woensdag 22 juni 2016

Na de HWA nu VIP van Christo

Donderdagmorgen. Ik app mijn ex. Of hij wil helpen met het vervoeren van een vijf meter lange buis. Voor het afvoeren van hemelwater. In normaal Nederlands ook wel regenpijp genoemd.

Voor dit vervoer had ik natuurlijk de inmiddels geleverde dakdragers op mijn auto kunnen monteren. Ook had ik de pijp, mits ik over een vooruitziende blik had beschikt, online kunnen bestellen en laten afleveren op het werkadres. Of, nog slimmer, ik had een half jaar terug mijn kleinere klusbus niet moeten verruilen voor de huidige. De oude voldeed immers nog prima en, niet onbelangrijk, er zat een imperiaal op. Waar ik de afgelopen acht jaar vele deuren, balken, plaatmateriaal en niet te vergeten, hemelwaterafvoerpijpen, op had vervoerd. Maar nee, ik moest zo nodig groter, nieuwer, hoger, luxer. Toegegeven, de muziek klinkt een stuk lekkerder. En de instelbare bijrijdersstoel is handig voor als Kees een dutje doet. Fiets achterin. Perfect geregeld. Maar dus niet voor klussen waar lang materiaal voor nodig is.

Hij schreef terug dat hij wel wilde helpen. De winkel lag tweehonderd meter aan de ene kant van zijn huis, het werkadres lag driehonderd meter de andere kant op. Het was een mooie stunt geworden. Met zo'n grijze buis dwars door de stad lopen. Er doorheen praten. Letterlijk. Oversteekplaatsen, stoplichten, fietsers die er onderdoor duiken. Een soort choreografie van de bouw. Ik had al voorpret bij de gedachte. Maar ik zegde mijn ex af. Want in mijn inpandige stortplaats die voor 'werkplaats' moet doorgaan, vond ik tussen de gipsplaten en rollen isolatie ook nog een stuk pijp van de juiste diameter. Nieuw stuk er bij kopen. Onderling verlijmen en voilà. Geen dakdrager, ex of oude bus meer nodig. Aldus geschiedde. Dus sorry stadjers, ik heb jullie dit stukje theater door de stad onthouden.

Als jullie dit lezen is het inmiddels een week later. En ben ik er tussenuit geknepen om over kunst te lopen. Op het water. Christo had zijn 'floating peers' eerst in Buenos Aires willen bouwen, daarna Tokyo, en nu is het dus toch het Lago d'Iseo geworden. En net als ik daar toevallig ben, blijkt Christo er, nadat hij het concept al bedacht in mijn geboortejaar, er zijn kunst te hebben geopend. Voor twee weken. En de mensen met wie ik er heen ga, kennen mensen, die weer mensen kennen en ....
Nou ja, ik snap er niet veel van, want de toegang tot Christo's kunst is altijd gratis. Maar toch schijnen we een soort Vip behandeling te krijgen. Maar misschien heeft dat ook met het verwachte aantal bezoekers te maken. Eén miljoen in twee weken. En zo loop ik dus niet met een grijze regenpijp door de stad maar over een dahliagele pier op het water. Dit kunstwerk is als een surrealistisch sprookje.

Wel vreemd dat het monteren van drie dakdragers me kennelijk meer moeite kost dan het lopen over de rug van een walvis (zoals de kunstenaar het zelf zegt). Ook apart dat ik boven dit stukje de titel 'slakkensoep' intypte. En dat ik het over aardbeien had willen hebben.

Aárdbeien?? Nou ja, bij mij loopt alles toch altijd anders. Dat houdt het leven spannend.


(U hoeft trouwens niet de Alpen over om over water te lopen. In Nederland realiseert kunstenaar Paul de Kort dit najaar zijn Pier + Horizon in het Zwarte Meer. Ten Zuiden van de Noordoostpolder. Dan kunt u dat vast inplannen.)








zondag 22 mei 2016

Wie gaat er mee billenwassen?

Geadresseerde is overleden in december 2013, schreef ik altijd keurig op haar post. Maar na tweeënhalf jaar voel ik geen gewetenswroeging meer om de brieven niet meer 'retour afzender' te sturen en ook, zeker als het naar reclame riekt, te openen. Zoals vanmorgen.

'Geberit', stond er op de grote envelop. Een wc-merk. U ziet hun logo vast wel eens staan op de spoelknop bij het ziekenhuis of de sportclub. Ik had net weer een hangend toilet van dit merk gemonteerd. Ook maakte ik een jaar terug eens sluikreclame voor ze, door in mijn verhaal over 'Islam in de schaamstreek' te linken naar hun spotje. Ze spelen goed in op onze veranderende toiletcultuur.

En nu werpt dezelfde Geberit me als dank een nieuw verhaal in de schoot. Door mij (of eigenlijk mijn overleden voorgangster) uit te nodigen voor een demodag voor de 'douchewc'. Het enthousiaste team staat klaar met advies en laat zien hoe deze werkt. Ook kan ik het ding zelf testen en mijn ervaring achterlaten op een formulier. Tot slot maak ik nog kans op een hotelarrangement in een suite met, precies, u raadt het al, een heuse Aquaclean.

Niks om lacherig over te doen, mensen. Gewoon uitproberen zo'n toilet met ingebouwde douche voor het onderlichaam. Want, om met Geberit te spreken, u maakt uw auto toch ook niet schoon met papier?
Dus, verstokte Hollandse strontvegers, komt allen op zaterdag 28 mei naar Bedum!

Rest me alleen nog een tip te geven aan de afzender. Potentiële kopers van uw product zijn waarschijnlijk de statushouders onder de nieuwkomers. Nu is het wat vreemd om te folderen op een azc, maar uw produkt promoten bij woningbouwverenigingen die tegenwoordig steeds vaker aan huurders de keus laten hoe ze hun badkamer willen inrichten, is wel een optie. Ook Turken en zelfs Italianen hebben vast meer oren naar een fris kruis dan een Hollandse dame die al jaren onder de groene zoden ligt.

En ga nu niet zeuren over dat ik jullie prachtige billen-hartje-logo heb gejat. Het was gewoon te mooi om ongelezen in de oud-papier bak te flikkeren.


woensdag 18 mei 2016

Mit liebe aus Köln

Haar oma kwam uit Keulen. Zo vertelde Rosita Steenbeek. Naar wie ik luisterde met mijn lief. Wiens oma op haar beurt uit Gieslingen kwam, vierhonderd kilometer verder. En nog weer zeshonderd kilometer Oostwaarts stapte mijn eigen opa in het bagagerek van een trein die hem voorgoed van Wenen naar Nederland zou brengen. Honderd jaar terug, tachtig jaar terug. Tijd tussen oorlogen.

Duitstalige voorouders vluchtten naar een beter bestaan. Waar werk was, waar eten was, een toekomst. Als tiener, als twintigers. En ze waren niet de enigen. Anne Frank, Miep Gies. Half Europa was on the move. Vrijwillig of gedwongen. Maar toen kwam de oorlog en heette je opeens Duits. Of jood, of beide. Of vluchteling. Of fout. Of beide. De joodse oma van Rosita zag vanuit haar pastorie bommen vallen op Rotterdam en zei: "Dat doet mijn volk." Twee jaar later werden er duizend bommen op haar geboortestad Keulen gegooid.

In Duitsland is de publieke opinie omtrent vluchtelingen onlangs gekanteld. Door gebeurtenissen die plaatsvonden in Keulen. Niet de aanrandingen an sich leken interessant, maar de kleur en afkomst van de plegers. Hoog tijd om zelf eens een kijkje te gaan nemen. Bij pausen en engelen, bij Turkse en Griekse cafe's, bij een museum met de verkiezingsuitslag uit dat interbellum. Bij een confectiewinkel uit de wederopbouwtijd die inmiddels alweer was omgebouwd tot hippe kroeg. Waar borstvoedende dames en flexwerkende soortgenoten aan gezonde drankjes zaten. We zagen een stil Eau de Cologne huis, aten schnitzel tussen een buslading bierdrinkens en waren ook op het beruchte stationsplein. Waar het wit zag van de mensen. Er lag een spoorbiels met een koperen plaat. Hierop werd de Deutsche Bahn ter verantwoording geroepen voor haar medewerking aan de holocaust.

Er was veel politie. Voor het station. Bij het beeld van Bismarck. Op de brug vol liefdesslotjes. Een slenterende blanke man wenkte naar mij. Zijn tassen puilden uit. Hij keek nors. Met het statiegeld van de petflessen hoopt hij vast zijn bestaan iets te verbeteren.










donderdag 5 mei 2016

De kelder en het koor

Het lijkt wel oorlog. De wegen zijn uitgestorven. Hoewel de ochtend al lang is begonnen. Op het anders zo hectische kruispunt van de Dirk Huizingastraat sta ik moederziel alleen te wachten voor een rood stoplicht. Ook de anders van scholieren krioelende Sint-Janstraat lijkt net schoongeveegd. Alsof mensen zich hebben verstopt.

Ik wil de stad in. Om mensen te horen zingen. Die willen dansen, die willen vrijen, die langzaam willen ontwaken. Want dat hoort op deze dag. Gister was ik ook in de stad. Waar ik sloopte en sjorde aan de ingang van een oude kelder. Zodat er weer licht naar binnen kon. En lucht.

Ik kon er net niet rechtop staan. Met gebogen hoofd zag ik benen over de stoep lopen. Hoorde even later stemmen boven mijn hoofd. Het was drukker dan anders in de wijk. Vanwege de open dagen van huizen waar ooit Joden woonden. Die in de oorlog waren weggevoerd.

Zou men dat in het jaar 2086 in Syrië ook doen? Bij huizen waar ooit yezidi's woonden? Of bij die van soennieten, sjiieten of alevieten? Net naar gelang welke stroming, geloof of stam zich superieur waant? En welke 'anderen' dan moeten afgeslacht. Ik juich het levend houden van een gruwelijk verleden toe. Maar begrijp de weerstand van een stad als München tegen struikelstenen als herdenkingspunt ook. De doden geëerd met hun naam in de straat.

Ik fiets verder de stad in. De Grote Markt staat vol tafels en bankjes. En meer dan levensgrote foto's uit de oorlog. Onze oorlog. Die vrijwel niemand hier heeft meegemaakt. Tientalllen kleerkasten beveiligen het plein vol ontbijtende stadjers. Het koor dat ik wil horen zingen, komt uit een andere oorlog. Waar wij geen weet van hebben.

"Het is eigenlijk alleen voor genodigden, maar vooruit, u ziet er zo hongerig uit", zegt één van de beveiligers. Ze staan hier voor een mogelijk bezoek van de premier. Hij klikt me een armbandje om. Ik mag door de hek.

Rutte komt gelukkig niet. Anders hadden ze vast niet durven zingen, zegt de pianiste. Zij was degene die me gister tipte over dit optreden. Door het kelderraam. Waar ze me een rode 'S' liet zien. Er moesten nog negen rode letters bij. Voor de dag erna. Voor op de Grote Markt. Zodat wij ook weet zouden hebben van andere kelders. Waar voorlopig geen daglicht komt. Waar mensen levend liggen begraven onder het puin. Nu. En waar over zeventig jaar misschien ook struikelstenen liggen.







Het koor zingt Nederlands. Arabisch. Tweestemmig. Of eigenlijk meerstemmig. Want tijdens het refrein, hoor ik achter me één van de genodigden hardop zeggen: "Niet te geloven, dat zij ook in tentjes in Calais hebben gezeten. Zij zijn gewoon even oud als ons."

Het is de galm van de woorden die worden gezongen door 'New life':


Na afloop fiets ik met tranen in mijn ogen weer verder. De straten zijn nog steeds verlaten.

maandag 2 mei 2016

Onze manier van leven

Een donkere dame bestudeert voorover gebogen munten uit het Nederlands Indië van 1820. In de kraam ernaast liggen koperen kloppers en horloges. Ik maak een praatje met een lange man die oud gereedschap aanbiedt. Hij had een huis in aardbevingsgebied, is toen gescheiden en nu dakloos. Hij vindt het best om steeds ergens anders te slapen. En met zijn camper redt hij het wel. Een gewiekste klant weet bij hem af te dingen tot de helft van de prijs. De kunst van het loven en bieden beheers ik slechter dan haar. Ik bepotel zijn metalen drukletters. Mijn handen zitten onder de roest. Hij geeft me een witte doek om ze aan af te vegen.

Langs typmachines, asbakken en oude violen slenter ik terug richting Grote Markt. Voor de Duitse toeristen verkoopt men hier broodjes met Aal en Lachs. Op de kop van de Vismarkt is een jongeman met veel armgebaren zijn gesprekspartner aan het overtuigen van zijn gelijk. Het gaat over politiek. Bij een boekenkraam blader ik door onze recente geschiedenis. Ik lees dat er in het Rusland van de Tsaar al anti-Joodse wetten waren. Die na het uitbreken van de revolutie zouden zijn afgeschaft. Ik leer dat Trotski uit een joodse familie uit de Oekraïne kwam en Bronstein heette. Ik zie foto's van joodse vrouwen in een burka, en een joodse man in een Chinees gewaad. Een groot schip vol vluchtelingen richting VS -dat terug moest naar Europa-, kleine bootjes op het strand bij Haïfa die door een Engelse blokkade breken. Als de vluchtelingen ergens aan land mogen, kijken ze zielsblij.
Er is in honderd jaar weinig veranderd.
Zelfde zee en aantallen. 
Andere richting en religie. 

Het blijft beangstigend dat het mogelijk is om een heel volk door middel van stelselmatig zwartmaken en buitensluiten uiteindelijk bijna uit te roeien. Als het Ebola virus. Als Malaria. Waargebeurde horror. Te gruwelijk voor een film. Al komt Shoah aardig in de buurt.

Op de Grote Markt gaapt een gat. Waar een ontmoetingscentrum moet komen. Het Forum. In de oorlog stond hier het beruchte Scholtenhuis. Nu zitten vlak voor deze plek, op de trappen van het mooie VVV kantoor, tientallen mensen te genieten van een zonnige dag van de arbeid. Intussen wordt een ander plein, in Istanbul, afgesloten voor demonstranten. En gooien onbekenden bommen op Aleppo.

Bij de ingang van de buurtsuper staat een man met een keppeltje. O nee, dat heet anders bij moslims. Hij voert eierkoeken aan de duiven. In het park zitten mannen in kleermakerszit. Er fietsen kinderen omheen. Komende week herdenken we de doden en vieren we de vrijheid.
Die is me erg lief.
En die gun ik iedereen.
Ook haar
En hen ook.













maandag 25 april 2016

De jeugd van tegenwoordig heeft recht op meer bloot!

"Ik kijk nooit tv", zei ik stoer.
"Jawel, je kijkt elke avond tv", wierp Kees (11) tegen.
"Ik krijg vaak genoeg kijktips van je" deed zijn vader er nog een schepje bovenop.

Ik bond in. Ze hadden gelijk. Ik kijk eigenlijk best vaak. Naar 'langs de oevers van de Yangtze', of naar '3 op reis' en onlangs zelfs naar 'Het beste Brein' (waarbij ik bij het rekenonderdeel volledig door Kees werd weggeblazen). Maar het vaakst nog naar reclame. In eerste instantie omdat ik nog steeds geen afstandsbediening heb. Maar ook omdat commercials het niveau van de deskundige in de witte jas die het waspoeder aanprijst, al lang zijn ontstegen.

Bijna bloot doet het altijd goed. De suggestie van lekkere seks prikkelt onze koophormonen. Schaars geklede vrouwen worden gelinkt aan auto's en parfum. Gezichtscreme en chocola worden aangeprezen met geile voice-overs. Maar gister werd ik gefêteerd op een geheel blote man. Die met een gelukzalige grijns in slow motion van een helling af rolde. Hierna volgde een spotje met een andere bloterik die naar een rode Engelse telefooncel rende. Het ging hier respectievelijk om een bouwmarkt en, jawel, ontbijtkoek. Wat opviel was dat beide heren ontdaan leken van hun libido. Dat lag niet aan het buiten beeld houden van hun geslachtdelen maar meer aan het feit dat goed geklede kerels vaak sensueler ogen (koffie!) dan bloot.

Zou het voor onze opgroeiende jeugd niet goed zijn als het taboe op het tonen van -normale- geslachtdelen weer wordt doorbroken? Nu extreme preutsheid lijkt te zijn doorgedrongen tot bad- en kleedkamer. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bij gym tot een jaar of tien gemengde kleedkamers waren en dat er ook gemengd werd gedoucht. (nee, ik keek natuurlijk niet. Ik was toen nog een bleu blond vlechtenmeisje). Inmiddels schijnt het bij gym en bij sport normaal om ook bij gescheiden douchen een onderbroek aan te houden. Als er al wordt gedoucht. Tot mijn verbazing wist een ervaren trainer mij onlangs te zeggen het vaak de ouders zélf zijn die hier voor gaan liggen. Misschien denkt men dat elke trainer die met jeugd werkt zich aan blote kindertjes vergrijpt? Of zijn we zelf bang voor bloot geworden omdat we dit automatisch aan seks linken?

Maar hoe komt de toekomstige generatie er nu achter hoe het andere geslacht er uit ziet? Of dat van zijn seksegenoten? Welk ander referentiekader rest hen dan het stiekem bezoeken van pornosites vol piemels van twintig centimeter en gemodelleerde kale kutten en vol- (of vooral onder-) gespoten borsten. (Ook het beeld dat spermaspuiterij iets fijns of verplichts zou zijn is hardnekkig. Niet alleen onder jongeren).

Ik wacht met smart op de eerste commercial waarbij een sportheld verschijnt met een kleine, onbesneden pik of een scheve grote kut. Ter inspiratie kunnen reclamejongens het British museum bezoeken. Waar blote rennende mannen als helden worden afgebeeld. 2500 jaar geleden was je met een klein pikkie gewoon cool!

dinsdag 19 april 2016

Op dinsdag door de stad dolen

Dat doen er aardig wat. Hoewel ik natuurlijk niet met zekerheid durf vast te stellen of elke ziel die ik tegenkom ook dolende is. Wellicht had de in een scootmobiel gezeten travestiet op de Korreweg wel een duidelijk doel voor ogen. Net als de gehandicapte moslima die in Beijum in eenzelfde voertuig overstak. Misschien was deze laatste wel goed ter been en had ze ook niks speciaals met de Islam. De dame die vanmorgen een doek om haar hoofd knoopte heeft, voor zo ver ik weet, ook weinig op met geloof. Ze smeerde afbijtmiddel op haar trap, wat ik er vervolgens afkrabde.

De lijmresten onder mijn werkschoenen kleven gelukkig niet aan het pedaal in de bus, maar in de statige hal bij de pianoleraar trek ik de kistjes voor de zekerheid toch uit. De leraar slaat mijn meegebrachte wafels af, die een Peizenaar had gebakken en die de dame die geen moslima was aan me had meegegeven. Hij is op dieet.

Kees valt naast me in slaap en ik stop, samen met een ambulance, bij het tankstation aan de gracht. De jongen bij de kassa vertelt dat dit het laatste tankstation in een binnenstad is. In heel Nederland. Martin Bril schreef een stukje over deze plek in "Heimwee naar Nederland". Iets met een vader die hardop praat tegen zijn huilende kind, omdat hij niet goed weet waar hij heen zal. Dolende zielen. Bril zat aan het eind van zijn leven in een rolstoel. Ook daar schreef hij over. Iets met 'leven op gulphoogte'. Ik las hem in de trein naar Keulen.

De zon schijnt. Bij de Slachthuisstraat klimmen twee kindjes op een kunstwerk. Het ziet er moeilijk uit. En spannend. Zoiets meen ik te lezen in hun pretoogjes die elkaar aankijken. Het is koud. Abba schalt door de radio. Als we thuis zijn wordt Kees (11) weer wakker. Leo (15) is al thuis. Ik knip zijn haar. Hij hangt de was.

Ik zuig de haren van de grond en aai de kat.  Buiten wapperen kleren aan de lijn. De ratatouille is rood en couscous komt uit Afrika. Van afbijtmiddel wordt je high. Morgen moet ik een afwasmachine plaatsen voor architecten en een luikje in een plafond zagen. Om gif achter te verstoppen. Omdat er studentes wakker liggen van de ratten.

Welterusten.

woensdag 6 april 2016

Het kan, het mag, dus doen we het!

Er schuilt hebzucht in ons allemaal. Daar hoef je geen Gunnlaugsson of Porosjenko voor te heten. Gelukkig bestaat er wet- en regelgeving. Om zelfverrijking, wurgcontracten of monopolies (lang leve de EU!) een beetje binnen de perken te houden. Wetten dienen ook een omgekeerd doel. Zo schijnt Seedorf niet betrokken te zijn bij illegale praktijken. Want van 600000 een paar miljoen maken màg. U zou het zelf ook doen. Sterker nog, naast Seedorf zijn het vooral 'de Kleine Luyden'  uit het midden- en kleinbedrijf die om uiteenlopende redenen hun geld elders parkeren. Niks geen belastingontduiking aan. Het mag volgens de wet.

Dat referendum van vandaag is ook zo'n ding. Is dat niet vooral bedacht omdat het kàn? Omdat het màg. Toen ik er voor het eerst over hoorde, dacht ik dat het een grap was. Die met het gemekker over te weinig stembureaus alleen maar slechter werd. En hoewel ik graag gebruik maak van mijn stemrecht, proeft het woord 'recht' hier als misplaatst.

Via Panama en de Oekraïne, loop ik ook nog even met u mee naar binnen bij de failliete V&D. Waarvan sommigen zeggen dat hun formule achterhaald was. Terwijl anderen juist beweren dat klantgedrag zo'n concern niet om zeep kàn helpen, dat het Sun-Capitals is die het boetekleed moet aantrekken. Maar het was legaal. Het mocht, het kon. Men mag geld in belastingparadijzen stallen. Men mag een referendum organiseren voor een al aangenomen wet en ook een bedrijf leegzuigen, tackelen en vervolgens het laatste bloed uit al die prachtige paspoppen persen is legaal.








Maar ik schaam me toch een beetje. Dat ik er vorige week was. En niet alleen vanwege mijn werkbroek vol verfspatten. Ik kocht er zelfs boxershorts. Met het V&D logo. Soort van collectersitem. Toen ik later las dat Sun Capitals vóór in de rij bij de schuldeisers stond, voelde het geld voor de onderbroeken aan als bloedgeld. Lehti de lijkenpikker.



Hoe heerlijk was het om dit schuldgevoel vandaag te kunnen sussen. Niet bij de stembus, maar door een nieuwe werkbroek te kopen in een zaak waar de tijd nog langer had stilgestaan dan bij V&D. Maar waar wel klanten waren. En personeel. En kleding met 'made in Germany' en 'France' in plaats van China en Bangladesh. Waar het niet naar wegwerpplastic stonk. Hier werd niet geïnvesteerd in eigentijdse logo's of slimme marketing. Hier verkocht men kleding. Voor verpleegkundigen, paardenfokkers of obese stratenmakers. Maar ook waxjassen en stevige stretchbroeken. En ze waren er drieëndertig jaar eerder dan de V&D!

Misschien sluit het Vakkledinghuis straks een handelscontract met Oekraïne. Of parkeren ze zelf (of via Porosjenko) geld in Panama. Ik weet niet wat er allemaal kan en mag. Daar hebben we gelukkig gekozen politici voor. En geen referenda voor nodig.

Er past een duimstok, bouwpotlood en smartphone in mijn broek. Ik vroeg wat ik wilde en kreeg wat ik vroeg. Bij het afrekenen geen zegels, airmiles, gebedel om een mailadres of bonusgelul. Heerlijk! Na nog een rondje door de winkel zeg ik tegen de winkeljuffrouw: "Fijn, nu weet ik wat jullie allemaal te koop hebben."

Ze antwoordt lachend: "Zegt het voort, zegt het voort!"

Bij deze.



maandag 28 maart 2016

Ik zal het nooit meer doen

Daar zit je dan. Met je ogen dicht en je mond half open. Je hoofd hangt achterover. Als ik naar je kijk, krijg ik al kramp. Een glazen schot belemmert het nog verder knakken van je nek. 'Kom maar naast me zitten', zei ik net nog tegen je. Je reageerde nauwelijks. Snauwde iets weigerachtigs naar de grond. Vechtend tegen dat wat sterker is dan jij. Wetend dat het je niet zou lukken. Dat je weer zou worden overmand, opgeslokt en straks weer opnieuw moest beginnen. Tegen je zin geteleporteerd in de tijd.

Er stappen mensen in. Ze lopen langs je, draaien zich om. Kijken ernstig naar je. Als het niet zo kut zou zijn, zou ik er om moeten lachen. Want je houdt mensen ongewild voor de gek. Ik kan hun gedachten bijna lezen: 'Issie misschien dood? of ontvoerd? of onwel? moet ik iets doen? de chauffeur waarschuwen? waar is zijn vader of moeder?'

Als mensen zichtbaar 'anders' zijn of doen, kijken omstanders vaak weg. Bij een blind iemand verandert dat, wanen we ons onbespied. Maar als iemand zijn of haar ogen ècht dicht heeft, wordt er gewoon gestaard. Ik neem het niemand kwalijk. Ik zou vast hetzelfde doen. Als ik niet beter wist. Dus maak ik de man die voor me zit maar wijzer. "Hij slaapt gewoon, hoor. Straks wordt hij wel weer wakker." De mensen achter me, die al starend na ons instapten, kunnen ook meeluisteren.  

De man reageert nauwelijks. Kijkt weg. Misschien voelt hij zich betrapt. Hoewel hij nu wèl weet waar die afwezige moeder is. ('Nou ja zeg, laat ze haar kind met geknakte nek en open mond heen en weer schommelen in de bus, waarom gaat ze er niet náást zitten?)

Jou overkomt dit dagelijks. Dit gevecht, de reacties van anderen ('was zeker laat hè, gister?) en het steeds toch weer overmeesterd worden door een onbedwingbare slaap. Je tong die slap wordt als je lol hebt, zodat mensen je niet meer verstaan. Of erger, dat je door je benen zakt. Het is geen ramp. Wel strontvervelend. Onhandig. Gedoe.

Je leert er elke dag beter mee leven. Doet een dutje van te voren ('ik wil straks niet in de winkel in slaap vallen') of kiest een computerspel om de slaap de baas te kunnen. Ook hield je er een spreekbeurt over en ging zelfs al twee keer alleen met de bus, waarbij een medepassagier je moest wekken (wat ie vervolgens niet deed volgens jou). Maar soms wordt het je teveel. Sla je je zelf op je hoofd. Voel je je bestolen van je tijd. Van je plannen. Van je goede humeur.

Dat ik trots ben op hoe je er mee omgaat, wil je niet van me horen. Ook niet dat je bent afgevallen, helemaal op eigen wilskracht. Je slaat toetjes over, biedt weerstand aan verleidingen die er constant zijn, zeker voor jou ('ik heb altíjd honger'). Ik mag het niet hardop zeggen, en er vast ook niet over schrijven.

Maar weet je schat, jouw aandoening is zeldzaam. Novy dacht dat als ik alleen daarover zou schrijven, het vast een hit zou worden. Met veel lezers. Misschien is dat zo. En bekendheid geven aan een zeldzame aandoening, dient ook een hoger doel. Want zelfs de kindersarts sloeg de juiste diagnose van de huisarts destijds in de wind omdat 'narcolepsie nu eenmaal nooit voorkomt bij kinderen'.

Maar jij bent mijn kind. Mijn fantansierijke, wilskrachtige, muzikale, leesgierige, lieve kind.
Jij bent je ziekte niet. Je hèbt het. En dat is al lastig genoeg.

Daarom is dit de laatste keer dat ik er over schrijf.

Beloofd.

zaterdag 19 maart 2016

Mazzeltov, Singer en andere verborgen verhalen

Voor het eerst schaam ik me enigszins. Om met mijn werkkleding nog aan, door mijn tweede huiskamer, de Vismarkt te banjeren. Maar het moet. Ik parkeer mijn klusbus op de Hoge der Aa en been naar de kaasdame. Twee platte stukken belegen wil ik. Om kaasletters van te snijden. Voor mijn vroegere schoolvriend die vandaag gaat trouwen. Bij Jan en Paula haal ik nog snel wat venkel en ren dan terug richting bus. 

In die paar minuten binnenstad zuig ik me vol nieuwe indrukken. Dan vervaagt de haast en doe ik hetzelfde als Adriaan van Dis, Kees van Kooten en Saskia Noort gister in 'Kijken in de ziel ' zeiden. Indrukken opschrijven. Ingevingen noteren. Al zal ik er later zelden iets mee doen. Ook omdat het uitwerken van de krabbels om concentratie vraagt, om afzondering. Om een omgeving zonder zelfs maar de mogelijkheid gestoord te kúnnen worden. Te midden van alle indrukken las ik op de deur van Van de Velde de aankondiging dat hij zou signeren. Helaas precies in het uur dat ik op het stadhuis zou zijn.

Maar die middag, na menig lofzang op de liefde -'je bent niet ván elkaar maar je bent er vóór elkaar- en het scanderen van 'mazzeltov', snelde ik alsnog naar Jelle Brandt Corstius. En ja, hoe gaat dat met een BN-er, waarvan iedereen de naam al kent, dan vergeet je jezelf voor te stellen. Ik knalde er gelijk in 'of hij mijn manuscript nog had gelezen?'  Waarover ik met 'm sprak na afloop van 'De nacht van de geschiedenis' in de tegenovergelegen A-kerk. Waar hij één van de sprekers was.     


Ach ja. Schrijven. Gelezen worden. Het gaat toch om de verhalen. Om het zien. Van de hippiemoeder die voorovergebogen in haar fietskar kijkt. Terwijl gehuil van haar peuter weerkaatst tegen de gevel. Uit haar biotas steekt verlept wortelloof.
Een snelle blik in de winkelruit toont me een glimp van het zusje van mijn Singer, uitgevonden door een immigrant wier ouders vast van muziek hielden. Weerspiegelingen. Verhalen. Ze woekeren aan een boom in mijn hoofd. En wat zou er schuilgaan achter de 'Heren en dameskapper' met een porseleinen pot 'cetaceum' in de hoge etalage? Een etalage die sinds een halve eeuw onaangeroerd lijkt. Op de kade bij de Hoge der Aa zit een marsmannetje voor een schip. Beelden waar niemand op wacht. Woorden waar niemand wat aan heeft. Maar waar ik niet zonder kan.

Het was een mooie bruiloft.
Op de receptie luisterde ik naar verhalen van nazaten.
Tweede wereldoorlog, arbeidseinsatz, Hamburg, vrouwen, Groningen.
In de gang hing een foto van een verwoest huis in de Oekraïne.

Jelle gaf me een handtekening.
Ik had inmiddels andere kleren aan. Een jurk.
Gekregen van een nakomeling van Indianen. Tevens kind van gelukszoekers uit Ierland, Italië en Nederland. Mijn volgende boek gaat over haar.

zondag 13 maart 2016

Het mag wel in de krant

Het filmfestival in Assen sloeg ik dit weekend over. Ook Borgen van het NNT, naar de gelijknamige Deense tv-serie, heb ik gemist. In de krant stond naast hoofdrolspeelster Malou Gorter ook een artikel over een andere, mij eveneens bekende creatieveling, Remko Wind. En op de school van mijn kinderen loopt er naast toneel- en muziektalent ook een schrijver rond. Bronja Prazdny om precies te zijn. Van wie onlangs haar tweede boek 'Verloren taal' uitkwam.

Graag was ik vrijdag met haar meegegaan naar Amsterdam. Maar helaas schopte ik het niet tot een toegangskaartje voor het boekenbal. Het was al een hele eer om bij de beste vijftig van de NPO verhalenwedstrijd te komen. En mijn inzending over verkrachtingen, vluchtelingen met ook nog Keulen er in verwerkt, was wel op het randje.

De boekenweek is begonnen, het schrijfseizoen is voorbij. Gelukkig stroomt mijn agenda weer vol. Met opdrachten voor sloopwerk en badkamers. En terwijl ik bezig was om met een oorverdovend lawaai een pizzeria te ontmantelen, werd ik gebeld. Door een columniste. Zo'n echte. Die ik zaterdag vaak lees in de papieren krant. Ze sprak een boodschap in op een al even archaïsch medium: 'de voicemail'.

Toen ik Trouw terug belde stelde ik me voor met 'Lehti Paul'. Maar dat bleek nou net het punt. Monic Slingerland was er achtergekomen dat dit een pseudoniem was. Hoewel Paul evengoed mijn familienaam is als de naam in mijn paspoort. Maar woensdag kwam ik dus onder mijn eigen naam in de krant. Helaas werd daardoor niemand hierheen gelokt.


Zo'n papieren krant wordt wel grondiger gelezen dan ik dacht. Er volgden mails met reacties van familie uit Amersfoort en Amsterdam. En smsjes van klanten. De brief over woningnood leverde me zelfs schilderwerk op! Best handig. Of, om met Bronja te spreken: 'Je hebt toch niks te verbergen?'








Of ik dit weekend nog wat cultureels deed?
Jazeker. Op een motor door het Drentse land racen. Smeltende taartjes snoepen in de voorjaarszon. En daarna een gedicht van Vasalis voorlezen.
Aan mijn lief. Met mijn lief.
Daar kan geen film aan tippen.

maandag 7 maart 2016

Vrouwelijke kostbaarheden in Drenthe

Morgen is het weer zover. Dan is het ruim een eeuw geleden dat in New York... 
of nee... dan is het bijna een eeuw geleden dat in Sint Petersburg....
...allemachtig, moet er nu ook al worden gewedijverd over wie de vrouwendag bedacht? Was het een demonstratie tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de textielindustrie of had het toch te maken met de aanloop naar de Russische revolutie?

Nou ja. Emancipatie dus. Feminisme. Vrouwen. Die gemeen hebben dat hun maagdelijkheid in de meeste delen van de wereld als hun kostbaarste, zo niet enige bezit wordt gezien. Dat je weggeeft als je trouwt. Ditzelfde bezit geldt tevens als kostbaarste (en enige waardevolle) beloning voor de man. Dus wie trots pronkt met juwelen, is zelf schuldig aan diefstal. Een scheve -of zichtbare- haar kan eenvoudig worden uitgelegd als het geven van aanleiding tot geslachtelijk verkeer. En mocht een kerel zich niet kunnen beheersen, en een verkrachting leidt dan tot conceptie, dan hoort het kind ter wereld te komen. Omdat de vrouw, ondanks het bestolen worden van haar maagdelijkheid,  die andere heiligheid, van het leven, dient te eerbiedigen.
 
Iets van vroeger? Wellicht. Maar toch niet zo heel erg vroeger. Zo hoorde ik oud Tweede Kamerlid en Oud Dolle Mina mevrouw Hillie Molenaar op de radio vertellen. Over hoe dat in Nederland ging. Bij ongewenste zwangerschappen. Toen abortus nog verboden was. Zodat vrouwen vaak zelf gingen aanklooien. Dat je alleen aan de pil mocht met toestemming van ouders en dat afstand doen van je kind geen uitzondering was. Seks voor het huwelijk, dat hoorde niet. Dolle Mina hield lezingen door het land. Aan -mannelijke- studenten geneeskunde. Er was nog een wereld te winnen.

Hun slogan 'Baas in eigen buik' is inmiddels gemeengoed bij de huisarts. Maar sommige Christelijke partijen stelden op afgelopen schrikkeldag toch kritische vragen aan minister van Rijn aangaande tienerzwangerschappen. Of de nadelen van het afbreken van een zwangerschap wel voldoende werden belicht en zo.
 
Het festival wordt geopend met de voorpremière As I Open My Eyes, een indrukwekkend, muzikaal drama van debuterend filmmaker Leyla Bouzid waarin de coming-of-age van de rebelse tiener Farah wordt gevolgd vlak voor het uitbreken van de Jasmijn-revolutie in Tunesië. Andere voorpremières zijn het oorlogsdrama Les innocentes (door Coco avant Chanel-regisseur Anne Fontaine), de sensuele coming-of-age film Bang Gang (A Modern Love Story) en het spannende vluchtelingendrama Dukhtar. Ook worden er diverse internationale titels vertoond, waaronder de winnaar van de IFFR Bright Future Award Las lindas van Melisa Liebenthal en de absurdistische zwarte komedie Body van Małgorzata Szumowska, winnaar van de Zilveren Beer voor beste regisseur op het filmfestival van Berlijn. - See more at: http://www.hetgezinsblad.nl/nieuws/45217/programma-internationaal-filmfestival-assen-l-vrouw-film/#sthash.l0Cdghbi.dpuf
Er is nog steeds veel te winnen. Ook bij ons om de hoek worden vrouwen opgesloten en gedwongen om juist datgene met mannen te doen wat hun door diezelfde mannen zo nadrukkelijk wordt verboden. Vóór het huwelijk. Tijdens een huwelijk. Ook in Rotterdam. Waar onlangs een jonge vrouw werd gewurgd en daarna begraven in Drenthe. Hij kreeg tien jaar cel. In Istanbul maakt de staat zich zelf schuldig aan inperking van vrijheden. Demonstrerende vrouwen werden er afgelopen weekend met traangas uit elkaar gejaagd.

Hillie Molenaar maakte ook documentaires. Die zich minder ver van ons afspelen dan het lijkt. En dit weekend is er in Assen nog veel meer moois te zien. De 36e editie van het Internationale filmfestival heeft een gevarieerd programma van zestig films. Over vrouwen. Met vrouwen. Door vrouwen. Van vrouwen. Zoals de debuterende Leyla Bouzid en de onlangs overleden Chantal Akerman.

Want weet u.
De kostbaarheden van vrouwen gaan verder dan wat er tussen hun benen zit.
Veel verder.

woensdag 17 februari 2016

Erkenning

Skisokken tot mijn knieën, drie broeken en een wollen hemd tot over mijn billen. Ik zag er gister een stuk minder appetijtelijk uit dan bij het Groninger bal. Voor ik vertrok moest er ook nog ijs van de klusbus worden gekrabd.

Toch was gister de winter voorbij. Zo zag ik in mijn mailbox. Waarin stond dat ik de shortlist van de schrijfwedstrijd van Taglibro niet had gehaald. Pech gehad. Volgende keer beter. De offertes die ik stuurde voor het opknappen van twee badkamers kregen wel groen licht. Dus niet getreurd, lunchpakketje smeren een aan de slag Lehti! Naar buiten!

Enige troost boden woorden als: 'De kwaliteit was hoog. Zeer hoog. Élke inzending was serieus en bij vrijwel elk verhaal spatte het schrijfplezier van het papier.' (...) tegen ALLE deelnemers zeggen wij: ga door met schrijven!  (u leest nu de opvolging van dit advies).

De zon scheen maar we werkten in de schaduw. Massa's algen verdwenen onder hoge druk van het glad geworden terras. Het spuitwater bevroor. Ik kreeg linzen met liefde, lekkere soep en geld. Bij thuiskomst checkte ik nogmaals mijn mail. En op wat ik toen las kan ik de rest van de week teren. Waarschijnlijk langer. Ik ben euforisch. Eu-fo-risch. Eindelijk erkenning!
 
Niet voor mijn badkamers. Niet voor een schoon terras of vervangen slot. Niet voor kippensoep of spruitjescurry. Niet voor het gaan schaatsen met zeven kinderen op zondagmorgen. Niet voor het mooiste meisje van de klas of het dansen met Marokkanen. Niet voor mijn massages of stoute blikken, niet voor mijn excuses of felle woorden. Niet voor mijn fijne kinderen of reislust. Niet voor mijn minnespel, mijn aardbeien, groene vingers of geduld. Maar voor mijn geploeter met letters, voor mijn verhaal, voor mijn geschrijf.



Beste schrijver,

Uit de ruim 1300 verhalen die ingezonden zijn voor de Boekenweek Verhalenwedstrijd zijn door de redactie 50 verhalen genomineerd die doorgaan naar de volgende ronde.
Gefeliciteerd, jouw verhaal behoort tot die 50.





Nieuwsgierig geworden? Dit is 'm: Een nieuw leven.
Leeswaarschuwing: Het is weliswaar een kort, maar geen fijn verhaal.
Toch is twee keer lezen aanbevolen.

Hier is het tijd voor thee. En voor het lezen van de 49 andere genomineerden. 22 februari worden de vijf winnaars bekend gemaakt.
Voor nu huil ik heerlijke tranen van geluk. 


maandag 15 februari 2016

Betaalde liefde

Het lijkt verdorie wel lente. Zelfs Rita Verdonk gaat op de koffie bij een asielzoeker en predikt samen met weggepeste oud-minister Ella Vogelaar voor een herwaardering van de inburgering. En Rogier van Boxtel denkt dat alles goed komt als nieuwkomers maar genoeg onder de mensen komen.

Het is ook voorjaar in de liefde. Het is weliswaar koud, maar ook zonnig. Op de afsluitdijk stripte vandaag een dame voor een stel verbouwereerde Italiaanse toeristen. Eindelijk weer echte mensen in plaats van liefderobots. De Italianen applaudisseerden in hun dikke winterjassen. En zo kwam een bus vol vrolijke sekswerkers op prime-time onze huiskamers binnen.

Dat werd tijd. Om de boel eens van een andere kant te bekijken. Een gevluchte Bosniër die via werk bij een kippenboer nu kunstwerken voor vijftienduizend euro aan de man brengt (Tegen Rita: "Er zitten wel zevenhonderd uur in!") en hoeren die de-dag-van-de-betaalde-liefde vieren. Werk waar maar weinigen vrijwillig toe in staat zijn maar dat wereldwijd in een enorme behoefte voorziet. Voor hen die nooit enige vorm van seksuele aanraking kenden. Maar vast ook voor mannen die klem zitten in een uitzichtloze relatie. Of, om met de woorden van ex-prostituee Xaviera Hollander te spreken: 'Ik had klanten die binnenkwamen met "My wife is so cold." Die kropen boven op me en waren in twee tellen klaar. Hoe durf je! Dus ik zei: of ik leer je de lessen, of je hoeft niet meer terug te komen'. Meestal zag ik ze terug. Dan had ik ze in een maand veel bijgebracht over orale seks en voorspel en dan was het: "Nou gaat het goed met mijn vrouw, ik hoef eigenlijk niet meer te komen." Ha ha, had ik mijn eigen glazen ingegooid". *

Weet je wat Xaviera ook zei: 'Ik zocht vooral meisjes met humor, die wat tekst hadden, en bijvoorbeeld twee talen spraken.'

Ik wil maar zeggen. Het komt vast wel goed met die inburgering. Lang leve de lente!






 *De rest van het interview staat in Trouw


De foto's maakte ik op de Amsterdamse Wallen. Bij 'Ons-lieve-heer-op-Solder'. Eerst kon ik het niet vinden en er was niet één inheemse hoerenloper om het aan te vragen. Toen een agent het uitlegde, vroeg hij of ik wist waar 'Moscou' was. Want daar moest je rechts. Volgende keer klop ik wel op een rood raam om de weg naar deze prachtige schuilkerk te vragen.

zondag 31 januari 2016

Groninger bal (2)

(wat er vooraf ging)

Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.

Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.

Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’  dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.

Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.

zaterdag 30 januari 2016

Groninger bal

Wintertijd. Weinig werk. Elk jaar hetzelfde liedje. Maar ondanks 'automatische afschrijving vanwege onvoldoende saldo mislukt’ heerst er nog geen paniek in huize Lehti. Want ik mag schrijven! Geen offertes, rekeningen of reclameteksten. Maar fictie!

Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.

Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.

De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.

De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.

Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.

“Groningen.”

Juist ja.


(morgen het vervolg)

zondag 17 januari 2016

De dode mannen en de pornoactrice

Na een korte nacht glij ik met mijn bus in een witte wereld de helling van de Europabrug af. Het stoplicht springt op rood. Ik rem voorzichtig. Er staat een groepje van vier jongens op de stoep. Eén van hen loopt mijn kant op. Ik draait het raampje aan de bijrijderskant omlaag. 'Kunt u ons naar het centrum brengen', vraagt hij. Ik werp een blik op de achterbank. Die staat vol met een tegelsnijder, een accuboor en meer van zulks.

'Ja hoor', zeg ik.  
'Uw auto is best vol', zegt hij.
Gelukkig hoeven er maar twee mee. De anderen worden uitgebreid omhelsd. Zoals ik al vermoedde zijn het bezoekers van Eurosonic, Noorderslag. Artiesten zelfs. Hun band heet iets met 'Death' en dan nog wat. Ik kan het al net zo moeilijk onthouden als de bands die mijn zoons noemen als er iets leuks op de radio klinkt. Maar zij waarschijnlijk ook. Zou de fles wijn die ze bij zich hebben rechtop blijven?


Waar ze vandaan komen en waar ze heen moeten is ingewikkeld. Daar waar hun auto staat. Of hun hotel. 'Bornholmstraat', weet één van hen zich te herinneren. Ik vertel ze dat dit een straat is die bekend staat om zijn 'afwerkplekken'. Maar er schijnt ook een overnachtplek te zijn. 'Da' s niet in het centrum en ik kom er ook niet langs', zeg ik. Een taxistandplaats is ook goed.

Als het hoofdstation in zicht is, blijkt één van de death artiesten opeens ook pornoacteur te zijn. Zegt hij. Maar dan wel een werkloze. Wellicht mag ik op mijn leeftijd blij zijn met zo'n verkapte versierpoging op zaterdagmorgen in besneeuwd Groningen. Maar mij lijkt het gewoon een vorm van smaltalk. Net zo normaal als de andere informatie:
Hotel tussen de straathoeren
Dronken, dode artiesten aan de voet van een brug.
Werkloze pornoacteurs.

De coach in mij ontwaakt: 'Dan moet je zorgen dat je wat reclame maakt' (Ik lijk verdomme wel tegen mijzelf te preken. Want het is hartje winter en zoals elk jaar rond deze tijd, houdt het werk niet over) Als we aankomen bij het station merkt de man naast me op dat mijn busje het perfecte decor voor een film zou zijn. De man achterin hangt met zijn bil boven een tegelsnijder. Er schiet me weinig erotisch te binnen bij die combinatie.

Vlak voordat de acteur uitstapt, wil hij me nog even geruststellen: "Is nie waar hoor".

Ik: "Wie weet ben ik wel een pornoactrice"

woensdag 13 januari 2016

Een Syriër op schaatsen



Het is uit
Met glibberend je fiets manoeuvreren
Met het schaatsen over parkeerplaatsen
Met de kletsnatte gympen in de natte sneeuw




Het is voorbij
Met uitvallende bussen, afgelaste markten en dichte scholen
Met vrolijke kinderen die uitslapen, logeren en buiten spelen.
Met het inlopen met huiswerk, want op school zelf schiet zulks niet op.

Over is het
Met de lege straten waar wandelaars het tempo bepalen,
Met buren die spontaan boodschappen voor elkaar doen
Met de gezamenlijke gezelligheid op straat.

Hoewel. . .

Het schaatsvirus heeft zich nu zelfs verspreid onder Syriërs.

"I'm sorry, I only speak Arabic", zei hij.
"No problem", zei ik, nam de man bij zijn hand en loodste hem over de bomvolle kunstijsbaan.
Toen hij viel zij hij sorry.
Het was de eerste keer dat hij schaatsen onder had.