zondag 6 september 2015

Over kippenbotjes, gelukszoekers, de afstandsbediening en incassobureau's 2/2

(Van er aan vooraf ging)

De meneer van de consumentebond (Combée), beweert dat mensen met schulden te snel en te vaak onheus worden bejegend. Mevrouw de politica (Schouten, Chistenunie, maar mooi wel ongehuwd moeder) spreekt over wetten die er zijn, zonder dat de handhaving is geregeld. Daar werkt ze nu aan. Samen met haar PvdA collega. (Dat wordt nog leuk: boetes opleggen aan boeteopleggers terwijl de politie staakt). Meneer Stigter zegt dat de achtentwintig bij hem aangesloten incassobureau's samen vier miljoen zaken behandelen. Waar een bedrag van zeven miljard euro mee is gemoeid.  
Zéven miljárd?!
Wat nou 'Griekenland leeft op de pof'

Wat er toen volgde, volgde ik niet meer. Mede omdat mijn kippetje (waarvoor de boer slechts negentig cent per kilo krijgt) op was, ik toe was aan koffie en er een whattsappje kwam van Leo (14) "niet gesprek na training vergeten, mam!" (Toch fijn dat zoonlief moeders een beetje bij de les houdt).

Maar nu het plan.

Vluchtelingen. Daar heeft u onlangs vast wel iets over gehoord of gezien. Zij betalen geld voor hun overtocht. Er circuleren bedragen van rond de achtduizend euro. Als we dat nu eens naast het bedrag leggen dat is gemoeid met een gemiddelde 'zaak' van een wanbetaler. Zeven miljard gedeeld door vier miljoen maakt zeventienhonderenvijftig euro. Hoeveel geld er nog gevorderd wordt door (malafide) incassobureaus die geen lid zijn van Ultimoo, mag een oplettende lezer verder uitpluizen. Ik ben per slot geen journalist maar slechts een alleenstaand kippenkluiver. En hoeveel zaken er per huishouden zijn, weet ik ook niet. Laten we er vier per gezin van maken. Dat maakt een schuld van zevenduizend euro. Een schuld die, tenzij je iets met kwijtschelding of bewindvoering doet, echt niet minder wordt. Eerder meer. Daar ging het bij Max ook over.

Wat te doen? Elke wanbetaler, of dit nu een postzegelspaarder is die een factuurnummer vergeet of iemand die er PGB-geld doorheen jast, krijgt een gelukszoeker in huis. Door de eerdere som kun je dan één miljoen mensen/ gezinnen onderdak bieden. Plek zat. De gast betaalt daarvoor zevenduizend euro (daar kan Air-bnb niet tegenop). Dat had hij er per slot toch al voor over om zijn geluk hier te beproeven. Blijft er nog duizend euro over. Daar kan je dan best een menswaardige trein- of vliegreis van betalen.

Het wordt een prachtige Win-win situatie. Want de nieuwkomer heeft voor de overtocht lang gespaard. Een deugd waar schuldenaren niet rijk mee zijn bedeeld. Met het geld van de nieuwkomer wordt (een deel van de) de schuld betaald. In ruil krijgt hij en/ of zij onderdak en als extra dank voor die gastvrijheid krijgt het gastgezin ook nog les in budgetteren. Omgekeerd leidt dit bij de nieuwkomer onherroepelijk tot een snelle inburgering in formulierenland. Hij of zij leert de taal, dat het normaal is een hond surfles te geven, dat je ongetrouwd of als homopaar door het leven kunt gaan, dat je niet ongestraft mag 'voorproeven' op de markt -hebben ze in Ter Apel soms last van- en dat er niet in elk huis afstandbediening is. Dat het vaak sappelen is. Dat je als ouder, ook als er niks met je kind aan de hand is, wel wordt geacht aanwezig te zijn bij een ouderavond. Op tijd. En die argwanende Hollander kan ervaren dat niet elke moslim bijt.

Want Ebru Umar schrijft het mooi hoor. Dat zij, als kind van gelukszoekers, niet zit je wachten op nog meer gelukszoekers. Niet uit eigenbelang, maar omdat het niet meevalt. Kan ze over meepraten. Maar zo'n betoog is net zo doelloos als een jongere uitleggen dat geld dat op je rekening staat, niet van jou is. Dat drank en drugs slecht zijn. Dat je veilig moet vrijen. Leuk bedoeld. Maar net zo heilloos als een gelukszoeker uitleggen dat het goud hier niet voor het oprapen ligt.
Dat moet je met eigen ogen zien.
Ervaren. Op je bek gaan. Of niet.

Onuitvoerbaar? Onethisch? Wellicht. Maar niet minder ethisch dan toekijken hoe de Middellandse zee verwordt tot massagraf. Waar aan wordt verdiend door mensen met minder geweten dan een gemiddeld incassobureau. Wie dood aanspoelt op het strand heeft geen slapeloze nachten meer. Die wordt gewoon nooit meer wakker.



Bijna jammer dat ik geen schulden heb. Het lijkt me namelijk best gezellig. Zo'n gelukszoeker die de toekomst voorspelt in de botjes op mijn bord.

zaterdag 5 september 2015

Over kippenbotjes, gelukszoekers, de afstandsbediening en incassobureaus 1/2

Op zo'n eerste kindvrije avond ben ik altijd een beetje van God los. Tafel dekken -jawel, mét tafellaken- is dan passé. Hangend op de bank kluif ik aan het restje kip van gister. Achter een heuse beeldbuis. In een nog niet zo ver verleden had ik digitale tv. Die kon je terugkijken, pauzeren en er was zelfs afstandsbediening. Maar ergens tussen scheiding en verhuizing in, zijn deze moderniteiten verdwaald. Het zou ook niet helpen, want met die vette vingertjes glibbert zo'n apparaatje maar uit je handen. Met mijn enige schone vinger druk ik op een echt knopje. Eens kijken wat 'er op' is.

Ik val middenin Max. Het gaat over surfende honden en Engelandvaarders waarvan een derde de overkant niet haalde. Zo ontdek ik een dag later op internet. Maar dat mis ik. Net als boze agenten die iets níet gaan doen met verkeersboetes en vluchtelingen die worden toegezongen. Nee, terwijl ik genietend op botjes sabbel, word ik gefêteerd op 'meldpunt incassobureau'. Waarbij de wereld overzichtelijk wordt onderverdeeld in zieligerds en weldoeners. Dat kijkt toch fijner. Hoef je niet na te denken.

Maar dat doe ik natuurlijk toch. Nadenken. Want het is mij te makkelijk om een arme-stakker-gevoel op te roepen door een vierentwintigjarige knul in beeld te brengen die het PGB geld van zijn stiefdochter oneigenlijk gebruikte. Op een versleten bank. Met zijn pasgeboren baby'tje. -Aáááh, pril gezinnetje. Vertéderend!- De toonzetting van de incassobrieven houdt hem uit zijn slaap. De presentatrice doet er nog een schepje bovenop met het mantra dat hij als 'crimineel' worden neergezet.

Eh, pardon? Volgens mijn logica is iemand die iets koopt en niet betaalt of (overheids-) geld besteed aan iets waar het niet voor is bedoeld, toch echt onwettig bezig. Maar dat zal wel ouderwets zijn. Deze wanbetalers zijn keurige mensen. Criminelen natuurlijk niet. De jongeman leeft van een uitkering en staat onder bewind. (als hij zijn post nou eens ongeopend naar zijn bewindvoerder brengt, lijkt me het probleem van de slapeloosheid deels opgelost).

Een andere, nog keuriger mevrouw, had eens een betaling gedaan zonder betalingskenmerk. Voor de postzegelverzameling van haar zoon. Ook bij haar viel een dreigbrief op de mat. Hoe durfden ze?

Volgens meneer Stigter van de Utimoo groep wordt er gemiddeld zeven keer achter een wanbetaler aangebeld. Bij deze postzegelmevrouw werd de zaak opgelost nadat ze zelf contact opnam. Maar die voorgeschiedenis horen we pas als ze onze compassie al lang heeft. De kaart die (erg kort) in beeld word gebracht door meneer Stigter vind ik een voorbeeld van klantvriendelijkheid. Maar de mevrouw voelt zich als crimineel bejegend. 

Weet je waar ik als éénpitter een hekel aan heb? Aan klanten die geen betalingskenmerk op hun overschrijving zetten. Maar ik denk natuurlijk te simpel. Of juist te ingewikkeld.

Want ergens tussen een vleugeltje en de rest van het kippenkarkas rees er een lumineus plan. Een soort omdenkplan. Iets met vluchtelingen en incassobureau's en met een beetje fantasie zelfs over Engelandvaarders en politiestakingen.

Maar dat komt morgen.

zondag 23 augustus 2015

Nederland is vol


Nederland is vol. Dus bouwen we een nog groter hek om fort Europa.
of
Nederland is vol. Maar mensen die hierheen komen zijn zielig dus die kunnen 'we' niet weigeren
of, de nieuwste:
Nederland is vol dus gooi de grenzen open want dan kunnen 'ze' na een snuffelstage in asielzoekersverwerking ook ooit weer terug om te zeggen 'Het valt tegen daar. Geen werk en het leven is duur.'  Want zo'n heen en weer van mensen is er altijd al geweest, met een hek sluit sluit je de terugweg af en versterk je het beeld dat hier wat te halen is.

Die laatste komt van Leo Lucassen en maakte zelfs de tongen los in de Telegraaf. Die ik las op een verlaten campingterras in Sint Nicolaasga. De columniste vond de vergelijking met de val van de muur nergens op slaan. Omdat het daar ging om onderdrukten van een communistisch regime.

Misschien is dat zo. En een mensensmokkelaar van toen kan nu rekenen op een podium. Wolfgang W. vertelt in 'Speeches' trots hoe hij instructies gaf om met behulp van een nagelschaar je oude paspoort te versnipperen. Hij regelde 'westerse' kleding en gaf 'les' in westerse gewoontes. Dus niet zielig in een hoekje je lot ondergaan maar zelfbewust en arrogant eisen wat je toekomt. Om niet op te vallen. Hij had 220 mensen geholpen. Vooral artsen.   
 
Anno 2015 gaat Arnold Karstens zowel naar Calais als Kos en schrijft over hoe telefoonverkopers meer geld verdienen dan degene die souvenirs aan de man wil brengen. En dat de nieuwkomers hun neus ophalen voor het noodhotel waar Griekse vrouwen dagenlang aan het poetsen waren. Een ongemakkelijk gegeven. Want vinden we eigenlijk niet dat alleen zonaanbidders eisen mogen stellen aan hun onderkomen? Ook al was voor hen de reis naar Kos waarschijnlijk tien keer goedkoper. En tien keer korter. Maar ook dat is vast geen goede vergelijking. Over de strandvlucht van bloteriken hoor ik namelijk nooit wat (of het moet iets van 'Red mijn vakantie' zijn) maar heel Europa praat over die reizigers vanuit het Oosten. Van bedrijfskantine tot in het torentje. Volgens Merkel zou het financiële Griekenlanddebacle zelfs in het niet vallen bij deze 'kwestie'. De gemene deler tussen de halfnaakte westerlingen en de gesluierde oosterlingen is wel de tijdelijkheid van hun strandverblijf.

Ik ga niet naar Kos. En kom ook nooit in een torentje of een kantine. Da's soms wel jammer, want waar en met wie kan ik dan van gedachten wisselen? Daar heb je toch echt anderen voor nodig.

Dus toog ik gisteren naar de stad. Waar ik danste en praatte en dronk. En op het Noorderzonfestival een woordeloze voorstelling bezocht in zó'n krap theaterzaaltje dat de knieën van de vrouw achter me in mijn rug priemden en de mijne in de rug van de dikke man voor me. 'Niet geschikt voor mensen die niet tegen kleine ruimtes kunnen', stond er op de pipowagen. Die hevig schudde tijdens deze 'zintuigenvoorstelling'. Waar een tocht over en onder water werd gesimuleerd. Het had wel wat weg van een volgepakt bootje. Toen ik uitstapte mengde ik me in de mensenmassa en schuifelde richting podium Zuid.

Ik vroeg wat rond naar een mogelijke 'afterparty'. Maar om daarvoor in aanmerking te komen diende je in het bezit te zijn van 'een zilveren bandje'. Als teken dat je werkzaam was op Noorderzon. Als vrijwilliger. Dat had ik niet. Want ik werkte er niet. Onderscheid moet er zijn. Misschien heb ik morgen meer geluk. 

Om één uur 's nachts dunde de mensenmassa uit. Blanke, dronken cultuurminners maakten langzaam plaats voor groepjes opgedirkte Arabische en Iraanse jongeren. Zij had de boot gemist. Maar ze waren vast ook niet vrijwillig in de pippowagen gestapt. Ik fietste moe maar voldaan weer naar huis.

Een week eerder deed ik dat ook. Fietsen. Ideetje van Leo (14). Die wilde zo graag eens met mams op fietsvakantie. Nu heb ik weinig op met fietsen als recreatief tijdverdrijf, maar omdat het doorwerken met een gebroken duim mij niet verstandig leek, kreeg Leo toch zijn zin. Het was een prima manier om de zomervakantie mee af te sluiten en Nederland te verkennen.

Tot slot nog een laatste waarschuwing voor iemand die in Turkije de oversteek wil wagen en door 'Kos' te googlen per ongeluk op dit blog belandt: 'Onderstaande beelden kunnen een vertekend beeld geven van de werkelijkheid.'  Maar, zoals u weet, gebeurt dit ook met het beeld dat we van u hebben.

Oordeel zelf.
Dat is een westerse gewoonte die u zich na aankomst het beste meteen kunt aanleren.
We doen hier weinig anders.

Hindeloopen
Woudsend
Rohel


Sint Nicolaasga
Heeg
Onlanden
Bij Thesinge









Noorderzon






woensdag 19 augustus 2015

Floortje Langkous

Floortje Dessing, die acht seizoenen het reisprogramma 3-op reis presenteerde, houdt het voor gezien. Ze gaat wat anders doen. Dat wist ik niet. Toch prettig dat zulke mooie programma's in komkommertijd worden herhaald.

Zo gaat ze in Teheran onder meer op bezoek bij de voormalige Amerikaanse ambassade, waar de gijzeling honderd keer langer duurde dan de bedoeling scheen. Ondertussen werd in 1979 de eerste Islamitische republiek uitgeroepen en de Sjah van de troon gestoten. Ook bij hem gaat ze op bezoek. Althans, zo lijkt het. Ze struint rond in het paleis waar de Sjah, zijn vrouw Farah Diba en hun vier kinderen woonden. De kamers waar zij in weelde leefden zijn bijna aan te raken. Op de muur van de badkamer van koningszoontje Ali-Reza zijn stickers geplakt. Waaronder één van Pippi Langkous met op haar hoofd meneer Nilson, haar aapje. (min. 14.22)

Na deze aflevering volgt de laatste op 30 augustus. Die kun je gewoon online zien, maar voor de bankhangers onder jullie, zeg ik het toch maar even. Want dan zoeft Floortje omlaag vanaf bijna verlaten Iraanse skipistes, ooit bedacht door die eerdere Sjah. De ei-liftjes waar ze in zit -compleet met Milka reclame-, zijn zo retro dat het bijna hip is. En ze bezoekt Thomas Erdbrink, één van de weinige Westerse correspondenten in Iran. Hij ontving met zijn team twee maanden geleden de Nipkowschijf 2015 voor de serie 'Onze man in Teheran'. Ook een aanrader.

Maar wat mij betreft mocht Floortje deze prijs krijgen. Omdat zij, meer nog dan Erdbrink, een onbevangen nieuwsgierigheid uitstraalt. Die ontwapent. Eigenlijk is ze een soort Pippi. Die laatste wil haar vader bevrijden, die zit gevangen op een eiland in de Stille Zuidzee. Als ze met haar luchtbed op een bergtop strandt, bouwt ze van een fiets een vliegtuig. Floortje kampte vorige week ook met motorpech. Bij Alaska. Door van het dekzeil een zeil te maken voorkwamen ze verder te worden weggeblazen, de ijskoude zee op. De flessenpost was 45 jaar na Pippi vervangen door Floortjes satelietttelefoon.

Als afsluiter zien je een selectie van al haar bijdragen aan elkaar. Wie goed oplet, leest ook: (bij min. 30.30) 'Wellcome to Syria'.
Stof tot reflectie.
Hoe zou het zijn als degenen die op Kos aan land stappen of spoelen, zo'n bord zouden zien staan? Niet als welkomstgroet voor een vakantie, maar als troost omdat je huis en haard achter je liet en aan het begin staat van het avontuur dat misschien wel 'de rest van je leven' heet. 


In datzelfde Syrië zitten nu ook mensen gevangen. In een burka. Of als eigendom van Abu Bakr Al Bagdadi of Abu Sayaf. Helaas zijn huidige bombardementen minder precies dan Pippi's kanon. Er kwam geen gat in de vesting om Kayla Mueller te laten ontsnappen uit de klauwen van de hedendaagse Bloed Barend en Messen Jochem. En voor wie meent dat deze laatste twee louter zijn ontsproten aan het brein van de schrijfster, hier lees je dat Lindgren haar boek baseerde op het leven van ene Carl Peterson. Die in 1904 als enige een schipbreuk overleefde en terecht kwam op het eiland Tabar, in Papoea-Nieuw-Guinea. Hij sloot daar vriendschap met de kannibalen en trouwde met de dochter van het stamhoofd.
Zo gingen die dingen in die tijd. Nog steeds.
Peterson scheen trouwens net als Pippi's vader ergens een schat te hebben begraven. Maar dat wist Astrid Lindgren dan weer niet.

In 1970, het jaar dat Floortje werd geboren (en ik toevallig ook) werd de Pippifilm opgenomen in onder meer Barbados, op de Cariben en in Budva, in het huidige Montenegro. Pippi is naar eigen zeggen 'overal geweest'. Maar Floortje weet dat met haar open blik ook nog eens prachtig te brengen! Ze krijgt van mij een Pippipenning!

Welkom thuis en alvast van harte gefeliciteerd!
(31 augustus is ze namelijk jarig)
En veel plezier met de rest van je leven!

Ik hoop dat je nog veel mensen zult besmetten met het reisvirus.
En zelf onderweg niet meer ziek wordt. 





 

maandag 10 augustus 2015

Daar gaat mijn imago van alleskunnend alleenstaand ondernemend ouder

In de zeven jaar dat ik mijn brood verdien met klussen was me dit nog niet eerder overkomen. Althans, ik had uiteraard wel vaker met een hamer misgeslagen, maar dat had nooit meer dan een van blauw naar paars naar geel verkleurende nagel tot gevolg gehad. Nooit eerder brak ik een kootje. Maar nu wel. Zo zei de radiolooog.

Daags voor ik mijn duim op het hardhouten aambeeld legde, las ik een artikel over de diverse mogelijkheden om je als éénpitter te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Het bleef bij lezen.

En daartoe ben ik nu weer veroordeeld. Tot lezen. In de wachtkamer van huisarts, radioloog en spoedeisende hulp spelde ik de huwelijksperikelen van celebrities die ofwel hun lief betrapten op vreemdgaan of het na een tijdje weer goedmaakten. Ik weet nu alles over hoe Onassis op zijn tachtigste zowel Jackie Kennedy als Maria Callas op zijn yacht het bed in kreeg en ook de affaires van François Hollande zijn voor mij geen geheimen meer. Van recenter datum waren de 'interviews' met jonge meiden in de Viva. Of was het de Vriendin? Over hun onderscheid tussen 'daten' en 'een relatie'. Waarbij het dan gek genoeg bij dat daten toch niet de bedoeling is dat je ene date je met een andere 'date' signaleert. 

Genoeg roddellectuur. Tijd voor serieuzer zaken. In het zonnetje voor het ziekenhuis overdacht ik hoe dat nu moest. Met mijn werk en zo. Vragend keek ik om me heen of er ook rokers waren. Niet om wat te bietsen, maar om voor mij een shagje te draaien. Want met één duim is dat lastig. Net als veters strikken, een elastiekje in je haar doen, een beugelflesje Glosch openen of een pot verf. Ramen monteren, draden strippen, een deur afhangen.
Ik wist het even niet meer. Voelde me onthand. Stapte uit arren moede in een bus waar 'Grote markt' op stond. Dat was weliswaar slechts vijf minuten lopen. Maar zielige mensen mogen met de bus. Deze bus ging inderdaad de stad in. Via Selwerd, Paddepoel en zelfs tot het eind van de campus van Zernike, zes kilometer buiten het centrum. De weinige inzittenden keken elkaar vragend aan toen er zelfs 'Veendam' op het scherm verscheen. Toch fijn van die norse chauffeur om mij nog wat bedenktijd te geven: 'U bent toch al in de stad?!' Ik moest me inhouden hem geen opgestoken duim toe te werpen.
 
Als troost struinde ik bij van de Velde (wat een prachtige winkel!) alle boeken af die mijn veellezer  Kees (11) zou kunnen waarderen. Toch koos ik bij de warme klanken van Omara Portuondo (si llego a besarti) voor de bijbel. Een dwarsligger. Hoewel er al een ongelezen bijbel in mijn kast staat. Maar dit is er één voor ongelovigen. 
'Is het een kadootje?' 'Ja, voor mezelf.' 'O, voor je duim.' 'Nee, ik ben bijna jarig.'
Maar nu nog even niet.

Gewapend met de bijbel van Guus Kuijer trakteerde ik mezelf ook nog op koffie met taart. Tegenover het prachtige pand waar ik drie jaar geleden een aantal klussen deed. En iemand me voor ideale vrouw uitmaakte.
 
Niet aan denken. Eerst genieten. Met moeite sloeg ik de flinterdunne bladzijden om.
 
Toen de A-kerk vier uur sloeg, stond ik op en kocht op de markt overmoedig nieuwe slaplantjes. Maakte een praatje met de postbode. Een ander soort vriendin dan in de wachtkamer. Maar relaties zijn ook in het echte leven geliefd onderwerp van gesprek. We zijn beiden weer single. Aan de andere kant van de Vismarkt brachten vier jonge jongens een virtuoos jazzstuk ten gehore. Naast lezen is ook luisteren met negen vingers prima te doen. 'This is music from my country, from Brazil', riep de vrouw naast me euforisch, terwijl ze -met een blik op haar dochtertje- haar swingen bedwong. Het tweede nummer dat werd ingezet stopte abrupt. De vrouw naast me zong het verder en vroeg de band om vooral door te spelen. Ik wees haar op de contrabassist. Die trok het niet. Met een vertrokken gezicht bekeek hij zijn vingers. Waar tape omheen zat. 
Gedeelde smart heeft ook wel wat.


vrijdag 7 augustus 2015

Onderweggenoten

Kantoorklerken spoeden zich, samen met trager sjokkende toeristen, richting station. De broodjes die de kinderen vanmorgen voor me smeerden smaken goed. Rechts van mij tuttelt een moeder met honderd kroesvlechtjes met haar baby. Links van mij wordt de dag, of het leven, of voetbal, of god mag weten wat besproken. In het Arabisch. 

Een hooggehakt groen broekpak klikt voorbij. Flarden Afrofrans. Een man leest lopend een boek. Een gouden dasspeld blinkt in de zon onder een rode jas. Net flets genoeg om niet op te vallen in de massa.

Vertrekkend volk. Wachtenden. Jaar in, jaar uit, eeuwenlang. Een station als een roman zonder einde.

Een marineblauwe dame met bijpassende hoofddoek praat met de I-phone aan haar oor. Een bebaarde hipster lijkt, ondanks zijn honderd plus kilo, te huppelen op zijn muziek die via snoertjes naar zijn oren loopt. De cabrio die langsbromt is minder discreet. 

Op de tas van een Griekse vrouw pronkt een paars vrijheidsbeeld. Ze peutert in haar neus. Als haar vriend niet tegen haar had gepraat, wist ik niks van haar oorsprong. Op de trap stopt een vrouw in Berberkleding met een kolossale tas op haar hoofd. Het meisje aan haar voeten weigert verder te lopen. Maar moeders kan het kind er niet bij dragen. Ze komt ergens vandaan. Gaat ergens naar toe. Net als ik.

Mijn trein had vertraging en ik miste mijn aansluiting. Gelukkig was hij niet afgelast. Of uitgelast, afgeschreven of hoe heet dat hier in Vlaanderen ook al weer? Amai!

In Luik praatte men 'un beetje' Nederlands. Een Turk veegde de druilregen met een wisser van zijn  terrastafeltjes. Zijn koffie was goedkoop maar niet Italiaans. Station Liège Guillemins, van architect Calatrava, was te groot voor het scherm van mijn smartphone. En ook de voorbijgaanden in Brussel, zijn meer dan ik in één logje kan vangen. Er schijnt een winderig zonnetje.

De geparfumeerde man die naast me in de trein zit, drinkt vast vaker cola dan ik. Bij hem springen tenminste geen tranen in de ogen. De jongen vóór mij hangt met geblindeerde ogen over twee stoelen. Net als zijn twee vrienden lijkt hij de mensen die in onvervalst Rotterdams op hen foeteren niet te verstaan: 'Je reist toch same, ga dan bij elkaar sitte!'

Mijn vakantie is voorbij. De kinderen gaan verder naar Frankrijk met hun vader. Maar ik kan het moederen niet laten. Bij Maline, of 'Mechelen' zo u wilt, spreek ik de geblindeerde jongen aan. Een bits 'I don't speak English' is het antwoord. Maar na 'Le train est plain, vous occupez deux place', schuift hij toch verveeld zijn voeten in zijn hagelwitte Adidasstappers en gaat rechtop slapen. Naast hem verdiept een donkere man zich nu in de Franse versie van 'De Wachttoren'. Buiten draaien windmolens en wacht het gouden graan om te worden geoogst.

In het kruisverhoor waar de Portugese gladjakker zijn Amerikaanse buurvrouw achter mij aan onderwerpt, wordt van Engels via Frans naar Spaans geschakeld. Ik denk aan de hoofdpersonen in Gipharts 'Ik ook van jou', dat ik halfgelezen teruglegde in de campingkantine. Over twee jonge versierders in een kano. Ook ik trok gister een kano door het laagstaande water van de Amblève. In het kielzog van mijn vlot voortpeddelende kinderen. Die nu verder zuidwaarts gaan. 

Achter me antwoordt  het meisje op de vraag of ze ook 'niños' heeft. . . of wil: 'Tengo solo veinte años!' Ze lacht. Maar ik zie haar niet.
Mijn ouders wachten met eten in Amsterdam.




















donderdag 23 juli 2015

Gratis klustip voor thuisblijvers

Een vriendin, schoonheidsspecialiste, vatte eens het plan op om haar vakkennis te delen in een  vrouwencentrum. Waarom niet? Het delen van kennis met mensen die -in haar geval vrij letterlijk- aan je lippen hangen is leuk. Maar haar collega zei: "Ben je gek geworden? Straks weet iedereen hoe je met een klosje garen je snor kan epileren, dan kunnen wij wel inpakken!"
Ze hield het bij het geven van danslessen. Ook leuk.

Ook ik gaf eens een cursus. Niet over gezichtsontharing maar over kitten en pluggen en deuren. Doe ik binnenkort wellicht weer. Maar waarom zou je simpele oplossingen voor dagelijkse ergernissen voorbehouden aan een select gezelschap van tien vrouw? Dat kan ook hier. Bespaart de blogcursist voorrijkosten. Of een verdwaasd rondje door de bouwmarkt.

Doe het zelf, doe het samen...
Geen punt......
Jippiejajajippiejippiejee
Dat zeg ik...

Je deur klemt. Al jaren. Steeds meer. Aan de onderkant natuurlijk. Bijschaven lukt alleen als je de deur er uithaalt. Da's ook zo wat. Drempel van natuursteen wil ook niet lager. Lastig. En ach, je huisgenoten zijn intussen gewend aan duwen, of trekken, of liften van die deur. Maar dan. Op een dag. Als zij een uurtje de deur uit zijn, doe jij dit toverklusje! Eeuwige roem zal je ten deel vallen. En het kost niks.

Let op. Het gaat om de volgorde. Klussen is wat dat aangaat net koken.

Zet de deur open. Draai de schroeven van de scharnieren die in het kozijn zitten (die in de deur laat je mooi zitten) en paar slagen los. Zo: Eerst het onderste scharnier. Accuboor mag, maar doe voorzichtig. Voor je het weet draai je de kop van de schroef en ben je nog verder van huis. En test vooral vooraf de maat van het bitje. De ene kruiskop is de andere niet. Zie je het verschil niet? Kijk hier. Voor pz (pozidrive) schroeven alleen pz bitje gebruiken. En op een torxschroef niet met een imbussleutel gaan prutsen. 'Vast is vast' en 'passen is passen'. Bijna bestaat hier niet. Niet eigenwijs doen. Het is per slot vakantie.

Als de schroef is dichtgeverfd. Even uitkrabben loont altijd. Grip is de hoofdzaak. Dan draai je de kopjes er een klein stukje uit. Het gaat vooral om het bovenste en onderste scharnier. Om die zeg maar te 'lossen'. Drie millimeter is genoeg.

Gedaan?
Dan draai je nu alles weer vast. Nu juist éérst de drie schroeven van het bovenste scharnier. Goéd vast. En daarna pas de andere twee of drie scharnieren. Van boven naar beneden werken.

Opgelost!


Je vraagt je af waarom de deur nu wel goed sluit?
Als je het tot hier hebt volgehouden met lezen, kun je dat misschien zelf wel verzinnen.
Anders bel je mij voor uitleg.
En als het niet is gelukt ook.
Geen voorrijkosten.
Wel uurloon.

dinsdag 21 juli 2015

Geërfd gereedschap

In haalde na mijn werk een kratje bier. Met mijn werkkleren nog aan mag dat. Ik was niet de enige. Er reden nog twee klusbussen met mij weg van de winkel. Even later keek ik met een bordje pasta op schoot en een lauw pilsje naar het prachtige 'van Bihar tot Bangalore'.

Het viel me op dat Jelle weinig intonatie in zijn stem had. Maar dat komt vast doordat ik neutrale nieuwsbrengers ben ontwend. Neem nou Philip Freriks, die toevallig vanavond ook op de buis was, maar dan niet om het nieuws te lezen. Toen hij dat nog wel deed, hoorde ik soms met plaatsvervangende schaamte hoe de grootste rampen bijna enthousiast werden gebracht: 'Het dodental blijkt inmiddels te zijn opgelopen tot wel honderdvijftig'. Alsof het om een klassement in de Tour ging!

Maar alles went. Dus als Jelle op neutrale toon vertelt dat er niemand is aan wie hij kan vragen over de opstand en slachting van 2002 in Gujarat, 'Behalve aan die koe daar', dan moet ik 'terugwennen'. Al kijkend vroeg ik me af of er destijds van die onlusten hier iets op het nieuws was geweest. Kan me er niets van herinneren. Misschien waren we hier druk doende met het nog verse 9/11 en daaropvolgende oorlogen. Of nee, toen daar een politicus werd vermoord. Ene Ehsan Jutri om precies te zijn, en met hem nog honderden anderen omkwamen bij brandstichtingen in de moslimwijk, waren wij druk met onze eigen politieke moord. Op Pim Fortuyn.

Genoeg getreurd. Jelle bracht ook goed nieuws. Over dat in India steeds meer vieze dieselgeneratoren plaatsmaken voor zonnecellen en windmolens. Omdat dat goedkoper is. Dat dankzij de beheersing van het Engels er vanuit India mensen worden gebeld. Van de VS tot Australië. En dan niet alleen wanbetalers waar achteraan moet worden gebeld. Nee, er kwam ook een vrouw aan het woord die blij vertelde dat ze in opdracht van een Australische man uit de bouw, een Japanse dame voor hem op internet had opgesnord. Waarbij ze zich, tot het moment van contact leggen, voordeed als de Australiër. Andere vrouwen verdienen geld met 'rent-a-whomp', als draagmoeder. Of mannen staan twaalf uur per dag met hun voeten in het waswater lakens op de rand van een bassin schoon te slaan. Om bijvoorbeeld geleend geld voor de bruiloft van een zus terug te betalen.

De wereld is groot. In India bouwt men windmolens, zoekt men huwelijkskandidaten voor westerlingen of is men op zoek naar gerechtigheid na opstanden die, onder het toeziend oog van de politie, inmiddels al meer dan twaalf jaar geleden plaatshadden. Zo zei een spijtoptant bij diezelfde politie.

'Het individu is de kleinste minderheid. Een volwaardige democratie beschermt ook diens recht op vrijheid.' Zoiets zei hij. Ik vond het mooi gezegd.

Daar dacht ik aan.
Toen ik in mijn mailbox las:


Lehti, de gereedschappen uit de nalatenschap van Z. staan voor je gereed.  

zondag 19 juli 2015

Onder de trein streetballen


Begrijp me niet verkeerd. Ik ben gek op Groningen. Ik hou van het kletspraatje op de markt, het wachten voor de vele open bruggen of omrijden voor het zoveelste stuk ringweg dat op de schop gaat. Van de vleermuizen achter huis en landmuizen in huis. Van de Grote markt, het Overwinningsplein, de Dondersgang en Kleine Snor. Van de vele festivals waarvan de beat verraad waar ze plaatsvinden.  Maar sommige dingen vind je nu eenmaal alleen in Amsterdam.




Wat dacht je bijvoorbeeld van een streetbasketbaltoernooi onder een station. Of, nog gekker, óver een vierbaansweg ónder een voetbalsstadion doorrijden? Allemaal daar bij de ArenA. Met twee hoofdletters A. Dat had iets te maken met het bezet zijn van 'de Arena'. Zoals hier gespeld. Maar eigenlijk is het gewoon Bijlmer, hoor. Wat op haar beurt dan weer last heeft van een plakkerig slecht imago.

Soms waan je je even in Buenos Aires, in die voetbalgekke wijk la Boca, die ooit vooral bekend stond om de hoerenkasten en nu toeristische trekpleister is en bakermat van de tango. Het kan verkeren. Maar de associatie van dit stukje Bijlmer -Zuid-Oost van mijn part- met la Boca had ik vooral vanwege de gevels, waar je boven al die kleurtjes de thuisbasis van Ajax kan ontwaren.





Of wat dacht je van zwemmen in die wereldberoemde rivier waar de stad naar werd vernoemd? Zomaar tussen de bootjes. Of een fiets die in de zon verandert in een huis. Of fietsen op een boot die een huis blijkt en waar fietsen verboden zijn. Of tussen de Hispaniola's en Italiani in de metro naar Gein rijden. Alles kan, daar in Amsterdam.

Waar ik gister vertoefde met zes jongens. Zij sporten en ik keek. En was hun chauffeuse. Ik reed ze zelfs naar het strand. Nee, dat was nou weer niet in Mokum. Maar in het Friese land. In Lemmer om precies te zijn. Waar de zon zakte en de frieten smaakten.

Zes opeengepakte Groningse sardientjes zongen op de terugreis 'Een hele mooie dag'.
En dat was het.

Dag Amsterdam, dag Friesland, wij zijn weer fijn terug in Groningen.
Waar vissen uit de lucht vallen. Met slakken.

Weer 's wat anders dan kat met muis in huis.
En ook best bijzonder toch?













maandag 13 juli 2015

Dat mag niet van mijn bewindvoerder

'Mevrouw, mevrouw!'
Tot mijn verbazing heeft de vrouw die me na het afrekenen achterna loopt lege handen.
Een door mij vergeten pakje boter was dus niet de reden om mijn aandacht te willen.
'Meende u dat? Wat u daarnet zei?'


Verward probeer ik terug te halen wat ik er even te voren, wachtend in de rij, uitflapte. Het thuis vergeten boodschappenlijstje zoemt meer door mijn hoofd. En of het droog zal blijven bij de BBQ en of ik de container van de buurvrouw al buiten zette en of ik genoeg stokbrood heb. . . .


'O, dát! Ja, natuurlijk! U kunt 'm zo van me krijgen. Anders gaat ie toch weg. Ik wacht wel even totdat u klaar bent met afrekenen. Of ik vraag aan mijn kinderen om 'm even bij u in de bus te doen.'
'Nee, dat is niet nodig. Ik heb verder niks nodig. Ik loop wel even met u mee. Als u dat tenminste niet eng vindt.'

Wachtend in de rij bij de super, had ik vanuit mijn ooghoek haar beteuterde gezicht bij de lege krantenbakken gezien. Impulsief bood ik haar mijn krant aan. Ze had schaapachtig teruggekeken met een blik van: 'Wat mot dat mens?' Schuchter had ik mijn boodschappen gepind en het was het voorval acuut vergeten. Maar zij niet.

Zodra we mijn tuin binnenstappen steekt Leo (14) haar met een stralende lach zijn uitgestoken hand toe. Kees (11) blijft verdiept in zijn boek en het ronddartelende vriendje helpt me met de boodschappen. Met het stokbrood nog onder mijn arm vis ik de Trouw van de bank. Dankbaar en vol ongeloof loopt ze met haar krant in haar hand richting huis.

Vier uur later zijn de gasten naar huis, de jongens in bed en is de barbecue gedoofd. De kat komt thuis met een muis. Terwijl ik in het schemerduister de broccoli en sla van het oprukkende slakkenleger red. Dat zich bijna onhoorbaar tegoed doet aan mijn verse groente. Ik denk aan wat ze zei. Toen we, zij lopend en ik met de fiets aan de hand, naar mijn huis wandelden. Haar ouders lazen altijd twee kranten. Konden zich dat veroorloven. Ook zelf leest ze hem graag. Vooral in het weekend. Soms krijgt ze er eentje cadeau in de stad. Zegt dan altijd eerlijk naar die jongelui, dat ze echt geen abonnement neemt, hoe graag ze het ook zou willen. En ze twijfelt of ze dan ook de echte reden moet noemen:
Dat het niet mag.
Van haar bewindvoerder.

Griekenland op wijkniveau.














zondag 28 juni 2015

Verbesser de wereld

Mijn verslaafde buurman zegt dat ik best wat besjes van zijn struik mag plukken, mits ik er ook wat voor hem aan laat zitten. Ik hoop dat mijn aardbeienjam er wat dikker van wordt. Hij tipt me ook over een plek in de aangrenzende Vinex-wijk. Daar zouden ooit bessenstruiken zijn geplant voor bewoners, maar er wordt weinig mee gedaan.

Terwijl Kees zich met zijn leesboek in de tuin installeert, spel ik intussen de Trouw. Geen spoor van Ewalds Engelen onheilstijding en zijn verbazing dat mensen het nog pikken. Wel een reportage over het Groningse Carex. 'Leegstand is nergens goed voor'. Een jong stel woont met hun tweelingbaby's in een boerderij in Ten Boer, een andere vrouw in een gymzaal, kompleet met ringen nog aan het plafond. Ook over en ander mooi initiatief, microscopen voor kinderen uit derde wereldlanden, wordt bericht. Deze zogenaamde Foldscope kost een euro per stuk, is van karton, opvouwbaar en goedkoop te versturen. Ook handig bij het opsporen van bijvoorbeeld malariaparasieten.

Ja, kijk Freek en Ewald, er gebeurt wel wat, maar misschien niet door te schreeuwen en te schoppen tegen 'het systeem'. Whatever that might be. Maar gewoon, door te zorgen voor betaalbare huizen en gezondheid, voor de gewone man en vrouw. Ver weg en dichtbij. Basic. Praktisch.


Er belt een vriendje van Kees (11). Zijn moeder gaat naar het Rapaljefestival. Hij heeft geen zin om mee te gaan. Kan hij misschien hier spelen? Van spelen komt eten en van eten komt slapen. Na het eten haal ik Leo (14) op van zijn sporttoernooi, onder de rook van Rapalje in het Stadpark. Terwijl hij zijn draadjesvlees naar binnen lepelt, vraagt hij of de radio zachter mag. Maar het is de buurman in een melancholische bui. We genieten mee met Hazes' 'Kleine jongen' en 'Geef me je hand'. Kees is intussen achter zijn boek in slaap gevallen op de bank. Het vriendje vraagt of ie hem moet 'Wakker maken om te gaan slapen

Als we in de eerste brandende zon van het jaar de jam bij elkaar plukken in de getipte bosjes, hoor ik menig motorrijder genieten bij het naast gelegen stoplicht. Achterop bij mijn toenmalige lief drukte ik me vorige zomer op dezelfde plek tegen hem aan, als hij, ten teken van een aankomend grommend optrekken, zijn hand op mijn dij duwde.

Als de bakjes vol bessen zijn, fietsen we langs het Eemskanaal weer terug. Bij de Ruischerbrug staan enorme kranen stukken brug te takelen. Naast een paar belangstellenden lijkt ook boeddha haar zegen te geven aan het herstel van de verbinding met de haringkar aan de overkant. Maar misschien is die intussen al failliet. Na een jaar te zijn afgesloten van de rest van Groningen. Of misschien heeft Minoes via Carex haar intrek genomen in de kar.



Thuis haal ik de tweede krant uit de bus. Dit tijdelijke extra papier dank ik aan mijn ouders, die nu op hun bijna tachtigste genieten van een zonnige kampeervakantie. Op de voorpagina van de NRC staat een met bloed besmeurde sudokupuzzel. Met daarnaast een paar sandalen. Ik kijk naar beneden en zie dezelfde sandalen aan mijn eigen voeten.


In het schemerdonker stoor ik een paar slakken terwijl ze zich tegoed doen aan mijn malse botersla. De wassende maan kijkt met bedenkelijke blik naar mijn schoongeveegd stoepje. Ver weg hoor ik het vuurwerk van Rapalje. Ik mors bessenjam op mijn tenen.

Terwijl ik dit typ klikt op het aanrecht een deksel van de afkoelende jam.  

vrijdag 12 juni 2015

Toiletten te Zanjan

‘Welcome to the Islamic republic of Iran’, staat op kolossale borden langs de snelweg naast reclame voor westerse automerken. Zwager Karim rijdt hard. Op de achterbank zitten Zohra en ik ingebouwd tussen koffers met Wibrakleren en paaseieren. De kleutertweeling klimt over ons heen en zo rijden we met ons zessen met honderdtachtig kilometer per uur noordwaarts. In de verte gloort Teheran. We zullen er niet heen gaan.

Om een uur of vier ‘s morgens wordt er getankt en houden we plaspauze in de buurt van Zanjan. Alles is nieuw, ik kan niks lezen, ik kan niks zeggen en ook nog niks kopen. Ik loop een brede trap op naar een bunker vol onleesbare graffiti die doorgaat voor sanitaire voorziening. Binnen zijn er wastafels met zeep en er zijn zelfs wat smoezelige spiegels. Ik heb nu de keus uit drie ijzeren deuren en ben gewapend met toiletpapier. Er kan weinig misgaan.

Ik duw voorzichtig de meest linkse deur wat verder open. De stront loopt me niet tegemoet, maar ik schrik. Daar zit een gehurkte dame. Ze ziet me gelukkig niet. Bij de tweede deur gebeurt hetzelfde. Maar deze dame ziet me wèl en als ik de krakende deur weer wil sluiten, rennen er drie vrouwen, gillend, met de hand voor hun mond, langs me heen naar buiten. Ik mompel nog ‘I’m sorry’, maar het mag niet baten.

Mijn eerste kennismaking met het land van de beroemde vorsten Xerxes en Darius, vindt plaats op een hurkwc! Buiten werkt mijn verhaal op de lachspieren van mijn reisgenoten. Ik krijg het advies voortaan even te kuchen voordat ik ergens binnenga.

We knabbelen kaas van de Groninger markt en delen de laatste appel. De kille ochtend toont de eerste silhouetten van de bergen aan de horizon. De lucht is droog.

maandag 8 juni 2015

'Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden'

Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.

Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.


Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.


Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.

Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.

zaterdag 30 mei 2015

De middeleeuwen. Want Ankersmit en Brandt Corstius

Frank Ankersmit haalde beroemde werken van Jan Romein aan. Met mooie bruggetjes naar hedendaags populisme en Dijsselbloem, betoogde hij dat de gangbare indeling in tijdvakken onjuist was. Hij zette uiteen waarom de democratie zoals wij die nu kennen tijdelijk is. De rol van de volksvertegenwoordiging zou vergelijkbaar zijn met een advocaat die tijdens een rechtszaak zich tevens de rol van rechter aanmeet. Hij voorzag een terugkeer naar de middeleeuwen.

De spreker na hem, Mattias Gijsbertsen vertelde over koningin Wilhelmina. Zij zag in de tweede wereldoorlog haar kans schoon om zonder bemoeienis van een Tweede Kamer haar eigen beslissingen te nemen. Ook in de regering de Geer had ze weinig vertrouwen. En dat was zacht uitgedrukt, zo zei de Groninger politicus bij wie het portret van de vorstin aan de muur op zijn werkkamer hing.

Met een rode helm onder mijn arm overdacht ik de woorden van Ankersmit en Gijsbertsen. Docent en student. Emeritus hoogleraar en wethouder van Groen-Links. Bijna dertig meter onder mij zag ik het podium waar Ankersmit met zijn heen weer zwaaiende vinger had gesproken. Ik keek door het gat in de hemel van de A-kerk, dat de kleinzoon van de koster, Harry de Munck, voor deze gelegenheid -'De nacht van de geschiedenis'- even had geopend. Mijn helm viel niet naar beneden.

De Munck vertelde met zijn volle stem hoe hij als klein jochie in deze kerk had leren lopen en fietsen. Over zijn vriendjes met wie hij in deze gewelven met duiveneieren gooide. Hoe vier gloeiende potkachels met cokes de kerk met twaalfhonderd gelovigen moesten droog stoken. Over vleermuizen, koninklijk bezoek en de te Aduard gebakken kloostermoppen waar het zout tot op heden uitsloeg. Engelse piloten en Duitse soldaten waren er in deze kerk geweest. In de Franse tijd hadden katholieke paarden er op protestantse graven gescheten. En voor de reformatie (de donkere middeleeuwen hadden we volgens Ankersmit toen al eeuwen achter ons gelaten) had men de heilige maagd Maria door de open hemel laten neerdalen in de kerk. De Munck had meer verhalen dan de tijd ons toeliet. 'We moeten weer naar beneden' zei hij, 'anders krijg ik ruzie met Brandt Corstius'. Vervolgens sloot hij de hemel.

Jelle Brandt Corstius, die als publiekstrekker op het entreebewijs prijkte, nam na de pauze plaats achter het katheder. Hij sprak over het onbestaande land Gaugazie, over als bevrijders geëerde SS-ers in Letland en propagandabedrijven vol studenten die zich als Russisch bouwvakker of andere willekeurig alter ego op social media begaven. Als opstapje naar de nieuwe tv-serie over Oost-Europa vertelde hij over de 'bedachte' onafhankelijkheidsdag van Kazachstan en over Loekasjenko, die opeens de noodzaak zag om de eigen, Wit-Russische taal op scholen te onderwijzen. Het zouden reacties zijn op Ruslands bemoeienis in Oekraïne. En hoewel Jelle als Ruslandkenner voor een bredere, minder vooringenomen berichtgeving over Rusland pleitte, droeg zijn duiding van het nieuws daar niet echt aan bij.

In de Russische geschiedschrijving hebben de goelags nu nog slechts een marginale rol. 'Goelagje spelen' schijnt er dan weer wel te kunnen. In Moskou kun je voor de ontspanning, of zo je wilt, het 'entertainment', naar een dergelijke club gaan. Bij binnenkomst blaffen honden je toe en wordt je gefouilleerd. Eenmaal binnen wordt je vergast op ratten onder een glazen vloer en om middernacht zijn er twee heuse 'nep-executies'. Alsof wij het weekend inluiden door te gaan swingen in club 'Bergen-Belsen'.

Stefan van der Poel sprak als laatste. Alvorens aan zijn van citaten wemelende lezing over de Joodse gemeenschap in Groningen te beginnen, merkte hij op dat men 'hier kennelijk niet van Joden houdt'. Hij doelde op het weglopend publiek.

Het kon niet.
Die opmerking.
Eigenlijk kon het niet.

Misschien mag wat ik nadien dacht ook niet schrijven.
Maar Ankersmit had gelijk.
We keren terug naar de middeleeuwen.
De tekenen zijn tastbaar.

Acht sprekers waren er tijdens deze nacht van de geschiedenis.
Allemaal hadden ze interessante invalshoeken. Ze hielden mooie betogen. Ik hing aan hun lippen.
Maar ze waren allemaal blank.
En ze waren allen man.
Alle acht.  

(over framing, beeldvorming en identiteit gesproken)

Men houdt hier kennelijk niet van vrouwen.


























Zowel een hoogleraar geschiedenis als een Groningse wethouder maken deel uit van mijn klantenkring. Als timmervrouw. Maar ik vrees daarmee geen geschiedenis te schrijven.