woensdag 28 oktober 2020

Kweepeersnoepjes en leesvoer

Feestjes zijn er niet, werken doe je thuis en of de school van je kinderen morgen nog open is, is onzeker. Uit eten kan niet, gaan dansen is gevaarlijk en vakantievierders worden door de buren voor gek versleten, en dat is niet uit jaloezie. Een politicus roept op om geen klussen in huis te gaan doen en raadt zelfs af om je kind te leren fietsen. Want als je van de ladder valt, of de fietsles eindigt met meer dan een paar schrammen, kan het ziekenhuis je mogelijk niet helpen.  

Je zou er spontaan van in een diepe winterslaap vallen. Maar in huize Lehti is het tegendeel het geval. Thuiswerken is geen optie en dus werk ik me een slag in de rondte. Want lekkende daken of verstopte afvoeren zijn er altijd, corona of niet, en die moeten worden verholpen en mensen blijven ondanks alle beperkingen toch verhuizen en verbouwen. Helaas levert meer werk ook meer risico's op en dan bedoel ik niet het contact met klanten. Dan ben ik opeens zelf de veroorzaker van lekkage in plaats van de verhelper ervan. Maar daar ga ik hier niet over uitweiden, dat overkomt de beste klussers, zo hou ik mezelf voor. 

Dat ik door al dat werken geen tijd meer heb voor leuke dingen is geen probleem, vakanties of feestjes zijn immers uit den boze. Jammer is wel dat ik door mijn uithuizigheid de toevallige bezoeker die mijn huis passeert dan misloop. De ene vriend deponeert mijn manuscript met zijn zinnige commentaar in de brievenbus en herinnert me er daarmee aan dat ik die roman ooit nog eens wil vervolmaken. Een andere vriend zet achter huis twee bakjes met lekkers neer. Met zelfgemaakte frambozendrab en kweepeersnoepjes. Kijk, dan heb ik toch zomaar weer een feestje. Met leesvoer en lekkers en wek ik daarmee dit blog voor eventjes uit haar winterslaap. 




dinsdag 13 oktober 2020

De oogst van 2020

Er zit een jongen op een bankje langs de weg. Hij tuurt op het scherm van zijn smartphone. Op de tafel vóór hem liggen een tiental zakjes die van binnen een beetje zijn beslagen door de zon die er op schijnt. Op het stuk karton ernaast staat 'stoofperen €1, - per kilo'. Honderd meter verder staat eenzelfde soort tafel, met weer andere zakjes. Wat er in in zit is niet te zien maar op het bordje ernaast staat 'walnoten'. 

Ik rij hier wel vaker langs. Op weg naar een klant die buiten de stad wilde wonen en in twee jaar tijd een hokkerige, doorrookte woning omtoverde tot een plattelandsparadijsje. Alles wordt aangepakt, de vloer en het dak, de badkamer en balustrade, alles volledig naar haar eigen wensen. Het huis is omringd met hazelaars, vlinderstruiken, enorme bloeiende fuchsia's en bomen vol vruchten. Na gedane arbeid krijg ik vaak wat van de oogst mee. Walnoten of appels of wat het seizoen ook maar rondstrooit. 

Zelf strooi ik ook wel eens wat rond. Bouwlampen, steeksleutels, duimstokken, ijzerzagen, lijmklemmen en ik raakte in de loop der jaren zelfs eens grote huishoudtrap kwijt. Toch niet iets wat je zomaar over het hoofd ziet. Vandaag haalde ik wat van mijn vergeten strooigoed op bij de klant op het platteland. De zon scheen uitbundig, de noten waren rijp en de peren te koop.

zaterdag 3 oktober 2020

De prinses, corona en Allah

Haar schoondochter doet open, of hoe noemt men de zus van de verloofde van haar dochter? Nou ja, er is een feest voor gevierd dus het is vast familie. Dan komt ze ook zelf aanlopen, vanwege corona wordt er niet omhelsd of gezoend, alleen wat lief gelachen. Anderhalve kop schelen we en ook haar voeten zijn vier maten kleiner dan de mijne, ik voel me een beetje een reus. Als ik vraag of ze mee gaat wandelen glipt ze de slaapkamer in en komt even later, gehuld in een lange jurk en met hoofdoek de gang weer in. Ze schiet ook gauw haar kabouterslofjes aan en even later wandelen we met z'n drieën langs de velden achter onze wijk. Ik leer haar de woorden 'kikker' en 'ezel' en ik probeer het Arabisch dat ze me bijbrengt te herhalen. Het nablaten van haar woorden gaat me vrij aardig af en ergens herken ik de klanken wel, die ik voordat corona uitbrak van haar leerde. Maar of het nu 'dinsdag', 'aardappels' of  'weiland' betekent, ontgaat me. Zelfs tot tien tellen in het Arabisch lukt me niet meer. 

Ze maakt die avond rijst met kip en paprika en vraagt of ik mee-eet maar ik sla het aanbod af, er wacht thuis nog een restje zalmforel. "Vies isj lekker", zegt ze. Het Arabische vreetfeestje van vorige week liet ik ook al aan me voorbijgaan. 'Mobarak' en 'gefeliciteerd' appte ik haar, aangezien er uit haar huis muziek te horen was. Het bleek de verloving van haar dochter te zijn. Het stelletje is nu -eenmaal verloofd mag dat kennelijk- samen elders in het land, drie dagen maar liefst. Waarschijnlijk week dochterlief nog nooit eerder zo lang van moeders zijde. Diezelfde dochter die in reactie op mijn burgerlijke staat eens zei: "Dat doen wij niet bij ons, wij blijven altijd bij elkaar". 

Als we bijna bij huis zijn krijg ik het verlovingsfilmpje te zien waarop vrouwen met hoofddoeken wild klappen bij opzwepende muziek. Van de bruid en de zus van de bruidegom zijn de haren wel te zien, en wat voor haar! Nadat het koppel heeft gedanst en zelfs bij het slow dansen nauwlettend in de gaten wordt gehouden door de omstanders, voegen ook de moeders en de zus van de bruidegom zich bij het stel, hetzelfde pubermeisje dat nu naast me staat en de hele wandeling weinig zegt. Dan haalt ze haar telefoon tevoorschijn en toont me haar eigen haren zonder hoofddoek. Inktzwarte krullen die verder reiken dan haar heupen. Bloedmooie prinses. 

Bij de laatste bocht houden we nog even halt. Mijn buurvrouw wil me 'Corona klaar, Insállah' laten zeggen. 'Nou, dat moest ik maar niet doen', zeg ik, 'dat filmpje stuur je dan zeker naar je zus in Jordanië?'
'Ja, ja', lacht ze vrolijk. 
'En naar míjn moeder' lacht het Arabische prinsesje en trekt haar hoofddoek voor haar gezicht. Niet tegen corona, maar tegen de zon. Ik lach en wijs naar mijn blote benen: 'Daar wil ik juist wat meer van'. 
Als we afscheid nemen dringen ze beide nog even aan en ga ik overstag. Ik blaat hen en na en die avond zal mijn wens dat 'Corona morgen voorbij is als Allah het wil' door huiskamers van familie in Jordanië, Syrië, Soedan en Groningen gaan. God weet waar het goed voor is.

zaterdag 16 mei 2020

Leven in het Christenkalifaat

Je mag alleen met de vaste partner seks hebben
of zoenen, of zelfs maar aanraken
Dansen met vreemden mag niet meer
Ook niet op een bankje zitten.
Je mag met mensen met wie je het huis niet deelt niet afspreken.
Of er bij in de buurt komen.
In heel Europa zelfs
Of nee, de halve wereld.
Op straffe van een forse boete.
 
Om de kans dat bovenstaande toch onbedoeld gebeurt te verkleinen zijn kantoren, scholen, universiteiten, restaurants, café's en theaters gesloten en evenementen tot nader orde afgelast. Inclusief verjaardagen.

Je zou bijna denken dat de overtuiging van religieus extremisten gemeengoed is geworden. Hoewel het aan de regeringsdeelname van de ChristenUnie niet kan liggen want zelfs de EO jongerendag is gecanceld. 



maandag 20 april 2020

Op eieren lopen

Kieviten vliegen laag over de verlaten voetbalvelden. Zou het gras op het veld eigenlijk nog gemaaid worden en zo niet, liggen daar nu kievitseieren in plaats van ballen? 

In 'Buitenhof' was gister te zien hoe zowel Jan Terlouw als Ramsey Nasr hun haar langer droegen dan gewoonlijk. Misschien breekt er een nieuw hippie-tijdperk aan nu kappers niet mogen werken. Of beter gezegd, een era van 'capelloni', (lang) harigen, de Italiaanse term voor hippies dekt de lading beter.

Zouden het meldpunt discriminatie sinds de coronamaatregelen nu ook minder te doen hebben? Aangezien tegenwoordig iederéén met een grote boog om elkaar heen loopt, weigert handen te schudden en er ontslagen om aantoonbaar andere redenen vallen. Alleen de hoeveelheid kerels op de buis is in deze tijd buitenproportioneel. Maar daarover klagen is vast niet gepast. 

Meldingen van huiselijk geweld zullen daarentegen wel stijgen. Want hoe fijn het ook is dat de criminaliteit op straat op vele vlakken daalt, agressie stopt niet bij de voordeur. En opgesloten zitten met je agressor is, zo weet ik uit eigen ervaring, bepaald geen pretje.

Werk weg, kappers dicht, kroegen, bioscopen en schouwburgen gesloten. Zelfs scholen zijn nu al een maand dicht. Wat dat huiselijk geweld dan weer aan het licht kan brengen. Zo werd een docent terwijl ze online lesgaf mishandeld door haar vriend. Niet zo snugger van hem en de leerlingen die het zagen schrokken zich wild, maar wellicht schudt dit de docent in kwestie en hopelijk veel anderen wakker. Dat dat 'oude normaal' toch verre van normaal is. Sommige relaties vragen ook om gepaste afstand.

Dat thuisonderwijs blijkt in huize Lehti goed uit te pakken. Natuurlijk wordt er gehannest met onlinelessen ('Waarom werkt de wifi niet? Hoezo valt het geluid nu uit?), inleverdata en wat niet al, maar mijn jongste kan nu tussen de stof door zijn dutjes doen en loopt zijn achterstanden mooi in. Zijn broer Leo heeft sowieso weinig op met het opgehokt in een lokaal zitten met leeftijdgenoten.  Hij liet zich dan ook ontvallen dat hij het eigenlijk wel prima zo vindt, waarom kunnen de scholen niet gewoon dicht blijven? Zelfs bij zijn baantje als bezorger moet hij nu afstand houden. Wel zo prettig voor hem. 

Ook mijn uithuizige grote zoon mag niet klagen. Na twaalf jaar werken in de horeca verdient hij nu zijn maandloon in een drugssstore. En drugs, zo heeft de overheid besloten, vallen niet onder de horeca. De lange rijen bij de coffeeshops gingen op de enige dag dat alles dicht moest weliswaar harder dan de corona zelf viraal de hele wereld over, maar een dag later werd besloten dat drugs kennelijk toch onder 'de eerste levensbehoeften' vallen. Ook wel fijn voor al die opgehokte, opgefokte thuiszitters.

Sporttrainingen van het kroost zijn ook tot nader orde geschrapt. Maar gelukkig kunnen ze door de zogenaamde 'intelligente' lockdown nog wel samen buiten ballen. Als ik ze tenminste de deur uit schop. Heeft moeders ook even een uurtje lucht. Nu maar hopen dat daarbij geen kievitseieren sneuvelen. 

woensdag 1 april 2020

De pré-coroniale kudde

Scholen dicht, vliegverkeer plat, openbaar vervoer reizen met negentig procent gedaald, samenscholingsverbod en afstandsgebod, in de supermarkt is zelfs solitair winkelen verplicht. Concerten afgelast, theaters en bioscopen dicht. Ook het maken van films en toneelstukken of het samen instuderen van muziek niet toegestaan, tenzij op afstand. Men mag niet meer naar de kerk of moskee, uit eten of op verjaardagsvisite. Obers, stewardessen, sekswerkers, koks, kappers, violisten, docenten, oppassers worden met duizenden ontslagen.  En het is geen oorlog, er is geen oogst mislukt, geen overstroming gaande of coup gepleegd door een sociaal angstige, cultuurhatende dictator met smetvrees.

Hoe kijken we straks terug op deze tijd? Als 'Wat overtrokken.' of juist 'Toen dachten we dat het crisis was, terwijl het ergste nog moest komen.' Mijn tachtigjarige vader heeft zijn twijfels of het een paar jaar sparen van (in het beste geval) de levens van zwakke oudjes al die draconische maatregelen en opofferingen wereldwijd wel waard zijn. Maar, positief als hij is, hij ziet ook de explosie aan vindingrijkheid. En gelijk heeft ie.

Restaurants worden gaarkeukens, grondpersoneel van KLM en horecamensen dichten het gat dat verdwenen arbeidsmigranten achterlaten en gaan asperges steken, het zwarte goud. Een stofzuigerfabrikant ontwerpt de behuizing voor beademingsapparatuur die een Britse fabrikant van graafcabinecabines dan weer gaat maken. Bavaria gaat de alcohol uit bier halen dat de horeca nu niet meer verkoopt en er handgel van brouwen. Ook Dommelsch, Jupiler en Leffe leveren nu ontsmettingsmiddelen. En dan zijn er natuurlijk nog de ontelbare initiatieven thuis. Van boodschappendienst tot balkonfitness tot het naaien van mondkapjes. En zij die ooit de zorg verlieten vanwege onderbetaling of god mag weten waarom, willen hun steentje nu weer bijdragen. In één week tijd boden zich al twintigduizend mensen aan. Misschien draait het in de wereld dan toch meer om erkenning in plaats van poen. 

Nog even een aanmoediging voor degenen die bang zijn om nieuwe wegen in te slaan: je kan nu naar hartenlust thuis 'droog' oefenen. Experimenteer eens in de keuken bijvoorbeeld, je hoeft geen onverwacht bezoek te vrezen dat jouw aangebrande drab zal ruiken. Je kunt elke dag een nieuwe look proberen, hoeft je voeten niet meer in hippe maar knellende schoenen te persen. Je kunt je haar touperen of de schaar er in zetten, zonder dat iemand je 's ochtends bij de koffieautomaat op kantoor een meewarige blik toewerpt en de droom verwezenlijken waar je anders nooit tijd voor had. We worden teruggeworpen op onszelf, zijn nu aangewezen op onze eigen smaak en creativiteit.

Misschien dat dat straks blijft hangen na deze draconische maatregelen. Wordt er bij geschiedenisles in 2100 gezegd dat we in het pré-corona tijdperk nog kuddedieren waren die deden wat de buurman deed. Postcorona wezens zijn autonoom. Ze zijn nieuwsgieriger, vindingrijker en erkennen de keuzes die anderen maken zonder die bij voorbaat af te keuren.   

zondag 22 maart 2020

Koolmees, aasgier of toch een vredesduif?

Rick Nieman bleef vanmorgen bij WNL maar drammen over een lock-down of dan tenminste handhaving van de tot nog toe ingestelde omgangsregels om verspreiding van het Coronavirus af te remmen. Maar de beide door de wol geverfde Annemaries gingen niet mee in zijn roep om repressie. 

Jorritsma zei dat ze op de webcam van het Vondelpark toch echt zag dat de situatie anders was dan gister, dat de meesten zich uit eigen beweging aan de afstandsvoorschriften hielden. Ook vond ze die term 'lockdown' wat misleidend, want in Frankrijk gingen mensen toch ook nog naar hun werk? 

Van Gaal sprak op haar beurt hoopvolle woorden over haar ervaringen tijdens verschillende crises in Rusland. Toen de roebel met driekwart devalueerde en mensen met honderdduizenden werden ontslagen. Waar geen WW of bijstand was en dat we het in Nederland toch goed voor elkaar hadden. Ze riep op om er de schouders er onder te zetten, uitdagingen op te pakken en zag dat nu ook gebeurde. Ze zei zelfs 'blij te zijn met de crisis'. 

Rick begreep maar niet dat zijn gasten niet met hem meegingen, álle landen om ons heen waren toch veel strenger? Zelfs het door hem zo geliefde Italië deed het geloof ik beter in zijn ogen en schreef massa's boetes uit. Maar ook Staatssecretaris Vijlbrief wees hem er op dat men in Nederland gewend is om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken.

Minister Koolmees gebruikte daar eerder deze week een iets krachtiger term voor: 'moreel appèl'. En doelde daarmee op de hausse aan aanvragen voor deeltijd WW en uitkeringen voor ZZP-ers.  Die waren in Rotterdam vertienvoudigd en in Amsterdam hadden in één week 2350 ZZP-ers een aanvraag ingediend. Dat waren er eerder tweeduizend in een jaar geweest. Tja, zo'n cadeautje waarbij niet wordt gekeken naar de levensvatbaarheid van je bedrijf of je vermogen, laat de zuinige Nederlander natuurlijk niet liggen. Want als de bankhangende buurman er gebruik van maakt, dan heb ik er toch zeker ook recht op! 

Zou die rechtse Rick dan toch een punt hebben? Is er werkelijk altijd controle nodig om mensen in toom te houden? Om anderhalve meter afstand te houden. Om misbruik van uitkeringen te voorkomen? Aasgieren zijn het! Tuig van de richel! Het is overheidsgeld mensen! Geld dat ook aan verplegend personeel of beademingsapparatuur kan worden besteed. Of aan al dat onderwijzend personeel waar zo'n tekort aan is en waar we toch o zo solidair mee waren. Of gaat die solidariteit en saamhorigheid niet verder dan klappen op balkons of de hashtag 'helden'?  Met dit graaigedrag valt al dat genereuze aanbod om vrijwillig boodschappen te doen, maaltijden te brengen en eenzame ouderen te bellen in het niet. Boos word ik er van! Zijn ZZPers zielig? Maximaal vijftienhonderd euro per maand kan men krijgen. Reken er twee maanden voor, dat betekent dat al die ZZP-ers niet eens drieduizend euro apart hebben gelegd? Zelfstandige mehoela!

Maar wacht eens even. Is mijn woede wel gepast? Als dat leger tijdelijke steuntrekkers nu inderdaad bereid is om sociaal bezig te zijn, om iets betekenisvols te doen. Gratis muziek aan te bieden, online onderwijs, allemaal voor noppes. Is zo'n steuntje in rug dan niet terecht? Of nee, sterker nog, is dit niet gewoon een vorm vorm basisinkomen? Geld omdat je een persoon bent, die nu eenmaal op de wereld is. Los van hoeveel geld je opzij legt of hoe goed je het economisch doet? Kennelijk doet men ook zonder er geld voor te krijgen, graag iets voor de medemens.  

Die Annemaries hebben gelijk, zo'n crisis biedt kansen. Om iets moois te doen. Om het verschil te maken. Om er te mogen zijn als mens. Daar kan geen handhaver tegenop. Dat doen mensen gewoon zelf. 

Ik ga nu eerst mijn eenzame tante in Den Haag maar eens bellen. En dan mijn al even eenzame oom in Rotterdam. En als ik werkelijk het risico op besmetting wil beperken vraag ik maandag een tijdelijke uitkering aan. Te meer omdat de geplande klus bij twee andere lieve tachtigers om begrijpelijke redenen werd afgezegd.

donderdag 30 januari 2020

Liften moet je doen

Mijn steekkar maakt een mooi spoor in de pasgevallen sneeuw. Aangekomen bij mijn klusbus laad ik de kistjes gereedschap op de achterbank. Vanuit mijn ooghoek zie ik een groepje pubers op de stoep staan, ligt ineengedoken in een kringetje. Hun aandacht is waarschijnlijk gericht op de smartphone van één van hen. Maar dat kan ik niet zien want ze staan met hun ruggen naar buiten gericht.

Nadat ik de sneeuw van mijn spiegels en voorruit heb geveegd, eet ik in de auto nog snel even mijn vergeten lunch op, pleeg wat telefoontjes en keer mijn auto. Ik ben lekker vroeg vrij. De sneeuw is intussen weggestroomd met de regen, die nu met geweld uit de hemel valt. Raar weer.

Al laverend tussen de vele fietsers door zet ik koers naar huis. Drie straathoeken verder zie ik het groepje jongens opnieuw. In eenzelfde kringetje. Dit zijn overduidelijk geen Pieterpadlopers die voor de fun door de regen banjeren. Daarvoor ontbreken de Nordic walkingstokken en de Gaastra jassen. Deze jongens dragen slechts een papieren tas. Of meer de flarden die daar van over zijn.

Ik doe het bijrijdersraampje naar beneden en roep: 'Zoeken jullie iets?' De jongens kijken op van onder hun capuchons en lopen door elkaar pratend mijn kant op. Ze lijken lichtelijk in paniek. Uit hun half Engelse, half Duitse antwoord maak ik op dat ze hun klas zijn kwijtgeraakt en dat ze naar het Groninger museum moeten, van waar hun bus over tien minuten vertrekt. 
Het Groninger museum? Dat is compleet de andere kant op! De stakkers.  

Ze zijn met z'n vijven, dat zou net passen. Probleem is echter dat alle zitplaatsen al volstaan. Ik stap uit en zet de commandomodus aan. 'I will bring you there but first you have to help me to make some space.' Uitgelaten nemen ze de kistjes gereedschap van me aan en nadat de accuboren, schroevenbakken en verfbenodigheden schots en scheef in het laadruim staan, persen de jongens zich dicht tegen elkaar aan in mijn klusbus. 

Wat hou ik toch van deze leeftijd. Jongens met zware basstemmen en het postuur van een uitsmijter in spé maar met een houding die die van een kleuter nauwelijks ontstijgt. Het roept terstond de opvoeder in mij boven. Net als ik de dag eerder deed met mijn zoon van dezelfde leeftijd. Die me appte of ik hem van school kon halen vanwege een lekke band. 'Ja', schreef ik toen terug, 'Maar bij thuiskomst gaan we dan gelijk je band plakken.' Dit keer taxi ik vijf verloren pubers tegelijk. 

Als we door de Ebbingestraat rijden wijs ik ze op de vele voetgangers. 'If you get lost again, it might be better to ask one of them instead of checking your smartphone. All those people know where the Groninger museum is'. Eén van hen geeft toe: 'Yes, we are dumb'.

'Nou, jullie zijn vast niet dom, alle jongens van jullie leeftijd wonen in hun foon, dat doen mijn zoons ook. Maar soms is de weg vragen aan vreemden handiger dan internet. Belerend voeg ik er aan toe: 'Wat andere volwassenen jullie ook wijsmaken, als jullie later nog 's gaan reizen, ga dan vooral liften, dan ontmoet je nog 's iemand.'

Op de Eendrachtskade staat het zoals altijd vast. Het volume van mijn gezelschap stijgt. Eéntje belt opnieuw de docent om te zeggen dat ze er met vijf minuten zijn, dat ze worden gebracht door een 'Nette Frau'. Ik zeg dat ze vast boos op hen zullen zijn. 'Yes, very angry', antwoorden ze in koor. 

Exact om 14.20 uur stuift het vijftal uit mijn auto en steekt de weg over naar de al klaarstaande bus die na hun instappen gelijk de deuren sluit en vertrekt. Ik wacht nog even om te zwaaien, zodat de docenten kunnen zien dat die met plamuur en purschuim besmeurde Nette Frau geen enge heks is. Maar of ze daaruit de les trekken om toch vooral met vreemden mee te gaan betwijfel ik.

Op de grond voor de bijrijdersbank resten wat flarden van een natgeregende papieren tas.







dinsdag 21 januari 2020

Troostleed

In Australië kreeg men na, of eigenlijk meer tijdens het vuur, enorm veel regenwater over zich heen en daarna aarde in de vorm van zandstormen. Als toetje kregen ze ijs, met hagelstenen ter grootte van golfballen. Wat dat betreft mogen we hier niet klagen. Maar de seizoenen lijken hier wel danig in de war, met fluitende merels, aardbeien in mijn tuin en met nachttemperaturen van tien graden.

Taalvirtuoos Wim Daniels nodigde in zijn wekelijkse zondagse taalspel twitteraars uit om termen te bedenken voor een winter die maar geen winter wil worden. Er volgden maar liefst 282 suggesties:  'Weigerwinter', 'Rokjeswinter', 'Winterslaapt' en, de mooiste,  'It-giet-net-oan-winter'. 

Maar zoals dat elke winter gaat, half januari gaat het kwik dan toch nog dalen. Met nachtvorst, gladheid en het krabben van ruiten. Dus sta ik nu niet meer buiten te zweten zonder jas, maar hijs ik me 's ochtends fijn in mijn thermobroek en trek onder mijn werkkleding een warme wollen borstrok aan. 

Zodra de kou zich aandient, kakt ook mijn werk vaak in. Tien jaar geleden baarde me dat nog de nodige zorgen. Ik moest de boer op, meer visitekaartjes uitdelen en wellicht zelfs adverteren, hoe moest ik anders mijn rekeningen betalen? Inmiddels leidt zo'n winterdip met vorstverlet niet meer tot paniek. Het biedt meer ruimte om te zingen, te wandelen in de winterzon, te schrijven over het weer en, wie weet, kunnen de schaatsen straks nog uit het vet.

Er rest me ook meer tijd om kennis te nemen van de toestand in de wereld. Op tv roept de stem van Umberto Tan ons op om het leed in Australië te verzachten. De krant toont een foto van geredde kangoeroes die aandoenlijk in de camera kijken. 

Het besef dat men elders slechter af is dan hier biedt toch troost in deze donkere dagen.
En dat werk, dat 'giet vast wel weer oan' als het warmer wordt. Alles op zijn tijd.