Posts tonen met het label Portugal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Portugal. Alle posts tonen

zaterdag 17 januari 2015

Het gebroken gezin naar Dakar*

Na een uurtje door Berlijn met bus en metro, zijn we om elf uur 's ochtends op vliegveld Schönefeld. De bagage wordt al voor het inchecken gescand. Wat zouden ze controleren? Je kunt daarna gewoon nog wat in de bagage stoppen. Dat doen we dan ook. De koffers laat ik niet doorchecken tot Dakar, want met vijf uur overstaptijd in Portugal kunnen we zo mooi nog bij ons flesje water, potje boter en zakmes.


In Lissabon lijkt het wel Afrika. Meer dan de helft van de mensen die staan te wachten is zwart. Terwijl we toch een vliegtuig uit Berlijn hadden en niet uit Timboektoe. Waar zouden onze koffers zijn? Recolha bagagem. Bagaazj. Interessante taal, Portugees. Vooral die uitspraak. Mijn oudste dochter Nuna (15) vindt het op Russisch lijken.


Na wat rondzwerven vinden we onze koffers eenzaam op een band ronddraaien. Eerst maar even een verpleegpauze met pleisters en jodium voor Nuna's gewonde vinger. Het is een graad of dertien, stralende zon, maar de straat is nat. Met zijn drietjes duwen we onze kar vol bagage over het spekgladde plein, dat is omringd door palmbomen.


Bij 'My Bistro' bestellen we wat eten. Kan ik hier nou al 'Salaam aleikum' zeggen? O nee, we zitten nog in Portugal. Mijn jongste dochter Paulien (12): "Mama, het vlees van jouw hamburger ziet er lekker uit."  Ik: "Ja, ik dacht al dat dat hier goed zou zijn, dit is geen MacDonalds, die hamburger is vast zelf gemaakt."

Ik heb geen idee wat we volgende week te eten krijgen. Nuna: "Waar hadden we ook al weer dat vieze eten uit blik, waar we niet konden lezen wat er op stond? We hadden toen die zure ingelegde kool. En in dat andere blikje zat vis, hoewel er een plaatje van een kip op stond. Volgens mij was dat vogelvoer."


Na ons maaltje gaan we verderop op een bankje zitten. De kinderen spelen met hun mobiel, ik naai het jurkje van mijn jongste dochter. Voordat we ons boeltje weer inpakken nemen we de tweede portie van onze Malarone-kuur, waar we gisteren in Berlijn mee zijn begonnen.


Om zeven uur checken we de bagage weer in en krijgen nieuwe instapkaarten. Bij de douane vraagt de Portugese beambte in het Duits aan de kinderen of ik hun moeder ben. "Ja, meneer." "En jullie vader?" Ze snappen de vraag niet. Paulien antwoordt dat haar ouders uit elkaar zijn. Dan wil hij nog weten waarom ze naar Senegal gaan, is dat voor vakantie? Ja, dat is het. Daarmee neemt hij genoegen. Het is vast bedoeld tegen kinderontvoeringen.

 Dat we paspoorten van verschillende landen hebben, vinden ze bij sommige douaneposten maar vreemd.

Twee jaar geleden vroeg een Frankfurtse douanier, van hooguit 25 jaar: "Mevrouw, is uw man Duits?" "Nee meneer, ik heb geen man, nooit gehad ook."
 Hij: "Waarom zijn de kinderen dan Duits?" 
Ik: "Ze hebben een Duitse vader." 
Hij -op zijn teentjes getrapt- : "Wollen Sie diskutieren, oder was?"
In zulke gevallen ben ik blij dat de kinderen mijn achternaam hebben. Anders zouden we bij de grens vast vaker problemen krijgen als 'gebroken gezin'.





Het is één uur 's nachts als ik mijn voor het eerst van mijn leven voet op Afrikaanse bodem zet. Het voelt hier warm, vochtig, een beetje benauwd, ondanks een zeebriesje. Ik help een mevrouw met een kindje op de arm met haar loodzware handbagage. Naar binnen, drie verschillende rijen, ik loop maar met haar mee. Ze zegt dat ik naar de andere rij moet maar verwacht kennelijk toch dat ik met haar koffer achter haar aan loop. Ik zet de koffer bij haar neer, kruip met de kinderen onder twee linten door en sta dan hopelijk in de goede rij. Je kunt het aan de kleur van de mensen niet zien. Die zijn in alle rijen zowel zwart als blank.
Voor ons staat een man alleen bij het loket, de douanemevrouw vraagt hem iets in het Frans en kijkt dan vragend naar ons. Hij antwoordt in het Italiaans dat hij alleen is en dat wij niet bij hem horen. Ze vraagt hem nog iets. "No, solo italiano." Zal ik deze meneer te hulp schieten en voor hem vertalen? Dat doe ik in zo'n geval meestal wel. Maar ik heb even geen zin en denk dat we straks zelf ook nog allemaal formaliteiten moeten regelen. Hij moet zelf maar zien hoe hij het redt. (Gaat een beetje een verre reis naar Afrika maken zonder ook maar een woord Engels of Frans te leren. Daar moet je echt Italiaan voor zijn.)

Vervolg


 








* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.

woensdag 31 december 2014

Geweldig 2013

De meest vredelievende boer van Italië die ik kende kon zijn oogst zelf niet meer zien. Maar zijn boontjes smaakten goed.

Die zomer trok ik de plantjes met wortel en al uit de grond. Het viel me minder zwaar doordat ik dit samen met L. deed. Onder vier ogen, in de bloedhete uiterwaarden van de Tiber, die geen oren heeft. Tranen vermengden zich met het zweet op zijn bezwete blote bovenlijf. "We zouden goed draaiend houden boerderij, met wij drie",  zei hij, "Jij, ik en zij". De boerin, voor wie hij op eieren liep. Maar dat is precies wat ze niet wilde.


In de herfstkleurige varens in de Douro-heuvels, bij Porto schuilde ik onder een eeuwige steen met mijn lief, toen daar de grijze hemel huilde.
De steen leek te lachen en huilen tegelijk,  zonder te kunnen zien.







In november was er in Nederland een ander soort geweld. Bomen die ouder waren dan ik, braken als luciferhoutjes, vielen op daken en huizen. Versnipperaars draaiden overuren. De restanten werden per schip vervoerd. Maar dat kon ik niet zien.


In dit lege doosje in Wartens, Friesland, hebben nooit lucifers gezeten. Wel kun je er schuilen voor regen of wind. Maar misschien kun je er ook wachten op een bus. 'Sakerhets tandstickor met OV-oplaadpunt', klinkt als twee tijdperken die zich maar moeilijk laten mengen.







In deze zakken zitten twee werelden verstopt. Super Basmati Rice India..... met een plaatje van het Azadi monument... in Teheran?
Weten jullie het nog? In het pre-Isis, pre-Gaza-plat, pre-MH17 tijdperk? Irani's waren het niet eens met de herverkiezing van Ahmadjinedad en protesteerden daar openlijk tegen. Iets wat sinds 1979 niet was gebeurd. Er gloorde hoop.
Horen we nooit meer wat van. Het plaatje van het gebouw waar ze toen op klommen, pronkt nu op zakken rijst uit India.




Dichter bij huis, pal voor mijn deur zelfs, stond  me eind 2013 het huilen nader dan het lachen.

Sinterklaas kwam zich mijn Tomtom toe-eigenen en de Kerstman deed er nog een schepje bovenop door het gereedschap mee te nemen. Niet dat Sant Claus graag klust of zo, want hij bood het -z.g.a.n.- na de jaarwisseling voor een prikkie aan op marktplaats.



Genoeg getreurd.
Blijven hangen in oud zeer is niet mijn stijl.
En ik loop ook nog eens een jaar achter.

Dus hop hop hop, Paultje.
Richt je blik op wat nog komt,
kleur de wereld vrolijk paars,  
En teken je eigen dromen.

maandag 26 mei 2014

Lieve Joris

'Ze ontmoet Afrikanen die dankzij hun handeltjes in hun thuisland huizen en winkels kunnen bouwen, en Chinezen die hun liefde voor Afrika angstvallig geheim houden uit vrees dat hun landgenoten het continent zullen overspoelen.' Aldus valt te lezen op literatuurplein over het boek dat Lieve Joris schreef en daar afgelopen zaterdag de Bob den Uyl prijs voor kreeg.

Ik heb haar boek, 'Op de vleugels van de draak' nog niet gelezen, maar word hier wel blij van: 'Lieve Joris reist in het kielzog van Afrikaanse handelaars via Dubai naar China, waar ze ziet hoe zich buiten ons westerse blikveld een kleine revolutie voltrekt'.  

Lieve lezers van kranten en nieuwsites, laat je niet meeslepen door angstvoedende berichten over een tsunami aan vluchtelingen. Of de onheilstijding dat Italië onder de voet zou worden gelopen door mensen uit Libië terwijl politici bekvechtend over straat rollen over hoe het tij te keren.
Een Europese aanpak! Een quotum! Grenzen dicht!
Maar van wat, beste mensen? Waarvoor? Tegen wie?

Het mag een wonder heten dat er sowieso nog mensen zijn die op gammele bootjes de Middellandse Zee willen oversteken. Terwijl hier, in tegenstelling tot sommige landen waar ze vandaan komen, geen olie en bauxiet in de grond zit. Europa vergrijst. Jonge mensen die straks nog kunnen werken, studeren en consumeren komen uit Afrika!

In 2007 kreeg Maxima op haar flikker toen ze aan 'de' Nederlandse identiteit twijfelde.
In 2008 schreef ik over de enorme schuld die Obama erfde in een aan China verkochte VS.
In 2009 was Obama op bezoek bij de universiteit van Caïro (gek hè, een universiteit in Afrika) en zei: 'Wij zijn allen maar korte tijd op aarde. De vraag is of we die tijd gebruiken om verdeeldheid te brengen of om een gemeenschappelijke grond te vinden voor een toekomst voor onze kinderen.' 
In 2010 schreef ik hoe Aziaten aan een erectie van drie miljard bouwden in islamitisch Dubai.
En in 2012 schreef ik over werkloze Spaanse kantoorklerken die terugkeren naar hun dorpen en over  Portugal die haar hoogopgeleiden naar Angola en Brazilië ziet vertrekken. Naar waar werk is. Terwijl de baas van Angola intussen aandelen koopt in banken en telecombedrijven in Portugal. In Europa.

En nu schrijf ik het weer. Als roeper in de woestijn. Want onze eigen xenofobe partij sleepte vier zetels binnen op het door hen zo gewraakte Europese pluche. Ook in Frankrijk zijn de stemmen geteld. Het Front National heeft intussen net zo veel zetels als de gehele Nederlandse afvaardiging bij elkaar.

Ze zullen daar in Brussel ook wel een soort verplichte inburgering kennen. Uiteraard staat Lieve Joris' bekroonde boek dan op de leeslijst. Als nationale held. Ben benieuwd wat de Franse en Nederlandse nationalisten er van bakken. Misschien gaan ze na lezing hun partijprogramma wel herschrijven. Maar het is ook mogelijk dat Wilders en le Pen alvast een loft kopen in Luanda, Dubai of Tunis.

Heb ik ook eindelijk een goede reden om in Europa te blijven.

zondag 10 november 2013

De brug en de liefde

Vervolg op Ernestina


In 1886, hij was toen iets langer dan een jaar getrouwd met Maria dos Santos, een meisje uit Estevais, woonde hij met haar de grote feestelijkheden bij ter gelegenheid van de opening van de nieuwe brug over de Douro, de ponte de Dom Luis.

127 jaar later, ze waren toen iets langer dan acht maanden samen, dronk ze twee koppen thee en zette ze koffie voor haar lief. Ze stopte Ernestina in haar rolkoffer en smste de eigenaar van hun gehuurde kelderwoning. Met grote passen beenden ze door donker Villa Nova de Gaia, in de richting van de Douro, die in de diepte lag. Maar de weg liep stijl omhoog. Om 03.26 uur stapten ze op het bovendek van de ijzeren brug, dezelfde als waar de grootouders van Rentes de opening van hadden bijgewoond. Ergens tussen die dag en vandaag, liep Rentes zelf over het benedendek, op de eerste dag dat hij naar het lyceum ging.

Begin oktober was het zover. Ik stond in nieuwe kleren en met een schooltas vol boeken in de kamer, mijn moeder huilde alsof ik naar de kolonies vertrok, en mijn vader stak een sigaret op, pakte me bij de hand en leidde me, om me voor eens en voor altijd de weg te wijzen, een eind langs de rivier, de brug over en aan de overkant via de Muro dos Guindais, Corticeira en Fontainhais door de straten achter het kerkhof Prado de repouso. Ten slotte kwamen we uit in een laan, hij keek op zijn horloge en zei dat het ons ruim een uur had gekost, zodat ik dus voortaan voor achten de deur uitmoest. blz 242.


Met pap in hun benen, nauwelijks in staat om van Porto in het donker te genieten, rolden ze met hun koffertjes over de stalen brug. Rechts van hen liep de 'funicolar dos Guindais', de kabelbaan die het hoogteverschil tussen het boven- en benedendek overbrugt. Iets hoger de rua de Fontainhais, inmiddels half ingestort, met een betonnen muur dwars over de straat. In de verte de Corticeira, het 'afstekertje'. Toen ze de brug helemaal over waren, gaf haar mobiel 03.34 aan. Na een nieuwe afdaling passeerden ze het beroemde Estacao San Bento. Een mooi maar mysterieus station, waar geen spoor lijkt heen te gaan.

Toen de chef floot voor vertrek en de locomotief antwoordde en de conducteur langsliep om te kijken of alle deuren dichtwaren, hing ik uit het raampje met in de ene hand een kippenbout en in de andere een glas limonade. De grootste tunnel begint in het station en is lang, maar ik bleef bij het raam om het moment niet te missen dat we eruit kwamen en ik omkijkend in de verte ons huis zou kunnen zien liggen. Daar, in volle beweging en zo hoog dat ik dacht te vliegen, was het uitzicht met de twee bruggen, de rivier beneden, de huizen, de zeeschepen, en de rabelo's ronduit schitterend. blz 215

Late feestgangers hingen rond op de 'Avenida dos aleados'. Het regende. Toen om vier uur de bus vertrok, at ook haar lief zijn eerste broodje. Om de kotslucht van de late feestgangers mee te verdrijven. Een paar zwartrijders werden halverwege door agenten rechtstreeks het bureau in geloodst. De bus racete met ongekende snelheid over de nog verlaten straten van Porto.

De 's avonds tevoren klaargemaakte pakken, kisten, manden, koffers en tassen werden door mijn vader geteld en in plaats van een taxi te zoeken (..) had hij een groep sjouwsters opgetrommeld. blz. 212.

De avond tevoren kookte ze eitjes, smeerde brood met Queijo Sao Jorge, sneed komkommer en wikkelde twee pakjes kweeperen- (marmelo) jam in folie, als souvenir voor haar vader. Ook goot ze de heerlijke olijfolie van een glazen fles over in eentje van plastic. Om mee te nemen. Een beetje dom, want wie alleen met handbagage reist, mag wat vloeibaar is en meer dan 125 gram weegt niet meenemen. Alleen de tomaten, een klein pakje yoghurt en de eitjes mochten van de douanejuffrouw mee in het vliegtuig.

's Avonds, terug in Nederland, pakte ze het laatste stukje Sao Jorge kaas uit het doosje.
Op het deksel stond 'Doces momentos'.
Zoete momenten.

In die grote vredige stilte kleedde Ernestina zich uit, kuste me, liet zich strelen, spotte stilletjes met mijn haast, remde mijn onstuimigheid af of hekelde mijn onschuld, alsof het feit dat ik nog een kind was, haar opwinding verhoogde. Ze verbood een kus, lokte een streling uit. Trok zich los uit mijn omarming en terwijl ze zich omdraaide, klemde ze mij tussen haar benen, genietend van haar overwinning, in mijn lippen bijtend tot ze buiten adem was. Gek van begeerte had ze makkelijk een speelbal van mij kunnen maken. (...)

Haar zachte huid kleefde aan die van mij, versmolt ermee, terwijl haar vingers, tien klauwen, mij een vreemd tegenstrijdig gevoel bezorgden, een gevoel van angst en extase, van zonde en fascinatie. Toen ze het wilde bood ze mij haar lichaam, maar voor die gift en dat moment zijn geen woorden. 
blz 314. augustus 1945.

zondag 14 oktober 2012

Toros, cabrones y trapleuningen

Europa is in de ban van angst. Hebben we morgen nog werk, wat is ons huis nog waard, wie wil het kopen en waar kan ik mijn schamele spaarcenten beter bewaren: op een bankrekening of onder het matras?

Italianen wantrouwden de banken altijd al en blijven dus, net als voorheen, hun euro's in een oude sok stoppen of ze schuiven het onder een tafel door. Nee, niet een enkeling, maar 'cosí fan tutti', iedereen doet het zo. Een soort van 'belegging' in wederdiensten.

Portugezen daarentegen laten hun banken opkopen door Angola en vinden zelf emplooi in hun voormalige koloniën. Over de zogenaamde braindrain aldaar wijdde ik in februari al een logje. En de Grieken? Ach, als je leest wat die arme Grieken de afgelopen eeuwen hebben moeten doorstaan dan verbaast het je dat het land er überhaupt nog is. Republiek, dictatuur, monarchie. Zorg vooral voor vandaag, morgen kan alles weer anders zijn.

De EEG, zoals we dat economisch samenwerkingsverband noemden toen ik nog op de lagere school zat, moet koste wat kost gered worden. Maar Europa viel eigenlijk al veel eerder, toen ze als Fenicische prinses ontvoerd werd door Zeus himself. Die zich voor de gelegenheid had vermomd als stier. List en bedrog is wat telt. Volgens geschiedschrijver Herodotus kon deze mythe, omdat het een Fenicische prinses betrof, niet de oorsprong van de naam van het continent Europa zijn.
Arme Europa, verleid door een stier.

Maar ik wilde het hebben over dat àndere warme vakantieland, Spanje. Want wat moet je nu als je èn geen geld in een sok, èn geen baan, èn geen recente onafhankelijk geworden koloniën hebt? Dan rest je niks anders dan je blik naar binnen te richten. De redding, denken veel Spanjaarden, ligt in de terugkeer naar de eenvoud. Het dorpsleven, een moestuin en een paar koeien (..)  meer dan 40.000 Spanjaarden hebben afgelopen jaar het roer al omgegooid en bijna veertig procent van de bevolking heeft er wel eens aan gedacht'. las ik in Het Dagblad van het Noorden van vrijdag 12 oktober. 'Advocaten en economen plukken druiven in Galicië'  Een baan in loondienst lijkt onbereikbaar. 'Om koffie rond te mogen brengen worden al exorbitante eisen gesteld: liefst drietalig en universitair afgestudeerd in communicatie-wetenschappen. En wat blijkt: ze worden met open armen ontvangen in de vergrijsde dorpen. Om de lagere school open te houden, de laatste bakker te behouden, de buslijn rendabel te maken. Boven het artikel prijkt een grote foto van het  zonovergoten Moratella. Alleen al vanwege de naam zou je er willen wonen.

En toen, toen sloeg mijn fantasie op hol. Want wat wàs ik mijn tijd vooruit zeg, toen ik in 1987 meende oud en wijs genoeg te zijn voor een pioniersleven in de Italiaanse bergen. Van het geld dat mijn ouders spaarden voor mijn studie, kocht ik honderd geiten en bekwaamde me in het melken van die beesten. Het was een stuk minder romantisch dan het lijkt. (hoewel zo'n maf verhaal het natuurlijk prima doet bij een borrel). Na zes jaar keerde ik terug naar Nederland. Ik kon kaas maken, kippen en konijnen slachten en sprak vloeiend Italiaans, maar kwam er al snel achter dat men op die kennis in Nederland niet zat te wachten. Niet getreurd, ik ging, je raadt het al, koffie schenken, in een broodjeshuis in de Amsterdamse Scheldestraat.

Misschien moet ik me eens aanmelden voor de Spaanse 'Campesino busca mujer'. Of wacht, ze hebben daar al een soort van 'Boer zoekt vrouw' Alleen komt Yvonne Jaspers daar niet met een busje brieven, maar stappen de dames allemaal tegelijk zelf in.

Dunque, entonces, dus....

Ik blijf toch maar lekker hier, en bezorg die arme Spanjaard via een omweg een beetje inkomsten. Ze produceren daar namelijk buigbare trapleuningen. Nooit van gehoord? Ik ook niet. Klik hier voor het montagefimpje (met muziek die doet denken aan Bruce Springsteens Philadelphia). En en masse bestellen, hè. Ja, niet die film van bijna twintig jaar oud, maar die Torneados Munoz. Volgende week, als ik weer beter ben, ga ik mijn eerste exemplaar monteren in Amsterdam.

Adios cabrones!

Bij het zoeken naar een bijpassend plaatje, vond ik veel geitenkuddes en zelfs een gelakte trapleuning. Maar ik koos deze twee: met een beetje fantasie zie je hier een Perzisch en een Fenicisch boerenmeisje. De eerste foto is gemaakt in 2008 te Kandovan, in Iran. Het land dat nu een inflatie kent van 23.5%. Dan kan je die oude sok wel vergeten. Hopelijk heeft dit meisje nog amandelen, die ze toen stuksloeg op het dak van haar huis. Het andere meisje ben ik zelf in 1978, in een vijgenboom op de pindaplantage van Hassan op de Westelijke Jordaanoever in Israël.