zondag 5 augustus 2012
zaterdag 21 juli 2012
Overstag, poezen en nagellack
Nee, ik ga deze zomer níet met vakantie. We zijn immers net weggeweest. Waarom zou ik duizenden kilometers gaan wegtuffen. Voor wie? Er moet ook wel 's brood op de plank, nietwaar. Je kunt nu eenmaal niet alle dagen feest vieren. Mijn klanten zijn de laatste tijd ook al zo vlot met betalen en de bodem van de spaarpot is in zicht. Dus met welk geld wilde ik eigenlijk gaan? En weet je, dat werk van mij is soms ook net een soort van betaalde vakantie. Tenzij ik rioleringen moet ontstoppen. Ik word bruin, luister lekker naar de radio en terwijl ik wat verf wegstrijk, staan de koeien naast me in de wei naar me te staren. En als ik de andere kant opkijk, zie ik wuivend graan. Tien kilometer van huis. Wat wil een mens nog meer?!
Tot dat daar dat mailtje kwam.
Of was het een telefoontje?
Dat zuslief wederom op een camping werkt in La Douce France en dat zij, en haar dochters, het hééééél leuk zouden vinden om........
Tja, wat doe je dan.
Als rechtgeaarde tante.
Dan ga je overstag.
Toen we gister op bezoek waren bij B. en haar zoon, wilde Kees weten wat dat betekende; 'overstag'.
Best moeilijk uit te leggen. Vond ik.
Toen ik het wilde verduidelijken door de letterlijke betekenis uit te beelden, ging het helemaal mis. Ik hield mijn onderarm scheef in de lucht en probeerde die 'overstag' te laten gaan. Alsof ik daar iets van weet, van zeilen. Het zag er vast niet overtuigend uit. 'Nu begrijp ik er helemáál niks meer van', zei Kees. Ik wierp nog even een hulpeloze blik naar B, die naast me zat. Maar ook in haar school helaas geen verborgen botenvrouw.
Maar dat 'overstag gaan', ging helemaal niet over een varen, maar over een kat. Die ik had gekregen toen ik negen was. Terwijl mijn vader er eigenlijk geen trek in had. En toen kwam die overstag dus. En daarna die kat. Die eenentwintig jaar is geworden, toen ik al lang en breed uit huis was.
En zo aten we vrolijk verder van de spinazietaart en avocadosla. Pratend over katten en zieke hondjes. En gingen de jongens buiten voetballen. Waarna me weer eens duidelijk werd hoeveel verschillende manieren van opvoeden er bestaan. Want van mij mochten ze op straat spelen, en niet naar het park, B. dacht daar precies andersom over.
Toen ik thuiskwam, las ik dit mailtje (ja, die lees ik alleen thuis)
hoe is het in nederland? hier op de camping is het een beetje saai. we hebben alleen het zwembad, een fiets en de twee hangmatten om mee te spelen (zie fotos in aanhang).
willen jullie dus zo vroeg mogenlijk komen? (en nagellack, make-up en haardingetjes meenemen?)
p.s.: ik ben vergeten te vragen, of je ook nog hangmatten wilt meenemen. maakt niet uit hoe veel ;)
p.p.s.: heb jij eigenlijk m'n verkeersbord uit waterloo nog? die rode met de witte streep in het midden? wil je die mee naar berlijn nemen, als je het kunt vinden ;) ? (ik wil het bord in m'n kamer ophangen :P )
De gang is nu bezaaid met opblaasbeesten, slaapzakken en de enige hangmat die ik kon vinden. Straks ga ik een soort beautycase in elkaar flansen en vertrekken we richting Berlijn, over Frankrijk. Logisch toch. Via België. Alwaar een botenvrouw ons opwacht. Die vanmorgen smste of ze nog tijd had voor een koffie, of dat ze als een speer aan het opruimen moest voor onze komst. Waarna ik haar de stuipen op het lijf joeg door te melden dat we al bijna voor haar deur stonden. En zette me toen aan een kop koffie. En het schrijven van dit logje.
Hopelijk blijft het droog. Maar wat geeft het ook. Ik hoef vandaag toch niet meer te schilderen.
En ook niet overstag.
Want toen ik gister met de kwast langs de kozijnen ging met rechts en links van mij koeien en graan, zat er één vóór me, aan de andere kant van het raam, een piepklein snoezig poezebeest.
Dus, je raadt het al. Ik wil weer een kat, of twee. Of eigenlijk moesten het er maar drie zijn. Voor elke zoon één.
Maar eerst ga ik op vakantie. Om er eens lekker over te slapen. Over poezenbeesten. In een tent.
maandag 16 juli 2012
Ik ben diep ongelukkig
De reanimatiepoging met behulp van onderdompeling in een bak droge rijst, heeft niet mogen baten. Miss Canon IXUS 8515, 10.0 megapixels, kan definitief worden bijgezet op het kerkhof der camerakarkassen. Ze is vier jaar oud geworden. En ik kan er godbetert niet eens een foto van maken! Wat had ik daar trouwens mee willen doen, vraag ik me af. Online mee gaan pronken? Zoals anderen met hun auto, huis, vakantie of I-phone?
Ik las een artikel (waar?) met percentages over wat er op facebook allemaal heel of half wordt gelogen (hoe meet je dat?). Het artikel concludeerde dat de 'lezer/vriend' bij het zien van al dat -gelogen- moois, het lachen zou vergaan. Het eigen kind, huis, vakantie, man, ... precies, het eigen gazon dus, lijkt zo minder groen. De depressie -volksziekte nummer één- loert. Maar daar wordt al genoeg over geschreven.
Omgekeerd kan je zeggen dat het blootgesteld worden aan allerlei ellende, gelukkig maakt. Onder het voorwendsel van het informeren over de toestand van de wereld (wie bepaalt dat? en kan het ons eigenlijk ècht wat schelen?), krijgen we het gevoel dat het met ons eigen land/ stad/ straat/ seksleven wel meevalt. Sterker nog, lezen over al dat leed is verdorie gewoon lekker. Waarom leest men het nieuws anders zo graag bij een kop koffie? Als koekje! Aardbeving, moord, verkrachting,... zoet gelardeerd met spitsvondige columns. Ja, zelfs bebloede gezichten van gevallen tourfietsers, in kleur, het is allemaal entertainment -'Nee goh, nooit geweten dat bloed van wielrenners róód is'-
Ik hoorde onlangs over een man die al twee jaar bezig is om naar Nederland te komen. Illegaal. Het zou hem twintigduizend euro kosten. Zijn al jaren in Nederland wonende schoonzus, wilde het hem uit zijn hoofd praten. 'Niet doen!, 'Je weet niet waar je aan begint!' Maar dat mocht niet. Haar eigen zus (zijn vrouw, die achter zou blijven) smeekte haar om Nederland als paradijs niet te relativeren. Trouwens, zíj woonde er toch zeker zelf?, als het leven er zo moeilijk was, waarom kwam ze dan niet terug? Zijn huwelijk was goed (lees: hij sloeg haar niet), het was dus geen verkapte poging om haar man dumpen. En hun kinderen zouden hun papa, als die het land uit zou gaan, zeker missen. Wat was nu de werkelijke reden dat ze moest liegen tegen haar zwager?
Thomas Erdbrink schreef in het NRC van 11 juli over ene Elnaz. "Op Instragram, een app op haar I-phone waarmee je foto's kan delen, komen beelden binnen van haar geëmigreerde vrienden in Canada, Maleisië en Dubai. Ze proosten met cocktails in tropische zwembaden, dansen in clubs en lachen met hun vrienden. (...) Elnaz legt haar telefoon weg, trekt haar verplichte hoofddoek recht en propt haar geblondeerde haar onder het textiel. "Ik moet weg hier", concludeert ze. "Dit is geen leven." (...) "Juist de reizen naar het buitenland, naar Dubai, de Turkse stranden en ook Europa hebben de afgelopen tien jaar de ogen van velen geopend." Aldus Erdbrink.
De man die zich naar het rijke Westen wilde laten smokkelen, ging ook met zijn vrouw op vakantie. Over Istanboel, de stad die voor veel Turken geldt als het Sodom en Gomorra, had zijn vrouw verzucht dat het er erger was dan thuis. Ze vond het er vreselijk. Het leven was er duur en "ze schreeuwen wel vijf keer per dag vanaf die minaret!" (zij waren slechts drie keer gewend). Het groene gras was verbleekt.
Hij heeft besloten niet te gaan. Zijn schoonzus belde mij euforisch op. Zij wist als geen ander hoe zwaar vrijheid kan zijn die geen echte vrijheid is, hoe het voelt om jarenlang je kinderen niet te zien. Om zelf verantwoordelijk te zijn voor je keuzes, goede en slechte of afwezige, zonder familie. Vrijheid is een rekbaar begrip.
Tijdens mijn vakantie in Iran deed ik mij voor als Christen en was ik netjes getrouwd. Het druiste in tegen mijn gevoel, maar het was nodig. Toen ik dit vertelde, op dezelfde dag dat ik hoorde dat de man besloot de twintigduizend euro niet aan de mensensmokkelaar te geven, kreeg ik een discussie, met zijn vernederlandste neef. Hij vond mijn liegen 'belachelijk'. 'Ze' (hij ook al) zouden zo nooit wijzer worden! Door niet de waarheid te spreken, had ik hun beperkte (?) wereldbeeld gevoed!
Misschien had hij gelijk. Maar de stelligheid van zijn 'advies' was tekenend. Het moest zus, het moest zo. Zijn moeder, de vrouw die haar zwager wilde tegenhouden, probeerde tevergeefs aan haar zoon uit te leggen wat 'gescheiden' of 'ongelovig' in Iran werkelijk inhoudt. Hij had geen idee. Al was hij er zelf geboren.
Wij praten over hoofddoeken en zwembaden, lezen over een vader die wordt opgepakt nadat een zoon geestelijken op de hak nam op Facebook. Niet over de toegenomen welvaart in Iran (iedereen heeft ergens wel een eigen huis) met daarnaast de door de overheid ontkende drugs- en prostitutieproblemen. Wel over sancties, niet over het in Iran wijdverbreide racisme ('Gatver, jij bent toch niet bevriend met een Afghaan?') of dat ongehuwd samenwonen of gescheiden zijn, gelijk staat aan een hoer over wie mannen (ook politie) vrijelijk kunnen beschikken. Dat wie niet (in iets) gelooft, geen mens is. De werkelijkheid is weerbarstig.
از نمایه فیس بوک من ديدن کنید, stond er vandaag in mijn mailbox. De afzender spreekt en schrijft ook Nederlands. Ze heeft daar jaren haar stinkende best voor gedaan in de AZC's waar ze woonde. Nu is ze terug. En wil weer weg. Zoals zovelen. Maar ik heb geen man voor haar. Ook zit ik niet op faceboek en kan dus niet haar vriend worden. Want dat is wat ze vraagt.
Misschien moet ik toch een account aanmaken. Om plaatjes te tonen van een ander Nederland. Of om haar een film te tonen met een completer beeld van Europa. Zoals ik op mijn beurt zag in 'No one knows about Persian Cats' (Een tearjerker is dus tevens feelgoodmovie). Maar nog meer nuance over het Iran van nu zag ik in 'A separation'.
Welke link kan ongestoord langs de staatscensuur?
Welke film, lieve lezer, zou ik haar moeten laten zien?
Zodat ze haar ogen niet gelooft. En dan misschien naar buiten kijkt. Naar het groene gras.
Ik wou dat ik de I-phone van Elnaz had.
woensdag 11 juli 2012
Poep, s.eks en andere nattigheid (deel 2)
Waar was ik ook alweer gebleven? O ja, in een overstroomd kunstenaarsatelier. Waar ze deze zondag trouwens open dag houden. Ja, niet in die kelder, hè. Daar ook niet stiekem gaan kijken dus. Dat gaat ook vrij lastig, want ik kan er niks over vinden op internet. En wat niet op www staat, bestaat niet. Maar ik was daar dus wel.
Gewapend met twee trekveren, laarzen, rubberhandschoenen en, niet te vergeten, mijn onafscheidelijke Canonnetje, (dat ik, na drie weken zoeken, inmiddels had gevonden in één van mijn lang niet gebruikte werkschoenen) daalde ik de trap af. Want ik maak, zoals het een moderne ZZP-er betaamt, foto's van mijn werk. (Joost mag weten wat plaatjes van een rioolbuis vóór en ná de ontstopping voor meerwaarde hebben op een website, maar dit terzijde)
De overall die ik droeg, had ik thuis van de stapel 'nog te naaien' gepakt. Maar dat dóe ik dus nooit, naaien. Zodat de kleren van mijn kinders, tegen de tijd dat hun broek of shirt weer heel is, het niet meer passen, of nee, de kleding past hen niet meer, nou ja, ik bedoel, ze zijn dan inmiddels te klein. Die kleren dus. Leo en Kees zullen wel denken; als mama gaat naaien, gaan wij spontaan groeien. Maar deze werkbroek was, zo wist ik, niet ècht stuk, er zat slechts een gat in de zak, de rechter om precies te zijn. En aangezien overalls overal zakken hebben, deed ik het ding toch aan. Sleutels linksonder, mobieltje in de nog niet kapotte rechter onderzak, duimstok, zaklamp, ik was er klaar voor.
De trekveer kon er aan beide openingen helemaal in. Maar de verstopping bleef. Tijd voor plan B; een rioolclisma. Ik rolde het verlengsnoer uit om krachtstroom van de buren af te tappen -men moet in dit soort gevallen geen halve maatregelen nemen-. De dichtstbijzijnde kraan was helaas niet te gebruiken want koperdieven hadden de waterleiding ontvreemd. Ik ritselde een twintig meter lange tuinslang en stelde de temperatuur van de hogedrukreiniger in op 90 graden Celsius. De rolluiken gingen wijd open want het inhaleren van de dieseldampen, waar het ding op liep, leek me, zeker in combinatie met de weinig verfrissende lucht van rottende kunstwerken, niet bijster gezond.
Tja, en nu ik twee logjes lang spanning heb opgebouwd, heb je als lezer wel recht op een clou van formaat. Maar er is niets opzienbarends, geils, kinky of schokkends. Meer iets van een anti-climax. Een domper.
Voel je al nattigheid?
De Canon-camera had ik in mijn rechter broekzak gestopt.
Ja precies, díe.
Ik durf niet meer verder te schrijven.
Visualiseer zelf maar iets.
Ik ga intussen even huilen..............
En ja, wat kon ik anders dan mijn cameraatje, zeg maar gerust camerMaatje
van de laatste vier jaar, zorgvuldig afdrogen? Ik nam me voor om het ding
bij thuiskomst in de rijst te stoppen. Zoals ik vorig jaar ook al eens
deed. Toen mijn apparasie 's nachts op een camping in het bos, buiten,
tussen de drankflessen, een zomerse onweersbui over zich heen kreeg. De
morning after zagen de foto's die ik probeerde te maken er uit zoals hierhaast. En er
was die dag geen mist.Maar rijst brengt geluk. Want ik heb hierna nog duizenden foto's gemaakt. Die niet wazig waren. En nu ligt ie er opnieuw in. In de toverrijst, zoals Olijf het noemde.
Mijn arme canonnetje. Arme ik. Weet je wat? Ik hou me voortaan bij m'n leest. In real life èn op het net. Voortaan geen verstoppingen meer, maar schilderwerk en kranen en deuren en kasten. En hier zal ik braaf blijven bloggen over vakantie, het rooien van aardappels, ziekte, de toestand van de wereld en natuurlijk kinderen. Kinky bloggers genoeg. Voor wie nog een leuke wil lezen, vers van de pers: Luna van Maanisch schreef over dat veel mannen menen dat het leuk is in het gezicht te spuiten. Nee, vrees niet, dit is geen lus naar mijn rioolklus. Maar wel lezen hoor. Ze is broodschrijver. En is leuk.
En geloof het of niet..... Mijn apparasie ging, zomaar spontaan, na drie dagen in een bak Pakistaanse basmatirijst, aan!
en weer uit...en weer aan
'Stel datum en tijd opnieuw in' meldde de display.
Laat ik dat maar doen. Resetten heet dat geloof ik. Doe ik met mijn Mac ook wel 's. Als mijn kinderen teveel troep downloaden. Zoals het nummer 'Blow my whistle'.
Hè, blow my whistle? Dat zal toch niet?, dacht ik nog. Wel dus.
Hier* luistert mijn zoon van elf dus naar:
Girl I'm gonna show you how to do it
And we start real slow
You just put your lips together
And you come real close
Maar ìk hou het voortaan kuis hoor.
Ikke wel.
De vraag is alleen voor wie.
-----------------------------
*De link mag je zelf opzoeken, ik maak geen gratis reclame voor die gast. Het nummer schalt al door elke supermarkt. Lees dan liever Luna. Daar steek je meer van op.
dinsdag 10 juli 2012
Positivo
"Welke dag is het, moet ik naar school? "Ik haat school, school is saai." 's Morgens, nog voordat Kees' ogen opengaan, zijn dit zijn woorden als hij rond zes uur naast me wakker wordt. Meestal komt hij om één uur 's nachts met een poeslieve glimlach mijn kamer binnen, checkt of broer Leo zijn plek in mama's bed niet al heeft ingepikt en rolt zich dan als mummie in mijn dekbed. Om drie, vier of vijf uur wordt hij vaak even wakker. Dat hoort bij zijn ziekte. Zo weten we sinds een jaar. Soms zakt hij door zijn benen, zoals gister, toen hij aan het tandenpoetsen was, en onderuit ging. Ik was blij dat hij niet net op de trap liep. Ook dat hoort er bij. En slapen overdag. Ook. Dikker worden. Hoort er ook bij. Hij nam zich voor om af te vallen en heeft zijn Sint Maarten snoep nog steeds. Weggooien mag ik het niet. Zijn tong die uit zijn mond hangt of slap wordt, zodat kinderen hem niet verstaan, zijn nekspieren die slap worden als hij lacht, elke dag minstens één pestbui. Of is ontroostbaar. Hoort er allemaal bij. En dat valt niet mee. Als je acht jaar bent. Op een maandagmorgen. Als je naar school moet.
Maar zodra er ontbeten kan worden is het goed. Yoghurt of pap en als het even meezit ook de halve of hele boterham die ik voor mezelf had bedoeld. Hij geniet er van.
"Zullen we een andere route naar school nemen?"
"Goed"
"Dan kunnen we zien hoe ver ze zijn."
"Goed"
"Kijk, dat wat daar op de muur staat, daar ben ik het wel mee eens. Nu bouwen ze er tòch huizen"Bomen brengen vast te weinig geld in het gemeentelaatje voor zulke dure bouwgrond.
Kees denkt even na en zegt dan: "Ja, maar de mensen moeten toch ook ergens leven?"
Gelijk heeft ie. En er moet natuurlijk ook worden gegeten. Dus rooide hij diezelfde dag de aardappels. Uit het kindertuintje van zijn broer. Die huiswerk moest maken.
Maar zodra er ontbeten kan worden is het goed. Yoghurt of pap en als het even meezit ook de halve of hele boterham die ik voor mezelf had bedoeld. Hij geniet er van.
"Goed"
"Dan kunnen we zien hoe ver ze zijn."
"Goed"
"Kijk, dat wat daar op de muur staat, daar ben ik het wel mee eens. Nu bouwen ze er tòch huizen"
Kees denkt even na en zegt dan: "Ja, maar de mensen moeten toch ook ergens leven?"
Vanavond kwam er iemand aan de deur die naar hem vroeg. Hij had de eerste prijs gewonnen van een geschiedenisquiz. Een boekenbon van vijftien euro. Daar koopt hij misschien het volgende deel van 'Mees Kees' van. "Want", zo zegt mijn zoontje, "dat is een meester waar je blij van wordt."
Labels:
boek,
groentetuin,
kinderen,
kindertuin,
Mees Kees,
volkstuin,
voorlezen,
ziek
maandag 9 juli 2012
Poep, s.eks en andere nattigheid
Tussen het smeren van mijn lunchpakketje en het afwassen van de ontbijtbordjes door, valt mijn blik op de krantenkop: 'De kinky seks raakte een snaar'. En ja, op z'n Vlaams gezegd, 'ik ben ook maar ne mens'. Dus snel de klodders appelstroop van tafel vegen, sensueel stukje chocola erbij, dat ik half gesmolten zo van mijn nog warme vochtige afwashanden aflik, en gauw lezen wat dat kinky zoal behelst.
Ene mevrouw James heeft een bestseller geschreven over, jawel, seks. Nee pardon, haar boek gaat over líefde 'Alleen seks had nooit dit succes teweeg gebracht', zegt ze. En ze deed ook riesurtsj (waarom heet dat heden ten dage niet meer gewoon 'onderzoek'?) naar SM, macht, pijn, dominantie.
Grunberg doet in zijn cursiefje ook een duit in het zakje. Hij meldt dat de krant van dinsdag was gewijd aan erotiek. Toe maar, dat heb ik weer gemist. Zou de buurvrouw, wiens krant ik hergebruik, die editie soms voor zichzelf hebben gehouden? Grunberg zou zijn vibrator OJ (Simpson) of Boris (Becker) noemen, want 'als vrouw val ik op foute mannen'. Huh, als vrouw? wat nu weer? Maar liever houdt hij het bij een kuis tikje op de billen van Sylvia Witteman. Mits zij -en haar gezin- hier geen bezwaar tegen hebben.
Ooit begon ik ook zo, als Miss James, met vieze verhaaltjes op het net. Dat is, zoals ze in haar interview zegt, best lastig. "Je hebt geen idee of een ander het opwindend of erotisch vindt, (...) de choreografie beschrijven is ook nog niet eens zo eenvoudig." Haar stijl zou volgens critici 'bouquetreeksachtig' zijn maar ze vergelijkt zichzelf met Dickens. In de manier van publiceren dan toch. Ook hij had slechts één hoofdstuk per keer prijsgegeven. En, zo voegt ze er aan toe, "In deze tijd krijg je natuurlijk meteen honderden reacties en aanmoedigingen te zien. Ik vond dat geweldig." Kijk, daar had ik nou nooit last van hè, honderden erecties, pardon, reacties per dag. Deed ik toch iets niet goed. Geen cliffhanger, geen regelmaat of kwaliteit of, het belangrijkste, geen literair agent.
Ik zag onlangs een documentaire over nieuwe online seksspelletjes. Met je eigen poppetje (avatar) kon je digitaal de boer op om zo digitale mede-weggebruikers te 'ontmoeten', die er -ook- seksuele fantasieën op nahouden over zaken die in het dagelijks leven op dat moment even niet voor handen zijn. De onderzoekster in kwestie haast zich om te zeggen -nadat ze zelf als avator door een andere speler virtueel is gepenetreerd- hoe disgusting (denk de bekakte dictie er bij) ze dit toch allemaal vindt. Nee, het ging er haar alleen maar om, aan te tonen dat dit bestáát, dat was toch wel erg weird en pathetic. Het zei iets over de eenzaamheid in onze maatschappij. Of zoiets.
Het past in hetzelfde straatje als wat E.L. James zegt: 'Het machtspel, gedomineerd worden, of juist domineren, vind ik erg opwindend. Op papier dan. In het echte leven is het iets heel anders.' Ik geloof haar gelijk hoor, daar gaat het niet om, maar vanwaar de urgentie gelijk te moeten melden zelf niet aan dat soort dingen mee te doen? Net als de beoordeelster/ onderzoekster op de buis. Velt men, juist door dit te willen zeggen, niet een waardeoordeel? Ongeacht wat er van waar is? Een thrillerauteur zegt toch ook niet dat er geen aan stukjes gezaagd lijk in zijn of haar vriezer ligt? Wat is dat toch met seks?
Mijn ondeugende stukjes kenden slechts een enkele verdwaalde Rus als bezoeker. 'Lezer' durf ik dat niet te noemen. Laat staan volger. En als rechtgeaarde brave huismoeder stuurde ik mijn bloglink ook niet naar de juf van mijn kinderen. Toch maar de tering naar de nering zetten. Het inperken van mijn onderwerpen. Want schrijven voor de kat zijn kut (waarom niet 'haar kut?') is ook zo wat. Niet getreurd, want inspiratie is voor mij als schrijfverslaafde, ook na het schrappen van expliciete seksscènes, overal aanwezig. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken in het leven.
Dat zou in mijn werk trouwens ook geen kwaad kunnen; richting kiezen, specialiseren. Maar ach, met een breed werkterrein wordt werk ook nooit eentonig. Dus spoed ik me, terwijl er een schilderklus wacht, naar een acuut geval van verstopping. Om daar, gewapend met een trekveer, mijn kunde als loodgieter te tonen. Of putjesschepper, zo je wilt.
Op de plek des onheils draai ik de veer door drek van jaren her. (Blij dat er geen camera aan zo'n ding zit). Met in mijn achterhoofd nog het interview met James; Ook haar verbaast het hoe vrij ze schreef over anale penetratie met butplugs, maar ze is gewoon gegaan 'waar de karakters haar brachten'. Juist ja. De zware rubber handschoenen zijn geen overbodige luxe. De trekveer vindt moeiteloos zijn weg maar de verstopping blijft. Ik volg de loden afvoerpijp, die door de muur heen verdwijnt naar de buren. Daar huist een kunstenaarscollectief. Altijd leuk. Hun opslag in de kelder staat blank, en niet zo'n beetje ook. Ik verruil mijn werkschoenen voor rubberlaarzen. Al wadend tussen drijvende lege verfemmers, halfvergane schilderijen en overtollig kinderspeelgoed vind ik zowaar een riooldeksel. Ik vervolg mijn endoscopie door het inbrengen van een wat dikkere trekveer en maal dit keer door de strontresten van de buren. En toen gebeurde het.
O, nee, stop, wacht, mijn publiek is inmiddels de grootte van Remi de Rus ontgroeid. Niet veel, maar ik dien daar toch rekening mee te houden. Dus doen we het volgens het boekje. Als Dickens, of James. Moet ik nu dan zeker een deel twee toezeggen. Ach, ik ben zo onbetrouwbaar als de neten, ik zei een maand geleden ook al te stoppen met bloggen en daar kwam niks van terecht.
Maar anders kom er te veel tekst. En ik moet nodig naar bed. Vandaar.
donderdag 5 juli 2012
Grachtengordel met de grond gelijk gemaakt
Heb je het gehoord?
of in de krant gelezen?
Heeft iemand er überhaupt ooit iets over gelezen?
Of wel eens iemand gesproken die er vandaan kwam?
Daar waar handel werd gedreven in goud en kruiden en textiel?
Waar de geletterdheid al ver voor de gouden eeuw wijdverbreid zou zijn?
Zo lees ik net. Want ook ik moest weer even opzoeken hoe dat nou zat. Daar in Timboektoe, in het huidige Mali. Waar dit weekend een ware beeldenstorm plaatshad, die nog niet is uitgewoed.
De titel komt uit dagblad Trouw: 'De verwoestingen in Timboektoe kunnen uitlopen op een cultuurvernietiging die vergelijkbaar is met een verwoesting van
bijvoorbeeld Florence, Canterbury of de Amsterdamse grachtengordel.' Ik had dus ook Florence kunnen aanhalen. Waar hordes zwaarbewapende godsdienstfanaten dan, in naam van de heer, eeuwenoude kerken in brand steken, een heksenjacht beginnen en Palazzo Vecchio platgooien. Omdat het afleidt van het ware Christendom.
Ik wilde opzoeken wat die naam betekent. Zou het Malinke, Pular of Bambara zijn? Of één van die vele andere talen die er wordt gesproken. Maar geen van deze talen wordt als optie gegeven bij googletranslate (het Gularati of Tagalog wel. Waar zou dàt de voertaal zijn?). Het klinkt Arabisch. En Arabieren hebben nooit veel opgehad met zwart Afrika. Het geeft ze vast een vrijbrief om de eeuwenoude moskeeën te lijf gaan, zogenaamd vanwege 'niet recht in de leer' en afgoderij. Een Afrikaanse beeldenstorm. Omstanders kijken er huilend naar en kunnen weinig uitrichten.Wat wij kunnen doen? Nou, kennis nemen van het rijke verleden van Mali, van Timboektoe, van Bamako, van Segou. Waar landsgrenzen weinig verband hebben met de volken die ze herbergen. Lees bijvoorbeeld 'Segou, de aarden wallen', het epos van Maryse Condé. Waarin wordt verteld over een koninkrijk dat teloorgaat, over slaven, nomaden, de rol van vrouwen, de eerste blanke die in West-Afrika een kijkje neemt en, last but not least, de Islam die zijn intrede doet. Het tweede deel van Condé's boek is behoorlijk gewelddadig, maar het helpt om te begrijpen wat we niet op school leerden. Zelfs van de overzeese strijd, in Zuid-Amerika, wordt verslag gedaan. Wie, waarom elkaars bloed wel kan drinken. Over de waanzin van oorlog. Die families verscheurt. Het boek is ook nog eens erg goed geschreven. En prima vertaald.

Liever muziek? Kan ook. Van Zita Swoon bijvoorbeeld. Het is weliswaar een Belgische band, maar ze maken ook swingende muziek met Mamadou Diabaté Kibié. Uit Burkina Faso. Alwaar de moskee staat op de foto hiernaast. Die in mijn Westerse ogen verdomd veel lijkt op die in Mali (maar dat is vast net zoiets als het Colloseum in Rome vergelijken met de Sagrada famiglia in Barcelona). Toen ik, naar aanleiding van een blog van Sanneke, Zita Swoon hier in de schouwburg hoorde spelen, nodigde leadzanger Stef Kamil het publiek uit om te komen dansen, maar ook spoorde hij iedereen aan om vooral zelf een kijkje te gaan nemen in dat prachtige continent.
Terug naar de krant. Harriët Duurvoort roept in de Volkskrant van 2 juli Bono op om een hit te maken over het afschaffen van Europese landbouwsubsidies. Dat zou meer zoden aan de dijk zetten dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Die vooral corrupte regimes ten goede komt. Maar er is hoop. Want, zo schrijft ze 'in Ghana, is het binnenkort beter toeven dan in Griekenland. Ze haalt een Afrikaanse econome aan, ene Dambis Moyo. (ja, mensen, die hebben ze daar in Afrika óók. Een economie. En economen). Moyo pleit voor een gezondere markt. China timmert al aardig aan de weg. Letterlijk. China asfalteert Afrika. En Afrika gaat straks Europa redden. Wat zeg ik, dat doet het al. Want Afrika barst van de bodemschatten en Europa's economie is gebouwd op lucht. Chinezen beseffen dit en laten Europa links liggen. Misschien dat
Amsterdam, ergens in 2030, hulp krijgt van een Malinese troepenmacht, om
het doorbreken van de dijken door extremistische christenen uit Scandinavië en het laten overspoelen van Amsterdam te
verhinderen. Wie weet.
Labels:
Afrika,
Amsterdam,
China,
Dambis Moyo,
geweld,
Griekenland,
Harriet Duurvoort,
krant,
Mali,
Pular,
religie,
Santenkraam,
Segou,
Zita Swoon
donderdag 28 juni 2012
Ik weet het al hoor
Wacht, nee, Italië ìs helemaal geen monarchie meer. Maar een republiek. Een soort bananenrepubliek, met kiwi en aardbei.
Dat kleurt mooi samen.
Best sneu voor ze, zo zonder koning.
Weet je wat, ze krijgen een kroontje.
Vers gerooid en speciaal door Kees gesneden.
Italianen houden van mooi eten.
En van mooi voetbal.
En van mooie jongens.
Net als ik trouwens.
Mijn drietal speelde vanavond ook.
Op een
iets kleiner speelveld.
In de steeg.
Ik was de enige toeschouwer.
Lux hè.
Ze hadden mooie kleuren aan.
'de Duitse vlag', zei ik enthousiast.
Maar dat had ik dan weer mis.
dinsdag 26 juni 2012
Mijn dominoom
Station Zwolle. Stromende regen. Mijn nicht, zijn voormalige schoondochter, haalt me op. We drinken koffie en praten bij. Over ouders en kinderen, over ziekte, zoeken en sterven. Samen wachten we op mijn vader. Zijn trein uit Amsterdam heeft vertraging. Het is zomer. Het is koud.
Even later rijden we met zijn drieën door een lommerrijk, maar drijfnat landschap. Hier preekte hij, vlak na zijn pensioen. Nu ligt hij er zelf. Hij wil niet meer, zegt hij, bij monde van zijn zoons. Want als ik naast hem zit, en zijn hand vasthoud, zwijgt mijn oom. Hij slaapt.
'Ik ben het', zeg ik zacht en noem mijn naam. Dezelfde naam als die van zijn eerste vrouw, die doodging toen ik nog klein was. Mijn tante was dolblij toen ze via de telefoon hoorde dat ze werd vernoemd. Mijn nicht met wie ik hier nu ben, stond toen naast haar. Dat verhaal kende ik niet. Net als andere verhalen die ik hoor. Dat mijn oom op zaterdag 'onder hoogspanning' zou staan, omdat het schrijven van de zondagspreek soms stress gaf naar het schijnt.
Mijn vader logeerde als jongetje wel eens in de pastorie. Bij zijn zus, die al het huis uit was en was getrouwd. Met een dominee. Dat gaf wel status, zij was 'de mevrouw' en mijn vader dus 'het broertje van mevrouw', maar er was vaak weinig geld. Soms kregen ze een dode haas of een levende kip. Loon in natura. Mijn oom en tante wisten er geen raad mee. Schijnen zelfs een keer een tapijt te hebben uitgerold om de kippen terug in het hok te krijgen. Het was vaak koud. In dat grote huis naast de kerk. Een tafeltennistafel bood soms soelaas. Ik weet er allemaal maar weinig van. Maar mijn oom kon goed vertellen. En had een goed geheugen. Daar dacht ik zondag aan, toen ik zijn hand vasthield en afwisselend keek naar zijn slapende gezicht en de foto op de vensterbank. Waarop de lachende vrouw stond naar wie ik ben vernoemd.
Zou hij ook vaak zelf zo hebben gezeten? Aan een ziekbed of sterfbed? Bij mensen uit zijn gemeente in Surhuisterveen, Arnhem of IJmuiden? Of hier vlak om de hoek, op de plek waar hij als jonge dominee als eerste werd beroepen, in het Ommelanderwijk van de jaren vijftig?

In de trein terug naar Groningen lees ik 'Millemorti' uit. Na een zwaarbewolkte, donkere dag klaart het 's avonds toch nog op. Een gouden gloed valt over de stad.
Mijn oom werd zondag, eergister, wonderwel nog even wakker. 'Hij zei niets verstaanbaars meer maar begreep alles knikte met zijn hoofd.' Zo lees ik in de sms van mijn zus. Die even was overgekomen uit Berlijn, voor een laatste groet aan onze laatste oom.
Vanmiddag oom twee uur is de dominee gestorven. Hij wordt maandag begraven. Niet naast mijn naamgenoot, die ligt op
Texel. Want, zo zou zij gezegd hebben, je wordt begraven in de gemeente waar je sterft.
Het is goed zo.
Rust zacht oom.
Tot maandag.
Even later rijden we met zijn drieën door een lommerrijk, maar drijfnat landschap. Hier preekte hij, vlak na zijn pensioen. Nu ligt hij er zelf. Hij wil niet meer, zegt hij, bij monde van zijn zoons. Want als ik naast hem zit, en zijn hand vasthoud, zwijgt mijn oom. Hij slaapt.
'Ik ben het', zeg ik zacht en noem mijn naam. Dezelfde naam als die van zijn eerste vrouw, die doodging toen ik nog klein was. Mijn tante was dolblij toen ze via de telefoon hoorde dat ze werd vernoemd. Mijn nicht met wie ik hier nu ben, stond toen naast haar. Dat verhaal kende ik niet. Net als andere verhalen die ik hoor. Dat mijn oom op zaterdag 'onder hoogspanning' zou staan, omdat het schrijven van de zondagspreek soms stress gaf naar het schijnt.
Mijn vader logeerde als jongetje wel eens in de pastorie. Bij zijn zus, die al het huis uit was en was getrouwd. Met een dominee. Dat gaf wel status, zij was 'de mevrouw' en mijn vader dus 'het broertje van mevrouw', maar er was vaak weinig geld. Soms kregen ze een dode haas of een levende kip. Loon in natura. Mijn oom en tante wisten er geen raad mee. Schijnen zelfs een keer een tapijt te hebben uitgerold om de kippen terug in het hok te krijgen. Het was vaak koud. In dat grote huis naast de kerk. Een tafeltennistafel bood soms soelaas. Ik weet er allemaal maar weinig van. Maar mijn oom kon goed vertellen. En had een goed geheugen. Daar dacht ik zondag aan, toen ik zijn hand vasthield en afwisselend keek naar zijn slapende gezicht en de foto op de vensterbank. Waarop de lachende vrouw stond naar wie ik ben vernoemd.
Zou hij ook vaak zelf zo hebben gezeten? Aan een ziekbed of sterfbed? Bij mensen uit zijn gemeente in Surhuisterveen, Arnhem of IJmuiden? Of hier vlak om de hoek, op de plek waar hij als jonge dominee als eerste werd beroepen, in het Ommelanderwijk van de jaren vijftig?
In de trein terug naar Groningen lees ik 'Millemorti' uit. Na een zwaarbewolkte, donkere dag klaart het 's avonds toch nog op. Een gouden gloed valt over de stad.
Mijn oom werd zondag, eergister, wonderwel nog even wakker. 'Hij zei niets verstaanbaars meer maar begreep alles knikte met zijn hoofd.' Zo lees ik in de sms van mijn zus. Die even was overgekomen uit Berlijn, voor een laatste groet aan onze laatste oom.
Het is goed zo.
Rust zacht oom.
Tot maandag.
woensdag 20 juni 2012
Rápido, el árbol de los cuentos, progreso
Y entonces mi parte de la moto y yo realmente no sabía era que yo tenía, parece a mí, que tal vez podría echar un vistazo no tienes de lo que es un escándalo el borde de la quiebra."
Zoiets zei hij, tegen niemand in het bijzonder, maar waarschijnlijk in de microfoon van zijn mobiel. Geluid van schrapend metaal overstemde hem. Toen sleepte hij zijn fiets, of wat daar van over was, de stoep op, zette het ding in het fietsenrek en, macht der gewoonte, op slot. Ik kon hem niet verstaan, het ging me te rap. Rap? dat komt natuurlijk van rápido.... nóóit bij stilgestaan, wordt me de titel voor dit logje toch zomaar in de schoot geworpen! Goed, ik verstond er dus geen jota van. Of 'gota', zo je wilt.
Die bici (als je die drie keer door googletranslate heenloodst, wordt het vanzelf een 'moto', ach nou ja, tweewielers, whatever) of in dit geval dus eenwieler, die staat daar nu al een tijdje, inmiddels voorzien van een rode sticker, zodat de gemeente weet dat ie weg mag. Best een zielig gezicht. Nog zieliger lijkt het me om te zien hoe die Spanjaard er doorzakte. Doe je mee aan één of ander uitwisselingsproject, krijg je een spoedcursus Groninger studentenleven in de vorm van veel bier en veel fietsen, zak je zomaar door je achterpoten. Kan gebeuren. Shit happens. Sucede.
Wel weet ik dat ik op diezelfde reis mijn eerste schreden zette op het pad van de digitale schrijverij. Papierloos. Ik deed in Argentinië zoveel rare, nieuwe indrukken op die ik wilde delen, dat ik in elk internetcafé als een bezetene alles neertypte en de verhalen met één muisklik naar enkele lezers aan de andere kant van de oceaan mailde. Vreselijke Spaanse toetsenborden (de Duitse zijn ook een ramp). Drie jaar later ontdekte ik de charme van een blog. Waar tot voor kort geen hond kwam lezen. Langzaamaan kroop ik uit mijn schulp en kwamen er meer mensen lezen. Maar na zo'n 260 logjes, waarvan er 180 zijn gepubliceerd, tienduizend pageviews en 300 reacties verder, is het mooi geweest.
Misschien dat ik de aantekeningen over een Argentijns bejaardenhuis en vliegend toiletpapier eens kan uitwerken. Of de avonturen die ik beleefde in Iran, vier jaar geleden. Waar ik per ongeluk een paar vrouwen van een hurkplee joeg en een ijsje kreeg van een taxichaufeur in Teheran die keihard 'the Wall' van Pink Floyd draaide: "We don't need no education, We don't need no thought control.
Hoewel, deed ik dat niet al? En zonden de uitgevers aan wie ik mijn verhaal liet lezen, het niet allemaal keurig retour? Kan ik misschien toch beter mijn Spaans bijspijkeren. Ter voorkoming van wartaal als hierboven. Wordt ik ook niet meer uitgelachen door Spaanse obers als ik de rekening, la cuenta, wil betalen, maar in plaats daarvan om een verhaaltje, el cuento, vraag. Of was het juist andersom? Ik kan weer accordeon gaan spelen, dwarsfluit, Farsi leren, actief worden in de politiek, mentor worden bij het 'School's coolproject'. Er is veel.
Hoe dan ook, zes jaar is een mooie tijd voor
handdoeken en ringen, het breien van einden en het zetten van punten.
Creo que a eso le llaman progreso.
Dat heet volgens mij vooruitgang.
Labels:
blog,
Mercedes Sosa,
reizen,
schrijven,
Spanje,
taal,
verandering,
vooruitgang,
werk
zondag 17 juni 2012
Zossen en Hollande
Terwijl artistiek, alternatief of gewoon cultuurminnend Groningen zich per veer of zeilboot naar Terschelling heeft gespoed, ter ere van het Cannes van het lokatietheater, beter bekend als Oerol, bevind ik me, tussen de buien door, nog steeds in de Martinistad. Angstvallig hou ik buienradar in de gaten. Want komende week is het weer tijd voor het buitenschilderwerk. Leek me slim qua planning. Want, zo dacht ik, zomer = warm = droog. Maar dat klopt dus gewoon niet. Ben zeker nog blijven hangen in mijn Italiëtijd. Waar alles overzichtelijk en voorspelbaar is. Politici zijn er corrupt, wie vrijwillig belasting betaalt is mesjokke en na een koude winter volgt een droge zomer. Maar un estate Olandese is dus nat, koud en vooral wisselvallig.
Ik had het kunnen weten. Een duik in het archief van dit (ik krijg 'deze' niet over mijn lippen) blog leert me dat ik een jaar geleden, op vijf juni, bijkans verzoop in het noodweer. Een week later plaatste ik foto's van nieuwe dreigende luchten en wat werk betreft herinner ik me vooral veel gedoe met dekzeilen op steigers en te hoge ladders bij harde wind. Ook in de rest van Europa was het mis. Het was een wonder dat we in dat kampeerweekje níet zijn weggedreven. We zaten bij toeval in het enige stukje Frankrijk waar het droog bleef. Zuslief smste vanaf haar zuidelijker gelegen werkcamping, hoe de blubber het -pas gepoetste- sanitair inliep en hoe ze in de stromende regen in haar tentje zat te koken.
Maar gelukkig scheen in juni 2011 ook wel eens de zon.
In Zossen bijvoorbeeld. Dat onder de rook van Berlijn ligt.
We gingen erheen met de draisine.
Met de watte?
Met dit ding:
En ze hebben daar nog meer. In dat gat in de voormalige DDR. Je kunt er voor een schijntje huizen kopen. Of oude stations. Misschien moet ik binnenkort maar weer 's Oostwaarts. Moet ik wel nog even een Umweltsticker regelen. Want met mijn vieze diesel mag ik de Berenstad niet meer in. Of wacht, waarom trekken ze dat dat draisinespoor niet gewoon door naar Groningen? Of Rotterdam, Schiphol, Breda? Waar nu de Fyra nog rijdt. Die miljoenen verliezen lijdt. Het is weliswaar geen hsl, maar wel klimaatneutraal. Misschien kan je er zelfs stroom mee opwekken. Volgens mij heet zo'n ding ook wel een goudkarretje.
En als we die draisine laten doorrijden naar de Élysée, kan Hollande er zo mee naar Merkel. Dan zet ie zijn huidige en eerdere liefjes Valérie en Ségolène, beter bekend als Trierweiler en Royal aan het roer. Kunnen ze mooi wat geld rondpompen en hebben ze gelijk hun handen niet meer vrij om elkaar van de troon te twitteren. De slagboom kunnen ze om beurten openen en op de tussengelegen stations kunnen ze fijn de benen strekken op van die Zossener Fahrader. Waarmee je met je zadel moet trappen of
het voor- en achterwiel dwars kunt zetten. Best lastig hoor. Een Europese crisis is er niks bij. Intussen is het zondag en regent het alweer. Of nog steeds. De radijzen barsten open. Op Terschelling zullen ze wel dicht tegen elkaar aankruipen. Of ik morgen kan schilderen valt te bezien.
Weten jullie trouwens wat Oerol betekent.
Nee? Ik ook niet.
'Overal'.
Om met Loesje te spreken:
zondag 10 juni 2012
Komt een vrouw bij de
Laat ik die zin maar niet afmaken. Ik ben niet zo bekend met de auteursrechten in blogland. Pochen dat je kind op een filmster lijkt mag misschien nog nèt, maar dit riekt vast te veel naar misbruik. Heel Nederland weet intussen wel waar die vrouw kwam.
Ook ik moet misschien maar 's naar een dokter. Voor mezelf. Niet voor 'n ander, zoals ik vorige week deed bij de bloedbank, waar de dienstdoende arts me er op wees dat niet alleen mijn ijzergehalte maar ook mijn bloeddruk te laag was. Iets beter voor mezelf zorgen dus. Mijn eigen huisarts sprak ik trouwens ook al. Maar dat ging dan weer over hypotheken, Afrika, drugs en de klassenverdeling. Dat heb je zo, met een dokter die kinders heeft op dezelfde school als je eigen kroost.
Ok, prima, geen dokter dus. Dan gaat die vrouw toch gewoon naar de markt. En niet naar de gewone markt. Nee, dit was een heuse een-uur-voordat-het-Nederlands-elftal-moet-spelen-markt. Da's net zo zeldzaam als die Venus die eerder deze week voor de zon langs ging. Ik zag het niet, want ik was niet op Ameland. En in de rest van het land was Venus afgeschermd door een dik wolkendek. De aardappelman wist me bij het volscheppen van een zak muizen nog vrij relaxed te melden dat je die lekker in de schil kunt koken (vast geen voetballiefhebber). Ook de kaasvrouw was in voor een babbel. Ze vroeg hoe het met de vriendin van de vriendin was, die al twee keer was geopereerd aan een hersentumor. En toen ze vorige week kennis had genomen van mijn status van gescheidene (Goh, jee, echt wáár meid?) gaf ze me, met invoelende blik, een stuk kaas kado. Ik nam me voor om me dit keer ook
Nu ging het er om spannen. De fruitman had zijn appels al onderop de kar gezet. 'Doe maar tien kiwi's', het eerste dat ik zag, 'en een doos aardbeien' en weg was ik. De A-kerk wees vijf uur aan. De poelier was zijn kar al van het plein af aan het manoeuvreren. Oranje leeuwen fietsten, laverend met sixpacks bungelend aan het stuur, tussen de marktkarren door. De groenteman maakte er geen geheim van en zei, meer geïrriteerd dan verontschuldigend: 'Ja, hoor 's, ik wil de wedstrijd zien' en drapeerde zijn zeil over de broccoli. Geen groente dus.
Het leek alsof op elk moment een onweersbui kon losbarsten (gister, vrijdag, was ècht de bliksem ingeslagen in de Herestraat). De bloemenboer reed zich klem en stond met zijn neus bijna tegen de SUV van de Belg die zijn friettent wegsleepte. Achteruit rijden was onmogelijk. Ze blokkeerden beiden het fietspad voor de Korenbeurs, dat toch al volstond met barrels omdat iedereen nog gauw iets lekkers wilde scoren bij de AH. Er stonden welgeteld nog zes pijpjes pils van mijn favoriete merk in het allerlaatste krat. Voetbal op de buis betekent bier in je kruis.
Het was leuk geweest om de tijdstippen te noteren waarop de oerkreten opstegen uit de stad. En dan de toonhoogte of lengte van het gebrul te verbinden met doelpunten of gemiste kansen. Vergelijkend onderzoek doen. Met hoe apenkreten klinken of wat het met seks van doen heeft. Want soms leek het alsof heel Groningen tegelijkertijd (bijna) tot een hoogtepunt kwam. Na afloop hoorde ik dat Nederland met 1-0 verloor tegen de Denen. Arme Denen. Kunnen ze voorlopig niet rustig over hun markt struinen. Misschien hadden ze seks gehad voor de wedstrijd. Of juist niet. Ik las deze week een artikel over onderzoeken (meer het gebrek hieraan) die aantoonden dat dit voor sporters prestatieverhogend (of juist verlagend) zou werken. Over spieren, aandacht en het 'knuffelhormoon' oxytocine. Misschien moest ik maar 's onderzoeken of er nog dansgrage gedesillusioneerde manspersonen in de stad zijn.
Ik stuur een sms. Of hij nog gaat dansen. 'Als je me vraagt', luidt het antwoord. Tja. Het is laat. Nachtrust is een goed medicijn voor je weerstand. Hij vraagt of ik bij hem kom. Maar ik ga slapen. Ik hoef geen wedstrijd te winnen.
Zondagochtend eet ik verse radijsjes uit de kindertuin.
Die zijn rijk aan ijzer naar het schijnt.
Un ravanello al giorno, toglie il medico di torno
(a radish a day keeps the doctor away).
Er komt geen vrouw bij de dokter.
En ook niet bij de groenteboer.
Een gezonde zondag allemaal!
donderdag 7 juni 2012
Occuperry
8.45 u. Donderdagochtend. Gewapend met mijn beitels fiets ik langs de vismarkt. Waar tentjes staan.
Niet één of twee, maar wel tien, twintig. Terwijl ik me in het fietsspitsuur al slalommend een weg baan naar de plek waar ik mijn gereedschap weer scherp kan slijpen, overpeins ik het tafereel. En trek conclusies. Ongewild.
Tenten? Binnenstad? Dat is vast van de occupybeweging. Maar die stonden toch op dat veldje achter de mediamarkt? Met een hek er om heen en al? Zouden ze daar zijn weggejaagd? Er stonden wel 's bloemetjes buiten, en een in het gras geprikt bordje met: 'Als het milieu een bank was, was het al lang gered'. Of zoiets. Een klant van mij, die net is verhuisd naar een koophuis (ja zeker lieve lezers, er zíjn mensen die heden ten dage een huis kópen), en er van baalde dat ze haar pas gelegde, gave laminaat uit haar huurwoning moest slopen, gaf het toen maar aan de occupiers kado. Die waren er erg blij mee, zei ze. Maar ik vroeg me af, toen ze dit vertelde terwijl we de stand van zaken van de badkamer in haar nieuwe woonst doorspraken, wat moet men in vredesnaam in een tènt met laminaat? Of zouden ze het willen opstoken? Zal wel gaan stinken dan.
Ook dacht ik, op deze dag waarop het volgens de radioweermannen tien graden kouder is dan het moet zijn; 'wat moet een occupymens nu met zulke dure schoenen, zo'n nette jas?' En de tenten oogden ook al zo strak en nieuw. Occupiers waren toch meer van die rasta-, geitenwollen- en Chileens macramé types? En hoe moet dat morgen nu met de markt? Wordt zeker tussen de tentjes door opgebouwd. Of zo. Misschien is occupy wel synoniem voor 'dwalend rijkeluiskind dat met drie voortijdig afgebroken studies -'Het voelde niet oké, weet je'- plots de wereld wil redden met behulp van een dikke oudertoelage'. Maar dat ondertussen, na een koude natte winter in een klamme tent, zo enorm verlangt naar een echt huis, dat zelfs laminaat leggen in een tént een optie is. Zoiets dacht ik dus. In die drie seconden dat ik langs de markt fietste.
In de werkplaats besloot ik zelf de decadente klusser uit te hangen en de beitels te láten slijpen.
Heen en terug naar mijn werk nam ik via de autoradio kennis van wat er zoal werkelijk gebeurt in Groningen. Rond de beide markten. Er is geld tekort. Dus moet òf de herinvoering van de tram òf de aanpak van de zuidelijke ringweg worden geschrapt, burgemeester Rehwinkel zal vanmiddag de eerste Duitstalige gids voor Groningen presenteren bij het VVV-kantoor en het college van B&W wil dat de 'warenmarkt' (ik leer elke dag nieuwe woorden bij, even herkauwen hoor: 'wárenmarkt') op de Grote markt binnen vijf jaar zal verdwijnen. Ook hoor ik dat een grote tent van occupy kort geleden afbrandde. Dat zet mijn hersenkronkel omtrent het opstoken van laminaat in een iets ander daglicht. Deze hele alinea kan natuurlijk weg, iets met 'kill your darlings' of zo. Ik laat het lekker toch staan. Leuk voor later (waar gáát dit over?). Ik moet nog veel leren. Beitels onder een goede hoek slijpen bijvoorbeeld. Ook wat schrijven door te schrappen. Ook qua titels. Die mag de clou natuurlijk niet verraden. O ja, een clou. Een plot. Ook donderdagen hebben natuurlijk een middag. Waarop kinders èn beitels moeten worden opgehaald van leer- en werkplaats.
13.45 uur. Ik fiets opnieuw door de stad langs de Vismarkt. De tenten staan er nog. Naast elke tent wappert een rode vlag. Met witte letters. De stadscamping blijkt een actie te zijn van een plaatselijke sportzaak. Om zo haar nieuwste vakantieonderkomens onder de aandacht te brengen. Vanmorgen speet het me nog dat ik geen foto kon maken. Nu ben ik blij dat ik nog steeds geen camera heb. Had ik toch bijna gratis reclame gemaakt voor Occuperry Sport.
Niet één of twee, maar wel tien, twintig. Terwijl ik me in het fietsspitsuur al slalommend een weg baan naar de plek waar ik mijn gereedschap weer scherp kan slijpen, overpeins ik het tafereel. En trek conclusies. Ongewild.
Tenten? Binnenstad? Dat is vast van de occupybeweging. Maar die stonden toch op dat veldje achter de mediamarkt? Met een hek er om heen en al? Zouden ze daar zijn weggejaagd? Er stonden wel 's bloemetjes buiten, en een in het gras geprikt bordje met: 'Als het milieu een bank was, was het al lang gered'. Of zoiets. Een klant van mij, die net is verhuisd naar een koophuis (ja zeker lieve lezers, er zíjn mensen die heden ten dage een huis kópen), en er van baalde dat ze haar pas gelegde, gave laminaat uit haar huurwoning moest slopen, gaf het toen maar aan de occupiers kado. Die waren er erg blij mee, zei ze. Maar ik vroeg me af, toen ze dit vertelde terwijl we de stand van zaken van de badkamer in haar nieuwe woonst doorspraken, wat moet men in vredesnaam in een tènt met laminaat? Of zouden ze het willen opstoken? Zal wel gaan stinken dan.
Ook dacht ik, op deze dag waarop het volgens de radioweermannen tien graden kouder is dan het moet zijn; 'wat moet een occupymens nu met zulke dure schoenen, zo'n nette jas?' En de tenten oogden ook al zo strak en nieuw. Occupiers waren toch meer van die rasta-, geitenwollen- en Chileens macramé types? En hoe moet dat morgen nu met de markt? Wordt zeker tussen de tentjes door opgebouwd. Of zo. Misschien is occupy wel synoniem voor 'dwalend rijkeluiskind dat met drie voortijdig afgebroken studies -'Het voelde niet oké, weet je'- plots de wereld wil redden met behulp van een dikke oudertoelage'. Maar dat ondertussen, na een koude natte winter in een klamme tent, zo enorm verlangt naar een echt huis, dat zelfs laminaat leggen in een tént een optie is. Zoiets dacht ik dus. In die drie seconden dat ik langs de markt fietste.
In de werkplaats besloot ik zelf de decadente klusser uit te hangen en de beitels te láten slijpen.
Heen en terug naar mijn werk nam ik via de autoradio kennis van wat er zoal werkelijk gebeurt in Groningen. Rond de beide markten. Er is geld tekort. Dus moet òf de herinvoering van de tram òf de aanpak van de zuidelijke ringweg worden geschrapt, burgemeester Rehwinkel zal vanmiddag de eerste Duitstalige gids voor Groningen presenteren bij het VVV-kantoor en het college van B&W wil dat de 'warenmarkt' (ik leer elke dag nieuwe woorden bij, even herkauwen hoor: 'wárenmarkt') op de Grote markt binnen vijf jaar zal verdwijnen. Ook hoor ik dat een grote tent van occupy kort geleden afbrandde. Dat zet mijn hersenkronkel omtrent het opstoken van laminaat in een iets ander daglicht. Deze hele alinea kan natuurlijk weg, iets met 'kill your darlings' of zo. Ik laat het lekker toch staan. Leuk voor later (waar gáát dit over?). Ik moet nog veel leren. Beitels onder een goede hoek slijpen bijvoorbeeld. Ook wat schrijven door te schrappen. Ook qua titels. Die mag de clou natuurlijk niet verraden. O ja, een clou. Een plot. Ook donderdagen hebben natuurlijk een middag. Waarop kinders èn beitels moeten worden opgehaald van leer- en werkplaats.
13.45 uur. Ik fiets opnieuw door de stad langs de Vismarkt. De tenten staan er nog. Naast elke tent wappert een rode vlag. Met witte letters. De stadscamping blijkt een actie te zijn van een plaatselijke sportzaak. Om zo haar nieuwste vakantieonderkomens onder de aandacht te brengen. Vanmorgen speet het me nog dat ik geen foto kon maken. Nu ben ik blij dat ik nog steeds geen camera heb. Had ik toch bijna gratis reclame gemaakt voor Occuperry Sport.
Abonneren op:
Posts (Atom)
