Posts tonen met het label crisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label crisis. Alle posts tonen

vrijdag 24 oktober 2014

Ik mis de volkswoede

Nou ja, dat van die volkswoede, dat zeg ik niet zelf, maar dat zei Pauw gister op tv.
Of zei zijn gast Engelen het? Die probeerde om de ons beter bekende Nout Wellink het boetekleed te laten aantrekken.
Huh? Wellink? Dat is toch die bankier?
Was dat nu de good guy of een bad guy?

Precies, daar ging het gister dus over. Over goed of slecht. Engelen vond dat Wellink en consorten met 'pek en veren' weg hadden gemogen, pardon 'gemoeten'. Maar Wellink draaide het zo, dat de vraag werd of hij nu wel of niet hard genoeg had geroepen dat het mis was. Dat de grote boze crisis eraan kwam! O ja, zei de bankier, dat had hij zeer zeker gedaan. Had zelfs meerdere keren gewaarschuwd. Maar niemand had naar hem willen luisteren. Wat ook logisch was, hij was toch maar een kleine vis tussen achtentwintig andere bobo's, men diende het natuurlijk in de juiste context te plaatsen. Om vervolgens nonchalant een paar namen te laten vallen: Obama bijvoorbeeld van eh, van eh... 'Engeland' zei hij toen zacht.
Nee, en natuurlijk had hij niet alléén geroepen, (zo vroeg een vrouw die op de tweede rang zat) en hij noemde gauw nog een andere naam die wij goedgelovige kijkers natuurlijk allemaal per ommegaande vergaten.

Goed tv-spel, dacht ik stilletjes. Wellink had de insinuatie weerlegt, dat hij zich op de borst klopte als enige roeper in de woestijn (toch the good guy). 'Ha ha', lachte de bankier losjes, terwijl hij zich tot het publiek wendde, 'Dat voel ik me al vanaf mijn vierde'.

Engelen herhaalde dat er na de crisis niets was veranderd aan de mentaliteit bij die banken, ook niet nadat ze voor 129 miljard overeind waren gehouden. Ook Engelen wist vast dat je de kijker niet voor je kunt winnen met woede. Hij hield zich in. Maar de onthutsende conclusies uit zijn boek waren bijna voelbaar in zijn blik.

Ook toen Engelen de kromme mentaliteit in de financiële sector bij Wellink wilde neerleggen, had de bankier een goed verweer. Welnee, sprak Wellink koel, dacht u nou echt dat die Chinezen mijn functie aldaar als beloning zien? Hij omzeilde sluw de aantijging dat hij verantwoordelijkheid droeg bij het instorten van die banken. Bagatelliseerde het probleem. Die Chinezen hebben wel beters te doen. Het probleem waar het werkelijk om ging, werd ondergeschikt gemaakt.

En dan, na het stroop smeren bij Engelen ('Ik ben het met u eens, tuurlijk is er niet genoeg dekking bij de banken, die moet zeer zeker nog verder omhoog), er nog maar 's een grapje tussendoor gooien waar alleen hij om moest lachen: 'Weet u wat ze zeggen als ik dat in China zeg... China is groot. Ha ha.'


En toen miste ik de scherpte van Witteman. Want zei Wellink met zo'n onschuldig geintje niet ook: 'Het duurt nog wel eventjes voordat alle Chinezen zijn uitgemolken'?


Wat na de uitzending bleef hangen was het beeld van een joviale, ervaren, rustig sprekende bankier die geen blaam trof en zowaar na zijn pensioen nog voor de Chinezen werkt. Wat een kerel!

Zijn verzuurde tegenspeler bedoelde het goed hoor, maar wat wilde deze stijve, ongeduldige schrijver nu eigenlijk? Hij miste de 'volkswoede?' Ha ha, Troelstra of Trotski de tweede. Hij wilden vast het onwetende volk verheffen en de schuldigen straffen. Engelen was degene die nu echt riep. Maar Wellink was door de wol geverfd en wist maar al te goed hoe dat moest, 'niet luisteren naar mensen die iets belangrijks te zeggen hebben' (en doen alsof je luistert). Hij zei zelfs: "Dan was er wel een andere Engel geweest." (lees: "Ik lig er niet wakker van.")

Maar weet u beste Wellink, Engelen en Pauw,
Die volkswoede is er wel.
In China.
Nu. 
Maar dat kwam niet aan de orde.

Misschien wist Wellink het niet.
Want op de Chinese tv doen ze alsof er niks aan de hand is. En foto's worden binnen enkele minuten van internet geplukt.   

Ik denk dat de gepensioneerde bankier erg op zijn plek is daar.

vrijdag 25 april 2014

De houthandel belde toen ik in de avondzon de ochtendkrant las en toen lag er een kind in het water

'Rust'; dacht ik nog. Daar in het gras, onder het frisse groen, tussen de molshopen, omringd door lieflijke watertjes en meertjes. Met achter een boomwal het geluid van forensen die zich over de A28 naar huis spoedden.

Op veilige afstand, met een schuine blik op de krant, aanschouwde ik een potje 'rugby op het water'. Wist niks af van het bestaan van deze sport. Met bal, helmpjes en vooral veel gespetter. Een soort waterpolo, maar dan zittend. Ik moet er niet aan denken om zo'n verdwaalde mep met een roeispaan, of moet ik peddel zeggen, tegen mijn kop te krijgen. Doe mij maar de krant.  

De crisis moet wel erg zijn. Dat maakte ik niet op uit de krant. Maar meende ik te concluderen toen de groothandel mij opbelde om te melden dat ze me misten. Bij het horen van de bedrijfsnaam dacht ik in eerste instantie dat mijn rust voorbij was, en wachtte gespannen af welk bedrag er zou volgen dat ik hen nog schuldig was. Maar de uiterst vriendelijke mannenstem vroeg hoe het met me ging, dat hij me zo lang niet had gezien en of ik nog eens langskwam voor een geheel vrijblijvend kopje koffie.

In het niet meer vochtige gras, met een laaghangende zon, wachtend zonder echt te wachten, was ik erg geduldig. Ik hoorde de beste man uit over hoe het stond met hun bouwshop en de mogelijkheid om online facturen te ontvangen. Op mijn programma staan horren die ik nog moet maken. Misschien dat ik het hout voor het frame bij hun ga aanschaffen. Bij een kop koffie. En misschien krijg ik dan weer een knuffel kado. De eerdere bruine beertjes werden door mijn kinders 'houtje' en zaagseltje' gedoopt.

O ja, kinders. Dat was waar ook. Wel zo aardig dat ik wat interesse toonde voor zoonlief. Ik was hier per slot beland dankzij hem. Hij ging voor het eerst bootje varen, ik bedoel roeien, eh, kanoën, met een vriendje. De clou verklapte ik al in de titel.

Terwijl ik Kees ontdeed van het aan zijn lijf geplakte T-shirt, klaagde hij over het gebeurde. Over hoe stom het was dat hij na het omkiepen ook nog terug in de boot moest. Hij was liever naar de kant gezwommen. Maar dat mocht niet. Zijn slechte humeur was onder de warme douche gelukkig gauw over. En toen we het vriendje thuis afzetten, zei hij dat hij de volgende keer samen met hem 'Intouchable' wilde kijken. Want dat was zo'n mooie film.

's Avonds aten we Surinaamse kippensoep met het Algerijnse buurmeisje. En Griekse balletjes met basmatirijst. En sla met zachte geitenkaas. En gegrilde aubergines en courgettes.

Kees zette het nummer 'Fly' op. Dat hij zo mooi vindt. Van de film. 
En nu maar hopen dat er niet ook een vriendje op skydiven zit.

donderdag 11 april 2013

Vertrouwen in baksteen of een tilapiavis

Bij Nieuwsuur interviewen Twan Huys en consorten allerlei deskundigen (grijze heren) over het net verschenen onderzoek dat is gedaan naar de huizenmarkt, de prijsexplosie en wat de overheid had kunnen, zelfs had móeten doen om de ellende waarin veel mensen nu zitten, te voorkomen. De conclusie van het onderzoek, dat een half jaar heeft geduurd luidt: De overheid had als regulerende marktmeester -eerder- moeten optreden. Of zoiets.

Nou, poe, daar zullen de mensen die met een schuld van drie ton zitten voor een huis dat nog niet de helft 'waard' is, blij mee zijn. Het onderzoek betrof de tijd van 1995 tot nu. Lekker lang. Zo heeft iedereen schuld. En tegelijk niemand. Dat de huizenbezitter zich rijk rekende en gehoor gaf aan het 'advies' van hypotheekverstrekkers om vooral te gaan gokken met het -geleende- geld, kan hem of haar toch niet kwalijk worden genomen? Nee, de overheid had bij zo'n prijsexplosie de mogelijkheid voor leningen moeten beperken. Gelijk hebben ze. Ordnung musst sein!

Ik heb het rapport niet gelezen, maar moet nu toch echt even lachen. De meest verrassende uitspraak van vanavond (was dat niet Nout Wellink?) was iets met 'het dumpen van een put', 'een kalf' en 'de angst voor de kiezer'. Ach gos, je meent het, met een beetje cameratraining kan ik zo ook hele wijze woorden zeggen. Maar laat ik voor de grap dat huis van steen nu eens vervangen door vis (diamant, oud ijzer of tulpenbollen had ook gekund). 

Vis dus. Om op te eten. Een tilapiavis of zo. Schijnt volgens wiki weinig eisen te stellen aan de waterkwaliteit. Ideaal. Kan je bij wijze van spreken zo in de plastic soep kweken. Stel, die vis levert veel op. Erg veel. Ik doe marktonderzoek, maak een bedrijfsplan, ga naar de bank en vraag een lening om ergens een Tilapiakwekerij te beginnen. Maar de bank zegt 'Nee mevrouw, want (de geadviseerde 'regulerende maatregelen' zijn inmiddels door de overheid getroffen) dat mag niet van Kok/ Balkenende/ Rutte. Terwijl alles er op wijst dat de verkoopprijs van die vis twee en een half keer over de kop gaat. Dat klinkt alsof je zegt: 'U heeft met dit lot uit de loterij een kans van 250 % op winst, maar de regering vindt dat niet verantwoord, dus dat mag niet.' De tegenstrijdigheid zit 'm er in dat diezelfde overheid dol is op winstdenken. Dus dat botst.

Het ligt vast iets ingewikkelder door hypotheekrenteaftrek (belastinggeld cadeau doen aan mensen die het niet nodig hebben) en grondspeculatie (overal werken mensen die wel eens hebberig zijn), maar als je het versimpelt, vind ik de roep om ingrijpen toch lachwekkend.

Te meer omdat nu juist gemor klinkt dat banken te veel garanties zouden willen voor een lening. Is het niet de taak van de bank om geld in waarde te laten stijgen door het uit te lenen? Ik lette bij economieles vroeger niet goed op (behalve op de knappe leraar), maar ik dacht dat dat zo'n beetje de essentie was. Als je weet (of denk te weten) dat de vraag naar iets toeneemt, dan ben je een rund als je daar geen geld voor (uit) leent. En als je die lening niet krijgt, ga je naar de buurbank, DSB, Ice-save of, waarom niet, naar Lehman brothers. Da's goed voor de concurrentie, maar ook erg goed voor de hebzucht. En dan wordt er gegokt. So we did. Wie gokt heeft kans om te winnen òf te verliezen. Dat is het risico van dit systeem.

Maar er is hoop. In Groningen schijnt het schreeuwend tekort aan tijdelijke woonruimte voor (buitenlands) personeel dat aan de Rug (universiteit) of het Umcg (ziekenhuis) werkt, als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Veel huizen die niet verkocht kunnen worden (laat die prijzen eerst maar eens dalen tot een normaal niveau) worden nu verhuurd aan deze expats.

Mooi hè? Dat soort oplossingen. Maar dat is kennelijk geen nieuws.

zaterdag 23 februari 2013

Jozef Krekel van de yoghurt

Ooit maakte hij reclame voor yoghurt. Nu daagt Jozef Krekel de Italiaanse media en maffia uit, de gevestigde orde, politici. Eind jaren tachtig staarde hij seconden lang zwijgend in de camera, recht in het gezicht van de kijker. 'Hypnotiserende publiciteit' heette dat geloof ik. Misschien verkocht hij toen al zijn ziel aan de duivel. Maar nu schijnt de Italiaanse televisie niets meer van hem te moeten hebben. Of zou hij dat spelen? Hij ìs per slot een komediant. En stemmen trekken in Italië, dat kun je het beste doen door vooral heel erg tégen te zijn. Die vlieger gaat ook op in Nederland, getuige Fortuyn met z'n 'Puinhopen van paars', de SP met de tomaat en de Partij van de Vrijheid.

Ontevreden mensen willen horen dat ze met recht ontevreden zijn. En dat iemand anders daar schuld aan heeft. Dat is precies wat Jozef Krekel doet, beter bekend als Beppe Grillo, de komiek met de prachtige grijze lokken. Beppe komt van Giuseppe, Jozef. Veel Italiaanse mannen boven de vijftig heten zo. En Grillo is dus gewoon krekel.

Bij gebrek aan een zeepkist op tv, trekt Grillo door Italië. Met een soort boodschap als 'Spread the word'. Bij Nieuwsuur vertoont men beelden van auto's met megafoons: "Vanavond zes uur Grillo in Piazza". Een mooie knipoog naar de voorbije jaren zestig vol voorspoed. Eén van de toehoorders op het plein in Campobasso, in Italië's minst bekende regio Molise, zegt: 'òf Grillo wint deze verkiezingen, òf er komt een burgeroorlog'. Beppe zelf maakte vanaf het podium een obsceen gebaar naar de Italiaanse pers, die volgens hem alleen opnames zou vertonen van het lege plein na afloop. Om zo de zwevende kiezer te ontmoedigen. Of zoiets. Nieuwsuur mocht Grillo, in tegenstelling tot de Italiaanse pers, wel even interviewen. De intonatie van de yoghurtkrekel verraadt zijn herkomst: Genua.

Na zes jaar in dat prachtige, idiote land te hebben vertoefd, keerde ik in 1993 terug naar Nederland. Degene door wie, of voor wie ik in Italië verzeild raakte en dankzij wie ik, ere wie ere toekomt, de taal perfect leerde spreken, deed, in de tijd dat ik hem nog sprak, eens een mooie uitspraak over die Italiaanse crisis. "Wat nou crisis, Italianen moeten alleen wennen aan het idee dat ze geen dertig paar schoenen maar slechts één paar per jaar kunnen kopen." Ook mannen met losse handjes zeggen wel eens iets zinnigs. 

Crisis is ook in Nederland het toverwoord. Van huishoudbeurs ('niks is meer gratis') tot hypotheken ('zeventigduizend huishoudens met betalingsachterstand'), bij elk item wordt iets over de malaise gemeld. Slechts zelden rept men over afnemende milieuvervuiling, autobezit, meer tijd om zorgtaken te vervullen of andere positieve neveneffecten van de groei die even afvlakt. Klagen over hoe erg het is levert niet alleen stemmen op. Het fungeert ook als kijkcijfercanon.

Over die hypotheken mijmerde ik nog even verder. Waren die zeventigduizend per jaar? totaal? Het leek me zo veel. Toen het zoveelste reclameblok voor het aanschaffen van geluk/ liefde/ seks in de vorm van een mobiel/ auto/ drankje de huiskamer in knalde, sloeg ik aan het rekenen. (Als hier iemand meeleest die cijfermatig of op economisch vlak beter is onderlegd dan ik, laat hij of zij niet schromen mij terecht te wijzen, mij op een denk- of rekenfout te attenderen)

Zestien miljoen Nederlanders. Ooit woonden daar zeventig procent van in een huurhuis. Althans -daar heb je 'm weer- daar pochte ik in mijn Italiaanse tijd mee. Enige vorm van chauvinisme was me niet vreemd ("In Nederland rijden alle treinen op tijd en worden films nóóit onderbroken voor reclame). Ok, zestien miljoen. Stel dat de verhouding koop/ huur in twintig jaar is omgedraaid, dan woont er nu zeventig procent in een eigen huis van de bank. Maakt elf komma twee miljoen. Er wonen vast niet alleen singles in die betonnen paleizen. Laat ik een conservatieve schatting maken. Gemiddeld twee mensen per huis. De helft van elf punt twee maakt vijf punt zes miljoen. Als ik dat deel door waar het mee begon, zeventigduizend, maakt dat één op de tachtig huishoudens problemen heeft bij het betalen van hun hypotheek. En, zo meende ik op te vangen, dat is alleen wat zichtbaar is. Hoeveel mensen er met behulp van eventueel spaargeld en/of vermogende ouders het hoofd nog net boven water houden, is onbekend.

Zou er een politicus zijn die deze som iets degelijker kan narekenen? Die dan misschien concludeert dat het bevorderen van huizenbezit tegen de geldende marktprijs een farce is. Dat het misschien zinvoller is -ik noem maar een zijspoor- om niet (alleen) omvallende banken met miljarden te nationaliseren, maar het ooit zo jubelend verkochte sociale woningbezit in handen van de overheid te krijgen? Zodat mensen hun geld niet èn aan -omvallende- banken èn de fiscus kwijt zijn. Maar alléén aan de overheid. Lekker transparant. Kan een degelijke, integere politicus daar niet eens iets zinnigs over zeggen?

Ach, ik brul maar wat. Ben geen politica. Net zo min als Beppe Grillo. Die verschuilt zich, zo beweren de media in Italië, achter zijn blog. So do I.

Het ligt voor de hand om nu een linkje te plaatsen naar 'Il grillo parlante', 'de pratende krekel'. Bennato maakte dit album zo'n veertig jaar geleden. Over Pinocchio. Over hoe Italië functioneert en het kapitalisme in het algemeen. Maar al surfend stuit ik op een gemeenschappelijk bluesoptreden van Bennato (uit het Zuiden, 'terrone', boer) en Grillo (uit het Noorden, 'polentone', maispapvreter) ten behoeve van de vuilnisdag in 2008 te Napoli: Nun se salv nisciuno!!!! (Niemand redt zich/is veilig). (zeer slechte opname en in onverstaanbaar Napolitaans)

Maar wat nu? Er is deze week in een oorlog tussen pro-Grillo en Bennato-fans uitgebroken. Er wordt met modder en stront gesmeten. Oorzaak: Bennato plaatste op you-tube 'Al diavolo il grillo parlante' (naar de duivel met de pratende krekel). Heetgebakerde reacties over en weer ('Ik ben fan-af, smijt nu al je lp's in de kliko!"). Het is hi-la-risch. Of diep triest natuurlijk. Net wat je wilt.

Italianen geloven in God. In sprookjes.
De één koopt jonge meisjes en strooit met geld in ruil voor je stem.
Een pratende krekel noemt zijn partij 'Vijf sterren'.
En dan is er nog een communist
en...
ach laat maar.

Wordt het niet tijd voor een Prima Donna in Italië?
En dan liever niet pornoster/parlementslid Cicciolina (tevens ex van Jef Koons) of de kleindochter van Mussolini (tevens nichtje van Sophia Loren)

Ik bler intussen nog even mee met Bennato over Pinocchio:   

E stata tua la colpa (het was je eigen schuld)
alora adesso che vuoi (dus wat wil je nu?)
volevi diventare come una di noi (je wilde als één van ons worden)
En stata tua la scelta (het was jouw keus)
alora adesso che vuoi
sei diventato proprio come una di noi (je bent als één van ons geworden)

Maar eigenlijk is deze nu meer van toepassing:
'Lui è il gatto ed io la Volpe, di noi ti puoi fidar'
(hij is de kat, ik de Vos, je kunt ons vertrouwen)

Cari Italiani, heel veel succes met kiezen uit al die (tweehonderd!) sprookjes dit weekend!

vrijdag 18 januari 2013

Wij helpen u wel, (deel 2 + hoe geluk groeit)

Waar was ik gebleven. O ja, ik ordende post en stopte die in ordners (de term 'postorderbedrijf' klinkt gelijk een stuk vriendelijker), gezeten op de bank, die van mijn zoon is, maar eigenlijk van de bank. Er zat ook een brief tussen van een echte schuldsaneerder -nee, niet gericht aan mijn zoon, want die laat zijn zaakjes liever door zijn moeder regelen, ìk gooi hem er immers niet zo snel uit- maar bestemd voor zijn voormalige huisgenoot. Bij wie de sores nog een tikkie erger bleek, maar met wie, zo stond er, geen afspraken te maken viel, dus werd hij er uitgegooid. Uit de schuldsanering. Tja, 'afspraken', wat is geld nog meer dan 'afspraken'.

Deze jongen versjouwt zijn inboedel nu misschien van hot naar her om te voorkomen dat er beslag op wordt gelegd. Verdient zwart bij, zodat geen bank of belastingdienst er ooit achterkomt waar hij van leeft. Verzekerd is hij vast ook niet. En als ook hij meer dan zes maanden achterloopt met het betalen van zijn zorgpremie, belandt hij automatisch bij het CVZ, het College voor zorgverzekeringen. Die int de premie dan rechtstreeks bij de werkgever -die onzichtbaar wordt gehouden- of de bank -waar hij vast standaard drie keer rood staat-. Hij heeft last van zijn knie, gaat niet naar de dokter, want ook als hij zijn premie betaalt, kan hij het eigen risico van €350 niet ophoesten. Misschien hééft ie dat geld wel, maar is druk doende om daar de economie mee draaiende te houden. Door het kopen van een bankstel. Of I-pod. Of breedbeeld-tv. Die hij nu overal heen sleept. Met zijn manke been.

En ga me nu niet vertellen dat de halve bouwwereld ook zo werkt. Met faillietverklaringen, kapitaal elders parkeren, schaduwboekhouding, mazen in de wet, onverzekerde werknemers en het belazeren van de belastingdienst als sport zien, want dan wordt dit log weer te lang. 

Die huisgenoot blijkt trouwens niet de enige. Het AD kopte vorige week (10-01-13): "Zorgpremie steeds lastiger te betalen."  "Achmea sluit dagelijks een paar honderd nieuwe betalingsregelingen met cliënten."
Huh? 'Régeling'? Die zorgpremie wòrdt toch al in termijnen betaald? Wat valt er dan nog te régelen?  En staat daar dágelijks?! Een paar honderd?!
Wie zin heeft in een leuk rekensommetje, be my guest. (x aantal dagen per jaar, 16 miljoen Nederlanders, x aantal gezinnen, marktaandeel van Achmea + andere verzekeraars). Ik beperk me voorlopig even tot het micro niveau. Door tweehonderd euro aan de Hogeschool over te maken. Of toch twee keer honderd aan energie- en waterbedrijf? Omdat anders het water wordt afgesloten. Zo staat er dreigend in een brief. (of dat híer gebeurt of in het huis waar hij niet meer woont is me niet duidelijk). Of misschien kan ik toch beter alles overmaken naar dat CVZ. Want zodra de betalingsachterstand is ingelopen, kan hij terug naar zijn eigen verzekeraar. Scheelt zo weer vijftig euro per maand.

Gek genoeg ligt het geld dat mijn zoon me net in de hand drukte nu naast de computer. Tòch is het al maanden geleden uitgegeven. Vreemd. We geven geld uit dat er niet is. Niet alleen omdat het geleend geld is. Maar het schijnt er feitelijk ook niet te zijn. Ik las ergens dat niemand ter wereld meer weet hoeveel geld er nu eigenlijk in omloop is. Als alles op afbetaling is, leven we van geld dat niet bestaat. Waar we spullen van kopen die we niet nodig hebben. En er dan beslag op laten leggen. Net als op ons laatste restje zelfbeschikking. Voor wie dacht daar nog wat van te hebben. Haha.

Gister was mijn jongste zoontje (8) zijn geld kwijt. Hij was ontroostbaar: "Waar heb ik mijn portemonnee nu neergelèhèhègd?" Toen het ding, met inhoud, weer boven water was, opperde ik om het geld op zijn rekening te storten. Dan kon hij het ook niet meer kwijtraken. Maar hij ontstak in woede: "De bank pakt je geld alleen maar af!"
Waar hij die wijsheid vandaan heeft weet ik niet, want ik geef hem -in tegenstelling tot de indruk die mijn laatste logjes misschien wekken- keurige voorlichting over ons economisch systeem. Over investeringen en rentes en al. Zodat hij straks mooi kan meedraaien in deze maatschappij.

Maar misschien heeft ie wel gelijk. "Nee zeggen tegen vijf keer je huidige salaris" is de titel van een column van Joris Luyendijk in het NRC (12-07-12). Over de financiële wereld in Londen. Er zouden in het Verenigd Koninkrijk een miljoen mensen in die sector werken. Luyendijk interviewt een gedesillusioneerd voormalig medewerker van een Britse bank, die nu werkt bij de FSA, the Financial Services Authority, toezichthouder van de wereld waar hij zelf uitstapte. Hij zegt over de aard van banken: "Moreel speelt simpelweg geen rol in het besluitvormingsproces. (....) In mijn tijd zagen ze je als buitenaards wezen wanneer je morele argumenten gebruikte." De paradox of contradictie van het kapitalisme, zegt hij, is dat het zichzelf opheft.' (Kijk voor actuelere, Engelstalige stukken op guardian.co.uk/bankingblog)

Ter afsluiting dan toch nog een vrolijke noot. Want we hoeven naast het gebukt gaan onder onze  schuldenlast, niet óók nog depressief te worden van weinig opbeurende stukjes over het naderend einde van ons economisch stelsel. Als we onze zelfbeschikking graag uit handen geven aan mensen die daar naar hartenlust mee gokken, stel ik voor dat we ons goede humeur dan toch tenminste bewaren!

De muziek is van de onvolprezen Lucio Dalla, die afgelopen maart in het harnas stierf na een concert in Zwitserland. Hij zingt, (en pianeert en saxofoneert) samen met Francesco de Gregori 'Cosa sarà?'
Het nummer is erg de moeite waard (klikkerdeklik), en actueler dan ooit:
"Cosa sarà,......... che ci fa comprare die tuttto, anche se niente che hai bisogno."
(Wat is het/wat zou het zijn, dat ons van alles doet kopen, ook al hebben we niks nodig?)
Maar mooier nog is de beginzin:
"Cosa sarà,....... che fa crescere gl'alberi e la felicità"; 
Wat is het/ wat zou het zijn.....
dat de bomen doet groeien......
en het geluk?

Aan de volledige vertaling wijd ik me misschien nog eens.
Maar nu ga ik eerst geld overmaken.
En werken.
Of andersom.

zondag 14 oktober 2012

Toros, cabrones y trapleuningen

Europa is in de ban van angst. Hebben we morgen nog werk, wat is ons huis nog waard, wie wil het kopen en waar kan ik mijn schamele spaarcenten beter bewaren: op een bankrekening of onder het matras?

Italianen wantrouwden de banken altijd al en blijven dus, net als voorheen, hun euro's in een oude sok stoppen of ze schuiven het onder een tafel door. Nee, niet een enkeling, maar 'cosí fan tutti', iedereen doet het zo. Een soort van 'belegging' in wederdiensten.

Portugezen daarentegen laten hun banken opkopen door Angola en vinden zelf emplooi in hun voormalige koloniën. Over de zogenaamde braindrain aldaar wijdde ik in februari al een logje. En de Grieken? Ach, als je leest wat die arme Grieken de afgelopen eeuwen hebben moeten doorstaan dan verbaast het je dat het land er überhaupt nog is. Republiek, dictatuur, monarchie. Zorg vooral voor vandaag, morgen kan alles weer anders zijn.

De EEG, zoals we dat economisch samenwerkingsverband noemden toen ik nog op de lagere school zat, moet koste wat kost gered worden. Maar Europa viel eigenlijk al veel eerder, toen ze als Fenicische prinses ontvoerd werd door Zeus himself. Die zich voor de gelegenheid had vermomd als stier. List en bedrog is wat telt. Volgens geschiedschrijver Herodotus kon deze mythe, omdat het een Fenicische prinses betrof, niet de oorsprong van de naam van het continent Europa zijn.
Arme Europa, verleid door een stier.

Maar ik wilde het hebben over dat àndere warme vakantieland, Spanje. Want wat moet je nu als je èn geen geld in een sok, èn geen baan, èn geen recente onafhankelijk geworden koloniën hebt? Dan rest je niks anders dan je blik naar binnen te richten. De redding, denken veel Spanjaarden, ligt in de terugkeer naar de eenvoud. Het dorpsleven, een moestuin en een paar koeien (..)  meer dan 40.000 Spanjaarden hebben afgelopen jaar het roer al omgegooid en bijna veertig procent van de bevolking heeft er wel eens aan gedacht'. las ik in Het Dagblad van het Noorden van vrijdag 12 oktober. 'Advocaten en economen plukken druiven in Galicië'  Een baan in loondienst lijkt onbereikbaar. 'Om koffie rond te mogen brengen worden al exorbitante eisen gesteld: liefst drietalig en universitair afgestudeerd in communicatie-wetenschappen. En wat blijkt: ze worden met open armen ontvangen in de vergrijsde dorpen. Om de lagere school open te houden, de laatste bakker te behouden, de buslijn rendabel te maken. Boven het artikel prijkt een grote foto van het  zonovergoten Moratella. Alleen al vanwege de naam zou je er willen wonen.

En toen, toen sloeg mijn fantasie op hol. Want wat wàs ik mijn tijd vooruit zeg, toen ik in 1987 meende oud en wijs genoeg te zijn voor een pioniersleven in de Italiaanse bergen. Van het geld dat mijn ouders spaarden voor mijn studie, kocht ik honderd geiten en bekwaamde me in het melken van die beesten. Het was een stuk minder romantisch dan het lijkt. (hoewel zo'n maf verhaal het natuurlijk prima doet bij een borrel). Na zes jaar keerde ik terug naar Nederland. Ik kon kaas maken, kippen en konijnen slachten en sprak vloeiend Italiaans, maar kwam er al snel achter dat men op die kennis in Nederland niet zat te wachten. Niet getreurd, ik ging, je raadt het al, koffie schenken, in een broodjeshuis in de Amsterdamse Scheldestraat.

Misschien moet ik me eens aanmelden voor de Spaanse 'Campesino busca mujer'. Of wacht, ze hebben daar al een soort van 'Boer zoekt vrouw' Alleen komt Yvonne Jaspers daar niet met een busje brieven, maar stappen de dames allemaal tegelijk zelf in.

Dunque, entonces, dus....

Ik blijf toch maar lekker hier, en bezorg die arme Spanjaard via een omweg een beetje inkomsten. Ze produceren daar namelijk buigbare trapleuningen. Nooit van gehoord? Ik ook niet. Klik hier voor het montagefimpje (met muziek die doet denken aan Bruce Springsteens Philadelphia). En en masse bestellen, hè. Ja, niet die film van bijna twintig jaar oud, maar die Torneados Munoz. Volgende week, als ik weer beter ben, ga ik mijn eerste exemplaar monteren in Amsterdam.

Adios cabrones!

Bij het zoeken naar een bijpassend plaatje, vond ik veel geitenkuddes en zelfs een gelakte trapleuning. Maar ik koos deze twee: met een beetje fantasie zie je hier een Perzisch en een Fenicisch boerenmeisje. De eerste foto is gemaakt in 2008 te Kandovan, in Iran. Het land dat nu een inflatie kent van 23.5%. Dan kan je die oude sok wel vergeten. Hopelijk heeft dit meisje nog amandelen, die ze toen stuksloeg op het dak van haar huis. Het andere meisje ben ik zelf in 1978, in een vijgenboom op de pindaplantage van Hassan op de Westelijke Jordaanoever in Israël. 


 

zaterdag 26 mei 2012

Niet lezen, dit gaat over E-CO-NO-MIE


Muziek verlicht het werk. Dus luister ik tijdens mijn -bij tijd en wijlen enigszins geestdodende werk-, naar de radio. En mits ik geen hamerboor of zaagmachine ter hand neem, kan ik aardig volgen wat er door de verschillende dj's op Sky, Slam of 538 de ether in wordt geslingerd. De muziek wordt afgewisseld met een belachelijke hoeveelheid reclame, die, ondanks mijn standvastigheid als facebookloze zonderling (Nee, nee, nee, ik zit niet op FB!), speciaal op mij schijnt te zijn toegesneden. 'Beter boekhouden!', 'Goedkoper tanken!'.

Als ik al dat geram en geblaat dan beu ben, stem ik in de loop van de middag af op radio 1, de nieuws- en sportzender. Achtergronden, interviews, voorgenomen plannen in de politiek....zo blijf ik een beetje bij. Echter, steeds vaker bekruipt me het gevoel dat er alleen aan paniekvoetbal wordt gedaan. Ik kan zo zelden een spreker betrappen op een visie voor een wat langere termijn. Alles moet worden gevat in één zin of slogan, uitsluitend bedoeld om lezertjes, luisteraars, kiezertjes te scoren. 'Targets halen', heet dat geloof ik in economische termen. Want dáár gaat het de laatste tijd wel over. Over economie. Wat dat ook zijn moge. 'Geld rondpompen' of zo?

Neem nu het wereldnatuurfonds. Dat heeft zich kennelijk ook doelen gesteld, want de stem van één of andere geile presentator (milieu moet vooral sexy zijn) zegt, of liever gezegd beveelt de luisteraar dat hij NU iets moet doen aan het weghalen van eieren van.... van... ja om wat voor arm beest in de Stille Zuidzee gaat het eigenlijk? Met een sms van slechts twintig cent sus ik mijn geweten door het redden van een ei! Kan ik weer rustig slapen. En morgen weer naar de winkel snellen voor de laatste laarzen, handtas of ander verzinsel dat de zinnen prikkelt zodat die verrekte economie blijft draaien.

Wat stoort mij daar nu aan? Waarom wind ik me eigenlijk zo op? Het is al zo warm. Sheila Sitalsing, briljant columniste van de Volkskrant, legt in haar stuk 'IJsbeer' van woensdag 23 mei haarfijn uit hoe dat werkt met de hypocrisie in ons handelen als het om 'natuur' gaat. 'De buurman moet niet alleen de crisis betalen, we zien ook graag dat hij vaker de auto laat staan. Dan kunnen wij doortuffen en zeggen dat we het afschuwelijk vinden, van die ijsberen', besluit ze het stuk. Op de voorpagina ermee!

Een week eerder schreef Grunberg in dezelfde krant een stukje over 'wilskracht'. Hij haalt een interview aan met Roy Baumeister, een psycholoog die zou hebben gezegd dat het in het leven om intelligentie en zelfbeheersing gaat. En dat je van die twee alleen zelfbeheersing kunt vergroten. Waar wilskracht voor nodig is, zodat men driften als seks en agressie kan onderdrukken. En -nu komt het- economie wordt als vijand van deze wilskracht genoemd. Economische groei bestaat bij de gratie van consumenten die zich niet kunnen beheersen!

Grunberg noemde, naast de economie, ook 'de cultus van de authenticiteit', waarbij alle emoties in de openbaarheid moeten, als vijand van die wilskracht. Emoties zouden, net als toiletbezoek, een privéaangelegenheid zijn. Die onderdrukt dient te worden. Ik weet het niet hoor. Ik vind het wel fijn om te beseffen dat ook de koningin moet poepen. Het is een soort troost en het vermindert, mits het het hele scala aan emoties betreft, juist de afgunst. Teveel positieve emotie wakkert die afgunst en daarmee de economie juist aan. Willen we die weer op gang helpen, dan is het zaak om vooral de illusie van het groenere gras, de betere seks, de lievere echtgenoot, schattiger kindertjes en de dikkere auto te cultiveren. Want we willen net zo, of nee, nòg lekkerder, meer, luxer en beter eten, wonen, neuken en rondrijden dan de buren.

Dus, beste mensen, pimp je facebookprofiel zodat het geluk er van afdruipt! Zwijg over die slaande ruzie, je obstipatie gedurende die verre reis en schrijf vooral niet over die kindertjes die je het bloed onder de nagels vandaan halen. De beursgang van facebook past perfect in dit straatje. Een bedrijf dat niks maakt, niks produceert, maar kapitalen waard is, omdat het kan inhaken op onze jaloezie, onze driften, ons onbeheersbaar koopgedrag. 

Is dit angstwekkend? deprimerend? Niet getreurd. We hebben in elk geval het idéé dat we ons leven zelf in de hand hebben. Het is immers ónze hand die op die muis klikt? En niet God of 'Big Brother' waar George Orwell ons in 1949 met zijn boek 1984 voor waarschuwde. (Over lange termijn visie gesproken).

Ach, en dan is er altijd nog muziek. Die kun je zelf maken, op de radio beluisteren of is, na een paar muisklikken, te vinden op joetjoep. Ik wilde een link naar een liefdesslaapliedje. Maar om het melancholische walsritme van Francesco de de Gregori's buonanotte fiorellino te beluisteren, moet ik me eerst door een commercial heenwerken. Van een andere, modernere musicus, David Guetta. Hij maakt geen reclame voor zijn nieuwste cd, maar laat zich dik laat betalen om de elektrische auto van Renault aan de man te brengen. -Nerd wordt op sleeptouw genomen door enorme stoot.-
Sex sells.
Driften.
Je weet wel.

Slaap lekker.

donderdag 8 maart 2012

De opkoper

Vorige week schreef ik over de opkomende wereldmacht Afrika. Of nou ja, dat we ons voor een redding uit de crisis niet blind hoeven te staren op het miljardje schuiven van banken en overheden. Dat Europa haar horizon weleens mag verbreden. Door ook eens naar het zuiden het kijken.
Ik ben een trendsetter eh...trendhopper, ik bedoel trendwatcher. Want gister zei Rop Trip op het nieuws dat er steeds meer ondernemers te vinden zijn in bijvoorbeeld Kenya of Angola. Bloemen, brommers, fietsen.... De hele markt ligt nog open.

Wat fijn om te zien dat er mensen zijn die hier komen lezen. Wàt zeg ik? Dat mijn adviezen over waar kansen liggen in goede aarde vallen. Binnen een week! En dat zònder twitter, facebook of één of andere hippe app. Toch jammer dat Economisch Adviesbureau Lehti niks oplevert. En om eigenhandig naar Afrika's bodemschatten te gaan graven gaat me wat ver. Tijd dus voor handel.

In koper bijvoorbeeld. Je weet wel. Dat rode goedje dat wordt weggeroofd bij de NS maar ook uit bijvoorbeeld het voormalig Shell hoofdkantoor. De aanhouding van koperdieven door de meestal vrij onbeschofte collega's van Rutger kreeg nog een staartje. Maar daar ga ik het dus níet over hebben, die mediageile gasten krijgen al genoeg publiciteit.

Nee, de vraag van vandaag was waar ik mijn eigen buitgemaakte metaal kon gaan verzilveren. De klant bij wie ik het spul had weggesloopt had geen flauw idee waar hij dit heen kon brengen. Ik eerlijk gezegd ook niet. Dus lagen de oude gasleidingen na een maand nog steeds in mijn auto. Tijd voor actie. Lang leve internet.

Via steeds kleiner wordende en aftandser uitziende straten, kom ik op de plek waar ik wezen moet. 'Bestemming bereikt'.
Een loods, een hek, geen mens te zien.
'Verboden te parkeren', staat er in grote letters op een oud bord.

Ik blijf toch maar staan. Met knipperlicht. In mijn spiegel zie ik een speedy slungel met een rotgang de open loods in fietsen. Hij is van het type 'vriendelijke-dorpsgek-die-op-zaterdag-wordt-gedoogd-bij-het-afbreken-van-de-markt'. Ik stap uit. Betreed weifelend het terrein. De lachende slungel heeft de buit van die dag: een paar pannen, wat snoer en blik, in een hoek van de loods gesmeten. Het vallend ijzer geeft veel herrie in de kale hal.

Ik ontwaar een afgeschermd hoekje dat voor 'kantoor' moet doorgaan. Zodra ik de deur open, springen twee vechthonden gretig tegen de balie op. Ik ben niet gauw bang maar deins terug. De pogingen van de kantoorvrouw de beesten terug in hun plastic mand te commanderen, hebben geen effect. Vriendelijk legt ze me uit hoe het werkt. Ik hoor de helft niet. Mijn blik is gefixeerd op de grommende honden.

Als ik met mijn koper onder de arm, terug de loods in loop, zegt de dame dat ik het op de berg met ijzer mag gooien. Wat een weegbrug blijkt te zijn. tweeentwintig kilo leest ze af. Minus het al aanwezige spul maakt vijf kilo koper. Ben benieuwd wat dat schuift.

Ik moet naam en adres opgeven. Vast ingegeven door een poging van de overheid de louche herkomst van het roofgoed te kunnen achterhalen. Argeloos duwt ze me dertig euro in de hand. Dertig! Da's vijf euro per kilo! Twee keer zo veel als ik via internet aan adviesprijs tegenkwam! De honden slaan onmiddellijk aan als ik een visitekaartje meegris van de balie. Wegwezen hier. De slungel houdt grijnzend de deur voor me open: 'Vrouwen gaan voor'.

Tevreden manoeuvreer ik mijn auto het terrein af. Slinger tussen vreemde wagens door, scheef geparkeerd voor terreinen vol verroeste containers. Loodsen die bij mij de associatie oproepen aan de ontvoering van Freddie Heineken. Een man met een andere, aangelijnde vechthond draait zich dreigend naar me om. Of verbeeld ik me dat maar?

Ik gebruikte vandaag mijn laatste restje olijfolie.
Zou Griekenland vanavond failliet zijn?
Dan kunnen ze nog overwegen om de schepen die in de havens van Thessaloniki wegroesten als schroot te verkopen. Of kijken of ze er als bootvluchteling mee naar Afrika kunnen varen.
Of naar Turkije. Dat kent een economische groei van zes procent.

Voor verder advies kunt u zich wenden tot Lehti Paul. Geen voorrijkosten.


vrijdag 11 november 2011

Griekse noodhulp belandt in Duitsland in de prullenbak

Dit keer een bijdrage van mijn zusje uit Berlijn, passend bij mijn mijmeringen over de Griekse voedselpakketten. Het verhaaltje is zo'n drie jaar oud. Maar gezien de actualiteit èn ook om de inhoud, erg vermakelijk. Dank je wel zus!

Poging 1 om gebruikmakend van de inhoud van het Care-pakket van de Griekse schoonmoeder van mijn zusje iets eetbaars te creëren:

Wat zou dit zijn? Een soort griesmeel? Op het pak staat alleen maar abracadabra. En een plaatje van een gebakje, dus het zal wel voor taart gebruikt kunnen worden. De substantie lijkt op griesmeel, maar het is geler. Zou het maismeel zijn? Een soort polenta? Ik ben niet zo’n taartenbakker, zal ik maar gewoon proberen er iets hartigs van te maken? Zou je het moeten koken? Zou je het kùnnen koken?
Ik doe twee glaasjes water in een pannetje, beetje zout er bij, en dan een half glaasje van het onbekende spul. Ik breng het aan de kook, laat het even doorkoken, en stort de brei in een diep bord. Half uurtje af laten koelen. Flink wat olijfolie in een koekenpan heet laten worden, de inmiddels min of meer hard geworden brei in plakken van ca. 1 cm dik snijden, en deze in de olie bakken/frituren.
Jammie, voor het eerst van mijn leven polenta geserveerd!

Poging 2:

Lekkere groentensoep gemaakt. Het gebruikelijke recept van spekjes, ui en knoflook aanbakken, even later blokjes aardappels, stukjes wortel en courgette, water erbij, bouillon en kruiden. Allerlei groentetjes uit de diepvries, van alles een handje. O wacht, ik heb nog linzen in het voedselhulppakket. Twintig minuten voor de groente klaar is, twee handjes rijst en twee handjes linzen erbij.
"Kindjes, het eten is klaar!"
Ik proef de soep, alles is gaar, er hoeft geen zout meer bij. Maar wat zijn die linzen nog hard. Vreemd, ik heb ze er toch op tijd in gedaan.
Ik vraag huisgenoot F. wat hij er van denkt. Hij bestudeert de linzen in de soep en in de pot. Dan valt het me ook op; deze linzen zijn grijs, en niet rood. De linzen die ik normaal in de soep doe, zijn rood. Oh shit, deze moet je weken, vast wel een paar uur….
Ik ben een half uur bezig alle linzen een voor een weer uit de soep te vissen, maak de boel weer warm en eet samen met de kindjes linzenloze soep….

Poging 3:

Wat zou dit in vredesnaam zijn? Het lijken wel paprikapitjes. Maar ze voelen anders aan. De twee Griekse woorden die op het pak staan, zijn allebei niet in mijn Grieks-Duitse woordenboekje te vinden. “Pikantikos”, daar kan ik zelf nog wel wat van bakken, maar het andere woord zegt me helemaal niets. Vanwege dat “pikantikos” durf ik het niet te proeven, maar F. werpt zich op als proefkonijn. Na hem durf ik ook. Het smaakt vooral naar niks. F. denkt dat het knabbeldingetjes voor bij een biertje of een wijntje zijn. Ik ga eerder voor een spulletje dat gekookt moet worden of korreltjes die oplossen en die dan b.v. de soep binden.
We nemen de proef op de som, doen een handje korreltjes in een pannetje, water erbij, en aan de kook brengen. Het wordt er niet appetijtelijker op. Blubberig wordt het spul steeds dikker, het lijkt wel gelatine. We kijken elkaar aan; wie proeft? En hoewel we beiden geen voorstander zijn van het weggooien van eten, gaat dit vreemde goedje toch rechtstreeks de prullenbak in….

Eens kijken wat we morgen voor avontuurlijks gaan eten…..
;-)Linzen, pitjes en polenta waren afkomstig uit dit voedselpakket.

vrijdag 4 november 2011

Noothulp uit Griekenland

Hebben mensen die tijdens hun werk een computer aan hebben, ook tijd voor privélezen? Gister concludeerde ik dit uit een telefoongesprek.

'Dat zult u vast al gelezen hebben', zei de mevrouw die me belde om aanvullende informatie te geven op de mail die ze me die dag toezond. En, toen ik dit ontkende, ik had nog niets gelezen, want ik had gewerkt, bleek dat het werk-argument niet steekhoudend was. Ze spoorde me aan in mijn spam te kijken. Juist ja, daar stond ik dan, bij het benzinestation in hartje stad. Nu heeft mijn klusbus wel iets weg van een vuilnisbak, maar haar mail zag ik toch nergens liggen tussen mijn zooi.

Hoe het ook zij. Ik moet het qua nieuws en nieuwtjes hebben van de radio. En dan alleen van en naar het werk in de auto, want mijn bouwradio heeft zich opgewerkt tot keukenradio. Ook leuk. Kan ik tijdens de afwas met mijn voet van zender wisselen. Maar op mijn werk hoor ik alleen vogels. Of een sonate van Bach. Al naar gelang het werk binnen of buiten plaatsheeft en afhankelijk van de muzieksmaak van de klant. En of die thuis is.

Wat meldt de radio? Mevrouw Merkel heeft een onderonsje met meneer Papandreou. En toen mevrouw Bruni het leven schonk aan een dochter, kon papa Sarkozy er niet bij zijn, die moest ook van alles met Merkel. Allemaal om dat arme Griekenland te redden. Of Europa.

Ach, Griekenland. Alle mensen bij wie wat te halen viel, zijn dat land al lang ontvlucht. Zo ook mijn ex-schoonouders. We kregen wel eens wat geld onder tafel. Ze hebben me nooit echt gemogen, maar een Griek laat overal liever zijn geld dan dat ie een cent aan de belastingdienst geeft. Toch jammer. Niet van dat geld. Maar van de 'voedselpakketten'. Voor "Hongerend Holland". Uit Griekenland.

Elk jaar, rond deze tijd, kwam er een vrachtauto de straat in rijden. Nadat de chauffeur had aangebeld en ik een krabbel had gezet op een papier met half Griekse, half Engelse tekst, werd er een pallet (ja echt, een pallet, zo'n houten ding van één bij één meter waar tegenwoordig van die hippe meubelen van worden gemaakt, maar dat bij mij brandhout werd), uitgeladen met
pasta
linzen
laurier
feta (één keer ontplofte het blik bijna, er was iets misgegaan tijdens het transport)
olijfolie
vijgen-/perziken/aarbeien-/vulmaarin-jam
walnoten
amandelen
couscous
zout
griesmeel
honing..........

Je kunt het zo gek niet bedenken of er was een jaar dat het er bij zat. Saffraan, bergthee, kerrie....
soms zelfs een waterkoker, strijkplank (kun je dat eten?), pannen, speelgoed (met veel batterijen), een complete stofzuiger, kinderkleding en tapijten. Ik heb genoeg olijfoliezeep om me een eeuw mee te kunnen wassen.

Nadat de vrachtauto de straat uit was gemanoeuvreerd, begon 'overslagbedrijf' Lehti op volle toeren te draaien. Eerst was het kleine Leo die met de punt van zijn tong uit zijn mond, het plastic waarmee alle dozen waren omwikkeld, met de schaar te lijf ging. Later deed Kees dit. Ik heb nog een filmpje waarop één van de twee met de pakbon en een pen in de hand langs de muur van dozen loopt en, in zichzelf mompelend, allemaal golfjes tekent op het papier: "Daar zit jam in, daar bonen....., 1, 2, 3, 7, 9, 6....". En dan, heel serieus, alles afvinken. Héérlijk.

Ondertussen ging ik dan schuiven met vazen, pannen en ongebruikte spullen van het jaar ervoor. Om ruimte te maken. Ik timmerde er hier en daar een plankje bij. Te meer omdat mijn schoonzus had verkondigd dat ze de helft van haar 'hulp' linea recta de prullenbak in kiepte. Wat ik dan weer zonde vond, dus had ik nòg meer bergruimte nodig. Háár halve lading belandde hier.

Maar ik repte over een overslag- en niet over een opslagbedrijf. En inderdaad, de timing was steeds perfect. In november, vlak voor Sinterklaas. Ik had vrienden die smulden van jam, anderen hielden meer van oregano, krenten of olijven en voor wortels en bloemkool op zuur had ik ook een adresje. Van de handgemaakte tagliatelle en bucatini voor de pasticio maakte ik op mijn beurt weer pakketjes voor de familie met wie ik Sinterklaas vierde. Leuk gedichtje erbij. Klaar. Mijn zus wist soms niet goed wat ze er mee moest. Ze deed me verslag hoe de bereiding verliep van de producten die ofwel een Griekse verpakking hadden, ofwel helemaal geen letters bevatten. Die ze haar dochters dan liet keuren. "Mam, wat gaan we eten?" "Geen idee!" In de loop der jaren heb ik heel wat kussenslopen verzameld, want de afdeling noten en peulvruchten werd daarin vervoerd. De weckpotten van mijn oma kwamen goed van pas.

Natuurlijk werden er ook recepten bijgeleverd (maar wat moet de plaatselijke kringloop met kookboeken in het Grieks?). Soms zat er iets bij dat ik ècht niet kende. Zoals trachana. Een soort bouillon in korrels. Paar keer geprobeerd te maken. Smerig. Ik kon het slijten aan een Griekse mevrouw in de straat. Zij maakte er maaltijden van voor de Griekse kerk hier ter stede.

Het zal de tijd van het jaar wel zijn die me hieraan doet denken. Maar het geeft misschien ook een verklaring voor zowel de financieel mindere tijden (ik doe eindelijk zelf mijn boodschapjes. Na de scheiding maakte ik een statement door, voor het eerst sinds jaren, mijn eigen olijfolie te kopen) en, wellicht is het de reden voor de crisis waarin Griekenland zich nu bevindt. Er wordt immers geen eten meer gekocht voor de export naar hongerend Holland! De lezer weet waar dit geld heen ging. Misschien moet ik maar wat doneren op giro 555, om hongerend Hellas te helpen. Dat middel heeft Merkel nog niet geopperd.

Maar waarom begon ik hierover? Oja, of ik mijn mail lees. En het verband met de opgedroogde voedselhulp uit Griekenland. Huh? Nou ja, zoiets dan.
Het volgende blogje wordt vast minder warrig.

Buiten zingen krekels. Vast ooit meegelift met een Griekse vrachtauto.
Toch vreemd, op vier november.