zaterdag 24 januari 2015

De Islam in de schaamstreek

Na drie delen Senegal, is het nu tijd voor een Islamitisch intermezzo in eigen land. Ja mensen, want straks worden we hier overspoeld door vluchtelingen (u weet wel, type bruin haar, donkere ogen. Heet vaak Mohamed), daardoor zijn er geen sociale woningen meer voor (wel hardwerkende, blonde) mensen, zo meldde het journaal. Of er in de tussentijd ook één en ander aan sociale woningbouw in de verkoop ging, hoorde ik niet. Als doekje voor het bloeden (ze zijn zo heerlijk politiek correct bij de NOS) mocht een goed Nederlands sprekende VWO scholier zijn kunstje opvoeren. 'Welkom in mijn wonink' (hij wel!), zei Mahmoed* tegen de verslaggever.

Wat wordt het volgende nieuws? 'Woningnood want we worden te oud'? Met erna, in het reclameblok, een spotje tegen ouderenmishandeling?  Ik hoor het Mustafa Marghadi al zeggen. (Kijk, daar heb je het al, die gozer is via Jeugdjournaal en Klokhuis zo onze huiskamer binnengekropen. Weliswaar bij de late uitzending, maar toch, zo'n naam, 'Moustafa', dat kan nooit goed zijn. Dat voel je.)

Ik durf vanavond niet te kijken naar 'Rot op naar je eigen land'. Hoewel het misschien juist een poging is om tegenwicht te bieden aan al dat sluimerende 'er zit wel wat in' gekwaak. En in het Dagblad lees je dan over de verbazing over hoe Joodse vrouwen van de Nazi's aardappels moesten (mochten?) rooien in Groningen in 1943. Waarom zijn 'ze' toen niet gevlucht? Maar voor stemmingmakerij kun je niet vluchten. En wie kan zo'n mechanisme beter verbeelden en verwoorden dan deze meesters van de satire.

Toch ben ik in deze discussie soms aangenaam verrast. Bij het lezen van een tweet van Willem Aantjes bijvoorbeeld. Die een Bijbeltekst de wereld in stuurt met een schijnbaar andere bedoeling dan je van een CDA-er zou verwachten. Als verweer volgt dan uiteraard dat 'wij Christenen' verlicht zijn en 'onze' heilige tekst in de juiste context en tijdgeest weten te plaatsen. Om het ingewikkeld te maken zijn de weinige mensen die ik ken die er -heimelijk dan wel openlijk- voor uitkomen dat Wilders gelijk heeft, zelf moslims. Of ex-moslims. Maar dat zou geloof ik niet kunnen.

Wat er in de Koran of Bijbel wordt gezegd weet ik niet. Ze staan hier wel in de kast. Naast respectievelijk -even spieken- 'Het kapitaal' van Karl Marx en Otto Ruhle (deel 1, verkorte uitgave) en 'voorlichting voor jongens over sex' van sipke van der land (die 'X' en ook het gebrek aan hoofdletters verraadt een zekere gedateerdheid. blz. 33: 'Meisjesjagers aangehouden. Drie schoolgaande jongens van elf en dertien jaar zijn in hun woonplaats Groningen aangehouden omdat zij met windbuksen op meisjes schoten. Het drietal beschikte over 11.000 kogeltjes")

Maar ik dwaal af. Het ging over de invloed van 'de moslim' op ons geliefde vaderland (wanneer wordt vaderland eigenlijk moederland en omgekeerd?). Tegen een versimpeling van de werkelijkheid is geen kruit gewassen. Het enige wat ik wel kan doen, is mijn werk. En om me heen kijken.

In opvangcentra willen toiletpotten wel eens los gaan zitten. Niet zo zeer omdat vluchtelingen dat ding slopen, maar omdat het plaatsnemen op de pot soms vies wordt gevonden. En zo'n ding is niet  gemaakt om op te staan, dus dat gaat mis. Daarnaast geven veel moslims er de voorkeur aan om hun edele delen na toiletbezoek (en na andere toepassingen) met water te wassen in plaats af te vegen met papier. Dat dit ook in landen voorkomt waar de meerderheid van de bevolking een christelijk geloof aanhangt, verraad de herkomst van het woord 'bidet'.

Voor mijn huidige werk kom ik niet meer in opvangcentra maar doe ik klusjes bij mensen thuis. En laat ik nu net bij een keurig Hollands gezin een bidetkraan moeten monteren. Ze hadden de weldaad ervan op vakantie in den vreemde ervaren en wilden nu niets anders meer. De groothandel, Gamma of Karwei konden me niet helpen maar uiteindelijk, 'Jippijajajippiejippiejee', bood de roze bouwmarkt uitkomst. Ze hadden zelfs drie uitvoeringen. Van basic tot lux. Geberit lijkt in dit spotje ook niet veel moeite met moslims te hebben: 'Water is natuurlijke zuiverheid' (hoewel de pot waarmee u met water wordt gereinigd mij meer doet denken aan een vermomde vibrator).


En voor deze bekering tot het billenwassen kroop nog een andere sluipende cultuurverandering ons op de huid. Want u wilt toch niet beweren dat het massaal kortwieken van de schaamstreek een uiting is van een verlichte uitleg van de bijbel?

U zijt gewaarschuwd waakzaam Nederland!
We worden overspoeld.
Ik voel het in mijn kruis.
Amen.



*Mohsen lijkt in het nieuws-item goed geïntegreerd. Hij droogt zijn gebloemde koffiekopjes na ze uitvoerig met schuim te hebben gesopt, gelijk af en zet ze dan in de kast. Dat vind ik dan weer onrein. Het lijkt op mezelf afdrogen na het inzepen. Maar dat komt natuurlijk omdat mijn inburgering plaatshad in een katholiek land. Of ze hebben het spoelen er bij de redactie uitgeknipt.

vrijdag 23 januari 2015

Het gebroken gezin in Dakar 3

Vervolg van 2

Na tien minuten in de taxi wordt het nog stadser. Ik vraag de chauffeur of hij weet waar het hotel is. Er komt geen duidelijk antwoord. Ik pak mijn Lonely Planet er bij en geef hem het adres. Hij geeft geen teken van herkenning. Ik probeer hem uit te leggen dat het met 'vue sur mer' is. Paulien: "Mama, waarom laat je hem niet de kaart zien, dan weet hij het toch wel?"  Ik: "Volgens mij zou hij daardoor niet beter weten hoe hij moet rijden."

We rijden volgens mij de goede kant op. Dan leg ik hem uit dat het bij de Corniche Ouest is. Dat lijkt voor hem enigszins richtingwijzend te zijn. We rijden door smalle straatjes (die bij ons eenrichtingverkeer zouden zijn, je kunt elkaar hier met geen mogelijkheid passeren), de chauffeur spreekt een man op straat aan: 'Hé grand frère!' Richt zich dan tot ons op de achterbank: "Hoe heette dat hotel?" Ik laat hem de gids zien. De Lonely Planet gaat naar de 'grand frère', die het ook niet weet. Lonely Planet weer naar de achterbank en verder rijden. 

Omdat ik nog steeds redelijk zeker weet dat we ongeveer goed zitten, vind ik het best. Het is ook wel grappig, zo'n nachtelijke sightseeing, met een aardige taxichauffeur, die niet weet waar ie ons naar toe moet brengen, maar die wel heel erg zijn best doet. Zo zie je nog eens wat van nachtelijk Dakar.


Het tafereel met een of andere 'grand frère' herhaalt zich nog een paar keer, tot er één een duidelijke beschrijving geeft, bij die winkel links, dan tout droit, dan bij dat punt zo en zo, dan bij dat ding rechts, en dan nog even tout droit, en huppeldepup bladiebla. Chauffeur lijkt het te begrijpen en binnen vijf minuten staan we voor ons hotel.


Er is een klein raamloos huisje waar een security-vent, helemaal ingepakt met muts en sjaal en winterschoenen, in diepe slaap verzonken half tegen de muur op een krukje hangt. Hij wordt niet wakker van ons. Chauffeur gebaart ons in de auto te blijven zitten en vraagt waakman, die hij eerst omstandig wakker moet maken, of hij met de taxi naar beneden naar het hotel mag rijden. Kennelijk mag het niet, chauffeur komt weer terug en helpt ons met het uitladen van de koffers.

Ik had er van te voren al op gelet dat ik kleine briefjes euro's had, zodat ik mijn vijftien euro passend kon betalen. Maar voor zijn gezoek en zijn nachtelijke stadstoer, en omdat hij de jongeman zo veel voor zijn bemiddeling moest betalen, en omdat het een aardige man is die zijn werk gewoon goed doet, ben ik best bereid twintig euro te betalen. Ik geef hem twee briefjes van tien euro en zeg dat het zo goed is. Ik verwacht eigenlijk een bedankje, maar hij staat wat schaapachtig naar de briefjes te kijken. Hij reageert vrijwel niet.

Dan leg ik hem uit dat de vijftien euro die ik met de jongeman had afgesproken, ongeveer tienduizend francs is. En dat twintig euro veertienduizend francs waard is. Dan klaart zijn gezicht op,  hij bedankt me, probeert me nog een toer aan te smeren door te vragen wanneer hij ons weer op kan halen en welke toer we zouden willen doen, en verdwijnt dan in de nacht. Wij pakken onze koffers en lopen naar het hotel. Halverwege komt iemand van het hotel de trappen op rennen, zijn veters nog los, om ons te helpen met dragen. Die zat vast ook te slapen bij het wachten op late gasten.

Aan de receptie moeten we ieder een kaartje met formaliteiten invullen, paspoortnummer, beroep, adres, de hele reutemeteut. Dan met meneer de drager naar de eerste verdieping. Het hotel ziet er net zo gek en exotisch uit als op de foto's. In de lift met rood tapijt staat een gietijzeren zitbankje. Aan de muur op de gang zijn reliëfs van Romeinse en Egyptische taferelen. Op de vloer in de gang liggen mozaïeken in de vorm van zebravellen.


Boven het grote bed hangt een klamboe, boven het eenpersoonsbed niet. We hangen onze klamboe op, poetsen onze tanden, kleden ons om, werpen vanaf ons balkon nog even een blik op zee, en vallen dan doodmoe in bed.

Wordt vervolgd.


dinsdag 20 januari 2015

Het gebroken gezin naar Dakar* 2

Vervolg van 1
 
Wij gaan met zijn drieën naar het loket. Heeft u een visum? Nee, hebben we niet. Wilt u dat kopen?
Nou ja, si c'est obligé, dan wel, ja. 
Ok, loopt u maar met die mevrouw mee. Er zijn – behalve een paar officiële figuren in uniform – verder geen mensen. (Zijn we de enigen die hier een visum moeten kopen?) Eerst moeten we 157,50 euro betalen (Tsja, ze willen hier natuurlijk wel wat aan die toeristen verdienen). Dan moeten we naar een andere politiemeneer, waar ik op een stoel voor een fotoapparaat moet gaan zitten. Ondertussen staart meneer op zijn beeldscherm. Het apparaat waar ik voor zit, ziet er uit alsof het niet echt (of: echt niet...) werkt. 

Inderdaad krijg ik tien minuten later een visum in mijn paspoort geplakt, waar een foto van de foto in mijn paspoort bij staat. Er staat inmiddels een rij van vijftien personen achter ons. Ook de vrouw met het kindje. Ze legt uit dat zij Senegalese is maar het jongetje Frans, dus dat hij een visum nodig heeft. We praten over het belang van de nieuwe taal en de nieuwe nationaliteit voor de kinderen die in dat andere, nieuwe land opgroeien, waar je als ouder heen bent geëmigreerd. Intussen maak ik me zorgen over onze koffers en hoop maar dat ze straks nog ergens op een band rondrijden.


Ik ga zowat van mijn stokje van de vermoeidheid. Ook de kinderen zitten te gapen. Dan begint meneer de eerste autoriteit iets tegen me te zeggen, ik versta het slecht. Waar heeft ie het nou over? Koffie? Ik moet hem koffie geven? Wil ie koffie met me gaan drinken? 
Nu? 
Hier? 
Ik begrijp er geen hout van. Ik begin maar wat te antwoorden, zeg dat we moe zijn, dat de kinderen willen slapen, dat we naar ons hotel willen. Dan begint me iets te dagen. Ja ja, koffie. Zou dat -een half uur nadat we Senegalees grondgebied hebben betreden- een verzoek om smeergeld zijn? Of zie ik nu beren op de weg? Ik doe alsof mijn neus bloedt en klets maar wat verder over moe en kinderen en lange reis en willen slapen.


Na een klein half uurtje zijn we alle drie klaar en kunnen we naar onze koffers op zoek. Geen idee welke band we moeten hebben, nergens staat iets aangegeven. De meisjes bestuderen de wachtende mensen en zien dat er meerdere mensen zijn die bij ons in het vliegtuig zaten, dus het zal wel de goede band zijn.


Als we weer buiten staan is midden in de nacht, warm, vochtig. De sfeer is stads. Tientallen mensen staan geduldig aan hekken te wachten. Veel mannen, ook een aantal vrouwen, met prachtige gekleurde gewaden en grote om hun haar gebonden doeken. Veel mannen met djellaba's en van die kleine petjes/hoedjes. Zeer Afrikaans, zeer islamitisch.


We zijn de deur nauwelijks uit of ik word aangesproken door een jongeman die vraagt of we een taxi nodig hebben. De kinderen zijn al wat verder gelopen, in de veronderstelling dat we niet met de eerste de beste die ons aanspreekt, mee gaan. Maar ik vraag toch maar of hij weet waar hotel Sokhamon is en wat dat ritje zou kosten. Vingt euros. Volgens mijn info zou het tussen de douze en quinze euros moeten kosten, dus ik stel quinze voor. 

Hij vindt het best, pakt mijn rolkoffer, ik roep de kinderen en we lopen in flink tempo achter mijn rolkoffer aan de hand van meneer aan. Hij wordt door het dranghek gelaten, heeft kennelijk goede connecties. Met vlotte pas loopt hij naar de straat, waar taxi's staan te wachten. Maar hij loopt verder, de straat een stuk in, tot hij geroepen wordt. Hij draait zich om, loopt (nog steeds met onze koffer) nu met flinke pas weer naar het begin van de rij taxi's, hij smijt mijn koffer in de achterbak van de eerste taxi en gooit de bak dicht. Ondertussen is er een wat oudere man uit de taxi gestapt, degene die hem had geroepen, die doet de achterbak weer open, laadt onze tweede rolkoffer in en laat ons alle drie op de achterbank plaatsnemen. Chauffeur stapt in en gaat achter het stuur zitten, jongeman stapt aan de bijrijderskant in. Er ontstaat een niet al te vriendelijke woordenwisseling tussen de twee mannen voorin, terwijl meneer de chauffeur langzaam is begonnen te rijden. Ondertussen probeert de chauffeur met zijn rechterhand uit de catacomben van zijn dashboardkastje wat geld vandaan te vissen. Een paar duizend francs. Volgens jongeman is dat niet genoeg, nog duizend franc erbij, nog duizend franc. Als we een paar honderd meter met een slakkengangetje gereden zijn en jongeman eindelijk tevreden is met het bedrag, stapt jongeman uit en rijdt chauffeur mopperend verder.

Ik probeer in het Frans een gesprek aan te knopen over wat er nou was. Ik begreep al dat jongeman alleen maar een klantenvanger was, geen taxichauffeur, maar hoe dat nou zat en hoeveel hij voor welke diensten betaald kreeg, dat kan ik toch niet doorgronden. Ik vertel de chauffeur dat jongeman was ingegaan op mijn bod van vijftien euro. (Niet dat we daar straks nog onenigheid over krijgen.)


In ieder geval lijkt de chauffeur me een aardige vent. Ik leg de kinderen uit dat het mopperen van de  chauffeur op jongeman mij wel vertrouwen gaf in de chauffeur. Paulien: "Huh, omdat hij boos werd op die jongen, vind je hem aardig?" Ik: "Omdat de chauffeur beledigd was dat de jongeman zo veel geld wilde hebben, denk ik dat de chauffeur in ieder geval niet iemand is die ons gaat oplichten of die onaardig tegen ons zal zijn."


Het is half drie 's nachts, voor ons dus al half vier. Onze taxi heeft aan de voorkant zo goed als geen licht, achter iets meer. Je kunt de weg nauwelijks zien vanwege de strepen op de voorruit. Er is behoorlijk veel verkeer onderweg, veel taxi's. Buitenwijken van Dakar, veel blokkenhuizen, platte daken, eenvoudig gebouwd, lijkt wel wat op de buitenwijken van Caïro, maar dan minder dicht bij elkaar gebouwd.

Met zijn drieën achterin de auto. Nuna: "Mama, de snelheidsmeter doet het niet." Inderdaad, de wijzer blijft op 10 km/h hangen. Paulien: "Mama, ben jij bang?" Ik: "Nee, ik ben niet bang. Ik vind het wel erg spannend, hoe het er hier uit ziet, hoe de vakantie wordt, waar we belanden, maar ik zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn. 
Paulien: "Goed. Als jij niet bang bent, dan ben ik ook niet bang."







* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.

Wordt vervolgd

zaterdag 17 januari 2015

Het gebroken gezin naar Dakar*

Na een uurtje door Berlijn met bus en metro, zijn we om elf uur 's ochtends op vliegveld Schönefeld. De bagage wordt al voor het inchecken gescand. Wat zouden ze controleren? Je kunt daarna gewoon nog wat in de bagage stoppen. Dat doen we dan ook. De koffers laat ik niet doorchecken tot Dakar, want met vijf uur overstaptijd in Portugal kunnen we zo mooi nog bij ons flesje water, potje boter en zakmes.


In Lissabon lijkt het wel Afrika. Meer dan de helft van de mensen die staan te wachten is zwart. Terwijl we toch een vliegtuig uit Berlijn hadden en niet uit Timboektoe. Waar zouden onze koffers zijn? Recolha bagagem. Bagaazj. Interessante taal, Portugees. Vooral die uitspraak. Mijn oudste dochter Nuna (15) vindt het op Russisch lijken.


Na wat rondzwerven vinden we onze koffers eenzaam op een band ronddraaien. Eerst maar even een verpleegpauze met pleisters en jodium voor Nuna's gewonde vinger. Het is een graad of dertien, stralende zon, maar de straat is nat. Met zijn drietjes duwen we onze kar vol bagage over het spekgladde plein, dat is omringd door palmbomen.


Bij 'My Bistro' bestellen we wat eten. Kan ik hier nou al 'Salaam aleikum' zeggen? O nee, we zitten nog in Portugal. Mijn jongste dochter Paulien (12): "Mama, het vlees van jouw hamburger ziet er lekker uit."  Ik: "Ja, ik dacht al dat dat hier goed zou zijn, dit is geen MacDonalds, die hamburger is vast zelf gemaakt."

Ik heb geen idee wat we volgende week te eten krijgen. Nuna: "Waar hadden we ook al weer dat vieze eten uit blik, waar we niet konden lezen wat er op stond? We hadden toen die zure ingelegde kool. En in dat andere blikje zat vis, hoewel er een plaatje van een kip op stond. Volgens mij was dat vogelvoer."


Na ons maaltje gaan we verderop op een bankje zitten. De kinderen spelen met hun mobiel, ik naai het jurkje van mijn jongste dochter. Voordat we ons boeltje weer inpakken nemen we de tweede portie van onze Malarone-kuur, waar we gisteren in Berlijn mee zijn begonnen.


Om zeven uur checken we de bagage weer in en krijgen nieuwe instapkaarten. Bij de douane vraagt de Portugese beambte in het Duits aan de kinderen of ik hun moeder ben. "Ja, meneer." "En jullie vader?" Ze snappen de vraag niet. Paulien antwoordt dat haar ouders uit elkaar zijn. Dan wil hij nog weten waarom ze naar Senegal gaan, is dat voor vakantie? Ja, dat is het. Daarmee neemt hij genoegen. Het is vast bedoeld tegen kinderontvoeringen.

 Dat we paspoorten van verschillende landen hebben, vinden ze bij sommige douaneposten maar vreemd.

Twee jaar geleden vroeg een Frankfurtse douanier, van hooguit 25 jaar: "Mevrouw, is uw man Duits?" "Nee meneer, ik heb geen man, nooit gehad ook."
 Hij: "Waarom zijn de kinderen dan Duits?" 
Ik: "Ze hebben een Duitse vader." 
Hij -op zijn teentjes getrapt- : "Wollen Sie diskutieren, oder was?"
In zulke gevallen ben ik blij dat de kinderen mijn achternaam hebben. Anders zouden we bij de grens vast vaker problemen krijgen als 'gebroken gezin'.





Het is één uur 's nachts als ik mijn voor het eerst van mijn leven voet op Afrikaanse bodem zet. Het voelt hier warm, vochtig, een beetje benauwd, ondanks een zeebriesje. Ik help een mevrouw met een kindje op de arm met haar loodzware handbagage. Naar binnen, drie verschillende rijen, ik loop maar met haar mee. Ze zegt dat ik naar de andere rij moet maar verwacht kennelijk toch dat ik met haar koffer achter haar aan loop. Ik zet de koffer bij haar neer, kruip met de kinderen onder twee linten door en sta dan hopelijk in de goede rij. Je kunt het aan de kleur van de mensen niet zien. Die zijn in alle rijen zowel zwart als blank.
Voor ons staat een man alleen bij het loket, de douanemevrouw vraagt hem iets in het Frans en kijkt dan vragend naar ons. Hij antwoordt in het Italiaans dat hij alleen is en dat wij niet bij hem horen. Ze vraagt hem nog iets. "No, solo italiano." Zal ik deze meneer te hulp schieten en voor hem vertalen? Dat doe ik in zo'n geval meestal wel. Maar ik heb even geen zin en denk dat we straks zelf ook nog allemaal formaliteiten moeten regelen. Hij moet zelf maar zien hoe hij het redt. (Gaat een beetje een verre reis naar Afrika maken zonder ook maar een woord Engels of Frans te leren. Daar moet je echt Italiaan voor zijn.)

Vervolg


 








* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.

woensdag 14 januari 2015

Ik heb er ook twee. Eindelijk!

Ze waren er plotseling. Of ik merkte het plotseling. Zou het met de griep te maken hebben? Waar half Nederland door lijkt te zijn geveld? Waardoor ook ik twee dagen hoestend, zwetend, duttend en, niet te vergeten wordfeudend op de bank doorbracht.

Want na te zijn gezwicht voor twitter en ik ook mijn oerdegelijke nokia inruilde voor een smartphone (hoezo 'mini'? Hoe hou je dat ding in godsnaam vast achter het stuur?! Mag dat niet? Dan heb ik niks gezegd. Reuzehandig zo'n tutsjskrien. Vanaf nu nooit meer gevaarlijke verkeerssituaties door mijn toedoen), nu ben ik, in een poging de door mij gemiste trein der vooruitgang alsnog te halen, verslaafd aan scrabbelen op een schermpje. Met mijn vader, mijn nichtjes in Berlijn in het Duits en ik zocht zelfs tegenspelers in het Italiaans.

Maar er was deze week een ander soort vooruitgang. Eentje zonder dubbele woordwaarde. Eentje die je bij leven altijd wint. Na twaalf vol gesnoten rollen toiletpapier stond ik nu te proesten in een enorme luierdoek (dus daarom moesten die steeds meeverhuizen). Eenmaal uitgeniesd wreef ik gedachteloos over mijn voorhoofd. Waar zich opnieuw een zeurende hoofdpijn aandiende.


En daar zaten ze!

Twee echte,
niet erg diepe,
maar hele pure!

Vierenveertig jaar heb ik er dagelijks op geoefend. Door te lachen, te huilen, te schreeuwen, puistjes uit te knijpen, baardharen uit te trekken, tegen de zon in te turen, te fronsen en te verbazen. 
Mijn hoogstpersoonlijke plooien van vlees en bloed! Ook wel oneerbiedig als 'rimpels' aangeduid. 

Met smart is het nu wachten op de dag dat mijn eerste grijze haren gaan verschijnen. Wellicht zal ik dan eindelijk volwassen wijsheid uitstralen en kan ik het imago van jong blondje voorgoed achter me laten.

Leve de leeftijd!



vrijdag 2 januari 2015

Ga je mee sneeuwballen gooien in Syrië?

De inwoners van Roemenië zijn straatkinderen, in de VS eet iedereen fastfood en Nederlanders  blowen dagelijks. O ja, ze geven hun tachtigplussers trouwens ook een spuitje als die hen tot last zijn. Baby's trouwens ook, zo meldde de pers in dat hamburgervretende continent aan de andere kant van de plas, toen het UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) de moed had om een protocol op te stellen over hoe te handelen bij te vroeg geborenen.

In Sierra Leone wonen kindsoldaten, Liberia sterft aan ebola en in Irak lopen vrouwen in tenten. In Iran, Afghanistan en Jordanië trouwens ook. O nee, wacht, Jordanie?, daar hebben we helemaal geen plaatje bij in dat kleine brein van ons. Ja, iets met een koning of zo. Toch? 

Tevergeefs zocht ik op internet naar een foto van die fietstocht in Syrië om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ik vond alleen een linkje naar een Flickr fotosite met plaatjes van een mooie (en rokende) vrouw, een kerk, 'Damascus by night' en, last but not least, een pak sneeuw in de straten  waar mijn kinders een moord voor zouden doen. Maar dat is vast een oneerbiedige woordkeus.

De plaatjes zijn beschermd. Maar hier is de link naar een witte Syrische kerst. Of nee, dat klopt niet. De foto's zijn recenter, pas drie dagen oud. En pas tien keer bekeken. Da's vast een stuk minder dan al die onthoofdingen die we zeggen niet te willen zien. Of het echt is? Ik zou het niet weten. Maar dat weten we van de onheilstijdingen die ons om de oren vliegen vaak ook niet.

Roemenië schijnt trouwens een prachtig vakantieland te zijn.
Maar misschien willen wij blowende kindermoordenaars dat helemaal niet weten.

woensdag 31 december 2014

Gezien en verdwenen in 2014


In hartje Groningen werd het honk van Vindicat gesloopt. Inmiddels is er tien meter verderop een nieuw stulpje voor de drinkebroers verrezen.

Ook het vierhonderd jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels gevierd.
Zij gaan zelf zo te zien voor infinity.



Maar feesten doe je anno 2014 niet alleen maar in het centrum, ook een sportveld op Zernike leent zich goed om hossend en hijsend een nacht door te halen.
de day after vonden mijn twee jongsten de voetbalwedstrijd van hun grote broer ernaast maar saai. Bierbekertjes rapen is dan een welkome zondagmiddagbesteding.

Mijn eigen kater verdween dit jaar zonder nader bericht. Ja, eerst wel. Toen werd ik elke maand gebeld dat er 'zo'n prachtige poes' in een of andere uithoek van de stad rondzwierf en met de vinder mee naar binnen liep. Maar toen mister James zijn hangertje verloor, belde er niemand meer. James koos zijn eigen huis.








Op mijn eigen fijne plek, waar ik twaalf jaar woonde, geniet nu een ander gezin van het uitzicht over Groningen. Ik heb nu geen 'room with a view' meer, maar huur een huis met tuin. Met muizen.

En met zo'n veldmuisje kan de zus van James, die wel bij mij bleef wonen, eindeloos spelen. Waarna ze hem, onder luid gekraak, oppeuzelt.
Gelukkig lust ze geen kamelen. Ik daarentegen wel weer.








Maar ik hou toch meer van zoetere zaken.
Machtig. Buiten. Espresso. Rome. 
Alwaar sommige uitzichten die in Groningen dan weer overtreffen. (de RE- en de -A zijn hier van de foto gevallen)
Het verbaast me altijd hoeveel wegen er naar  Rome leiden en hoe moeilijk het is om er weer weg te komen. Treinen vertrekken vanaf perrons die drie kilometer van de hal liggen. Autoverhuurbedrijven willen werkgeversverklaringen of achthonderd euro borg aan contanten (ja, inderdaad een creditkaart mag ook. Maar die heb ik niet). Daar komt nog bij dat organiseren niet mijn kernkwaliteit is dus missen we de bus, en die andere en....











Wat dan wel weer fijn is, is dat ik een ster ben in toevalligheden. Zodat we tijdens een zeer onlogische route voor een rondleiding over het erf, het gemiauw van kat Lucrezia hoorden. Ze was al twee weken spoorloos. Maar de Italiaanse moederkat is tenminste weer uit de put.
Nog even over die 'Paultje met het paarse krijtje', het mooiste kinderboek dat er bestaat, die stond deze zomer zomaar in mijn tuin. Hij paste er niet meer helemaal op, maar in het echte leven past soms ook niet alles. Hij tekent zijn eigen wereld, die wij onszelf dromen, maanlicht dat we najagen, verlangen, vragen, angsten waarin we verdrinken, omdat ons krijtje gaat trillen van angst en zo golfjes maakt.

Maar met datzelfde krijtje kun je ook pasteitjes tekenen. Of een mager rendier om de restjes daarvan te komen opeten. Of een schele agent die de weg wijst (de weg die je toch al wilde inslaan).

En uiteindelijk kun je zelfs je eigen bedje tekenen. En dan gelukkig in slaap vallen.

Teken je eigen leven. En als je geen paars krijtje hebt, dan kun je zelf goed om je heen kijken. Zien wat je wilt zien.
Of vraag het anders aan een kind. Dat jong genoeg is om het te begrijpen.


Deze Paul zoekt ook haar bedje op.
En wordt pas volgend jaar weer wakker.
Slaap lekker lieve lezers.

torno subito = ik ben er zo weer :-)

Geweldig 2013

De meest vredelievende boer van Italië die ik kende kon zijn oogst zelf niet meer zien. Maar zijn boontjes smaakten goed.

Die zomer trok ik de plantjes met wortel en al uit de grond. Het viel me minder zwaar doordat ik dit samen met L. deed. Onder vier ogen, in de bloedhete uiterwaarden van de Tiber, die geen oren heeft. Tranen vermengden zich met het zweet op zijn bezwete blote bovenlijf. "We zouden goed draaiend houden boerderij, met wij drie",  zei hij, "Jij, ik en zij". De boerin, voor wie hij op eieren liep. Maar dat is precies wat ze niet wilde.


In de herfstkleurige varens in de Douro-heuvels, bij Porto schuilde ik onder een eeuwige steen met mijn lief, toen daar de grijze hemel huilde.
De steen leek te lachen en huilen tegelijk,  zonder te kunnen zien.







In november was er in Nederland een ander soort geweld. Bomen die ouder waren dan ik, braken als luciferhoutjes, vielen op daken en huizen. Versnipperaars draaiden overuren. De restanten werden per schip vervoerd. Maar dat kon ik niet zien.


In dit lege doosje in Wartens, Friesland, hebben nooit lucifers gezeten. Wel kun je er schuilen voor regen of wind. Maar misschien kun je er ook wachten op een bus. 'Sakerhets tandstickor met OV-oplaadpunt', klinkt als twee tijdperken die zich maar moeilijk laten mengen.







In deze zakken zitten twee werelden verstopt. Super Basmati Rice India..... met een plaatje van het Azadi monument... in Teheran?
Weten jullie het nog? In het pre-Isis, pre-Gaza-plat, pre-MH17 tijdperk? Irani's waren het niet eens met de herverkiezing van Ahmadjinedad en protesteerden daar openlijk tegen. Iets wat sinds 1979 niet was gebeurd. Er gloorde hoop.
Horen we nooit meer wat van. Het plaatje van het gebouw waar ze toen op klommen, pronkt nu op zakken rijst uit India.




Dichter bij huis, pal voor mijn deur zelfs, stond  me eind 2013 het huilen nader dan het lachen.

Sinterklaas kwam zich mijn Tomtom toe-eigenen en de Kerstman deed er nog een schepje bovenop door het gereedschap mee te nemen. Niet dat Sant Claus graag klust of zo, want hij bood het -z.g.a.n.- na de jaarwisseling voor een prikkie aan op marktplaats.



Genoeg getreurd.
Blijven hangen in oud zeer is niet mijn stijl.
En ik loop ook nog eens een jaar achter.

Dus hop hop hop, Paultje.
Richt je blik op wat nog komt,
kleur de wereld vrolijk paars,  
En teken je eigen dromen.

dinsdag 30 december 2014

Vrije worsten en donuts (2)

Een toenmalige vijand van de DDR, die uit zijn gevangenschap werd vrijgekocht en daarna anderen hielp om naar het vrije westen te vluchten, zegt in de documentaire dat hij drie aanslagen overleefde.  Zijn vriend en zijn vrouw verlinkten hem, er was een Ghanese rivaal in de liefde in Boekarest, giftig eten in Londen en hij noemde zelfs de Zuid-Afrikaanse Swapo. James Bond is er niks bij.

Frau Tunker droeg een munt met Kennedy's beeltenis tijdens haar vlucht. Riekt naar heiligenverering. Ze kan nu, vijftig jaar later, op zoek naar de Tsjech die haar destijds hielp. Ook de Ossie die mensen hielp vluchten en de Wessie die informatie naar de DDR doorspeelde kunnen hun verhalen navertellen. Kennedy zelf werd vijf maanden na zijn speech vermoord. 'Freedom has many difficulties'. 

Toch ben ik blij in vrijheid te leven.

Om te kunnen kiezen of je de feestdagen met anderen viert. Of liever alleen.
Vrijheid om naar Curaçao te vliegen en het risico te nemen te worden geprikt door een Aziatische tijgermug. Of niet.
Vrij om kunnen lezen dat bewoners van Damascus een fietstocht houden om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ja, in Syrië. Omdat dat daar kennelijk ook kan.
Om kinderen op de wereld te willen schoppen, of juist niet.
Vrij om bij de buren aan te bellen om samen een kop thee of koffie te drinken
Vrij om kennis te vergaren, te dromen, om te geloven wat je wilt en te gaan waar je wilt.
Of om jezelf zo vreselijk vol te vreten met worst en donuts, dat je eigen lijf je die vrijheid weer ontneemt. En de roep klinkt om van overheidswege het vrije aanbod van de vrije markt in te perken. Vrijheid is nu eenmaal niet vrij van moeilijkheden.

Sommigen menen dat deze vrijheid fake is. Omdat onze muisklikken worden geteld en onze digitale vrienden digitaal zouden worden gefouilleerd. Dat we aan de ketting van het Kapitaal liggen. Maar dat heeft dacht ik al eens eerder iemand beweerd.

Ik voel me vrij. Of, anders gezegd:

”Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.” *










*Δεν ελπίζω τίποτα. Δε φοβούμαι τίποτα. Είμαι λέφθερος. Opschrift op het graf van Nikos Kazanthakis. Hem werd een kerkelijke begraafplaats ontzegd. Kazanthakis overleed, zes jaar voor Kennedy's toespraak, in -what's in a name-:
Freiburg.

maandag 29 december 2014

Vrije worsten en donuts



De VPRO serie 'Speeches' ging zondag over die beroemde van J. F. Kennedy in Berlijn.
-ik hoor het u met de steekwoorden Speech-Kennedy-Berlijn al bijna mompelen- 
"Ich bin ein wurst."
Want dat is wat de Amerikaanse president geloof ik zei. Maar misschien was Kennedy toch geen zoute, maar meer een zoete man, met een zachte, romige binnenkant. Een soort van Duitse donut dus.

Althans, dat is wat google van Ein Berliner maakt.

Worsten of donuts, mijn buikje is inmiddels rond. Met soep. Gemaakt van de zeewier uit de bedeling van appelvrouw, een pakje uit een van mijn twee kerstpakketten (toch knap, als zelfstandige), de laatste wortels uit de inmiddels bevroren tuin en, om het af te maken, geraspte kaas uit het restant van het kerstschranzen in 'Klein Zwitserland', zoals het daar in Holstein heet. Waar ik net was met mijn ouders uit Amsterdam. En mijn Berlijnse nichtjes. Met wie ik deze zomer langs de plek slenterende waar ruim een halve eeuw eerder Kennedy tot de wereldpers sprak. Ook deze zomer stonden er tribunes klaar. Aan de vrouw die ons crêpes verkocht vroeg ik wat er loos was. Men hoopte daar een dag later 'die Mannschaft' te inaugureren.

Toen Kennedy er sprak, zo hoorde ik gister, liep daar een andere vrouw. Ene Brigita Tunker. Ze wilde te graag de speech van Kennedy horen en belandde daarvoor in de cel. Toen besloot ze om -Diese Wut bleibt einfach da- een vlucht naar het Westen te wagen.

Op dat podium zei Kennedy om zelf naar Berlijn te komen. Om te kijken. Om met eigen ogen te kunnen zien. Hij was zich bewust van de wereldpers die hem omringde. De Brandenburger Tor was bedekt met rode lappen om Oost-Berlijn aan zijn zicht te onttrekken, en om Tunker en andere Ossies te beletten Kennedy te horen.
'Freedom has many difficulties' en 'Democracy is not perfect' zei hij. (Kom daar tegenwoordig nog eens om. Relativering is al lang uit de mode). Wat Kennedy niet wist, was dat de Stasi niet alleen achter de muur was, maar ook naast hem op het podium stond. Kennedy keek. Maar kon niet zien.

Ene William Borm, zo werd pas vier jaar na zijn dood in 1991 bekend, was niet alleen lid van de West-Duitse bondsdag, maar ook spion van de Oost-Duitse geheime dienst. En hij was niet de enige. Zo zei de man die destijds voor Borm werkte en ook een dubbelleven leidde. 'Doordat in West-Duitsland niemand wist van zijn werk voor de Stasi, 'voelden zijn vrienden in Oost voor hem als familie'. Wie ben je nog als je niet kan zeggen, niet kan zijn wie je bent?

(Vervolg)

zaterdag 20 december 2014

De haakjes en de Acas

Foto's aan haakjes, theedoeken aan haakjes, jassenhaakjes, ja, zelfs mijn tuingereedschap ga ik aan haakjes hangen. De muren worden dan wel één grote gatenkaas en de medeflatbewoners worden ook wel eens gek van mijn herrie. Maar, zo zei mijn bejaarde buurvrouw sussend in de supermarkt (Nadat ze vroeg: 'Wanneer is het nu eens afgelopen met dat geboor?) 'Het moet toch gebeuren'.

Efficiëntie is -hoe zeg ik dat een beetje diplomatiek- 'niet mijn meest in het oog springende kwaliteit'. Sterker nog, iemand zei me eens dat ik vast lid was van de ACAS; de Asociatie ter Complicatie van Affari Semplici, oftewel, de club die simpele zaken bemoeilijkt. Wat daar verder ook van zij. Ik sla hier dus alles aan de haak. Zelfs koffiekopjes. En waar kun je die haakjes beter vinden dan in het warenhuis dat van haar tot in de puntjes doorgevoerde efficiëntie een handelsmerk maakt. Precies, bij Ikea.

Aldus toog ik door de decemberstorm (nee, niet zielig, je kunt er overdekt parkeren, zelfs met een pakjedrager op het dak van je bus). Je wordt dan lekker droog naar de spullen geloodst waarvan je niet wist dat je ze nodig had maar die zo goedkoop zijn dat je ze niet kunt laten liggen. En ergens tussen de verlichting en de slaapkamers kun je je zelfs vol eten met Zweedse ballen en hotdogs. Er schijnen zelfs mensen speciaal naar Ikea te gaan om er te eten.
Maar het ging hier niet over kleffe hete honden, maar over haakjes. Waar ik mijn koffiekopjes aan ging hangen. Daar had ik al haakjes voor, maar niet genoeg (waarom een huishouden met één koffiedrinkend wezen twintig kopjes heeft, is ook een raadsel). Zelfs niet nadat ik, in een van te voren mislukte poging me vast te klampen aan iets dat voorbij is, met betraande ogen, alle planken, lampen en haakjes had losgeschroefd en had meegenomen uit mijn oude huis.

Ik zag mijn haakjes al hangen. Keurig aan de wand, met pollepels en bestekbakjes er aan. Maar, anders dan je zou verwachten bij een efficiënt warenhuis, er lagen geen haakjes voor het grijpen in het schap er onder. De gele man die ik om raad vroeg verwees me via de kantoormeubels terug naar de keukeninrichtingafdeling. Ik snap dat goed. Losse dingen die aan vaste dingen hangen, zijn moeilijk te definiëren producten. Lastig in de bedrijfsvoering.

En jawel, ook daar wanden vol stangen met haakjes. Van zeven en van elf centimeter. Hier wel een schap. Met opschrift. Van de grote waren er veel, het schap van de kleintjes, die ik wilde, was leeg. Een tweede gele man zag 'in het systeem' dat er  nog vijfhonderd moesten zijn. Toch niet een aantal dat je zomaar achteloos in je jaszak stopt, zei ik jolig. Hij liep terug naar de plekken waar ik al had gezocht. Tevergeefs.

Maar deze Lehti is niet alleen lid van de Acas (wie gaat er nu naar een warenhuis van duizenden vierkante meter voor een paar lullige haakjes?), ze is ook bekend bij de 'Organisatie der Obstinaten' (wie me wel eens heeft zien klussen, 'Buurman en Buurman' zijn er niks bij). Dus niks geen 'Laat maar meneer, ik kom wel een andere keer'. Nee, ik probeerde de beste man zelfs te verleiden tot het weghalen van showexemplaren. Voor mij. En toen, toen ging hij voor me op de knieën. 

Vastberaden haalde hij allerlei dozen uit de onderste schappen, zette ze op het looppad en verdween  toen zelf half in de kast. En zowaar, ergens op de grond achterin, vond hij twee begeerlijke zakjes met haakjes. De gelijkenis met mijn eigen huishouden is onthutsend.


Ik bedankte hem vriendelijk voor de moeite en de knieval en wenste hem veel succes met het vinden van de andere vierhonderdachtennegentig exemplaren.

Kopje koffie?

donderdag 11 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 2)

Eenmaal boven bij de notaris moeten we toch nog wachten. De dames drinken thee, de heren allen koffie. Er is eindelijk even tijd om een paar woorden met de kopers te wisselen. Zij geeft Griekse les, mijn ex spreekt daar de nieuwe variant van. Hij is archeoloog. Romeinse richting. Beide spreken ze Italiaans, mijn tweede taal. Dan schuift er een derde heer in pak aan. Aan de ronde tafel leest hij een belangrijk en ingewikkeld verhaal voor. Waarna alle aanwezigen zonder pak er hun handtekening onder zetten. Het zoontje van de kopers bladert in het paspoort van zijn vader.

In de lift terug naar beneden kijk ik met afgewende blik uit over nat en schitterend Groningen. De hemel is al uitgehuild. Meneer de makelaar haalt twee kadoverpakkingen uit zijn leasebak. Ik drink geen wijn. Maar dat weet hij natuurlijk niet. Hij feliciteert ons: "Jullie hebben meer gekregen dan ik had gedacht". ("Jij anders ook", denk ik stiekem). Als hij me even omhelst, komt er wat snot op zijn mooie jasje. Na het handen schudden rijdt hij naar het volgende tranendal.

Daar staan we dan.
Onder een strakblauwe hemel.
'Waar gaan we nu heen?'

Eenmaal terug in de straat voor de aller- allerlaatste zooi, moet ik plassen. We hebben alleen nog een sleutel van de buurvrouw. Kan ik zomaar ongevraagd van haar toilet gebruikmaken? Zonder dat ik de kat hoef te voeren? Gisteravond hielp ze nog met het inladen van mijn zaagtafel, die nog net tussen de box en bureaustoel in mijn auto paste. Ja ja, al die spullen kwamen nog tevoorschijn uit de catacomben van het kasteel waarvan ik maandag toch echt meende dat het leeg was.

In mijn nieuwe huis heb ik een nieuwe buurvrouw. Aan wie ik de box doorsluisde. Ze is net opnieuw (oppas-) oma geworden. Tot voor kort laadde ik andere bruikbare spullen vaak over in de auto van mijn laatste vriend, met wie ik, om het nog ingewikkelder te maken -een notaris is er niks bij- ook bijna buren ben. Waarna hij het weer versleepte naar zijn tweedehandswinkel. Maandag vroeg ik het hem weer, schoorvoetend, of hij wat mee wilde nemen. Het was goed, schreef hij. Toen we elkaar zagen, na een maand, was de woede, die via de mail soms zo welig tiert, gelukkig even weg. Een woordeloze omhelzing brengt soms rust.

Ik sta nu weer de dralen op de stoep van het huis dat het mijne niet meer is: 'Ik voel me net een kat van wie de kleintjes zijn verplaatst'. De makelaar appt me de meterstanden door. Zes. Ik ben zelf de tel kwijt.

De beschimmelde skeelers die ik naast de gasmeters vond, moffel ik tussen de fietswrakken in de klusbus. Ook de douchebak, destijds aangeschaft voor het bouwen van een nieuwe badkamer, die er nooit kwam, past er nog in. Gister vroeg ik grote zoon Frans wat ie met de tweepersoons lattenbodem wilde. Nu sta ik het bed met mijn ex vast te sjorren op het imperiaal.

'Wil je die mop nog?' vraagt hij, 'anders wil ik 'm wel.' 'Nee', zeg ik, en trek het ding waar ik net nog een laatste keer de door hem gelegde houten vloer mee dweilde, weer uit de achterbak.

'Wat een puinhoop', zeg ik.
Hij beaamt het.
Een omhelzing.
Dat was het dan. 

Als ik de straat uitrij, zie ik hem in de achteruitkijkspiegel de andere kant op fietsen. Hij houdt de bezem en mop in zijn hand.
Op de radio klinkt: What's the use to cry?

woensdag 10 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 1)


"Willen jullie de keukenboiler nog? En de gordijnen? Lampen, rails, planken, kookplaat? En kijk dit hekje stond nog in de schuur. Het past precies daar, op de overloop. En zie je die blauwe spijlen? Die hebben daar gezeten, naast de trap naar de tweede, voordat we het huis hebben gescheiden."

In de tuinkamer hangen nog gordijnen die ik op maat liet maken toen iedereen van kamer wisselde in het spookhuis. Samen met de nieuwe bewoonster, eveneens moeder van drie kinderen, halen we beiden een helft van de roede. De makelaar staat intussen ongeduldig beneden.
'Of willen jullie ze nog gebruiken?'
'Ja, laat ze maar hangen.' 
Ik hang mijn helft weer netjes op.
Haar kant legt ze gevouwen op het plankje dat ooit als nachtkastje fungeerde.

Op de slaapkamer van Kees, waar eerder zijn oudere broers sliepen, zijn de zilveren wanden voor een deel al wit gesausd. Het schoolbord, door hemzelf met een vriendje geschilderd, zal ook gauw sneuvelen. Hij zelf gelukkig niet. Even schoot dat door mijn hoofd, toen ik gisteravond tussen de ene rit en de andere, in paniek door mijn ex werd gebeld: "Kees is kwijt! Hij ging vooruit maar hij is niet thuis! Misschien is hij naar het oude huis gefietst." Als eerste wilde ik weten hoe wakker Kees was. Vervolgens reed ik, doodop van werk, verhuizen en slaaptekort, turend in het donker door het autovrije park.
Kees was gelukkig gauw weer boven water. Hij was even verkeerd gefietst.

Via de keuken, meterkast en slaapkamers belanden we in de schuur.
'O, vinden jullie dat kinderbakfietsje leuk?'
'Ja, ik zag 'm bij de bezichtiging al'.
'Misschien willen jullie ook het antieke trapautootje wel hebben. Dan laad ik 'm weer uit.' 

Precies boven de plek waar het rode autootje opnieuw voor de kachel staat, hangt de tafellamp. De tafel verhuisde echter zo vaak van plek, dat de lamp voor het gemak aan een stangetje zit dat als een passer over het plafond kan draaien. Het stangetje komt van de wieg waar naast mijn jongens ook ikzelf en mijn oudere zus als baby in sliepen.

Nadat ik de verdwaalde voetballen ('Die groeien hier in de tuin') door de gang de voordeur heb uitgeschopt, draai ik de deur in het slot. Voor het laatst. De makelaar keert zijn auto, de kopers zijn de straat al uit. Ik wacht nog even op mijn ex die naar het hek van de brandgang rent om te checken of we straks bij de notaris wel de juiste sleutel in de Griekse-yoghurt-emmer doen.

Het is grijs en het regent. Ik kan de strepen op de weg maar moeilijk zien. Hoewel dat ook een andere oorzaak kan hebben. Gelukkig valt met de ruitenwissers op de snelste stand mijn eigen geveeg minder op. Ik hou een onnozele verhandeling over de ritstechnieken op snelwegen en voeg me intussen brutaal in de file achter de leasebak van de makelaar. Bij het remmen knalt de doos kerstballen tegen mijn rugleuning. Niet de gehele inhoud van de auto zal deze rit doorstaan.

(vervolg)

zaterdag 6 december 2014

Opscheppen over Chanel en de doos

"Heb je nog karton"
Is honderd meter genoeg?
"Heb je iets om de lijm mee vast te maken?"
Doe er maar twee sjorbanden om. 
"Mag ik deze buis gebruiken?
Ja, zal ik er een stukje afzagen eh, flexen?

Over het algemeen valt het voor kinderen niet mee om een moeder met een klusbedrijf te hebben. De auto stinkt en zij zelf vaak ook. Maar als het vijf december is, kun je er als kind je voordeel mee doen. Dan kun je van een rol stucloper, een zilverkleurige ondervloer en een restje regenpijp een prachtige nagellak knutselen. Beetje jammer dat degene die jouw lootje dan trekt niet verder komt dan het leksteken van een bal met een kadootje in het gat. Maar da's altijd nog beter dan helemaal niks krijgen.

Die fles Chanel was natuurlijk prachtig, perfect, 'gedetailleerd' zoals Kees het zelf graag zegt, maar al zijn knutselvlijt ten spijt, om de surrealistische boot van Leo schoot ik de hele avond in de lach. En de brugklas ook. Rene Magritte is er niets bij




vrijdag 5 december 2014

Schroom, riem, vis, zwijg

Daar stond ik dan. Te wachten op mijn lekkerbek. Terwijl de visboer schichtig keek of geen van zijn klanten had gezien dat hij een visje vol beslag uit zijn handen had laten vallen, sjokte aan de overkant van de straat een in elkaar gedoken meisje voorbij. Of eigenlijk meer een jonge vrouw. Haar flodderige trainingsbroek bedekte haar voeten. Tien meter voor haar liep een man. Een opgefokte man. Met een hond aan zijn riem. Maar het leek alsof hij liever het meisje had aangelijnd. Hij schreeuwde naar haar, dat ze moest komen.
Nu.
Onmiddellijk.

Daar kan ik slecht tegen, tegen mensen die schreeuwen. In één richting. Hoewel ik het zelf ook wel eens doe. Naar mijn kinderen. 'Onmacht' heet dat geloof ik. Of 'controleverlies'. Waar je zelf niet uitkomt. Waar buitenstaanders gewenst zijn. Die iets doen. Of iets zeggen.

Er werd ook wel eens naar mij geschreeuwd. Vaak zelfs. Maar nooit in het openbaar. Pas als deuren gesloten waren en buitenstaanders uit beeld. Wat weer nieuw licht werpt op het fenomeen 'controleverlies'. Soms zijn priemende ogen van omstanders kennelijk net genoeg om een zeker gene te voelen, om een restje geweten te laten spreken. Nu niet. Of was dit slechts voorspel?

Ogen, blikken. Dat is het enige antwoord dat ik gaf. Dat ik kon geven. De schreeuwende man keek terug. Ik deed niets, ik zei niets. Wel wisselde ik een paar woorden met de andere visklanten. 'Dat is niet goed, hè', waren mijn wijze woorden van vanavond. Eén van hen was een keer verhuisd vanwege ruziënde buren. Elke avond was het raak. En hun kind kreeg er ook van langs. Ik popelde om hem te vragen of hij zijn buren wel eens had gevraagd of hij iets voor ze kon betekenen. Maar ik vroeg niets.

We keken op deze pakjesavond samen het meisje na in het donker.
Ze sjokte achter de schreeuwende man met de hond aan.

Thuis pakte ik mijn visje uit.

zaterdag 22 november 2014

Kleurig bedelen in november

De Oost-Europese straatkrantverkoopster naast de schuifdeuren lacht me nog breder toe dan de man op de cover in haar handen. Ze draagt een paarse muts, sjaal en dikke wanten. De uitheemsen die in het winkelcentrum rondhopsen dragen mutsjes van dezelfde kleur. Na mijn nederige 'Dat is zeker alleen voor kleine kinderen?', krijg ik van hen een paar pepernoten in mijn opgehouden hand. In de Hema zijn nog meer Pieten. Niet in het schap, maar pardoes in het gangpad, voor mijn neus. Het is er niet druk.

Hoe anders is het bij de Action. Rijen dik graaien mensen in schappen met schoenen, schroeven, schoonmaakmiddelen en chips. Het is de week waarin de kinder-, huur-, zorg- en andere soorten toeslag worden uitgekeerd. Wie er straks op één december de huur en zorgverzekering betaalt weet niemand. Via de intercom wordt gevraagd een vierde kassa te openen. Een jonge vrouw zegt verveeld tegen haar gekleurde vriendin in haar kielzog: "Ik vinnut hier niet meer zo leuk, heb nooit geld op mijn rekening".

Schuldbewust koop ik een rol kaftpapier voor mijn zuinige zoon Leo. Leo is erg van de hergebruik, tweedehands, zonne-energie, bio. Eten mag nog minder weggegooid dan ik nu doe, zijn huiswerk doet hij bij voorkeur op de achterkant van gebruikte A-4tjes en zijn wekelijkse promotie over zonnepanelen roep ik een halt toe door te zeggen dat daarmee ook de huur stijgt. De documentaire waarin wordt gepleit voor een duurzaamheidsoffensief vanuit Europa zal ik hem maar niet laten zien. (Kan het ook niet meer vinden op het net. Dit dossier economie wel). Te meer omdat ik een jas en broek voor hem koop die gezien de prijs onmogelijk een eerlijk loon aan de naaister gunnen. Hij heeft het niet van een vreemde. Ook ik stond op die leeftijd in een tweedehands jas te trommelen op het Binnenhof voor een betere wereld. Maar mijn idealisme is onderweg een beetje verdwaald.

In de documentaire hoorde ik voor het eerst over 'koopblogs'. Filmpjes van dames die online hun aankopen tonen. Genre: "Had eigenlijk niks nodig maar deze kaarsjes stonden zo mooi bij mijn kussens (of andersom) dus toch vier van gekocht". De koopmeisjes in kwestie zouden volgens de econoom (man) hun eigen graf graven. Juist zij zijn degenen die in de maakindustrie of boetiekjes werken die de concurrentie met 'Made in China' niet meer aankunnen. Die gaan dan failliet en zetten dezelfde dames aan de kant. We zouden in Europa, ook als consument, het tij moeten keren en vaker voor kwaliteit moeten kiezen. De koopblogs worden medegefinancierd door de prijsvechters zelf.  

Wachtend bij de derde kassa raak ik beklemd tussen twee 'Goh-lang-niet-gezien-hoe-istie?' dames. De vrouw achter me vertelt over haar plotselinge ontslag, net nadat ze terug was van vakantie. Ze was boos geweest, verdrietig. Had een tijdje in de flexpool gezeten maar deed nu werk op een buitenschoolse opvang, niet meer met die hele kleintjes. Ze vindt het leuk werk.

Het gaat weliswaar niet over aambeien, maar ik piep toch maar tussen hen uit naar kassa vier, ga achter een jong stel staan dat kinderchocolaatjes koopt. Echte en nep. Misschien stoppen ze de neppe wel in het 'echte' doosje als dat leeg is. Om hun kinders te foppen. Het is ten slotte bijna vijf december. 

De gekleurde bewaker maakt een praatje met de blanke bakker. Het gaat over ingangen die goed dicht moeten. Bij de ingang van de Aldi -na twee overvallen voorzien van dubbele schuifdeuren- ontmoet ik de kleuterjuf van mijn jongens. Ze heeft een mooi kleurtje. Nadat ze bijna veertig jaar voor de klas heeft gestaan, geniet ze nu van haar pensioen. Ze trekken veel rond en hebben het, op hun manier, best druk. Ze komen net terug van twee maanden Spanje. 

Huppelende Pieten passeren de plaatselijke Antilliaanse hangouderen. Aan tegemoet komende chocaladekindjes wordt gevraagd of ze 'niks lekkers lussen'. Braaf openen de peuters hun knuistjes. Zo lijken ze een beetje op Pakistaanse jongetjes in een madrassa.

Toch een beetje hypocriet. Vertellen we onze kindjes het hele jaar om vooral geen snoep aan te nemen van vreemde mannen, moeten ze in december juist wel hun hand ophouden!
En na ontvangst van het lekkers ook nog dankjewel zeggen tegen die meneer met pruik en pofbroek. 
Maar het is dan ook een zwarte meneer.
Met schoorsteenvegersoorbellen.
Dat scheelt.