donderdag 30 juni 2011

Bloedbad


Na het relaas uit het vorige blogje, over afwezige of minder welkome lifters, zou je bij een titel als deze wellicht verwachten dat bij Lehti alsnog de stoppen zijn doorgeslagen. Dat ze, alle goede bedoelingen ten spijt, gewoon heel banaal op de vuist is gegaan. Dat er een heus duel heeft plaatsgevonden. Met als inzet een echte man. Bij wie, terwijl hij aan de zijlijn nadenkt over wat hij hier nu eigenlijk van moet vinden, het bloed van hen die hij liefhad over zijn sokken stroomt.

Nee, dit bloedbad is minder sensationeel. Anders had ik dit niet kunnen schrijven. Ook betreft het hier geen Congo, Jemen of Alphen aan de Rijn. Het gaat hier om mijn bloedeigen, bovenste beste, bloedje van een kind, Kees.

"MAMA!", schreeuwt hij vanuit de badkamer. En ja, het is weer zover. Datgene waarvoor de juf belde om hem van school te halen, de reden dat zijn lakens nu in de week staan in de biotex en één van de aanleidingen om hem morgen mee te tronen naar de kinderarts. Kees heeft weer een bloedneus. Terwijl hij in bad zit. En hoewel van die paar druppen het water natuurlijk niet rood kleurt, vond ik het toch een bloedbad.

Hij wìlde helemaal niet douchen, maar toen ie er onder stond, weer wel. Lekker lang ook. Het eten was al klaar, maar wat maakt het uit. Nadat hij had gevoeld hoe lekker dat water op je blote velletje is, deed hij de stop er in, want hij wilde liever in bad. Maar dus geen bloedbad.

Als ik hem in handdoeken gewikkeld en met een flinke dot wc-papier vanuit het bad op schoot heb gehesen, brult hij "PAPA!" Op dat moment besef ik iets waarvan ik gister even niet meer zo zeker was. Dat het wonen naast je ex, in het geval dat tevens de vader van je kind is, ook voordelen heeft. Of, dat kan natuurlijk ook, dat het je kinderen juist onnodig opzadelt met een alomtegenwoordig loyaliteitsconflict. Daar ga ik nog 's over nadenken. Maar nu wil Kees zijn vader. Die beter bloedneuzen kan stelpen dan ik. Dat had ik vanmorgen ook al naar m'n kop gekregen 'Als papa er was geweest, was de bloedneus al lang over geweest!' Die er toen niet was. Hij was zijn duifje achterna gegaan. Een hotel in. Ver weg van die gekke Lehti. Maar nu was papa weer in de buurt. Om Kees te helpen.

Terwijl vader zich ontfermt over het bloedend kind, ik ga met broer Leo aan de dis. Als de borden leeg zijn, en onze handen druipen van het vet, komt er een opnieuw een stem vanuit de badkamer. Niet Kees, maar de vader vraagt nu hulp: "Lehti, kun je komen, ik zit hier nu al twintig minuten, en het houdt niet op." Ik loop kalm naar de badkamer (er razen intussen intussen visioenen van ambulances en bloedtransfusies door mijn kop) maak ik in alle rust een paar doeken nat en leg ze in Kees' nek en hoofd. Het bloeden stopt.

We wisselen opnieuw van kind. Papa neemt Leo onder zijn hoede ("Waaah, ik heb morgen een spreekbeurt en ik krijg 'm nooit af!") en ik ga eten met kleine Kees. Als hij zijn bord half leeg heeft, klinken zijn praatjes ineens nog gesmoorder dan je mag verwachten van een kleuter die zijn mond vol couscous en kip heeft. Zijn ogen geven te kennen dat er opnieuw doekjes, veel doekjes nodig zijn. Spetterend ontsnapt er een klont gestold bloed uit zijn mond. Arme Kees. Mijn kleine Kees. Wat is er toch loos met mijn mannetje. Ik lees hem een verhaaltje voor en zing op zijn verzoek een lang lied. Het bad laat ik leeglopen. Zonder kind. Dat slaapt gelukkig al.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Leuk dat je hier komt lezen! Nog leuker als je laat horen wat je er van vindt.