donderdag 31 oktober 2019

Er klinkt weer muziek op het feestje

Als er bij het ontbijt geen brood meer is om je lunchpakketje mee klaar te maken.
Als je het ijs weer van je voorruit moet krabben en de krabber kwijt is.
Als je autoradio al drie maanden stuk is en je muziekloos op klus gaat.
Als die klus van een simpel dichten van een kleine lekkage uitmondt in het afbreken van een gehele balkonvloer en dat dan blijkt dat er ook twee stalen draagbalken van het huis zelf zijn doorgeroest. En dat die dan doorlopen in het huis van de buurvrouw die het huis net voor een topprijs kocht.
Als je, in afwachting van een constructeur, naar een andere klus rijdt en ter plaatse ontdekt de benodigde ladder niet te hebben meegenomen.
Als er bij een door jou strak geschilderd huis na een half jaar weer lekkageplekken verschijnen.
Als je bij de stort de postcode van je werkadres vergat en vervolgens twintig euro moet betalen voor drie emmers gipsafval.
Als de prijs van een liter diesel de grens van één euro veertig is gepasseerd.
Als je bij thuiskomst aanbelt bij de Antilliaanse buurman die beloofde jouw radio te fiksen en dat die niet thuis is.
Als je daarbij een andere bovenbuurman tegen het lijf loopt die voor de zoveelste keer naar je briest dat hij door mijn afdak zijn was niet meer kan ophangen, dat er inbrekers op zullen klimmen en dat de kat van de buurvrouw bij hem naar binnen loopt. En dat ik nooit meer over hem mag klagen! Nooit meer!
Als je hem dan antwoordt dat je dat toch al niet deed en je waardering uitspreekt dat het de laatste jaren weer fijn rustig is, dat hij dan dreigt met 'De zomer komt er weer aan!'  (Lees: als jij je afdak niet afbreekt, ga ik bij mooi weer lekker Hazes meeblèren op mijn balkon en jij houdt je bek!')
Als je dan moedeloos op funda en woningnet rondsurft om te kijken of je elders heen kan vluchten.
Als je dan concludeert dat de woningmarkt oververhit en tegelijk potdicht zit.
Als de kat op het tapijt kotst.
Als je moe bent.


Dan rest je niks anders dan met je hoofd onder de dekens op bed gaan liggen. Met je bestofte werkkleding nog aan. Op het bed van je zoon uiteraard. Want op je eigen bed liggen nog twee wassen die gevouwen moeten worden. En dan, als je weer wakker wordt, gewoon te gaan wandelen. Weg van huis. Weg van lekkages en boze buurmannen, weg van kutklussen en kattenkots. Weg van de was, een volgestouwde auto en een bed vol bouwgruis. 

En dan blijken er opeens goudsbloemen te bloeien. En bramen. En zelfs rozen.  Dan tuur je naar roofvogels, hazen en fazanten. Bewondert de gouden haan op de torenspits die licht geeft in de avondzon. Dan zie je geiten die hun eigen sores hebben, zoals gras dat bij de buurwei groener is.







En bij thuiskomst belt dan de Antilliaanse buurman bij jou aan. Die dan in tien minuten je autoradio fikst. Gratis. Dan blijkt het gist dat al twee weken in de koelkast ligt nog goed te zijn en kneed je zelf twee volkorenbroden. Als die staan te rijzen lach je om het appje van je zus die vijftig bananen, zeven komkommers en een appel uit het afval viste en daar een feestje mee bouwt. En je kijkt vrolijk uit naar de volgende zomer. Zonder ijs te hoeven krabben en met 's avonds de deur open. Zodat alle buurkatten bij je binnenlopen en je lekker kunt meeblèren met 'de glimlach van een kind'. die door de straat galmt.













zaterdag 26 oktober 2019

Gelauwerd visitekaartje

Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.

Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.

De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.

Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.

Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast."  Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.

Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.

Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.

Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.

En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.

maandag 14 oktober 2019

Kokkels met kaas is heiligschennis

'Maar als de klant dat nou wil, jíj hoeft het toch niet te eten?' Werp ik tegen als de Italiaan uitlegt dat als klanten om geraspte Parmiggiano vragen, híj ze dat niet gaat brengen voor over hun 'pasta con le vongole'. Want, zo zegt hij met een stalen smoel, kokkels met kaas, neanche a pensarci (daar mag je niet eens aan denken). Ook op tonijn of cozze of welke vissoort ook, hoort geen kaas volgens de man die al dertig jaar als ober werkt. Ik glimlach schamper en vat het gesprek over de do's en don't in de Italiaanse keuken samen als 'Het is een religie'.

We zijn met zijn vieren. Een Italiaan, een halve Italiaan en naast mij nog een italofiel. Die tijdens het eten van zijn papardelle al la lepre een kogeltje uit zijn mond vist. Hetzelfde was mij gebeurd toen ik hier vorige keer ook haas at. De halve Italiaan was er toen ook en was enigszins gechoqueerd door dat lood in mijn mond. Maar de Italiaan oppert nu om er vooral niks van te  zeggen, omdat ze ons anders wellicht extra laten betalen. Want een haas met een kogel, dat betekent volgens hem  gegarandeerd vers vlees. De logica ontgaat me, want ook in een haas die drie maanden dood in de vriezer ligt blijft lood toch gewoon lood?

Na de dis gaan we in tweetallen naar buiten om te roken. De Italiaan steekt de loftrompet over hoe schoon Nederland is en dat alles zo goed werkt. Waarop ik mijn grijsgedraaide plaat opzet over solidariteit en de bereidheid tot het betalen van belasting. Om mijn betoog kracht bij te zetten vertel ik dat mijn ziektekostenpremie honderdtwintig euro per maand bedraagt en dat daar nog driehonderdtachtig euro eigen risico bij komt. Het zijn bedragen waar ook de oren van Belgen van gaan klapperen. Hij wijst om zich geen om te tonen hoe schoon het hier op straat is. Ja meneer, ook daar hebben we allemaal potjes voor in Nederland.  

Voordat we weer naar binnen gaan, deponeert hij zijn filterpeukje in een plantenbak voor de deur. Ik houd me net als bij het loodverhaal stil. Maar als we na het afrekenen opnieuw buiten staan en afscheid van elkaar nemen, kan de opvoeder in mij zich toch niet inhouden. De heren nemen de hele stoep in beslag, ik maan ze wat aan de kant te gaan zodat de aftaaiende viermijl-lopers er langs kunnen. De hele en halve Italiaan zoenen elkaar ten afscheid. Ook ik krijg als enige dame van het gezelschap negen keer mannenlippen op mijn wang. De Hollanders schudden elkaar de hand.

Voordat ik wegloop, vis ik nog snel even het peukje uit de bloempot met de woorden: 'Even een Italiaan opvoeden'

zondag 29 september 2019

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (2)

(deel 1)

Na hun vertrek lurkte ik aan mijn alcoholvrije Bavaria, rookte een shagje en keek vanuit mijn ooghoek naar de flirtende mensen aan de tafeltjes naast me. Al was flirten misschien niet de juiste term voor het onstuimig zoenen dat ik gadesloeg. Was dit wellicht wat de barvrouw bedoelde met 'verkeerde figuren'?

De aanblik van al dat opnaaien was allerminst onaangenaam, maar, zo bedacht ik me, was dansen niet het doel geweest van mijn komst naar het centrum? Drinken en roken kon ik thuis ook. Dan zelfs met alcohol. Al was de tv minder prettig vertier dan hier een beetje de voyeur uithangen. Wellicht was mijn ex toch niet naar de bejaardendisco gegaan. Daar kwam ik gauw genoeg achter.

Ik wandelde over de Grote Markt. Genoot van giebelende groepjes studenten die in het Duits, Frans en Spaans discussieerden. Over dat één van hen moest pissen. Of waar ze heen zouden gaan. De nachtelijke, natgeregende stad bleef een genot om alleen doorheen te lopen. Net zo mooi als toen ik hier twaalf uur eerder liep, op jacht naar een cadeautje voor mijn vriendin.

Vanmorgen was de markt bevolkt geweest door jonge gezinnetjes. Zouden die, voordat ze zich settelden, ook lallend door de stad hebben gelopen? En zich ook pas over tien jaar weer in het uitgaansleven storten? Jammer genoeg moest daar vaak eerst een scheiding aan vooraf gaan. Swingen met een trouwring was vast ook iets vreselijks fouts.

Ik gluurde door de klapdeuren. Het was rustig maar de dansvloer was vol. Er was geen ex te zien en ook de Drenten schitterden door afwezigheid. Die waren wellicht elders iets leuks gaan doen of waren een potentiële prooi tegengekomen. Ik ging los op grijsgedraaide evengreens als 'Freedom' and 'I like you'. 

Tegen enen dreigde de barman in slaap te vallen en dropen er mensen af. Ook voor mij werd het tijd om te gaan. Teruglopend naar de auto passeerde ik opnieuw de foute-figuren-kroeg. Mijn nieuwsgierigheid won het van de roep om slaap. De tafels waren zoals aangekondigd aan de kant geschoven en een paar beentjes gingen ook hier van de vloer. En daar, aan de rand van de dansvloer, zaten de twee Drenten. Ze hadden de bejaardendisco niet kunnen vinden. Arme kerels. Te meer daar hun taxi kort erop klaar zou staan aan de Rademarkt. Hoe ver dat lopen was, wilden ze weten.

Als de tijd dringt valt schaamte soms weg. Al kan het ook aan hun drankgebruik hebben gelegen. Maar ik was aangenaam verrast toen ik zag hoe de heupen van één van hen swingden en onder de indruk van het ritmische voetenspel. Allemachtig, dat was pas dansen!

Of ik ook op internet zat, wilden ze nog weten. Misschien was het een omslachtige manier om mij online op te sporen? Naar mijn nummer vragen was slimmer geweest. Tinder, Badoo, Lexa? .... ze noemden een reeks datingsites op die ik niet allemaal kende. Ik tipte hen dat je bij daten beter samen iets leuks kon gaan doen dan gelijk af te spreken voor een drankje in de kroeg. Wandelen of fietsen, schaatsen of schaken. Of dansen natuurlijk. Als je dan na een eerste blik op je date gelijk wilde wegrennen, had je in elk geval iets leuks gedaan.


Zondag ontwaakte ik nuchter naast mijn eigen spinnende jager. Garfield sprong uit bed en nam miauwend plaats bij de deur. Toen die openging, spurtte ze naar buiten. De hort op.

Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (1)

'Dus,... jij gaat helemaal naar Amsterdam op en neer voor een verjaardag?!'
'Ja, het is een goede vriendin, en zij doet hetzelfde. Nou ja, dit jaar niet, want ik heb haar niet uitgenodigd. Maar volgend jaar word ik vijftig dus dan zal ze zeker komen.'

Zo, de leeftijdvraag was mooi getackeld, daarover waren geen cliché raadspelletjes meer te verwachten.
'En ,wat brengt jullie hier?', was mijn wedervraag, en nam een flinke teug uit het flesje dat voor me op de toog stond.
'We wilden stappen in Groningen, in Hoogeveen is uitgaan kut en we hoorden dat het hier leuk was.' 
'Klopt, het is hier vaak gezellig. Maar de barvrouw zei me net dat de dj niet meer komt. De dansavonden hier zouden verkeerde mensen aantrekken.'

Om haar woorden kracht bij te zetten, had ze me gezegd dat het me wellicht was opgevallen dat er weinig dames waren. Na een blik om me heen zag ik inderdaad meer man- dan vrouwvolk, maar dat was in een café niet uitzonderlijk.

Ik mijmerde verder over wat 'verkeerde types' zoal zijn konden. Jagende mannen wellicht? Maar ook dat was bij het uitgaan geen geheim. Zo gaven ook de twee Drenten schoorvoetend toe. Wellicht doelde de barvrouw op de 'vleesmarkt' die het hier volgens sommigen was geworden. Dat het er in de kleine uurtjes wel erg dik bovenop lag wie naast wie op zondagochtend brak zou ontwaken. Er was kennelijk een verschil tussen 'jagen' en 'jagen'. Op safari gaan in de brave Beekse bergen mag, maar hetzelfde doen in Kenia is superfout. Zoiets. 

De barvrouw zei tegen de heren dat het voor gezellig stappen wat vroeg was, maar dat er in het Pakhuis wel werd gedanst zou worden en dat later ook hier de tafels nog aan de kant zouden gaan. Huh? Nu werd haar verhaal me toch wat vaag. Dansen met dj was in de ban gedaan vanwege foute types, maar dansen op muziek kon nog wel? Hoe zat het nou?

Eén van de Drenten rookte, we gingen buiten onder het afdak zitten en keuvelden over werk, relaties en kinderen. Zijn vriend schoof ook aan. Want hoewel hij de schurft aan roken had, tussen de paffers is het vaak gewoon gezelliger. Zo beweerde ook een ex van mij. Die ik nooit meer zie, omdat hij dat liever niet wil. Kan gebeuren na een breuk. Maar ik zag hem wel, eerder op dezelfde avond en dat was tevens de reden dat ik naast de Drenten belandde.

Na vierhonderdvijftig kilometer asfalt en een paar fikse hoosbuien waarbij ik met zeventig kilometer per uur over de snelweg door de polder kroop, was ik naar de bejaardendisco gereden. Ik was hard toe aan wat beweging. De kroeg lag in hartje stad, zodat parkeren slechts voor maximaal een half uur was geoorloofd tegen een vergoeding die hoger lag dan de prijs van een drankje. Geen nood, Groningen is een dorp - al dachten de Drenten daar anders over- er was vast elders een betere parkeerplek. En toen ik daar naar op zoek ging, fietste de bewuste ex me tegemoet. Die ongetwijfeld op weg was naar dezelfde danstent. Om zijn avond niet te bederven. ging ik over op tot plan B. Aan de andere kant van de stad plantte ik mijn auto langs de gracht en nu zat ik buiten onder een afdak. Het voelde bijna als thuis.

'De barvrouw had niet helemaal gelijk hoor. Er valt wel degelijk te dansen op dit uur.'
En na mijn uitleg aan de twee jagers over de beste looproute, vroegen ze of ik meeging. En waaróm dan niet? En dat het alternatief alleen achter te blijven toch geen fijn vooruitzicht was.
'Nee, jongens, echt niet. Zeker niet met jullie. Want als die ex mij daar ziet binnenstappen met twee vlotte kerels, zal hij nog minder amused zijn. Maak er een leuke avond van. Veel plezier.'


(deel 2)



zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

dinsdag 20 augustus 2019

Sociaal medium

Hij houdt de kinderwagen stil en kijkt dan aandachtig naar de hand die de vrouw naast hem, ik vermoed de moeder van het kind in de kar, onder zijn gezicht houdt. Ze mompelen wat, hij pulkt wat, maar de splinter krijgen ze er niet uit. Ik groet hen in het voorbijgaan. Zo doet men dat hier. 

Wandelend langs robuuste afdakken, Ikea-hangstoelen en een werkloze trampoline kijk ik omhoog langs de gevels, die met speelse tinten bruin in punten uitlopen. De huizen zelf zijn ongelijk langs de rooilijn gezet. Wat nieuw is moet oud lijken. We zitten hier vlakbij de Groningse gasbel, maar ze zullen vast niet gaan scheuren. Want onder de jaren-dertignostalgie zitten dikke isolatieplaten en prefab betonplaten. 

Men kan hier kennelijk ook zelf een huis bouwen. Zo maak ik op uit het scheefhangende bord met naast allerlei verboden en waarschuwingen ook de boodschap om materialen alleen op de eigen kavel te plaatsen. (Je zal maar burenruzie krijgen voordat de eerste steen,...eh, eerste plaat geplaatst is.)

Achter een hek staat tussen manshoog onkruid een rode kraanwagen. Boven het naastgelegen weiland hangt een luchtballon schijnbaar roerloos in het avondlicht. De kraanwagen doet me denken aan Pluk van de Petteflat, de ballon aan Pippi Langkous. De held en heldin uit mijn jeugdboeken. Waar men hasselbramen van een kluizelaar at om aardiger, speelser en minder netjes te zijn. Waar een torenkamer (Pluk) en een landhuis (Pippi) werden gekraakt. Pippi had een aap en een paard op haar veranda en vluchtte in een luchtballon voor twee gezagsgetrouwe dienders. Pluk hield het bij een kakkerlak en was maatjes met de vogels die bouwtekeningen onderscheten. 

De dieren die ik hier tegenkom zijn allen hond. Ook de kinderen worden allemaal keurig begeleid. Op hun loopfietsje, of vissend aan de waterkant. Waar twee meisjes pielen met een emmertje. "Nee, geen zand er in doen", "Jawel, een beetje maar", en het blootsvoetse meisje schept met haar handen wat aarde weg van de jonge aanplant. Dan bemoeit de moeder zich er mee. Bij elk kind is steeds een oplettende ouder in de buurt. Of het moet het nors kijkende meisje zijn dat me met haar oortjes in voorbij beent. Ze trekt een paar bladeren van een treurwilg. Handig in zo'n nieuwbouwwijk, zo'n boom die een beetje vlot groeit, kan die meid ook haar agressie kwijt. 

Misschien is ze met haar vader, stiefmoeder hierheen verhuisd en wilde ze eigenlijk niet mee. Maar vijftienjarigen hebben geen keus. Nu ziet ze niets dan kinderwagens, poedelende peuters en alweer een slinger voor een nieuwgeborene. Zo te horen zijn er meer mensen die zich moeten uitleven;  verderop zetten drie motoren het gas vol open op een weg waar je slechts zestig mag. Opgeschoten jongens of, -de prijs van een motor in acht nemend- , midlife mannen wiens kinderen de deur uit zijn en die hun vrouw niks meer te vertellen hebben. Als het geluid van de herrieschoppers wegsterft, klinkt het rustig zoemen van grasmaaiers en het trillen van de heggenscharen. Elke tuin is goed getrimd.  

Als ik de wijk uitloop zie ik aan de rand van het fietspad rookpluimpjes van zand, sporen van de zomerse stortbui van vanmiddag. Tussen de pluimpjes boort het gras zich door het asfalt. Er is hier geen stoep en ruimte om die ooit aan te leggen ontbreekt want links en rechts loopt een sloot. De mij tegemoetkomende fietsers hebben vaker wel dan niet een accu. Hun snelheid weerhoudt hen, en mij ook, van een groet. Akoestische fietsers groeten wel. 

De zon werpt nog even lange schaduwen en verstopt zich dan achter de hoge bomen van mijn eigen wijk. De ook ooit kaal was en vol kinderwagens, loopfietsjes en slingers. De kat die me anderhalf uur eerder nakeek vanuit het gras in een verlaten speeltuin, volgt me met zijn kop nu in omgekeerde richting. 

Thuis doe ik mijn schoenen uit en kijk waar online Nederland zich in mijn afwezigheid druk om heeft gemaakt. Een zeker Angela is in Limburg uit de bus gezet vanwege haar boerka, een presentator is bedreigd omdat hij Turkije een kutland noemde en tot slot zijn vluchtelingen die op familiebezoek gaan in hun geboorteland toch wel het ultieme bewijs dat er van gerechtigheid en beschaving niets meer over is in ons land!

Een avondwandeling in je ééntje is wellicht geen al te sociale bezigheid, maar wel een mooie manier om te zien dat het met die teloorgang van Nederland wel meevalt. Hoewel,.... de kans dat de bewoners die niet op straat waren, genoeglijk vanaf de bank op hun smartphone hel en verdoemenis zaten te typen, is niet onwaarschijnlijk.

maandag 13 mei 2019

Stemadvies voor ons graaiers

Er was ophef over Europarlementariër Sophie in 't Veld. NRC heeft het over 'gedeclareerde hotelkosten' die ze terug gaat storten. Maar volgens mij klopt dat 'declareren' niet helemaal. Het ging toch om onkostenvergoedingen? Iets met een vast bedrag als je een vergadering bijwoont. Als ze haar werk doet dus. De hoogte van die vergoedingen is toch een ander verhaal? In ieder geval geen stok om haar mee te slaan. Sterker nog, het standpunt van haar partij over het ter discussie stellen van de hoogte daarvan pleit volgens mij juist in haar voordeel.

Ik moet denken aan mijn vader. Die meer dan veertig jaar bij de overheid werkte. Voor zijn werk was hij eens spreker op een congres in Berlijn. Niet lang nadat de muur was gevallen. Naast het delen van zijn kennis op het gebied van stadsvernieuwing en ruimtelijke ordening, stak hij de Oost Duitse toehoorders ook een hart onder de riem. Door hen te zeggen er voor te waken niet het kind met het badwater weg te gooien. Door het rijke, vrije westen niet louter als het walhalla te zien dat moest worden nagebootst. Dat ook daar fouten werden gemaakt. Waar van geleerd kon worden. En dat er omgekeerd ook in de DDR zaken goed waren gegaan die je niet rucktsichtlos hoefde af te breken.  Het was een fris geluid waar hij lof voor kreeg. Maar mijn vader zou nog meer krijgen. Een 'onkostenvergoeding' om precies te zijn. Voor zijn gemaakte verblijfkosten.

Tijdens zijn verblijf logeerde hij bij mijn zus, die al decennia Berlijnerin is. Hij at bij haar of kocht als lunch een broodje bratwurst of shoarma. Bij terugkomst op het ministerie bleek het bedrag van hetgeen hij declareerde veel lager dan de 'onkostenvergoeding' die hij zou krijgen. Hij was blij dat hij de overheid zo geld kon besparen maar tot zijn verbazing bleek de 'vergoeding' niet omlaag te kunnen. Hij vond dat belachelijk, ging er een flinke discussie over aan. Maar het hielp niet.

Hij kwam verbolgen thuis. En boos. Hij weigerde geld aan te nemen voor kosten die hij niet had gemaakt. Mijn moeder suste het een beetje, vond dat hij zich niet zo druk hoefde te maken, niet roomser dan de paus hoefde te zijn. Wellicht opperde ze om het geld te doneren aan een instelling die er mensen mee hielp die het harder nodig hadden. Dan kwam het belastinggeld toch nog goed terecht. Hoe het precies is afgelopen weet ik niet meer maar deze anekdote borrelde boven toen ik de reacties las op twitter over de 'decalaraties' van Sophie in 't Veld.

Het werd lekker op de vrouw gespeeld. De ophef kreeg zelfs de naam 'Sophiegate'. Waarschijnlijk omdat het zonder hoofd minder lekker voelt om ons onbehagen te botvieren. Dan kunnen er koppen rollen. Letterlijk. 'De bak in' is nog de minst agressieve tweet. 'Lijfstraffen' of 'aan de katten voeren' komt ook voorbij. Twitter als volksgericht. Vermaak anno 2019.

Maar hoeveel twitteraars die vergenoegd 'lijfstraffen', 'tuig'en 'graaiers' tikken kunnen de bij hun belastingaangifte opgevoerde 'kantoor' (of andere) -kosten ook echt verantwoorden? Of geldt het invullen van het 'vaste bedrag' dat er nu eenmaal voor staat (dan heb je er toch recht op?!) als 'burgerplicht'? En, dichter bij huis, hoeveel van hen gaan er protesteren als een aannemer bij hun verbouwing oppert om een deel van de verbouwing 'onder tafel' te regelen?

Na tien jaar in de bouw zijn de keren dat mij werd gevraagd iets zwart te doen niet meer op twee handen te tellen. En, eerlijk is eerlijk, dat heb ik, ook al wordt ik er zelf niet beter van, niet altijd geweigerd. De laatste keer werd me zelfs contant geld in de hand gedrukt: 'Dan heb jij er geen werk van om een rekening uit te schrijven'. Oftewel: niemand kan weigeren als hij er zelf beter van wordt. En dat voordeel mag je als particulier kennelijk etaleren. Zo kreeg ik eens in een jubelmail van een klant: 'Ál jouw reparaties zijn door de verzekeraar betaald!' (lees: ook het werk dat ik uitvoerde en niks met de -verzekerde- lekkage te maken had).  Nee, in dergelijke gevallen ben ik minder rooms dan mijn vader.

Maar vandaag ben ik dat wel. Er zit een barst in mijn voorruit van mijn bus. Dikke pech dat ik een eigen risico van driehonderd euro heb maar het zij zo. Toen ik bij één herstelbedrijf navroeg wat de reparatie zou kosten noemde hij, na enig aandringen, alleen voor de ruit een bedrag van zes a zevenhonderd euro. De wadde? Er zou dus, zonder dat ik het wist, naast mijn eigen risico nog minstens net zo'n bedrag van de verzekeraar worden gevangen.

Na wat rondbellen kon een ander glasbedrijf het voor de helft doen. Waarop ik het eerste bedrijf afzegde. Verbaasd schreven zij terug dat het mij sowieso niet meer dan driehonderd zou kosten, dat de verzekeraar de rest voldeed en dat ik alsnog van harte welkom was. Ik appte met een smiley dat ook verzekeringsgeld moet worden opgehoest door de premiebetalers.

Dus mensen, zijn jullie ook verzekerd tegen glasschade, inbraak, lekkage of ander onheil. Vraag vooral bij u verzekeraar even na wat het bedrijf dat de boel komt fiksen vraagt of vangt. Los van wat het u zelf kost. Of, nog beter, vraag je (bouw) bedrijf vooraf om een offerte. En check bij de verzekering of de declaratie daarmee klopt. Zo niet, zeg de verzekeraar geen zaken meer met dat bedrijf te doen. Dat heet transparantie. En zet wellicht meer zoden aan de dijk dan roeptoeteren dat in 't Veld onder de groene zoden moet.

Wist u trouwens dat de partij van In 't Veld al jaren aan de weg timmert voor meer transparantie. Een voorstel over meer openheid over vergoedingen van Europarlementariërs haalde het deze zomer niet. Op verzoek van de NOS gaven 17 van de 26 parlementariërs dat alsnog. Met uitzondering van VVD, SGP en PVV. En drie jaar eerder was er een voorstel over meer openheid over de echt grote bedragen. 'De Europese begroting is een ouderwets instrument en kan daarom niet de juiste impulsen geven voor de duurzame groei die we nodig hebben. Die radicale hervorming moet er komen. Zo heeft de EU begroting zeer geringe meerwaarde', aldus Gerbrandy, D66 collega parlementariër van In 't Veld. Aanleiding was dat ook de Rekenkamer concludeerde dat lidstaten zich concentreren op het binnenhalen van subsidies en niet op de resultaten van de projecten. 

Gelukkig is zulk graaigedrag ons 'arme belastingbetalers', vreemd. Maar niet getreurd, want straks kunnen we stemmen. Op de partij die het dichtst bij onze eigen visie ligt. Of bij de manier waarop wij zelf het liefst met publieke middelen omgaan. Kunnen we daarna op twitter lekker losgaan over hoe inhalig 'zullie' zijn. Succes met kiezen.

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.

zondag 23 december 2018

Sterstemmen 2

(lees hier deel 1)

Tussen al dat gebabbel over eten en vastgoed, auto's en dating, geld of misbruik daarvan valt me soms de multi-inzetbaarheid van stemmen op. Op de buis merk je dat meteen en ben je als BN-er gelijk getekend voor je rest van je loopbaan. Zo deed Harry Piekema, jarenlang het gezicht van Albert Heijn, ook de stem bij 'De Wildernis'. Maar die film kan je met alle heisa rond de Oostvaardersplassen sowieso niet objectief meer zien. Ook speelde hij in het toneelstuk  'Borgen' van het NNO. Dit stuk zag ik niet -het duurde negen uur- maar ik vraag me wel af hoe meneer Appie klonk binnen een politieke setting.

Frank Lammers is momenteel de Jumbo-familie-man en ook hij is acteur. Hij speelde onder meer in 'Shouf Shouf Habibi' (2004) en 'Het Schnitzelparadijs' (2009). Maar als ik hem daarin de langharige rockende chefkok zie spelen, sijpelt er in mijn brein steeds een beetje Jumbo door. Knap van die reclamebureau's, jammer voor Frank. Hoewel, zijn honorarium voor het spotje wordt op anderhalve ton per jaar geschat.

Chris Zegers is op zijn beurt naast 3-Op Reis presentator ('Wat is het hier mooi/ fantastisch/ ongelooflijk/ wow/ vet', Chris' woordenschat lijkt wat beperkt) ook het gezicht van 'Het Zwitserleven gevoel'. In zuinig Nederland wordt je dan gauw weggehoond, zeker als men meent dat je zwemt in het geld.

Maar genoeg geluld over televisie, het ging per slot over stemmen, niet over stemmingmakerij. We schakelen terug naar de bouwradio, want beeldloze boodschappen zijn fijner. Je kunt al luisterend nog eens iets doen, of je fantasie de vrije loop laten. Zo is er een stem à la polygoonjornaal (hilarische remake) die datingsite 'E-matching' aanprijst. Uiteraard voelt de 'hoger opgeleide' zich sneller aangesproken met 'Durft u het aan?' dan als hij of zij wordt getutoyeerd. En deze stem lijkt sprekend op die van een spotje waarin met managementboeken wordt geleurd. Er is vast onderzoek gedaan naar wat werkt, maar ik zou me als advocaat/ dokter/ rechter/ manager in iets vaags weinig serieus genomen voelen als ik word gelokt met zo'n belegen stem. In de tv-versie van het E-matching spotje zien we een keurig wit poloshirt en een nog smettelozer spaghettihempje aan een waslijn wapperen. Een tweede, nog geaffecteerdere 'ik-woon-op-stand-stem' zegt weifelend dat de boodschap 'niet bedoeld is voor mensen voor wie deze niet bedoeld is'. Nou. Poe. Die is diep hoor. Typisch iets voor hogeropgeleiden.

Een tweede stem die ik op de radio meen te herkennen is die van Mimoun Oaïssa. Ook hij speelde net als Lammers in  'Shouf Shouf habibi' en in het chaotische 'Schnitzelparadijs'. En nu hoor ik diezelfde Mimoun in een spotje van Insinger Gillissen. Ja, u raadt het goed, dat is een bank. Speelgoed of warenhuizen heten nóóit zo ingewikkeld. Die stem hoor je ook - zonder gezicht- bij de beeldversie van de 'private banking'. Met een bekertje roze verf als metafoor voor 'uw vermogen'.

Als het bekertje langzaam wordt omgekiept en de verf uitloopt, spreekt de trage voice-over van de player uit het Schitzelparadijs dit keer: "Wij helpen uw dromen te realiseren (...) want met de juiste begeleiding (...)".  Dat verschilt toch verrekt weinig met zijn tekst uit de film: 'Je hebt begeleiding nodig man, echt een coach'. Of je nu afwashulp bent of handelt in vastgoed, bij Oaïssa zit je goed! Maar ja, hij geeft tegenwoordig dan ook communicatietraingen. En met Oaïssa als player en bankier in gedachten, wordt de educatieve klokhuis-scène waarin hij als cowboy speelt ook mooier. Het gaat daar om 'de juiste muziek bij de juiste scène'. Weet ik dat ook weer.

Maar radiostemmen zonder beeld blijven toch fijner. Of herkent u hieronder uw bankier?


vrijdag 21 december 2018

Sterstemmen 1

Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga),  Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.

Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.

Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30met hun tijd meegaan.

Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.

In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'

Hier lees je deel 2

zondag 16 december 2018

Een boombel voor pennen

Koude ruggen, dat krijgen mijn zonen van al dat groeien. Hoog tijd voor een bliksembezoek aan de plaatselijke kledingzaak. Gelukkig doen mijn kinderen minder moeilijk over het passen van kleding dan ik vroeger deed. Ik kan me zelfs niet heugen dat ik op hun leeftijd met mijn moeder mee ging naar de winkel. Ik was met zestien jaar al gevlogen. En dan niet gezellig op kamers in een stad in de buurt, maar gelijk vijftienhonderd kilometer van huis. Alsof het niks is. Maar mijn jongens laten zich nog fijn meetronen naar de winkel.

Na slechts tien minuten konden we twee maatjes XL afrekenen. Bij de kassa lagen grote rode papieren kerstbellen. Daar kon je je naam opschrijven. En een kerstwens. Daarna kon je het ding in een boom hangen die middenin het winkelcentrum stond. Leo nam een bel mee en vroeg: 'Heb je een pen?'

Kees ging alvast naar huis, alwaar hem bergen huiswerk wachtten. Zelf snelde ik nog even door de supermarkt voor een pakje boter en een tros bananen. Leo liep achter me aan met bel en pen. Toen ook de bananen waren afgerekend vroeg ik nieuwsgierig hoe zijn kerstwens luidde.

'Bicpennen', zei hij.
'Pennen?', dacht ik. Ach ja, waarom ook niet. Een XL trui had hij al. En een nieuwe jas vond hij niet nodig, ook al stak zijn sleutelbos door de gaten in de jaszakken van zijn afdankertje naar buiten. Maar Leo voegde er gelijk aan toe dat hij die pennen eigenlijk ook niet mócht wensen. Want hij moest zuiniger op de pennen zijn die hij al had. 

Hij hing zijn bel zorgvuldig in de boom en ondanks ons strakke middagschema met sporttrainingen en avondwerk, hadden we opeens niet zo'n haast meer. Al lezend liepen we om de boom, nieuwsgierig naar andermans wensen.

"Gezondheid voor iedereen en ik hoop dat ik volgend jaar op paardrijen mag." Of andersom: "Een ijgen paard... en gezondheid voor mijn familie."  Er werden etentjes gewenst, met moeders of met de vriend van die en vriendin van die, een uur lang gratis boodschappen en opvallend veel uitjes. Naar Disneyland of gewoon naar zee. Andere wensen maakten meer indruk: "Een huis voor mij en me moeder." Met als toelichting dat orkaan Irma -of was het Katrina- hen dakloos had gemaakt. Of alleen maar een eigen kamer, omdat de wenser uit huis was geplaatst. Een sportabbonnement (voor iemand die aan huis gekluisterd was) of gewoon geluk voor een zoon omdat die een niet nader gespecificeerde zware tijd had doorgemaakt.  

De kerststemming zat er gelijk goed in. Maar missschien kwam dat omdat er ook anderen rond de boom kwamen staan die nieuwsgierig andermans dromen prevelden. Ik zou ter plekke alle paardrijlessen, boodschappen, etentjes en kamers willen betalen.   

'Bicpennen', galmde het nog na in mijn hoofd. Ach, hij blijkt niet de enige. Zo is juf Daisy uit Helmond genomineerd voor beste leerkracht van de wereld. Aan die prijs is een bedrag van één miljoen euro verbonden. Ook één van haar leerlingen oppert om daar pennen van te kopen. Als het jeugdjournaal vraagt iets duurders te verzinnen volgt een bescheiden: 'vulpennen misschien?' (bij min. 2.20). 

woensdag 5 december 2018

Feestjes die niet doorgaan

Altijd jammer als een feest niet doorgaat, zeker op een dag als deze. En dat is al de tweede afgelasting deze maand. Terwijl de maand nog geen week oud is!

Eén december zouden we de voetjes van de vloer gooien. Dansen is de sport die ik het liefst beoefen. En naast mijn werk gelijk ook de enige vorm van lichaamsbeweging. Maar ik was moe en het regende.  
"Hoe laat ben je bij ons" appte ze.
"Zeg jij het maar. Heb je al kaartjes? Het is pokkeweer. Ik kom denk ik met de bus"
"Wat mij betreft gaan we er even na elven heen. Kaartjes kopen we wel aan de kassa. Ze voorspellen vanaf nu geen regen meer"
"Dan spring ik toch op de fiets. Ben ik 23 u. daar, ok? Ik laat mijn foon thuis, is toch leeg"
Het is mij een raadsel welke buienradar zij raadpleegde, want een half uur later stond ik als een verzopen kat in de stad. Ze gaf haar man de schuld (waar samenzijn al niet goed voor is). 

Als twee stuiterende pubers begaven we ons richting vismarkt, waar we samen met een tiental anderen een dichte deur bij Huize Maas aantroffen. Wegens tegenvallende kaartverkoop ging het feest niet door. Toegegeven, de grote zaal in Huize Maas is met dertig man nog zieliger dan een half uur door de regen naar de stad fietsen, maar betrouwbare websites zijn soms ook best prettig. Gelukkig telt Groningen kroegen genoeg waar gedanst kan worden. 

Om drie uur 's nachts was het weer droog en fietste ik moegedanst naar huis, maar ik kon de slaap niet vatten. Vanwege een ander feestje. Een groter, ingrijpender en spannender feestje. Niks geen 'Huize Maas' maar een 'Huize Mijn'. Althans, dat was de bedoeling. 

Ik wandelde er vrijdag naar toe, en zondag na te zijn bijgekomen van het dansen opnieuw. Ook daar was een dichte deur, maar het tuinhek bleek wel open. Ik maakte foto's en kletste met een buurjongen die zijn het wiel van zijn geplakte band niet alleen terug op zijn fiets kreeg. Een Turkse man zei dat het er rustig wonen was, een Antiliaan die een hond uitliet zei dat er allemaal mensen woonden die 'iets met natuur' hadden. Ja, daar wilde ik bij horen! 

Maandagmiddag was er open huis in 'Huize Mijn'. Mijn kinderen waren niet onverdeeld enthousiast: "Wat een deurenfestijn" en "De halve school fietst hier elk ochtend langs". Omdat Kees niet was toegekomen aan zijn dutje stortte hij ter plekke in op het enige meubelstuk dat het uitgewoonde huis rijk was, de tuinbank. Nog voordat ik het huis tot het mijne had gemaakt, was mijn jongste telg er al gaan slapen! Meer symboliek kan een mens niet wensen. 

Vandaag werd ik teruggebeld. Het wordt geen 'Huize Mijn' maar 'Huize Zijn'. "Die man wilde het persé hebben", zei de makelaar. "Hij deed een hoger bod"

Mijn feestje gaat niet door. 
Maar december is nog jong.
We maken er een feest van.

vrijdag 30 november 2018

Scholen verkopen gelukkig geen broccoli

Bij het doen van boodschappen -iets dat met twee inwonende pubers zó vaak moet gebeuren dat ik het ze nu vaak zelf laat doen- vind ik het fijn om het brood bij de bakker, het vlees bij de slager en de groente, bij gebrek aan een groenteboer, op de markt te kopen. Als ik haast heb, haal ik alles bij de supermarkt. Alwaar ook een indeling naar soort wordt aangehouden. Wel zo handig.

Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.

Je zou zeggen dat de belpyramides, papieren agenda's en dito roosters met de komst van internet passé zijn. Deels is dat ook het geval want er zijn nog wel boeken maar wat je daar uit moet leren verschijnt digitaal op verschillende plekken. Eerst was er Magister, toen kwam SOM-today, een overzichtelijk systeem met naast roosters en huiswerk ook uitnodigingen voor ouderavonden en cijfers. Of dat laatste pedagogisch verantwoord is betwijfel ik. Een kind kan een slecht cijfer nooit meer even 'inkleden' (of verzwijgen) of juist enthousiast binnenkomen met een tien voor een boekverslag. Ouders weten alles al. Maar overzichtelijk is het wel.

Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.

Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.

Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.

Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.

Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.   

vrijdag 9 november 2018

Arabia Felix of een zandbak vol hoofddoekjes?

Was ik me toch weer bijna aan het opwinden. Over wereldpolitiek nog wel. Het leek mij allemaal zo doorzichtig. Dat Pompeo in Ryad de koning en prins sprak nadat deze trouwe wapenklanten een kritische journalist hadden doen verdwijnen. Of hadden laten vermoorden. Of aan stukjes sneden.  We zullen het nooit weten. Wat we wel weten is dat kort nadat Pompeo in Ryad was, de VS de sancties tegen Iran aanscherpte, toevallig de grote vijand van de koninklijke wapenklant. Soort van handjeklap: "Prima, wij stoppen met bommen gooien op Jemen (die jullie maken), maar dan moet de VS de wapenleverancier van de andere partij in Jemen, wel straffen." 

De bommen stopten niet. Integendeel. Gisteren schenen de gevechten in Hodeida het hevigst te zijn sinds maanden. En met die sancties tegen Iran zal de VS ook niet bereiken wat ze willen, of wat Ryad wil. Peyman Jafari legde in Nieuwsuur  uit dat Iran de sancties wel zal voelen maar dat acht landen, waaronder reus China er niet aan meedoen en dat Iran ook trucjes kent om die sancties te omzeilen. Jafari is net gepromoveerd op onderzoek naar de rol van olie in de Iraanse economie en weet vast waar hij over praat. Ook verfrisssend om eens iemand te horen die niet persé staat te juichen bij het idee van een regime change in Iran. Zo'n genuanceerd beeld hoor je niet gauw van een Iraniër. 

Maar hoe gaat het ondertussen nou in "Arabia Felix", "Het gelukkige Arabië", zoals de Romeinen Noord-Jemen noemden. Zijn het inderdaad alleen Iran en de Saoudi's die daar een oorlog uitvechten, en is half Jemen stervende? Welke journalist komt daar nu nog om ons te berichten hoe het daar echt gaat?

Ana van Es is één van weinigen die dat lukte. Maanden voorbereiding kostte het haar om Jemen binnen te komen. Ze vertelde op de radio over een man die er zonnepanelen verkocht. Die deed gouden zaken, dankzij die oorlog. En er zijn meer mensen die van de oorlog profijt hebben. Ook legde ze uit dat er in Jemen geen gebrek aan voedsel is, dat de schappen vol liggen en dat er veel nieuwe supermarkten worden geopend. Alleen heeft het armste deel van de bevolking geen geld om daar iets te kopen. Voor hen komen er wel schepen met voedsel naar Jemen, maar dat vindt de kerseverse baas van het land dan weer een belediging voor zijn volk. Of hij vindt dat eten van slechte kwaliteit. In ieder geval gelden er importheffingen op. Wat me best slim lijkt, als je een oorlog moet bekostigen. Maar dat verhoogt natuurlijk weer de vraag naar voedsel. Of geld.

Oftewel, misschien toch iets minder doorzichtig dan het weinige dat ons over Jemen bereikt doet vermoeden. Hoog tijd eens op zoek te gaan naar wat dit land nog meer is dan "Een soort zandbak met teveel hoofddoekjes er in", zoals van Es het beeld schetst dat er van de Midden-Oosten bestaat bij de gemiddelde Nederlandse lezer.

In Jemen groeien granaatappels, dadels en het zou de bakermat zijn van 's werelds lekkerste koffie: Arabica. Als je even tijd hebt, kun je bij deze film nog meer moois zien. Joodse zilversmeden, vrouwen die huizen bouwen en dansende mannen. De reacties daarop komen vooral van mensen die Jemen in betere tijden bezochten: "Yemeni's are very different Arabs (...) Polite and soft speaking people they are." Wie meer houdt van Pharrel Williams, kan hier de Yemetische versie van Happy bewonderen.  Waarin ook even een meisje met het syndroom van Down danst, best revolutionair, niet alleen voor Jemen.  'Despite the difficulties our happiness will never cease', staat er bij de aftiteling.

Vanessa Lambregt schrijft hier nog meer hoopvols over veerkrachtige Jemenieten en via haar beland ik bij projekten voor film ("shoot films, not bullets"), muziek, streetart en literatuur. Bijvoorbeeld 'the Basement Cultural Foundation'. ("War is not only an arena for extremists and warmongers, but an instrument that galvanizes artists"-Joshua Levkowitz-). De oprichter, Saba al-Suleihi, is van mening dat de organisatie bewezen heeft bestand te zijn tegen het huidige conflict: "Our building was damaged by airstrikes, but we cleaned up and continued our activities. We will do this each time war strikes until there’s no more war”.  In september was er een discusssie over het werk van Simone de Beauvoir en vandaag werd er in de kelder uit het Indiaas vertaalde poëzie van Nabil Qassem geprenteerd door de Jemenitische vertaler en kunstenaar. Maar er worden ook thema's besproken als toenemende kinderarbeid.  

Misschien verdienen deze moedige mensen het meer om aandacht te krijgen dan mannen met macht die doorzichtige spelletjes spelen. 

zaterdag 20 oktober 2018

Over een eenzame druif en een groen haantje

Het pleidooi om wat positiever naar onszelf en de wereld te kijken, dat ik hier onlangs in het Engels hield, betekent natuurlijk niet dat ik zelf altijd fluitend door het leven ga. 

Aan het weer kan het niet liggen. Want oktober 2018, en de maanden ervoor, waren uitzonderlijk zonnig. Hetgeen tot vandaag tomaten en snijbonen uit eigen tuin opleverde. 'Hoera, ik heb weer een heerlijke maaltijd van zelf gekweekte groentes bereid', zeg ik dan in mezelf. Want er is niemand in de buurt.

De twee jongste zonen zijn bij hun vader. Ik mis hun afleiding en muziek in huis. Mijn oudste is aan het werk of slaapt nog in zijn studentenhol. Mijn ouders vieren vakantie in Frankrijk, mijn vriend doet hetzelfde in Hongarije en zelfs zijn tachtigplus-jarige moeder zoeft per Eurostar onder het kanaal door. Mijn zus vertoeft voor de verandering eens niet in Italië, Canada of een warm overzees oord, maar ook haar kan ik nu geen heerlijke 'Insalata Caprese' met eigen basilicum voorzetten. Haar thuis is al decennialang Berlijn. Twee keer verder van hier dan de woonst van mijn vriend. Langsgaan bij de buurvrouw is wel een optie, ware het niet dat ik nu even geen zin heb in haar gezelschap. De buurman heeft op zijn beurt weer geen trek in mij.

Sinds ik aan de rand van de stad woon, verrast nog zelden iemand mij met een bezoek. Mensen op het werk tegenkomen zou ook kunnen helpen. Maar collega's heb ik niet en bij mijn laatste klus was zelfs de opdrachtgever afwezig. En aangezien zijn hokjeshuis geen ruimte bood om daar te werken, besloot ik de klus thuis te klaren. Ik sjouwde, sneed glas, zaagde de glaslatten keurig in verstek en zette na het kitten het geheel in de lak. Het resultaat mocht er zijn. Maar ook dat kon ik met niemand delen, zelfs niet bij het afhangen van de deur. In het krappe studentenhuis draaide ik zelf de sleutel in het slot, daar jaren eerder door mij geplaatst. De afwezige studenten stuurden wel een keurig 'dankjewel' in de groepsapp nadat ik schreef dat ze voorzichtig moesten zijn met de nog verse verf.

Het getuigt natuurlijk van vertrouwen dat de huisbaas mij 'carte blanche' geeft. Maar een blik op de 'porte blanche' was naast een betaalde factuur ook fijn geweest. Een plaatje op twitter of alhier was natuurlijk nog mogelijk. Maar niet met als doel daar lof voor te krijgen, want als er al iemand mijn tweets of stukjes leest, dan wordt er zelden op gereageerd. En het weinige dagelijkse digitale contact middels Wordfeud is er ook niet meer wegens te verslavend voor mij.

Er kraait geen haan naar mijn snoeptomaten, lange schrijfsels of op maat gemaakte deur. Ook mijn zangtalent oogst geen applaus meer, want na de uitvoering in de Martinikerk hield ik de muziek voor gezien. Bij de schrijfcursus was feedback op mijn kunnen nog wel mogelijk geweest, er was een goede klik tussen de medecursisten onderling, maar de organisatoren vonden mij te kritisch en ik had het nakijken.

Dus tracht ik in mijn eentje heel intens te genieten van mijn mierzoete, zelf gekweekte druiven en werp intussen een eenzame, doch tevreden blik op de gedane arbeid. Op naar de volgende klus, in een al even leeg huis. Gelukkig was er toch kort onverwacht bezoek. Een felgroene sprinkhaan keurde in de bedwelmende terpentinelucht aandachtig mijn werk. Haar voelsprieten draaiden alle kanten op. Ze zag dat het goed was en sprong toen sierlijk richting wijnrank.

Dag haantje, fijn dat je even langskwam.


dinsdag 16 oktober 2018

Waargebeurd Fries sprookje over een meisje uit de Wouden

Een paar dagen nadat ze werd geboren overleed haar moeder. Zo ging dat in de negentiende eeuw wel vaker. Of het kind legde zelf het loodje voordat het goed en wel kon lopen. Om het risico te spreiden, of om meer handen te hebben voor het werk op het land, werden er veel kinderen op de wereld gezet. Maar voordat ze iets konden bijdragen aan het gezinsinkomen, waren het eerst extra monden die gevoed moesten worden. En als dat niet lukte, of de stiefouder had geen trek om voor kroost van een ander te zorgen, werden de kinderen zodra het kon de deur uitgezet.

Het meisje wiens moeder overleed trof hetzelfde lot. Het verhaal gaat dat haar werd gezegd dat ze zelf haar kostje moest gaan verdienen of anders maar van een brug moest springen. Ze kwam uit Zwaagwesteinde, één van de armste gebieden van Friesland. Ook wel 'de Wouden' genoemd. Dat was ook de naam die haar vader haar meegaf: 'Woudstra'. Door haar opa in 1811 als familienaam gekozen. Bij de 'Baljuw van Tietjerkesteradeel, Mairie Hargegaryp, Canton Bergum, Arrondissement Leeuwarden, Departement Vriesland'.....naast het indelen van families was het in de Franse tijd kennelijk ook nodig om de verschillende bestuurslagen goed te regelen.

Bovenstaande kan ik lezen in documenten die aan de namen van mijn voorouders zijn gekoppeld op de site van 'Alle Friezen'. Er is de laatste jaren ongelooflijk veel informatie online gezet. Naast aktes van geboortes en huwelijken las ik ook de naam van de boot die een voorouder voor achthonderd gulden verkocht. Of wie er onder armvoogdij stond of schuldenaar was. Zo bezien was het geen vetpot bij mijn voorouders.

Maar toen ik andere familielijnen ging uitpluizen kwam ik ook namen uit adellijke Friese families tegen. Ook die van het roemrijke geslacht Cammingha. Let wel, we zitten hier rond de veertiende eeuw. Het gerucht gaat dat de Cammingha's het klooster van Ameland naar Foswerd zouden hebben gehaald. Maar men beweert ook dat dit een excuus was om zich de bezittingen van het klooster toe te eigenen.

De Cammingha's hadden flink wat te vertellen in Friesland, Ameland was zelfs hun eigendom. In 1704 verkochten ze het voor honderdzeventigduizend gulden aan Amalia. Inderdaad, 'familie van'. Nog geen eeuw later wordt het ingedeeld bij Friesland (alweer die Fransen) en later verviel het aan de staat. Maar Beatrix zou nog steeds de titel 'erfvrouwe van Ameland' dragen.

Toch jammer dat de Cammingha's het eiland van de hand deden. In mijn stamboom kom ik namelijk ook ene 'Pyter Cammingha, heer van Ameland' tegen. Het lijkt me wel wat, zo'n eigen eiland. Maar al te veel aan je status en naam vasthouden biedt ook geen zekerheid. Inmiddels schijnt het geslacht Camminga nagenoeg te zijn uitgestorven. En net zoals alle kloosters verdwenen, zo bleef er ook van Cammingastate niets over. Al kun je er tegenwoordig wel een virtueel kijkje nemen. Hier.

De Eminga's pakten het slimmer aan. In plaats van eindeloos te koppelen in eigen kring met dezelfde voorouders, hetgeen de vruchtbaarheid vast niet bevorderde, gaf Claer Eminga in 1378 één van haar drie zonen haar familienaam mee in plaats van die van vader Wyarda. Deze op Wyardastate opgegroeide Ids liet zijn eigen Emingastate bouwen. In de overlevering met de veelzeggende naam Drinkuitsmastate aangeduid. Momenteel staat er de serviceflat Âldlanstate. In mijn stamboom werd Cammingha Eminga en via Donia later Goslinga. Tot Ettje Goslinga begin achttiende eeuw aan toe. De achterkleinzoon van haar achterkleindochter was 'koemelker'. Hij kocht in 1905 een boerderij met land te Huizum. Nog geen kilometer waar ooit Emingastate stond.

Hoewel hij niet zo schatrijk was als Ids, had de boer het goed voor elkaar. Met zijn vrouw en twee kinderen, koeien en land. Maar de boerin had TBC en haar vooruitzichten waren somber. Het moederloze meisje uit de Wouden kwam als geroepen. Ze deed de was in de vaart, boende, kookte, zorgde voor de kinderen en de zieke vrouw des huizes. Toen die overleed, trouwde het meisje met de boer en kreeg nog vijf kinderen bij hem. Eén van hen is mijn oma.

De boerderij werd veertig jaar geleden afgebroken. Ook is er niets meer over van Cammigha-, Eminga- en Wyardastate. In Goutum, tweehonderd meter van waar ooit dit laatste statige huis stond, heeft het boerengezin haar laatste rustplaats gevonden.

Maar hun namen leven voort. Mijn moeder en nichtje heten als het meisje uit de Wouden. Zij zijn nu tachtig en bijna achttien jaar.

vrijdag 12 oktober 2018

Ser posmoderno is a pleasure (part 2)

(part 1)

In Madrid I talked with people from Galicië to Azerbeijan, from Peru to Bangladesh and I saw an enormous power of positivity. I read anouncements for meetings. I met an artist that made wunderful work (and I invited him for that evening in the  'Enclave'), I bought some from him for one euro each and he said he would come for free to make wall-art if someone buys a ticket to come over. He already did so in Berlin. In the search, I mentioned before, for traces of what was Madrid thirty years ago, I ended up in a factory of tobacco. It turned out to be occupied since ten years. I could walk in for free and inside there was a huge place full of music and art. (Hopefully I'm not offending anybody saying I enjoyed this lively, lived kind of art instead of The Prado). There took place several meetings. Smoke and drugs were not allowed. I made a trip by bike through  'Rio'. Certainly an expensive project, but how couragious to spend so much money for a public space that apparently has no measurable economic value for itself? There was a walk of hundreds, maybe thousands old men and women that made 'kilometros para recordar'. Youth laughing while taking a shower between the trees and skaters on the bridges over the Manzanares. I ended up occasionally on a exhibition of Grafico de Buenos Aires in the thirties.

Things that you, Norberto, saw around you were quite different as what I saw. You mentioned three times the child that in your opinion was already an orphan, as her parents where both looking on their smartphones. The thing that astonished you the most, was the father 'playing with balls' on his screen. Let me be clear, I'm not a fan of using smartphones day and night. But dear Norberto, I saw them too, parents looking on their screens. And in my case the child was happily playing with the towels on the table while her parents were occupied with their own stuff. She took advantage of the situation. Finally she had the oportunity to play without danger of a repreminand not to do so, what people might think, how to behave properly and so on. I just want to say that 'spending time' with children do not has te be always a positive thing. Sometimes it can feel free for children to explore the world around them without intervenience of adults. (the 'invention' of the 'fragile child' with whom we should play with, is also quite new). That does not make them orphans.

On the other example you gave, I tried to discuss already at the meeting but I do it here again. You seemed to be shocked about an artificial, turquoise penis they sell in a shop around the corner. (I do not get the exact clue of what demontrates us this penis about living in postmodern times but anyway). It was equiped with a part that could directly massage the G-spot. I think that is not so much to be shocked about. In previous eras and still now, men (and most women) had no idea of the existance of a G-spot at all. Mostly not even that of the clitoris. Sex in general was -and still is- something that woman should give to their husbands. Enjoying it, is quite a recent thing. So, if a woman in this postmodern era has the oportunity to buy something (with her own loan) that gives her joy without giving pleasure to her husband first, I don't see what could be so 'value-less' about that.

In my opinion, despite of the overheating things happening in the the financial world, making us replacing things always faster, or as Cristina Marina said before you, 'se tratta de portar consumadores al producto' there is not so much to fear. 'Anxiety is a bad adviser', we use to say in Holland. If anxiolyticum is the medicine of the postmodern times -as you claimed- maybe we should look different at this era. It offers us vast opportunities  To think. To invent. To explore. To create joy and pleasure. Nowhere I saw this 'state of alienation' where people should be held in.

To conclude I would mention the two men I saw kissing passionatelly on the entrance of the metro. It seemed me a exposure of hopeful times. The freedom to love the one we want instead of what society has in mind for us to be properly. I'm pretty sure that this was not possible -or thinkable- at the time you or I were born.

In answer on the question if we should find a way to recover or, at the contrary, discart values that seemed obsolete, I would say: There might be new values. The challenge is to find out what those are. Possibly you could ask it the new generation represented in your students. I'm anxious to hear about their answers. Probably they will mention things that make life worth living.

Norberto, thank you for the presentation and for the lesson in Spanish. I certainly come back to Madrid, 'Ciudad lleno de possibilidades' 

To Maria I would say: "Grazie del invito e a presto".

Hasta pronto!

Lehti Paul

woensdag 10 oktober 2018

'Ser posmoderno' is a pleasure (part 1)

Bij uitzondering, of bij wijze van oefening, schrijf ik dit keer in het Engels. Een taal waarin ik mij niet optimaal kan uitdrukken, maar omdat het mensen betreft die het Nederlands niet machtig zijn -I presume-, doe ik eens een poging.

Exactly three weeks ago I had the pleasure to join a meeting in a bookstore named 'Enclave de libros', in Calle relatores in Madrid. Were Norberto Chaves presented his book 'Ser posmoderno'. I ended up in this tiny but cozy bookstore by chance. Actually I was looking for information about Madrid in de late eighties because of my book about an Argentian immigrant that arrived here at that time. But I bought a totally different thing: poems written by the father of Marcela de San Felix, known as Lope de Vega, four centuries ago. I got a kind of lost in the enormous offer of various subjects and titles (what to think about a 'Naturism in the twenties' or 'Kroatian poetry?), seeking for my attention. A kind of  'google in real life' with the smell of fresh printing as a bonus. The owners of this paradise of paper were Italian, which made a conversation more easy for me. Maria invited me to join one of the meetings they organise, just in the back of the bookstore. Not having enough knowlegde of Spanish was no excuse, she said. When I had the courage to read poems of Lope de Vega, I centainly should join the meeting. Practicing Spanish was the only way to learn it.

'Seven a clock' in Spain has to be considered as an 'indication'. But than, finally, the writer and an audience of ten, fifteen men and women started to listen. After an introduction of Cristina Santa Marina, doctor in sociology and filosofy, Norberto Chaves himself took us on a journey from Hamlet to Italo Calvino to Nietzsche. He said that 'Ser posmoderno' was a book to discuss about and even if I did not read neither bought it, I'm eager to accept this kind of invititation. Actually, I already did - in Spanish- on that evening.

Norberto, you don't have a very optimistic view of the world, on mankind, and (lack of) values in this era. You told us humble that writing was something you 'had to do' in life, you could not nót doing it. And you received a shy laughter of the audience by telling us that the only reason to live was not wanting to die. The first thing you said is similar to my attitude to writing, I can not imagine not to write. At this very moment I should have been working. To fix kitchens and bathrooms to earn money to pay the rent. But I prefer to write. Having no boss or colleages, I'm not bothering nobody by doing so. But about the second claim: life as a state of being because of not wanting to die, that sounds pretty anxious to me.

In the book you make an assessment of an inability to answer to a changed, changing society. Especially regarding values. Speculation as a culture, the absolute price elasticity -nothing is worth anything, it only costs something, provisionally- , and the effects of this to politics an, in the end, the way people think. Without having read the book I take the opportunity to claim that value and price has always been a pretty elastic thing. With the difference that in 'modern' times most people thought is was not. Now we do know. And that could have advantages too.

I admit, speculating on what possibly could happen with the price of barrels of oil to the price of houses might have taken a flight forward, but could'nt it be just because of that, that people are searching for other ways of looking, of living their lifes and, in the end, of thinking. What is worth (to live for) without looking at the (provisionally) cost first? As it is not given for granted that our children has a better (financial) life than we have, if there's no promise that proliferate with your talents give you the freedom of more money to do (buy) what you want to do, than maybe it's time to do, to act different in this very moment. Speculating of what prices might could do is no garantee anymore.

And this different way of thinking is just what I saw around me in Madrid. Plenty of initiatives of creative young people that do not believe in fairy tales of economy and grow as an law of nature that we have to obey or believe in. Of course, one could oppose that it's just a small, intelectual part of the world. Or, more mean, these are children of parents with money to cover their back. But I doubt about that.

(continues at part 2)

donderdag 20 september 2018

Een vergeten dichter, de dochter van Lope de Vega

Van een vrouw die vanaf haar zestiende in een klooster woont heb ik niet meteen een hoge pet op. Maar Sor Marcela de san Félix was een begaafde dame. Ze heeft tientallen beroemde werken geschreven. Waaronder gedichten, romans, theaterstukken. En ze werd ouder dan tachtig jaar, hetgeen in de zeventiende eeuw best oud te noemen is. 

Ze was een bastaard. Dochter van de beroemde Lope de Vega en zijn minnares Micaela de Luján, een actrice die in de kunsten ook niet onverdienstelijk was. Zij schreef op haar beurt stukken onder de naam Camila Lucinda, anagram van haar naam. Ook in de Spaanse gouden eeuw schreef men kennelijk al onder pseudoniem.

In de wijk waar de non/dichter Marcela, actrice/schrijfster Micaela en Lope de Vega rond 1600 woonden is veel verloren gegaan. Kleine huizen waar de Madrileense kunstscene zich verzamelde om te debatteren over de nieuwste werken moesten wijken voor huizen met meer grandeur. Zo ging in 1920 ook het huis van Cervantes (van Don Quichot) tegen de vlakte. Een enthousiaste voorbijganger wist ons te vertellen dat de gemeente het pand dat er nu staat graag zou aankopen, maar dat de eigenaar het niet wil verkopen.

Uitzondering op de sloop- en bouwdrift van begin vorige eeuw is het huis van Lope de Vega zelf. De kamers zijn opnieuw ingericht dankzij zijn gedetailleerde beschrijvingen. Het bekende Museo de Prado heeft er minder bekende kunst voor uitgeleend en er hangen drie antieke spiegels aan de wand. Die indertijd een luxe waren want van zilver. Ook prijkt er een portret van Sor Marcela aan de wand. Compleet met vrome hoofdbedekking

Toen we er gister werden rondgeleid bleek de Engels sprekende gids ziek. Ene Christina nam de honneurs waar. Haar hakkelige Engels was prachtig. Zo wees ze naar de oorknopjes van de Mexicaanse toeriste om te verduidelijken dat Marcela's broer was gesneuveld in Venuezuela op jacht naar parels.

In de tuin waren een laurier, een vijg, een sinaasappel- en granaatappelboom geplant. Naar een gedicht van Lope de Vega. Of zou dit van Marcela zijn?

De voorbijganger vertelde dat ook de dochter van Cervantes in hetzelfde blotevoetenklooster als Marcela had gewoond. Er zou weinig van Sor Marcela bewaard zijn gebleven. Of het kan niet met zekerheid aan haar worden toegeschreven. Ook in de vele boekhandels rond de barrío literarios en op internet kon ik niets van haar vinden. Zo ging dat met vrouwen in die tijd.

Maar het feit dat het portret van een buitenechtelijk kind dat officieel te boek stond als vaderloos, toch aan de wand van de werkkamer van Lope de Vega prijkt, lijkt me een mooi eerherstel.


https://www.mujeresenlahistoria.com/?m=1