maandag 30 juni 2014

Ze was gewoon zo groot


Met een hint naar het fenomeen 'geboorte' in mijn vorig logje zou de beste lezer kunnen denken dat hier nu een sappig geboorteverhaal volgt. Niets is minder waar. Het gaat hier om stoere mannen met laskappen, niet over persweeën en kraamtranen. Over staal en spuiters, niet over postnatale tranen. Maar met een beetje fantasie is er toch enige gelijkenis.


Ook deze boreling was nog kaal en hulpeloos. Vanmorgen was ik één van de toevallige voorbijgangers die haar mocht bewonderen toen ze in de sluis werd getrokken en geduwd. Indrukwekkend schouwspel. Naar haar gewicht durf ik niet eens te gissen. Maar allemachtig wat was ze groot. In de sluis paste het wel, maar op de foto kreeg ik haar maar moeilijk helemaal in beeld.



Ze werd geboren op 7 juni 2014 in Groningen geboren en S.S.Maria Theresa gedoopt.
Degenen die jou maakten mogen best trots op je zijn.
Behouden vaart!











zaterdag 28 juni 2014

Over baby's en bier

Vijf emmers latex smeren we weg. In de verte klinkt een sirene die me doet denken aan een Amerikaanse politieserie. Maar het geloei sterft niet weg, heeft tussenpozen. Mijn stagiaire helpt me uit de droom: het is geen ambulance maar een hijskraan. Ze zijn aan het bouwen bij het Forum. Je weet wel, dat multifunctionele gebouw dat miljoenen meer kost dan geraamd en dat het daarom altijd goed doet in de kroeg: 'Belachelijk dat er voor het maaien van veldjes/ ophalen grofvuil/ boeven vangen/ ouderenzorg/ losse stoeptegels geen geld is, maar dat de gemeente -doe mij nog een biertje- voor zo'n lelijk/ zinloos/ duur forum wel geld heeft.' Dat forum had zijn diensten al bewezen nog voordat er een paal in de grond stond. Met een gemeenschappelijke vijand (de grote boze overheid) stijgt de saamhorigheid met sprongen.

Zo bezien zou je die Isis ook bijna de Nobelprijs voor de vrede willen geven. Israël gaat opeens met de Arabische wereld en de VS flirt met Iran. Maar ik loop weer eens harder dan mijn lieve lezer kan bijbenen. We houden het vandaag dichter bij huis. In Groningen om precies te zijn. 

Waar het gister trouwens niet over dat beruchte forum ging, toen ik zelf in de kroeg zat. Of eigenlijk ervoor, op het terras. Genietend van de laatste zon en een koud Amsterdammertje. Maar over de bijter. En wat de andere aanwezigen daar nu van vonden. Want, zo zei de man op het bankje naast mij, iedereen vond daar toch wat van?

De vrouw tegenover me meldde ons de tussenstand van Portugal-Ghana en Amerika-Duitsland. Daarna boog ze zich schuchter over twee geparkeerde kinderwagens. Ze prees plichtsgetrouw de kwijlende kale koppies en ging gauw weer zitten. De verse ouders straalden en nipten van hun bier. Hun blije baby's droegen namen als 'Ties' of 'Mees' of iets ander yuppigs.

Toen de babygluurster naar het toilet ging, klapte haar vriend uit de school. Jazeker, ze verwachtten een kindje!. 'Was dat niet eng' en 'Hoe gaat dat dan?', aan de vragenstroom van de aanstaande papa leek geen einde te komen. 'Nee', vond zijn vrouw bij terugkomst, 'hij had het niet mogen zeggen, want ze was pas negen weken'. Toen hij even naar binnen ging om bier te bestellen, deed ze haar beklag over dat hij nog rookte. Stoppen viel haar zwaar.

Haar man zette haar een glas fris voor, nam zelf een slok gerstenat en stak een sigaret op. Toen vertelde hij over zijn moeder, zijn vroeggeboorte en waar hij zelf was geboren.
Dat wordt nog een hele bevalling, die zwangerschap.


De zon stond laag boven de huizen. De stellen wisselden verhalen uit over draagzakken en doorslapen, ziekenhuizen en knuffels. Ook de barvrouw schoof aan en vertelde over haar angst om te bevallen. Ik stelde haar -ouwe doos dat ik ben- gerust en haalde de legendarische woorden van mijn zus aan: 'Het is inderdaad zo dat het voelt alsof je wordt opengereten van je kruis tot aan je tenen, maar dat ben je alweer vergeten als dat warme, pasgeboren kindje op je buik wordt gelegd. Kinderen hoef ik echt niet meer, maar een bevalling zou ik zo nog een keer doen'.

De barvrouw nam nog een flinke teug.

Toen ging de zon weg.
En ik ook.

'Het Forum is bedoeld als algemene ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van de stad Groningen.

(Dit wordt geen forum maar de megarotonde bij de Bedumerweg)

donderdag 19 juni 2014

Onthoofd

Een man loopt rond in een slaapkamer. Het bed is onopgemaakt. Er staan nachtkastjes. De man trekt een laatje open. Gluurt er in. Doet het weer dicht. Er worden pakken op haakjes uit een kast gehaald. Op het echtelijk bed gedrapeerd. Niet echt gesmeten. De man stelt vragen aan een andere man. Die antwoordt. Over wat voor werk hij doet.

Ik zou weg moeten kijken. Dit wordt erger dan ik in een gecensureerde horrorfilm te zien krijg. En het is echt. Het moet echt lijken. Net zo echt als de plas bloed waar mijn goede vriend Roberto vorig jaar in stierf en waarin zijn vrouw hem vond, mijn zelfgekozen zusje. Die haar volwassen dochter uit alle macht buiten de schuur, het plaats delict probeerde te houden. Om haar de aanblik van haar vermoorde vader te besparen.

Er zijn meer mannen. Ze praten dezelfde taal. Vraag en antwoord. De bevraagde man laat zich blinddoeken. Nog een paar beelden van kleding die uit een kast wordt gehaald.

Is het in Karbala? De stad waar mijn Iraanse gastvrouw in 2009 heen wilde, maar wat haar kinderen haar uit haar hoof hebben gepraat. Irak zou te gevaarlijk zijn.  

Opeens wordt de man besprongen. Van achteren. Naast de open kast. Vanaf het bed. Ik zie geen gezichten. Bewegingen suggereren het doorsnijden van een keel. De kijker ziet geen doodstrijd. Wel het resultaat. Het hoofd dat zojuist over zijn werk vertelde, ligt nu bebloed tussen zijn eigen benen. Het levenloze lichaam ligt op zijn buik.

Hopelijk krijgt zijn familie deze beelden nooit te zien.


Dit verhaal heeft geen kop en geen staart.
Dat hebben zulke beelden niet.

zaterdag 14 juni 2014

Een groen WK

Wat te doen zonder tv bij het WK? Gekweekte stekjes uitzetten natuurlijk! Probleem hierbij is echter dat in de bestaande perkjes de tomaat landjepik doet met de aardbei en de kool de radijs wil imponeren. Hoog tijd om opnieuw wat tegels uit de tuin te wrikken ten behoeve van nieuw groen. Geen sinecure met een gesneuvelde spade. Iedereen die wel eens tegels heeft verwijderd uit een strak bestrate tuin, weet waar ik het over heb. Kutklus.

Maar met behulp van wat wilskracht en flink vloeken krijg je ze wel klein. Da's trouwens ook een optie, de boel gewoon stukslaan. Net als ik gister met een muis deed, die me met bloeddoorlopen oogjes smekend aankeek terwijl mijn schattige huisleeuw hem terroriseerde. Hij kroop weg achter de munt en 'pets' daar kreeg het weer zo'n klauw. Piepend hopste het halve beest weg. Ik had mijn kat Isis moeten noemen. Een crimi op de buis is prima, maar als ik buiten in de zon geniet van thee met koekjes, hoef ik niet op de eerste rang te kijken hoe een muis wordt afgetuigd. Ik gaf hem dus de genadeslag. Niet met de schep, die was immers stuk, maar met een paal.

Na het versjouwen van de tegels en het verwijderen van het zand, (waar laat ik in vredesnaam al dat zand dat onder de tegels vandaan komt? Op een bult? Neuh, mijn kinders zijn de zandbak ontgroeid. Met een beetje pech wordt het dan een kattenbak) heb ik nu een mooie kuil. Waar nieuwe aarde in moet. Die er niet is. Naar het tuincentrum mag niet meer want ik heb te veel op om nog achter het stuur te kruipen. (Wie dacht dat bierdrinken is voorbehouden aan bankhangende oranjefans heeft het mis. Ha!)

Maar het is hier koopavond en de buurtsuper heeft sinds kort aarde in zakjes te koop. (nooit gedacht dat ik me daar nog eens schuldig aan zou maken: aarde in plastic!). Op straat is het uitgestorven, ik fiets midden op de weg en verheug me op het gebroederlijk met andere voetbalhaters langs de schappen zwalken. Zulks schept een band. Wat een simpele blik al niet kan zeggen: 'He makker, jij ook op de vlucht voor het oranjegeweld? Ja, dat zeggen we natuurlijk niet hardop, uit angst voor verkettering, maar wij begrijpen elkaar, jij ook sterkte thuis.' Maar ook in de Coop is men niet veilig: oranje kassières, oranje mandjes. Dat doen ze trouwens het hele jaar door! 

Met de nodige stuurkunst wandel ik met honderd liter tuinaarde op mijn bagagedrager weer huiswaarts. Even later staat de rucola, de radijsjes, komkommer, courgette en basilicum met hun malse steeltjes in de volle grond. Af en toe wordt ik opgeschrikt door een oorlogsschreeuw uit één van de omringende huizen. Verderop in de straat gaan een paar dronken jongens balletje trappen in de rust. Het klinkt zo opgetogen dat ik bijna denk dat Nederland voorstaat.
Mijn vriend appt: 4-1!
Toch niet voor Nederland?! sms ik terug.

Tja, daar kan de zelfs de grootste oranjeontkenner niet voor wegblijven. Ik fiets naar hem toe, plof op de bank, trek nog een blikje open en ik moet toegeven, dat vijfde doelpunt was wel mooi.

De volgende wedstrijd zitten we met mijn aardbeien achter de tv. Moet ie alleen wel nog even worden aangesloten.






zondag 8 juni 2014

Bart en Murat

Moe van kinderfeestje, basketbalwedstrijd en verkeerd ingeschatte kilometers die ik op de fiets afgelegde  -allemachtig wat is Groningen groot- zit ik eindelijk in de trein. Naar Amsterdam. Helaas ben ik de dikke weekendkrant vergeten.

Als ik wakker word van een diepe dut, waarbij mijn hoofd gelukkig niet is weggezakt op de schouder van de zonderling die naast me zit, rennen er twee peuters door het gangpad. De één is blond, de ander getint. 

Ik denk aan het artikel dat ik gister las, waarbij een lezer zijn beklag deed over het gedrag van zijn kleine mede-passagiers, die niet stil zouden kunnen zitten en over hun ouders, die hier niks aan doen. De inzender, zelf ook vader, zou zijn kinderen nooit mee in de trein nemen. Gemiste kans, zo zei ook de krant. 

De blonde probeert contact te maken:
"Kijk dit is een deur, 
Daar kan je door", 
"Ga's opzij", 
"Ben jij een meisje?"

De donkere vindt het prachtig maar verstaat hem denk ik niet. Hij steekt zijn tong uit, wijst wat. Misschien is hij het gewend om niet te worden verstaan en houdt hij daarom zijn mond. Ze rennen vrolijk achter elkaar aan. 

Een paar coupe's verder klinken wat aanzetten tot vermaningen naar de peuters. 
Bart zet een fles aan zijn mond. Murat kijkt aandachtig toe. "Wil je ook?" vraagt Bart. 
Murat knikt. Bart houdt hem de fles voor. Murat lurkt er aan. Een sliert slijm komt er achteraan. 

In Amersfoort stap ik over. Murat zwaait. 
In Duivendrecht zwaait ook Bart me uit.  
Ik heb de krant geen seconde gemist. 

maandag 2 juni 2014

De Flames en de brandweer

Dit ving ik vanmorgen op bij de klas van Kees:
'Spannende wedstrijd, hè'
'Helaas konden we er niet bij zijn'
'Ja, de kaarten waren al in tien minuten uitverkocht'

Toen hoorde ik scores die onmogelijk van een potje voetbal konden zijn, en waagde het er op: 'Eh, pardon, mag ik iets vragen, gaat dit soms over basketbal?'

'Ja, we hebben gister gewonnen tegen Den Bosch!'

'O, Shit'

Gauw gaf ik Kees een zoen en laveerde tussen andere ouders door de school uit. Pijnlijk besefte ik hoe ik nu die ene ergerlijke ouder was die niet groet omdat ze steeds op haar schermpje tuurt. Maar het moest.

Onder het luiden van de Martiniklokken belde ik mijn eigen aanstormend talent (die wars is van social media en bij mij geen tv heeft) en hoorde door zijn mobiel de vogeltjes in de tuin. Gelukkig.

Leo: ' wou net wegfietsen, stuurde je een sms of je me wil afmelden voor training, heb last van me kuit' 
'O, balen. Ja, zal ik doen. Maar weet je wel dat Gasterra Flames gister heeft gewonnen!'
'Je moet nu Donar zeggen.'
'O, ja, nou ook goed, Donar heeft de beker en is kampioen. Wat het verschil is weet jij vast wel.'
'Echt? Cool!'



Pff, net op tijd. Het arme kind volgde tot voor kort de NBA op de voet (dat is ook met een grote oranje stuiterbal, maar dan in de VS) en trok verbaasd zijn wenkbrauwen op als ik niet wist wat een 'lay-up', 'rebound' of 'second dribbel' was. Ik schaam me nergens voor, maar voor de bescherming van mijn kind ga ik door het vuur. Straks blijkt hij als toekomstige Lebron James, als enige van niks te weten.
Maar stiekem was ik toch blij dat hij vanavond niet vroeg of hij naar de Grote Markt mocht voor de huldiging. Hij had vorige week zelf de krant al gehaald met zijn eigen 'Grote Markt moment'. Met zijn grote broer. Terwijl hij wachtte om samen met de juffen tweehonderdtachtig rozen uit te delen aan zijn boertje Kees en diens schoolgenoten. Die de wandelvierdaagse liepen. Na een broodje shoarma met veel sambal, op de trappen van het VVV gebouw, speelden we twister met studenten.

Later kwam de brandweer met loeiende sirenes langs de wandelaars gescheurd. De fik in het VVV-gebouw was gauw geblust. En toen ging de brandweer vrolijk mee spelen. 

Vanavond bekeken we de foto's op 112 online.
En daarna gingen de broers buiten voetballen.


maandag 26 mei 2014

Lieve Joris

'Ze ontmoet Afrikanen die dankzij hun handeltjes in hun thuisland huizen en winkels kunnen bouwen, en Chinezen die hun liefde voor Afrika angstvallig geheim houden uit vrees dat hun landgenoten het continent zullen overspoelen.' Aldus valt te lezen op literatuurplein over het boek dat Lieve Joris schreef en daar afgelopen zaterdag de Bob den Uyl prijs voor kreeg.

Ik heb haar boek, 'Op de vleugels van de draak' nog niet gelezen, maar word hier wel blij van: 'Lieve Joris reist in het kielzog van Afrikaanse handelaars via Dubai naar China, waar ze ziet hoe zich buiten ons westerse blikveld een kleine revolutie voltrekt'.  

Lieve lezers van kranten en nieuwsites, laat je niet meeslepen door angstvoedende berichten over een tsunami aan vluchtelingen. Of de onheilstijding dat Italië onder de voet zou worden gelopen door mensen uit Libië terwijl politici bekvechtend over straat rollen over hoe het tij te keren.
Een Europese aanpak! Een quotum! Grenzen dicht!
Maar van wat, beste mensen? Waarvoor? Tegen wie?

Het mag een wonder heten dat er sowieso nog mensen zijn die op gammele bootjes de Middellandse Zee willen oversteken. Terwijl hier, in tegenstelling tot sommige landen waar ze vandaan komen, geen olie en bauxiet in de grond zit. Europa vergrijst. Jonge mensen die straks nog kunnen werken, studeren en consumeren komen uit Afrika!

In 2007 kreeg Maxima op haar flikker toen ze aan 'de' Nederlandse identiteit twijfelde.
In 2008 schreef ik over de enorme schuld die Obama erfde in een aan China verkochte VS.
In 2009 was Obama op bezoek bij de universiteit van Caïro (gek hè, een universiteit in Afrika) en zei: 'Wij zijn allen maar korte tijd op aarde. De vraag is of we die tijd gebruiken om verdeeldheid te brengen of om een gemeenschappelijke grond te vinden voor een toekomst voor onze kinderen.' 
In 2010 schreef ik hoe Aziaten aan een erectie van drie miljard bouwden in islamitisch Dubai.
En in 2012 schreef ik over werkloze Spaanse kantoorklerken die terugkeren naar hun dorpen en over  Portugal die haar hoogopgeleiden naar Angola en Brazilië ziet vertrekken. Naar waar werk is. Terwijl de baas van Angola intussen aandelen koopt in banken en telecombedrijven in Portugal. In Europa.

En nu schrijf ik het weer. Als roeper in de woestijn. Want onze eigen xenofobe partij sleepte vier zetels binnen op het door hen zo gewraakte Europese pluche. Ook in Frankrijk zijn de stemmen geteld. Het Front National heeft intussen net zo veel zetels als de gehele Nederlandse afvaardiging bij elkaar.

Ze zullen daar in Brussel ook wel een soort verplichte inburgering kennen. Uiteraard staat Lieve Joris' bekroonde boek dan op de leeslijst. Als nationale held. Ben benieuwd wat de Franse en Nederlandse nationalisten er van bakken. Misschien gaan ze na lezing hun partijprogramma wel herschrijven. Maar het is ook mogelijk dat Wilders en le Pen alvast een loft kopen in Luanda, Dubai of Tunis.

Heb ik ook eindelijk een goede reden om in Europa te blijven.

donderdag 22 mei 2014

Lage opkomst bij verkiezings?

Daar hadden wij in Grunn nou helemoal geen last van!
Bereikten na lang wachten het stemlokaal achter dranghekken.
De democratie leeft hier nog net als vrouger en werd zelfs met bloemen gevierd.
Kunn' ze doar in Europa nog wat van leer'n, ja. 




vrijdag 16 mei 2014

P & W en de ontwrichting van het groene gras

Christine Otten heeft een boek geschreven over Winny, Nizar en hun liefdesbaby Rafael maar vooral over hun moeilijke weg om samen te kunnen zijn. En zo zagen we bij Pauw en Witteman het gezicht achter de onheilstijding van Opstelten. Die het had over een enorme toename van vreemdelingen.

Er werd geopperd om het boek aan alle Tweede Kamerleden cadeau te doen. Een nobel streven, maar ik heb niet de illusie dat er enig kruid is gewassen tegen termen als 'ontwrichting van de maatschappij' die Frans Timmermans bezigde. 'Iedereen wil wel een van negen tot vijf baan' voegde hij er aan toe. Ik kon de zestien miljoen onderbuiken bijna horen. Zelfs Otten kon niet op tegen dergelijke retoriek en gaf de minister in een onbewaakt moment gelijk: 'Ja, dat is natuurlijk zo, maar...'

Aan tafel bij Pauw en Witteman wilde Timmermans zich ook niet van zijn slechtste kant tonen (hij heeft vast meer mediatraining gehad dan Otten). Hij beaamde op zijn beurt dat er achter de cijfers, afzonderlijke verhalen van mensen schuilgaan. Het was dan ook niet zijn bedoeling om de arme vluchtelingen, maar juist de slechteriken aan te pakken, de mensensmokkelaars. Kijk, daar kunnen we wat mee: een onderverdeling maken tussen de good en de bad guy. Arme vluchtelingen versus op geld beluste gemenerds. Hoeft de kijker tenminste niet met zijn geweten in de knoei te komen.

Maar het echte nieuws kwam van de Brabanste kapster Winny zelf. Ze vertelde over haar Tunesische schoonmoeder. Die kwam op familiebezoek in Nederland en hoewel ze een toeristenvisum voor drie maanden had, was ze na een maand alweer liever naar huis gegaan.

Ik ken veel schoonmoeders als die van Winny. Wie zelf ervaart hoe het leven hier is, ziet het groene gras al gauw verdorren. Maar als je tienduizend dollar hebt betaald, waar de rest van de familie wellicht ook nog krom voor heeft gelegen, keer je iets minder makkelijk op je schreden terug. Al was het alleen maar om je gezicht te redden.  

Mijn Iraanse vriendin G. probeerde vorig jaar haar zwager ervan te weerhouden naar Europa te komen. Hij had er jaren voor gewerkt en gespaard. Zijn tocht naar het beloofde land was een obsessie. G. had gepraat als Brugman, niet alleen om hem de gevaarlijke tocht te besparen, maar vooral omdat ze wist wat hem hier te wachten stond. Maar ze snapten het niet, werden zelf een beetje boos, want waarom bleef zij zelf dan eigenlijk in Nederland? Wilde zij soms, als enige familielid dat Europa in mocht, al die rijkdom voor zichzelf houden?

De smeekbede van G. hielp niet. Maar haar zus en zwager veranderden wel van gedachten na een vakantieweekend in Istanbul. Het was er vreselijk, nog erger dan in Iran. Bij thuiskomst besloten ze hun tienduizend dollar anders te investeren.

Voor velen die buiten 'fort Europa' wonen is het onbegrijpelijk dat er hier geen goud uit de kraan stroomt. Hoe groter de slotgracht, hoe begerenswaardiger het fort. Maar andersom gaat die vlieger ook op. Politici als Timmermans en Teeven werken er zelf hard aan mee. Landen waar vluchtelingen vandaan komen zijn onderontwikkeld en arm. Rechts hanteert het beeld van gelukszoeker, links houdt het meer op arme stakkerds. Van Marokko tot Egypte. Van Syrie tot India.

Daarom was ik zo blij dat er uit Syrië eindelijk ook weer eens beelden van een school, een markt, dansende jongeren en een kinderklerenkast te zien waren. Jazeker, de mortieren in de verte kon je horen, maar intussen vonden de olijven op de markt gretig aftrek. Net zo min als hier goud uit de kraan komt, woont daar iedereen in een tent.

Het voordeel van Rafael is dat hij straks het Tunesische en het Nederlandse gras kent.
Kan hij zelf ruiken aan zowel de jasmijn als de tulp (je weet wel, die bloem uit Perzië)

vrijdag 9 mei 2014

Spring in Grunn


Met de auto naar Oldenzijl,
Op de fiets langs het water naar Bedum
Naar de scheepswerf bij Foxhol op de motor. 
Lopend naar de dodenherdenking in Noorddijk.
In een kano bij Paterswolde (en er weer uit)








De kerk in Garmerwolde in de renovatie.
'Recreëren' in Kardinge. Of op de motor in de wei bij Zuidlaren.
  
Maar je kunt de lente natuurlijk ook vieren op een caféstoel in een aanhanger achter een driewieler terwijl je op een doedelzak speelt.

Volgende springaflevering is in de stad.    











dinsdag 6 mei 2014

De sociale belastingdienst

Sinds mijn verhuizing regent het hier blauwe enveloppen. Ik ben er dol op. Want de fiscus zorgt voor scholen, het openbaar vervoer en het stadsgroen. So far so good. Maar de belastingdienst levert ook een grote bijdrage aan de werkgelegenheid. Laat ik hier eens wat cijfertjes bij zoeken.

Het CBS zegt: 'In het vierde kwartaal van 2013 behoorde twee derde van de bevolking van 15 tot 65 jaar tot de werkzame beroepsbevolking. Dit komt overeen met bijna 7,3 miljoen personen.'

Wikipedia zegt : 'Bij het ministerie van Financiën te Den Haag werken circa 1400 mensen. Er is echter ook een aantal decentrale onderdelen: De 35.000 medewerkers van de Belastingdienst werken in regiokantoren in het hele land.'

Vijfendertigduizend? Dat is één op de tweehonderd! Nee, méér. Want: 'In het vierde kwartaal van 2013 behoorden 648 duizend personen tot de werkloze beroepsbevolking.' Van elke 190 werkenden werkt er dus één bij de belastingdienst. En dan heb ik alle Vutters, Wajongers en anderen die uit de staatskas betaald moeten worden, er nog niet eens afgetrokken. Maar er is dan ook genoeg te doen.

  • Ze moeten mijn te laat betaalde motorrijtuigenbelasting verrekenen met de teruggaaf omzetbelasting, 
  • De overgebleven teruggave op een andere dan mijn gebruikelijke bedrijfsrekening storten (had iets te maken een minister die misstanden wilde aanpakken) 
  • Daarna met een boete en naheffing komen omdat ik mijn motorrijtuigenbelasting weer te laat betaal. 
  • Volhouden dat mijn zorgtoeslag alleen op de gezamenlijke rekening met mijn ex kan worden gestort. 
  • Diezelfde toeslag - zonder nader bericht- in verband met mijn verhuizing stopzetten.
  • Dit onmogelijk weer kunnen opstarten.
  • Want dan willen ze opnieuw weten hoeveel ik verdien 
  • Maar die informatie staat op mijn IB-60 formulier, 
  • Dat ik zojuist had aangevraagd bij dezelfde belastingdienst. 
  • En om die informatie weer te kunnen teruggeven aan de belastingdienst
  • Heb ik mijn Digi-D code nodig. Die ik natuurlijk kwijt ben.

Maar het kan ook bij een commercieel bedrijf. Voor slechts 29,50 vragen die het voor me aan. Zonder inlog- of Digi-D code. En stel nu dat van alle mensen die zorgtoeslag aanvraagt, tien procent zijn digi-D niet vindt en geen nieuwe aanvraagt. Maar wel zorgtoeslag aanvraagt via zo'n 'codeloze', commerciële site. Dan verdienen zij daar dik dertien miljoen mee. En als je daar dan ook nog tien procent van de huurslagers bij optelt, wordt dit zelfs zestien miljoen. Kun je een prachtig, gelikte site mee maken. Overzichtelijker dan die van de belastingdienst. Daar hoeven vast geen 35 duizend mensen aan te bouwen. En als ik mijn boekhouder moet geloven, zijn er mensen die al eenenveertig hun Digi-D code kwijtraakten. Wat een gedoe. Zo'n site voldoet kennelijk in een behoefte.

Maar ik vond ik toch niet helemaal kloppen. Dus vroeg ik de slimme-site-mensen per telefoon om mijn aanvraag te annuleren. Daar zit ik dan met mijn principes.

Gelukkig werken er niet alleen veel, maar ook fijne mensen bij de fiscus. Blijk ik mijn aanvraag toch gewoon per telefoon te mogen doen. Gratis. Na het heen en weer sturen van een paar mooie blauwe enveloppen is het geregeld.

Werken bij de fiscus verschilt niet zo veel van aspergesteken of aardbeien plukken. 'In de aangiftetijd loopt het aantal gesprekken op tot meer dan 100.000 gesprekken per dag. Jaarlijks gaat het om zo’n 14 miljoen vragen van belastingplichtigen.' De belastingdienst als seizoensgebonden werkverschaffing.

Ben ik als ondernemer toch nog sociaal bezig.

donderdag 1 mei 2014

Meksi, Elmo en de EHBO

Meksi en Elmo.
Zo heette haar muis en haar vis.
Dat zei ze me.
Althans, ze zei het wel, maar niet tegen mij.
Ze wist ook niet dat ik haar hoorde. Op mijn voicemail.
Tegen wie ze het wèl zei weet ik niet.
Ik hoorde alleen wat instemmend gemurmel op de achtergrond.
Dat leek voor de Elmo en Meksi-mevrouw reden genoeg om schaterend te lachen.
Om de muis.
Die in het vorige gebouw zat, midden in de grote hal, elke morrege sat ie daar, in de belruimte. 
En het hoofd van de afdeling voerde Meksi kaas.
HA HA HA.
Welk hoofd van welke afdeling van welk bedrijf in welk vorig gebouw, dat weet ik niet, want op mijn display stond 'privé'.
Gek genoeg zijn negen van de tien 'privé' telefoontjes juist niet prive, maar zakelijk.
Misschien was het dezelfde dame die later opnieuw belde.

'Is dit klussenbedrijf Paul?'.
'Ja daar spreekt u mee, met mevrouw Paul.'

Dit keer hoorde ze me wel, maar wat ze hoorde kwam niet overeeen met wat ze verwachtte.
'O, wat dom van me.'
Ze scheen op slag te zijn vergeten waarom ze belde.
'Och, maar natuurlijk, och wat dom van me', zei ze nogmaals, voordat ze de moed had om mij haar EHBO artikelen aan te prijzen.
Die ik niet hoefde.
Ook al ben ik dan een vrouw.

Volgende keer als ik 'privé'  wordt gebeld, zeg ik:
'Met mevrouw Meksi, verkoopt u ook kaas?'

zondag 27 april 2014

dzerotresettetsjienkwe

Oftewel  0375. In het Italiaans. De 'muziek' van het nummer ken ik al sinds 1988 uit mijn hoofd. Het stond toen in de krant onder een advertentie voor seizoensarbeiders in de tabak. Niet dat dit nu mijn droombaan was of zo. Om vijf uur opstaan, jonge plantjes uit het zaaibed halen en gezeten achterop de tractor in de plantmachine steken. Klik klik klik. Later nat van de regen of dauw (zonder regenpak) of nat van het zweet (met) en dan de hele dag met je kop naar je knieën in een razend tempo plakkerige bladeren plukken van de tabaksplant. Met kilo's klei onder je laarzen.

Maar ik ging wel. Praatte kort met mijn toekomstig werkgever R. En toen we het barretje van het onooglijke stationnetje uitliepen wees hij me op een tuttig blondje dat net langskwam op haar roze vouwfiets. Instappertjes, flodderkleertjes.... 'Wat wou die nu beginnen in de tabak?' prevelde ik onhoorbaar.

Van de zes jonge meiden die de oude vrouwen kwamen versterken -sommige van hen werkte er vanaf hun elfde- bleven alleen zij en ik over. Er heersten feodale gewoonten. Rangen en standen waren helder. In het oude dorp woonde de manke oude pachtboer met zijn tandeloze, alcoholische vrouw en deels verslaafde kinders in een zwartgeblakerd huisje. Ze werkten beiden elke dag in de tabak. En hij onderhield natuurlijk ook de tuin van het landhuis en de groentetuin van de baas. Zo gaan die dingen. Iedereen kende elkaar. Wist alles van elkaar. Maar, zoals dat gaat binnen gesloten gemeenschappen, niemand praat er over. Want morgen heeft men elkaar weer nodig.

Het blondje en ik werden de beste maatjes. We crossten in mijn gammele R-4tje of met zijn tweeën op haar crossmotor naar de verder gelegen velden. Zij durfde tegen de te lage betalingen in te gaan. Een primeur in het dorp. R., onze baas, werd haar man. Toen ze in 1990 trouwden was ik 41 weken zwanger van mijn eersteling. De manke pachtboer mende het paardje van het karretje waar ze als jonge bruid op zat. 

Ze was extreem links en trok in haar eentje ten strijde tegen onrecht. Bij de vakbond en in de politiek. Na de Italiaanse verkiezingen van begin 2013, belden we elkaar. Ja, ze had gerekend op verlies, maar haar partij was nu echt compleet van de kaart geveegd. Ze voelde zich als een kip die leegbloedt na de komst van de 'comadreja'. Ik zegde toe er een logje over te schrijven.

Haar man R. was niet alleen een hardwerkende boer, ook hij was begaan met de wereld. Kaartte misstanden bij het ziekenhuis aan en kwam in opstand tegen de kap van lindebomen. Hij leerde de moedertaal van zijn vrouw, leende mij geld toen ik remigreerde naar Nederland en had mensen vanuit de hele wereld in dienst. Zo ook M, voormalig schoondochter van de manke pachtboer. M was op de vlucht voor haar ex. R. bood haar werk en onderdak. Maar haar ex dacht dat er meer speelde. Zo gaat dat. 'Er gebeurt niks', zei M. 'Er gebeurt niks', zei ook R. tegen zijn vrouw. 'hij dreigt wel, maar we hebben vroeger immers samen gevoetbald en op school gezeten. Het zal zo'n vaart niet lopen.'

Wat een comadreja in het Italiaans is weet ik niet. Ook niet in het Nederlands. Net zo min als ik weet hoe ik degene moet noemen die een maand later de metafoor met de kip werkelijkheid liet worden. Wie het was weet iedereen. Ook voordat het ging gebeuren. Zo gaat dat in dorpen als deze.
Ik hoorde het toen ik elf maanden geleden het mij zo bekende 0375 op mijn display zag verschijnen. Op klaarlichte dag. Wat nooit gebeurde. Twee dagen later droegen we R. naar zijn graf.

Vanavond draaide ik het nummer opnieuw. Er was geen gehoor. Gelukkig wel op haar mobiel. Ze klonk dichtbij. Ze klonk moedig. We lachten als vanouds. Ze vertelde dat ze die middag op de tractor zat en nieuwe komkommer en meloenen had geplant. De oude man die haar hielp had haar op een zeker moment gevraagd te stoppen. Hij wilde zijn bewondering uitspreken: dat ze geen manoeuvre te veel maakte. Vorig jaar had R. ze nog geplant: boontjes, meloenen, courgettes. In juli had ik haar geholpen met de oogst. Hun dochter verkocht ze aan de weg.

'O ja', zei ze, 'je kunt het oude nummer nu wel wissen'. Het nummer dat we destijds beiden belden voor een baan in de tabak. Ze dicteerde me het nieuwe nummer. En ik het mijne.

vrijdag 25 april 2014

De houthandel belde toen ik in de avondzon de ochtendkrant las en toen lag er een kind in het water

'Rust'; dacht ik nog. Daar in het gras, onder het frisse groen, tussen de molshopen, omringd door lieflijke watertjes en meertjes. Met achter een boomwal het geluid van forensen die zich over de A28 naar huis spoedden.

Op veilige afstand, met een schuine blik op de krant, aanschouwde ik een potje 'rugby op het water'. Wist niks af van het bestaan van deze sport. Met bal, helmpjes en vooral veel gespetter. Een soort waterpolo, maar dan zittend. Ik moet er niet aan denken om zo'n verdwaalde mep met een roeispaan, of moet ik peddel zeggen, tegen mijn kop te krijgen. Doe mij maar de krant.  

De crisis moet wel erg zijn. Dat maakte ik niet op uit de krant. Maar meende ik te concluderen toen de groothandel mij opbelde om te melden dat ze me misten. Bij het horen van de bedrijfsnaam dacht ik in eerste instantie dat mijn rust voorbij was, en wachtte gespannen af welk bedrag er zou volgen dat ik hen nog schuldig was. Maar de uiterst vriendelijke mannenstem vroeg hoe het met me ging, dat hij me zo lang niet had gezien en of ik nog eens langskwam voor een geheel vrijblijvend kopje koffie.

In het niet meer vochtige gras, met een laaghangende zon, wachtend zonder echt te wachten, was ik erg geduldig. Ik hoorde de beste man uit over hoe het stond met hun bouwshop en de mogelijkheid om online facturen te ontvangen. Op mijn programma staan horren die ik nog moet maken. Misschien dat ik het hout voor het frame bij hun ga aanschaffen. Bij een kop koffie. En misschien krijg ik dan weer een knuffel kado. De eerdere bruine beertjes werden door mijn kinders 'houtje' en zaagseltje' gedoopt.

O ja, kinders. Dat was waar ook. Wel zo aardig dat ik wat interesse toonde voor zoonlief. Ik was hier per slot beland dankzij hem. Hij ging voor het eerst bootje varen, ik bedoel roeien, eh, kanoën, met een vriendje. De clou verklapte ik al in de titel.

Terwijl ik Kees ontdeed van het aan zijn lijf geplakte T-shirt, klaagde hij over het gebeurde. Over hoe stom het was dat hij na het omkiepen ook nog terug in de boot moest. Hij was liever naar de kant gezwommen. Maar dat mocht niet. Zijn slechte humeur was onder de warme douche gelukkig gauw over. En toen we het vriendje thuis afzetten, zei hij dat hij de volgende keer samen met hem 'Intouchable' wilde kijken. Want dat was zo'n mooie film.

's Avonds aten we Surinaamse kippensoep met het Algerijnse buurmeisje. En Griekse balletjes met basmatirijst. En sla met zachte geitenkaas. En gegrilde aubergines en courgettes.

Kees zette het nummer 'Fly' op. Dat hij zo mooi vindt. Van de film. 
En nu maar hopen dat er niet ook een vriendje op skydiven zit.

woensdag 9 april 2014

De moeder en de gevaren

Ik hoor haar soms fronsen. Als ik vertel dat ik weer eens op de steiger klauter. Dat doen moeders namelijk. Als ze aan de telefoon zitten met hun klusdochter. 'Kijk je wel uit?' of nee, dat zegt ze niet. Het is meer een veelzeggend soort 'Hm'. Ze vindt het misschien wel stoer, maar eigenlijk ook maar niks, zo'n klimmeisje.

Ik zelf eerlijk gezegd ook niet. Elke keer als het schilderseizoen begint, moet ik mijn hoogtevrees weer overwinnen. Dit jaar begint dat al het met steeds voor me uitschuiven van het maken van offertes voor onderhoud aan gevels tot zo'n zeven meter hoog. Schuldbewust fiets ik dagelijks langs collegaschilders die fluitend op de steiger staan. Ook het weer mag geen excuus zijn voor mijn uitstelgedrag. Want het lijkt wel zomer.

Als alibi pak ik andere klussen des te voortvarender op. Zo mocht ik de redder in nood spelen en een studente bevrijden via het balkon van de buren. Ik restaureerde een prachtige antieke deur, legde buiten in de zon een mooi patroontje met klinkers en trok draden voor een contactdoos voor een kattenluik. -ja zeker, daar zit soms een snoer aan, wist ik ook niet. Een mens leert elke dag weer bij- Kortom, snel werk met snel resultaat.

De huiseigenaar van wie de huurder moest worden ontzet, smste vrijdag opnieuw. Voor een ander huis, waar een stukje plafond was weggehaald. Of ik dat weer dicht kon maken. Tuurlijk. Had zelf nog een gipsplaatje liggen. Trapje mee, stagiaire mee, en hopla in de klusbus. In welke van de honderd-en-een kamers in het pand ik moest zijn wist ik. Want ik kreeg per mail een plattegrond met kamernummers en de bijpassende namen en telefoonnummers. Zelfs de sleutel zou ik nog moeten hebben. Want ik had er eerder gewerkt. Dus griste ik ook de sleutelbos mee waar een gemiddeld gevangenbewaarder U tegen zou zeggen.

Staand op mijn trapleertje rolden er blauwe korreltjes uit het gat in het plafond. Ik was gewaarschuwd. Toch stak ik mijn hand in het gat. Om er achter te komen waar het hout zat waar ik de gipsplaat aan zou kunnen bevestigen. Ik graaide in iets. Shit, een muizenval. Best logisch ook: gif, een val.... Het ging net goed. De volgende voelpoging deed ik toch maar met een duimstok. Net op dat moment slofte studente nummer zoveel op haar weekendsokken de kamer binnen: "O, hoi, moest je nog even doorgeven dat.......

'PANG!'

Nog nabevend over wat er gebeurd zou zijn als in plaats van mijn duimstok, mijn eigen vingertjes door de rattenval waren gegrepen, bedankte ik de bewoonster voor het doorgeven van de boodschap.

'Hm'

' s Avonds at ik bij mijn lief. Gelukkig geen gebakken Lehtikootjes. En ook geen rattenworst. Hoewel, je  weet het maar nooit tegenwoordig. Paarden voor koeien verkopen schijnt vaak voor te komen, dus waarom geen lekker stads ratje, in plaats van zo'n schattige Miss Piggy op je bord. In Guinee schijnt zulks heel gewoon te zijn. Maar nu even niet, want van het eten van ratten (en eekhoorns, vleermuizen en apen) kun je het ebolavirus krijgen. En dan bloed je dood. In Londen moet je trouwens ook uitkijken, daar drinken eekhoorns van je koffie. Hoe dan ook, mijn vriendje had lekker gekookt. Na de afwas ging ik weer verder klussen in mijn eigen woonst. Ook daar is nog genoeg te doen. Hoewel er geen ratten rondlopen. En ook geen vallen. Maar ik kon niet naar binnen.

Want ook tijdens het eten was ik aan het werk geweest. En al bellend met een klant, had ik gedachteloos mijn huissleutels op tafel bij mijn lief gelegd. En nu rammelde er wel iets in mijn tas, die cipierssleutelbos, die toegang bood tot de panden waar ik overdag allerlei euvels verhelp, maar waarmee ik mijn eigen huis niet in kom. Het vriendje was inmiddels vertrokken naar het voetballen van zijn zonen. Ik was buitengesloten.

Gelukkig laat ik naast sleutels, nog wel meer dingen slingeren. Schoffels en tuinaarde en bezems en zo. In mijn eigen achtertuin. Best handig, als je de tijd moet doden totdat je wordt bevrijd. Hoewel, heet dat eigenlijk wel zo? Ik was zo vrij als maar kon. Daar in die enorme tegelzee van mijn permanente vakantiehuis. Onkruid dat omhoogpiepte, hakte ik genadeloos de kop af en plantjes werden van verse tuinaarde voorzien. Ik veegde me in het zweet en kreeg associaties aan de tijd dat mijn jongens nog kleuters waren en het schoolplein op vrijdagmiddag met een club ouders onder handen werd genomen.

Dreigende luchten hingen boven mijn hoofd maar voordat het noodweer losbrak kwam mijn redder de sleutel brengen (daar kun je mee thuiskomen, met zo'n vriend) en mijn tuin was aan kant. Morgen ga ik weer nieuwe avonturen tegemoet. Onder de grond voor de afvoer en op het dak om teer te smeren.

'Hm'

De avond valt. Bliksemschichten klieven door de lucht, auto's maken mooie geluiden op de natte weg en de aardbeiplantjes krijgen genoeg te drinken. Ik sluit de dag af en rook een shagje op mijn overdekte privé patio. Ja zeker mam, ik rook weer.

'Hm'

Kijk, daar heeft ze dan weer gelijk in.

dinsdag 18 maart 2014

Stem second love

Morgen is het zo ver. Dan mogen we weer een rondje inkleuren op dat enorme vel vol namen. Daarna onze creatie dichtvouwen en stiekem in een gleuf laten glijden. Want 'niemand mag het zien'. Maar intussen doen landelijke politici wel hun stinkende best om er voor te zorgen dat je hun vakje inkleurt. Zoals Samsom bijvoorbeeld.

De imagoschade die hij opliep na zijn scheiding bleef volgens mij beperkt. Ja, hij had bij de vorige campagne ietwat te veel gedweept met zijn familie en hij was bij enkele gelegenheden al eerder gesignaleerd met 'een ander'. En nu is hij gescheiden. Zo lang hij er geen vechtscheiding van maakt zal me dat verder een zorg zijn.We zijn per slot niet in de VS maar in Nederland.

Zowel de 'family-man' spelen én er tevens een bijslaap op nahouden, dát kan natuurlijk niet, want het is hier óók geen Frankrijk. Die mogelijkheid zag ik trouwens in geen enkel commentaar voorbij komen. Het zal de tijd wel wezen, de jaren zeventig liggen al een tijdje achter ons.

Sterker nog, de huwelijksmoraal lijkt anno 2014 -voor de buitenwereld- groter dan ooit. Zo groot, dat er politici zijn die menen dat een radiocommercial die vreemdgaan promoot, zou moeten worden verboden. Want dat is aanzetten tot, ..... ja, tot wat eigenlijk? Hier wordt zelfs de term 'bijna misdadig' gebezigd.

Beide opschuddinkjes heb ik niet van begin tot eind gevolgd. Maar de SGP-jongeren die het overspelige spotje wilden verbieden hebben vast bakzeil moeten halen, want ik hoorde de boodschap zondag (ai) weer. Het was dit keer in tweeën geknipt. Je kent ze wel, van die reclame waarbij je eerst lekker wordt gemaakt, en dan, na een intermezzo van een compleet andere boodschap, er weer aan wordt herinnerd dat dit je laatste kans is op 'die sexy auto', 'die lage rente of, in dit geval, de mogelijkheid om er naast je huwelijk nog een 'minnaar of minnares op na te houden. Zo'n 'geknipt' spotje leidt in verkiezingstijd tot een apart soort radio:

(zoetgevooisde vrouwenstem): "Ben jij gelukkig getrouwd?
-korte stilte-
(zelfde vrouwenstem) "Ik ook"
Vervolgens spreekt Samson over de noodzaak van werk, zorg en andere belangrijke thema's
en daarna wordt je verteld waar je terecht kunt voor een tweede lief.

Twee keer liefhebben, ná of náást elkaar, is dus schijnbaar niet verboden. Twee keer stémmen is dat wel. Bij de vorige verkiezingen was er gedoe over 'samen in één hokje'. Bij gehandicapten bijvoorbeeld. Of kinderen die met mama mee het hokje ingingen. Dit keer wordt elke poging om kiezers te helpen om bij volmacht te laten stemmen, als 'ronselpraktijken' bestempeld.

Wat ik tegenwoordig kies?
Wel, ik ben weer helemaal braaf tegenwoordig.
Geen escapades meer links of rechts.
Maar kiezen voor wat dichtbij is.
De kleur van je eigen nest.

Ik zou zeggen:
Maak dat hokje morgen maar mooi rood.
Da's de kleur van de liefde.
En die bevalt prima.

zaterdag 15 maart 2014

Een eigen vakantiehuis in maart

Zaterdag 1 maart. "Verhuizen" stond er in mijn agenda. Dat had ik daar zo'n twee maanden eerder in geschreven. In een poging enige houvast en richting te geven in mijn zo chaotische, volle leven. De weken ervoor stond er, tussen de sportwedstrijden van de kinderen en klussen voor klanten in, allerlei zaken die aan dit 'verhuizen' vooraf hadden moeten gaan. Niet alleen 'vloer leggen', 'gordijnen hangen' en 'hoogslaper timmeren ' maar ook  'muurtje metselen', 'deur afhangen' en natuurlijk de nodige regelzaken.

Van die klussen kon nog lang niet alles worden weggestreept, maar, zoals gezegd, het opschrijven was bedoeld als richtlijn. Ik ben er de persoon ook niet naar om slaafs alles na te leven wat er in mijn agenda staat, en er was verder ook niets of niemand die mij dwong om dat 'verhuizen' als harde deadline te zien. Maar het stond er wel. Dus deed ik het maar.

Ook al was de CV lek, had ik nog geen koelkast of fornuis en kon elke voorbijganger dwars door mijn huis heen kijken wegens gebrek aan enige vorm van stoffering.

Het was krokusvakantie. Door het extreem mooie februariweer hingen de meeste krokussen al weer slap en uitgebloeid met hun kopjes naar beneden, maar daar trokken de scholen zich niks van aan. Die bleven gewoon dicht. Naast 'verhuizen' stond er ook met grote letters 'mamaweek' in mijn agenda. En er is geen moeilijke formule voor nodig om te weten dat waar 'mamaweek' en 'vakantie' elkaar kruisen, er van enige serieuze vorm van werken weinig terecht komt.

In combinatie met zorgtaken is verhuizen ook niet echt handig, maar het komt wel tegemoet aan mijn obsessieve gedachte dat zo'n verhuizing toch vooral pedagogisch verantwoord moet zijn. Kinderen moeten het proces vooral 'meemaken'  'meebeleven' en de kans krijgen om zich het nieuwe huis 'eigen te maken. ' (Ja, Lehti, daar lul je je weer mooi uit. Bij gebrek aan een serieuze vorm van planning, doe je nu net alsof er een wijs doordachte filosofie achter zit. Is die agogische opleiding toch nog ergens goed voor.) 

Met grote zoon Frans waren de gemoederen weer eens hoog opgelopen zodat elkaar (nog) minder zien geen slecht plan was (een geïnteresseerde poging tot het tonen van interesse hoe het met zijn eigen zoektocht naar een huurhuis stond, werd vanuit zijn bed beantwoord met een gepikeerd "Je kunt toch ook gewoon 'Hallo' zeggen"). Zoon Leo vertoefde een week in Barcelona met zijn team (Vóór het uitzwaaien had ik een bedroefd, geblesseerd kind aan mijn rokken hangen dat tot overmaat van ramp zijn trainingsspullen vergat in te pakken zodat zijn vrienden bij de verzamelplek verbaasd vroegen: "Huh, heb je maar één tas bij je?". Het was goed geweest als anderen zijn voorbeeld van 'compact pakken' hadden gevolgd, want de zestig mensen, met gemiddeld drie koffers per persoon, pasten niet in de bus. Wat er met die bagage gebeurde weet ik niet, net zo min als ik wist of en hoe laat zoonlief in Spanje aankwam en of zijn tranen waren gedroogd. Toen ik na drie dagen van onbeantwoorde smsjes toch maar eens een medemoeder belde, kromp ik schuldbewust ineen: "Heb jij nog helemaal níets van Leo gehoord???! Ik skype élke dag met mijn zoon. Andere ouders klagen zelfs dat er te weinig foto's op facebook verschijnen".

Ai, nu stond nu vast te boek als ontaarde moeder. Er drong zich een beeld op van een groep pubers die elk half uur hun moeders een update gaven van hun exotische maaltijden, terwijl Leo stilletjes in een hoekje wachtte tot zijn moeder zich ook eens zou melden. Maar ja, zijn oplader had hij natuurlijk thuis laten liggen*)  

Hoe het ook zij, de twee grote zoons waren even uit beeld. (met 13 jaar valt de middelste toch lastig meer onder 'de kleintjes' te rekenen) dus zat ik met de verhuizing en de zorg voor kleine Kees (9) wel een beetje lastig. Te meer omdat er niet alleen geen meubels of gordijnen waren, ook de verwarming deed het vaker niet dan wel en zat ik ook nog zonder tv, internet en dergelijke eerste levensbehoeften. 

En nu wordt ik gebeld door een klant wiens huurder zit opgesloten in haar eigen huis.
Of ik ook tijd heb om de huurster te bevrijden.
Het staat niet in mijn agenda.
Laat ik dat dan maar even gaan doen.
Wordt vervolgd.

woensdag 12 maart 2014

Een kerk voor communisten


Er werd verwezen naar Noord-Korea, de Sovjet-Unie, er werd gesproken over een ontmoeting met een Griekse priester in een kibboets in Israël, over Indonesië, over de Spaanse burgeroorlog en de huidige dreiging in de Oekraïne. Het was weer werelds. Maar in de kerk was het wit. En op leeftijd. Ik vermoed dat ik met mijn 43 jaar een van de jongste aanwezigen was. Maar dat mocht ook. Aangezien het boek dat hier op 5 maart werd gepresenteerd vooral ging over 1940-'45, in het bijzonder het communistisch verzet uit die oorlog. Over CPN-ers die ook na de machtsovername van Hitler in 1933 al verzet hadden gepleegd en zich sterk maakten om Duitse vluchtelingen op te vangen. In de oorlog werden veel van hen opgepakt en vermoord en na de oorlog ontbrak het voor de overlevenden vaak aan erkenning. Die oorlog is nu lang geleden, maar nog niet lang genoeg om de nabestaanden en betrokkenen, waar ik woensdag tussen zat, een traantje weg te laten pinken.

De presentatie werd ingeluid door zigeunermuziek (Zigane), en door een uitvoering van 'Wij zijn de veenbrigade' (Moorsoldaten). Het doet wat militaristisch aan, maar aangezien ook ik ben opgegroeid in een rood nest, bezorgde het me toch warme herinneringen. Het lied bleef de hele dag in mijn hoofd zitten.

Max van de Berg, commissaris van de koning in Groningen, zelf geboren in 1946, reikte het eerste exemplaar uit aan de dochter van Wolter Wolters, actief in het Communistisch verzet in Groningen. Wolter Wolters kwam in 1942 om in Neuengamme. Zijn nu bijna honderdjarige dochter was de laatste die sprak. In de A-kerk.

Later op die dag zat ik aan tafel met de vader van de neven van de auteur. Hij vroeg wie er nu zoal geïnteresseerd kon zijn in het communistisch verzet uit de tweede wereldoorlog. Ik vertelde over wat ik die middag had gehoord. Dat kennis van de geschiedenis net zo onmisbaar is als taal en rekenen. Omdat het ons inzicht verschaft in denkpatronen. Omdat het ons iets leert over uitsluiting op grond van afkomst of overtuiging. En dat zo'n oordeel funest kan zijn. Ook voor de generaties die volgen. En dat het durven kijken en zien van verbanden en zelf verbanden durven leggen met de huidige wereld, bijdraagt aan het moreel besef. 

Geschiedenis is niet wat wij uit boeken leren, maar vooral wat zich buiten afspeelt. Bij mensen, onder mensen, wat wordt gezegd maar vooral ook waarover wordt gezwegen. Het boek was mede gebaseerd op interviews uit de jaren tachtig met oud CPN-ers die in het verzet hadden gezeten. Zij zijn inmiddels overleden.

Na afloop was er koffie en cake en aan de enorme rij die zich vormde bij de verkoop, kon ik opmaken dat de presentatie geslaagd was. Dat doet deugd.

Ik kocht het boek niet. Mijn bijdrage zal zijn dat ik, nog meer dan voorheen, mijn kinderen zal proberen te leren om zich zelf een beeld te vormen van wat er om hen heen gebeurt. Om goed te kijken, te luisteren en te (willen) zien en weten. Om zelf te oordelen, niet op grond van de groep waar ze bijhoren, of hun ouders, of waartoe ze anderen menen te moeten rekenen, maar op grond wat je zelf waarneemt.

Het indelen in groepen maakt de wereld misschien wel overzichtelijk, of simpel, maar het verdelen in 'mijn en dein' geeft ook strijd en leidt tot oorlog.
Op schoolpleinen, in Groningen maar ook op de Krim.




'Fascisme, dat nooit meer' is actueler dan ooit.








vrijdag 21 februari 2014

Haar


Dat hij wil laten groeien.
Niet knippen.
Zes jaar geleden vond ie het nog wel leuk.
Maar niet als het haar in je mond belandt.
Dan niet meer.
Dan is het vies
en kriebelt het op je tong.


Behalve dan als je dat haar 24 uur laat koken in zoutzuur om er L-cysteïne uit te halen. Dan kun je het door je brooddeeg mengen. En blijft het brood lekker vers. De keuringsdienst van waarde maakte er een mooie documentaire over.


Geen tijd voor het hele filmpje? Kijk dan toch in elk geval even naar Ajouad die van de kapper naar de zuurkast (bij min. 12) gaat of naar de opnames van de enorme balen met haar die in China van kapper naar fabriek gaan (min. 16-18). Misschien een onfris idee. Maar, zoals de chemicus zegt: wel een hele mooie manier om een afvalproduct opnieuw te gebruiken.


Hoewel...
de bakker vindt na het doen van vergelijkend onderzoek zijn eigen, met L-cysteïne gebakken brood maar moeilijk te verwerken.
"Als een prop in je mond".
En spuugt het weer uit. (min. 24)



vrijdag 7 februari 2014

De Heks van Sier-sin-flex*

Op maandag sloopte ze schrootjes en verving een kraan voor buiten
Op dinsdag bikte ze tegels en stucwerk en verving wat ruiten.
Op woensdag metselde ze een muur en kitte ze naden. (en sausde haar vriendje alles wit)
Op donderdag was ze de loodgieter, zodat de dokter weer kon baden.
Op vrijdag hing ze de lichtbak op. (en schakelde de verkeerde groep uit, zodat de praktijk zonder stroom zat)
En tussendoor moest er nog iets met een verdwaalde fiets, een gepikeerde zoon, vergeten gymkleren, omzetbelasting, rekeningen, asbestsanering, een verhuizende vriendin en de politie. Die achter mijn gestolen gereedschap aan zou.

Want, meneer met mijn flex, het is verdomde vermoeiend om de stijlen van een deurpost met de hand te zagen, oude verflagen te verwijderen zonder schuurmachine en kunststof waterleiding te persen zonder geschikt gereedschap!

Dit is de heks van sir-sin-fleks,
Die wil jou eens wat vragen 
Wat doe jij met mijn oude flex,
Moet jij soms ook schuren, slijpen en zagen?

Nee, deze heks,
deze vies bestolen heks,                         
wil je antwoord niet echt horen                                      
Want, beste dief, ik zag iets geks
dat mij niet echt kon bekoren.

Op zondag zie ik op internet
Mijn eigen spullen te koop gezet

Op maandag doe ik een schappelijk bod
dat al snel overboden wordt.

Op dinsdag schakel ik de smeris in
Die zet te laat hun crime-team in 

Op woensdag staat er niks meer te koop
Maar miss-sin-flex houdt goede hoop

(intussen improviseert ze er op los
en zijn haar klanten soms de klos)

Op donderdag belt ze de stucadoor
(voor anderen gaat het werk wel gewoon door) 

Op vrijdag koopt ze een nieuwe zaag
het moet maar eens uit zijn met dat geklaag. 

Die avond gaat ze ook in bad
zodat het in de rondte spat
En verder speelt zij met haar kat
het spelletje van `wie doet me wat'

 Alle mensen staan perplex, 
 zoals die heks kan klagen
 O, wat een heks,
 wat een vreselijke heks
't is niet om te verdragen.
 Wie wil de heks van Sier-sin-fleks
 Weer fatsoenlijk laten zagen?
















* Origineel van Annie M.G.Schmidt
De Heks van Sier Konfleks