortgelijke ervaringen. Met deze leraar. En met een andere. 'Kijk, daar heb je de viezerik' vang ik op, terwijl ze een foto uit de stapel pakken. 'Ja man, die is nog met ons op kamp geweest. En toen ging dat de hele avond door, ging hij alle tentjes af.' Ik begrijp dat één van de leraren met de stille trom van school vertrok. Waarom is mij niet duidelijk.

Een schoolgenootje van me vertelt dat de docent van de 'ultrakorte relatie' graag haar voeten masseerde. Het bleef niet bij haar voeten. Later, in de kantine, praat ik lange tijd met een jongen waar ik vroeger mee op het toneel stond. Een toneelstuk dat, zoals elk jaar, werd geschreven en geregisseerd door de voetenmasseur. In een pauzemoment van één van de repetities zoende hij ook mij. Niet in het invalidentoilet of op zijn kamer, maar op de gang. Het was nat en openbaar en toch in het donker. Maar dat bedenk ik me nu pas.

Een oud-schoolgenoot, die net als ik de school ooit zonder diploma verliet, geeft er nu zelf les. De 'biecht' verbaast haar niet. De masseur-regisseur-ultrakorterelatie-docent had ook haar geprobeerd te zoenen. Het klasgenootje met wie ik hierna praat heeft tijdens het zeilkamp -hij kon wel in het bed boven haar- dezelfde leraar van zich weggeduwd. En ze vertelt meer. Ik vraag me hardop af waarom zij, of iemand anders er toen niks over zei naar anderen. 'Ach', antwoordt ze, 'hij had toch openlijk een relatie met G.? Kennelijk was het gewoon'. Andere tijden.

Wat ik zelf ervoer toen deze leraar me zoende? Of ik het fijn of vies vond? Of ik er bang of opgewonden van werd? Ik weet het me niet te herinneren. Hij was mentor van de klas van mijn zus, en later van mij. Hij ging mee op kamp en kwam ook in mijn ouderlijk huis over de vloer bij het klassenfeest. Als prille brugpieper volgde ik bij hem lessen drama.

Mijn middelbare schooltijd was voor mij een verademing. Ik werd niet meer gepest. Ik kon eindelijk mezelf zijn. Iedereen mocht er zichzelf zijn. Misschien gold dat ook voor leraren. Of dachten sommigen dat 'zoenen' of 'lichamelijke verkenning' tot de algemene ontwikkeling behoorde. En vonden jonge docenten dat een meisje beter met een ervaren man kon oefenen dan met een nerveuze, pukkelige puber.

Anno 2015 is het dokter Corrie die ons op de buis vertelt hoe je zoiets aanpakt. Haar gastzoener, pardon, -spreker, Alexander Pechtold legt uit dat je dames best het initiatief mag laten nemen. Helaas zijn de video's hiervan online niet meer beschikbaar. Het protest van ouders tegen haar seksuele voorlichting op tv is nu groter dan anno 1985 tegen docenten die 'praktijkonderwijs' bedreven. Zou het meisje dat Pechtold als puber zoende eerst met een ouderling op school of in de kerk hebben geoefend? Of hij zelf?

Deze week schreef Theodoor Holman dat op zijn middelbare school bijna ALLE leraren onder de 35 een geheime verhouding hadden met een leerling. En dat hij daar wel eens jaloers op was. De column laat in het midden of Holman die jaloezie als brugpieper of docent ervoer. Andersom denk ik nu dat er op mijn school bijna geen meisjes waren bij wie de voetenmasseur-regisseur het niet probeerde.

Hij schrijft nu boeken en vertelt op de radio. Onder andere over hoe gebeurtenissen uit je jeugd kunnen doorwerken in je verdere leven. Op de reünie heb ik hem niet gezien.

Ben benieuwd wat de biechtmuur ons in 2020 onthult.

woensdag 12 maart 2014

Een kerk voor communisten


Er werd verwezen naar Noord-Korea, de Sovjet-Unie, er werd gesproken over een ontmoeting met een Griekse priester in een kibboets in Israël, over Indonesië, over de Spaanse burgeroorlog en de huidige dreiging in de Oekraïne. Het was weer werelds. Maar in de kerk was het wit. En op leeftijd. Ik vermoed dat ik met mijn 43 jaar een van de jongste aanwezigen was. Maar dat mocht ook. Aangezien het boek dat hier op 5 maart werd gepresenteerd vooral ging over 1940-'45, in het bijzonder het communistisch verzet uit die oorlog. Over CPN-ers die ook na de machtsovername van Hitler in 1933 al verzet hadden gepleegd en zich sterk maakten om Duitse vluchtelingen op te vangen. In de oorlog werden veel van hen opgepakt en vermoord en na de oorlog ontbrak het voor de overlevenden vaak aan erkenning. Die oorlog is nu lang geleden, maar nog niet lang genoeg om de nabestaanden en betrokkenen, waar ik woensdag tussen zat, een traantje weg te laten pinken.

De presentatie werd ingeluid door zigeunermuziek (Zigane), en door een uitvoering van 'Wij zijn de veenbrigade' (Moorsoldaten). Het doet wat militaristisch aan, maar aangezien ook ik ben opgegroeid in een rood nest, bezorgde het me toch warme herinneringen. Het lied bleef de hele dag in mijn hoofd zitten.

Max van de Berg, commissaris van de koning in Groningen, zelf geboren in 1946, reikte het eerste exemplaar uit aan de dochter van Wolter Wolters, actief in het Communistisch verzet in Groningen. Wolter Wolters kwam in 1942 om in Neuengamme. Zijn nu bijna honderdjarige dochter was de laatste die sprak. In de A-kerk.

Later op die dag zat ik aan tafel met de vader van de neven van de auteur. Hij vroeg wie er nu zoal geïnteresseerd kon zijn in het communistisch verzet uit de tweede wereldoorlog. Ik vertelde over wat ik die middag had gehoord. Dat kennis van de geschiedenis net zo onmisbaar is als taal en rekenen. Omdat het ons inzicht verschaft in denkpatronen. Omdat het ons iets leert over uitsluiting op grond van afkomst of overtuiging. En dat zo'n oordeel funest kan zijn. Ook voor de generaties die volgen. En dat het durven kijken en zien van verbanden en zelf verbanden durven leggen met de huidige wereld, bijdraagt aan het moreel besef. 

Geschiedenis is niet wat wij uit boeken leren, maar vooral wat zich buiten afspeelt. Bij mensen, onder mensen, wat wordt gezegd maar vooral ook waarover wordt gezwegen. Het boek was mede gebaseerd op interviews uit de jaren tachtig met oud CPN-ers die in het verzet hadden gezeten. Zij zijn inmiddels overleden.

Na afloop was er koffie en cake en aan de enorme rij die zich vormde bij de verkoop, kon ik opmaken dat de presentatie geslaagd was. Dat doet deugd.

Ik kocht het boek niet. Mijn bijdrage zal zijn dat ik, nog meer dan voorheen, mijn kinderen zal proberen te leren om zich zelf een beeld te vormen van wat er om hen heen gebeurt. Om goed te kijken, te luisteren en te (willen) zien en weten. Om zelf te oordelen, niet op grond van de groep waar ze bijhoren, of hun ouders, of waartoe ze anderen menen te moeten rekenen, maar op grond wat je zelf waarneemt.

Het indelen in groepen maakt de wereld misschien wel overzichtelijk, of simpel, maar het verdelen in 'mijn en dein' geeft ook strijd en leidt tot oorlog.
Op schoolpleinen, in Groningen maar ook op de Krim.




'Fascisme, dat nooit meer' is actueler dan ooit.








zondag 10 november 2013

De brug en de liefde

Vervolg op Ernestina


In 1886, hij was toen iets langer dan een jaar getrouwd met Maria dos Santos, een meisje uit Estevais, woonde hij met haar de grote feestelijkheden bij ter gelegenheid van de opening van de nieuwe brug over de Douro, de ponte de Dom Luis.

127 jaar later, ze waren toen iets langer dan acht maanden samen, dronk ze twee koppen thee en zette ze koffie voor haar lief. Ze stopte Ernestina in haar rolkoffer en smste de eigenaar van hun gehuurde kelderwoning. Met grote passen beenden ze door donker Villa Nova de Gaia, in de richting van de Douro, die in de diepte lag. Maar de weg liep stijl omhoog. Om 03.26 uur stapten ze op het bovendek van de ijzeren brug, dezelfde als waar de grootouders van Rentes de opening van hadden bijgewoond. Ergens tussen die dag en vandaag, liep Rentes zelf over het benedendek, op de eerste dag dat hij naar het lyceum ging.

Begin oktober was het zover. Ik stond in nieuwe kleren en met een schooltas vol boeken in de kamer, mijn moeder huilde alsof ik naar de kolonies vertrok, en mijn vader stak een sigaret op, pakte me bij de hand en leidde me, om me voor eens en voor altijd de weg te wijzen, een eind langs de rivier, de brug over en aan de overkant via de Muro dos Guindais, Corticeira en Fontainhais door de straten achter het kerkhof Prado de repouso. Ten slotte kwamen we uit in een laan, hij keek op zijn horloge en zei dat het ons ruim een uur had gekost, zodat ik dus voortaan voor achten de deur uitmoest. blz 242.


Met pap in hun benen, nauwelijks in staat om van Porto in het donker te genieten, rolden ze met hun koffertjes over de stalen brug. Rechts van hen liep de 'funicolar dos Guindais', de kabelbaan die het hoogteverschil tussen het boven- en benedendek overbrugt. Iets hoger de rua de Fontainhais, inmiddels half ingestort, met een betonnen muur dwars over de straat. In de verte de Corticeira, het 'afstekertje'. Toen ze de brug helemaal over waren, gaf haar mobiel 03.34 aan. Na een nieuwe afdaling passeerden ze het beroemde Estacao San Bento. Een mooi maar mysterieus station, waar geen spoor lijkt heen te gaan.

Toen de chef floot voor vertrek en de locomotief antwoordde en de conducteur langsliep om te kijken of alle deuren dichtwaren, hing ik uit het raampje met in de ene hand een kippenbout en in de andere een glas limonade. De grootste tunnel begint in het station en is lang, maar ik bleef bij het raam om het moment niet te missen dat we eruit kwamen en ik omkijkend in de verte ons huis zou kunnen zien liggen. Daar, in volle beweging en zo hoog dat ik dacht te vliegen, was het uitzicht met de twee bruggen, de rivier beneden, de huizen, de zeeschepen, en de rabelo's ronduit schitterend. blz 215

Late feestgangers hingen rond op de 'Avenida dos aleados'. Het regende. Toen om vier uur de bus vertrok, at ook haar lief zijn eerste broodje. Om de kotslucht van de late feestgangers mee te verdrijven. Een paar zwartrijders werden halverwege door agenten rechtstreeks het bureau in geloodst. De bus racete met ongekende snelheid over de nog verlaten straten van Porto.

De 's avonds tevoren klaargemaakte pakken, kisten, manden, koffers en tassen werden door mijn vader geteld en in plaats van een taxi te zoeken (..) had hij een groep sjouwsters opgetrommeld. blz. 212.

De avond tevoren kookte ze eitjes, smeerde brood met Queijo Sao Jorge, sneed komkommer en wikkelde twee pakjes kweeperen- (marmelo) jam in folie, als souvenir voor haar vader. Ook goot ze de heerlijke olijfolie van een glazen fles over in eentje van plastic. Om mee te nemen. Een beetje dom, want wie alleen met handbagage reist, mag wat vloeibaar is en meer dan 125 gram weegt niet meenemen. Alleen de tomaten, een klein pakje yoghurt en de eitjes mochten van de douanejuffrouw mee in het vliegtuig.

's Avonds, terug in Nederland, pakte ze het laatste stukje Sao Jorge kaas uit het doosje.
Op het deksel stond 'Doces momentos'.
Zoete momenten.

In die grote vredige stilte kleedde Ernestina zich uit, kuste me, liet zich strelen, spotte stilletjes met mijn haast, remde mijn onstuimigheid af of hekelde mijn onschuld, alsof het feit dat ik nog een kind was, haar opwinding verhoogde. Ze verbood een kus, lokte een streling uit. Trok zich los uit mijn omarming en terwijl ze zich omdraaide, klemde ze mij tussen haar benen, genietend van haar overwinning, in mijn lippen bijtend tot ze buiten adem was. Gek van begeerte had ze makkelijk een speelbal van mij kunnen maken. (...)

Haar zachte huid kleefde aan die van mij, versmolt ermee, terwijl haar vingers, tien klauwen, mij een vreemd tegenstrijdig gevoel bezorgden, een gevoel van angst en extase, van zonde en fascinatie. Toen ze het wilde bood ze mij haar lichaam, maar voor die gift en dat moment zijn geen woorden. 
blz 314. augustus 1945.

dinsdag 2 oktober 2012

Groente in het Arabisch of Sanskriet?


Au, aube, auberge, aubergine. Nooit bij stilgestaan. Klinkt allemaal erg Frans. Behalve dat eerste dan. Maar als 'eau' dan weer wel. Hoe ik hier op kwam? Ik was alleen, trok de koelkast open en zocht iets dat zou passen bij de linzensoep die ik 's ochtends had klaargemaakt (net als snert smaakt die beter als ie even staat). Vond het te laat om nog vlees te ontdooien en toen viel mijn oog op die vreemde vrucht. Paars, glad, exotisch en, mits goed klaargemaakt, 'mijn lievelings.' De meelezende keukenprins die nu gelijk denkt aan het ubermachtige 'melanzane al la Parmiggiana of, op z'n Grieks, 'moussaká', moet ik teleurstellen. Of geruststellen. (ook al zo'n vreemd woord, met twee keer 'st' er in). De (s)mak(k)elijkste eenpersoonsmaaltijd met deze egg-plant is 'al funghetto' (vrij vertaald: 'op z'n paddestoels'). Heb geen zin om het precieze recept op te zoeken en wie het beter weet, mag het zeggen. Maar wat ik gister at was goddelijk en ik deel het hier graag:

  •  Snijd de aubergine aan dobbelsteentjes
  • Fruit intussen twee a drie teentjes knoflook.
  • Mik de dobbelsteentjes erbij (flink olie erbij gutsen, want het slurpt olie) Omscheppen. 
  • Twee tomaten aan stukjes erbij. Deksel erop. Vuur laag.
  • Zout, peper, oregano naar smaak. 
  • Kwartiertje zachtjes gaar laten pruttelen. Klaar.

Er was een tijd dat ik zelf aubergines kweekte en zelfs weckte voor in de winter. Maar toen ik, na mijn turbulente Italiëtijd, probeerde om mijn tuinkunsten hier voort te zetten, bleek dat aubergines geen temperaturen onder de vijftien graden verdragen. Dus kregen mijn kleine maar mooi gevormde vruchten bruine plekken. Ik las ergens dat Nederland aubergines in grote getale naar het Midden-Oosten exporteert. Maar bij gebrek aan verwarmde glazen huisjes, is mijn oogst jammerlijk mislukt.

Een andere uitheemse groente, courgette, doet het hier in de volle grond trouwens prima. Zó goed dat ik me, in mijn volkstuintijd, ongans at aan courgettesoep, gevulde courgettes en natuurlijk aan maaltijden als hierboven. Want dat kan ook met courgette.

Ook gelijk maar even het linzenrecept?
  • Zet linzen in de week
  • 8-12 uur later opzetten met water, selderij, knoflook, een scheut olijfolie en zout.
  • Uurtje heel zacht laten pruttelen. Klaar.
Je kan het als soep eten met vlindertjespasta (apart koken, anders wordt het beton) of met tomatensaus en een varkenspoot, zoals ze in Italië tijdens de jaarwisseling doen. Dat zou voorspoed brengen.

Maar daar ging het me niet om. Tijdens de kooksessie dacht ik na over de naam. Niet over die van linzen -die hebben de vorm van lenzen, dus da's duidelijk. Of wacht, het is misschien omgekeerd, want de lins was er vast eerder dan de lens-, maar over de 'au-ber-gi-ne'. Wat heeft die nu met een 'auberge', herberg, te maken? En wat zou 'aube' zijn? Toch maar even aan wiki gevraagd. Die heeft het over 'dageraad'  en zegt dat dat niets met de groente van doen heeft. Die ook niet Frans is. Of het moet zijn dat Fransen het woord 'vatinganah' ergens naar wilden laten klinken. Want het is dus Sanskriet.

In het Italiaans zou ik diezelfde 'melanzane' toeschrijven aan iets van mela (appel) en insana (ongezond)? Logisch toch? en op zich klopt het. Maar ook daar zou dat oorspronkelijk een Arabisch woord zijn geweest: Bâdindgiân. Wat kennelijk Italiaanser moest. Weer wat geleerd. Het engelse egg-plant is misschien ook wel een verbastering. Maar over de etymologie vind ik alleen dat er witte, eivormige aubergines zijn. Als je het zo bekijkt is dat hiernaast vast een Siciliaanse 'snakeplant'. Geen kleine pompoen, courgette dus.


Ter afsluiting nog een leuke internationale familie, van de.... lees zelf maar.

watermeloen (nl.) = anguria (it.)
anguri (gr.) = komkommer (nl.)
cocomero (it.) = watermeloen (nl.)

Eet smakelijk allemaal!

zondag 20 mei 2012

De datende mama


Het is één uur 's middags. Ik ga te laat komen, zoals gewoonlijk. Tijdens het wegwerken van een laatste weekendwas, sms ik dat ik er aan kom. Hij is per trein uit de randstad gekomen. Met de auto haal ik hem op bij een vriendin in een dorp boven Groningen, waar hij logeert. Er is geen plan. Alleen een date.

Ik gris mijn jas van de kapstok, zwaai mijn rugzak over de schouder (moest ik misschien niet toch een handtas meenemen? Nee,... het is geen nette meneer) en dender de trap af. Hé, de buurvrouw heeft de krant in het portiek gelegd. Die ook maar meteen meenemen. Uit mijn achterbroekzak peuter ik een giro-envelop, waarop het adres staat gekriebeld. Terwijl de Tom-tom opwarmt, kan ik nog even koppensnellen: 'Griekenland en de run op spaartegoeden, Grunbergs column gaat over 'glijmiddel' en helemaal bovenin, op de voorpagina, staat een kleurenfoto van een bekend babykoppie. Het is één van de rotjes. 'Mamablogs om jaloers op te worden' staat er naast het hoofdje. Straks maar 's verder lezen wat Aaf Brandt Corstius daarover te melden heeft.

Het navigatiesysteem is klaar voor gebruik maar weigert mij de weg te wijzen naar het oord dat ik intyp. Geen gps signaal. Het is midden op de dag en mooi weer. Zolang ik mijn schaduw achterna rijd komt het goed. Drie keer doorkruis ik het gehucht ('àls je te laat komt, doe het dan góed', was het devies van mijn leraar psychologie) alvorens de weg te vragen aan de postbode. Die kent niet alleen de juiste straat, hij wijst me ook het huis van mijn bestemming. In een dorp gebeurt niets ongezien. Ik zwaai naar een schoffelende man, kinderen doen tikkertje op het kerkhof en na wat heen en weer steken met mijn klusbus ben ik waar ik moet zijn. Mijn date stapt in. Ik zag hem één keer eerder. Een hand, drie zoenen. 'Wat gaan we doen?, waar gaan we heen?'

Per mail had ik gekscherend geopperd om te gaan wadlopen of salsadansen. Maar hij leidt me, turend op de kaart, naar Appingedam, waar een heus hippiefeest aan de gang is. Eigenlijk wilde ik hem de beroemde hangende keukens laten zien. Maar de gepimpte volkswagenbusjes en visboer met indianenveer, ogen ook inheems. We praatten over de Linge, de Dieze, kamperen in de VS, de kurfürsten, de Keileweg, Afghanistan en kloostermoppen. We zitten op het terras in Ewsum, waar ik ooit werkte met een dikke buik, en waar vergeten groentes worden gekweekt. We passeren een plaatselijke motorcross en bewonderen de kerken van Leermens, 't Zandt en Westerwijtwerd. Of was het de oostelijke 'wijtwerd'? Soms mis ik een zin of twee. We duwen dikke deuren open en klimmen met een kop thee een krakende trap op. Een tikkend uurwerk slaat vier uur. Boven in de klokkentoren is geen mens. Het is er donker. We verlaten de kerk.

Eenmaal terug in de stad, blijkt dat mijn 'we zien wel'-aanpak niet altijd werkt. De voorstelling van Theater te water, ("over relativering, maar vooral over hartstocht, verlangen en liefde..."), aangemeerd aan de prachtige Hooge der A, is uitverkocht. En even later staan we beteuterd voor de dichte pui van het filmhuis aan de Poelestraat, dat jaren geleden verhuisde naar het Hereplein. Ik ben er met mijn hoofd niet bij. We komen te laat voor de laatste film. We drinken koffie op een terras aan het water. Naast ons zit een stel Fransen. Hij is geen voetbalfan, want terwijl het meeste manvolk zich in de kroeg om een groot scherm schaart, pluist mijn date geduldig de uitladder na. Veel meer dan wandelen doen we niet. Maar het bier vloeit rijkelijk, het patatje oorlog smaakt goed en ook de kermis blijkt, mits in goed gezelschap, best leuk.


En op zondagochtend, tussen de gebakken eieren en het versgeperste sap, gaat het gesprek gewoon verder. Daarna trekken we voldaan een sprintje naar het station. Het zit mee dit keer, het perron staat vol mensen. Precies 24 uur nadat ik hem ophaalde, zwaai ik hem weer uit.

Als ik weer thuis ben duik ik in de krant waarin Aaf de loftompet steekt over mamablogs. En dan vooral de ecologische thuisblijfmoederblogs. Want ze knutselen en koken zo leuk. Ze hebben een schare volgelingen en plaatsen foto's van vergeten groenten en zelfgemaakte kleding. Dat wil iedereen. Aaf heeft het over 'diep-jaloers' en een 'internationale beweging'.

Ik deed dat ook eens. In mijn vorig leven. Thuisblijven. En aubergines wecken, kaas maken, sokken stoppen en zelfs kalveren met mijn hele arm uit een koeienkut trekken. Ik genas geiten met mastitis en verjoeg springbeestjes uit de moestuin met natuurlijke brandneteldrab (stinken!). Ik at mijn varken (Maria Rosa) in worstvorm en werkte eigenhandig konijnen, duiven en kalkoenen de diepvries in. (Met eufemismen kan men het aaibaarheidsgehalte van 'ecologisch' aardig opkrikken. Shockeren is immers niet des moeders. Want dat, moeder, was ik in dat vorig leven ook al) Maargoed, met die kunde kan ik nu dus niks meer. Hoewel ik het jagen soms niet kan laten. Op een papiertje in mijn broekzak staat "5 punten. Dingemans schiettent"


Aaf maakt er geen geheim van dat de jaloezie ook haar treft. Ze werd onlangs geïnterviewd op de radio. In verband met haar pas verschenen boek over het moederschap. Over de kinderen die ze kort na elkaar kreeg, haar jong verloren moeder en haar beroemde vader, die dat schrijven over privézaken maar matig vindt. Mme ZsaZsa, één van de genoemde mammabloggers, legt haar keuze voor het thuismoederen uit als had ze 'geen ambitie'. Maar een alinea later is ze in de wolken omdat ze een Zeer bekende Vlaming, van de Belgisch bestsellerlijst heeft gestoten. Ambiteus madammeke. Gelukkig maar, ook moeders is niks menselijks vreemd. Ze voegt er later nuchter aan toe dat ze ook ontzettend saaie dingen meemaakt. Maar dat ze daar niet over blogt. Wegens oninteressant.

Maar soms hè, lieve lezer die hier om de hoek kijkt, sòms is ook wat wèl interessant is, toch geen waardig blogvoer. Zoals dat verhaal wat hierboven is weggevallen, daar tussen dat stukje over de charme van de kermis op zaterdag en het zondagse ei met sap. Daar waar nu de foto's van die scheur in die zerk en dat opwindmechanisme van het klokkenspel staan. Stel je voor zeg. Staan er straks jaloerse volgers op je stoep. Of zo.

P.S. Aaf haar eigen dagelijks column ging over "een tijdloos document over drie ultieme levensbehoeften: voetbal, eten en moederliefde". Ze besluit met een handige tip van voetbalmoeder Sneijder. Die geleerd heeft de knop om te zetten en zichzelf uit te zetten. Aaf, naar eigen zeggen ook samenwonend met iemand die voetbal als ultieme levensbehehoefte beschouwt (en die ze leerde kenen op haar werk) gaat ook op zoek naar die knop. Arme Aaf. Ik hoop voor haar trouwe volgers, waaronder ik ook mezelf schaar, dat 'werk' (lees: 'schrijven') nog lang tot haar eerste levensbehoeftes mag behoren.
Kan ik haar blijven volgen.

maandag 14 november 2011

Wonderbra's, Alzheimer en een aardbeving.

Ik blijf op de internationale tour. Dit keer geen Griekenland of Italië. Vrijdag belandde ik in Spaanstalige sferen. Of eigenlijk Caraïbische. Ik ga nèt genoeg uit om nog een paar danspasjes te kunnen onthouden maar weinig genoeg om de heren mijn gezicht te laten doen vergeten. Zodat ze mij wèl ten dans vragen maar er vervolgens achter komen, na één nummer, dat de dame in kwestie misschien best maat kan houden, maar dat daarmee ook zo'n beetje alles is gezegd. Nou vooruit dan, laat ik me niet hullen in valse bescheidenheid. Ik hèb lekker gedanst. En daar ging het mij tenslotte om.

De day after the night before word ik wakker in een vreemd huis. Dat mij inmiddels toch wel zó bekend is, dat ik er zowaar een aantal tv-zenders kan decoderen. Op de meeste kanalen wordt slechts een diarree aan reclameboodschappen uitgezonden. Wonderbra's, afslankmiddeltjes en dat soort stuff. Als er zendtijd voor is, zijn er kennelijk kopers. Ik vraag me af wie dat zouden kunnen zijn. Vooruit, de economie moet draaien. Ze doen maar.

Op een meer gerenommeerde zender worden een paar in Nederland woonachtige Italianen van stal gehaald. Op de vraag of ze zich schamen voor hetgeen zich voordoet ik 'hun' land, blijven ze het antwoord schuldig. Italianen houden wellicht van mannen met macht. Of die dat uitstralen. Dat zal het zijn. Als intermezzo is er een Griekse komediante. Die verkondigt terug te verlangen naar de tijd dat ze vragen kreeg over tzaziki. Hoe dat te maken. "Zie ik er uit alsof ik verstand heb van economie?' zegt Tula tot haar publiek.

De zenders zijn ontelbaar. Als ik ben aanbeland bij Irib2*, waar ik de voertaal niet van beheers, zit er intussen een simultaan vertaler naast me op de bank. "Jammer dat je het niet verstaat", zegt hij. Om dit gelijk weer terug te nemen, want eigenlijk schaamt hij zich kapot voor hetgeen op deze serieuze zender worden uitgezonden. Ik zie een interviewer in hip groen overhemd, die vragen voorlegt aan een hooggeplaatste geestelijke. Vragen die kijkers per mail hebben gesteld.

Het gaat niet over de resultaten van een vermageringskuur of hoe een pushup-bh je buste kan opkrikken. Maar voordat ik het meest bizarre antwoord hier opteken, ga ik terug naar de filmhuishit van 2011 'A separation' (Nog niet gezien? Doen!). Een prachtig psychologisch drama over een gebroken gezin in het Iran van nu. Het gaat vooral over wat scheiden met een kind (en ouders) doet, over (mis-) communicatie tussen mensen en tenslotte ook over Alzheimer en de zorgen die de zorg voor wie die dit heeft, met zich mee brengt. In de film wordt deze zorg toevertrouwd aan een arme, erg vrome hulp. Als deze vrouw per telefoon aan een geestelijke vraagt of ze de beplaste broek van de oude man wel mag verschonen, of dit niet als haram (onrein) wordt gezien, hoor je het bioscooppubliek gniffelen. Van ongeloof (hoewel ik me ook afvraag of één van de kijkers ooit, voor een hongerloontje, de piemel van een oude, hen onbekende man heeft gewassen). Ok, het publiek gniffelt en denkt 'Arme vrouw' of 'Wat een land' of 'Goede film'. Maar, en nu komt het, wat er in het hier en nu, in het èchte leven aan geestelijken wordt voorgelegd is vele malen gekker, absurder. En dat is geen film, dat is ècht. Of althans, de kijker moet geloven dat het echt is. Net als de wonder-bra. 't Is maar wat je gelooft.

Tegenover de hippe groene interviewer zit een godgeleerde in lang gewaad met witte tulband. Zijn voorhoofd is mooi donker gekleurd. Een teken van devotie. Het bewijst dat de man vol overtuiging bidt. Om de uiterlijke kenmerken van het geloof nog wat op te krikken, schijnen sommigen zich ook met een hard stuk touw of hete steen over het voorhoofd te wrijven, teneinde een dikke donkere eeltbult te kweken die parmantig onder de tulband uitsteekt (een ieder kweekt een grotere cupmaat op eigen wijze). Goed, de man in de jurk (de witjas in de afslankreclame) met bruine knobbel op het kale voorhoofd beantwoordt een kijkersvraag:

"Het kind dat wordt verwekt als je bij een aardbeving per ongeluk op de onder gelegen verdieping belandt, waar je tante woont, waar je dan geheel toevallig bovenop valt, dat is welkom." Het kind is niet vervloekt, verdoemd of hoe dat ook maar heet.

Huh, pardon? Dus als je huis instort is het eerste waar je aan denkt een vrouw penetreren? Ongeacht haar status of verwondingen, om daar een kind bij te verwekken en je vervolgens af te vragen of dit kind welkom is? De vraag of de vrouw in die omstandigheid überhaupt trek heeft in een potje vrijen, of een verkrachting, met/door haar neef nog wel, komt niet ter sprake. Hoe kòm je erop? Of, wat moet een mens verzìnnen om een 'ongelukje' goed te praten. Of, hoe peper je de kijker in dat alleen mannen, mensen zijn.

God spaar me. Ik ben blij dat ik geen Farsi versta en ook ben ik blij om te lezen dat het in 2010 voorgenomen bezoek aan Nederland door vertegenwoordigers van deze zender, vanwege enorm protest is afgeblazen. De delegatie zou in gesprek gaan met de heer Jan de Jong, directeur van NOS en de heer Henk Hagroot, directeur van NPO. Voor het geval de lezer denkt dat de tulband met het vrijpleiten van dit incestueuze aardebevingskind iets progressiefs heeft gezegd; op dezelfde zender propageert men ook dat een goede, gelovige vrouw zich bìnnen haar familie zou moeten bedekken. Voor de veiligheid (tja, je kunt per slot van rekening nooit weten wie er door je plafond naar beneden komt).

Ik drink hete Iraanse thee met saffraan. Na een heerlijk ontbijtje met Arabisch brood, Griekse yoghurt, walnoten uit Californië en Hollandse honing ga ik de deur uit. Ik mag de handschoenen van mijn vertaler lenen. Ze zijn niet zwart. Tussen mijn muts en mijn sjaal zijn alleen nog mijn ogen nog te zien. Het is helder en koud. De eerste rijp van dit najaar schittert in de zon.

Wat ben ik blij dat ik hier ben.
Dat ik kan zijn wie ik ben.
Een gescheiden ongelovige met hangtieten.
Morgen ga ik weer dansen.


* Het hoofd van IRIB wordt door de Opperste Leider van de Islamitische Republiek van Iran benoemd die de grootste hand heeft in het gewelddadig neerslaan van de Iraanse emancipatoire beweging. IRIB is naast de veiligheidsdienst en de Revolutionaire Garde een van de belangrijkste pilaren van het dogmatische regime in Iran, die belast is met het voeren van propaganda. IRIB heeft als staatsomroep het exclusieve recht om Tv-beelden uit te zenden. Maar niet alleen zijn alle beelden eenzijdig geselecteerd, IRIB richt zich specifiek op beeldvorming in het voordeel van het staatsapparaat, al is dat door mede opzetten van schrikwekkende show trials.
bron: http://iranpy.net/articles/796