Daar zit je dan. Met je ogen dicht en je mond half open. Je hoofd hangt achterover. Als ik naar je kijk, krijg ik al kramp. Een glazen schot belemmert het nog verder knakken van je nek. 'Kom maar naast me zitten', zei ik net nog tegen je. Je reageerde nauwelijks. Snauwde iets weigerachtigs naar de grond. Vechtend tegen dat wat sterker is dan jij. Wetend dat het je niet zou lukken. Dat je weer zou worden overmand, opgeslokt en straks weer opnieuw moest beginnen. Tegen je zin geteleporteerd in de tijd.
Er stappen mensen in. Ze lopen langs je, draaien zich om. Kijken ernstig naar je. Als het niet zo kut zou zijn, zou ik er om moeten lachen. Want je houdt mensen ongewild voor de gek. Ik kan hun gedachten bijna lezen: 'Issie misschien dood? of ontvoerd? of onwel? moet ik iets doen? de chauffeur waarschuwen? waar is zijn vader of moeder?'
Als mensen zichtbaar 'anders' zijn of doen, kijken omstanders vaak weg. Bij een blind iemand verandert dat, wanen we ons onbespied. Maar als iemand zijn of haar ogen ècht dicht heeft, wordt er gewoon gestaard. Ik neem het niemand kwalijk. Ik zou vast hetzelfde doen. Als ik niet beter wist. Dus maak ik de man die voor me zit maar wijzer. "Hij slaapt gewoon, hoor. Straks wordt hij wel weer wakker." De mensen achter me, die al starend na ons instapten, kunnen ook meeluisteren.
De man reageert nauwelijks. Kijkt weg. Misschien voelt hij zich betrapt. Hoewel hij nu wèl weet waar die afwezige moeder is. ('Nou ja zeg, laat ze haar kind met geknakte nek en open mond heen en weer schommelen in de bus, waarom gaat ze er niet náást zitten?)
Jou overkomt dit dagelijks. Dit gevecht, de reacties van anderen ('was zeker laat hè, gister?) en het steeds toch weer overmeesterd worden door een onbedwingbare slaap. Je tong die slap wordt als je lol hebt, zodat mensen je niet meer verstaan. Of erger, dat je door je benen zakt. Het is geen ramp. Wel strontvervelend. Onhandig. Gedoe.
Je leert er elke dag beter mee leven. Doet een dutje van te voren ('ik wil straks niet in de winkel in slaap vallen') of kiest een computerspel om de slaap de baas te kunnen. Ook hield je er een spreekbeurt over en ging zelfs al twee keer alleen met de bus, waarbij een medepassagier je moest wekken (wat ie vervolgens niet deed volgens jou). Maar soms wordt het je teveel. Sla je je zelf op je hoofd. Voel je je bestolen van je tijd. Van je plannen. Van je goede humeur.
Dat ik trots ben op hoe je er mee omgaat, wil je niet van me horen. Ook niet dat je bent afgevallen, helemaal op eigen wilskracht. Je slaat toetjes over, biedt weerstand aan verleidingen die er constant zijn, zeker voor jou ('ik heb altíjd honger'). Ik mag het niet hardop zeggen, en er vast ook niet over schrijven.
Maar weet je schat, jouw aandoening is zeldzaam. Novy dacht dat als ik alleen daarover zou schrijven, het vast een hit zou worden. Met veel lezers. Misschien is dat zo. En bekendheid geven aan een zeldzame aandoening, dient ook een hoger doel. Want zelfs de kindersarts sloeg de juiste diagnose van de huisarts destijds in de wind omdat 'narcolepsie nu eenmaal nooit voorkomt bij kinderen'.
Maar jij bent mijn kind. Mijn fantansierijke, wilskrachtige, muzikale, leesgierige, lieve kind.
Jij bent je ziekte niet. Je hèbt het. En dat is al lastig genoeg.
Daarom is dit de laatste keer dat ik er over schrijf.
Beloofd.
maandag 28 maart 2016
zaterdag 19 maart 2016
Mazzeltov, Singer en andere verborgen verhalen
Voor het eerst schaam ik me enigszins. Om met mijn werkkleding nog aan, door mijn tweede huiskamer, de Vismarkt te banjeren. Maar het moet. Ik parkeer mijn klusbus op de Hoge der Aa en been naar de kaasdame. Twee platte stukken belegen wil ik. Om kaasletters van te snijden. Voor mijn vroegere schoolvriend die vandaag gaat trouwen. Bij Jan en Paula haal ik nog snel wat venkel en ren dan terug richting bus.
In die paar minuten binnenstad zuig ik me vol nieuwe indrukken. Dan vervaagt de haast en doe ik hetzelfde als Adriaan van Dis, Kees van Kooten en Saskia Noort gister in 'Kijken in de ziel ' zeiden. Indrukken opschrijven. Ingevingen noteren. Al zal ik er later zelden iets mee doen. Ook omdat het uitwerken van de krabbels om concentratie vraagt, om afzondering. Om een omgeving zonder zelfs maar de mogelijkheid gestoord te kúnnen worden. Te midden van alle indrukken las ik op de deur van Van de Velde de aankondiging dat hij zou signeren. Helaas precies in het uur dat ik op het stadhuis zou zijn.
Maar die middag, na menig lofzang op de liefde -'je bent niet ván elkaar maar je bent er vóór elkaar- en het scanderen van 'mazzeltov', snelde ik alsnog naar Jelle Brandt Corstius. En ja, hoe gaat dat met een BN-er, waarvan iedereen de naam al kent, dan vergeet je jezelf voor te stellen. Ik knalde er gelijk in 'of hij mijn manuscript nog had gelezen?' Waarover ik met 'm sprak na afloop van 'De nacht van de geschiedenis' in de tegenovergelegen A-kerk. Waar hij één van de sprekers was.
Ach ja. Schrijven. Gelezen worden. Het gaat toch om de verhalen. Om het zien. Van de hippiemoeder die voorovergebogen in haar fietskar kijkt. Terwijl gehuil van haar peuter weerkaatst tegen de gevel. Uit haar biotas steekt verlept wortelloof.
Een snelle blik in de winkelruit toont me een glimp van het zusje van mijn Singer, uitgevonden door een immigrant wier ouders vast van muziek hielden. Weerspiegelingen. Verhalen. Ze woekeren aan een boom in mijn hoofd. En wat zou er schuilgaan achter de 'Heren en dameskapper' met een porseleinen pot 'cetaceum' in de hoge etalage? Een etalage die sinds een halve eeuw onaangeroerd lijkt. Op de kade bij de Hoge der Aa zit een marsmannetje voor een schip. Beelden waar niemand op wacht. Woorden waar niemand wat aan heeft. Maar waar ik niet zonder kan.
Het was een mooie bruiloft.
Op de receptie luisterde ik naar verhalen van nazaten.
Tweede wereldoorlog, arbeidseinsatz, Hamburg, vrouwen, Groningen.
In de gang hing een foto van een verwoest huis in de Oekraïne.
Jelle gaf me een handtekening.
Ik had inmiddels andere kleren aan. Een jurk.
Gekregen van een nakomeling van Indianen. Tevens kind van gelukszoekers uit Ierland, Italië en Nederland. Mijn volgende boek gaat over haar.
In die paar minuten binnenstad zuig ik me vol nieuwe indrukken. Dan vervaagt de haast en doe ik hetzelfde als Adriaan van Dis, Kees van Kooten en Saskia Noort gister in 'Kijken in de ziel ' zeiden. Indrukken opschrijven. Ingevingen noteren. Al zal ik er later zelden iets mee doen. Ook omdat het uitwerken van de krabbels om concentratie vraagt, om afzondering. Om een omgeving zonder zelfs maar de mogelijkheid gestoord te kúnnen worden. Te midden van alle indrukken las ik op de deur van Van de Velde de aankondiging dat hij zou signeren. Helaas precies in het uur dat ik op het stadhuis zou zijn.
Maar die middag, na menig lofzang op de liefde -'je bent niet ván elkaar maar je bent er vóór elkaar- en het scanderen van 'mazzeltov', snelde ik alsnog naar Jelle Brandt Corstius. En ja, hoe gaat dat met een BN-er, waarvan iedereen de naam al kent, dan vergeet je jezelf voor te stellen. Ik knalde er gelijk in 'of hij mijn manuscript nog had gelezen?' Waarover ik met 'm sprak na afloop van 'De nacht van de geschiedenis' in de tegenovergelegen A-kerk. Waar hij één van de sprekers was.
Ach ja. Schrijven. Gelezen worden. Het gaat toch om de verhalen. Om het zien. Van de hippiemoeder die voorovergebogen in haar fietskar kijkt. Terwijl gehuil van haar peuter weerkaatst tegen de gevel. Uit haar biotas steekt verlept wortelloof.
Een snelle blik in de winkelruit toont me een glimp van het zusje van mijn Singer, uitgevonden door een immigrant wier ouders vast van muziek hielden. Weerspiegelingen. Verhalen. Ze woekeren aan een boom in mijn hoofd. En wat zou er schuilgaan achter de 'Heren en dameskapper' met een porseleinen pot 'cetaceum' in de hoge etalage? Een etalage die sinds een halve eeuw onaangeroerd lijkt. Op de kade bij de Hoge der Aa zit een marsmannetje voor een schip. Beelden waar niemand op wacht. Woorden waar niemand wat aan heeft. Maar waar ik niet zonder kan.
Het was een mooie bruiloft.
Op de receptie luisterde ik naar verhalen van nazaten.
Tweede wereldoorlog, arbeidseinsatz, Hamburg, vrouwen, Groningen.
In de gang hing een foto van een verwoest huis in de Oekraïne.
Jelle gaf me een handtekening.
Ik had inmiddels andere kleren aan. Een jurk.
Gekregen van een nakomeling van Indianen. Tevens kind van gelukszoekers uit Ierland, Italië en Nederland. Mijn volgende boek gaat over haar.
Labels:
boeken,
Groningen,
hoge der A,
Jelle BC,
joodse buurt,
kaas,
schrijven,
stadhuis,
trouwen,
verhalen,
vismarkt
zondag 13 maart 2016
Het mag wel in de krant
Het filmfestival in Assen sloeg ik dit weekend over. Ook Borgen van het NNT, naar de gelijknamige Deense tv-serie, heb ik gemist. In de krant stond naast hoofdrolspeelster Malou Gorter ook een artikel over een andere, mij eveneens bekende creatieveling, Remko Wind. En op de school van mijn kinderen loopt er naast toneel- en muziektalent ook een schrijver rond. Bronja Prazdny om precies te zijn. Van wie onlangs haar tweede boek 'Verloren taal' uitkwam.
Graag was ik vrijdag met haar meegegaan naar Amsterdam. Maar helaas schopte ik het niet tot een toegangskaartje voor het boekenbal. Het was al een hele eer om bij de beste vijftig van de NPO verhalenwedstrijd te komen. En mijn inzending over verkrachtingen, vluchtelingen met ook nog Keulen er in verwerkt, was wel op het randje.
De boekenweek is begonnen, het schrijfseizoen is voorbij. Gelukkig stroomt mijn agenda weer vol. Met opdrachten voor sloopwerk en badkamers. En terwijl ik bezig was om met een oorverdovend lawaai een pizzeria te ontmantelen, werd ik gebeld. Door een columniste. Zo'n echte. Die ik zaterdag vaak lees in de papieren krant. Ze sprak een boodschap in op een al even archaïsch medium: 'de voicemail'.

Toen ik Trouw terug belde stelde ik me voor met 'Lehti Paul'. Maar dat bleek nou net het punt. Monic Slingerland was er achtergekomen dat dit een pseudoniem was. Hoewel Paul evengoed mijn familienaam is als de naam in mijn paspoort. Maar woensdag kwam ik dus onder mijn eigen naam in de krant. Helaas werd daardoor niemand hierheen gelokt.
Zo'n papieren krant wordt wel grondiger gelezen dan ik dacht. Er volgden mails met reacties van familie uit Amersfoort en Amsterdam. En smsjes van klanten. De brief over woningnood leverde me zelfs schilderwerk op! Best handig. Of, om met Bronja te spreken: 'Je hebt toch niks te verbergen?'
Of ik dit weekend nog wat cultureels deed?
Jazeker. Op een motor door het Drentse land racen. Smeltende taartjes snoepen in de voorjaarszon. En daarna een gedicht van Vasalis voorlezen.
Aan mijn lief. Met mijn lief.
Daar kan geen film aan tippen.
Graag was ik vrijdag met haar meegegaan naar Amsterdam. Maar helaas schopte ik het niet tot een toegangskaartje voor het boekenbal. Het was al een hele eer om bij de beste vijftig van de NPO verhalenwedstrijd te komen. En mijn inzending over verkrachtingen, vluchtelingen met ook nog Keulen er in verwerkt, was wel op het randje.
De boekenweek is begonnen, het schrijfseizoen is voorbij. Gelukkig stroomt mijn agenda weer vol. Met opdrachten voor sloopwerk en badkamers. En terwijl ik bezig was om met een oorverdovend lawaai een pizzeria te ontmantelen, werd ik gebeld. Door een columniste. Zo'n echte. Die ik zaterdag vaak lees in de papieren krant. Ze sprak een boodschap in op een al even archaïsch medium: 'de voicemail'.

Toen ik Trouw terug belde stelde ik me voor met 'Lehti Paul'. Maar dat bleek nou net het punt. Monic Slingerland was er achtergekomen dat dit een pseudoniem was. Hoewel Paul evengoed mijn familienaam is als de naam in mijn paspoort. Maar woensdag kwam ik dus onder mijn eigen naam in de krant. Helaas werd daardoor niemand hierheen gelokt.
Zo'n papieren krant wordt wel grondiger gelezen dan ik dacht. Er volgden mails met reacties van familie uit Amersfoort en Amsterdam. En smsjes van klanten. De brief over woningnood leverde me zelfs schilderwerk op! Best handig. Of, om met Bronja te spreken: 'Je hebt toch niks te verbergen?'
Of ik dit weekend nog wat cultureels deed?
Jazeker. Op een motor door het Drentse land racen. Smeltende taartjes snoepen in de voorjaarszon. En daarna een gedicht van Vasalis voorlezen.
Aan mijn lief. Met mijn lief.
Daar kan geen film aan tippen.
Labels:
Amsterdam,
boeken,
Bronja Prazdny,
Groningen,
lente,
liefde,
Malou Gorter,
motor,
Remko Wind,
Trouw,
Vasalis
maandag 7 maart 2016
Vrouwelijke kostbaarheden in Drenthe
Morgen is het weer zover. Dan is het ruim een eeuw geleden dat in New York...
of nee... dan is het bijna een eeuw geleden dat in Sint Petersburg....
...allemachtig, moet er nu ook al worden gewedijverd over wie de vrouwendag bedacht? Was het een demonstratie tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de textielindustrie of had het toch te maken met de aanloop naar de Russische revolutie?
Nou ja. Emancipatie dus. Feminisme. Vrouwen. Die gemeen hebben dat hun maagdelijkheid in de meeste delen van de wereld als hun kostbaarste, zo niet enige bezit wordt gezien. Dat je weggeeft als je trouwt. Ditzelfde bezit geldt tevens als kostbaarste (en enige waardevolle) beloning voor de man. Dus wie trots pronkt met juwelen, is zelf schuldig aan diefstal. Een scheve -of zichtbare- haar kan eenvoudig worden uitgelegd als het geven van aanleiding tot geslachtelijk verkeer. En mocht een kerel zich niet kunnen beheersen, en een verkrachting leidt dan tot conceptie, dan hoort het kind ter wereld te komen. Omdat de vrouw, ondanks het bestolen worden van haar maagdelijkheid, die andere heiligheid, van het leven, dient te eerbiedigen.
Iets van vroeger? Wellicht. Maar toch niet zo heel erg vroeger. Zo hoorde ik oud Tweede Kamerlid en Oud Dolle Mina mevrouw Hillie Molenaar op de radio vertellen. Over hoe dat in Nederland ging. Bij ongewenste zwangerschappen. Toen abortus nog verboden was. Zodat vrouwen vaak zelf gingen aanklooien. Dat je alleen aan de pil mocht met toestemming van ouders en dat afstand doen van je kind geen uitzondering was. Seks voor het huwelijk, dat hoorde niet. Dolle Mina hield lezingen door het land. Aan -mannelijke- studenten geneeskunde. Er was nog een wereld te winnen.
Hun slogan 'Baas in eigen buik' is inmiddels gemeengoed bij de huisarts. Maar sommige Christelijke partijen stelden op afgelopen schrikkeldag toch kritische vragen aan minister van Rijn aangaande tienerzwangerschappen. Of de nadelen van het afbreken van een zwangerschap wel voldoende werden belicht en zo.
Hillie Molenaar maakte ook documentaires. Die zich minder ver van ons afspelen dan het lijkt. En dit weekend is er in Assen nog veel meer moois te zien. De 36e editie van het Internationale filmfestival heeft een gevarieerd programma van zestig films. Over vrouwen. Met vrouwen. Door vrouwen. Van vrouwen. Zoals de debuterende Leyla Bouzid en de onlangs overleden Chantal Akerman.
Want weet u.
De kostbaarheden van vrouwen gaan verder dan wat er tussen hun benen zit.
Veel verder.
of nee... dan is het bijna een eeuw geleden dat in Sint Petersburg....
...allemachtig, moet er nu ook al worden gewedijverd over wie de vrouwendag bedacht? Was het een demonstratie tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de textielindustrie of had het toch te maken met de aanloop naar de Russische revolutie?
Nou ja. Emancipatie dus. Feminisme. Vrouwen. Die gemeen hebben dat hun maagdelijkheid in de meeste delen van de wereld als hun kostbaarste, zo niet enige bezit wordt gezien. Dat je weggeeft als je trouwt. Ditzelfde bezit geldt tevens als kostbaarste (en enige waardevolle) beloning voor de man. Dus wie trots pronkt met juwelen, is zelf schuldig aan diefstal. Een scheve -of zichtbare- haar kan eenvoudig worden uitgelegd als het geven van aanleiding tot geslachtelijk verkeer. En mocht een kerel zich niet kunnen beheersen, en een verkrachting leidt dan tot conceptie, dan hoort het kind ter wereld te komen. Omdat de vrouw, ondanks het bestolen worden van haar maagdelijkheid, die andere heiligheid, van het leven, dient te eerbiedigen.
Iets van vroeger? Wellicht. Maar toch niet zo heel erg vroeger. Zo hoorde ik oud Tweede Kamerlid en Oud Dolle Mina mevrouw Hillie Molenaar op de radio vertellen. Over hoe dat in Nederland ging. Bij ongewenste zwangerschappen. Toen abortus nog verboden was. Zodat vrouwen vaak zelf gingen aanklooien. Dat je alleen aan de pil mocht met toestemming van ouders en dat afstand doen van je kind geen uitzondering was. Seks voor het huwelijk, dat hoorde niet. Dolle Mina hield lezingen door het land. Aan -mannelijke- studenten geneeskunde. Er was nog een wereld te winnen.
Hun slogan 'Baas in eigen buik' is inmiddels gemeengoed bij de huisarts. Maar sommige Christelijke partijen stelden op afgelopen schrikkeldag toch kritische vragen aan minister van Rijn aangaande tienerzwangerschappen. Of de nadelen van het afbreken van een zwangerschap wel voldoende werden belicht en zo.
Het
festival wordt geopend met de voorpremière As I Open My Eyes, een
indrukwekkend, muzikaal drama van debuterend filmmaker Leyla Bouzid
waarin de coming-of-age van de rebelse tiener Farah wordt gevolgd vlak
voor het uitbreken van de Jasmijn-revolutie in Tunesië. Andere
voorpremières zijn het oorlogsdrama Les innocentes (door Coco avant
Chanel-regisseur Anne Fontaine), de sensuele coming-of-age film Bang
Gang (A Modern Love Story) en het spannende vluchtelingendrama Dukhtar.
Ook worden er diverse internationale titels vertoond, waaronder de
winnaar van de IFFR Bright Future Award Las lindas van Melisa Liebenthal
en de absurdistische zwarte komedie Body van Małgorzata Szumowska,
winnaar van de Zilveren Beer voor beste regisseur op het filmfestival
van Berlijn. - See more at:
http://www.hetgezinsblad.nl/nieuws/45217/programma-internationaal-filmfestival-assen-l-vrouw-film/#sthash.l0Cdghbi.dpuf
Er is nog steeds veel te winnen. Ook bij ons om de hoek worden vrouwen opgesloten en gedwongen om
juist datgene met mannen te doen wat hun door diezelfde mannen zo
nadrukkelijk wordt verboden. Vóór het huwelijk. Tijdens een huwelijk. Ook in Rotterdam. Waar onlangs een jonge vrouw werd gewurgd en daarna begraven in Drenthe. Hij kreeg tien jaar cel. In Istanbul maakt de staat zich zelf schuldig aan inperking van vrijheden. Demonstrerende vrouwen werden er afgelopen weekend met traangas uit elkaar gejaagd.Hillie Molenaar maakte ook documentaires. Die zich minder ver van ons afspelen dan het lijkt. En dit weekend is er in Assen nog veel meer moois te zien. De 36e editie van het Internationale filmfestival heeft een gevarieerd programma van zestig films. Over vrouwen. Met vrouwen. Door vrouwen. Van vrouwen. Zoals de debuterende Leyla Bouzid en de onlangs overleden Chantal Akerman.
Want weet u.
De kostbaarheden van vrouwen gaan verder dan wat er tussen hun benen zit.
Veel verder.
Labels:
Assen,
filmfestival,
Hillie Molenaar,
IFA,
Istanbul,
SGP,
Tweede Kamer,
vrouwen,
vrouwendag
woensdag 17 februari 2016
Erkenning
Skisokken tot mijn knieën, drie broeken en een wollen hemd tot over mijn billen. Ik zag er gister een stuk minder appetijtelijk uit dan bij het Groninger bal. Voor ik vertrok moest er ook nog ijs van de klusbus worden gekrabd.
Toch was gister de winter voorbij. Zo zag ik in mijn mailbox. Waarin stond dat ik de shortlist van de schrijfwedstrijd van Taglibro niet had gehaald. Pech gehad. Volgende keer beter. De offertes die ik stuurde voor het opknappen van twee badkamers kregen wel groen licht. Dus niet getreurd, lunchpakketje smeren een aan de slag Lehti! Naar buiten!
Enige troost boden woorden als: 'De kwaliteit was hoog. Zeer hoog. Élke inzending was serieus en bij vrijwel elk verhaal spatte het schrijfplezier van het papier.' (...) tegen ALLE deelnemers zeggen wij: ga door met schrijven! (u leest nu de opvolging van dit advies).
De zon scheen maar we werkten in de schaduw. Massa's algen verdwenen onder hoge druk van het glad geworden terras. Het spuitwater bevroor. Ik kreeg linzen met liefde, lekkere soep en geld. Bij thuiskomst checkte ik nogmaals mijn mail. En op wat ik toen las kan ik de rest van de week teren. Waarschijnlijk langer. Ik ben euforisch. Eu-fo-risch. Eindelijk erkenning!
Niet voor mijn badkamers. Niet voor een schoon terras of vervangen slot. Niet voor kippensoep of spruitjescurry. Niet voor het gaan schaatsen met zeven kinderen op zondagmorgen. Niet voor het mooiste meisje van de klas of het dansen met Marokkanen. Niet voor mijn massages of stoute blikken, niet voor mijn excuses of felle woorden. Niet voor mijn fijne kinderen of reislust. Niet voor mijn minnespel, mijn aardbeien, groene vingers of geduld. Maar voor mijn geploeter met letters, voor mijn verhaal, voor mijn geschrijf.
Beste schrijver,
Nieuwsgierig geworden? Dit is 'm: Een nieuw leven.
Leeswaarschuwing: Het is weliswaar een kort, maar geen fijn verhaal.
Toch is twee keer lezen aanbevolen.
Hier is het tijd voor thee. En voor het lezen van de 49 andere genomineerden. 22 februari worden de vijf winnaars bekend gemaakt.
Voor nu huil ik heerlijke tranen van geluk.
Toch was gister de winter voorbij. Zo zag ik in mijn mailbox. Waarin stond dat ik de shortlist van de schrijfwedstrijd van Taglibro niet had gehaald. Pech gehad. Volgende keer beter. De offertes die ik stuurde voor het opknappen van twee badkamers kregen wel groen licht. Dus niet getreurd, lunchpakketje smeren een aan de slag Lehti! Naar buiten!
Enige troost boden woorden als: 'De kwaliteit was hoog. Zeer hoog. Élke inzending was serieus en bij vrijwel elk verhaal spatte het schrijfplezier van het papier.' (...) tegen ALLE deelnemers zeggen wij: ga door met schrijven! (u leest nu de opvolging van dit advies).
De zon scheen maar we werkten in de schaduw. Massa's algen verdwenen onder hoge druk van het glad geworden terras. Het spuitwater bevroor. Ik kreeg linzen met liefde, lekkere soep en geld. Bij thuiskomst checkte ik nogmaals mijn mail. En op wat ik toen las kan ik de rest van de week teren. Waarschijnlijk langer. Ik ben euforisch. Eu-fo-risch. Eindelijk erkenning!
Niet voor mijn badkamers. Niet voor een schoon terras of vervangen slot. Niet voor kippensoep of spruitjescurry. Niet voor het gaan schaatsen met zeven kinderen op zondagmorgen. Niet voor het mooiste meisje van de klas of het dansen met Marokkanen. Niet voor mijn massages of stoute blikken, niet voor mijn excuses of felle woorden. Niet voor mijn fijne kinderen of reislust. Niet voor mijn minnespel, mijn aardbeien, groene vingers of geduld. Maar voor mijn geploeter met letters, voor mijn verhaal, voor mijn geschrijf.
Beste schrijver,
Uit de ruim 1300 verhalen die
ingezonden zijn voor de Boekenweek Verhalenwedstrijd zijn door de
redactie 50 verhalen genomineerd die doorgaan naar de volgende ronde.
Gefeliciteerd, jouw verhaal behoort tot die 50.
Nieuwsgierig geworden? Dit is 'm: Een nieuw leven.
Leeswaarschuwing: Het is weliswaar een kort, maar geen fijn verhaal.
Toch is twee keer lezen aanbevolen.
Hier is het tijd voor thee. En voor het lezen van de 49 andere genomineerden. 22 februari worden de vijf winnaars bekend gemaakt.
Voor nu huil ik heerlijke tranen van geluk.
maandag 15 februari 2016
Betaalde liefde
Het lijkt verdorie wel lente. Zelfs Rita Verdonk gaat op de koffie bij een asielzoeker en predikt samen met weggepeste oud-minister Ella Vogelaar voor een herwaardering van de inburgering. En Rogier van Boxtel denkt dat alles goed komt als nieuwkomers maar genoeg onder de mensen komen.
Het is ook voorjaar in de liefde. Het is weliswaar koud, maar ook zonnig. Op de afsluitdijk stripte vandaag een dame voor een stel verbouwereerde Italiaanse toeristen. Eindelijk weer echte mensen in plaats van liefderobots. De Italianen applaudisseerden in hun dikke winterjassen. En zo kwam een bus vol vrolijke sekswerkers op prime-time onze huiskamers binnen.
Dat werd tijd. Om de boel eens van een andere kant te bekijken. Een gevluchte Bosniër die via werk bij een kippenboer nu kunstwerken voor vijftienduizend euro aan de man brengt (Tegen Rita: "Er zitten wel zevenhonderd uur in!") en hoeren die de-dag-van-de-betaalde-liefde vieren. Werk waar maar weinigen vrijwillig toe in staat zijn maar dat wereldwijd in een enorme behoefte voorziet. Voor hen die nooit enige vorm van seksuele aanraking kenden. Maar vast ook voor mannen die klem zitten in een uitzichtloze relatie. Of, om met de woorden van ex-prostituee Xaviera Hollander te spreken: 'Ik had klanten die binnenkwamen met "My wife is so cold." Die kropen boven op me en waren in twee tellen klaar. Hoe durf je! Dus ik zei: of ik leer je de lessen, of je hoeft niet meer terug te komen'. Meestal zag ik ze terug. Dan had ik ze in een maand veel bijgebracht over orale seks en voorspel en dan was het: "Nou gaat het goed met mijn vrouw, ik hoef eigenlijk niet meer te komen." Ha ha, had ik mijn eigen glazen ingegooid". *
Weet je wat Xaviera ook zei: 'Ik zocht vooral meisjes met humor, die wat tekst hadden, en bijvoorbeeld twee talen spraken.'
Ik wil maar zeggen. Het komt vast wel goed met die inburgering. Lang leve de lente!
*De rest van het interview staat in Trouw
De foto's maakte ik op de Amsterdamse Wallen. Bij 'Ons-lieve-heer-op-Solder'. Eerst kon ik het niet vinden en er was niet één inheemse hoerenloper om het aan te vragen. Toen een agent het uitlegde, vroeg hij of ik wist waar 'Moscou' was. Want daar moest je rechts. Volgende keer klop ik wel op een rood raam om de weg naar deze prachtige schuilkerk te vragen.
Het is ook voorjaar in de liefde. Het is weliswaar koud, maar ook zonnig. Op de afsluitdijk stripte vandaag een dame voor een stel verbouwereerde Italiaanse toeristen. Eindelijk weer echte mensen in plaats van liefderobots. De Italianen applaudisseerden in hun dikke winterjassen. En zo kwam een bus vol vrolijke sekswerkers op prime-time onze huiskamers binnen.
Dat werd tijd. Om de boel eens van een andere kant te bekijken. Een gevluchte Bosniër die via werk bij een kippenboer nu kunstwerken voor vijftienduizend euro aan de man brengt (Tegen Rita: "Er zitten wel zevenhonderd uur in!") en hoeren die de-dag-van-de-betaalde-liefde vieren. Werk waar maar weinigen vrijwillig toe in staat zijn maar dat wereldwijd in een enorme behoefte voorziet. Voor hen die nooit enige vorm van seksuele aanraking kenden. Maar vast ook voor mannen die klem zitten in een uitzichtloze relatie. Of, om met de woorden van ex-prostituee Xaviera Hollander te spreken: 'Ik had klanten die binnenkwamen met "My wife is so cold." Die kropen boven op me en waren in twee tellen klaar. Hoe durf je! Dus ik zei: of ik leer je de lessen, of je hoeft niet meer terug te komen'. Meestal zag ik ze terug. Dan had ik ze in een maand veel bijgebracht over orale seks en voorspel en dan was het: "Nou gaat het goed met mijn vrouw, ik hoef eigenlijk niet meer te komen." Ha ha, had ik mijn eigen glazen ingegooid". *
Weet je wat Xaviera ook zei: 'Ik zocht vooral meisjes met humor, die wat tekst hadden, en bijvoorbeeld twee talen spraken.'
Ik wil maar zeggen. Het komt vast wel goed met die inburgering. Lang leve de lente!
*De rest van het interview staat in Trouw
De foto's maakte ik op de Amsterdamse Wallen. Bij 'Ons-lieve-heer-op-Solder'. Eerst kon ik het niet vinden en er was niet één inheemse hoerenloper om het aan te vragen. Toen een agent het uitlegde, vroeg hij of ik wist waar 'Moscou' was. Want daar moest je rechts. Volgende keer klop ik wel op een rood raam om de weg naar deze prachtige schuilkerk te vragen.
Labels:
afsluitdijk,
Amsterdam,
dagvandebetaaldeliefde,
Ella Vogelaar,
Friesland,
inburgering,
integratie,
nieuwkomers,
Rita Verdonk,
Rogier van Boxtel,
seks,
taallessen,
Xaviera Hollander
zondag 31 januari 2016
Groninger bal (2)
(wat er vooraf ging)
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
zaterdag 30 januari 2016
Groninger bal
Wintertijd. Weinig werk. Elk jaar hetzelfde liedje. Maar ondanks 'automatische afschrijving vanwege onvoldoende saldo mislukt’ heerst er nog geen paniek in huize Lehti. Want ik mag schrijven! Geen offertes, rekeningen of reclameteksten. Maar fictie!
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
zondag 17 januari 2016
De dode mannen en de pornoactrice
Na een korte nacht glij ik met mijn bus in een witte wereld de helling van de Europabrug af. Het stoplicht springt op rood. Ik rem voorzichtig. Er staat een groepje van vier jongens op de stoep. Eén van hen loopt mijn kant op. Ik draait het raampje aan de bijrijderskant omlaag. 'Kunt u ons naar het centrum brengen', vraagt hij. Ik werp een blik op de achterbank. Die staat vol met een tegelsnijder, een accuboor en meer van zulks.
'Ja hoor', zeg ik.
'Uw auto is best vol', zegt hij.
Gelukkig hoeven er maar twee mee. De anderen worden uitgebreid omhelsd. Zoals ik al vermoedde zijn het bezoekers van Eurosonic, Noorderslag. Artiesten zelfs. Hun band heet iets met 'Death' en dan nog wat. Ik kan het al net zo moeilijk onthouden als de bands die mijn zoons noemen als er iets leuks op de radio klinkt. Maar zij waarschijnlijk ook. Zou de fles wijn die ze bij zich hebben rechtop blijven?
Waar ze vandaan komen en waar ze heen moeten is ingewikkeld. Daar waar hun auto staat. Of hun hotel. 'Bornholmstraat', weet één van hen zich te herinneren. Ik vertel ze dat dit een straat is die bekend staat om zijn 'afwerkplekken'. Maar er schijnt ook een overnachtplek te zijn. 'Da' s niet in het centrum en ik kom er ook niet langs', zeg ik. Een taxistandplaats is ook goed.
Als het hoofdstation in zicht is, blijkt één van de death artiesten opeens ook pornoacteur te zijn. Zegt hij. Maar dan wel een werkloze. Wellicht mag ik op mijn leeftijd blij zijn met zo'n verkapte versierpoging op zaterdagmorgen in besneeuwd Groningen. Maar mij lijkt het gewoon een vorm van smaltalk. Net zo normaal als de andere informatie:
Hotel tussen de straathoeren
Dronken, dode artiesten aan de voet van een brug.
Werkloze pornoacteurs.
De coach in mij ontwaakt: 'Dan moet je zorgen dat je wat reclame maakt' (Ik lijk verdomme wel tegen mijzelf te preken. Want het is hartje winter en zoals elk jaar rond deze tijd, houdt het werk niet over) Als we aankomen bij het station merkt de man naast me op dat mijn busje het perfecte decor voor een film zou zijn. De man achterin hangt met zijn bil boven een tegelsnijder. Er schiet me weinig erotisch te binnen bij die combinatie.
Vlak voordat de acteur uitstapt, wil hij me nog even geruststellen: "Is nie waar hoor".
Ik: "Wie weet ben ik wel een pornoactrice"
'Ja hoor', zeg ik.
'Uw auto is best vol', zegt hij.
Gelukkig hoeven er maar twee mee. De anderen worden uitgebreid omhelsd. Zoals ik al vermoedde zijn het bezoekers van Eurosonic, Noorderslag. Artiesten zelfs. Hun band heet iets met 'Death' en dan nog wat. Ik kan het al net zo moeilijk onthouden als de bands die mijn zoons noemen als er iets leuks op de radio klinkt. Maar zij waarschijnlijk ook. Zou de fles wijn die ze bij zich hebben rechtop blijven?
Waar ze vandaan komen en waar ze heen moeten is ingewikkeld. Daar waar hun auto staat. Of hun hotel. 'Bornholmstraat', weet één van hen zich te herinneren. Ik vertel ze dat dit een straat is die bekend staat om zijn 'afwerkplekken'. Maar er schijnt ook een overnachtplek te zijn. 'Da' s niet in het centrum en ik kom er ook niet langs', zeg ik. Een taxistandplaats is ook goed.
Als het hoofdstation in zicht is, blijkt één van de death artiesten opeens ook pornoacteur te zijn. Zegt hij. Maar dan wel een werkloze. Wellicht mag ik op mijn leeftijd blij zijn met zo'n verkapte versierpoging op zaterdagmorgen in besneeuwd Groningen. Maar mij lijkt het gewoon een vorm van smaltalk. Net zo normaal als de andere informatie:
Hotel tussen de straathoeren
Dronken, dode artiesten aan de voet van een brug.
Werkloze pornoacteurs.
De coach in mij ontwaakt: 'Dan moet je zorgen dat je wat reclame maakt' (Ik lijk verdomme wel tegen mijzelf te preken. Want het is hartje winter en zoals elk jaar rond deze tijd, houdt het werk niet over) Als we aankomen bij het station merkt de man naast me op dat mijn busje het perfecte decor voor een film zou zijn. De man achterin hangt met zijn bil boven een tegelsnijder. Er schiet me weinig erotisch te binnen bij die combinatie.
Vlak voordat de acteur uitstapt, wil hij me nog even geruststellen: "Is nie waar hoor".
Ik: "Wie weet ben ik wel een pornoactrice"
woensdag 13 januari 2016
Een Syriër op schaatsen
Met glibberend je fiets manoeuvreren
Met het schaatsen over parkeerplaatsen
Met de kletsnatte gympen in de natte sneeuw
Het is voorbij
Met uitvallende bussen, afgelaste markten en dichte scholen
Met vrolijke kinderen die uitslapen, logeren en buiten spelen.
Met het inlopen met huiswerk, want op school zelf schiet zulks niet op.
Over is het
Met de lege straten waar wandelaars het tempo bepalen,
Met buren die spontaan boodschappen voor elkaar doen
Met de gezamenlijke gezelligheid op straat.
Hoewel. . .
Hoewel. . .
Het schaatsvirus heeft zich nu zelfs verspreid onder Syriërs.
"I'm sorry, I only speak Arabic", zei hij.
"No problem", zei ik, nam de man bij zijn hand en loodste hem over de bomvolle kunstijsbaan.
Toen hij viel zij hij sorry.
Het was de eerste keer dat hij schaatsen onder had. 

vrijdag 8 januari 2016
Vieze praatjes en loze potjes (2)
Als ik thuis aan het heisteren ben, staat de radio vaak aan. Zo wordt ik elk uur op 'nieuws' gefêteerd. Tussen aanhalingstekens. Want welke rampspoed bleek maandag uitzendingswaardig? Het feit dat ene Kamal zich even miljonair waande.
Maar het toen, in tegenstelling tot zijn naaste buren, toch niet bleek te zijn. Omdat zijn automatische incasso was geweigerd.
Wegens te weinig saldo. Stom hè? De postcodeloterij gaf hem als
troost een bloemetje.
Maar sorry mensen, is het feit dat Kamal ondanks nul euro op zijn rekening (of weet ik hoe veel kredietlimiet hij bij de bank heeft) deelneemt aan een loterij niet vele maler stommer? Of is het niet Kamal die stom is, maar zijn de spindoctors van de postcodeloterij gewoon gewiekst? Want hoe bizar goed getimed kwam al dit nieuws zo rond de jaarwisseling.
Want er was meer.
Op het jeugdjournaal nog wel. Dit prachtige programma, in mijn ogen een soort verlengstuk van het inmiddels van de buis verbannen Sesamstraat, presteerde het om van de postcodeloterij een nieuwsitem te maken. Ruim twee volle minuten (van het negen minuten durend programma). Compleet met twee allerschattigste blondjes wier ouders geld hadden gewonnen.
De meisjes fantaseerden over reizen naar een tropisch eiland. En zelfs het spotje met BN-ers (aan hun kleur te zien, lagen zij om de dag te zonnen op een strand) die verlekkerd hun rode vrachtauto met miljoenen aanprezen, werd er in gemonteerd. Uit pedagogisch oogpunt werd nog vermeld dat de kans om acht keer zes te dobbelen even groot was als winnen. Met saaie zwart-wit dobbelstenen.
Na die blondjes en de goud oplichtende miljoenen zijn die dobbelstenen net zoiets als over condooms beginnen na een penetratie: 'Als het misgaat, hebben we het er in elk geval over gehad.'
Eén januari is voor rokers een dag om te stoppen. Voor gokkers vast ook. Gewoon eens verstandig de balans opmaken en bedenken dat je die honderden euro's per jaar ook in eigen beheer kunt besteden. Of de helft ervan, als je, net als de postcodeloterij, iets aan je medemens wilt doneren. Maar ja, elke rook-, drank- en gok- verslaafde heeft een 'het-kan-toch-geen-kwaad-duiveltje' als eeuwige metgezel.
Als je dan net -via achtentwintig keer klikken- je lidmaatschap opzegt, komt er godbetert zo'n bijna-miljonair langs op je radio: "Oei, rond de jaarwisseling valt de hoofdprijs vast bij mij!" Verslavingshormonen worden opgestuwd tot ongekende hoogte -Wat is nu een tientje?-, het hemels orgasme is in zicht. Althans, de hoop op zo'n gelukzalige ontlading.
Hoop doet leven.
En gokken.
Bij de postcoderloterij begrijpenn ze tot slot de kracht van herhaling. Ze omzeilen met succes mijn NEE-sticker, verstoppen zich in kerstpakketen, zijn hinderlijk vaak aanwezig in reclameblokken en hebben het nu zelfs tot nieuws geschopt. Inclusief beteuterde allochtoon die nèt niet wint en lieve blondjes die natuurlijk wèl winnen. Sterk staaltje onafhankelijke journalistiek hoor.
Ik denk dat we in het jaar 2066 net zo terugkijken op deze infiltratie van gokspelen in de media al we nu verbolgen zijn over roken in de bioscoop in de jaren vijftig.
Wedden?
Maar sorry mensen, is het feit dat Kamal ondanks nul euro op zijn rekening (of weet ik hoe veel kredietlimiet hij bij de bank heeft) deelneemt aan een loterij niet vele maler stommer? Of is het niet Kamal die stom is, maar zijn de spindoctors van de postcodeloterij gewoon gewiekst? Want hoe bizar goed getimed kwam al dit nieuws zo rond de jaarwisseling.
Want er was meer.
Op het jeugdjournaal nog wel. Dit prachtige programma, in mijn ogen een soort verlengstuk van het inmiddels van de buis verbannen Sesamstraat, presteerde het om van de postcodeloterij een nieuwsitem te maken. Ruim twee volle minuten (van het negen minuten durend programma). Compleet met twee allerschattigste blondjes wier ouders geld hadden gewonnen.
De meisjes fantaseerden over reizen naar een tropisch eiland. En zelfs het spotje met BN-ers (aan hun kleur te zien, lagen zij om de dag te zonnen op een strand) die verlekkerd hun rode vrachtauto met miljoenen aanprezen, werd er in gemonteerd. Uit pedagogisch oogpunt werd nog vermeld dat de kans om acht keer zes te dobbelen even groot was als winnen. Met saaie zwart-wit dobbelstenen.
Na die blondjes en de goud oplichtende miljoenen zijn die dobbelstenen net zoiets als over condooms beginnen na een penetratie: 'Als het misgaat, hebben we het er in elk geval over gehad.'
Eén januari is voor rokers een dag om te stoppen. Voor gokkers vast ook. Gewoon eens verstandig de balans opmaken en bedenken dat je die honderden euro's per jaar ook in eigen beheer kunt besteden. Of de helft ervan, als je, net als de postcodeloterij, iets aan je medemens wilt doneren. Maar ja, elke rook-, drank- en gok- verslaafde heeft een 'het-kan-toch-geen-kwaad-duiveltje' als eeuwige metgezel.
Als je dan net -via achtentwintig keer klikken- je lidmaatschap opzegt, komt er godbetert zo'n bijna-miljonair langs op je radio: "Oei, rond de jaarwisseling valt de hoofdprijs vast bij mij!" Verslavingshormonen worden opgestuwd tot ongekende hoogte -Wat is nu een tientje?-, het hemels orgasme is in zicht. Althans, de hoop op zo'n gelukzalige ontlading.
Hoop doet leven.
En gokken.
Bij de postcoderloterij begrijpenn ze tot slot de kracht van herhaling. Ze omzeilen met succes mijn NEE-sticker, verstoppen zich in kerstpakketen, zijn hinderlijk vaak aanwezig in reclameblokken en hebben het nu zelfs tot nieuws geschopt. Inclusief beteuterde allochtoon die nèt niet wint en lieve blondjes die natuurlijk wèl winnen. Sterk staaltje onafhankelijke journalistiek hoor.
Ik denk dat we in het jaar 2066 net zo terugkijken op deze infiltratie van gokspelen in de media al we nu verbolgen zijn over roken in de bioscoop in de jaren vijftig.
Wedden?
dinsdag 5 januari 2016
Frozen
Als je na het douchen je haar in een knoet draait, er een strakke muts overheen trekt en dan op vijf januari 2016 in Groningen de straat op gaat, ziet je haar er bij thuiskomst uit als dat van de hoofdpersoon uit bovengenoemde film.
Die film zag ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat die lijkt op het Groningen van vandaag, maar dan met iets meer verhaallijn er in. Dat verhaal moet de lezer er vandaag zelf maar bij bedenken, van mij krijgt u alleen de plaatjes. Die ik op advies van mijn nicht uit Hoorn maakte. Met wie ik eigenlijk naar Amsterdam zou.
Haar tweede tip: 'Ga chocomel drinken in de stad', had ik ook best willen opvolgen, maar de grote vraag is hoe daar te komen. In de stad. Nu er geen bussen rijden en fietsen schier onmogelijk is.
Straatschaatsen is mijn enige uitweg. Dan maak ik een zelfbedachte tocht: 'De F-rozen route'. Langs de monsterfiets, kattensneeuw, spookpegels, een sleestalling, ijsknijpers, een frozen strawberry, verstopte en vergeten groente en niet te vergeten een ijsroos.

Sprookjes bestaan.
Die film zag ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat die lijkt op het Groningen van vandaag, maar dan met iets meer verhaallijn er in. Dat verhaal moet de lezer er vandaag zelf maar bij bedenken, van mij krijgt u alleen de plaatjes. Die ik op advies van mijn nicht uit Hoorn maakte. Met wie ik eigenlijk naar Amsterdam zou.
Haar tweede tip: 'Ga chocomel drinken in de stad', had ik ook best willen opvolgen, maar de grote vraag is hoe daar te komen. In de stad. Nu er geen bussen rijden en fietsen schier onmogelijk is.
Straatschaatsen is mijn enige uitweg. Dan maak ik een zelfbedachte tocht: 'De F-rozen route'. Langs de monsterfiets, kattensneeuw, spookpegels, een sleestalling, ijsknijpers, een frozen strawberry, verstopte en vergeten groente en niet te vergeten een ijsroos.

Sprookjes bestaan.
zondag 3 januari 2016
Vieze potjes en loze praatjes
Het restje oliebollenbeslag krult als een sliert droge witte snotjes over de rand van de glazen kom. Ook de smurrie aan de mixer is hard geworden. Zelfs de frituurpan (zo'n heule gevaarlijke zwarte uit het jaar nul) staat al twee dagen onaangeroerd op het fornuis. Zo vervult niet alleen de aanblik van het aanrecht, maar ook de lucht die in mijn woonst hangt, mij met schaamte.
Ter compensatie, ook voor dit rare, kinderloze begin van 2016, gaat het huis overhoop. Niet dat ik het beslag ga afbikken. Nee, de afwas blijft onaangeroerd. Maar ik ga eindelijk regelen dat de jongens een eigen kamer krijgen. Daarmee mijzelf verbannend naar de woonkamer.
Er gaat een heus meubelcaroussel van start. Boeken, -van Maya Angelou tot Simone van der Vlugt- gaan tijdelijk in een bananendoos, andere dozen met aantekeningen van colleges over de Middeleeuwen, komen onder mijn bed vandaan. Koffers met onduidelijke inhoud gaan even in de broodkast. Fotolijstjes van mij, stralend naast mijn laatste lief, worden in de gang geparkeerd. Planken gaan van de muur. Massa's krantenknipsels, oude lampen, broeken die op reparatie wachten, terwijl de kinderen er al jaren zijn uitgegroeid, bonnen, haarklipjes, stukken surprises, lege jampotten......
Villa Kakelbont is er niks bij.
Als de bedden weer in elkaar zijn geschroefd, boeken weer in de kast staan en ook de restjes oliebol uit zicht zijn, is het tijd voor een logje. Een bóós logje dit keer. Niet op mezelf hoor. Ik heb me allang verzoend met mijn bewaarziekte. Waar ik nu wederom pijnlijk mee wordt geconfronteerd. Hoewel het iets anders is dan Claudia de Breij in 'de Teerling' zei: "Talloze afgewassen margarinekuipjes om schroefjes in te bewaren". Let wel, ze heeft het hier over grootouders die maar niet kunnen wennen aan de consumptiemaatschappij, en prijst daarentegen haar (en mijn) generatie omdat wij de economie draaiende houden.
Maar, lieve Claudia, van mij moet die economie het dus niet hebben. Want mijn matras is ouder dan ik zelf, de gordijnen zijn van mijn in 2001overleden tante Annie en al mijn schroefjes zitten niet in margarinekuipjes -ik eet boter-, maar zijn keurig verdeeld over bakjes van de wortels, Griekse yoghurt en appelstroopblikjes. Niks om echt boos van te worden (tenzij je aan mijn zijde zou leven). Nee, mijn woede richt zich op de schurken van de postcodeloterij.
Maar dat komt morgen wel.
Ter compensatie, ook voor dit rare, kinderloze begin van 2016, gaat het huis overhoop. Niet dat ik het beslag ga afbikken. Nee, de afwas blijft onaangeroerd. Maar ik ga eindelijk regelen dat de jongens een eigen kamer krijgen. Daarmee mijzelf verbannend naar de woonkamer.
Er gaat een heus meubelcaroussel van start. Boeken, -van Maya Angelou tot Simone van der Vlugt- gaan tijdelijk in een bananendoos, andere dozen met aantekeningen van colleges over de Middeleeuwen, komen onder mijn bed vandaan. Koffers met onduidelijke inhoud gaan even in de broodkast. Fotolijstjes van mij, stralend naast mijn laatste lief, worden in de gang geparkeerd. Planken gaan van de muur. Massa's krantenknipsels, oude lampen, broeken die op reparatie wachten, terwijl de kinderen er al jaren zijn uitgegroeid, bonnen, haarklipjes, stukken surprises, lege jampotten......
Villa Kakelbont is er niks bij.
Als de bedden weer in elkaar zijn geschroefd, boeken weer in de kast staan en ook de restjes oliebol uit zicht zijn, is het tijd voor een logje. Een bóós logje dit keer. Niet op mezelf hoor. Ik heb me allang verzoend met mijn bewaarziekte. Waar ik nu wederom pijnlijk mee wordt geconfronteerd. Hoewel het iets anders is dan Claudia de Breij in 'de Teerling' zei: "Talloze afgewassen margarinekuipjes om schroefjes in te bewaren". Let wel, ze heeft het hier over grootouders die maar niet kunnen wennen aan de consumptiemaatschappij, en prijst daarentegen haar (en mijn) generatie omdat wij de economie draaiende houden.
Maar, lieve Claudia, van mij moet die economie het dus niet hebben. Want mijn matras is ouder dan ik zelf, de gordijnen zijn van mijn in 2001overleden tante Annie en al mijn schroefjes zitten niet in margarinekuipjes -ik eet boter-, maar zijn keurig verdeeld over bakjes van de wortels, Griekse yoghurt en appelstroopblikjes. Niks om echt boos van te worden (tenzij je aan mijn zijde zou leven). Nee, mijn woede richt zich op de schurken van de postcodeloterij.
Maar dat komt morgen wel.
donderdag 31 december 2015
Gaplek

Er werd niet gefietst. Wel gespeeld. Het woordenboekspel om precies te zijn. Mocht je vanavond geen trek hebben om je te laten vermaken door Herman (of, volgend jaar, door Claudia), en je hebt een aantal vrienden of familieleden in huis, dan raad ik je dit spel van harte aan.
Bij 'Taalvoutjes' wordt beweerd dat je van dit spel 'ook nog iets opsteekt', maar dat geldt niet voor mij. Ik kan me althans niet meer herinneren wat bovenbenoemde gáplek, -of gap-lek- betekent. Of 'wieling' of 'topeng'. Dat laatste was in elk geval geen 'enge zolder'.
Wel onthield ik soms eigen bedachte betekenissen. Zoals 'versleten schoenzool'. Maar dat kwam vast door de associatie hiermee toen we dus níet fietsten, maar wel gingen wandelen. Vermomd als apen en leeuwen.
Met meisjes - die - niet - van - wandelen - houden. Níet dus.

Wat met zo'n gaplek onder je schoen wel voorstelbaar is. In het Holsteiner moeras. Waar Schotse hooglanders ons aandachtig bekeken van onder hun lange pony's. Of 'froufrous', zoals Lieve Joris dit in haar 'Groot dictee der Nederlandse taal' verwerkte. Het eind van de route liepen we zelfs langs de spoorlijn. Met z'n achten. Aangezien dat de enige plek was waar we niet tot onze knieën door het water hoefden. En het was niet eens Engeland. Waar hele dorpen onder water staan.
Gister reden we weer huiswaarts. Langs containers vol vluchtelingen, over het Noord-Oostzeekanaal, waar jaarlijks zo'n honderd-miljoen ton scheepslading doorheen gaat en langs de indrukwekkende haven van Hamburg.Buiten is het warm en ruikt het naar oorlog. Ik ga snel andijvie oogsten, voordat hij vol ligt met rotjes. En dan even naar de winkel, om wat gaplek te kopen. Voor vanavond, als borrelhapje: In plakjes gesneden gedroogde rauwe cassavewortel.
Prospero ano y felicidad para todos!
Labels:
Duitsland,
gaplek,
Hamburg,
kerst,
Lieve Joris,
oudjaar,
overstroming,
woordenboekpel
dinsdag 29 december 2015
Netjes in Scandinavië
Sommige fietsers
gaan van Rusland naar Finland. Na wat gedoe met papieren schrijven ze
Suomi dan als vijftiende land bij op een lijstje en slaan ze hun
tentje op aan het water bij zonsondergang. Ze lachen als ze de grens over zijn.
Andere mensen fietsen ook over de Russische grens westwaarts. Maar nemen om onduidelijke redenen een noordelijker route. Naar Noorwegen. Ook zij lachen, kijken over het water en slapen in tenten. Of onder een basketbalnetje. Zo schreef Brechtje Keulen twee maanden geleden in De Groene over mensen die via Damascus, Beiroet en Moermansk naar Scandinavië gaan. Waarvan de laatste kilometers per fiets. Omdat er een wet is die zegt dat men alleen op wielen over de grens mag.
Vanuit Fjellhallen worden de mannen en vrouwen, die een paar dagen in een sporthal leefden, naar een andere plek in Noord-Noorwegen gebracht. Ze kijken vanachter de ramen van touringcars naar buiten, kauwend op een lunch van boterhammen en bananen.
De Noordroute
‘We slapen onder een basketbalnetje’
Op zoek naar een veilige vluchtroute hebben vluchtelingen de grensovergang tussen Noorwegen en Rusland ontdekt. Ver boven de poolcirkel komen ze op de fiets de Schengenzone binnen.
door Brechtje Keulen
Adnan zit met zijn 1 meter 65 op een kinderfietsje. Alaa heeft een normale fiets met een gebroken achterwiel. Van de groep van vijftien vluchtelingen die achter elkaar aan naar de grens fietsen, komen zij als laatsten aan. Het is een maandag in oktober, ver boven de poolcirkel. Het is drie graden boven nul. Als Alaa en Adnan zich realiseren dat ze Rusland achter zich hebben gelaten, kunnen ze alleen nog maar lachen. ‘We zijn er’, zeggen ze tegen elkaar. ‘We zijn in Noorwegen!’
De Syriërs Alaa en Adnan komen via de Arctische route; een vluchtroute naar de Schengenzone die vluchtelingen de afgelopen maanden steeds vaker weten te vinden. In het noordelijkste puntje van Europa, waar Noorwegen zich om Zweden en Finland heen krult, vroegen in heel 2014 zeven mensen asiel aan. De afgelopen weken arriveren er tussen de vijftig en honderd asielzoekers per dag. Drie op de vier komen uit Syrië. Op de maandag dat Alaa en Adnan de grens over fietsen, wordt een recordaantal van 111 asielaanvragen gedaan. Omdat in de Russische wet is opgenomen dat de grens alleen op wielen mag worden overgestoken, leggen vluchtelingen het laatste stuk van de route op de fiets af.
Aan de Noorse kant van de grens staat Stein Kristian Hansen van de Noorse grenspolitie -tussen honderden afgedankte fietsen. Vouwfietsen, racefietsen, peuterfietsjes, modellen die zeker dertig jaar oud zijn, en gloednieuwe exemplaren- die nog gedeeltelijk in het plastic zitten, staan naast het mosterdgele gebouw van de Noorse douane. Een deel van de fietsen ligt al in een grote blauwe container om te worden vernietigd.- Waar de Russische wet eist dat mensen op -wielen de grens oversteken, bepaalt de Noorse wet dat fietsen onder andere een framenummer en meer dan één rem moeten hebben. De meeste tweewielers die vluchtelingen gebruiken – vaak inbegrepen bij de taxirit naar de grens – voldoen daar niet aan en mogen hier dus de weg niet op.
‘Ze worden ook niet gebruikt voor lange afstanden’, zegt Hansen, die zijn blik over de verzameling fietsen laat gaan. ‘Mensen die hier asiel aanvragen, hebben niet eerst half Rusland door gefietst. Zeventig meter voor de grens stappen ze uit een auto. Ze zetten hun koffer achter op de fiets en dan fietsen ze die laatste meters, tot ze in Noorwegen zijn.’ Meerijden met een auto kan niet, omdat de chauffeur dan van -mensensmokkel wordt verdacht.
Storskog is de enige grensovergang tussen Rusland en Noorwegen. Hemelsbreed ligt de regio tweeduizend kilometer van de Noorse hoofdstad Oslo; vanaf Damascus, waar de meeste Syrische vluchtelingen vertrekken, is de reis zo’n zesduizend kilometer. In het zuiden wordt het gebied begrensd door Finland, in het noorden door de Barentszee. Zes maanden per jaar ligt het land onder een dik pak sneeuw. Tussen half november en half januari komt de zon hier niet boven de horizon uit. Temperaturen ver onder het vriespunt zijn normaal.
Ook nu, op een dinsdagochtend half oktober, is het ijzig koud. Een miezerbui tikt op het doek van de drie oranje noodtenten die rondom de grenspost zijn opgezet om alle asielzoekers ten minste overdekt te kunnen ontvangen. Binnen heeft de Syrische Ibrahim (27) zijn paspoort laten controleren en zijn vingerafdrukken afgegeven. Hij wacht nu tot hij naar het nabijgelegen plaatsje Kirkenes wordt gebracht, waar iedereen die hier asiel aanvraagt de eerste dagen in Noorwegen doorbrengt. Ibrahim loopt naar de oever van het meer naast de grenspost en staart naar de overkant van het water. De bergen aan die kant zijn Russisch. Tussen de bomen door is de Russische grenspost te zien. Met zijn vuisten gebald kijkt hij voor zich uit. Hij schudt mistroostig zijn hoofd. ‘Ik haat Rusland’, foetert hij. ‘Ik haat IS. En ik haat Obama ook. Ons land is kapot. Mijn kind is pas een jaar oud.’
Ibrahims vriend Thoman (24) komt de tent uit en steekt een sigaret op. ‘Ik had op Facebook over deze route gelezen’, zegt hij. De Noorse grenspolitie hoort dat vaker, en is er huiverig voor. Als deze vluchtroute bekender wordt, zullen steeds meer mensen ervoor kiezen. Zeker omdat hij relatief gemakkelijk is. ‘We hebben een toeristenvisum voor Rusland aangevraagd’, legt Thoman uit. ‘We moesten twee maanden wachten tot we het kregen, en daarna zijn we meteen vertrokken. Met het vliegtuig van Damascus naar Moskou, en de dag daarna van Moskou naar Moermansk. Daar hebben we een taxi genomen naar de grens, en het laatste stuk gefietst.’
Thoman haalt zijn portemonnee uit zijn broekzak. Hij pakt er twee bidprentjes uit die hij nog heeft meegenomen uit zijn woonplaats, in de buurt van de Syrische stad Homs. ‘Het was een prachtig dorp. We hadden vijf heel mooie kerken, maar IS heeft alles daar kapotgemaakt. Overal om ons heen werd gevochten.’ Hij draait zich om, kijkt naar de slagboom die nu de weg terug naar Rusland afsluit. ‘Wij zoeken een rustig leven. We zijn gewone mensen. We willen ergens wonen waar we vrienden kunnen maken en waar we het leuk kunnen hebben.’ Hij kijkt om zich heen. ‘Ik volgde een opleiding tot ingenieur. Denk je dat ik hier mijn studie kan afmaken?’
Een paar dagen later staan Alaa (23) en Adnan (29) voor de noodopvanglocatie in Kirkenes. De twee vrienden zijn nu drie dagen in Noorwegen en gaan er dagelijks op uit voor een wandeling. Alaa trekt de rits van zijn beige zomerjas tot aan zijn kin dicht. Adnan zet zwarte oorwarmers op. Ze zien er moe maar goed verzorgd uit en ze zijn opgewekt. Als ze iemand voorbij zien komen, groeten ze opgewekt ‘hei!’. ‘We willen dat mensen ons aardig vinden. Daarom willen we snel Noors leren.’
‘Ik ga even vragen of we het dorp in mogen lopen’, zegt Adnan, die in Syrië in het vierde jaar van de opleiding tandheelkunde zat. ‘Ik weet niet wat ze vandaag met ons van plan zijn.’ Hij loopt naar een klein bakstenen gebouw waar in witte letters Fjellhallen op staat. De bruine deur leidt naar een grote ruimte die tijdens de Tweede Wereldoorlog – toen Kirkenes zwaar getroffen werd in de strijd om een ijsvrije haven tussen de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland – als schuilkelder werd uitgehakt in een berg. De afgelopen jaren hebben plaatselijke sportclubs de schuilkelder als sporthal gebruikt, en nu staan hier 150 stapelbedden voor asielzoekers. ‘We slapen onder een basketbalnetje’, lacht Alaa. Hij is vierdejaars student bedrijfseconomie en hij werkte in Syrië bij een bedrijf dat trouwkaarten maakt. Adnan komt terug en zegt: ‘Het is in orde. Als we het dorp maar niet verlaten.’
Terwijl Alaa en Adnan met ferme pas door de straten van Kirkenes richting de haven lopen, vertellen ze over hun reis. ‘Een vriend van ons is eerst gegaan. Toen wij hoorden dat hij was aangekomen en dat het een veilige weg was, zijn wij ook vertrokken’, vertelt Alaa. Vanuit de kustplaats Latakia reisden de twee eerst naar Damascus, en toen met het vliegtuig via Beiroet en SintPetersburg naar Moermansk. Bij het vliegveld in die laatste stad stond een taxi voor hen klaar, met het kinderfietsje en het oude barrel in de achterbak.


Ook ik fietste met Kerst richting Scandinavië. Op een
fiets die het midden hield tussen die van de eerstgenoemde profs en
die van de Noorse Syriërs. We verloren een trapper. In het
gelovige Holstein was niet één kroeg open voor een bakje koffie.
Met zicht op Denemarken raceten we de berg af richting Oostzee. Waar een eenzame surfer over de schuimkoppen zoefde.
Ik was er zelf nooit, in Scandinavië. Mijn zoons wel. De jongste zetten we gister zelfs op de bus richting Jutland. Waar hij nu onder een schoolbord slaapt. En ballen gooit in een netje. Samen met honderdvijftig andere sporters uit de hele wereld.
In het Duitse Flensburg, waar dertig procent van de inwoners Deens is, at ik vandaag Thuringer Bratwurst met mijn Berlijnse nichtjes en twee andere zoons. Waarvan de oudste gister dan weer úit de bus stapte die richting Denemarken reed.
In het Duitse Flensburg, waar dertig procent van de inwoners Deens is, at ik vandaag Thuringer Bratwurst met mijn Berlijnse nichtjes en twee andere zoons. Waarvan de oudste gister dan weer úit de bus stapte die richting Denemarken reed.
Naar café Syria zijn we niet geweest. Morgen gaan we wel weer fietsen.
Waarheen weet ik nog niet.
![]() |

zondag 13 december 2015
Zaterdags genot in Groningen
De hakken van mijn hoge laarzen klinken hard op de natte kasseien van de Vismarkt.
Of is kasseien teveel een importwoord. Nou, 'Kinderhoofdjes' dan.
Mijn moeder houdt vast niet van deze laarzen.
Teveel Zwart. Te veel leger.
Te veel oorlog.
Maar ik voel me er jong bij.
Ik glimlach, het is druk. Mensen schuilen. Anderen schreeuwen.
"Vier mango's voor één euróó"
"Twee bloemkolen één euró"
De zaterdaghulp graaft vijftig cent uit een krat appels.
Brie en brokkelkaas.
In mijn eerste stopweek mag ik lief zijn voor mezelf.
Aubergine, venkel en snijbonen.
In mijn hoofd zie ik slechts paffende roze olifantjes.
Arabisch brood, cucuk worst, gebrande nootjes.
Mensen verstoppen zich in capuchons.
De honing- en stroopwafelkraam zijn al bijna klaar.
Ook de kousenman wurmt de laatste natte losse benen in zijn kar.
Met volle tassen ren ik over de Grote Markt naar de halte.
De Martinitoren slaat kwart voor vijf. In de bus is wifi.
Vrouwen achter me praten over verzekeringen.
Ik lees dat mijn vriendinnetje vanavond meegaat.
Samen zijn we honderd jaar.
Straks gaan we op de fiets
In regenpakken.
Uit.
Ik dans achter de pannen.
God wat voel ik me jong.
Of is kasseien teveel een importwoord. Nou, 'Kinderhoofdjes' dan.
Mijn moeder houdt vast niet van deze laarzen.
Teveel Zwart. Te veel leger.
Te veel oorlog.
Maar ik voel me er jong bij.
Ik glimlach, het is druk. Mensen schuilen. Anderen schreeuwen.
"Vier mango's voor één euróó"
"Twee bloemkolen één euró"
De zaterdaghulp graaft vijftig cent uit een krat appels.
Brie en brokkelkaas.
In mijn eerste stopweek mag ik lief zijn voor mezelf.
Aubergine, venkel en snijbonen.
In mijn hoofd zie ik slechts paffende roze olifantjes.
Arabisch brood, cucuk worst, gebrande nootjes.
Mensen verstoppen zich in capuchons.
De honing- en stroopwafelkraam zijn al bijna klaar.
Ook de kousenman wurmt de laatste natte losse benen in zijn kar.
Met volle tassen ren ik over de Grote Markt naar de halte.
De Martinitoren slaat kwart voor vijf. In de bus is wifi.
Vrouwen achter me praten over verzekeringen.
Ik lees dat mijn vriendinnetje vanavond meegaat.
Samen zijn we honderd jaar.
Straks gaan we op de fiets
In regenpakken.
Uit.
Ik dans achter de pannen.
God wat voel ik me jong.
vrijdag 11 december 2015
Sint en Socrates
Wat gebeurt er in de luchtledige tijd ná Sinterklaas en vóór Kerst?
Er moet dan kerst gevierd op school, want als het ècht Kerst is, zijn de kinderen vrij. Marsepein en chocoladeletters mogen niet meer, net als pepernoten. En 'Zwarte Piet moet blijven', maar ook weer niet te lang. Hij mag in de schoorsteen en op het dak. Hij mag vooral niet hangen in een boom met lichtjes.
Gewoontes, rituelen, tradities. Zo kunnen we ons fijn richten op de ander. Wat die allemaal niet goed doet. Omdat onze waarheid heilig is.
Daar heeft de dood allemaal geen boodschap aan. Die komt gewoon als het haar uitkomt. Of niet uitkomt. Maar komt wel. En dan word je, tussen Sint en Kerst, gebeld met de vraag wat je adres is.
'Kerstkaartje', dacht ik toen eerst. Leuk, zo'n uitstervende traditie (waar heb je in deze niemandstijd anders een adres voor nodig?)
Maar het ging om een rouwkaart.
..........
Vanmiddag zijn er geen pepernoten of kerstkransjes.
Wel stroopwafels en chocolaatjes.
Want daar hield de man zo van.
Ook van Socrates, zo vertelde zijn dochter.
Die er bij is. Als het lichaam van haar vader straks tot as vergaat.
Tussen Sint en Kerst.
"To fear death, is nothing else but to believe ourselves to be wise, when we are not; and to fancy that we know what we do not know. In effect, no body knows death; no body can tell, but it may be the greatest benefit of mankind; and yet men are afraid of it, as if they knew certainly that it were the greatest of evils."
The reason is that a man, having to deal with other men, has no knowledge of them; for if he had knowledge he would have known the true state of the case, that few are the good and few the evil, and that the great majority are in the interval between them.
bron
Er moet dan kerst gevierd op school, want als het ècht Kerst is, zijn de kinderen vrij. Marsepein en chocoladeletters mogen niet meer, net als pepernoten. En 'Zwarte Piet moet blijven', maar ook weer niet te lang. Hij mag in de schoorsteen en op het dak. Hij mag vooral niet hangen in een boom met lichtjes.
Gewoontes, rituelen, tradities. Zo kunnen we ons fijn richten op de ander. Wat die allemaal niet goed doet. Omdat onze waarheid heilig is.
Daar heeft de dood allemaal geen boodschap aan. Die komt gewoon als het haar uitkomt. Of niet uitkomt. Maar komt wel. En dan word je, tussen Sint en Kerst, gebeld met de vraag wat je adres is.
'Kerstkaartje', dacht ik toen eerst. Leuk, zo'n uitstervende traditie (waar heb je in deze niemandstijd anders een adres voor nodig?)
Maar het ging om een rouwkaart.
..........
Vanmiddag zijn er geen pepernoten of kerstkransjes.
Wel stroopwafels en chocolaatjes.
Want daar hield de man zo van.
Ook van Socrates, zo vertelde zijn dochter.
Die er bij is. Als het lichaam van haar vader straks tot as vergaat.
Tussen Sint en Kerst.
"To fear death, is nothing else but to believe ourselves to be wise, when we are not; and to fancy that we know what we do not know. In effect, no body knows death; no body can tell, but it may be the greatest benefit of mankind; and yet men are afraid of it, as if they knew certainly that it were the greatest of evils."
The reason is that a man, having to deal with other men, has no knowledge of them; for if he had knowledge he would have known the true state of the case, that few are the good and few the evil, and that the great majority are in the interval between them.
bron
Labels:
dood,
kerst,
sinterklaas,
socrates,
tradities,
zwarte piet
maandag 30 november 2015
Opgeknoopte mannen en ijsjes in Iran
In 2008 maakte ik een reis naar Iran. Samen met mijn vriendin Zohra. Naar haar familie. Dit is een tweede selectie van mijn (niet eerder gepubliceerde) reisverslag. Aanleiding was deze tweet.
Veel leesplezier.
Persvrijheid
We gaan naar een museum over de politieke bewegingen van een eeuw
geleden. Gevestigd in één van de oudste gebouwen van Tabriz. Op de
toegangsdeur van verweerd hout hangen twee kloppers, één voor mannen en
één voor vrouwen. Hun ‘klop’ klinkt verschillend. Een soort voorloper
van de intercom met camera. Achter de deur ligt een binnentuin vol
bloemen. Twee manshoge beelden van besnorde militairen flankeren de
ingang van het achterhuis. Zohra poseert stralend naast deze gouden
helden.
Het pand zelf is rijk versierd met houtsnijwerk, glas in lood en er
zitten zelf minutieuze inkervingen in het raambeslag. Aan de muur en in
de vitrines liggen foto's en artikelen over de
constitutionele beweging en de opkomst van de vrije pers. Bovenaan de
trap hangt een zwart-wit foto van opgeknoopte mannen. Zohra wendt
geschrokken haar hoofd af en gaat buiten wachten. Een paar weken nadat
ik door dit museum slenter, staat er een vergelijkbare foto in een
westerse krant, ook genomen in Iran, ook met mannen aan een galg. Alleen
hangt de strop honderd jaar later aan een hijskraan.
In 2008 vindt in Iran een record aantal executies door ophanging plaats.
Als twee ware kunstkenners schrijden Emad en ik door het museum. De tentoonstelling bestrijkt de halve eeuw tussen ongeveer 1880 tot 1930, toen fotografie wel al bestond maar schilderen nog niet passé was. De geschilderde taferelen tonen heldhaftige mannen met opgeheven blik. De foto's echter, laten jonge soldatenjochies zien, die overal liever lijken te zijn dan aan de vooravond van een door anderen uitgedachte oorlog. Ze kijken bangig in de camera.
Bij de
vitrines over vrouwenrechten, hangt een foto van ene Zeynab. Gehurkt,
met andere ongesluierde vrouwen naast zich. Er naast staan tabellen met oplages.
Wellicht van de Iraanse Opzij uit 1920? Haar litteken ontbreekt niet op haar
bronzen torso. Ze kijkt vastberaden naar de bezoeker. Naar mij. Andere
bezoekers zijn er niet.

Halverwege wordt het plotseling donker. Een suppoost haalt schuldbewust haar schouders op. Of, en wanneer er weer stroom is, weet niemand. Er is hier is geen gaslamp of generator. Ik raffel mijn bezoek aan de expositie af, maak foto's van foto's en onderschriften. Daar doet niemand moeilijk over.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de roep om meer vrijheid en democratie er vanuit het volk zelf wel degelijk is geweest. Dat er ook heldhaftige pogingen waren om deze te bewerkstelligen, maar dat het vaak invloeden van buitenaf waren die hier een stokje voor staken. Rusland, Amerika maar ook het ‘vrije’ Europa waren er niet vies van om in te grijpen in de voorbije eeuw. Met als inzet de strijd om het zwarte goud. Acht jaar geleden erkende Amerika openlijk, na bijna een halve eeuw, een rol te hebben gespeeld bij het afzetten van Iran’s eerste democratisch gekozen president, Mossadeq.
Maar ach, een jaar erna, op 'nine-eleven' werd Amerika zelf aangevallen uit ‘diezelfde hoek’. Korte tijd later viel de VS naast Afghanistan, ook Irak binnen. Voor Iran wellicht een geschenk uit de hemel. Hoewel ze zelf door de VS werden geschaard onder ‘de As van het kwaad’, werd hun vijand Irak nu verzwakt door die andere vijand. Iran kon haar eigen wapentuig laten rusten.
Ijs en universiteit
We
toeren verder door de stad. Zohra wijst enthousiast haar oude huis,
kapsalon en bibliotheek aan. Emad toont ons de plek waar een Iraakse bom
vijfentwintig jaar geleden een vleugel van zijn universiteit
vernielde.
We halen een ijsje. Dat smaakt, net als de koekjes hier, zeer chemisch. Ik wijt dit aan mijn smaakpapillen. Die zijn gewend aan de door de EU goedgekeurde geur- en smaakstoffen maar nog niet getraind in de registers van de Perzische smaakversterkers.

‘s Avonds, na het eten, gaan we opnieuw naar Shahgoli*. Emad is weer onze gids en we nemen ook zijn jongere oom mee. Tot mijn grote verbazing is het op dit late uur razend druk op de weg, maar bovenal ook làngs de straten. In alle bermen en zelfs op rotondes zitten mensen in kleermakerszit. Met tentjes. Met kinderen. Een baby leert haar eerste stapjes. Een paar mannen kijkt vertederd toe. Sofres** vol eten, kinderen op schouders, skeeleraars met helmen op. Er wordt thee geleut en gebarbecued. Men lijkt in de berm te wónen. Midden in de nacht zitten honderden, nee duizenden mensen buiten, overal in de gemeenteperken.
Emad durft met me te praten, maar Milad durft zelfs met mij te pronken. Na de scheursessie -Zohra: 'Hij is veel rustiger gaan rijden na het ongeluk'- wandelen we naast elkaar langs de hofvijver. Milad praat hard. En veel. Hij loopt zó dicht naast me dat ik, al uitwijkend, dreig over de hekjes van het bloemperk te vallen.
Gelukkig wordt er voorgesteld te gaan waterfietsen. Even later trappen we, gierend van het lachen, over het zwarte water. Geen van de familieleden lijkt het oog van de zedenpolitie te vrezen. We trekken onze sokken uit. Ontbloten onze kuiten. En krijgen natte voeten.
De heren laten ons trappen. Hebben reuze lol. Zohra hapt naar adem om alles te kunnen vertalen. Tranen biggelen over haar wangen. Ze stráált naast haar neef en broertje. Ze is gelukkig in dit land. Er gaan wonen doet ze niet. Haar vrijheid is haar te lief. Om één uur 's nachts komen we doodmoe thuis. Zohra en Milad kletsen nog lang na. Ik val als een blok in slaap.
* Sofre: kleed op de grond waaraan wordt gegeten.
** Shahgoli: 'Tuin van de Sjah'. Officieel 'Elgoli' geheten: 'van het volk'. Vijver met promenade in Tabriz, Noord-West Iran, waar de hele dag wordt gewandeld, gesport en geflirt.
Veel leesplezier.
Persvrijheid
We gaan naar een museum over de politieke bewegingen van een eeuw
geleden. Gevestigd in één van de oudste gebouwen van Tabriz. Op de
toegangsdeur van verweerd hout hangen twee kloppers, één voor mannen en
één voor vrouwen. Hun ‘klop’ klinkt verschillend. Een soort voorloper
van de intercom met camera. Achter de deur ligt een binnentuin vol
bloemen. Twee manshoge beelden van besnorde militairen flankeren de
ingang van het achterhuis. Zohra poseert stralend naast deze gouden
helden.
Het pand zelf is rijk versierd met houtsnijwerk, glas in lood en er
zitten zelf minutieuze inkervingen in het raambeslag. Aan de muur en in
de vitrines liggen foto's en artikelen over de
constitutionele beweging en de opkomst van de vrije pers. Bovenaan de
trap hangt een zwart-wit foto van opgeknoopte mannen. Zohra wendt
geschrokken haar hoofd af en gaat buiten wachten. Een paar weken nadat
ik door dit museum slenter, staat er een vergelijkbare foto in een
westerse krant, ook genomen in Iran, ook met mannen aan een galg. Alleen
hangt de strop honderd jaar later aan een hijskraan.In 2008 vindt in Iran een record aantal executies door ophanging plaats.
Als twee ware kunstkenners schrijden Emad en ik door het museum. De tentoonstelling bestrijkt de halve eeuw tussen ongeveer 1880 tot 1930, toen fotografie wel al bestond maar schilderen nog niet passé was. De geschilderde taferelen tonen heldhaftige mannen met opgeheven blik. De foto's echter, laten jonge soldatenjochies zien, die overal liever lijken te zijn dan aan de vooravond van een door anderen uitgedachte oorlog. Ze kijken bangig in de camera.
Bij de
vitrines over vrouwenrechten, hangt een foto van ene Zeynab. Gehurkt,
met andere ongesluierde vrouwen naast zich. Er naast staan tabellen met oplages.
Wellicht van de Iraanse Opzij uit 1920? Haar litteken ontbreekt niet op haar
bronzen torso. Ze kijkt vastberaden naar de bezoeker. Naar mij. Andere
bezoekers zijn er niet. 
Halverwege wordt het plotseling donker. Een suppoost haalt schuldbewust haar schouders op. Of, en wanneer er weer stroom is, weet niemand. Er is hier is geen gaslamp of generator. Ik raffel mijn bezoek aan de expositie af, maak foto's van foto's en onderschriften. Daar doet niemand moeilijk over.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de roep om meer vrijheid en democratie er vanuit het volk zelf wel degelijk is geweest. Dat er ook heldhaftige pogingen waren om deze te bewerkstelligen, maar dat het vaak invloeden van buitenaf waren die hier een stokje voor staken. Rusland, Amerika maar ook het ‘vrije’ Europa waren er niet vies van om in te grijpen in de voorbije eeuw. Met als inzet de strijd om het zwarte goud. Acht jaar geleden erkende Amerika openlijk, na bijna een halve eeuw, een rol te hebben gespeeld bij het afzetten van Iran’s eerste democratisch gekozen president, Mossadeq.
Maar ach, een jaar erna, op 'nine-eleven' werd Amerika zelf aangevallen uit ‘diezelfde hoek’. Korte tijd later viel de VS naast Afghanistan, ook Irak binnen. Voor Iran wellicht een geschenk uit de hemel. Hoewel ze zelf door de VS werden geschaard onder ‘de As van het kwaad’, werd hun vijand Irak nu verzwakt door die andere vijand. Iran kon haar eigen wapentuig laten rusten.
Ijs en universiteit
We
toeren verder door de stad. Zohra wijst enthousiast haar oude huis,
kapsalon en bibliotheek aan. Emad toont ons de plek waar een Iraakse bom
vijfentwintig jaar geleden een vleugel van zijn universiteit
vernielde.We halen een ijsje. Dat smaakt, net als de koekjes hier, zeer chemisch. Ik wijt dit aan mijn smaakpapillen. Die zijn gewend aan de door de EU goedgekeurde geur- en smaakstoffen maar nog niet getraind in de registers van de Perzische smaakversterkers.

‘s Avonds, na het eten, gaan we opnieuw naar Shahgoli*. Emad is weer onze gids en we nemen ook zijn jongere oom mee. Tot mijn grote verbazing is het op dit late uur razend druk op de weg, maar bovenal ook làngs de straten. In alle bermen en zelfs op rotondes zitten mensen in kleermakerszit. Met tentjes. Met kinderen. Een baby leert haar eerste stapjes. Een paar mannen kijkt vertederd toe. Sofres** vol eten, kinderen op schouders, skeeleraars met helmen op. Er wordt thee geleut en gebarbecued. Men lijkt in de berm te wónen. Midden in de nacht zitten honderden, nee duizenden mensen buiten, overal in de gemeenteperken.
Emad durft met me te praten, maar Milad durft zelfs met mij te pronken. Na de scheursessie -Zohra: 'Hij is veel rustiger gaan rijden na het ongeluk'- wandelen we naast elkaar langs de hofvijver. Milad praat hard. En veel. Hij loopt zó dicht naast me dat ik, al uitwijkend, dreig over de hekjes van het bloemperk te vallen.
Gelukkig wordt er voorgesteld te gaan waterfietsen. Even later trappen we, gierend van het lachen, over het zwarte water. Geen van de familieleden lijkt het oog van de zedenpolitie te vrezen. We trekken onze sokken uit. Ontbloten onze kuiten. En krijgen natte voeten.
De heren laten ons trappen. Hebben reuze lol. Zohra hapt naar adem om alles te kunnen vertalen. Tranen biggelen over haar wangen. Ze stráált naast haar neef en broertje. Ze is gelukkig in dit land. Er gaan wonen doet ze niet. Haar vrijheid is haar te lief. Om één uur 's nachts komen we doodmoe thuis. Zohra en Milad kletsen nog lang na. Ik val als een blok in slaap.
* Sofre: kleed op de grond waaraan wordt gegeten.
** Shahgoli: 'Tuin van de Sjah'. Officieel 'Elgoli' geheten: 'van het volk'. Vijver met promenade in Tabriz, Noord-West Iran, waar de hele dag wordt gewandeld, gesport en geflirt.
Abonneren op:
Posts (Atom)































